CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Schriftelijke vragen en antwoorden Programmabegroting Programma 4 Wonen en Leefomgeving

* Raadsvergaderingen 13 november 2025, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Schriftelijke vragenronde3.413 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Schriftelijke vragen (Programma 4 – Wonen en Leefomgeving)

Vraag 1: Graag een nadere toelichting over de betekenis van 'van vinken naar vonken'. Status: Instrumentarium inzetten dat bijdraagt aan versnelling woningbouw Opmerking: Dit betreft een vraag om toelichting op terminologie, geen koppeling met actieplan mogelijk. Antwoord: Niet enkel toetsen op juridische haalbaarheid, maar ook denken vanuit de mogelijkheden. Vraag 2: Wat is de reden dat de permanente prefab woningen aan de J. Partounsstraat in Eijsden worden benoemd bij 'flexibele woonvormen'? Antwoord: Omdat afhankelijk van type en constructie deze woningen ook flexibel kunnen zijn. Doordat deze woningen, net zoals modulaire woningen in de fabriek worden gemaakt, zijn deze snel realiseerbaar. Prefab-woningen zijn van permanente kwaliteit en worden door de corporaties tegenwoordig ook ingezet als er sprake is van tijdelijke woningbouw van max. 15 jaar. De aanpassingsmogelijkheden (flexibiliteit) hangt af van het ontwerpproces. Vraag 3: Zijn de gereserveerde bedragen (uitvoering geven aan gebiedsontwikkelingen) van 2,5 miljoen in 2026 en 2 miljoen in 2027 enkel bestemd voor Stationsomgeving Eijsden en Poort van het Heuvelland? Dit aangezien de gebiedsontwikkeling Cadier en Keer in 2026 niet wordt opgepakt.

Antwoord: Ja, zoals onder 1.2 van het kaderstellend document “Richtlijn Strategische verwerving gronden en/ of opstallen binnen Gebiedsontwikkelingen Gemeente Eijsden-Margraten 2024” aangegeven moet het gaan om een ontwikkeling binnen een nader aangeduid gebied, waarvoor een proces wordt opgestart om te komen tot een Gebiedsvisie met een uitvoeringsprogramma. Voor Cadier en Keer wordt dit niet opgepakt.

1

Vraag 4: Wanneer worden de omgevingsvisie en het omgevingsplan ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd? Antwoord: De Omgevingsvisie Lijn50 is gepland voor het eerste kwartaal 2026 (indien mogelijk in de raadsvergadering van februari 2026). Dit is afhankelijke van het proces en de procedure in de aankomende periode in Lijn50 verband. Een gebiedsdekkend Omgevingsplan dient uiterlijk 1 januari 2032 te zijn vastgesteld. Momenteel wordt er gewerkt aan een plan van aanpak over het proces naar deze vaststelling.

Vraag 5: 4.0 Wat mag het kosten. Pagina 125 In de tabel zijn categorie 4.4, 4.5 en 4.7 opgenomen. Deze zijn niet verder toegelicht behoudens dat in 2027 extra middelen worden geraamd voor huur tijdelijke leslokalen in Cadier en Keer. Zijn hier geen nadere toelichtingen te geven voor de komende jaren? Antwoord: De categorieën worden toegelicht als de afwijking in enig jaar groter dan € 100.000 is. De kosten zoals opgenomen onder 4.4, 4.5 en 4.7 hebben betrekking op reguliere bedrijfsvoeringskosten voor de uitvoering van programma 4.

Vraag 6: 4.1 Woningbouw naar behoefte in elke kern. Pagina 129. Wat gaan we er voor doen in 2026? In één van de blokjes staat dat u een “TaskForce Wonen” gaat instellen. Klop het niet, dat deze “TaskForce” recent is afgeschaft? Antwoord: Het klopt dat de Taskforce inmiddels is opgevolgd door een ‘Programmatafel’ zoals u in de tekst van de begroting kunt lezen. Voorts zullen wij in 2026 bezien hoe wij de organisatie zo kunnen inrichten dat (b.v. door middel van het inrichten van een programma-organisatie Wonen) het 2

behalen van de gestelde doelen ten aanzien van onze woningbouwopgave, zo goed mogelijk gewaarborgd wordt. De titel van het betreffende blokje staat echter vast voor de bestuursperiode van het huidige college en komt daarom telkens terug in de producten van de p&c-cyclus. Vraag 7: Pagina 139. Prognose woningbouw Klopt het niet dat locatie Kersenwei in Bemelen is afgevoerd? Staat nog op de lijst. Kunt u ons meenemen in de ontwikkeling Slakweg fase 2? Dit is nieuw in de planning. Wilt u (dit is afhankelijk van de stemming over het amendement) locatie Koningswinkel doorhalen in de planning? Antwoord: Ja, uw raad heeft op 30 september jl. Besloten dat Kersenwei wordt afgevoerd, maar het opstellen van het overzicht dateert van een eerdere datum en toen was niet bekend wat de uitkomst van de besluitvorming door uw raad zou inhouden. We zijn in de tabel uitgegaan van de maximale aantallen en e.e.a. zal naar aanleiding van de besluitvorming in uw raad waar nodig aangepast moeten worden. Dat geldt uiteraard ook voor het doorhalen van de locatie Koningswinkel als uw raad dat alsnog besluit. Voor wat betreft Slakweg Fase 2 kunnen wij u mededelen dat er overleg gevoerd is met het Waterschap vanwege waterproblematiek. De ontwikkelaar zal op basis hiervan met een nader voorstel komen voor de verdere uitwerking. Vraag 8: Meerjarenbegroting 2023-2026 Pagina 161.

Nieuwe flexibele woonvormen verkennen. Wilt u aangeven wat op dit gebied in 2025 is gerealiseerd? Antwoord: Op verzoek van de corporaties zijn wij dit jaar akkoord gegaan dat de corporaties prefabwoningen (van permanente kwaliteit) uit de Limburgse Bouwstroom inzetten bij de realisatie van onze woningbouwplannen, waarvan corporatiewoningen onderdeel van uitmaken. In 2025 zijn geen flexibele woonvormen gerealiseerd, omdat hiervoor nog vergund plan in uitvoering is gebracht. 3

Onlangs hebben wij een principeplan voor het realiseren van prefab-woningen (sociale huur) aan de Joseph Partounsstraat ontvangen (Servatius). Dit verzoek is momenteel in behandeling en zal naar verwachting volgend jaar tot en concrete vergunningaanvraag kunnen leiden.

Vraag 9: Waarom is de titel niet langer Wonen en Mobiliteit? Leefomgeving is immers een veel ruimere benaming, waartoe ook andere programma's behoren. Antwoord: Dit sluit beter aan bij de inhoud van het programma.

Vraag 10: Pag.139 tabel Prognoses 2024-2034. Wordt er een nieuwe versie verwacht? Antwoord: De tabel zal uiteraard op basis van de besluitvorming door uw raad op 30 september jl. aangepast worden. Overigens dient opgemerkt te worden dat dit, zoals in de begroting aangegeven, het sowieso een ‘dynamische’ lijst betreft: plannen worden toegevoegd, plannen vallen af en ook het geplande aantal woningen per plan (en dus ook het totaal) kan op ieder moment wijzigen. Wij zullen uw raad een nieuwe versie van de tabel doen toekomen als de besluitvorming over de locatie de Koningswinkel is afgehandeld.

Vraag 11: Wat gebeurt met de vrijgekomen gelden - van de 45 miljoen - indien niet alle plannen worden gerealiseerd? Antwoord: Even ervan uitgaande dat het 4,5 mln betreft voor de aankoop van gronden. Dit betreft een investeringskrediet. Indien deze niet geheel gebruikt wordt, wordt het krediet gesloten (niet uitgegeven). 4

Vraag 12: Waarom zijn er locaties in rood beschreven? Antwoord: Zie tekst begroting: ‘In de tabel zijn de nieuwe locaties ten opzichte van de vorige tabel in rood weergegeven.’

Vraag 13: Wie bepaalt dat er een Slakweg fase 2 wordt gepland? Antwoord: De uiteindelijke besluitvorming over Slakweg Fase 2 hierover ligt bij uw raad. Zoals gebruikelijk zal ons college in het traject hieraan voorafgaand binnen de door uw raad gestelde kaders in overleg met de ontwikkelaar tot overeenstemming over een uitgewerkt plan komen.

Vraag 14: Waarom niet rekening gehouden met de leefomgeving (verkeersstromen, voorzieningen, natuur) alvorens een bouwlocatie te noemen? Zelfs via de WVG te bestemmen?

Antwoord: De tabel met woningbouwlocaties is opgenomen bij de Programmabegroting. Op 30 september jl. Is de ontwikkelstrategie bepaald van een aantal woningbouwlocaties. Voor al deze locaties heeft in het kader van de leefomgeving een eerste toets plaatsgevonden.

Vraag 15: Pag.140 (4.2) Hoe past het aantal woningen in de nog niet vastgestelde Omgevingswet? Antwoord: De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Nieuwe woningbouwplannen (voor ontwikkellocaties) zijn al onder de nieuwe wet vastgesteld en ook in procedure gebracht. Dit loopt 'gewoon’ door voor de diverse ontwikkellocaties. Het gebiedsdekkende Omgevingsplan dat 1 januari 2032 klaar dient te zijn heeft daar geen beperkende invloed op.

5

Vraag 16: Gezien de alom geuite vraag naar hofjes in elke kern waar gemixed in leeftijden voor elkaar kan worden gezorgd: hoe gaat u deze realiseren? Antwoord: Dit jaar is met de in onze gemeente actieve woningcorporaties en zorgpartijen het Uitvoeringsprogramma Woonzorgvisie 2024-2030 besproken. De opgave voor nultreden en zorggeschikte woningen voor ouderen, maakt een belangrijk onderdeel uit van voornoemd uitvoeringsprogramma. Vanuit oogpunt van vitale wijken en kernen is het beleid van de corporaties om deze woningen waar mogelijk aan gemixte (leeftijds)doelgroepen toe te wijzen. te bouwen. Met de corporaties en ontwikkelaars worden hier afspraken over gemaakt bij het samenstellen van de woningbouwprogramma’s van de afzonderlijke woningbouwprojecten. Als blijkt dat bij deze samenstelling behoefte blijkt aan hofjeswoningen, dan zal ons college er zorg voor dragen dat deze ook gerealiseerd worden. Vraag 17: Het toewijzingsbeleid zal bepalend zijn aan wie huizen worden toebedeeld. M.n. Sociale woningen zouden lokaal en niet via Thuis in Limburg moeten worden aangevraagd en toegewezen. Hoe gaat u dit organiseren? Antwoord: Voor het lokaal toewijzen van sociale huurwoningen maken wij met de corporaties afspraken (vastleggen van toewijzingscriteria) over het toewijzen van de nieuwbouwwoningen bij de eerste oplevering.

Deze criteria zijn ook vastgesteld en toegepast bij het toewijzen van de sociale huurwoningen in de projecten Mheerderweg Noord Fase 2 en Karreweg Fase 2. Vraag 18: Pag.161 Meerjarenbegroting 26-29 (4.1) Zelfbewoningsplicht, Huisvestingsverordening. Het blijft vooralsnog een loffelijk streven. Hoever is dit streven inmiddels gevorderd? Antwoord: Binnen de wettelijke mogelijkheden regelen wij bij nieuwbouwprojecten de zelfbewoningsplicht voor starterswoningen via een anterieure overeenkomst. Aangezien de ‘Wet versterking regie op de volkshuisvesting’ nog niet van kracht is, hebben wij op dit moment geen/onvoldoende wettelijke grondslag om een huisvestingsverordening in te stellen.

Vraag 19: (4.3) Veilige fiets- en wandelverbindingen. Invulling geven aan een veilige school-thuis route. 6

Hoe past de sluiting van de overweg aan de Industrieweg Eijsden (veel gebruikte school- winkel-, en wandelroute) binnen dit voornemen? Antwoord: De overweg aan de Industrieweg moet worden gesloten om een verhoging van de frequentie van het treinverkeer mogelijk te maken. Op dit moment maken er fietsers gebruik van de Industrieweg. Vanuit het oog van verkeersveiligheid is dit echter niet wenselijk. Een fietsverbinding hoort niet thuis op een bedrijventerrein. Daar rijdt veel groot verkeer waardoor zowel de kans op als de impact van ongeluk met een fiets groot is. Er is een alternatieve route beschikbaar voor fietsers naar Oost-Maarland en Maastricht via de Spoorstraat of via de Kloppenbergweg. Het college onderzoekt op dit moment nog hoe de route via de Spoorstraat veiliger te maken is voor fietsers en zal de raad daarover later informeren.

Vraag 20: Pagina 125: 4.6 Openbare ruimte als visitekaartje. In welke vorm wordt hier burgerparticipatie toegepast? Antwoord: Zoals we dit reeds meermaals in beleidsplannen die door de raad zijn vastgesteld is aangegeven passen wij participatie toe. Wij houden bijvoorbeeld meerdere inwonersavonden bij rehabilitatie van wegen (bijvoorbeeld Withuis, Catharinastraat), nemen we bedrijven en bewoners mee bij de plannen van levensduurverlengend onderhoud (aan de Fremme) en informeren we de aanwonenden bij onderhoudswerkzaamheden (Groenstraat). Ook bij rioleringsprojecten hebben we meerdere participatiebijeenkomsten (Termaar). Daarnaast is fixi natuurlijk ook een vorm van participatie. We krijgen ongeveer 5000 meldingen per jaar, deze worden geanalyseerd en geeft ons inzicht in wat de bewoners verwachten.

Vraag 21: Hoeveel is de restwaarde van de school in Cadier en Keer? Antwoord: € 404.111 per datum buitengebruikstelling 7

Vraag 22: Kosten startersleningen Pagina 129 De starterslening continueren / Nieuwbouw van starterswoningen stimuleren en faciliteren middels een starters-arrangement. In de programmabegroting wordt aangegeven dat de startersleningen conform het beschikbare budget van 2.000.000 euro ook voor de periode 2026-2029 worden voortgezet. Welke kosten horen bij het verstrekken van deze startersleningen, ervan uitgaande dat het beschikbare budget benut wordt?

Antwoord: De kosten van ambtelijke inzet (Staat B) hierbij niet meegenomen, bedragen de enige kosten voor de uitvoering van de Startersregeling de beheerskosten ad € 4.500,-- die wij éénmaal per jaar verschuldigd zijn aan SVn.

Vraag 23: Met hoeveel van bovengenoemde kosten is in de begroting voor het jaar 2026 rekening gehouden? Antwoord: Verwijzend naar het antwoord op vraag 22 wordt rekening gehouden met € 4.500,-beheerskosten van SVn.

Vraag 24: Bullit uitvoering gebiedsontwikkeling Poort van het Heuvelland, Stationsomgeving en Cadier en keer. Waarom wordt de gebiedsontwikkeling Cadier en Keer niet opgepakt in 2026 b.v. i.p.v. de Koningswinkel in Margraten? Antwoord: Momenteel ligt de focus op het realiseren van woningbouwlocaties en wordt de beschikbare capaciteit hierop ingezet.

8

Vraag 25: p. 125: Er wordt ieder jaar tot en met 2029 rond de 64.000 euro begroot voor het oplossen van de parkeerproblematiek in Eijsden en Margraten. Wil dit zeggen dat dit niet wordt opgelost voor 2029? Want dan hebben wij nog ieder jaar meer dan 60.000 euro nodig om het op te lossen? Antwoord: Het gaat hierbij om de kapitaallasten van eerdere investeringen en aanpassingen in parkeervoorzieningen. Hetgeen niet wilt zeggen dat we tot 2029 gaan blijven wachten om de parkeerproblematiek aan te pakken. Momenteel wordt dit nader bekeken welke maatregelen en aanpassingen nog meer nodig zijn.

Vraag 26: P. 125 4.2 'Zorgvuldige implementatie Omgevingswet'. Waaruit bestaan de (eenmalig) hoge lasten/baten in 2026/2028? Zijn dat de mutaties van reserve m.b.t. woningbouw? De mutaties laten deze bedragen niet zien?

Antwoord: Het betreft een te verwachte hogere uitgave m.b.t. de implementatie van de omgevingswet. Hier tegenover staat de onttrekking vanuit de reserve "omgevingswet"

Vraag 27: P. 126 4.1 Woningbouw naar behoefte in elke kern. De behoefte/tekort aan woningen zit hem vooral in geschikte en betaalbare woningen voor één- en twee persoonshuishoudens. Waarom wordt dit niet benoemd? Antwoord: Gelet op de grote vraag naar gezinswoningen in diverse huur- en koopsegmenten in relatie tot het aanbod, kunnen we nu niet concluderen dat dit het enige segment is waarvoor gebouwd moet worden. Met doorstroommogelijkheden voor ouderen neemt de behoefte aan nieuwe gezinswoningen weliswaar voor een deel af, maar zeker niet helemaal. Vraag 28: In alle vooruitblikken wordt gewezen op een toekomstig overschot aan grondgebonden gezinswoningen. Toch is dit het type woningen dat nu vooral gebouwd wordt. Hoe voorziet dit plan in deze behoefte? 9

Antwoord: Voor de beantwoording van deze vraag kan verwezen worden naar het antwoord op vraag 27. Indien uitsluitend voor 1-2 persoonshuishoudens zou worden gebouwd, dan wordt als gevolg van doorstroming weliswaar voor een deel aan de vraag naar gezinswoningen tegemoetgekomen, maar wordt niet geheel ingewilligd. Hiermee zou voor de komende jaren een krapte/tekort aan gezinswoningen worden gecreëerd, met prijsopdrijving (vraag en aanbod)ontstaat en een scheve woningmarkt tot gevolg. Vraag 29: P. 126 Woningbouw naar behoefte in elke kern, 'Insteek ………….. eigen leefomgeving kunnen blijven wonen.' Waar vinden wij een paragraaf gewijd aan een uitgebreid netwerk van flankerend beleid en ondersteunende voorzieningen nodig voor alle nieuwe bewoners (denk aan huisartsen, zorg, ontmoeting, huiskamers, sport en recreatie). Antwoord: Een dergelijke paragraaf is niet opgenomen in de begroting. Het spreekt voor zich dat bij de verdere uitwerking van het woningbouwprogramma, deze aspecten uiteraard worden meegenomen. We willen immers niet alleen ‘stenen stapelen’, maar er zeker ook voor zorgen dat de toevoeging van woningen leidt tot een versterking van de leefbaarheid van onze kernen en gemeente. Vraag 30: p. 127 1ste alinea 'Focus komt primair te liggen op het realiseren van betaalbare en duurzame woningen voor starters.' De voorgaande jaren is dit financieel niet haalbaar geweest.

Wat verandert er dat het de komende jaren wel financieel haalbaar gaat worden? Antwoord: Wij herkennen ons niet in de stelling dat deze woningen de afgelopen jaren niet gebouwd zouden zijn. Uit de onderbouwing van het raadsbesluit van 30 september jl. Blijkt dat de toekomstige programmering zich richt op 1/3 sociale huur, 1/3 betaalbaar en 1/3 overig segment. Vraag 31: P. 129 Tegel 'Een TaskForce wonen instellen.' Wat is de actuele stand van zaken? Wat zijn enkele van de resultaten van deze taskforce? P. 129 Tegel 'Instrumentarium inzetten dat bijdraagt aan versnelling woningbouw'. Antwoord: Voor wat betreft de Taksforce Wonen verwijzen wij naar de tekst in de begroting bij het betreffende onderwerp. De Taskforce is inmiddels opgevolgd door een ‘Programmatafel’. Deze 10

aanpak leidt tot een versnelling en verdieping van het proces, hetgeen de voortgang en kwaliteit ten goede komt. Deze werkwijze willen wij in 2026 daarom voortzetten. De wettelijke procedures onder de Omgevingswet worden gevolgd voor planologische wijzigingen. We richten alle nieuwe wettelijke instrumenten zodanig in dat deze geen belemmeringen vormen voor de processen en procedures. Daarnaast zijn we in overleg met het ministerie van BZK om te verkennen welke mogelijkheden er nog zijn ter versnelling van de woniningbouwopgave. Vraag 32: In 2026 stellen wij onze omgevingsvisie vast, met daarin integraal verbonden een woningbouwprogramma. Hoe staat het met voorbereiding en voortgang van de totstandkoming van een visie en programma? Antwoord: De vaststelling van de Omgevingsvisie Lijn50 staat gepland voor het eerste kwartaal van 2026. Aan de Omgevingsvisie is geen concreet woningbouwprogramma gekoppeld. De ‘Visie op Wonen’ vormt input voor de zogenaamde ‘couleur locale’ in de Omgevingsvisie. De woningbouwprogrammering is opgenomen in de tabel in de begroting.

Vraag 33: Nu staat er 'noodzakelijke verwerving van deze gronden'. Betekent dit dat de gemeente gaat onteigenen waar de huidige eigenaar niet van zins is om te verkopen? Op welke termijn is dit gepland en welke voorbereidingen worden hiervoor getroffen? Antwoord: Het voorkeursrecht is 19 februari 2025 op een aantal locaties gevestigd. Het voorkeursrecht betekent niet dat de eigenaar verplicht is te verkopen. Als de eigenaar niet van zins is te verkopen kan tot onteigening besloten worden. Voor onteigening is een onteigeningsbelang nodig. Dit houdt in dat onteigening bijvoorbeeld nodig is voor woningbouw. Deze woningbouw moet dan vastgelegd zijn in een vastgesteld omgevingsplan of een verleende omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit. Dit betekent dus concreet dat er eerst een omgevingsplan of omgevingsvergunning moet zijn voordat de raad een onteigeningsbeschikking kan nemen.

11

Vraag 34: P. 129 Tegel 'Uitvoering geven aan de woningbouwopgave'. De woningopgave bestaat uit 2/3 'betaalbaar'; sociale huur en betaalbare koop. De gemeente loopt realiseert dit niet in deze verhoudingen, en dit trekt verder scheef in recent gepresenteerde plannen. Hoe wordt geborgd dat bij nieuwbouw in de gewenste verhoudingen wordt gebouwd? Ook als daar geen financiële drijfveren voor zijn? Antwoord: Wij herkennen ons niet in de stelling. Zoals meermaals is aangegeven zullen wij onze totale woningbouwopgave voor de komende jaren in overeenstemming brengen met de Woondeal Limburg 2023-2030. Dus een kwalitatieve afspraak van ten minste 2/3 betaalbaar, waarvan 30% sociale huur, hoeft niet toegepast te worden op projectniveau, maar wel op het totale woningbouwprogramma. Vraag 35: Alinea 6 'Tot en met 2030 kan uitgegaan worden van een totale capaciteit van ca. 1657 woningen'. We nemen aan dat dit het maximaal eventueel te realiseren woningen betreft. Los van eventuele aantallen die maximaal gerealiseerd kunnen worden, vraag: welke woningen worden er gebouwd, en voor welke doelgroep? Antwoord: De tabel geeft inzicht in de woningbouwlocaties en het aantal woningen. Dit betreft geen maximaal maar ook geen minimaal aantal.

Het is een inschatting op basis van de huidige inzichten, waarbij het ene getal wat ‘harder’ is dan het andere, afhankelijk van de fase waarin het plan voor de betreffende locatie verkeert. Er wordt gebouwd voor alle doelgroepen (starters, doorstromers en ouderen) in de prijssegmenten, overeenkomstig de Limburgse Woondeal.

Vraag 36: P. 142 Tegel 'Betrekken raad bij implementatie Omgevingswet'. Uit de beschrijving komt meer een informatievoorziening naar voren. Dit is geen betrokkenheid waarbij de raad vroegtijdig in het proces haar inbreng kan leveren. Hoe kan dit beter worden georganiseerd?

Antwoord: De implementatie van de Omgevingswet is na de inwerkingtreding op 1 januari 2024 voortgezet. Voor bijvoorbeeld de Omgevingsvisie zijn er infosessie(s) geweest met de raad. Per product kan 12

er worden bekeken waar behoefte aan is. Voor de Algemene verordening deel 2 wordt er bijvoorbeeld een raadsthemabijeenkomst georganiseerd. Verder is de raadswerkgroep Omgevingswet ook nog een werkgroep die indien gewenst bij de voorbereidingen van een product kan worden gebruikt. Maatwerk per product en in de toekomst in overleg bekijken en afstemmen waar de behoefte ligt. Dit wordt bijvoorbeeld meegenomen in het plan van aanpak opstellen gebiedsdekkend omgevingsplan. Vraag 37: P. 162 'Bijdrages/subsidies'. Waarvoor geeft E-M €21.730 euro subsidie aan 'Zuid-Limburg Bereikbaar'? Antwoord: Doel: ZLB werkt in opdracht van de 16 Zuid-Limburgse gemeenten, de Provincie Limburg en het Rijk aan een gezamenlijke mobiliteitsopgave. Het doel is een slimme, schone en veilige mobiliteit in Zuid-Limburg te realiseren — oftewel: de mobiliteitstransitie vorm te geven. Projecten De projecten van ZLB richten zich op duurzame mobiliteit, waaronder: • • • • •

Communicatie rondom grote infrastructurele projecten (zoals de ondertunneling en verbreding van de A2). Bereikbaarheid bij grote evenementen. Werkgeversaanpak (stimuleren van duurzame woon-werkverplaatsingen). Fietsstimulering. Verkeersmonitoring en daarop gebaseerde sturing.

Deze projecten zijn opgenomen in het jaarplan van ZLB. Het jaarplan 2026 moet nog formeel worden vastgesteld. Financiering De financiering van de projecten is als volgt opgebouwd: • • •

Provincie Limburg: 20% subsidie Rijk: 17% subsidie Gemeenten: 63% (verdeeld naar rato van inwoneraantal over de 16 deelnemende gemeenten)

Het totaal aan bijdragen vormt de dekking van de kosten voor de uitvoering van het jaarplan. 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=e38372e3-89ec-40ee-926c-2927f2cc6d13