CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Schriftelijke vragen en antwoorden Programmabegroting Programma 4

* Raadsvergaderingen 7 november 2023, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Schriftelijke vragenronde5.469 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering 7 november 2023 Schriftelijke vragen Raadsvoorstel 4: Programmabegroting Programma 4 Wonen en leefomgeving

Vraag 1: Pag. 134. Staat van baten en lasten. Vraag 4.3 Veilige fiets- en wandelverbindingen Waarom staat er in de tabel bij de baten en lasten geen baten en lasten vermeld voor veilige fiets- en wandelverbindingen? Antwoord: Deze worden betaald uit de going-concern middelen die in de begroting zijn opgenomen. Er zijn geen noemenswaardige investeringen gepland. Vraag 2: Pag. 134. 4.5 Optimalisatie bereikbaarheid kernen De lasten zijn de komende jaren dalende. Wil dit zeggen dat de bereikbaar van onze kernen in uw ogen optimaal zijn? Antwoord: Het beleid ten aanzien van de bereikbaarheid van de kleine kernen zal de komende jaren niet noemenswaardig veranderen. De komende jaren wordt gewerkt aan een nieuwe concessie voor het openbare vervoer. Dat is ook het moment waarop wij als (landelijke) gemeenten bij de concessieverlener (provincie) zullen moeten aandringen op veranderingen ten aanzien van beleidsuitgangspunten, hierbij wordt gedacht aan een andere vorm van bereikbaarheid voor kleinere kernen en een beter alternatief voor toeristisch en recreatief verkeer. Vraag 3: Pag. 134. 4.4 Aanpak parkeren Eijsden en Margraten Baten 2024 € 0 2025 € 7650 2026 € 0 2027 € 7650 Waarop zijn deze baten gericht, en waarom zijn er in 2024 en 2026 geen baten? Antwoord: Dit betreffen de inkomsten van parkeervergunningen in de oude kern van Eijsden die eens per twee jaar worden afgegeven.

1

Vraag 1: Wat is de doorlooptijd voor bouwvergunningen op dit moment? Hoeveel ligt nog op de stapel? Antwoord: De wettelijke doorlooptijd van een reguliere vergunningaanvraag bedraagt 56 dagen. De doorlooptijd van aanvragen voor een omgevingsvergunning die volledig zijn en volgens de reguliere procedure worden afgehandeld, bedraagt in Eijsden-Margraten gemiddeld 32 dagen (kwartaalrapportage Q2 2023). Aanvragen die niet volledig zijn moeten door de aanvrager worden aangevuld. De doorlooptijd zal hierdoor oplopen. De wettelijke doorlooptijd wordt in dat geval stopgezet en gaat weer lopen zodra de aanvraag correct is aangevuld. Tot en met september 2023 zijn 2 van de 218 afgehandelde aanvragen van rechtswege verleend. Op dit moment (19-10-2023) zijn 81 aanvragen voor een omgevingsvergunningen in behandeling. Vraag 2: Het college geeft aan dat flexibele woonvormen wordt onderzocht, terwijl we via de media vernemen dat onderzoek naar flexibele woonvormen is gestopt? Antwoord: In juli heeft het college besloten af te zien van de flexibele woonvormen mede naar aanleiding van het pilot project in Scheulder, omdat er sprake was van een onevenredig hoog aantal spuitcirkels die over het perceel liggen en te hoge aanlegkosten van de benodigde voorzieningen om het perceel ‘bouwrijp’ te maken. Op 1 augustus jl.

heeft de Gemeente Eijsden-Margraten een brief ontvangen van Gedeputeerde Staten waarin de gemeente een trede op de interventieladder is gestegen vanwege het niet behalen van de taakstelling huisvesting statushouders voor het eerste deel van het jaar. Naar aanleiding van deze brief is nogmaals onderzocht welke maatregelen getroffen kunnen worden om de taakstelling te halen. Een van deze maatregelingen is toch de bouw van tijdelijke woningen. Het volledige overzicht van maatregelingen om de taakstelling te halen, is onlangs ook via een extra RIB aan uw raad toegestuurd. De besluitvorming in het college naar aanleiding van de brief van de provincie heeft zich gekruist met de berichtgeving in de media. Het betreffende interview werd reeds vóór de zomervakantie gegeven maar pas op latere datum gepubliceerd. Vraag 3: Waarom wordt er nog gestreefd naar een starterswoning van € 265.000,-? Najaar 2022 is een motie aangenomen waarin het bedrag voor een starterswoning is opgehoogd naar de nieuwe NHG grens. Antwoord: Correcte opmerking. Het bedrag van € 265.000 vloeit voort uit de voormalige verordening op de starterslening en had gewijzigd moeten worden in € 355.000 zoals elders in de toelichting op het programma Wonen van deze programmabegroting staat vermeld.

Het maximale bedrag dat voor betaalbare koopwoningen landelijk wordt gehanteerd is € 355.000 overeenkomstig de maximale NHGnorm voor 2022, ondanks dat de NHG-norm voor 2023 is verhoogd. Mocht de NGH-norm voor 2024 stijgen, wat op dit moment nog niet bekend is, dan is het niet uitgesloten dat dit voor volgend jaar wel van invloed is op de maximale norm voor betaalbare koop.

2

Vraag 4: Wij hebben vernomen dat onderzoek naar locaties voor flexibele woonvormen is stopgezet. Met andere woorden er zijn geen ontwikkelingen meer mogelijk? Antwoord: Nee, zie vraag 2. Het onderzoek naar 6 locaties voor tijdelijke woningen wordt voortgezet. Vraag 5: Waarom lukt het niet om kangoeroe-woningen te realiseren? We vernemen dat inwoners die dit willen realiseren hierin worden tegengewerkt. Antwoord: We hebben voor zover bekend in 2022 en 2023 geen formele aanvragen gehad voor kangoeroewoningen. We proberen positief om te gaan met aanvragen voor woningsplitsing, mantelzorg (voor zover niet vergunningsvrij) en andere mogelijkheden om een extra woning toe te voegen conform de woonbehoefte. Vraag 6: Hoe gaat de gemeente de achterstand statushouders inhalen voor de deadline 31 december 2023? Antwoord: Het wordt erg lastig deze achterstand voor het einde van het jaar in te halen. Hierover is nauwe afstemming met de Provincie Limburg. De verwachting is dat we de achterstand niet helemaal zullen inhalen en dat we de restant-opgave van 2023 in 2024 zullen moeten meenemen in de opgave voor dat jaar. In de bijlage bij de Raadsinformatiebrief aanpak achterstallige huisvestingstaakstelling statushouders d.d. 23 oktober jl.

is een overzicht van een aantal uitvoeringsmogelijkheden opgenomen voor de korte, middellange en lange termijn, waarmee invulling kan worden gegeven aan onze opgave. Vraag 7: Hoeveel woningen worden gerealiseerd in 2024-2027? Antwoord: In de RIB van 18 september jl. hebben wij uw raad een update gegeven van de stand van zaken van de woningbouwopgave ten opzichte van de woningbouwplannen. Op pagina 3 van deze RIB is een tabel opgenomen met de verwachte jaarlijkse woningrealisatie in onze gemeente. Zoals u in deze tabel kunt zien gaan wij voor het jaar 2024 uit van 108 woningen en voor 2025 van 192 woningen. Voor de jaren na 2025 kunnen wij op dit moment geen ‘harde’ voorspellingen doen. Daarom zijn de te verwachten woningen in die jaren samengevoegd tot één getal, nl. 259. Tijdens de ateliersessie met uw raad over de uitgangspunten voor de invulling van onze woningbouwopgave voor de komende jaren, zullen wij o.a. nader ingaan op de planning van de woningbouwplannen. In Q1 2024 zullen wij uw raad dan weer informeren over de meest actuele stand van zaken door middel van de ‘grote tabel’ met de gekleurde kolommen en een aangepaste planning van de te verwachten woningen per jaar. Vraag 8: Wanneer wordt integraal woningbouwplan aan de raad voorgelegd? In bestuursakkoord staat voor 17-2023? Antwoord:

3

Op 4 april jl. is de integrale woningbouwopgave aan uw raad gepresenteerd en hierover van gedachten gewisseld. In navolging hierop volgt op 26 oktober a.s. een nieuwe sessie met uw raad om overeenstemming te krijgen over de wijze van invulling van deze opgave, zodat deze invulling ook door uw raad gedragen wordt. Vraag 9: Er wordt geschreven dat onderzoek naar verkeersveiligheid in Oost- Maarland in relatie tot kasteel Oost. Nu er straks meer verkeersbewegingen zijn richting Kasteel Oost zal drukte toenemen. Hiervoor zullen verkeerstechnische maatregelen getroffen moeten worden. In hoeverre betaalt de ontwikkelende partij mee aan deze maatregelen? P. 263 Antwoord: Het college heeft onlangs haar zorgen geuit ten aanzien van de verkeersveiligheid op het kruispunt Kasteellaan/Catharinastraat/Kloppenbergweg. Bij de rehabilitatie van dit wegvak en de planvoorbereiding wordt een verkeerskundig onderzoek gedaan naar de meest verkeersveilige oplossing. Ten aanzien van de kosten en een eventuele bijdrage is nog niet gesproken.

Vraag 10: Wat is de status van de gebiedsvisie rondom het stationsgebied Eijsden? In oktober 2022 werd de bestuursopdracht gegeven. Antwoord: In de bestuursopdracht van 18 oktober 2022 is ook de voorgestane planning weergegeven. Het proces verloopt conform deze planning. Dit houdt concreet in dat in Q3-Q4 2023 betrokkenen en inwoners worden benaderd met de vraag wat zij belangrijk vinden en graag willen terug zien in de Gebiedsvisie. Voor de raad wordt een sessie in Q1 2024 gepland. De vaststelling van de visie is voorzien in Q1-Q2 2025. Vraag 11: Paragraaf 4.6 college geeft aan onverkort aan uitvoering te geven aan het huidige MIP riool. Heeft het college geen lering getrokken uit de overstromingen van afgelopen jaar waarbij diverse straten, kelders, bedrijven onder water zijn gelopen? Blijven we vasthouden aan het oude plan MIP wegen en riool? Antwoord: Afgelopen zomer hebben we 3 enorme regenbuien gehad van ongeveer 40 mm in 30 minuten. Ons riool is berekend en aangelegd op 29 mm in 1 uur. Dit hebben we ook zo vastgelegd in ons Waterplan 2023-2027 (GRP) dat in december 2022 door uw raad is vastgesteld. Op basis van deze neerslagberekening is ook het onderhoud bepaald en de investeringen aan ons rioolstelsel bepaald.

Indien we ons rioolstelsel gaan inrichten op een bui van 40mm in 30 minuten ontstaat een enorm investeringsvolume wat resulteert in een enorme stijging van de rioolbelasting. De rioolstijging welke in december 2022 is besproken was gelet op de stijgende energieprijzen en andere heffingen per huishouden al onredelijk. Vandaar dat wij nu aan de hand van meldingen hebben gekeken waar de concentraties zijn van de wateroverlast en in deze gebieden een onderzoek laten doen naar de riolering, afstromingsgebieden en profielen en ons laten adviseren over te nemen maatregelen. Als deze maatregelen binnen de begroting 2024-2027 opgelost kunnen worden, doen wij dat zeker. Indien de oplossingen meer investeringsvermogen vergen, zullen wij een raadsvoorstel hiervoor aanbieden.

4

Vraag 12: Wanneer wordt het GRP (gemeentelijk rioleringsplan geactualiseerd? Antwoord: 2027, het waterprogramma 2023-2027 is in december 2022 door uw raad vastgesteld. Vraag 13: Er wordt gesproken over MOP Wegenbeleidsplan. Houden we het kwaliteitsniveau op minimaal C niveau, liggen we op schema qua weg inspecties?, wat zijn de resultaten van de inspecties en hoe staan deze vertaalt in de onderhoudsbegroting? Antwoord: Ons minimale onderhoudsniveau dat is vastgesteld in het wegenbeleidsplan 2021-2024 is niveau B. Eens per 2 jaar laten wij een inspectie uitvoeren en zien wij de bevindingen, welke worden geanalyseerd. Als wij dan selecteren op niveau C en D en koppelen dit aan het onderhoudsprogramma wegen en het meerjareninvesteringsplan (MIP) wegen zien we dat we veel van de schadebeelden oplossen in de termijn van 4 jaar. Met andere woorden we liggen op schema. In 2024 wordt een nieuw wegenbeleidsplan opgesteld en zal aan uw raad ter vaststelling worden aangeboden. Vraag 14: De grote 5 gemeente van Limburg, Provincie en Waterschap hebben met Bouwend Nederland afgesproken dat ze per 1 januari 2024 emissieloos gaan aanbesteden. Men heeft gekozen voor de Eindhovense variant.

Wanneer denk Gemeente Eijsden-Margraten emissieloos te gaan aanbesteden en mogelijk de aansluiting bij de andere gemeente zoekt? Zo kunnen als Eijsden-Margraten op korte termijn niet alleen een bedragen aan CO2 uitstoot maar helpt ons ook in stikstofproblematiek. Antwoord: Onze gemeente volgt deze ontwikkeling, maar is zich ook bewust dat dit eventueel gevolgen heeft voor de prijs en de doorlooptijd van de aanbesteding Vraag 15: Kan aangegeven worden op welke manier we borgen dat de Omgevingswet en de Wkb voldoende is geïmplementeerd in de begroting? Antwoord: Bij het opstellen van de begroting is zowel financieel als beleidsmatig rekening gehouden met de Omgevingswet en de Wkb. In financiële zin waren de legesopbrengsten al eerder naar beneden bijgesteld. Vraag 16: Zo niet, hebben we de inkomsten dan op een andere manier gedekt? Wordt het voor initiatiefnemers dan niet extra duur om een vergunning aan te vragen als ze ook nog een kwaliteitsborger moeten inschakelen en betalen naast de leges? Antwoord: In het kader van de Wet private kwaliteitsborging wordt de technische toets niet meer uitgevoerd door de gemeente. Dit betekent dat ook geen leges worden geheven voor de uitvoering van deze werkzaamheden. 5

Vraag 17: Waarom gaat het traject van de omgevingsvisie niet zoals voorzien. En hoe gaat de gemeente ervoor zorgdragen dat ze hiervoor gereed zijn voordat hij in werking treedt? Antwoord: Het traject van de omgevingsvisie is op verzoek van de drie raden (toegelicht tijdens de raadsbijeenkomst met Lijn 50 op 28 februari 2023) o.a. met extra participatie-momenten en overleg met onze ketenpartners (o.a. waterschap, GGD, provincie) ingericht. Ook volgen er in de toekomst in dat licht extra werksessie met de colleges en raden. Hierbij worden de recente landelijke en maatschappelijke ontwikkelingen niet uit het oog verloren. Verder heeft de landelijke wetgever bepaald dat gemeenten niet op 1 januari 2025 een omgevingsvisie moeten hebben, maar pas op 1 januari 2027. Vraag 18: Wanneer wordt het groenbeleidsplan geactualiseerd en worden de groenstructuurplannen opgesteld? Antwoord: Het Groenbeleidsplan dateert van 2020 en is nog actueel. Wel willen we in 2024 een groenstructuurplan binnen bebouwde kom opstellen, zoals de raad dit heeft gevraagd in het bestuursakkoord 2023-2026. Vraag 19: Wat is de insteek van de gemeente voor de prestatieafspraken 2024-2027? Antwoord: De afspraken zijn momenteel in voorbereiding en dienen begin december a.s. bestuurlijk bekrachtigd te worden.

De insteek zal gericht zijn op het in stand en betaalbaar houden van de huidige sociale woningvoorraad, de inzet voor het beschikbaar stellen en realiseren van (extra) huisvesting voor statushouders en mede invulling geven aan onze integrale woningbouwopgave, zoals die met uw raad op 26 oktober a.s. besproken wordt. Voor het invullen van deze opgave is de inzet van de corporaties dan met name gericht op de woningbouwopgave voor sociale en midden-huur en in bepaalde mate voor wat de woonzorgopgave betreft. Vraag 20: Wanneer kunnen we de concept-omgevingsvisie tegemoet zien? Antwoord: Op dit moment worden de participatie-inbreng, de reacties van de ketenpartners (o.a. waterschap, GGD, provincie) en de ambtelijke reacties verwerkt. Momenteel wordt ook in relatie tot de landelijke en maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen bekeken hoe de verdere planning richting de conceptontwerp-omgevingsvisie wordt ingevuld. Zie verder ook het antwoord vraag 17 over de nieuwe datum van vaststellen.

6

Vraag 1: De opgave van ongeveer 750 betaalbare woningen voor 2030 is een nobel streven. Maar hoe wil de gemeente dit bereiken? Zijn hier ook de nieuwste plannen van het kabinet in meegenomen? Antwoord: De wijze van invulling van deze opgave gaan wij op 26 oktober a.s. met uw raad bespreken. In de opgave van circa 750 woningen, zitten niet de nieuwste plannen van ons kabinet opgenomen, maar ook dat wordt op 26 oktober a.s. nader aan uw raad toegelicht. Vraag 2: Het woonbehoefte onderzoek laat resultaten zien die wij niet in onze omgeving herkennen. Wij horen heel andere geluiden welke behoeftes er leven aan soorten woningen. Hoe is dit onderzoek tot stand gekomen? Zijn de resultaten van het onderzoek leidend voor de plannen van de gemeente? Antwoord: Het woonbehoefteonderzoek is tot stand gekomen door het inventariseren en analyseren van alle relevante feiten en gegevens die nodig zijn om zicht te krijgen op de huidige en toekomstige woonbehoefte van Eijsden-Margraten. Aanvullend hierop heeft nog een woonbehoefte-enquête plaatsgevonden, om ook de ‘mening in de straat’ te peilen. Aan deze enquête hebben 367 inwoners deel genomen. Uit de (subjectieve) resultaten van deze enquête bleken overigens geen significante afwijkingen voort te vloeien ten opzichte van de objectieve geanalyseerde meetresultaten.

Behoefte aan betaalbare woningen voor ouderen en jongeren en doorstromingsmogelijkheden voor diverse doelgroepen in zowel het huur- en koopsegment, bleek uit beide onderzoeken. Deze beide onderzoeksresultaten hebben dan ook geleid tot de uiteindelijke resultaten van het woonbehoefteonderzoek, die de leidraad vormen onze integrale woningbouwopgave. Dit wil niet zeggen dat wij niet openstaan voor andere persoonlijke woonwensen als deze ruimtelijk aanvaardbaar zijn. Echter deze zijn niet leidend voor de invulling van de algehele woonbehoefte. Vraag 3: In hoeverre is de nieuwe ontwikkeling meegenomen om in iedere kern een straat erbij te bouwen. Om zo snel mogelijk aan de woningbehoeften te voldoen. Is dit voor ons in iedere kern mogelijk? Als hiernaar gekeken wordt, worden de risico’s dan meegenomen? Antwoord: Over de mogelijkheid en noodzaak van “het extra straatje in de kleine kern” zal met uw raad op 26 oktober a.s. van gedachten worden gewisseld. Vraag 4: Afspraken met woningcorporaties leveren weinig op. Hoe wil men deze instanties stimuleren om hiermee aan de slag te gaan om betaalbare woningen te bouwen? Is het niet beter dat wij als gemeente een soort coöperatie oprichten om zo veel mogelijk sturing te geven aan de snelle bouw van goedkopere woningen?

7

Antwoord 4a. Met het afsluiten van de provinciale woondeals, heeft de Minister voor de corporaties een einde gemaakt aan de na-ijl effecten van de vastgoedcrisis en hun meer investeringsmogelijkheden geboden. Hierdoor kunnen de corporaties weer meer gemeentelijke partner worden, zoals voor genoemde crisis. Dit heeft er toe geleid dat de drie grootste in onze gemeente werkzame corporaties onlangs schriftelijk hebben verklaard mede invulling te willen geven aan onze integrale woningbouwopgave. Zij wachten een concreet antwoord onzerzijds hierop af. Dat antwoord zal grotendeels afhangen van het resultaat van het overleg dat wij met uw raad op 26 oktober a.s. hebben. Uw raad bepaalt immers de richting/ kaders voor het invullen van deze opgave. 4b. Zie antwoord algemene beschouwingen 2023 / onderstaande : Een gemeente heeft over het algemeen niet de specifieke kennis (expertise) in huis die bijvoorbeeld woningcorporaties hebben om goed en goedkoop te bouwen en vervolgens ook te beheren. Deze specifieke kennis: lees capaciteit om uit te voeren, zou dus geworven moeten worden. Ook zullen voor deze nieuwbouw dezelfde voorwaarden moeten gelden als voor een particulier belegger. Als de gemeente voor zichzelf bijvoorbeeld lagere grondprijzen zou hanteren, of zichzelf minder voorwaarden stelt, is er sprake van oneerlijke concurrentie en daarmee waarschijnlijk ongeoorloofde staatssteun.

Het oprichten van een eigen woningbedrijf zou een hele aparte gemeentelijke dienst tot gevolg hebben. Daarnaast rest de vraag of door een gemeentelijk bouwbedrijf meer sturing gegeven kan worden. Door het afsluiten van bijvoorbeeld anterieure overeenkomsten met ontwikkelaars waarin het woonsegment wordt vastgelegd, alsmede door het maken van prestatieafspraken met corporaties kan ook gestuurd worden op de juiste segmentering. Vraag 5: Wordt er naast oog voor milieu ook rekening gehouden met toegankelijkheid voor medebewoners met beperkingen bij het verbeteren van onze openbare ruimten? Antwoord: Ja, een vertegenwoordiger van het platform zorgvragers Eijsden-Margraten maakt onderdeel uit van de verkeerscommissie en mag het college gevraagd en ongevraagd adviseren ten aanzien van de toegankelijkheid van de openbare ruimte. Vraag 6: In de Limburger geeft de wethouder aan niet meer naar tiny houses als woonvorm te kijken. Wordt er in 2024 opnieuw gekeken naar tiny houses of alternatieve woonvormen in het nieuwe jaar? Antwoord: ‘Tiny house’ is een verwarrende term. Een tiny house is niet per definitie tijdelijk. Vandaar dat de term ‘tijdelijke woning’ de voorkeur heeft. Deze kan immers ook in grootte verschillen, al naar gelang de behoefte van het aantal te huisvesten personen.

In 2024 wordt gekeken om tijdelijke woningen te realiseren ten behoeve van de huisvesting van statushouders. Hiervoor zijn 6 gemeentelijke locaties in beeld. Ruimtelijk onderzoek zal moeten uitwijzen of deze locaties uiteindelijk ook daadwerkelijk geschikt zijn. Vraag 7: pg 132: wat wordt verstaan onder gevarieerd woningaanbod? Wie is en wat doet de Taskforce Wonen? Hoe ziet men de inzet op flexibele woonvormen?

8

Antwoord: Wie is en wat doet de Taskforce Wonen? Verwezen wordt naar de beantwoording van vraag 2 van ODE over dit onderwerp. Hoe ziet men de inzet op flexibele woonvormen? Het college zet op 6 locaties in op de realisatie van tijdelijke woningen ten behoeve van de huisvesting van statushouders. Vraag 8 “Speciale aandacht gaat uit naar de oversteek in de kern Margraten van Termaar naar het dorp.” Maar wat wil dit concreet zeggen, aangezien dit al langer wordt gezegd? Welke concrete acties worden hiervoor ondernomen? Antwoord: De provincie Limburg is wegbeheerder. Samen met de provincie is onlangs ter plaatse de situatie bekeken. Daarnaast heeft de provincie de oversteek gemonitord en de ongevallengegevens geraadpleegd. De provincie acht verdere maatregelen niet noodzakelijk. Aangedragen alternatieven als het plaatsen van een haag om de voetgangers te geleiden naar de oversteekplaats leiden tot verkeersonveiligere situaties omdat deze het uitzicht belemmeren voor het gemotoriseerd verkeer. Vraag 9: “Parkeeronderzoeken voor Margraten en Eijsden uitvoeren.” Is het onderzoek inmiddels afgerond en worden er acties aan verbonden? Zo ja, kunt u een overzicht geven welke acties dit zijn? Of wordt er nog meer onderzoek gedaan? Antwoord: Het parkeeronderzoek voor Margraten staat gepland in 2024. Het parkeeronderzoek in Eijsden is nog lopende.

We hebben een parkeervisie geschreven en aan een groep van bewoners van de Diepstraat-Spauwenstraat, Kerkstraat en ondernemers voorgelegd. We hebben niet het idee dat we hier consensus over hebben. De 3 groepen zijn in de gelegenheid gesteld om medio november een reactie om de concept-parkeervisie te geven. Als we consensus hebben willen we dit verder uitrollen. Als we geen consensus hebben gaan we terug naar de “tekentafel”. Vraag 10: De ambities betreffende bereikbaarheid van de kleine kernen door het OV blijven hetzelfde tov andere jaren. Wat wordt er nu concreet gedaan om het probleem van de bereikbaarheid van de kleine kernen en de drukte door de kernen op te lossen. Antwoord: De komende jaren wordt gewerkt aan een nieuwe concessie voor het openbare vervoer. Dat is ook het moment waarop wij als (landelijke) gemeenten bij de concessieverlener (provincie) zullen moeten aandringen op veranderingen ten aanzien van beleidsuitgangspunten, hierbij wordt gedacht aan een andere vorm van bereikbaarheid voor kleinere kernen en een beter alternatief voor toeristisch en recreatief verkeer. Vraag 11: p.181: “Opstellen gebiedsvisie Cadier & Keer, totaal €150.000… “ Wat zijn de doelstellingen, uitgangspunten, kaders en door wie worden deze opgesteld? Wanneer worden de raad en de bevolking hierin gekend, hoe en wanneer kunnen raad en bevolking participeren?

9

Antwoord: Zoals ook bij de Gebiedsvisie Stationsomgeving zal dit proces gestart worden met een Bestuursopdracht van de raad aan het college. Onderwerpen zoals in de vraag benoemd, waaronder op welke wijze de raad en bevolking betrokken wordt, worden hierin meegenomen.

Vraag 1: Pag. 260. De uitgaven aan de riolering nemen de komende jaren af zo blijkt richting 2027. Toch blijken er na de regens van deze zomer serieuze problemen te zijn, onder andere in de Martinusstraat. Kunt u aangeven hoe dit aangepakt gaat worden? Antwoord: Afgelopen zomer hebben we 3 enorme regenbuien gehad van ongeveer 40 mm in 30 minuten. Ons riool is berekend en aangelegd op 29 mm in 1 uur. Dit hebben we ook zo vastgelegd in ons Waterplan 2023-2027 (GRP) door uw raad in de vergadering van december 2022. Op basis van deze neerslagberekening is ook het onderhoud bepaald en de investeringen aan ons rioolstelsel bepaald. Indien we ons rioolstelsel gaan inrichten op een bui van 40mm in 30 minuten ontstaat een enorm investeringsvolume wat resulteert in een enorme stijging van de rioolbelasting. De rioolstijging welke in december 2022 is besproken was gelet op de stijgende energieprijzen en andere heffingen per huishouden al onredelijk. Vandaar dat wij nu aan de hand van meldingen hebben gekeken waar de concentraties zijn van de wateroverlast en in deze gebieden een onderzoek laten doen naar de riolering, afstromingsgebieden en profielen en ons laten adviseren over te nemen maatregelen. Als deze maatregelen binnen de begroting 2024-2027 opgelost kunnen worden, doen wij dat zeker.

Indien de oplossingen meer investeringsvermogen vergen, zullen wij een raadsvoorstel hiervoor aanbieden. Vraag 2: Pag. 263. Hier is onverwachts en voor ons onduidelijk sprake van een rotonde in St. Geertruid (2023). Graag nadere uitleg hierover. Ook over een eventuele rotonde in de Catharinastraat is ons niets onbekend, graag duiding. Antwoord: Het college maakt zich zorgen over de verkeersveiligheid op het kruispunt Burg. Wolfsstraat/Karreweg in Sint Geertruid en het kruispunt Kasteellaan/Kloppenbergweg/Catharinastraat in Oost-Maarland. In Sint Geertruid is het plan Karreweg recent aangesloten op de Burg. Wolfsstraat, nadat een 20-tal woningen aan het plan zijn toegevoegd (oplevering Q1 2024). De verkeersdrukte die op het kruisingsvlak is ontstaan (ook ter ontsluiting van het totale plan van ruim 80 woningen) noopt om de al eerder geplande rotonde (bestemmingsplan Sint Geertruid 2013) nu ook daadwerkelijk te realiseren. Voor wat betreft het kruispunt Kasteellaan/Kloppenbergweg/Catharinastraat in Oost-Maarland dient nog een verkeersonderzoek plaats te vinden. Duidelijk is wel dat door de komst van een hotel met restaurant er verkeersmaatregelen op het kruisingsvlak noodzakelijk zijn.

10

Vraag 1: P132 Uit het recentelijk uitgevoerde woningbehoefteonderzoek volgt een opgave tot 2030 van ca. 710 woningen, waarvan 610 koopwoningen en 100 huurwoningen. Rekeninghoudende met een wenselijke schaarste van 1% dient uitgegaan te worden van het realiseren van in totaal circa 600 woningen waarvan ca. 465 (78%) koopwoningen en ca. 135 (22%) huurwoningen. • Is de wenselijke schaarste niet 2%? • Volgens het schema op p 283 is een derde van de woonopgave tot 2030 al min of meer geregeld. Waarom blijft u het totale aantal en niet de werkelijke opgave tussen nu en 2030 opvoeren? Antwoord: In het algemeen wordt een schaarste in de woningvoorraad van 2% als wenselijk gezien in een ideale woningmarktsituatie. In onze gemeente ligt deze momenteel onder de 1%. Het creëren en beheersen van een ideale woningmarktsituatie heeft een gemeente vanwege diverse externe factoren (bijv. verhoging hypotheekrente, economische omstandigheden, grondstofkosten) niet in de hand. Een hoger schaarste percentage kan ook averechts werken. Een hogere schaarste kan leiden tot ongewenste effecten, zoals hoge prijzen (als gevolg van de hogere schaarste) en minder mobiliteit (minder verhuisgeneigdheid). Een woningschaarste van 2% wordt doorgaans niet als wenselijk beschouwd. Het is eerder een indicator van een tekort aan betaalbare huisvesting en kan leiden tot de voornoemde problemen.

Overheden en beleidsmakers streven meestal naar het verminderen van woningtekorten om de kwaliteit van leven te verbeteren en sociale en economische stabiliteit te bevorderen. Het schema geeft de verwachte (geprognotiseerde) woonbehoefte aan voor de periode t/m 2030. Voor 1/3 van deze verwachte opgave zijn reeds plannen ontwikkeld of in ontwikkeling. Het betreft dus planvoorraad die naar alle waarschijnlijkheid wordt gerealiseerd. M.a.w. voor dit aantal hoeven geen nieuwe plannen ontwikkeld te worden. Dat wil dus nog niet zeggen dat alle uit deze plannen voortvloeiende woningen reeds gerealiseerd zijn. Wij moeten deze planvoorraad vanaf 2022 in acht nemen, om overcapaciteit door nieuwe woningbouwplannen te voorkomen. Vraag 2: P 283 Bij brief d.d. 15 september 2022 hebben wij uw raad reeds geïnformeerd over de instelling van de Taskforce Wonen. • Hoe is deze Taskforce samengesteld (staat niet in RIB) • Hoe gaat deze Taskforce te werk? (Staat niet in RIB) • Welk Nederlands woord staat voor Taskforce? Antwoord: Samenstelling Door middel van de brief van 15 september 2022 bent u geïnformeerd over de samenstelling, doelstelling en werkwijze van de ingestelde Taskforce Wonen.

Zoals aangegeven in de betreffende brief hebben alle relevante disciplines binnen de organisatie zitting in de Taskforce (Volkshuisvesting/wonen, RO, duurzaamheid, grondzaken, financiën, openbare ruimte, sociaal domein, communicatie). De portefeuillehouder Wonen, wethouder Custers, is voorzitter van de

11

Taskforce. Maar ook wethouder Piatek heeft zitting in de Taskforce, vanwege de woonzorg-opgave die ook het Sociaal Domein raakt. Ten behoeve van de afstemming van de inzet van de interne medewerkers en teams, heeft het hoofd Afdeling Fysieke Ruimte zitting in de Taskforce. Hij kan vanuit zijn positie sturen op de inzet van de medewerkers van zijn eigen afdeling of afstemmen binnen het MT en met de directie over de inzet van medewerkers van andere afdelingen of over externe inhuur als de interne capaciteit onvoldoende blijkt. Werkwijze In de Taskforce wordt bezien waar vertraging of andere problemen ontstaan bij de projecten, waar extra financiële of personele inzet nodig is, waar nadere afstemming binnen de organisatie gewenst is, of nieuwe locaties ontwikkeld moeten worden, etc. Het feitelijk ontwikkelen van locaties gebeurt niet in of door de Taskforce, maar door het team Wonen. De werkwijze van de Taskforce zal mede op basis van de uitkomsten van de ateliersessie met uw Raad op 26 oktober a.s. over de uitgangspunten voor de invulling van ons woningbouwprogramma voor de komende jaren, in Q4 2023 geëvalueerd worden. Nederlands woord voor Taskforce Een Nederlands woord is ‘werkgroep’ of ‘taakgroep’.

Deze termen worden vaak gebruikt om te verwijzen naar een tijdelijke groep mensen met specifieke taken of verantwoordelijkheden binnen een groter project of doel, in dezen dus onze woningbouwopgave. Vraag 3: P 132 Verwacht wordt dat hiertoe een visie en een verordening dient te worden opgesteld waarmee een passende woningtoewijzing voor deze doelgroep wordt georganiseerd. U gaat een visie opstellen en een verordening maken, nu over woningtoewijzing (de huisvesting van statushouders en andere urgenten, of is het breder?). Wat zult u dan kunnen wat u nu niet kunt? Antwoord: Zoals in de toelichting op ons woonbeleid in de programmabegroting wordt weergegeven, zal de meerwaarde van deze verordening onderzocht worden, als de “Wet versterking regie op de volkshuisvesting” in werking treedt. Uit dit onderzoek zal dan ook blijken wat wij dan meer kunnen (sturen) dan nu het geval is, dan wel zonder deze verordening mogelijk zou zijn. Vraag 4: Er is vraag naar eenpersoonswoningen, wanneer gaat u daarmee aan de slag en hoe wilt u dat doen? Antwoord: Doordat, vanwege de verwachte demografische ontwikkeling, de vraag naar woningen voor kleinere huishoudens (1-2 persoons) de komende jaren zal toenemen, sturen wij bij nieuwe woningbouwinitiatieven hier meer op aan en leggen afspraken hierover vast in anterieure overeenkomsten met de initiatiefnemers.

Voor de sociale doelgroep maken wij hierover afspraken met de in onze gemeente werkzame woningcorporaties. Wij sturen hier al een tijd op. Daarom zijn voor deze woningen momenteel diverse plannen in ontwikkeling, diverse plannen in uitvoering en zijn deze woningen op diverse locaties recent opgeleverd. Vraag 5: P138 U schrijft Veelal worden flexibele woonvormen gelijk verwant aan tijdelijke bouwwerken. Ook hier staan wij in beginsel niet negatief tegenover, maar in de realisatie hiervan gaan wij de komende 12

jaren geen actieve rol in vervullen. De inzet van de benodigde middelen voor tijdelijke woningbouw (vooral tijd en geld) wegen niet op tegen het resultaat hiervan, namelijk een duurzame invulling van onze woningbouwopgave. Eventueel tijdelijke woningbouw laten wij dan ook aan particulieren of marktpartijen over. Hoe omschrijft u een duurzame invulling van de woningbouwopgave? Antwoord: Het college streeft naar een duurzame invulling van de woningbouwopgave. Dit betekent vooral dat de middelen die de gemeente hiervoor heeft op zo effectief mogelijke manier worden ingezet. Kwaliteit, duurzaamheid (volgens de uitgangspunten van duurzaamheid die de gemeente heeft opgesteld) en betaalbaarheid zijn hierbij belangrijk. Vraag 6: Het komt over alsof u ervaring heeft met tijdelijke woningen? Welke ervaring is dat? Antwoord: Binnen de gemeente zijn reeds enkele tijdelijke woningen gerealiseerd. Hieruit is lering getrokken en bij de ontwikkeling van nieuwe locaties voor tijdelijke woningen wordt deze ervaring meegenomen. O.a. de kwaliteit van de tijdelijke woningen zal beter bekeken worden. Vraag 7: P138 ‘Op basis van integraal woningbouwplan vastgestelde omgevingsplannen voorleggen aan de raad’. U spreekt over de intergrale woningbouwopgave E-M 2023-2030 Waar vinden we die? Dit document staat niet bij de kaderstellende documenten.

Antwoord: Een (integrale) woningbouwopgave is geen beleidsdocument dat kaders stelt, dan wel regelgeving vormt, maar geeft inzicht op en richting aan onze (integrale) woningbouwgave voor een bepaalde periode. Deze opgave is 4 april jl. met uw raad besproken en wordt weergegeven in de raadsinformatiebrief van 15 mei jl. Op 26 oktober a.s. volgt een vervolgsessie met de raad over de invulling van deze opgave. Het woord “integraal” geeft aan dat wij zo goed mogelijk rekening willen houden met de huisvestingsopgave voor alle doelgroepen, waaronder ook statushouders en zorgvragers. Vraag 8: MOBILITEIT Voor de optimalisatie bereikbare kernen is slechts € 32.300, - uitgetrokken en dat vermindert de komende jaren zelfs. Waar wil men dit geld aan uitgeven? Antwoord: Het budget 2024 is bestemd voor : € 20.000 onderzoek herinrichting stationsomgeving Eijsden € 10.300 energie- en onderhoudskosten abri’s (bushokjes) € 2.000 bijdrage buurtbus.

Vraag 9: Pag.283 3e bullet: Wat bedoelt u met grootschaligere project bouw?

13

Antwoord: Projecten die veelal bestaan uit diverse woonsegmenten en bestemd zijn voor diverse doelgroepen en een bepaalde omvang hebben. De omvang van deze projecten hangt veelal af van de schaalgrootte van de betreffende kern. Het betreft in ieder geval geen initiatieven bestaande uit enkele woningen, maar veelal een met marktpartijen ontwikkeld grootschaliger (woning)bouwproject, waar de omvang van het aantal woningen de realisatie van sociale en goedkopere woningbouw voor diverse doelgroepen veelal financieel haalbaar maakt. Vraag 10: Woonzorgvisie vermeldt de behoefte aan 242 nul-treden woningen. Waarom zijn deze niet opgenomen in de kwantitatieve woning opgave? Antwoord: Deze opgave maakt onderdeel uit van onze integrale woningbouwopgave. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 7. Vraag 11: Tot 2025 is de woningbouw opgave voor E-M 239. Hoe onderbouwt u de opgave van 750 tot 2030, gezien het feit dat de behoefte in onze vraag 2 niet is opgenomen? Zou dit niet inclusief moeten zijn? Antwoord: De Limburgse Woondeal 2023-2030 is opgebouwd uit twee termijnen, namelijk 2023-2025 en 20252030. In de eerste termijn gaan wij uit van de realisatie van circa 239 woningen. Deze woningen maken uiteraard onderdeel uit van de totale opgave voor de periode 2023-2030, oftewel van de 750 woningen waarnaar in de vraag verwezen wordt.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=0c10e219-37b6-4971-9fc7-96c1acc01220