CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Schriftelijke vragen en antwoorden Programmabegroting Programma 2

* Raadsvergaderingen 7 november 2023, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Schriftelijke vragenronde6.792 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering 7 november 2023 Schriftelijke vragen Raadsvoorstel 4: Programmabegroting Programma 2 Landbouw, Landschap en Plattelandseconomie

Vraag 1: Pag. 71. 2.1 Behoud en versterken landschapskwaliteiten Biodiversiteit en landschappelijke attractiviteit hangen samen met een goed beheer van het landschap. Door het wegvallen van middelen voor beheer en de afname van de agrarische sector, zijn nieuwe verdienmodellen nodig om het landschap duurzaam te kunnen onderhouden. In dat licht wordt ingezet op het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen rondom beheer van het landschap, waarbij op innovatieve wijze op zoek gegaan wordt naar inbreng van ondernemers en de bezoekers alsmede onze eigen inwoners. We zetten tevens in op het vergroten van de biodiversiteit en vergroening in het buitengebied. We passen ecologisch bermenbeleid toe en bevorderen het bijenwelzijn. Tevens leggen we flora en faunastroken aan en planten we hagen, (fruit)bomen en (pluk)bossen. Hierdoor ontstaan nieuwe leefgebieden voor bijvoorbeeld vogels en insecten, worden bestaande leefgebieden met elkaar verbonden en wordt de biodiversiteit versterkt. Mede door in te zetten op strategische grondaankopen wordt onder andere bijgedragen aan het realiseren van ecologische verbindingszones en natuurontwikkeling. Daarnaast wordt hiermee de belevingswaarde van ons landschap voor inwoner en bezoeker verhoogd. Op het plateau van Margraten heeft sinds de ruilverkaveling een grote kaalslag plaatsgevonden van ons landschap.

Je kunt hier gerust spreken van het verdwijnen van het traditionele Limburgse landschap. Traditionele habitats en verbindingen zijn in de loop van de tijd verloren gegaan. Een gebied tussen drie N2000 gebieden zo kaal als een woestijn met door de hoge ligging vergezichten van een vliegveld en chemiefabriek ten noorden, bedrijvigheid en bruinkoolcentrales ten oosten en de aanplant van windturbines ten westen op Belgisch gebied. Vraag: In hoeverre wordt er naast de genoemde N2000 gebieden gewerkt aan en worden er strategische grond aankopen gedaan om dit gebied weer in ere te herstellen? Wellicht zijn er mogelijkheden die onze provincie bied, denk aan het provinciaal beleid in het kader van de groene long om gebieden te vergroenen, waar wij gebruik van kunnen maken. Worden er overleggen gepleegd met provincie en eventueel grondeigenaren, natuurinstanties en vinden er of zijn we voornemens om initiatieven plaats te laten vinden om dit gebied weer Limburgs landschap waardig te maken? Antwoord: Via het LPLG (Limburgs Programma Landelijk Gebied) zijn we nauw in contact met de provincie, terreinbeherende organisaties, waterschap en LLTB.

Door diverse partijen is geopperd om in het kader van de 14 te realiseren doelen van het LPLG een soort grondbank of iets dergelijks op te richten waarin met name de overheidgerelateerde organisaties samenwerken inzake grond aankoop om de LPLG doelen te bereiken en elkaar niet te beconcurreren. Dit is meegenomen in het plan van aanpak van de LPLG.

1

Vraag 2: Pag. 77. 2.2 Transformatie van de landbouw Multifunctionele landbouw heeft potentie die kansrijk is, mede ook vanwege het meer verbinden van boer en burger. Ook ten aanzien van andere vormen van landbouw zoals wijnbouw, paardenhouderij, agroforestry en streekgebonden productie zien wij kansen, mits deze passen binnen het streefbeeld. (agroforestry ofwel boslandbouw genaamd betreft landgebruiksystemen waarbij het planten en/of actief beheren van bomen wordt gecombineerd met landbouw of veeteelt). Gezien de toename van het aantal stoppers in de landbouwsector wordt meegedacht en meegewerkt aan het wijzigen van agrarische kavels als die functie past binnen het landschap en de directe omgeving. Dit ter voorkoming van leegstand, verloedering en ongewenste ontwikkelingen. Om de transformatie in de landbouw in goede banen te leiden, wordt samen met de sector – binnen de reeds vastgestelde kaders van Buitengewoon Buitengebied - op lokaal niveau een actieplan uitgewerkt. Ingezet wordt op een toekomstbestendige natuur inclusieve landbouw, waarin letterlijk en figuurlijk ruimte geboden wordt voor “diversiteit en nieuw ondernemerschap”. We voelen allemaal aan dat onze fruitveiling geen langdurige toekomst perspectief heeft in onze gemeente. Het aantal fruittelers neemt zienderogen af en onze veiling is reeds overgenomen door een groter collectief uit het noorden van Limburg.

Daar er klaarblijkelijk geen overleg plaats vindt zien we nu al ongewenste ontwikkelingen ontstaan door verkoop van veiling terreinen in Margraten. Door een strategische grondaankoop te doen had onze gemeente een 8- tot 9-tal kleine ondernemers die nog steeds in de kernen opereren een plaats kunnen bieden. Deze kans hebben we echter laten schieten. Om verdere ongewenste ontwikkelingen te voorkomen en moderne en toekomst gerichte ontwikkelingen op het gebied van landbouw te behouden zullen we dus nu al onze focus moeten richten op dit gebied. Te denken valt aan het warm maken van ondernemers die zich bezig houden met onder andere indoor farming. Een duurzame vorm van landbouw zonder pesticiden waarbij meermalen per jaar kan worden geoogst en die onze gemeente als landbouw gemeente verder op de kaart kan blijven zetten. Ook ten aanzien van het grondgebruik brengt dit grote voordelen met zich mee. Deze vorm van produceren heeft een gemiddeld vijf tot tien keer hogere opbrengst per hectare grond t.o.v. de traditionele landbouw.

Vraag: Om leegstand en verdere ongewenste ontwikkelingen te voorkomen vragen wij of er reeds overleggen plaats vinden met partijen over toekomstige ontwikkelingen op het veilingterrein in onze gemeente of laten we het allemaal maar gebeuren met alle verdere ongewenste gevolgen van dien? Antwoord: In 2024 willen we een beleidsplan landbouw opstellen waarin we dit soort onderwerpen en ideeën graag willen meenemen. Overigens hebben we via de coöperatie met fruit erop uit regelmatig contact gehad met telers en de veiling. Toch heeft de veiling (en dus de telers) besloten om de samenwerking aan te gaan met de grotere veiling in het noorden van het land (Geldermalsen). Vraag 3: Pag. 87. 2.3 Vrijetijdseconomie in balans met landschap en leefomgeving Het streven is dat ook in 2030 onze gemeente nog steeds gastvriendelijk, authentiek en bourgondisch is, waar bewoners, recreanten en ondernemers tot rust komen, met respect voor elkaar. We ontvangen dan ook graag gasten die de manier van ‘’slow living’’ waarderen, genieten van fijnschaligheid en van onze lokale producten die duurzaam worden 2

geproduceerd. Vanuit deze optiek nemen we een positieve grondhouding aan rondom initiatieven en innovatieve ontwikkelingen van reeds gevestigde en nieuwe ondernemers in de vrijetijdseconomie. Samen met hen en in afstemming met de buurgemeenten in Nederland én België brengen we in beeld hoe hieraan invulling te geven. We zullen echter “waken” voor toeristisch, recreatieve overdruk. Te veel bezoekers, te veel toeristisch verkeer, te veel evenementen legt een druk op de leefbaarheid van de kernen maar legt ook een druk op het landschap. Derhalve zetten we in op kwaliteit en spreiding. De druk op onze kernen loopt op diverse plaatsen nu al de spuigaten uit. U geeft aan te willen waken voor deze overdruk door kleinschalige ontwikkelingen toe te laten. Echter één grootschalige ontwikkeling kan gelijk staan aan vijf kleinschalige ontwikkelingen, ondanks dat dit juist kwalitatieve ontwikkelingen zouden moeten zijn. Dat betekent dus niet dat de druk hierdoor per definitie afneemt maar wellicht juist verder toe neemt. Kwalitatief betekent ook vaak dat toeristen er net op uit willen om iets te zien. Toeristen willen graag onze kernen bezoeken om daar te genieten van de Bourgondische faciliteiten alom aanwezig of de natuur in. Nu al zien we dat we parkeerproblemen en ongewenste verkeersontwikkelingen die onze inwoners raken niet duurzaam opgelost krijgen.

Onze kernen zijn niet en worden op dit moment ook niet adequaat ingericht voor dergelijke ontwikkelingen. Te vaak zien we dat huidige ondernemers juist ruimte wordt ontnomen waardoor horeca ondernemerschap in kernen afneemt of niet plaats vindt. Vraag: In hoeverre is het “waken” dat op dit dossier van toepassing is nog de juiste uitdrukking? Ieder initiatief, klein of groot, dat wordt toegevoegd brengt namelijk meer verkeersbewegingen en toeristische druk met zich mee. Wordt het niet eens tijd om vooraf over “oplossingen” te spreken en deze te implementeren alvorens we over verder toe laten van initiatieven (toeristisch als ook woning) gaan spreken? Ook vanuit de regio ervaren wij als gemeente op diverse plaatsen overlast. In hoeverre wordt de term “oplossingen alvorens toe voegen van ...” bij overleggen in de regio gebezigd? Wat wordt in de regio gedaan aan oplossingen alvorens nieuwe initiatieven worden opgezet/ontwikkeld? Antwoord: Het onderwerp toeristisch-recreatieve druk is een breed begrip met diverse invalshoeken én vooral ook een regionale uitdaging. Drukte ontstaat immers niet enkel in Eijsden-Margraten en wordt ook niet enkel hier ondervonden. Toeristisch-recreatieve druk is daarbij vaak ook een subjectieve beleving. We onderscheiden drukte bij de hotspots en evenementen maar ook op fiets- en wandelpaden en de toeloop naar dergelijke voorzieningen.

Het zijn dus ook vaak onze eigen regionale bewoners die zelf ook voor drukte op wegen en parkeerplaatsen zorgen. Vrijetijdsbeleving is immers van iedereen, zowel bezoeker/gast als lokale/regionale bewoners. In termen van oplossingen erkent de regio, dus ook de gemeente Eijsden-Margraten, dat drukte meer aandacht behoeft. Dit betekent een weloverwogen aanpak om de balans tussen bezoekers, bedrijven en inwoners actief te bewaken. Een brede benadering met aandacht voor het gedeelde belang. Dit gaan we regionaal oppakken door bestemmingsmanagement. Dit managen van bezoekers in brede zin, betekent in de praktijk dat marketingtaken verder worden uitgebreid met inspanningen gericht op aanbod- en kennisontwikkeling. Een goede bereikbaarheid is daarbij een randvoorwaarde voor goed bestemmingsmanagement. Onze aandacht gaat de komende jaren met name uit naar de verbetering van de bereikbaarheid van de voorzieningen met openbaar vervoer en (elektrische) fiets. Kennisontwikkeling is het clusteren en aanjagen van actuele datasets en onderzoeken, om het gedrag goed en adequaat te kunnen monitoren en sturen. Hiertoe hebben onlangs alle colleges van de 16 Zuid-Limburgse gemeenten besloten om in een uitvoeringsprogramma gezamenlijk op te trekken in de aanpak. Inmiddels is het regionaal project 3

Knopen Lopen in uitvoering (spreiding van wandelrecreatie door het ontwikkelen van een duurzame toeristisch-recreatieve infrastructuur van de regio Zuid-Limburg). Daarnaast is in voorbereiding een meerjarenproject DataHUB Limburg Vrijetijdseconomie gericht op het verzamelen en ontsluiten van relevante data voor de sector onder andere als sturingsinstrument voor drukteverwachting, -meting en -spreiding. Eijsden-Margraten participeert in dit programma.

Vraag 1: Paragraaf 2.1. Behoud en versterken landschapskwaliteiten. Wat gaan we daar voor doen. Bij ontwikkeling van het Noordal: Wat wordt bedoeld met “boerenbuffers”. Antwoord: Agrariërs kunnen op hun percelen waterbuffers maken, die het water vasthouden. Ze kunnen dit regenwater eventueel gebruiken om hun gewassen te beregenen of te laten infiltreren in de bodem. Tevens kunnen ze graften en hagen op hun perceel aanplanten welke haaks op de stroomrichting van het water worden aangelegd om zodoende regenwater vast te houden en te laten infiltreren in de bodem. Bij nieuwe verdienmodellen ontwikkelen rondom beheer van het landschap. Vraag 2: Waar is veronderstelling “in relatie tot de stikstofdiscussie is de kans reëel dat de mogelijkheden tot verruiming van de regeling (subsidiestelsel NatuurRijk Limburg, en niet Natuurlijk Limburg) voor de hand liggende” op gebaseerd. Antwoord: Dit is besproken binnen de werkgroep LPLG (Limburgs Programma Landelijk Gebied). Vraag 3: Landbouwbeleid. In combinatie met de tekst in de aanbiedingsbrief “gezien de transitie die de landbouw doormaakt wordt in 2024 een landbouwvisie opgesteld”.

Wat wordt in dit kader met de landbouwtransitie bedoeld? Gaat deze landbouwvisie de transitie faciliteren? Antwoord: De landbouwtransitie gaat zeker deel uitmaken van het beleidsplan landbouw dat we in 2024 gaan opstellen samen met belanghebbende en stakeholders. Vraag 4: In welke mate denkt het college bij het maken van de landbouwvisie met unieke nieuwe verdienmodellen te komen? Antwoord: Dit nemen we mee in het beleidsplan Landbouw dat in 2024 wordt opgesteld en zal in het beleidsplan Landbouw verder uitgewerkt moeten worden.

4

Vraag 5: Hoe is het college voornemens de belanghebbende en gemeenteraad te betrekken bij de totstandkoming van deze landbouwvisie? Antwoord: Op dit moment is er een concept plan van aanpak dat we aan de stakeholders hebben gestuurd om over de aanpak mee te denken. De raadswerkgroep (voorheen stuurgroep) buitengewoon buitengebied is eveneens meegenomen in het concept plan van aanpak. Paragraaf 2.2. Transformatie van de landbouw. Vraag 6: Hoe ziet de agrarische sector er in onze gemeente uit? Hoeveel bedrijven naar aard van de onderneming (melkveehouderij, akkerbouw, fruitteelt, varkenshouderij, pluimveehouderij, gemengde bedrijven met combi recreatie en toerisme of zorg), leeftijd van de ondernemer, met/zonder opvolging? Dit om het belang van maatregelen voor / behoud van de sector voor onze gemeente in kaart te hebben. Antwoord: In 2018 hebben we een inventarisatie laten opstellen. 150 van de 210 bedrijven hebben deelgenomen. Op dit moment worden de 60 bedrijven, die destijds niet deelgenomen hebben, benaderd. We actualiseren de informatie over de 150 bedrijven zodat we een actueel overzicht hebben. We ontvangen begin 2024 een rapportage met betrekking tot de agrarische bedrijven in onze gemeente. De onderwerpen die u noemt worden hier in meegenomen en zorgen voor input van ons beleidsplan Landbouw.

Vraag 7: Wat is voor het college toekomstbestendige natuurinclusieve landbouw? Antwoord: Landbouw die meer ruimte biedt voor biodiversiteit, minder intensief is, duurzaam is, past binnen de gedachtegang korte keten etc. In het beleidsplan Landbouw zullen we dit zeker nader definiëren. Vraag 8: Op welke wijze wil het college de (1) productie en (2) de consumptie van duurzaam voedsel stimuleren? Bij consumptie kunnen we ons door iets bij voorstellen. Maar hoe de productie te stimuleren? Er zal eerst een vraag moeten zijn. Antwoord: Dit maakt onderdeel uit van het beleidsplan Landbouw dat we in 2024 gaan opstellen. Het beleidsplan wordt in samenspel met de belanghebbenden en stakeholders opgesteld. Vraag 9: Hoe ziet het programma Landbouw en Landschap in het Middengebied er het komende jaar uit? Wat betekent dat voor onze gemeente? Antwoord: Op dit moment zijn we bezig met de scan van de agrarische bedrijven in het Middengebied. Medio 2024 ontvangen we per gemeente een rapportage, maar ook een rapportage ten aanzien van het hele Middengebied. Waarschijnlijk volgen uit deze rapportages acties die we separaat als gemeente maar ook gezamenlijk kunnen oppakken. Daarnaast is LPLG een meerjarige opgave waarin we als Middengebied vertegenwoordigd zijn samen met de gemeente Beekdaelen om de visie van het Middengebied te vertegenwoordigen 5

Paragraaf 2.3. Vrijetijdseconomie in balans met landschap en leefomgeving. Vraag 10: Het college geeft aan te “waken voor toeristische, recreatieve druk”. Hoe definieert het college toeristische, recreatieve druk? Hoe gaat het college dit bewaken? Antwoord: Zie antwoord op vraag 3 van EML. Vraag 11: Hoe wielerevenementen weren die we niet faciliteren en ondersteunen in onze gemeente? Antwoord: Doel is niet het weren van wielerevenementen. Doel is het beperken van ervaren overlast bij een aantal inwoners. Daartoe worden maatregelen getroffen via het (regionale) Grensoverschrijdend Wielerbeleid. Vraag 12: Bij MKB als dé banenmotor. Bij dat onderdeel staat de zin: “ook zal ingezet worden op een intensievere samenwerking tussen de gevestigde ondernemers binnen de gemeente als met de gemeente zelf.” Wat wordt dan bedoeld met intensieveRE samenwerking en met de zinsnede “als met de gemeente zelf”? Antwoord: De gemeente zal onder andere door regelmatige afstemming met vertegenwoordigers van ondernemersverenigingen maar ook met individuele ondernemers kansen in beeld brengen die mogelijkheden creëren voor gezonde ontwikkeling en groei van het MKB-aanbod en -afzet. Samenwerking tussen ondernemers is hierbij naar onze mening een randvoorwaarde. De gemeente kan hierin een stimulerende en verbindende rol vervullen, mede ook vanuit de regionale economische samenwerking Zuid-Limburg o.a.

op het gebied van arbeidsmarkt en ondernemersondersteuning. Ondernemers moeten elkaar kennen en elkaar onderling kunnen versterken. De gemeente faciliteert dit door onder andere netwerkbijeenkomsten te organiseren. De gemeente zal in goed gesprek blijven met de ondernemers om tijdig problemen op te lossen. Vraag 13: Het Bermenbeleid wordt verder uitvoering aangegeven in 2024. Langs de akkers hebben meerdere jaren prachtige bloemen gestaan? Afgelopen jaar was dit een stuk minder, hoe kan dit? Antwoord: Het aantal m2 was niet minder, maar je merkt dat sommige bloemsoorten, gelet op de kwaliteit van de grond, de weersomstandigheden etc. het jaar erop niet meer kiemen en bloemsoorten die wel goed op deze grond gedijen de overhand krijgen. Hierdoor is het beeld van deze stroken anders.

6

Vraag 1: p. 67: graag een overzicht waar €211.713 behoud en versterken landschapselementen, €75.000 transformatie landbouw en €406.427 vrijetijdseconomie in balans met landschap en leefomgeving aan uitgegeven wordt, zowel de kosten en de baten. Antwoord: Op de pagina’s 286 en 287 (beleidsvelden 2.1 t/m 2.3) staat de specificatie / verbijzondering van de bedragen. Vraag 2: Programma 2, pg 77 e.v.: Wanneer komt de landbouwvisie naar de raad? Wat is het Actieplan natuurinclusieve landbouw en welke bemensing en budget zijn hiervoor voorzien? Antwoord: Het beleidsplan Landbouw komt in december 2024 naar de raad. Daarin zal ook een soort Actieplan/uitvoeringsplan met middelen worden meegenomen. Het opstellen van de visie is een heel traject met participatie en stakeholdersbijeenkomsten. Vraag 3: Wij horen over een Transitiefonds voor de landbouw van 175 miljoen €. Weten wij hiervan en wordt hierop een beroep gedaan door de gemeente? Antwoord: Het wetsvoorstel voor de instelling van het Transitiefonds Landelijk Gebied en Natuur is in december 2022 naar de Tweede Kamer gestuurd. Met dit fonds wil het kabinet de maatregelen bekostigen die nodig zijn om de stikstofbelasting van de natuur terug te dringen, evenals de uitstoot van broeikasgassen door landbouw en landgebruik.

Het kabinet werkt aan een gebiedsgerichte aanpak die zich richt op verbetering en herstel van natuur, water en klimaat in Nederland. Voor de uitvoering van de aanpak stelt het kabinet incidenteel ruim € 24 miljard beschikbaar tot 2035. Deze middelen worden uitgegeven via een zogenaamd begrotingsfonds. Het kabinet wil hiermee ook maatregelen financieren die bijdragen aan het beschermen en ontwikkelen van de natuur en het tijdig voldoen aan de Kaderrichtlijn Water. Daarnaast is de verduurzaming van de landbouw een doel van het fonds, omdat die transitie een randvoorwaarde is voor het realiseren van de andere doelen van het fonds. Ten aanzien van dit fonds heeft onze provincie in juli 2023 een bod uitgebracht. Dit bod is tot stand gekomen samen met de natuurorganisaties, terreinbeherende organisaties, LLTB en diverse gemeenten. Wij als gemeente Eijsden-Margraten zijn hier nauw bij betrokken geweest. Vraag 4 Wordt bij transitie ook nagedacht over het telen van gewassen als bouwmateriaal voor duurzame woningbouw? Antwoord: Ja, bijvoorbeeld vezel/hennep wordt gebruikt voor isolatie in de bouw in plaats van glaswol en Miscanthus als vervangen van rubber.

7

Vraag 5 p. 87: met welk doel ondersteunen we wielerevenementen en op welke andere manieren ontvangen deze wielerevenementen financiering? Antwoord: Het doel voor stimulering wielerevenementen is op de eerste plaats bevorderen van sport en bewegen. Op de tweede plek het bevorderen van de lokale economie. Op grond van de Algemene Subsidieverordening Welzijnswerk ter bevordering van de wielersport en vanuit een meer algemene promotie van de wielersport en de gemeente Eijsden-Margraten als wielergemeente. Ondersteund worden de organisaties die in onze gemeente zijn geworteld en die lokaal wielerevenementen organiseren die inmiddels een belangrijke maatschappelijke rol vervullen. Daarnaast ontvangen deze organisaties ook middelen via sponsoring door vaak lokale ondernemers en via het innen van startgelden.

Vraag 6: Pag 69- 71 .. ” Mede door in te zetten op strategische grondaankopen wordt onder andere bijgedragen aan het realiseren van ecologische verbindingszones en natuurontwikkeling. Daarnaast wordt hiermee de belevingswaarde van ons landschap voor inwoner en bezoeker verhoogd.” vraag: Wordt hier gerefereerd aan het fonds voor strategische grondaankopen voor natuurherstel en landschapsverbetering? Antwoord: Ja, hier wordt gerefereerd aan het investeringsbudget aankoop strategische gronden. Vraag 7 p. 69-71: “nieuwe ontwikkelingen indien deze versterkend zijn voor het beheer en ontwikkeling van het landschap en passend zijn in de omgeving. Hierbij hanteren we het principe dat in ruil voor de baat die het project of ontwikkeling heeft vanwege het landschap, een bijdrage geleverd wordt aan de ontwikkeling en bescherming er van.” Vorig jaar vroegen wij hoe dit wordt vormgegeven. Uw antwoord toen: “Op het moment dat het nodig is dat we in 2024 een actieplan zouden moeten ontwikkelen, wordt gekeken hoe we dit kunnen borgen. Eea is afhankelijk van het beleid van uit het Rijk en de Provincie de komende jaren.” Hoe wordt dit actieplan in 2024 vormgegeven, hoe wordt bescherming geborgd? Waar worden de criteria en randvoorwaarden vastgelegd, en wie besluit hierover? Antwoord: Ten aanzien van landschap is een landschapsfonds ingericht waaraan criteria gekoppeld zijn.

Daarnaast wordt thans een plan van aanpak opgesteld om te komen tot een landbouwvisie (zie ook vraag 11). Vraag 8 “We geven verdere uitvoering aan het bomenplan 2020-2024.” Waar vinden we een link naar dat bomenplan? Gaarne toevoegen aan lijst kaderstellende documenten. Antwoord: Zie deze link: Bomenplan. Vraag 9: Vorig jaar bij de begrotingsvergadering werd de update van de kaart “kleine landschapselementen” aangekondigd. Wat is de status? Antwoord: De landschapselementen zijn in kaart gebracht. Op dit moment worden de elementen in het veld geïnspecteerd en gecontroleerd. 8

Vraag 10: Pag 79 ; “We staan constructief tegenover uitbreiding van bestaande bedrijven, mits deze uitbreiding leidt tot versterking van de gebiedskwaliteiten, de bedrijfsvoering op een duurzame wijze plaatsvindt en bebouwing noodzakelijk is voor de eigen bedrijfsvoering.” Hoe is dat te rijmen met :” behoud van de unieke waarden in onze gemeente, hetgeen gekenmerkt wordt door fijnschaligheid in plaats van grootschaligheid, diversiteit in plaats van monocultuur en waarbij weidegronden en fruitteelt boven akkerland gaat.” Waar worden de criteria en randvoorwaarden vastgelegd, en wie besluit hierover? Antwoord: In de gebiedsdifferentiatiekaart en het GKM. De raad of het college ? Wordt de gebiedsdifferentiatiekaart een afwegingskader dan mag het college ter zake beslissen. Wordt de gebiedsdifferentiatiekaart een verordening dan ligt de bevoegdheid bij de raad. Wij gaan zeker de gebiedsdifferentiatiekaart afstemmen met de raadswerkgroep (voorheen Stuurgroep) Buitengewoon Buitengebied, waar we het in de vorige vergadering van dit gremium al over hebben gehad.

Vraag 11 “Om de transformatie in de landbouw in goede banen te leiden, wordt samen met de sector – binnen de reeds vastgestelde kaders van Buitengewoon Buitengebied - op lokaal niveau een actieplan uitgewerkt.” Hoe wordt dit vormgegeven? is dit het actieplan waar u vorig jaar aan refereerde in het kader van het behouden en versterken van de landschapskwaliteiten (zie onze vraag hierboven). Waar worden de criteria en randvoorwaarden vastgelegd, en wie besluit hierover? Wie is “de sector” . Hoe worden raad, burgers en belanghebbenden betrokken bij de ontwikkeling van dit actieplan. Antwoord: Er wordt momenteel een plan van aanpak opgesteld om te komen tot het opstellen van een lokaal landbouwbeleid. Dit plan van aanpak wordt in samenspraak met de klankbordgroep buitengewoon buitengebied vormgegeven. Vanuit de raad maken hiervan deel uit mevrouw Koene en de heren Boon, Ritzen, Mourmans, Geelen en Thomassen. Daarnaast vindt er een consultatie plaats richting actoren in het veld voor wat betreft het plan van aanpak. Alsdan zal nader besluitvorming in het College plaatsvinden en de raad middels een Rib nader geïnformeerd worden over het proces, de planning, de aanpak en de wijze van participatie om te komen tot het lokaal landbouwbeleid.

Vraag 12: “De trekkersrol van het programma Landbouw en Landschap in het Middengebied continueren.” Wat houdt het “programma landbouw en landschap” in, link graag toevoegen aan de lijst kaderstellende documenten. Antwoord: Het Zuid-Limburgs landschap is uniek in Nederland en heeft de status van Nationaal landschap. De landschappelijke kwaliteit in samenhang met het cultuurhistorisch erfgoed is één van de belangrijkste kurken waar de economie in Zuid- Limburg op drijft en draagt in belangrijke mate bij aan het leefklimaat van de 600.000 mensen die in Zuid-Limburg wonen. Deze unieke waarden, die sterk met elkaar verweven zijn, zijn geen statische gegevens. Zeker in tijden waarin ontwikkelingen op het gebied van landbouw, toerisme, sport en recreatie, monumenten, 9

waterbeheer, energie, natuur en economie allemaal om voorrang vragen, is het gevaar het grotere geheel van het landschap uit het oog te verliezen. Juist in tijden van hoge dynamiek is het van belang om bewust opgaven op de juiste plaats te laten landen op de bühne die gevormd wordt door ZuidLimburgse landschap, en waarbij de eigen identiteit van het Middengebied vooral uit de samenhang landschap –duurzaamheid – toerisme wordt gevormd en versterkt. Een duurzame transitie van de landbouw is een van de grootste maatschappelijke opgaven en is essentieel om de unieke waarden van het Middengebied/ Heuvelland te behouden, te beheren en te ontwikkelen. De agrarische sector is weliswaar niet de enige eigenaar/ beheerder van ons landschap, maar wel een heel belangrijke sector. Anders boeren is noodzaak maar ook een kans. Ambitie Landschap en Landbouw Middengebied In het Strategisch Actieplan Middengebied Zuid-Limburg ( Soete 2) staat als ambitie voor landschap en landbouw in het Middengebied: “De landbouw in het middengebied moet zich vernieuwen in nieuwe uitdagende richtingen: kleinschaligheid, klimaatadaptie, precisielandbouw, korte aanzetlijnen. Voorzie de stad van voedsel, wordt beschermvrouw van het zo unieke landschap en je zult ervoor beloond worden. De nationale landbouwtransitie moet in Zuid-Limburg een unieke Middengebied signatuur krijgen.

Agrariërs als duurzaamheidsgids in een omgeving die streeft naar zelfvoorzienendheid wat streekproducten betreft en korte ketens”. De huidige manier waarop voedsel geproduceerd wordt, heeft gevolgen voor onze leefomgeving en de landschappelijke kwaliteiten, de bio en bodemdiversiteit en legt een druk op het voortbestaan van boeren. De noodzakelijke transitie van de landbouw, met als doel een vitale toekomstbestendige en duurzame agrarische sector in harmonie met milieu, natuur en landschap, en derhalve een agrarische sector die bijdraagt aan het behoud van de unieke waarden van het Middengebied, vergt een gezamenlijke aanpak van overheid en stakeholders, waarbij ook wetenschap en bewoners betrokken moeten worden ( quatro-helix). De link naar het plan van Soete 2 Vraag 13: “Grootschalige ontwikkelingen worden uitgesloten. We faciliteren wel kwalitatief goede kleinschalige ontwikkelingen, passend bij het DNA van Eijsden-Margraten. Vanuit kwaliteitsoogpunt zetten we in op het faciliteren van ondernemers met verblijfsaccommodaties die willen doorontwikkelen en investeren in kwaliteitsverbetering. Dit wordt ondersteund via de aanpak ´Innovatief Investeren”. waar vinden we de “aanpak innovatief investeren”, hoe worden hier de belangen van landschap, natuur en leefomgeving geborgd, welke belangenorganisaties worden hiervoor uitgenodigd.

Documentatie graag toevoegen aan lijst kaderstellende documenten Antwoord: Ruimtelijk ordeningsbeleid in combinatie met het nog vast te stellen beleid Verblijfsrecreatie EijsdenMargraten zorgt voor regulering en sturing van nieuw verblijfsaanbod en bescherming, beheer en ontwikkeling van het landschap. LIOF is met name de regionale ontwikkelingsmaatschappij voor Limburg welke innovatieve ondernemers kan ondersteunen met advies, netwerk en financiering. De gemeente kan samen met branche- en belangenorganisaties en ondernemer zoeken naar het meest passende concept en de omvang daarvan. Dit is en blijft altijd maatwerk in relatie tot locatie(grootte), aard en omvang, omgeving en marktruimte.

10

Vraag 14: p. 71: ´“herontwikkeling groeve ’t Rooth”: groeve ’T Rooth wordt deels beheerd door Limburgs Landschap, deels nog door Sibelco, geen van beide partijen hebben aangegeven de intentie te hebben om te “ontwikkelen”. Waar gaat het herontwikkelen dan over? Antwoord: De herontwikkeling van Groeve ’t Rooth met als uitgangspunt natuur- en landschapsbeleving centraal wordt nog altijd als een kans gezien. Op dit moment ligt er, nadat enkele jaren geleden een referentiestudie voor mogelijke herontwikkeling werd uitgevoerd (en hierover met Sibelco en Limburgs Landschap gesproken werd), nog geen concreet plan. Vraag 15: Ondanks herhaaldelijke verzoeken om de lijst “kaderstellende documenten” up-to-date te brengen, en eerdere toezeggingen om dit te doen, missen nog steeds essentiële documenten als bijvoorbeeld toeristische visie 2030, bomenplan, wijziging GKM 2023, etc etc. Graag aanpassen. Antwoord: Bomenplan : zie deze link Bomenplan. De regionale Visie Vrijetijdseconomie ‘Bestemming Zuid-Limburg 2030’ zal opnieuw beschikbaar kunnen worden gesteld.

Vraag 16: pag 87 “Op basis van het Uitvoeringsprogramma Plattelands- en Vrijetijdseconomie 2024 stellen we middelen beschikbaar voor de stimulering, ontwikkeling, uitvoering, ondersteuning en facilitering van projecten, activiteiten en events, met name op basis van de vijf pijlers van de regionale Visie Vrijetijdseconomie ‘Bestemming Zuid-Limburg 2030. Graag een link naar dit UVP, zoals omschreven in de "tegel" op pag 85, toevoegen aan de lijst kaderstellende documenten. Antwoord: Het Uitvoeringsprogramma Plattelands- en Vrijetijdseconomie 2024 wordt parallel aan de besluitvormingsprocedure begroting 2024 in Q4 door ons college vastgesteld. Vraag 17: Hoe is dit UVP anders dan het UVP visie VTE 2030? gaarne ook een link naar dit UVP, toevoegen aan lijst kaderstellende documenten. Antwoord: Het lokale Uitvoeringsprogramma is niet zozeer anders, maar zoomt meer in op stimulering, ontwikkeling, uitvoering, ondersteuning en facilitering van projecten en activiteiten in EijsdenMargraten zelf. De keuzes die hierbij gemaakt worden, zijn gebaseerd op de vijf regionale pijlers van de Visie Vrijetijdseconomie ‘Bestemming Zuid-Limburg 2030’. Daarnaast laten we ons leiden door de kernwaarden Cittaslow en de uitgangspunten Landschap centraal. Vraag 18: p.

87: “Samenwerking bevorderen tussen ondernemers onderling en met de gemeente” Op welke wijze ondersteunt de gemeente de overkoepelende Stichting Ondernemers Eijsden-Margraten? Hoeveel middelen zijn hiervoor begroot?

11

Antwoord: De Stichting Ondernemers Eijsden-Margraten heeft bij de start van haar werkzaamheden een bijdrage van de gemeente ontvangen. We blijven in gesprek met de stichting over actuele ontwikkelingen. Vraag 19 p. 87: “We zullen echter waken voor toeristisch, recreatieve overdruk. Te veel bezoekers, te veel toeristisch verkeer, te veel evenementen legt een druk op de leefbaarheid van de kernen maar legt ook een druk op het landschap. Derhalve zetten we in op kwaliteit en spreiding.” hoe wordt dit vormgegeven en welke partijen worden hierbij betrokken? Antwoord: Zie antwoord op vraag 3 van EML. Vraag 20: p. 287: economische ontwikkeling en economische promotie is bij elkaar 3,5 ton. Dat is veel meer dan wat in totaal voor behoud en versterken landschapskwaliteiten. Hoe verhoudt zich dit tot slechts €6.000 voor natuurbescherming en €6.000 voor milieubeheer?

Antwoord: Natuurbescherming Milieubeheer

€ 6.167 betreft kapitaallasten € 2.617 en kleine subsidies € 3.550. € 6.500 bodembescherming / nazorg 10de Vrij.

(Budget beheer en onderhoud openbaar groen staat onder programma 4 / beleidsveld 4.6 Openbare ruimte als visitekaartje.)

Vraag 1: Pagina 5. Welke uitvoeringsmaatregelen vanuit het uitvoeringsprogramma Plattelands- en Vrijetijdseconomie 2024 zijn in het komende jaar voorzien?

12

Antwoord: Het Uitvoeringsprogramma Plattelands- en Vrijetijdseconomie 2024 moet nog door ons college worden vastgesteld. Dit zal parallel aan de besluitvormingsprocedure begroting 2024 in Q4 plaatsvinden. Het lokale Uitvoeringsprogramma beoogt stimulering, ontwikkeling, uitvoering, ondersteuning en facilitering van projecten en activiteiten in Eijsden-Margraten in 2024. De keuzes die hierbij gemaakt zullen worden met name ook gebaseerd op de vijf regionale pijlers van de Visie Vrijetijdseconomie ‘Bestemming Zuid-Limburg 2030’. Daarnaast laten we ons leiden door de kernwaarden Cittaslow en de uitgangspunten Landschap centraal.

Vraag 2: Pagina 71. U geeft aan flora en faunastroken aan te leggen. Wat moeten wij ons hierbij voorstellen? Kunt u enkele voorbeelden geven? Antwoord: Flora en Faunastroken kunnen verbindingszones zijn tussen twee of meerdere natura 2000 gebieden om het leefgebied van beschermde diersoorten te vergroten, waardoor de kans op overleven voor deze diersoorten groter worden. Een voorbeeld van een dergelijke strook zou kunnen worden aangelegd tussen het Savelsbos en de Bemelerberg-Schiepersberg via de Fommestraat-Einderweg of via de Golfbaan-Pater Kustersweg. Langs de Bemelerweg is door stichting het Limburgs Landschap reeds een dergelijke strook aangelegd. Vraag 3: U geeft aan vanuit het gedachtegoed ‘’renderend landschap’’, nieuwe ontwikkelingen te ondersteunen indien deze versterkend zijn voor het beheer en ontwikkeling van het landschap en passend zijn in de omgeving. Kunt u ook hier enkele voorbeelden noemen? Antwoord: Een voedselbos kan zo’n ontwikkeling zijn. Vraag 4: De kleine en authentieke landschapselementen zijn zeer belangrijk in het buitengebied. Daar zijn we het allen over eens. Kunt u aangeven wanneer wij de inventarisatie van de bestaande landschapselementen tegemoet kunnen zien? Antwoord: De landschapselementen zijn in kaart gebracht. Op dit moment worden de elementen in het veld geïnspecteerd en gecontroleerd. Medio 2024 zou de kaart gereed moeten zijn.

2.3 Vrijetijdseconomie in balans met landschap en leefomgeving Vraag 5: Pagina 85: Hoeveel middelen heeft u in de begroting beschikbaar voor de ondersteuning en stimulering? Antwoord: Uitgangspunt begroting UVP 2023: € 319.000. Hierin zijn begrepen activiteiten in kader van economie, Cittaslow, korte keten, convenant Visit ZL en activiteiten in relatie met kunst, cultuur, natuur, erfgoed en sport.

13

Vraag 6: Pagina 87: Kunt u iets meer zeggen over de afspraken welke gemaakt zijn om de evenementendruk wielertoertochten terug te brengen? Antwoord: Via het Grensoverschrijdend Wielerbeleid.

Vraag 1: P79 We staan constructief tegenover uitbreiding van bestaande bedrijven, mits deze uitbreiding leidt tot versterking van de gebiedskwaliteiten, de bedrijfsvoering op een duurzame wijze plaatsvindt en bebouwing noodzakelijk is voor de eigen bedrijfsvoering.  Wat verstaat u onder uitbreiding van landbouwbedrijvigheid? Meer land? Meer gebouwen? Meer vee? Toerisme? Iets anders?  

Wat is duurzaam toerisme? Wat is een kleinschalige ontwikkeling en wat houdt beperken van grootschalige ontwikkelingen precies in?

Antwoord: Uitbreiding van Landbouwbedrijvigheid kan worden gezien in verbreding van de landbouwactiviteiten in het kader van transitie in de landbouw, niet meer maar anders en meer ecologisch verantwoord (b.v. groenten). Vaak kan dit gepaard gaan met andere economische activiteiten zoals eigen verwerking van producten en bijvoorbeeld aanbieden van verblijfsaccommodatie. Duurzaam toerisme is gericht op duurzame toeristisch-recreatieve ontwikkeling van EijsdenMargraten in Zuid-Limburg (met name fiets- en wandeltoerisme) met als uitgangspunt: het bewaken van de balans tussen de sociale, ecologische en economische component van vrijetijdseconomie (‘Green Destination’). Dit streven we na door onder meer continu te investeren in de instandhouding van het landschap, de aandacht voor het behoud en gebruik van monumenten, het actief ondersteunen van ondernemers en de focus op wat de regio c.q. Eijsden-Margraten uniek maakt als toeristische bestemming. Vrijetijdsbesteding in eigen land wordt steeds populairder en gasten geven steeds vaker de voorkeur aan natuurbeleving tijdens vakantie. We hanteren daarbij de vijf pijlers van de regionale Visie Vrijetijdseconomie ‘Bestemming ZuidLimburg 2030’ waaronder: Kwaliteit die boven kwantiteit gaat. Het doel is een vitale verblijfssector die de kernkwaliteiten van Zuid-Limburg uitdraagt.

Ook moet het aanbod beter worden afgestemd met de vraag zodat ook andere doelgroepen worden aangetrokken. Verleiden (en spreiden): Hiermee worden drukke toplocaties ontzorgt en kan geheel ZuidLimburg profiteren van de positieve effecten van toerisme en recreatie. Ondernemerschap en innovatie: Goed ondernemerschap en innovatie draagt ook bij aan de gewenste vitale verblijfssector. Door het stimuleren van innovatie en thema- en doelgericht werken, kan dit doel sneller bereikt worden.

14

Kortom: (duurzaam) toerisme draagt bij aan duurzame economische structuurversterking van EijsdenMargraten in de regio doordat: Landschappelijke kwaliteiten van Eijsden-Margraten versterken de stedelijke kwaliteiten van Maastricht (en v.v.). Kwalitatieve groei gaat boven kwantitatieve groei (duurzame vernieuwing, herontwikkeling en transformatie van hotels, bungalowparken en campings) moet bijdragen aan meer vitale en kwalitatieve accommodaties. Bestaande bebouwing moet worden benut, en met name monumentale bebouwing heeft hierbij de voorkeur en verder vrijkomende agrarische bebouwing/locaties waar wenselijk, mogelijk en passend. Ruimtelijk ordeningsbeleid in combinatie met het nog vast te stellen beleid Verblijfsrecreatie Eijsden-Margraten zorgt voor regulering en sturing van nieuw verblijfsaanbod en bescherming, beheer en ontwikkeling van het landschap. De gemeente kan samen met branche- en belangenorganisaties en ondernemer zoeken naar het meest passende concept en de omvang daarvan. Dit is en blijft altijd ook maatwerk in relatie tot locatie(grootte), aard en omvang, omgeving en marktruimte. De vrijetijdseconomie helpt om natuur en landschap te ontwikkelen. Inwoners en gasten heel Zuid-Limburg kunnen beleven.

Vraag 2: P 87 Wat is het verschil tussen het stroopgedachtegoed en Cittaslow (wat trouwens 1 woord is, staat weer fout in begroting)? Antwoord: Het Stroopgedachtegoed houdt het ambacht stroopstoken levendig. Hierin meegenomen wordt de hele keten van (hoogstam) boom tot fruit en verwerking tot lokale/regionale afzet. Onder de bezielende leiding van het Slowfood Presidium Limburgse Stroop wordt dit uitgedragen. Het ambachtelijk stoken van Limburgse stroop is, mede op initiatief van de gemeente Eijsden-Margraten, officieel erkend als nationaal immaterieel cultureel erfgoed. Al eeuwenlang is het verwerken van appels en peren tot stroop zonder toevoeging van kleur-, geur- en smaakstoffen een ware cultuur in Zuid-Limburg. De Eijsden-Margratense stroopstoker PuurvandeWall (lid van het Presidium Stroop) in Bruisterbosch realiseert op dit moment als een van de nog vier stroopstokers in Zuid-Limburg op basis van een LEADER-project een kennis- en infocentrum Stroop. Er zal worden samengewerkt met andere organisaties die ijveren voor meer hoogstamboomgaarden, het behoud van oude fruitbomenrassen en het bijbehorende cultuurlandschap. Tevens wordt er een educatief programma voor schooljeugd opgezet en kunnen bezoekers straks het kennis- en infocentrum Stroop in Bruisterbosch bezoeken. Het Cittaslow gedachtegoed (voorkomend uit het Slowfood gedachtegoed) is overkoepelend.

Het stroopgedachtegoed vormt dus een wezenlijk onderdeel van Eijsden-Margraten Cittaslow. Ambachtelijke stroop staat in Eijsden-Margraten dan ook symbool voor eerlijk voedsel. Vraag 3: Uitvoeringsprogramma plattelands- en Vrijetijdseconomie/ Omschrijving (toelichting) Het Uitvoeringsprogramma Plattelands- en Vrijetijdeconomie 2024 richt zich op: 1. Going-concern activiteiten, ontwikkeling en instandhouding toeristisch-recreatieve voorzieningen 2. Uitvoering geven aan het Convenant Visit Zuid-Limburg 3. Deelname in het project Landschapspark Grenzeloos Bocagelandschap 4. Deelname in het project Grenspark Jeker & Maas 5. Uitvoering geven aan het uitvoeringsprogramma visie VTE ZL 2030 15

6. Doorontwikkeling van de toeristisch-recreatieve fiets- en wandelinfrastructuur 7. Ontwikkelen en vaststellen van gemeentelijk beleid rondom vestiging verblijfsaccommodaties vrijetijdseconomie 8. Stimuleren van de lokale voedseleconomie 9. Versterken van het ondernemersklimaat en het netwerk met lokale ondernemers(vertegenwoordigers) 10. Uitvoering geven aan het Keurmerk Veilig Ondernemen (inclusief uitbreiding KVO Buitengebied) 11. Doorontwikkeling van Cittaslow punt 1 en 7  Hoe valt ‘ontwikkeling’ onder going concern (wat je ook gewoon lopende zaken kunt noemen) moet dat niet onder 7?  Hoe gaat u concreet het ondernemersklimaat versterken en wat verwacht u van de ondernemers? Antwoord: Onder punt 1. wordt met ontwikkeling gedoeld op ontwikkeling van voorzieningen als bijvoorbeeld het voet- en fietsveer, fiets- en wandelroutenetwerk, Vuursteenmijn, Erfgoedlocaties (Hoogcruts b.v.) etc. Onder punt 7. wordt letterlijk bedoeld het ontwikkelen van een beleids-afwegingskader voor toekomstige initiatieven vestiging of opwaardering bestaande verblijfsaccommodaties (wat kan wel/niet ?) naar soort: hotels, bungalowparken, groepsaccommodaties, campings, B&B.

Ten aanzien van het ondernemersklimaat: Allereerst is een pro-actieve rol van ondernemers, om vooral waar mogelijk samen te werken, nodig en willen wij dat waar mogelijk ook faciliteren onder andere via netwerkvorming en ondersteuning van samenwerking (Stichting Ondernemers EijsdenMargraten). Het versterken van het ondernemersklimaat en het netwerk met lokale ondernemers trachten we verder te realiseren door de organisatie van een netwerkavond, ondersteuning bij vragen, structureel en casueel overleg met (vertegenwoordigers van) ondernemers(groepen) al dan niet samen met belangenbehartigers / brancheorganisaties. Daarnaast hebben we ondersteuning geboden via een Koop Lokaal Campagne, bieden we het Keurmerk Veilig Ondernemen aan op de bedrijventerreinen en zorgen we via goed onderhoud van wegen en openbaar groen voor een schone en veilige omgeving op bedrijventerreinen en in winkelomgevingen. Startende ondernemers kunnen (gratis) gebruik maken van de diensten van het Starterscentrum waar de gemeente Eijsden-Margraten in participeert. Via de website en social media informeren we ondernemers over ondersteuningsvragen en ontwikkelingen. Voor ondernemers is er bij de gemeente tenslotte een vast aanspreekpunt in de vorm van de bedrijvencontactfunctionaris.

Vraag 4: Schema op p 67 en P68 Toelichting 2.1 Behoud en versterken landschapskwaliteiten De daling van de lasten wordt veroorzaakt doordat in 2023 kosten zijn gemaakt voor onderzoek naar de gebiedsdifferentiatiekaart. 2.3 Vrijetijdseconomie in balans met landschap en leefomgeving De mindere baten hebben voornamelijk betrekking minder geraamd dividend van Enexis. Verder heeft in 2023 de verkoop van een onderdeel van Enexis plaatsgevonden hetgeen heeft geleid tot een incidenteel positief resultaat in 2023. Waaruit is het ruim 1,5 miljoen (2023 en ruim 1 mjn 2024 en verder) aan inkomsten uit toerisme opgebouwd?

16

Antwoord:  Toeristenbelasting € 873.793 (2023 en2024). 

Inconveniëntentoeslag Enexis € 66.000 (2023 en 2024).

Opbrengst beleggingen : o

In 2023 € 723.317 : regulier dividend Enexis Holding + incidenteel dividend Enexis vanwege de verkoop van dochteronderneming Fudura.

o

In 2024 € 130.125 Het verschil 2023 vs. 2024 bestaat uit het incidentele dividend in 2023 en een afname van het reguliere dividend in 2024 (n.a.v. brief provincie).

Vraag 5: Waarom vallen de inkomsten van Enexis dividend onder vrijetijdseconomie? Antwoord: Het dividend van Enexis valt onder de nutsbedrijven. Nutsbedrijven is gerangschikt onder economische ontwikkeling, deze zijn vervolgens weer gerangschikt onder Vrijetijdseconomie in balans met de leefomgeving. Wij zijn ons ervan bewust dat een indeling naar producten subjectief is. Ambtelijk gaat de voorkeur om in de toekomst gebruik te maken van de taakvelden. Deze zijn voorgeschreven en er is dan ook geen onduidelijkheid om interpretatieverschillen. Vraag 6: € 211,713 tbv van behoud en versterken landschapskwaliteiten = 2 ton minder dan vorig jaar. Waarom vermindert dit bedrag? Antwoord: In 2023 waren diverse incidentele budgetten beschikbaar die in 2024 niet meer voorkomen. Denk hierbij aan het bomenplan (€ 51.000) en aan controle- en advieskosten landschapsbeheer (€ 178.000; opstellen gebiedsdifferentiatiekaart, opstellen groenstructuurplan, onderzoeken instellen landschapsfonds en landschapselementen). Vraag 7: Uit uw uitleg maken wij op dat de gebiedsdifferentiatiekaart 200.000 euro kost, klopt dat? Antwoord: Nee. Vraag 8: Waar zit het landschapsfonds (320.000), komt dat hier nog bij? Antwoord: Het “landschapsfonds” is de reserve Landschap. De beschikkingsbevoegdheid van deze reserve ligt bij het college.

Inzet van (onttrekkingen aan) de reserve geschieden middels collegebesluit(en) daartoe.

17

Vraag 9: Waar wordt € 407.427,-- voor VTE precies aan uitgegeven? Antwoord:

Veerdiensten Economische ontwikkeling

Onderhoud en kapitaallast veerpont Eijsden Cameratoezicht bedrijventerreinen, ondernemersavond, Keurmerk Veilig Ondernemen, Cittaslow / slowfood en bijdrage Starterscentrum / ETIL. Marktgelden Energiekosten en klein materiaal Nutsbedrijven Kapitaallasten / rente gasnetten en geldlening Enexis Economische promotie Economische promotie bestaat uit evenementen (oa kermissen) en (promotie) toerisme en plattelands- en vrijetijdseconomie. Vraag 10: Kosten per prioritair thema P287 Waarom staat het landschapsfonds onder transformatie landbouw en niet onder behoud en versterken landschapskwaliteit? Antwoord: Zou inderdaad logischer zijn. Belangrijk is dat het in 2024 wordt opgepakt.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=a51580e1-726b-48c7-a147-20e49d37cfee