04 Schriftelijke vragen en antwoorden Masterplan Poort van het Heuvelland
Tekst van het document
Raadsvergadering 20 januari 2026 Schriftelijke vragen Agendapunt 04: Masterplan Poort van het Heuvelland
Geen vragen.
Vraag 1: Waarom wordt in sommige stukken gesproken over “onderzoeken óf verbindingen nodig zijn”, terwijl provinciaal en Europees beleid deze noodzaak reeds vastlegt? Antwoord: Het is juist dat provinciaal en Europees beleid vastlegt dat er verbindingen nodig zijn. Middels dit onderzoek is weergegeven voor welke diersoorten dit relevant is en waar deze verbindingen dan zouden moeten komen. Vraag 2 : Welke ecologische randvoorwaarden zijn volgens het college absoluut en niet-onderhandelbaar bij latere ruimtelijke ontwikkelingen? Antwoord: De Natura2000-gebieden Savelsbos en Bemelerberg moeten met elkaar verbonden worden. Dit vindt zijn grondslag in Europees beleid dat doorvertaald is in de volgende provinciale beleidsstukken: • “Hoofdrapport Natura2000-plan 2020-2026 definitief Bemelerberg en Schiepersberg (156)” [2020], op vele pagina’s benoemd • “Doelbereik Natura 2000 Savelsbos” [2023], p.9 • “Limburgs Offensief Stikstof” [2025], specifiek op p.126 en p.140 De aanleg van het ecoduct en faunatunnels zijn daarvoor essentieel, alsmede de aanlooproutes naar deze faunavoorzieningen met daarin stapstenen ingericht op de doelsoorten. Vraag 3: Hoe wordt geborgd dat woningbouw, recreatie en zorgfuncties niet leiden tot verslechtering van Natura 2000-doelstellingen? Antwoord: Het Masterplan geeft aan wat geborgd moet worden.
De wijze waarop dit gebeurd moet in de uitvoering nader bepaald worden. Dergelijke functies mogen geen belemmering opleveren voor het functioneren van de aanlooproutes. Vraag 4: Pagina 1 van 14
Is onderzocht hoeveel extra bezoekers en verkeersbewegingen realistisch te verwachten zijn bij volledige uitvoering van het Masterplan? Antwoord: Er is in het Masterplan opgenomen dat iedere afzonderlijke ontwikkeling verkeerstechnisch veilig afgewikkeld moet kunnen worden. Kijken we naar de individuele ontwikkelingen die bijvoorbeeld direct of indirect worden ontsloten op de Rijksweg (N278) voorzien we geen knelpunt op deze weg en kan met behulp van kleine aanpassingen het verkeer goed en veilig worden verwerkt. Mochten er plannen komen die substantieel meer bebouwing gaan toevoegen dan wel een intensievere functie, zal deze afweging dus opnieuw gemaakt moeten worden. Vraag 5: Welke financiële en juridische risico’s ziet het college indien onderdelen niet of vertraagd worden gerealiseerd? Antwoord: Er zijn gelden toegekend uit de Regiodeal Zuid-Limburg voor het realiseren van onderdelen van dit Masterplan. Als deze niet tot uitvoering komen, betekent dit dat deze gelden voor deze onderdelen worden ingetrokken. Juridische risico’s van het Masterplan zijn beperkt. Het Masterplan is immers een beleidsstuk en dus niet direct bindend voor burgers. Bij de verdere uitvoering zullen per deel project de financiële en juridische risico’s in beeld gebracht moeten worden.
Vraag 6: Hoe wordt participatie van omwonenden en belanghebbenden in vervolgfases geborgd? Antwoord: Zoals onder vraag 5 beantwoord is het Masterplan een beleidsstuk. Vertaling vindt plaats in concrete uitvoeringsacties. Per concrete uitvoeringsactie zal bezien moeten worden op welke manier participatie vorm gegeven wordt.
Vraag 7:
Het masterplan stelt dat woningbouw aan de dorpsrand alleen mogelijk is waar deze ecologisch en landschappelijk inpasbaar is. Op basis van welke toetsing is vastgesteld dat woningbouwvariant 2 (van de voorgenomen bouwlocaties in EM) aan deze voorwaarde voldoet? Antwoord: Er wordt aangenomen dat u met variant 2 duidt op het raadsbesluit van 30 september 2025 waarin de raad heeft besloten om voor Cadier en Keer, Dorpsstraat variant 2 als voorkeursvariant te kiezen en hiervan de haalbaarheid verder te onderzoeken. In het raadsvoorstel is hierbij vermeld dat ecologie en ontsluiting van het plangebied als integraal onderdeel worden meegenomen bij de verdere Pagina 2 van 14
ontwikkeling. Uit dit haalbaarheidsonderzoek zal derhalve ook moeten blijken hoe deze variant ecologisch en landschappelijk inpasbaar is. Vraag 8:
In het masterplan wordt een ongewenst toekomstbeeld geschetst waarin open ruimte verdwijnt en functies worden ‘platgeslagen’. Welke elementen maken dat de in variant 2 gekozen locatie niet leidt tot dit ongewenste toekomstbeeld? Antwoord: Verwezen wordt naar het antwoord onder vraag 7. Vraag 9:
Het masterplan benoemt het behoud van landschappelijke openheid, zichtlijnen en een zachte overgang tussen dorp en landschap als kernkwaliteiten. Hoe verhoudt bouwvariant 2 zich concreet tot deze kernkwaliteiten? Antwoord: Verwezen wordt naar het antwoord onder vraag 7. Vraag 10:
Het masterplan spreekt over het ‘afronden van de dorpsrand’ met een zorgvuldig ingepaste nieuwbouw. Waar ligt volgens het college de grens tussen afronden van de dorpsrand en uitbreiding richting open landschap en hoe is die grens bij variant 2 bepaald? Antwoord: Verwezen wordt naar het antwoord onder vraag 7. Vraag 11:
In het masterplan wordt gewaarschuwd voor aantasting van natuurwaarden en ecologische corridors, zeker zolang die nog niet juridisch zijn geborgd. Hoe wordt voorkomen dat bouwvariant 2 ecologische verbindingen verzwakt of onder druk zet? Antwoord: Verwezen wordt naar het antwoord onder vraag 7. Vraag 12:
Tijdens toelichtingen is bouwvariant 2 als ‘robuust’ omschreven, terwijl vergelijkbare verstedelijking als ongewenst wordt gepresenteerd. Op basis van welke criteria wordt variant 2 als robuust beschouwd binnen de uitgangspunten van het masterplan? Antwoord: Niet duidelijk is op welke toelichtingen wordt gedoeld. In het Masterplan is t.a.v. de nieuwbouwlocatie Dorpsstraat aangegeven: Afronden van de dorpsrand met zorgvuldig ingepaste nieuwbouw. Vraag 13:
Volgens het masterplan is het grootste deel van het gebied PvH ongeschikt voor woningbouw. Waarom is deze locatie geselecteerd voor verdere uitwerking en is niet eerst ingezet op verdichting binnen bestaande kernen en minder landschappelijk kwetsbare locaties? Pagina 3 van 14
Antwoord: Het Masterplan is een verdere vertaling van de Uitgangspuntennotitie Poort van het Heuvelland, zoals vastgesteld door de raad in februari 2025. In deze Uitgangspuntennotitie is opgenomen: Wij onderzoeken de mogelijkheden van woningbouw / nieuwbouw in het gebied, maar concentreren ons daarbij, wat betreft reguliere nieuwbouw, op het meest zuidoostelijk gelegen gedeelte van de Poort van het Heuvelland (de zuidwestelijke kernrand van Cadier en Keer). Ondertussen heeft de raad op 30 september jl. besloten om voorkeursvariant 2 voor deze locatie nader te onderzoeken op haalbaarheid. Vraag 14:
Tijdens de bewonersavond is medegedeeld dat de locatie voor woningbouw als een gegeven is meegegeven aan de landschapsarchitect. In hoeverre heeft het masterplan hierin nog een open en onderzoekende rol gehad? Antwoord: Verwezen wordt naar vraag 13. De Uitgangspuntennotitie alsmede het raadsbesluit van 30 september, waarbij deze locatie is aangewezen, zijn leidend geweest. Vraag 15:
Hoe borgt de raad dat het masterplan niet alleen richtinggevend is in visie, maar ook leidend blijft bij concrete keuzes zoals bouwvariant 2? Antwoord: Het is aan de raad om aan te geven hoe zij de kaderstellende- en controlerende rol van de raad zien. Als bouwvariant 2 wordt uitgevoerd is hiervoor een wijziging van het omgevingsplan nodig. Het is aan de raad om deze wijzigingen vast te stellen. Vraag 16:
Bijlage 4c Ecologisch rapport. pag. 8 advies ecoduct van 15-20m i.p.v. 40m voor ree en 25m voor eekhoorn. Graag onderbouwing van deze afwijking van de ‘leidraad faunavoorzieningen bij infrastructuur’ toevoegen. Antwoord: Op p.8 staat een tabel met geadviseerde breedten per doelsoort zoals vermeld in de door Rijkswaterstaat gepubliceerde ‘Leidraad faunavoorzieningen’. Deze breedte is een algemeen advies. Voor twee doelsoorten is afgeweken van de geadviseerde breedte (eekhoorn en ree). In de rapportage is beschreven dat de breedte en robuustheid van de toeleidende landschappelijke groenstructuur van grotere invloed is op de functionaliteit dan de breedte van de verbinding over de weg. Gekozen is voor locaties aansluitend op een robuuste landschappelijke structuur, met een passende breedte voor het ecoduct. Die breedte is expliciet opgedeeld in een breedte voor de ecologische functie en een breedte voor recreatief medegebruik (18m + 2m wandelpad)." Vraag 17:
Pag. 9. Natuurverbindingen. Normaal gesproken worden locaties van faunaverbindingen gebaseerd op basis van wissels, looproute en/of locatie verkeersslachtoffers, zodat zoveel mogelijk bij bestaand gebruik door fauna wordt aangesloten. Waarom is dat hier niet gedaan? Pagina 4 van 14
Antwoord: De drie locaties zijn bepaald op basis van observaties van landschappelijke kenmerken (landschappelijk geschikte routes) en observaties van daadwerkelijke looproutes. In de rapportage is beschreven dat de breedte en robuustheid van de toeleidende landschappelijke groenstructuur van grotere invloed is op de functionaliteit dan de breedte van de verbinding over/ onder de weg. Gekozen is voor locaties die aansluiten op een robuuste landschappelijke structuur Vraag 18:
Pag. 10 ecoduct. (Ook 4b Masterplan pag. 26). - breedte ecoduct 25m op tekening. Waarom hier 25m, op dwarsdoorsnede 20m en in tekst pag. 8 weer verschillend: 15 tot 20m? Antwoord: Op p.10 staat de dwarsdoorsnede van het beoogde ecoduct gemaatvoerd: 18m + 2m wandelpad. Op p.10 staat geen tekening met een gemaatvoerde breedte van 25m. In de tekst op p.8 staat wat de faunaleidraad adviseert (voor de meeste doelsoorten is dat 15m). Vraag 19:
Effectief resteert een 18m brede natuurstrook. Waarom verschilt dit zo met de op pag.8 genoemde 25, 20 en zelfs 40m? Antwoord: Op p.8 staat een tabel met geadviseerde breedten per doelsoort zoals vermeld in de door Rijkswaterstaat gepubliceerde ‘Leidraad faunavoorzieningen’. Deze breedte is een algemeen advies. Voor twee doelsoorten is afgeweken van de geadviseerde breedte (eekhoorn en ree). In de rapportage is beschreven dat de breedte en robuustheid van de toeleidende landschappelijke groenstructuur van grotere invloed is op de functionaliteit dan de breedte van de verbinding over de weg. Gekozen is voor locaties aansluitend op een robuuste landschappelijke structuur, met een passende breedte voor het ecoduct. Die breedte is expliciet opgedeeld in een breedte voor de ecologische functie en een breedte voor recreatief medegebruik (18m + 2m wandelpad). Vraag 20:
Waarom is niet zoals gebruikelijk de breedte bepaald aan de hand van de doelsoorten en vervolgens extra meters toegevoegd voor menselijk medegebruik i.v.m. verstoring? Antwoord: Zie antwoord onder vraag 19. Vraag 21:
Om verstoring van wilde flora en fauna zo veel mogelijk te beperken wordt de recreatieve functie fysiek afgescheiden. Hoe gaat u ervoor zorgen dat het wandelpad onverlicht blijft? Antwoord: Het gemeentelijke beleid ten aanzien van openbare verlichting is dat verlichting in het buitengebied ontbreekt. De raad heeft dit beleid vastgesteld Vraag 22: Pagina 5 van 14
Het is algemeen bekend dat loslopende honden een verstorende invloed hebben op wilde flora en fauna. Omdat zeer recent het losloopverbod in het buitengebied van EM is afgeschaft en dit gebied het buitengebied betreft: hoe gaat u borgen dat verstoring wordt voorkomen om de werking van het ecoduct te garanderen? Antwoord: De raad heeft dit in de raadsvergadering van december 2025 bepaald. Dit betekent dat op het ecoduct honden los mogen lopen. Bij de inrichting van het ecoduct is aanbevolen om een fysieke scheiding tussen wandelpad en de rest van het ecoduct aan te brengen, zodat honden niet op het faunagedeelte kunnen komen. Vraag 23:
Hoe is de stand van zaken omtrent de reeds lang beoogde ontwikkeling in dit gebied van het project Permacultuur in het voormalig LTS-gebouw? Antwoord: Het ontwerp-bestemmingsplan heeft eind 2023 ter inzage gelegen. Er zijn destijds een aantal zienswijzen ingediend, waaronder van de gemeente Maastricht. Voor de beantwoording van deze zienswijzen is nader onderzoek nodig. Dit onderzoek is nog niet door de initiatiefnemer uitgevoerd.
Vraag 24: Raadsvoorstel Centrale Ambitie Natuur Verbonden landschap voor mens en dier. Zijn al globale doorrekeningen gemaakt van de te verwachten investeringen in het ecoduct en de twee faunatunnels? Antwoord: Er is een zeer globale kostenraming gemaakt (€ 3.360 k ex btw) voor het ecoduct op basis van realisatie van dergelijke voorziening elders in het land. Ten aanzien van de beide faunatunnels is nog geen doorrekening gemaakt. Er is vanuit gegaan deze te realiseren door werk met werk te maken tijdens onderhoud aan de N278. Hier dient dus nog een doorrekening van gemaakt te worden. Vraag 25: Welke partijen kunnen hierin bijdragen? Antwoord: Provincie Limburg/Europese subsidies/Staatbosbeheer/Stichting Limburgs Landschap zouden kunnen bijdragen in de realisatie van het ecoduct, dan wel de stapstenen er naar toe. Mogelijk kan ook de Vereniging tot Natuurbehoud Cadier en Keer en/of de Vereniging Natuurbeheer Keerberg middels inzet van vrijwilligers een bijdrage leveren in de vorm van participatie. Vraag 26:
Pagina 6 van 14
Genoemd wordt leefgebied voor de korenwolf. Is dit wel realistisch? Zie de jarenlange miljoenen investering op het plateau van Margraten waar thans geluiden gaan om hiermee te stoppen. Waarom zou dit wel kans van slagen hebben? Antwoord: De populatie op het plateau waaraan in de vraag gerefereerd wordt, is geen direct aanleiding voor de aan te leggen faunavoorzieningen. Op het middenterras ten noorden en ten zuiden van de N278 bevinden zich leefgebieden van de korenwolf. Het gaat om terreinen ten oosten van Scharn en Heer. Voor duurzame instandhouding van deze populaties is het nodig om een ecologische verbinding aan te leggen om genetische uitwisseling te waarborgen. Vraag 27: Cultuur en erfgoed Huize St. Joseph. Het COA overweegt om structureel asielzoekers hierin onder te brengen. Past dit binnen de gestelde herbestemming tot maatschappelijke functie? Is al meer te vermelden over het voornemen van het COA? Antwoord: Op basis van het huidige bestemmingsplan is jeugdzorg en volwassenenopvang toegestaan. In het kader van het voorkeursrecht is aangegeven dat beoogd wordt een ruimere toekomstige maatschappelijke bestemming. Het voornemen van COA valt buiten de scope van het Masterplan. Als er nieuws te melden is zal aan de raad hierover mededeling gedaan worden. Vraag 28: Masterplan Pagina 11. Sportvelden veroorzaken een belemmering voor dooraderen van fauna.
Indien deze toegankelijk gemaakt worden dreigt het gevaar van vernieling en schade. Hoe denkt u dit te kunnen aan te pakken en te sturen? Antwoord: Rondom de sportvelden ligt nu reeds bosplantsoen, deze kunnen gebruikt worden als “stapstenen” voor fauna. Afhankelijk van de fauna die hier gebruik van gaat maken kan beplanting aangebracht worden die hun uitnodigt om deze stapstenen te gebruiken. In het gebied van de golfbaan zie je dit terug. Vraag 29: Pagina 12. Landbouw en natuur. Er liggen ruime kansen maar ook veel bedreigingen. Hoe denken we dit bij elkaar te brengen? Is hier contact van de landbouworganisaties over? Wie gaat de voorlichting richting agrariërs trekken? Antwoord: Er heeft ook een gesprek plaatsgevonden met een afvaardiging van de landbouworganisaties. De projectleider voor dit project is verantwoordelijk voor de communicatie en voorlichting richting de stakeholders en de omgeving. De projectorganisatie voor de volgende stap in dit proces moet nog worden ingericht. Daarnaast beschikt onze organisatie over een beleidsadviseur Landbouw , die tevens contactpersoon/linking pin is naar onze organisatie voor de landbouwsector.
Vraag 30: Pagina 14. Bestemmingsplan buitengebied 2009. Wanneer wordt dit bestemmingsplan herzien? Antwoord: Dit bestemmingsplan wordt t.z.t. meegenomen in het Omgevingsplan Eijsden-Margraten.
Pagina 7 van 14
Vraag 31: Pagina 18: Recreatief netwerk. Belemmeringen worden genoemd door de hoge recreatiedruk. Bent u niet bevreesd dat de ontwikkeling Poort van het Heuvelland deze druk nog zal verhogen? Antwoord: Door de ontwikkeling van de Poort van het heuvelland ontstaat er meer natuur en wordt de recreatieve ruimte groter. Er wordt 1 wandelpad toegevoegd. Als deze optie aantrekkelijk is, zal deze ook meer gebruikt gaan worden en in een groter gebied. De druk (recreanten/oppervlakte) zou dan niet hoeven toe te nemen
Vraag 32: Pagina 3: Op pagina 2 wordt aangegeven dat er een relatie is tussen het Masterplan en Cittaslow. waarom ontbreekt in de lijst met beleidsdocumenten een beleidsdocument waarin beschreven staat wat Cittaslow nu precies inhoudt Antwoord: Op pagina 2 wordt de essentie van Cittaslow weergegeven. Een beleidsdocument toevoegen waarin beschreven staat wat Cittaslow precies inhoudt, voegt dan ook niets hieraan toe. Vraag 33: Pagina 26: Gaat de provincie akkoord met een ecoduct over de rijksweg, daar zij de eigenaar zijn van de weg? Antwoord: Beleidsmatig bestaat deze wens binnen de provincie. Uitwerking en aanleg zal wel in nauw overleg met de provincie moeten plaatsvinden. Vraag 34: Pagina 27 en 28: Gaat de provincie akkoord met de twee faunatunnels onder de rijksweg, daar zij de eigenaar zijn van de weg? Antwoord: Hierover dient nog overleg plaats te vinden. Dit zijn stappen die behoren tot de vervolgfase. Vraag 35: Pagina 27 en 28: Wat zijn de gevolgen voor de onderliggende grotten en tunnels? Antwoord: Het Masterplan is een beleidsstuk en heeft geen gevolgen voor onderliggende grotten en tunnels. Bij concrete uitwerking is dit een belangrijk aandachtspunt. Overigens zijn gebieden waar onderaardse
Pagina 8 van 14
gangenstelsels in het gebied voorkomen, ook al beschermd middels het geldende bestemmingsplan Buitengebied. Vraag 36: Pagina 29: Gaat de provincie akkoord met de oversteek voetgangers/fietsers over de rijksweg, daar zij de eigenaar zijn van de weg? Antwoord: Verwezen wordt naar de antwoorden onder vraag 33 en 34. Vraag 37: Pagina 39: Hier wordt aangegeven dat er een hoogbouw komt en de paviljoens worden verwijderd. In de raadsthema avond is reeds aangeven door diverse deelnemers hier niet van gecharmeerd te zijn omdat hierdoor het zicht vanuit het monument en het zicht op het monument erg wordt verstoord. In document 20260120 04e Mail Provincie Limburg 29 oktober 2025 ( ambtelijk) wordt op blz. 2 onderaan en blz. 3 naar gerefereerd dat ook zij de nieuwbouw zoals nu getekend niet geschikt vinden. Waarom is dit nog niet aangepast naar de voorwaarden van de provincie? Antwoord: De provincie geeft aan dat het de voorkeur van de provincie zou hebben om aansluiting te zoeken op de bestaande cultuurhistorische context zowel in vorm, als materialisatie als kleurstelling. De provincie geeft geen oordeel over de hoogte. In het Masterplan wordt bij nieuwbouwprincipes aangegeven dat de ritmiek van de gebouwen refereert aan de schaal en de herhaling van de bestaande architectuur, maar de uitwerking hedendaags blijft.
Er wordt gezocht naar een ingetogen, maar duidelijk contrast met de steenachtige erfgoedgebouwen. Dit is een verschil van opvatting hoe nieuwe bebouwing aansluit op bestaand cultureel erfgoed. De Monumentencommissie en eventueel te zijner tijds de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed zullen een advies geven over de voorgestane architectuur. Vraag 38: Pagina 42: Bij het doorwaadbaar maken van de sportvelden door het beter passeerbaar maken van hekken en barrières is het openzetten voor de bevolking ook een issue. Op dit moment zijn de sportterreinen verboden voor de burgers als men daar niets te zoeken heeft. Hoe wordt dit aangepakt? Antwoord: Dit betreft een Masterplan, dergelijke uitwerkingsdetails worden in de volgende fase van het proces bestudeerd en uitgewerkt. Vraag 39: Pagina 42: Wat voor risico’s zijn er voor de sportvelden als er wel dieren op de sportvelden komen en wie gaat de herstelkosten betalen mocht dit leiden tot schade aan de velden? Antwoord: Nu komen er ook dieren op de sportvelden en is de schade beperkt. Als er schade is, is deze voor de gemeente, daar zij de sportvelden beheerd. Het risico bestaat natuurlijk, en is er nu ook, dat wilde zwijnen en dassen graafschade veroorzaken. Vraag 40: Pagina 9 van 14
20260120 04e Mail Provincie Limburg 29 oktober 2025 (ambtelijk) Pagina 2: In de reactie van de provincie wordt gevraagd naar een betere specificatie van de voetgangers brug. Waarom is deze niet toegevoegd? Antwoord: Deze is niet bijgevoegd omdat het idee van een voetgangersbrug nog niet nader is uitgewerkt. Dit is voor de vervolgfase.
Vraag 41: Allereerst : lof voor dit plan waar, in samenspraak met alle belanghebbenden, eerst vanuit de vastgestelde kernwaarden de ecologische en landschappelijke ”draagkracht” in kaart is gebracht, en van daaruit is gekeken naar de mogelijkheden en wenselijkheden van verdere planologische ontwikkelingen, waarbij ook rekening wordt gehouden met de noodzakelijke randvoorwaarden als sociale voorzieningen. Een schoolvoorbeeld van hoe PRO hoopt dat in de toekomst planologische ontwikkelingen in deze gemeente vorm gegeven zullen worden. Dit masterplan is een uitwerking van de Uitgangspuntennotitie Poort van het Heuvelland, zoals die door de Raad is vastgesteld. Wat is nu precies de juridische status van dit masterplan, zodra het is vastgesteld, bijvoorbeeld m.b.t. de exacte afbakening van het project gebied? Antwoord: Dit Masterplan is, na vaststelling door uw raad, een beleidsstuk. Het geeft de kaders aan voor voorgestane ontwikkelingen in het gebied.
Vraag 42: Wat is de precieze relatie van dit Masterplan tot de nog vast te stellen gebiedsvisie Poort van het heuvelland? Antwoord: Het Masterplan is de Gebiedsvisie voor de Poort van het Heuvelland. Vraag 43: 04a RV, pag3: ‘1. Doorbreken van de barrière van de N278:’ Hier worden drie maatregelen voorgesteld : Voor het ecoduct als de belangrijkste oversteek voor mens én dier zijn liggen concrete en gedetailleerde plannen voor, voor de twee faunatunnels voor een veilige doorgang voor dassen, amfibieën en klein wild en voor het inrichten van de verbindingen in het achterland als stapstenenlandschap is slechts een indicatie gegeven. Welke vervolgstappen zijn hier voorzien? • Aan weerszijden van de verbindingen het achterland inrichten als stapstenenlandschap. Antwoord: Dit zijn allemaal uitwerkingen die in de vervolgfasen nadere aandacht verdienen en uitgewerkt moeten worden. Vraag 44: Pagina 10 van 14
04a RV pag4: ‘Resultaat’ punt 3 ‘Zorgvuldig ingepaste ontwikkelzones die wonen, recreatie en maatschappelijke functies mogelijk maken, zonder de draagkracht van het landschap te overschrijden.’ Michel Heessen concludeert dat zijn voorstellen voor woonontwikkeling, qua vorm en aantallen, geen aanvullende (ingrijpende) maatregelen voor infrastructuur nodig maken. Zijn deze voorstellen, en daarmee de plannen voor infrastructuur binnen deze plannen, kaderend in de verdere ontwikkelingsstappen? Antwoord: Het Masterplan is een kaderstellend beleidsstuk. Er is in het Masterplan opgenomen dat de ontwikkelingen via de in het plan opgenomen wegeninfrastructuur afgewikkeld kunnen worden. De capaciteit van de Rijksweg is voldoende. Er zijn voor realisatie geen nieuwe ontsluitingen op de Rijksweg nodig. De doorstroming met 80 km per uur en daarmee het provinciaal belang blijft geborgd. Wel wordt er in dit Masterplan voor geopteerd om bestaande aansluitingen op de Rijksweg, waaronder bijv. ter plaatse van de Pater Kustersweg, veiliger te maken. Dit is een inschatting gebaseerd op de kaders die in het Masterplan worden gehanteerd voor de te handhaven bestaande bebouwing, alsmede het toevoegen van nieuwbouw ten behoeve van het behoud van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Echter bij ieder concreet plan zal deze afweging opnieuw gemaakt moeten worden.
Immers het is zeer afhankelijk van de functie hoeveel verkeersbewegingen gegenereerd worden. Mochten er echter plannen komen die substantieel meer bebouwing gaan toevoegen dan wel een intensievere functie, zal deze afweging opnieuw gemaakt moeten worden. Vraag 45: 04a RV pag5: ‘De gemeente Maastricht en de provincie hebben beiden een ambtelijke reactie gegeven.’ Deze reacties (bijlage 4 en 5) graag alsnog als bijlage toevoegen aan de stukken Antwoord: Is gebeurd. Vraag 46: ‘Informatieavond 23 oktober 2025’ Maastricht (-)zag graag de “fair-share” gedachte ten aanzien van woningbouw, opgenomen gezien in dit Masterplan. Waarom wordt dit “fair share” principe niet alsnog overgenomen, aangezien het in lijn is met de verdere beleidsvoornemens van de gemeente en hiermee extra wordt geborgd, ook op de lange termijn? Antwoord: De verdeling zoals aangegeven in de woondeal is leidend bij de verdere ontwikkeling van woningbouwplannen. Dit geldt niet alleen voor dit gebied maar voor alle woningbouwplannen in zijn totaliteit. Vraag 47: 04a RV pag6 : ‘FINANCIËLE ASPECTEN’ Klopt het dat de budgetten voor deze fase van de Regiodeal uiterlijke eind 2026 definitief moeten zijn vastgesteld/ingediend/goedgekeurd? Antwoord: Nee dat klopt niet. De looptijd van de Regiodeal is vanaf 1 januari 2024 tot en met 31 december 2027. Het verzoek tot vaststelling moet gedaan worden voor 30 juni 2028.
Pagina 11 van 14
Vraag 48: Welke concrete bedragen/budgetten zijn exact aan welke exacte projectplannen gekoppeld, en zijn daarmee bepalend voor de timing en uitvoering van deze plannen. Antwoord: Zie onderstaande tabel. Voor wat betreft de looptijd van de Regiodeal zie het antwoord bij vraag 47.
Vraag 49: Is de verwachting dat deze plannen binnen deze bepaalde termijn gerealiseerd kunnen worden? Antwoord: D1, D2 zijn bij vaststelling van dit Masterplan afgerond. D4 en D5 moeten nog opgepakt worden. In relatie tot D6 is de Pelikaanhal aangekocht en gesloopt, zodat voor dit gedeelte nog 250 resteert. Vraag 50: Na aftrek van de bijdrage van de Regiodeal blijft een financiering van 1,9 miljoen euro over voor de gemeente. Antwoord: Deze kosten zullen gedeeltelijk voor rekening van de gemeente komen. Er zullen ook andere partners/ overheden betrokken worden, zoals de provincie. Ook zal, met name in relatie tot het ecoduct, bezien worden welke Europese subsidies hiervoor aangetrokken kunnen worden. Vraag 51: In hoeverre is dat bedrag nu reeds afgedekt in de budgetten, en als er bedragen nog niet zijn afgedekt, welke plannen hiervoor worden overwogen? In feite is er op dit moment geen dekking en dient dit in de komende fases nader uitgewerkt te worden. Tevens dient er gekeken te worden naar combinatieprojecten, bijvoorbeeld te denken aan het meerjaren investeringsprogramma infrastructuur verkeersveiligheid of projecten in het kader van het landschapsontwikkelingsplan
Pagina 12 van 14
In het Masterplan wordt gesproken over erfgoed, maar uit niets blijkt dat daarmee ook de LTS wordt bedoeld. Waarom is dit? Antwoord: Het LTS-gebouw wordt daarmee ook bedoeld, zie onder pagina 13 en pagina 20 van het Masterplan. Vraag 52: ‘Er wordt gewag gemaakt van een omzetting van de functies van de LTS.’ Zijn de huidige functies ter ziele gegaan? Passen die niet meer in het Plan? Zijn de eigenaren hiervan op de hoogte? Aan welke nieuwe functies wordt gedacht? Antwoord: De huidige functie van het LTS gebouw is volgens het bestemmingsplan Buitengebied: Jeugdzorg en volwassenopvang. Eind 2023 heeft het ontwerp bestemmingsplan Heerdeberg Cittaslow campus ter inzage gelegen. Hierop zijn zienswijzen ontvangen. Naar aanleiding van deze zienswijzen was nader onderzoek nodig. Dit is door de initiatiefnemers nog niet aangeleverd. Het bestemmingsplan is daarom ook nog niet ter vaststelling aangeboden aan de raad. Vraag 53: ‘Woningbouw nabij het Missiehuis’ Om hoeveel woningen gaat het nu uiteindelijk? Antwoord: Momenteel onderzoekt de ontwikkelaar wat mogelijk is binnen de kaders van het Masterplan. Op basis van een concreet plan zal blijken om hoeveel appartementen het daadwerkelijk gaat.
Vraag 54: Vormen die onderdeel van het woningbouwprogramma? Antwoord: Ja, zie tabel Prognose Woningbouw Eijsden-Margraten 2024-2034, behorende bij de Programmabegroting 2026-2029, waarin voor de ontwikkeling SMA klooster 100 woningen zijn geprognotiseerd. Vraag 55: Waardoor geen Wvg beslag meer nodig is? Antwoord: Op de percelen rondom het missiehuis is geen voorkeursrecht gevestigd. Het voorkeursrecht is gevestigd op het zuidwestelijk gedeelte van de Poort van het Heuvelland. Vraag 56: Wordt het totaal aantal woningen in het programma daarmee niet substantieel opgerekt? Antwoord: Nee, deze woningen zijn al in het programma opgenomen, zie hiervoor de tabel bij de Programmabegroting 2026-2029 Vraag 57: Om welk type woningen gaat het, qua doelgroepen? Antwoord: De verdeling conform de woondeal is hierbij leidend.
Pagina 13 van 14
Vraag 58: Wat is bekend omtrent beeldkwaliteit, bouwwijze en materiaalkeuze? Antwoord: Zie vraag 53, er is nog geen concreet plan.
Pagina 14 van 14