CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Schriftelijke vragen en antwoorden Aanpassen Wet voorkeursrecht gemeenten.docx

* Raadsvergaderingen 15 februari 2022, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Schriftelijke vragen en antwoorden en vragen toezeggingen beeldvormende vergadering1.666 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

04 Schriftelijke vragen voorafgaand aan de beeldvormende vergadering van 7 februari 2022 Voorstel: Definitieve aanwijzing van percelen en perceelsgrootte op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten

Geen

Vraag 1: Waarom wijst de gemeente Eijsden-Margraten de percelen aan de Burgemeester Beckersweg in Mheer aan terwijl uit een reactie van de provincie Limburg duidelijk is dat zij nooit akkoord zullen gaan met woningbouw op dit perceel? Antwoord: Bij de vestiging van het voorkeursrecht is de opdracht van uw raad (motie d.d. 8 november 2021) gevolgd. U als raad beslist uiteindelijk over het al dan niet vestigen van het voorkeursrecht. Bovendien is het besluit over het voorkeursrecht door het college genomen vóórdat het standpunt van de provincie Limburg bekend was geworden.

Vraag 1: Kunt u uitleggen waarom perceel V309 meegenomen wordt in uw voorstel, dit terwijl u in de verkenning van de provincie hebt vernomen dat ruimtelijke ontwikkeling in de vorm van woningbouw daar niet aanvaardbaar is Om door de Provincie serieus genomen te worden, die wel meedenkt met de andere twee gebiedsdelen, is het verstandig om het voorkeusrecht op perceel V309 niet te vestigen. Met u dit met de VVD eens? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Bij de vestiging van het voorkeursrecht is de opdracht van uw raad (motie d.d. 8 november 2021) gevolgd. U als raad beslist uiteindelijk over het al dan niet vestigen van het voorkeursrecht en op welk perceel dat gebeurt.

1

Bovendien is het besluit over het voorkeursrecht door het college genomen vóórdat het standpunt van de provincie Limburg bekend was geworden. Het vestigen van het voorkeursrecht zelf zegt echter niets over de daadwerkelijke bestemmingsplanwijziging naar een “woonbestemming”. Wel spreekt uw raad bij de bevestiging van het voorkeursrecht een voornemen uit om de bestemming te wijzigen van agrarisch naar wonen. Nu het standpunt van de provincie – zoals u beschrijft – bekend is, lijkt dit inderdaad niet opportuun.

Vraag 1: Er wordt sinds een aantal jaren elk jaar een miljoen in de begroting gereserveerd voor aankoop van agrarische grond om die te kunnen ruilen tegen grond waarop natuurontwikkeling plaats kan vinden. (Strategische grondaankoop voor landschap- en natuurontwikkeling) Gaat dat miljoen of een deel daarvan gebruikt worden voor de aankoop van de percelen in Mheer, waarvan een gedeelte gebruikt wordt voor grondruil met de fruitboer naast de percelen met woonbestemming ten einde spuitproblemen te voorkomen? In dat laatste geval hoeveel van dat miljoen? Antwoord: Het budget voor de strategische grondaankoop voor landschaps- en natuurontwikkeling wordt niet gebruikt voor de beoogde verwervingen. Vraag 2: Welke garantie is er dat de daarmee aangekochte gronden ingezet worden voor het doel waarvoor het in de begroting is opgenomen. Antwoord: De met het budget voor strategische aankopen voor landschaps- en natuurontwikkeling aangekochte gronden worden ingezet voor het doel zoals het in de begroting is opgenomen. Vraag 3: De bestemmingsplannen: Wanneer de bestemming agrarisch van de percelen wordt gehaald, hoeveel ruimte is er dan nog voor natuur inclusieve landbouw op die gronden. Antwoord: Het gebruik van de gronden zal in overeenstemming moeten zijn met de bepalingen uit het bestemmingsplan. U als raad stelt het bestemmingsplan vast.

Er is geen ruimte voor (een vorm van) bedrijfsmatige landbouw binnen de beoogde bestemmingen. Indien de wens bestaat om een vorm van (extensieve) landbouw mogelijk te maken dan kunnen de mogelijkheden hiertoe in het bestemmingsplan onderzocht worden, vooropgesteld dat dit geen belemmeringen oplevert voor de beoogde woningbouwplannen.

2

Vraag 4: Waarom is het nodig nu al de bestemming landbouw definitief van die grond te halen. Hoe kunnen deze gronden nog dienen voor landruil ten behoeve van natuurontwikkeling als de bestemming agrarisch ervan af is? Wat wordt dan de nieuwe bestemming? Natuur? Antwoord: Alleen op de gronden waar een bestemmingswijziging wordt beoogd kan een voorkeursrecht gevestigd worden. Dit betreft de gronden waar woningbouw wordt beoogd, of die gronden die momenteel – door hun agrarische bestemming – een belemmering vormen voor de woningbouwplannen (gewasbescherming met chemische bestrijdingsmiddelen c.q. spuitzones). Dat geldt derhalve niet voor de gronden die aangekocht worden met een strategische achtergrond. Deze gronden behouden hun huidige bestemming. Met andere woorden; daar waar de bestemming wordt gewijzigd is dit nodig in verband met de beoogde woningbouwplannen. De beoogde nieuwe bestemming is per perceel aangegeven in de perceelslijst welke deel uitmaakt van het raadsvoorstel. Vraag 5 De provinciale visie bouwen/verdichten in de steden en het platteland groen houden, lijkt niet te sporen met deze plannen. Beide plannen liggen in een beschermingsgebied, Mheer zelfs in de groen/blauwe mantel. Hoe reageert de provincie op deze plannen? Hoe garanderen deze plannen dat op de landbouwpercelen waarvan de bestemming wijzigt in de toekomst niet gebouwd gaat worden? Antwoord:

De provincie Limburg heeft haar standpunt op de plannen kenbaar gemaakt in haar brief van 21 december jl. Deze brief is aan uw raad doorgezonden en ook toegelicht in de besloten raadsthemabijeenkomst van 18 januari jl. Een gedegen onderbouwing van de plannen is noodzakelijk om in deze gebieden tot een woningbouwontwikkeling te komen. De bestemming wijzigt enkel op die percelen waar dat nodig is om een ontwikkeling met woningbouw mogelijk te maken.

3

Vraag 1: De plannen zijn nu bekend, van geheimhouding is geen sprake meer, het doel om zonder ongewenste belemmering door derden met de grondeigenaren te onderhandelen wordt niet gehaald, aangezien de aanwijzing nog niet door de raad is goed bevonden. • Hoe zit het met privacybescherming, aangezien de namen van grondeigenaren uitgebreid vermeld staan in de lijst in de bijlage? • Zijn er al contacten geweest/contracten afgesloten/afspraken gemaakt? Tot dat de raad toestemming heeft verleend kunnen andere kopers hun slag slaan, zeker als het voorstel niet rijp voor beraad wordt bevonden, dan duurt het nog langer. Antwoord: De gegevens van perceeleigenaren zijn bij het kadaster vrij opvraagbaar door eenieder en dit betreft als zodanig openbare informatie. In de Algemene Verordening Gegevensbescherming is een uitzondering opgenomen voor de informatie die raadpleegbaar is in de openbare registers. Het voorkeursrecht is van kracht direct nadat het college hiertoe het besluit heeft genomen. Uw raad dient vervolgens een besluit te nemen over het bevestigen van het voorkeursrecht zoals verwoord in het onderhavig raadsvoorstel. Met de relevante eigenaren hebben inmiddels diverse gesprekken plaatsgevonden, zowel in Mheer als in Oost-Maarland. Vraag 2: Dit stuk gaat over 16 ha, meeste is agrarisch.

Hoeveel grond is nodig voor de woningen? Wat doet de gemeente met de overige ha? Kunnen die bestemd worden tot natuur of toegevoegd worden aan de voorraad landschappelijk strategisch gelegen agrarisch gebied, voor omvorming tot duurzame bedrijfsvoering (via uitgifte in pacht, herenboerderij of anders)? Antwoord: Het totale gebied in beide kernen betreft ca. 19,2 ha. Met de aankopen in Mheer en Oost-Maarland zou in beginsel ruim 3,3 ha. beschikbaar komen voor woningbouw. Daarnaast blijft ca. 15,8 ha. beschikbaar als strategische grond zoals u aangeeft, danwel gronden waar een natuur/groen bestemming wordt beoogd om de woningbouwplannen mogelijk te maken. De exacte locaties en oppervlaktes maken deel uit van de planuitwerking en de gesprekken over verwervingen met de betreffende eigenaren. Afhankelijk hiervan worden de bestemmingsplannen uitgewerkt en aan uw raad ter besluitvorming voorgelegd.

4

Vraag 3: Er blijken al koopovereenkomsten te zijn gesloten. Zit de gemeente straks dan niet opgezadeld met te dure percelen als straks het plan niet mocht worden uitgevoerd? En waarom is voor die percelen dan nog toepassing van de WVG gewenst? Wat zijn/worden de aankoopkosten? Antwoord: Er zijn nog geen koopovereenkomsten gesloten vooruitlopend op uw besluiten aangaande de woningbouwplannen. Er zijn wel – onder voorbehoud van de benodigde besluitvorming – onderhandelingen gevoerd. Eventuele aankopen worden zorgvuldig afgewogen, waarbij eveneens een gedegen beoordeling van alle relevante zaken en eventuele risico’s wordt gemaakt alvorens daadwerkelijk tot aankoop wordt overgegaan. De aankoopkosten worden uiteindelijk bepaald door onderhandelingen, waarbij de basis wordt gevormd door (onafhankelijke) taxatiewaarden. Tot de vestiging van het voorkeursrecht is besloten conform de opdracht vanuit uw raad op basis van de motie van 8 novermber 2021. Vraag 4: Regionale afstemming in het Middengebied over het woningbeleid is een voorwaarde. Is dat hier gebeurd? Antwoord: Regionale afstemming over de woningbouwplannen vindt plaats aan de hand van concrete plannen, wanneer (onder meer) het woningbouwprogramma en de stedenbouwkundige inpassing bekend is en voor de plannen bestuurlijk draagvlak bestaat.

Dit maakt deel uit van de uitwerking van de plannen, waartoe eveneens een voorstel wordt voorgelegd in uw vergadering van 15 februari a.s.

Vraag 5: De stukken voor agendapunt 11 en 12 waren niet tijdig beschikbaar. Zijn die van belang voor dit agendapunt/ dan kunnen we dit punt nu niet goed beoordelen Antwoord: De stukken van agendapunt 11 zijn 26 januari gepubliceerd en de schriftelijke vragenronde is tijdig afgerond voor de beeldvormende vergadering. Hoeft dus geen belemmering te zijn voor de beoordeling. Vraag 6 De provincie heeft bezwaren tegen de plannen voor de Burg Beckersweg aangetekend. Welke gevolgen heeft dit? Antwoord: De provincie (evenals de minister) beschikt over (wettelijke) instrumenten (aanwijzing) om de inwerkingtreding van het bestemmingsplan te voorkomen.

5

Vraag 1: Bijlage 4A Biedt dit raadsvoorstel de mogelijkheid tot onteigenen? Antwoord: In eerste instantie baseren wij ons op een verwervingstraject op vrijwillige basis. Hierbij vormt het door uw raad te bevestigen voorkeursrecht de mogelijkheid om de gronden bij verkoop als eerste aan de gemeente te laten aanbieden en over een eventuele verwerving te onderhandelen. Daarnaast beschikken wij als overheid over de mogelijkheid om gronden – onder voorwaarden – te onteigenen. Dit is een separaat traject op basis van de Onteigeningswet wanneer de gronden niet op vrijwillige basis verworven kunnen worden. Dit is vooralsnog niet aan de orde. Vraag 2: Onder Planning etc Geen tekst. Graag alsnog. Antwoord: Het voorkeursrecht blijft bij een positief besluit van kracht. De direct belanghebbenden worden bij een positief besluit zo spoedig als mogelijk van uw besluit in kennis gesteld middels een aangetekend schrijven. Daarnaast wordt uw besluit bij de eerstvolgende mogelijkheid gepubliceerd in het Gemeenteblad. Ook wordt uw besluit ter inschrijving aangeboden aan de dienst voor het Kadaster en de openbare registers. Bij een positief besluit van uw raad is het voorkeursrecht voor een periode van 3 jaar geldig vanaf de dagtekening van uw besluit.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=19f3d067-a73a-414e-af44-775da82f3e0a