CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

03d Schriftelijke vragen en antwoorden hfd 4 Wonen en leefomgeving

* Raadsvergaderingen 12 november 2024, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Schriftelijke vragenronde8.391 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering 12 november 2024 Schriftelijke vragen Raadsvoorstel 4: Programmabegroting 2025 Programma 4 Wonen en Leefomgeving

Vraag 1: Pag. 127. 4.1 Woningbouw naar behoefte in elke kern De lasten dalen de komende jaren terwijl er meer gebouwd gaat worden. Hoe is dit te verklaren? Antwoord: De dalende lasten hebben betrekking op bestaande grondexploitaties (Mheerderweg-Noord & Karreweg) die in 2025 worden afgerond. De lasten van toekomstige plannen / grondexploitaties zijn nog niet opgenomen omdat deze eerst door de raad vastgesteld moeten worden. Vraag 2: U geeft in de toelichting een verklaring voor de stijging van de baten terwijl uit de tabel blijkt dat deze dalen. Zijn de getallen fout of is de toelichting fout? Wanneer er meer gebouwd gaat worden zou men verwachten dat de baten stijgen. Antwoord: Excuses, dit moet natuurlijk een daling zijn. De bedragen kloppen. De daling in 2025 en 2026 is het gevolg van de afronding in 2025 van de bestaande grondexploitaties Mheerderweg-Noord Banholt en Karreweg Sint Geertruid. De baten van toekomstige plannen / grondexploitaties zijn nog niet opgenomen omdat deze eerst door de raad vastgesteld moeten worden. Vraag 3: Pag. 127. 4.4 Aanpak parkeren in Eijsden en Margraten Er wordt minder gebudgetteerd voor de parkeerproblemen. Wil dit zeggen dat deze problemen nagenoeg opgelost zijn? Antwoord: Ten aanzien van het parkeren in de oude kern van Eijsden bent u onlangs geïnformeerd middels een raadsinformatiebrief.

Voor de kern Margraten is opdracht verstrekt om het verkeersonderzoek te doen en hebben in de maand september diverse tellingen en metingen plaatsgevonden. Het college verwacht op korte termijn de resultaten te ontvangen. Op basis van de resultaten zal bepaald worden of er eventueel aanpassingen aan de parkeerinrichting (meer of minder parkeerplaatsen) en/of het geldend parkeerregime nodig zijn. Op dit moment is niet bekend welke oplossingen over voldoende draagkracht beschikken en wat de realisatiekosten dan zijn.

1

Vraag 4: Pag. 127. 4.7 Vastgoed De stijging van de lasten wordt veroorzaakt doordat er minder kosten kunnen worden doorbelast aan derden (MFA Eijsden, binnen sportaccommodaties). Welke kosten kunnen er minder worden door belast aan derden en waarom? Antwoord: De lasten van het gebruik zijn de afgelopen jaren flink gestegen (energie, loonkosten beheer (Vebego), onderhoud, etc.) . Waarbij de kosten van de gymzaal en bibliotheek voor rekening zijn van de gemeente. Vraag 5: Pag. 131. Een TaskForce wonen instellen.Bij brief d.d. 15 september 2022 hebben wij uw raad reeds geïnformeerd over de instelling van de Taskforce Wonen. Is deze task force op dit moment ook al actief en welke partijen en disciplines gaan of maken deel uit van deze task force wonen? Antwoord: Ja, het betreft een interne taskforce, waarin alle disciplines zijn vertegenwoordigd. Momenteel wordt deze herijkt en bezien hoe deze vanuit effectiviteit en slagkracht verder vorm moet krijgen. Door middel van de brief van 15 september 2022 hebben wij uw raad geïnformeerd over het collegebesluit tot instelling van de Taskforce Wonen. In de Taskforce hebben alle relevante disciplines uit de organisatie zitting. Het ontwikkelen van woningbouwlocaties vergt niet alleen inzet van het team Wonen of RO, maar ook van Openbare Werken, Grondzaken, Financiën, Duurzaamheid, etc.

Bestuurlijk hebben de wethouders Custers en Piatek zitting in de Taskforce. In september 2023 werd geconcludeerd dat de aanpak van onze woningbouwopgave op dat moment met het instellen van de Taskforce te groot was opgetuigd. Relevante zaken met betrekking tot de woningbouwopgave en -projecten bleken in de praktijk al te worden opgepakt binnen de projecten en waar nodig afgestemd tussen de portefeuilles. Vertraging bij de projecten bleek met name bij externe (ontwikkelende) partijen te liggen en niet bij onze eigen organisatie. De Taskforce werd daarom ‘on hold’ gezet. Zoals aangegeven op pagina 131 zullen wij in 2025 bezien hoe wij de organisatie zo kunnen inrichten dat (b.v. door middel van een projectorganisatie) het behalen van de gestelde doelen ten aanzien van onze woningbouwopgave, zo goed mogelijk gewaarborgd wordt. In dat kader zal ons college ook bezien of en in welke vorm de Taskforce weer nieuw leven ingeblazen dient te worden. Vraag 6: Pag. 148. 4.3 Veilige fiets wandel omgevingen Speciale aandacht gaat uit naar de oversteek Termaar in de kern Margraten. Waaruit bestaat deze speciale aandacht en hoe krijgt die vorm? Antwoord: Dit punt is door de raad benoemd in het meerjarenbegroting. Betreffende oversteek is in beheer en eigendom van de provincie Limburg; de provincie Limburg heeft aangeven deze oversteek niet te zullen aanpassen.

Vraag 7: 2

4.4. Aanpak parkeren in Eijsden en Margraten, Voor de kern Eijsden wordt er al geruime tijd gewerkt aan de aanpak van de parkeerproblematiek. Welke acties lopen op dit moment voor de kern Margraten? Antwoord: Ten aanzien van het parkeren in de oude kern van Eijsden bent u onlangs geïnformeerd middels een raadsinformatiebrief. Voor de kern Margraten is opdracht verstrekt om het verkeersonderzoek te doen en hebben in de maand september diverse tellingen en metingen plaatsgevonden. Het college verwacht op korte termijn de resultaten te ontvangen. Op basis van de resultaten zal bepaald worden of er eventueel aanpassingen aan de parkeerinrichting (meer of minder parkeerplaatsen) en/of het geldend parkeerregime nodig zijn.

Vraag 8: Pag. 154. 4.6 Openbare ruimte als visitekaartje Ruimte scheppen voor het adopteren van de inrichting en/of het beheer van de openbare ruimte. Daar waar zich initiatieven voordoen worden bewoners of bewonersgroepen gefaciliteerd om openbaar groen te adopteren of gezamenlijk her in te richten. Voor 2025 hebben we geen concrete initiatieven in procedure, mogelijk dat deze zich lopende het planjaar aandienen. Neemt de gemeente in deze een afwachtende houding af of maakt ze hier actief werk van door de inwoners te wijzen op de mogelijkheid voor het adopteren van de inrichting en/of het beheer van de openbare ruimte? Antwoord: Beide. We gaan hier geen “reclame voor maken”, doch als zich een potentieel initiatief voordoet, zullen we dit zeker stimuleren. Te denken valt aan het onderhoud van de groenvoorziening bij de Klaproos in Eijsden, of een groenplantsoen in Noorbeek, een groenplantsoen in Termaar om maar een paar locaties te noemen waar bewonersgroepen openbare ruimte hebben geadopteerd.

Vraag 9: Pag. 154. 4.6 Openbare ruimte als visitekaartje Vergroening door inwoners stimuleren. De raad heeft in 2021 de vergroeningsregeling tuinen vastgesteld. In 2021 hebben bewoners een half jaar gebruik gemaakt van deze regeling met als doel stenen eruit en groen erin, een alternatief op de initiatieven van de stichting Steenbreek. In 2025 wordt de regeling eveneens gecontinueerd. Hoe vaak wordt er gebruik gemaakt van de vergroeningsregeling tuinen? Antwoord: In 2024 hebben tot 1 november 34 adressen hier gebruik van gemaakt.

Vraag 10: Welke acties heeft de gemeente uitgezet om deze regeling ook in 2024 onder de aandacht te brengen van onze inwoners? Antwoord: Dit is eigenlijk een vraag voor de rekening. We hebben dit regelmatig onder de aandacht gebracht, via de campagnes waterklaar, in de gemeenteinfo, sociale media en website etc.

3

Vraag 11: Uitvoering geven aan de woningbouwopgave. Pag. 131 schema U schrijft dat er tot 2030 1485 woningen bijkomen waarvan er inmiddels al 148 zijn gerealiseerd. In totaal wilt u in 2034 onze gemeente uitgebreid hebben met 2020 woningen. In hoeverre is hier sprake van plannen die corresponderen met de behoefte in onze gemeente? Dat was immers bepaald op ongeveer 750 woningen, wat u daarna nog oprekt tot 1000. Uit welke gegevens/cijfers/bronnen is deze woningbouwopgave voortgekomen? Antwoord: Uit ons in 2022 afgeronde woonbehoefteonderzoek blijkt dat t/m 2030 circa 750 woningen aan de voorraad toegevoegd moeten worden om in de verwachte woonbehoefte van onze gemeente te voorzien. Uit de in maart 2023 afgesloten ‘Woondeal Limburg 2023-2030’ blijkt een extra opgave voor ons van 250 nultredenwoningen, waarmee het totaal t/m 2030 op (circa) 1.000 woningen komt. Uitgaande van een gemiddelde planuitval van 30% (landelijk gemiddelde), betekent dit dat er voor (circa) 1450 woningen aan plancapaciteit moet zijn om (circa) 1000 woningen t/m 2030 gerealiseerd te krijgen. Voor de jaren na 2030 wordt verwacht dat de woningvoorraad binnen onze gemeente met circa 400500 woningen moet groeien om tegemoet te komen aan de verwachte woonbehoefte. Om hierop voorbereid te zijn is het noodzakelijk hierop tijdig te anticiperen door voldoende plancapaciteit voorradig te hebben.

Als niet (tijdig) wordt gezorgd voor voldoende plancapaciteit, dan wordt bij een gewijzigde marktsituatie achter de feiten aangelopen, omdat de realisatie van deze capaciteit vele jaren vergt. Dankzij voorradige plancapaciteit in Poelveld, Bloesemgaard, Mheerderweg Noord en Karreweg fase 2, heeft Eijsden-Margraten de afgelopen jaren haar inwoners nog woningen kunnen aanbieden. Als deze capaciteit niet voorradig was, dan zou de huidige woningmarksituatie voor onze woningzoekenden nog veel schrijnender zijn dan nu het geval is. In acht moet worden genomen dat de realisatie van (extra) plancapaciteit niet automatisch betekent dat hiermee de woningen feitelijk zijn of worden gerealiseerd. Zoals bij de kadervaststelling van onze woningbouwopgave op 20 februari jl. aan uw raad is meegedeeld, zal de kwantitatieve en kwalitatieve noodzaak hiervoor periodiek worden gemonitord en waar nodig worden bijgesteld.

Vraag 12: Wanneer er wijken bijkomen is er ook nieuwe infrastructuur nodig. Inmiddels is er een kentering gaande in de wijze waarop we naar mobiliteit, ruimte en duurzaamheid kijken. Over 10 jaar zal er op dat gebied een en ander anders zijn dan nu, denk bijvoorbeeld aan ander autogebruik. Hoe gaat u de nieuwe wijken met het oog op de toekomst duurzaam vormgeven? Heeft u daar deskundigen voor in de arm genomen? Zo ja welke? Zo nee, waarom niet? Antwoord: In het kader van nieuwe wijken, dient er voldaan te worden aan het geldende gemeentelijk beleid. Als gemeente geven we voor deze gebiedsontwikkeling, de criteria vooraf mee aan de projectontwikkelaars. De gemeente heeft hier een toetsende rol.

4

Vraag 13: Sociale huurwoningen De wethouder beweerde dat er in onze gemeente nooit veel behoefte aan sociale huurwoningen is geweest en wellicht klopt dat voor de huidige bevolking, maar Eijsden-Margraten heeft ook de taak om andere doelgroepen te huisvesten. Statushouders Gaat u voldoende sociale huurwoningen bouwen om aan de opgave van opvang statushouders te voldoen, of blijft u deze mensen in containers en in niet voor bewoning geschikte gebouwen onderbrengen? Antwoord: Wij geven invulling aan de afspraken uit de woondeal, waarbij ook invulling wordt gegeven aan de afspraken van sociale huur. Overigens is ons college van mening dat er sprake is van tijdelijke woningen die voldoen waarvoor ze bedoeld zijn en distantiëren wij ons van de term ‘container’. Vraag 14: Woonwagenbewoners Hoeveel plekken voor woonwagenbewoners komen er in onze gemeente bij? Heeft u deze plekken meegerekend in de woningbehoefte? Antwoord: Verwijzend naar het geamendeerde raadsbesluit van 20 februari jl., wordt zowel in Poelveld Fase 3 als in Bloesemgaard Fase 3 afzonderlijk een locatie aangelegd van elk 5 standplaatsen. Hiermee wordt het huidige aantal standplaatsen binnen Eijsden-Margraten de komende jaren verruimd van 31 naar 41. Ja deze zijn meegenomen in de woningbehoefte.

Vraag 15: Ouderen/Bestaande woningen Heeft u onderzocht in hoeverre de grootschalige nieuwbouwplannen de verkoop van leegkomende woningen in de weg gaat zitten? Hoe gaat u leegstand en verpaupering voorkomen? Antwoord: Bij het onderzoeken van woonbehoefte wordt ook gekeken naar de effecten hiervan op de bestaande voorraad. Wat dit concreet betekent voor de verkoop van leegkomende woningen is onmogelijk aan te geven. Dat hangt van meerdere (markt)omstandigheden af dan alleen door een toevoeging van woningen. Wel is bekend dat de laatste 10 jaar steeds meer woningen worden verkocht aan mensen van buiten onze gemeente en zelfs van buiten onze regio. Dat iedere nieuwbouwwoning drie verhuisbewegingen in de gemeente met zich meebrengt, geldt zeker niet voor Eijsden-Margraten. Sterker, de achterlatende woning wordt vaak niet aan eigen inwoners verkocht, zodat geen enkele verhuisbeweging op een nieuwbouwwoning volgt. Het leegstandspercentage is minder dan 1%. Verpaupering door leegstand is dan ook niet aan de orde. Vraag 16:

5

Wanneer de reeds gerealiseerde woningen van het vastgestelde aantal te realiseren woningen wordt afgetrokken zou het laatste getal moeten minderen. Bij u groeit het constant, inmiddels is het al verdubbeld ten opzichte van wat u in eerste instantie berekend had. Waarom maakt u deze rekensom niet? Hoe ontstaan uw cijfers? Antwoord: Voor het antwoord op deze vraag wordt verwezen naar de beantwoording van vraag 11. Vraag 17: Omvorming na vertrek Oekrainers betreft geen toevoeging aantal woningen, enkel planologische wijziging naar wonen (tekst in schema bij Rijckholt) Wat betekent dit voor de beloofde levensloopbestendige woningen in Rijckholt? Antwoord: Dit heeft verder geen betekenis voor de beloofde levensloopbestendige woningen in Rijckholt. Met de betreffende toelichting is bedoeld dat na het vertrek van de Oekraïners de betreffende woningen omgezet kunnen worden in ‘reguliere’ woningen en dat dit dan geen toevoeging van het feitelijke aantal (bestaande) woningen betreft. Het betreft slechts een planologische wijziging. Vraag 18: Pag.127 e.v. Onder 4.1 Woningbouw naar behoefte in elke kern. Meerjarenbegroting. Graag een onderbouwing van de verschillen in de stijgende en dalende lasten en baten in de begrote jaren.

Antwoord: De dalende lasten en baten (2025/2026) hebben betrekking op de bestaande grondexploitaties Mheerderweg-Noord Banholt en Karreweg Sint Geertruid die naar verwachting in 2025 worden afgerond. De lasten en baten van toekomstige plannen / grondexploitaties zijn nog niet opgenomen omdat deze eerst door de raad vastgesteld moeten worden. De stijging in 2027 wordt veroorzaakt door de ontvangst van de laatste termijn van de vergoeding voor door de gemeente gemaakte kosten inzake de Bloesemgaard, e.e.a. conform de overeenkomst met de projectontwikkelaar. Vraag 19: Pag.127 e.v. Stationsomgeving Eijsden. Wat heeft het college inmiddels ondernomen naar aanleiding van het advies van voormalig min. De Jonge om ook het gebied rond het Internationaal treinstation Eijsden te laten gebruikmaken van de grote financiële ruif voor de stations in de Limburgse steden? Antwoord: Het college heeft dit onder de aandacht gebracht van de provincie. Echter vooralsnog wordt daar ingezet op woningbouwontwikkeling bij de vijf grote IC-stations en niet bij de overige mobiliteitsknooppunten. Een en ander laat onverlet dat ons college op genoemde locaties woningbouw nastreeft en zoekt naar mogelijkheden daartoe. Vraag 20: Rademacher De Vries heeft de afgelopen jaren een belangrijke rol gespeeld bij Knooppunt Eijsden.

Welke rol heeft dit bureau nog bij de ontwikkeling van het stationsgebied ofwel voormalig Umon-terrein? 6

Antwoord: Architectenbureau RademacherDeVries begeleidt het proces van de stedenbouwkundige visie rondom het station. Hiertoe is na een aanbestedingsprocedure te hebben doorlopen, opdracht toe verstrekt. Volgens planning zullen de resultaten van dit proces eind 2024 worden aangeboden aan het college. Vraag 21: Pag. 299: Wat is de stand van zaken van de woningbouwplannen in Mheer? Antwoord: Plan Zeguers. Gesprekken met de eigenaar lopen. Deze heeft nog geen besluit genomen inzake verkoop of ontwikkeling van het perceel. Locatie tennisvelden De Gelimment Met de tennisvereniging en BMR hebben gesprekken plaatsgevonden. Beide partijen staan in principe open voor multifunctioneel gebruik van de accommodatie van BMR. Op dit moment wordt in kaart gebracht of en zo ja welke alternatieven er (on)mogelijk zijn en of het hiervoor genoemde conceptvoorstel aansluit bij de behoefte vanuit het gemeentelijk accommodatieen sportbeleid op basis van een IHP (Integraal Huisvestingsplan) Sportaccommodaties. Daarnaast speelt uiteraard ook het financiële aspect een rol. De opbrengsten van de woningbouwontwikkeling zullen naar verwachting niet dekkend zijn voor het verplaatsen van de tennisvelden. Op basis van de uitkomsten van het IHP zal besluitvorming nodig zijn om een (definitieve) richting te bepalen en zullen de nodige stappen worden gezet voor verdere planuitwerking. Vraag 22: Pag.

299 Wijzigingsplan Bloesemgaard. Er is in de tekst sprake van 40 woningen en op een andere plek Intentieovereenkomst met BPD over ca.300 woningen. Graag toelichting. Antwoord: Op basis van het Wijzigingsplan Bloesemgaard worden in de volgende fase (fase 2) 40 woning gebouwd. Met BPD is inmiddels een intentieovereenkomst afgesloten voor fase 3, waarbij uitgegaan wordt van ca. 300 woningen. In totaal dus ca. 340 woningen. In de ‘kleurentabel’ op pagina 131 bij ‘uitvoering geven aan woningbouwopgave’ kunt u deze aantallen bij de kern Margraten ook terug vinden. Vraag 23: Het bijeenroepen van de zg. Woontafel laat reeds geruime tijd op zich wachten en zal pas in december worden ingesteld. Wat wordt de functie van de Woontafel? Antwoord: In de RIB d.d. 16 juli 2024 met de periodieke update van de stand van zaken van de woningbouwopgave t.o.v. woningbouwplannen hebben wij u op pagina 5 geïnformeerd over het instellen van de woontafel en de functie van dit overleg. Doel is om uw raad door middel van de woontafel nog beter te informeren over de ontwikkelingen op het gebied van onze woningbouwopgave in het algemeen en de voortgang van de concrete woningbouwplannen in het bijzonder.

7

Inmiddels hebben wij van alle fracties de namen doorgekregen van de beoogde deelnemers. De bedoeling is inderdaad om de woontafel in december 2024 of anders uiterlijk januari 2025, een eerste keer te laten plaats vinden. De vergaderfrequentie zal 3 maal per jaar bedragen. Vraag 24: Het college negeert het ambtelijk advies om te bouwen in de buurt van N2000 gebied bij Antoniusbank Op welke gronden gebeurt dit negeren? Hoe rijmt het college dat met de motie rechten van de Natuur? Antwoord: Het college heeft besloten om af te wijken. Bij het collegebesluit staat het volgende: Het college staat niet afwijzend tegenover het bouwplan - vanwege de grote woonopgave die de gemeente heeft, het feit dat initieel reeds vijf kavels voorzien waren, het een stedenbouwkundige afronding betreft van het gebied en de inpasbaarheid van het bouwplan verantwoord geacht wordt - en derhalve bereid is onder uitdrukkelijke restricties, dat initiatiefnemer gewezen wordt op het mogelijke risico en derhalve voor eigen rekening en risico. Op het moment dat een ruimtelijke ontwikkeling geen schade aan de natuur oplevert en er een goede landschappelijke aankleding plaatsvindt, is het niet tegenstrijdig. De provincie heeft akkoord gegeven op de planontwikkeling. Voor de goede orde. De motie is nog in onderzoek voor uitvoering. Vraag 25: NB.

Waar vinden wij 4.4, 4.5 en 4.7 deze staan wel in de tabel maar komen verder nergens terug. Antwoord: De tabel is een weergave van de financiële middelen voor de verschillende beleidsvelden. Voor de genoemde beleidsvelden zijn geen teksten opgenomen omdat in het Bestuursakkoord voor 2025 en verder geen actiepunten zijn benoemd die verder uitgewerkt hadden kunnen / moeten worden.

Vraag 26: De begroting noemt plannen voor betaalbare woningbouw. Hoe wordt ervoor gezorgd dat er voldoende woningen worden gebouwd voor jongeren, starters en gezinnen, en hoe wordt voorkomen dat speculatie de prijzen opdrijft? Antwoord: In de programma’s voor onze woningbouwplannen worden de benodigde woningen in diverse prijssegmenten en voor de beoogde doelgroepen opgenomen. Over de realisatie van het woningbouwprogramma worden afspraken met de ontwikkelaar of initiatiefnemer vastgelegd. In de af te sluiten overeenkomst worden voor betaalbare woningen (anti-speculatie)bedingen opgenomen over de zelfbewoningsplicht (max. 5 jaar toegestaan). Deze bedingen moeten ook worden 8

vastgelegd in de koopovereenkomsten die met de kopers van de betreffende woningen worden afgesloten, op straffe van boete bij niet nakoming hiervan. Vraag 27: In hoeverre wordt de woningbouw afgestemd op de behoeften van bijzondere doelgroepen, zoals mensen met een beperking of statushouders? Antwoord: De woningopgave voor zorgvragers vloeit voort uit het (eind dit jaar vast te stellen) uitvoeringsprogramma, dat gebaseerd is op de door uw raad in december 2023 vastgestelde ‘Woonzorgvisie Eijsden-Margraten 2024-2030’. De woningopgave voor statushouders wordt gebaseerd om de taakstelling die het Rijk ons hiervoor oplegt. Vraag 28: Hoe worden inwoners betrokken bij de ontwikkeling van woningbouwplannen, vooral in dorpen waar de druk op de leefomgeving groot is? Antwoord: Bij de participatie van inwoners bij woningbouwplannen zullen wij de bepalingen uit de Omgevingswet op dit punt volgen, ongeacht of er al dan niet sprake is van een (grote) druk op de leefomgeving. In het kader van de voorbereiding van de nodige ruimtelijke procedures onder de Omgevingswet (met formele inspraak- en zienswijzeprocedures) zal er per locatie een dialoog worden gevoerd over het desbetreffende plan. Het college wil wel duidelijk aangeven dat over de locatie waar wordt gebouwd, geen participatie plaatsvindt om grote vertragingen in de woningbouw te voorkomen.

Vraag 29: De mogelijkheden rondom zelfbewoningsplicht en het instellen van een huisvestingsverordening worden eveneens verkend. U geeft aan de raad al te hebben geïnformeerd hierover. Wordt de mogelijkheid tot een zelfbewoningsplicht nog verder verkend? Bent u voornemens een zelfbewoningsplicht bij nieuwbouw in te voeren? Antwoord: Verwijzend naar het antwoord op vraag 26, zullen wij overeenkomstig de wettelijke mogelijkheden met de ontwikkelaars overeenkomsten afsluiten, waarin onder mee de zelfbewoningsplicht (max. 5 jaar) van toepassing wordt verklaard op de nieuwbouw van betaalbare woningen. Vraag 30: In iedere kern ‘een straatje’ erbij met respect voor de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten. Wordt hierbij ook rekening gehouden met het dorpse karakter van onze kernen? Antwoord: Als wij het hebben over de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten heeft dat uiteraard ook (mede) betrekking op het dorpse karakter. Het antwoord is dus ja. Vraag 31: Gelieve nader te specificeren wat met het ‘’starters-arrangement’’ dat wordt onderzocht, wordt bedoeld.

9

Antwoord: Hiermee wordt bedoeld dat SVn (Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten) binnen de wettelijke mogelijkheden aantrekkelijkere regelingen voor (hypothecaire) startersleningen onderzoekt. Bijvoorbeeld een lagere rente aanbieden op de lening of soepelere aflossingsmogelijkheden, als gevolg van risicospreiding. Als SVn een dergelijk arrangement heeft samengesteld, biedt zij dit gemeenten aan. Het is hierbij niet uit te sluiten dat de geldende verordening hierop moet worden aangepast. Mocht dat noodzakelijk zijn, dan zal een voorstel voor deze aanpassing aan uw raad worden voorgelegd. Vraag 32: Tijdens de raadsvergadering van 15 oktober jl. gaf wethouder Custers aan dat Vanhier Wonen zich alweer heeft teruggetrokken van de woningmarkt in Eijsden-Margraten. Wat zijn hier de gevolgen van? Antwoord: De gevolgen hiervan zijn nog onduidelijk. Van HierWonen heeft met name in twee kleinere kernen sociale woningbouw gepleegd, waar de drie grote Maastrichtse woningstichtingen daar geen interesse in hadden. Mocht onze opgave groter zijn dan hetgeen deze corporaties aankunnen, dan kunnen wij andere corporaties benaderen om invulling aan onze opgave te geven. Het werkgebied van corporaties is immers veelal gemeentegrensoverschrijdend. Of echter andere corporaties bereid zijn sociale huurwoningen in onze gemeente voor hun rekening te nemen, is onbekend.

Vraag 33: Aangezien Vanhier Wonen plannen heeft opgepakt die de 3 Maastrichtse corporaties niet wilden uitvoeren, dreigt er met het vertrek van Vanhier Wonen weer eenzelfde situatie te ontstaan. Hoe gaat de gemeente hiermee om? Antwoord: Door aanpassing van Rijksregelgeving, het afschaffen van de verhuurdersheffing en het toekennen van extra financiële middelen aan corporaties, hebben de woningcorporaties sinds kort meer (financiële) mogelijkheden dan enkele jaren geleden. De drie corporaties hebben inmiddels aangegeven, binnen voorwaarden, bereid te zijn om te investeren in extra woningen binnen onze gemeente. Mochten deze investeringen niet toereikend zijn voor onze totaalopgave, dan kunnen wij andere corporaties hiervoor benaderen (zie hiervoor het antwoord op vraag 32). Vraag 34: Hoe gaat u er tijdens de onderhandelingen voor de prestatieafspraken voor zorgen dat de in onze gemeente actieve corporaties ieder hun deel van de sociale woningbouwopgave oppakken? Antwoord: Daarover worden in goed onderling overleg afspraken gemaakt met de betreffende corporaties. De verdeling van de opgave hangt af van de bestedings- en beheercapaciteit van de afzonderlijke corporaties. Vraag 35: Bent u voornemens om sociale koop / betaalbare koop mee te nemen in de prestatieafspraken met de corporaties? Antwoord:

10

Als de corporaties deze bestedingsruimte kunnen en willen inzetten, dan kunnen over de realisatie en toewijzing van (een deel van) deze opgave met de corporaties afspraken worden vastgelegd in de af te sluiten prestatieafspraken. Vraag 36: ‘’De raad heeft in 2021 de vergroeningsregeling tuinen vastgesteld. In 2021 hebben bewoners een half jaar gebruik gemaakt van deze regeling met als doel stenen eruit en groen erin, een alternatief op de initiatieven van de stichting Steenbreek. In 2025 wordt de regeling eveneens gecontinueerd.’’ Betekent dit dat de regeling in 2025 opnieuw wordt opgestart, of klopt het niet dat bewoners ‘maar’ een half jaar gebruik van deze regeling hebben gemaakt? Antwoord: Wij maken geen gebruik van de regeling Steenbreek, deze passage is afkomstig uit de meerjarenbegroting en inmiddels achterhaald. Wij hanteren sinds 2021 de stimuleringsregeling vergroenen tuinen. Deze regeling is beter. De gemeente draagt per boom € 75,- bij en per m2 verharding dat is vervangen door groen € 9,-. Dit zijn ongeveer 50% van de kosten als je het vergroenen van je tuin in eigen beheer uitvoert.

Vraag 37: Pag 128 “Focus komt primair te liggen op het realiseren van betaalbare en duurzame woningen voor starters. Daarnaast wordt middels nieuwbouw ingezet op het bevorderen van de doorstroming in de woningmarkt door levensloopgeschikte woningen te realiseren.” De vigerende Lokale Woonvisie 2019-2025 noemt naast starters en doorstroming nog een aantal doelgroepen en thema’s die hier niet worden benoemd. Waarom is dat, en wat wordt er gedaan voor deze overige groepen en thema’s? Hoe sorteren we voor op de urgentieregeling als onderdeel van de huisvestingsverordening die naar verwachting verplicht wordt gesteld via de Wet Versterking regie volkshuisvesting? Antwoord: De beoogde reden hiervoor is om z.s.m. de ergste druk van de huidige woningmarkt af te halen en tegemoet te komen aan de grootste woonbehoefte binnen onze gemeente. Uiteraard geldt dit ook voor andere doelgroepen zoals ouderen, doorstromers en bijzondere doelgroepen. Dit laat onverlet dat wij ook openstaan voor andere (niet traditionele) woningen als hieraan behoefte blijkt en deze realiseerbaar zijn. Mochten initiatieven hiervoor ontvangen worden en deze passen dan wel passend zijn te maken binnen de geldende ruimtelijke regelgeving, dan zullen wij dit faciliteren.

Om geen ongewenste effecten te creëren als gevolg van een urgentieregeling, is het zeer aan te bevelen hierover uniforme (sub)regionale afspraken te maken, te meer (sub)regionale afstemming een rode draad vormt binnen de ‘Wet Versterking regie volkshuisvesting’. Om een urgentieregeling uit te kunnen uitvoeren, is samenwerking met corporaties noodzakelijk. Deze samenwerking vergt (sub)regionale afstemming, gelet op de gemeentegrensoverschrijdende werkgebieden van de corporaties. 11

In aanloop naar deze wet zal met genoemde partijen de realisatie van een uniforme urgentieregeling, voorzien van lokaal maatwerk, onderzocht worden. Als dit leidt tot het instellen van een verordening, dan ziet uw raad een voorstel hiervoor tegemoet. Vraag 38: Pag 131. Er wordt aangegeven om het ‘Westland’-model inzake erfpacht te verkennen. De gemeente Westland heeft hier 20 miljoen voor gereserveerd en verwacht hier 200 woningzoekenden (destijds, in 2022, voor woningen met een koopsom tot 350.000,- en een financiering van 1 ton) mee te helpen. Waar wordt ruimte voorzien in de begroting om via een erfpachtmodel tot een daadwerkelijk betekenisvolle aanpak te komen? Antwoord: Naar aanleiding van de motie “Erfpacht en het Eijsden-Margraten-model” wordt momenteel onderzocht of een erfpachtconstructie in combinatie met een revolverend fonds van toegevoegde waarde kan zijn. Vraag 39: Pag 131 en doorverwijzing naar Pag 302: Er is een investeringsbudget opgenomen voor de jaren 2025 t/m 2027 van 2.000.000,- om “snel en adequaat te handelen op het moment dat gronden te koop aangeboden worden binnen deze gebieden, dit te meer omdat op een aantal locaties de Wet voorkeursrecht is gevestigd dan wel zal worden gevestigd.” in Paragraaf 7 onder 5. zijn de richtlijnen aangegeven. Hierbij wordt verwezen naar een tabel in programma 4.

Ervan uitgaande dat dit de tabel is onder tabblad ‘uitvoering geven aan woningbouwopgave’, staan hier een reeks particuliere plannen, locaties die in handen zijn van derden en eigen locaties. Hoe zorgt het college ervoor dat de aankoop van grond naar rato ook de meeste woningen oplevert? Hoe wordt voorkomen dat het budget terugvloeit naar grondeigenaren (met name ontwikkelaars) die ook op andere manieren tot bouw bewogen kunnen worden? Betekent de inzet van publieke middelen ook dat de gemeente op de aangekochte locaties garant staat voor de woningen waar de meeste behoefte aan is, betaalbare koop (tot 265.000,- conform starterslening), en sociale en betaalbare huur? Wetende dat deze producten veelal niet zorgen voor een sluitende business case bij reguliere grondprijzen. Antwoord: Het investeringsbudget is bedoeld om snel gronden te kunnen aankopen ten behoeve van woningbouw. Aankoop gebeurt op basis van een taxatie van de grondwaarde. Streven is steeds om een evenwichtig woningaanbod te creëren, afgestemd op de woningbehoefte.

Vraag 40: Pag 131 en doorverwijzing naar Pag 302: Welke maatregelen neemt het college, mede met het oog op het jaarlijks investeringsbudget van 2.000.000,- om aan te sluiten bij de afspraken in de Woondeal Limburg; ⅓ sociaal, ⅓ betaalbaar en ⅓ overig, met een groei naar 30% sociale huur? Antwoord: Daar waar het financieel realiseerbaar is, veelal afhankelijk van de omvang van het woningbouwproject, en de behoefte hieraan onderbouwd kan worden, zullen binnen de uitgangspunten van de Limburgse woondeal sociale- en midden- huurwoningen en betaalbare koopwoningen voor diverse doelgroepen onderdeel uitmaken van het woningbouwprogramma van het betreffende project.

12

Vraag 41: Pag 131: U geeft aan dat de woningcorporaties komen met een gezamenlijk bod voor het realiseren van flexwoningen en dat, bij een werkbaar bod, de raad in 2025 om budget gevraagd wordt. Kunt u, mede op basis van vergelijkbare projecten elders in Limburg (o.a. Bouwstroom Limburg), een indicatie van de te verwachten kosten geven zodat dit meegenomen kan worden in de beoordeling van deze begroting? Antwoord: Het inzichtelijk maken van de gemeentelijke financiële gevolgen voor wat betreft het realiseren van tijdelijke woningen kan geschieden als de voorwaarden van de woningcorporaties bekend zijn, waarbij dan een beeld ontstaat van de kosten die de gemeente maakt, maar ook een doorrekening van de garantieregeling die kan worden aangegaan met de corporaties om het restwaarderisico van de tijdelijke woningen te verdelen. Als we komen tot concrete realisatieovereenkomsten voor concrete locaties, worden hierin de definitieve (financiële) afspraken gemaakt voor de ontwikkeling van een locatie. Dat betekent dat de gemeente pas bij het aangaan van een realisatieovereenkomst concreet het risico aangaat en kosten gaat maken. Om inzichtelijk te maken wat dit betekent, dienen de locaties die dan ontwikkeld gaan worden, op dat moment te worden doorgerekend.

Vraag 42: Pag 131: Inzake ‘Uitvoering geven aan de gebiedsontwikkelingen Cadier & Keer’ zijn t/m 2027 investeringsbudgetten gereserveerd. De eerder genoemde 2.000.000,- kan in aanvulling op de gebiedsbudget ingezet worden bij deze gebiedsontwikkeling? Antwoord: De investeringsbudgetten zijn bedoeld voor de aankoop van gronden en/of opstallen binnen gebiedsontwikkelingen. Cadier en Keer is door de raad in de Programmabegroting 2024-2027 aangeduid als een gebied waar een gebiedsontwikkeling nodig is. In de paragraaf grondbeleid is aangegeven onder de Richtlijn Strategische verwerving gronden en/of opstallen binnen Gebiedsontwikkelingen Gemeente Eijsden-Margraten 2024 dat dit budget ingezet kan worden voor de gebiedsontwikkeling en beleid zoals vastgelegd/ vast te leggen in een Gebiedsvisie, waarvoor de raad middels een bestuursopdracht opdracht heeft gegeven. Vraag 43: Naar verwachting moeten alle overheden op 1 januari 2026 een volkshuisvestingsprogramma hebben (wetsvoorstel versterken regie op de volkshuisvesting). Op welke manier wordt hiermee rekening gehouden? Antwoord: Ons volkshuisvestingsprogramma is gebaseerd op de resultaten van het uit 2022 daterende woonbehoefteonderzoek, de afspraken uit de ‘Woondeal Limburg 2023-2030’ en op het uitvoeringsprogramma van het door uw raad in december 2023 vastgestelde ‘Woonzorgvisie EijsdenMargraten 2024-2030’.

Uw raad heeft op 20 februari jl. de kaders vastgesteld om aan het volkshuisvestingsprogramma uitvoering te geven. Vraag 44: 4.2. Zorgvuldige implementatie Omgevingswet

13

Op 1 januari 2027 moeten alle gemeenten een omgevingsvisie hebben conform de Omgevingswetstandaard. In de RIB inzake de omgevingsvisie van eerder dit jaar geeft u aan dat er gestreefd wordt naar een raadsbehandeling in de tweede helft van 2025. Wanneer mogen wij deze update ontvangen? Wetende dat het zienswijze- en besluitvormingsproces, zeker met meerdere gemeenteraden, enkele maanden in beslag kan nemen, bekruipt ons het gevoel dat er onvoldoende tijd overblijft voor goede gesprekken met en tussen de gemeenteraden. De omgevingsvisie vormt namelijk de basis voor het omgevingsplan en de verschillende programma’s (waaronder het waarschijnlijk verplichte volkshuisvestingsprogramma). Dit staat nog los van participatie met de samenleving. Antwoord: Conform de informatie uit de laatste Raadsinformatiebrieven wordt – na de temporisering – het proces van de Omgevingsvisie Lijn50 eind 2024 weer opgepakt. Hierover wordt uw raad nog dit jaar (2024) nader geïnformeerd. Inclusief uitleg over de raadsbijeenkomst(en), participatie en het formele zienswijzen traject. De vaststelling is nu voorzien voor het vierde kwartaal van 2025. Vraag 45: In de begroting in programma 4 wordt voor woningbouw en openbare ruimte duidelijk aangegeven waar de budgetten voor ingezet worden. Voor ‘zorgvuldige implementatie’ staat er enkel een incompleet overzicht van het opstellen van wettelijke instrumenten.

Kan dit verder gespecificeerd worden? Antwoord: De financiële gevolgen voor gemeenten voortvloeiend uit de invoering en implementatie van nieuwe wetten, zijn vooraf veelal moeilijk te concretiseren en te specificeren. Zeker als de VNG hiervoor nog geen normkostenberekeningen heeft verstrekt. Daarbij kan een wet verplichte (imperatieve) of onverplichte (facultatieve) instrumenten bieden, zoals bijvoorbeeld het instellen van een verordening met vergunningenstelsel. Als dit aan de orde is en een bestuurlijk voorstel hiervoor wordt voorbereid, dan bestaat meer zicht op de benodigde middelen en kunnen de verwachten kosten voor de inzet van deze middelen beter gespecificeerd worden. Overigens is niet duidelijk op welk incompleet overzicht gedoeld wordt van op te stellen wettelijke instrumenten. Vraag 46: pag 127. Waarom wordt er in 2026 geen 8000 euro uitgegeven aan aanpak parkeren en in 2025, en in 2027 en 2028 weer 8000 euro? Dit lijkt niet logisch. Antwoord: Dit betreft de opbrengsten uit de parkeervergunningen kern Eijsden. Een vergunning wordt voor 2 jaar afgegeven vandaar dat de opbrengsten om de 2 jaar worden opgenomen. In 2028 had dus eigenlijk een opbrengst van € 0 moeten staan. Dit zal in de 1e burap 2025 worden gecorrigeerd. Vraag 47: pag 131.

Mogelijkheid tot zelfbewoningsplicht kan alleen landelijk geregeld worden? Wat kunnen wij als gemeente op dit gebied nog regelen? Antwoord:

14

Het toepassen van de zelfbewoningsplicht wordt begrensd door (landelijke) wetgeving. Binnen de wettelijke grenzen passen wij de zelfbewoningsplicht toe op betaalbare woningen in nieuwbouwprojecten, door hierover bepalingen op te nemen in een met de ontwikkelaar of initiatiefnemer af te sluiten anterieure overeenkomst.

Vraag 48: Pag 131. 30 % planuitval. Wat kan hiervan de oorzaak zijn? Waar is dit percentage op gebaseerd? Antwoord: Het Rijk heeft met provincies en gemeenten afgesproken dat zij – als noodzakelijke buffer – zorgen voor 30 procent meer plancapaciteit dan nodig is voor realisatie van de bouwopgave. Reden hiervoor is dat plannen vertraging kunnen oplopen of uiteindelijk niet doorgaan. Dat kan diverse redenen hebben, zoals financiële haalbaarheid, beroepsprocedures, etc. Een voorbeeld is de grote woningbouwlocatie in de kern Mheer waarvan wij samen met uw raad geconcludeerd hebben dat deze bij nader inzien financieel niet haalbaar bleek, terwijl toch al de Wet voorkeursrecht gemeenten gevestigd was op de betreffende gronden, dat al de nodige onderzoeken uitgevoerd waren, etc. Vraag 49: Pag 131 : “Uitvoering geven aan de gebiedsontwikkelingen Poort van het Heuvelland, de stationsomgeving Eijsden en de kern Cadier & Keer” Gebiedsvisie “Poort van het Heuvelland? Was hier sprake van invulling van de gebiedsvisie Middenterras d.m.v. het ontwikkelgebied “Poort van het Heuvelland (zie ook de “ambitie” op pag 161: Verdere uitvoering geven aan de gebiedsontwikkelingen Poort van het Heuvelland, de stationsomgeving Eijsden en de kern Cadier & Keer) wat nader wordt uitgewerkt binnen de kaders van de gebiedsvisie Middenterras.

De gebiedsvisie Middenterras vormt een uitwerking van de kernwaarden uit de visie Buitengewoon Buitengebied die voor de hele gemeente Eijsden-Margraten is opgesteld. Dus wat is nu de correcte status van de Poort van het Heuvelland, in relatie tot de onderliggende gebiedsvisie Middenterras en de visie Buitengewoon Buitengebied? Antwoord: Op 28 mei 2019 heeft de raad de kernwaarden, zoals verwoord in de notitie “Buitengewoon buitengebied Eijsden-Margraten, participatie en kernwaarden” vastgesteld. In de notitie worden deze kernwaarden (diversiteit, authenticiteit, ondernemend, rust en daadkrachtig bestuur en burgers) nader omschreven. Deze kernwaarden waren met name opgesteld om te komen tot een Manifest voor het buitengebied, waarin uitspraken vastgelegd zouden worden die richtinggevend zouden zijn voor het buitengebied. Uitspraken die tot stand moesten komen met in acht name van de kernwaarden. Op 18 maart 2021 is het Manifest Buitengewoon Buitengebied met als onderlegger het document Richtinggevende uitspraken door de raad vastgesteld. In deze documenten is de richting voor het buitengebied aangegeven. In de tussentijd, op 25 augustus 2020, is de Gebiedsvisie Middenterras Mesch-Bemelen vastgesteld.

In de inleiding bij deze gebiedsvisie is te lezen: De gebiedsvisie Middenterras vormt een uitwerking van de kernwaarden uit de visie Buitengewoon Buitengebied die voor de hele gemeente Eijsden-Margraten is opgesteld. Deze gebiedsvisie Middenterras houdt in: • Het vaststellen van een visie voor het grote gebied tussen Mesch en Bemelen. • Het duiden van een negental ontwikkellocaties/ ontwikkelthema’s.

15

De Poort van het Heuvelland is een van deze ontwikkellocaties en opgenomen in projectfiche 1 behorende bij de Gebiedsvisie Middenterras. In dit projectfiche is verwoord dat het gebied Poort van het Heuvelland vraagt om een integrale herontwikkeling. Dat betekent concreet dat er een integraal Masterplan moet worden opgesteld. De Uitgangspuntennotitie Poort van het Heuvelland, zoals recentelijk in concept gepresenteerd tijdens een Raadsinformatiebijeenkomst, vormt na vaststelling de basis voor de verdere uitwerking in het Masterplan.

Vraag 50: pag 147: Extra aandacht gaat uit naar mensen met een beperking. Ook voor hen streven wij een gebruiksvriendelijke, veilige en comfortabele leefomgeving na. Wat wordt er concreet gedaan voor mensen met een beperking? Wordt er gedacht aan het aanleggen van openbare toiletten voor gehandicapten in Margraten? Antwoord: We onderzoeken samen met het platformzorgvragers hoe we de openbare ruimte aantrekkelijker en vriendelijker kunnen krijgen voor mensen met een beperking. Zo maakt een lid van het platform deel uit van de verkeerscommissie, waarin hij gevraagd en ongevraagd verbeterpunten mag aandragen. Daarnaast wordt eens per jaar een schouw gedaan in een kern om i.s.m. het platform punten aan te wijzen om de openbare ruimte te verbeteren voor mensen met een beperking. De vraag voor een openbaar toilet in Margraten is bij ons niet bekend. Overigens mogen alle mensen gebruik maken van de toiletten in de hal van het gemeentehuis tijdens de openingstijden.

Vraag 51: Pag 148 : onderzoek naar de randweg rondom Margraten. Vraag : welke randweg wordt hier precies bedoeld? Wat is het plan? Wat is de stand van zaken? Antwoord: De projectopdracht is vastgesteld door het College om een haalbaarheidsstudie ten aanzien van de ringweg om Margraten op te starten. Gelijktijdig is een aanvraag gekomen om Bloesemgaard fase 3 te ontwikkelen, waar een gedeelte van de ringweg om Margraten deel van uit maakt. Gelet op deze ontwikkeling is nog geen uitvraag gedaan voor een offerte naar de haalbaarheidsstudie. Planning is om in Q4 2024 de uitvraag te doen en de studie in 2025 op te starten.

Vraag 52: Opmerking : de link naar Lokale woonvisie Eijsden-Margraten “samen bouwen aan de toekomst 2019- 2025” werkt niet. Antwoord: Naar aanleiding van deze opmerking is de link (Inwoners – Wonen en (ver)bouwen - Woonbeleid – Lokale woonvisie “Samen bouwen aan de toekomst 2019-2025”) zekerheidshalve gecontroleerd en hebben geconstateerd dat hiermee het document normaal geopend kan worden.

Vraag 53: Waarom wordt de omgevingsvisie in de hele begroting niet benoemd? Antwoord: 16

Zoals aangegeven: betrekken raad bij implementatie Omgevingswet (pag. 141). “Dit gebeurt ook in 2025 o.a. via de raadsinformatiebrieven, waar nodig via de raadswerkgroep Omgevingswet in relatie tot het vervolgproces van de Omgevingsvisie en waar nodig zullen er ook extra informatiebijeenkomsten worden aangeboden.”

Vraag 54: 4.1 woningbouw in alle kernen. Pag.131 Ieder jaar hebben we het over het belang van invulling van leegstaande en/of vrijkomende boerderijen in relatie tot de woningbouwopgave. Kunt u een overzicht aanleveren welke projecten in dit kader in 2024 zijn opgestart / gerealiseerd? Antwoord: Er zijn diverse plannen ingediend en/of vergunningen verleend voor de realisatie van woningen in leegstaande en/of vrijkomende boerderijen: 1 extra woning Langstraat 3J in Mesch, 1 extra woning Mheerderweg 1D in Banholt, 5 woningen Pastoor Brouwersstraat in Margraten, 1 extra woning waterrijk 3A, Gronsveld, 1 extra woning Rijksweg 95C Gronsveld, 1 extra woning Groot Welsden 94A Margraten, 3 woningen Dorpsstraat 83 in Eckelrade, 10 woningen Breusterstraat 20 in Eijsden, 4 woningen Dorpsstraat 120-122 in Eckelrade, 3 woningen Moerslag 5 in Sint Geertruid. In totaal betreffen dit dus 30 woningen.

Vraag 55: Ook vorig jaar werd ons meegedeeld, dat er een verkenning plaats zou vinden naar zelfbewoningsplicht. Wat zijn tot dus ver de resultaten van die verkenning? Antwoord: Hiermee wordt bedoeld dat verruimingsmaatregelen voor de zelfbewoningsplicht worden verkend, als de wet deze mogelijkheid biedt. Doordat de wet op dat gebied nog altijd ongewijzigd is, blijven wij de zelfbewoningsplicht op betaalbare nieuwbouwwoningen (wettelijk kader) toepassen door hierover afspraken met ontwikkelaars in een overeenkomst vast te leggen. Vraag 56: Zijn er inmiddels gemeenten die dit al gerealiseerd hebben? Antwoord: In het verlengde van het antwoord op de vorige vraag, is dat onwaarschijnlijk. Vraag 57: Is een bedrag van 265k voor een starterswoning wel realistisch in de huidige markt? Antwoord: Nee. Vandaar dat uw raad in 2022 ook voor een hoger bedrag heeft gekozen bij de vaststelling van de ‘Verordening op de starterslening Eijsden-Margraten’, namelijk 80% van de geldende NHG-grens.

17

Vraag 58: Bij de omschrijving van de taskforce wonen deelt u mee dat u verwacht dat er in 2025 184 woningen worden opgeleverd. Dit lijkt aardig te stroken met de opgave tot 2030. Kunt u aangeven wat de globale score over 2024 zal zijn? Antwoord: Zoals u in de ‘kleurentabel’ op pagina 131 onder ‘uitvoering geven aan woningbouwopgave’ kunt lezen, gaan wij uit van de oplevering van 124 woningen in 2024. Vraag 59: Met het in te zetten instrumentarium wordt aangegeven dat er actief ingezet wordt op verwerving van gronden waar jaarlijks een stevig budget voor beschikbaar is. Kunt u ons een overzicht aanleveren welke gronden in 2024 verworven zijn? Antwoord: In 2024 zijn nog geen gronden aangekocht. Momenteel lopen onderhandelingen voor een tweetal percelen in Mesch. Deze kunnen echter niet worden ingezet voor woningbouwplannen, maar zijn bestemd voor landschapsontwikkeling. Vraag 60: Kunt u aangeven hoe u de gebiedsontwikkeling voor Cadier en Keer gaat aanpakken? Moeten we hier denken aan de aanpak van de stationsomgeving Eijsden of de Poort van het Heuvelland, of is het in deze situatie eenvoudiger en dus sneller? Antwoord: Er zijn nog geen ideeën over de aanpak gebiedsontwikkeling Cadier en Keer. Eerst zal de raad de gebiedsvisie(s) dienen vast te stellen, daarna kan het college aan de slag met de uitwerking.

Vraag 61: Voor het verstrekken van startersleningen is in 2024 € 1.000.000 extra gereserveerd. Nu publiceerde de Provincie onlangs dat zij de norm voor het verstrekken van startersleningen opgetrokken hebben en extra middelen gereserveerd hebben voor hun deel van de te verstrekken startersleningen (75%). De gemeenten staan aan de lat voor de resterende 25%. Betekent dit dat de 1 miljoen bestemd is voor dit gemeentelijk deel? Antwoord: Het door uw raad beschikbaar gestelde bedrag is inderdaad bestemd voor het gemeentelijke deel van de starterslening. Overigens gaan de in de vraag vermelde percentages per 1 januari a.s. wijzigen van 75% naar 50% provinciale cofinanciering, waardoor met ingang van deze datum het gemeentelijke deel bij (provinciale) cofinanciering wijzigt van 25% naar 50%. Vraag 62: 4.2 zorgvuldig implementatie omgevingswet. Pag. 143. Het betrekken van de raad bij de uitvoering van de omgevingswet wordt in 2025 weer opgepakt meldt het college. Waarom is er in 2024 geen terugkoppeling geweest naar de raadswerkgroep?

18

Antwoord: Tot nu toe is in 2024 gecommuniceerd via de raadsinformatiebrieven. De raadswerkgroep is in 2023 ingezet bij het afstemmen van de juridische documenten (o.a. vaststellen adviesrecht en participatie) voor de raadsvergadering van december 2023. Daarmee zijn vooralsnog de werkzaamheden van de raadswerkgroep beëindigd. Vraag 63: 4.3 veilige fiets en wandelverbindingen. Pag. 148. U vermeld in coproductie met verkeersleefbaarheid heuvelland te willen werken aan de toeristisch recreatieve verkeersoverlast. Hier wordt gesuggereerd dat dit een nieuwe samenwerking behelst, maar in de praktijk is het al in gang. Waarom is dit niet meegedeeld aan de raad of met de raad besproken? Antwoord: In september 2024 heeft het college besloten twee onderzoeken ten aanzien van de toeristisch recreatieve verkeersoverlast door de stichting Verkeersleefbaarheid Heuvelland te laten uitvoeren. Deze opdracht is het gevolg van de vraag van de stichting om gebruik te maken van het uitdaagrecht. Dit is overigens niet echt een samenwerking maar een coproductie waarbij de stichting het college adviseert ten aanzien van de beide onderzoeken. We zijn dus onlangs gestart waarbij we van mening zijn om de raad via de begrotingscyclus (begroting rekening en beide bestuursrapportages)op de hoogte te houden van de vorderingen.

De onderzoeken betreffen: • Een onderzoek naar de mogelijkheid en haalbaarheid om een geluidslimiet voor gemotoriseerd verkeer in te stellen in de algemene verordening. • Een onderzoek naar het aanpakken van de verkeersoverlast op de Mergellandroute en de weg tussen Sint Geertruid en Margraten. Een samenwerking tussen de gemeenten Vaals, Valkenburg, Gulpen-Wittem en Eijsden-Margraten is dat we elkaar over en weer informeren over acties die mogelijk effect kunnen hebben op het verkeer in de buurgemeenten.

Vraag 64: Waarom is de raad nog niet geïnformeerd over de metingen die op ons verzoek verricht worden? Antwoord: Welke metingen bedoelt u? Indien u de geluidsmetingen bedoelt, kunnen wij u aangeven dat uit een aantal metingen slechts een beperkte piek naar voren kwam qua geluidsoverlast op de Mergellandroute. Van het aantal gemeten voertuigen waren er slechts een beperkt aantal die hoger dan 80dB geregistreerd zijn. Een aantal weken/maand hebben we te kampen gehad met uitleesproblemen en is de meter door de leverancier opnieuw ingesteld.

Vraag 65: 4.4 Aanpak parkeren in Eijsden Margraten en 4.5 optimalisatie bereikbaarheid kernen. Voor 2025 is over deze twee hoofdstukken geen tekst/beleid ogenomen, voor 2024 wel. In de tabel op pagina 126 staan deze wel vermeld. Worden deze nog aangevuld? Antwoord: De tabel is een overzicht van de financiële middelen voor de verschillende beleidsvelden. 19

In het bestuursakkoord zijn in (de begroting) 2024 voor beide beleidsvelden actiepunten opgenomen maar voor 2025 niet. Vandaar dat u voor deze beleidsvelden geen tekst / beleid in deze begroting 2025 aantreft. Vraag 66: Met betrekking tot parkeren werd vorig jaar vermeld dat in 2024 de vertaalslag plaats zou vinden inzake parkeerbeleid en verkeercirculatiebeleid en dat de concrete maatregelen in 2024 uitgevoerd zouden worden. Kunt u ons informeren over de stand van zaken in deze? Antwoord: Hierover bent u geïnformeerd middels de raadsinformatiebrief die u onlangs heeft ontvangen.

Vraag 67: Inzake bereikbaarheid kernen zijn wij benieuwd hoe uw vorderingen zijn inzake het sluipverkeer via de Schans en Withuis? Antwoord: Maatregelen tegen sluipverkeer van vrachtvervoer via Withuis en autoverkeer via de Schans zijn in de meerjarenbegroting gekoppeld aan het uit te voeren onderzoek naar parkeren in Eijsden. Over de voortgang van dit onderzoek bent u onlangs geïnformeerd middels een raadsinformatiebrief. In het kader van een project voor herinrichting van Withuis zijn er verkeersmetingen uitgevoerd. Uit deze metingen kwamen geen aanwijzingen dat er een betekenisvolle hoeveelheid sluipverkeer van vrachtvervoer door Withuis rijdt. De intensiteit van vrachtverkeer is passend bij de functie van deze weg in het netwerk en ruim binnen de leefbaarheidsnormen die hiervoor door de raad zijn vastgesteld. Vraag 68: Algemene vraag: Wat is de stand van zaken bij het fietsplan? Antwoord: In november 2024 wordt het plan geactualiseerd als gevolg van nieuwe ontwikkeling en cijfers in den lande ten aanzien van fietsverkeer. De partijen die in 2021 betrokken zijn bij het fietsplan worden nogmaals geraadpleegd waarna het fietsplan in december in het college wordt behandeld. Vraag 69: 4.6 openbare ruimte als visitekaartje. Pag.154. Hier wordt beschreven dat het college de aanplant van meer bomen en groen wil bevorderen.

Recent is gebleken dat iedere openbare boom jaarlijks veel geld kost. Is het in het kader van de begrotingskrapte wel verstandig om hier verder op in te zetten of bedoeld u met deze passage het stimuleren van aanplant op “niet gemeentelijke” ondergrond? Antwoord: In de verordening is opgenomen dat bij de kap van een monumentale of waardevolle boom herplant plaats moet vinden. Daarnaast is het gemeentelijk beleid om iedere door de gemeente gekapte boom te herplanten. Echter, gelet op de kosten per her te planten boom kan hierover een discussie worden gevoerd binnen de kerntakendiscussie. De verordening hebben wij ons zelf opgelegd en is dus een beleidskeuze. Het onderhoud van de bomen is daarentegen een zorgplicht op grond van het burgerlijk wetboek en dus een verplichting.

20

Vraag 70: U gaat zoeken naar vergroening en ruimte voor beweging, ontspanning en ontmoeting bij planvorming. Kunt u dit concretiseren? Moeten we hier denken aan openbaar groen, speeltuintjes, onderkomens voor hangjongeren? Is voor deze zoektocht budget in de begroting opgenomen? Antwoord: Dit wordt per opgave geconcretiseerd. In het beleidsplan spelen en bewegen dat onlangs is vastgesteld staan de kaders. Vraag 71: Een tekort van 735k op openbaar groen van het ene jaar op het andere lijkt ons weinig realistisch. In de meerjarenraming wordt daarnaast in 2027 zelfs 1,2 miljoen meer gevraagd dan bij de begroting 2024 is vastgesteld. De specificatie geeft u in hoofdstuk Onderhoud Openbaar Groen. De genoemde 22500 bomen zijn dat allen bomen welke schade kunnen toedienen aan derden? Antwoord: Dat zijn bomen die minimaal eens per 3 jaar gecontroleerd moeten worden om aan de zorgplicht te kunnen voldoen. Nee, we denken hierbij aan openbaar groen, speeltuintjes, ontmoetingsplekken voor jong en oud. Deze opgave maakt integraal onderdeel uit van de ruimtelijke ontwikkelingen. Vraag 72: Wanneer zijn de laatste visuele inspecties gedaan? Zijn deze in rapporten vastgelegd? Antwoord: Jaarlijks wordt een derde van ons areaal geïnspecteerd, dit ligt inderdaad vast in een rapport.

Vraag 73: U gaat uit van een cyclus van 3 jaar daar waar bomen ouder dan 15 jaar slecht bv. 1x in de 4 jaar gecontroleerd kunnen worden. Zou het alvorens dit soort exorbitante financiële vragen worden neergelegd niet verstandig zijn eerst door de raad een Bomenbeleidsplan te laten vast stellen? Antwoord: Een visuele inspectie cyclus van 3 jaar is een bewuste keuze, dit heeft financieel nauwelijks gevolgen maar wel voor de veiligheid. Binnen het door de raad in 2020 vastgestelde groenbeleidsplan zijn beleidsuitspraken geformuleerd over bomen. Het lijkt ons voor een gemeente als Eijsden-Margraten niet noodzakelijk een separaat boombeleidsplan vast te stellen.

Vraag 74: Dat is uiteindelijk toch het recht van de raad of zien we dit verkeerd? En dan als laatste, waar is het nu de afgelopen jaren dan mis gegaan? Antwoord:

21

De zorgplicht is een wettelijke verplichting. Deze is vastgelegd in het burgerlijk wetboek. De herplant is medebewind en dus een bestuurlijke aangelegenheid c.q. keuze die gemaakt kan worden. Deze keuze maakt in 2025 deel uit van de kerntakendiscussie. Het is inderdaad in het verleden al eens mis gegaan, doordat een boom omviel op een auto waarvan een VTA-inspectie van betreffende boom gemaakt had moeten worden. Maar het is ook al eens goed gegaan, waarbij een boom omviel, schade aanrichtte maar op grond van de VTA inspectie niet als gevaarlijke boom genoteerd stond en dus de gemeente niets te verwijten viel.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=7105cb39-6130-4053-9fd8-1b9224dced54