03b Schriftelijke vragen en antwoorden hfd 2 Landbouw landschap en plattelands economie
Tekst van het document
Raadsvergadering 12 november 2024 Schriftelijke vragen Raadsvoorstel 4: Programmabegroting 2025 Hoofdstuk 2
Vraag 1: Pag. 67. 2.3 Vrijetijdseconomie in balans met landschap en leefomgeving De baten zijn ruim 400K meer in 2025. Dit komt door de toeristenbelasting. Hoeveel overnachtingen worden er meer verwacht in 2025? Antwoord: Dit komt niet alleen door de toeristenbelasting, maar ook door onder andere opbrengst beleggingen. De opbrengst toeristenbelasting is wel gestegen als gevolge van de voorgestelde tariefsverhoging. Daarnaast wordt voor 2025 een verhoging van het aantal overnachtingen verwacht als gevolg van Kasteel Oys. Hier ramen we 20.000 overnachtingen voor. Vraag 2: Pag. 70. 2.1. Behoud en versterken landschapskwaliteiten Biodiversiteit en landschappelijke attractiviteit hangen samen met een goed beheer van het landschap. Door het wegvallen van middelen voor beheer en de afname van de agrarische sector, zijn nieuwe verdienmodellen nodig om het landschap duurzaam te kunnen onderhouden. In dat licht wordt ingezet op het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen rondom beheer van het landschap, waarbij op innovatieve wijze op zoek gegaan wordt naar inbreng van ondernemers en de bezoekers alsmede onze eigen inwoners. Deze passage staat nu al enkele jaren ongewijzigd in de begroting.
Hoe staat het er nu eigenlijk voor met de nieuwe verdienmodellen (buiten de toeristische ontwikkeling) en de innovatieve ontwikkelingen? De agrarische sector op een enkeling na lijkt nog niet klaar, vaak ook door ons eigen toedoen als overheid, of bereid om meer groen te gaan werken. Daarnaast lijken wij als gemeente ook niet van het pad af te kunnen komen van traditionele werkwijzen om zo groener te kunnen innoveren. Antwoord: Het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen is een vraagstuk waar de gehele agrarische sector op nationaal niveau behoefte aan heeft. Een nieuw verdienmodel kan breed worden opgevat, zoals het opzetten van een toeristische tak, zoals hierboven genoemd, of het verstrekken van een financiële prikkel voor de aanschaf en onderhoud van landschapselementen, zoals momenteel mogelijk is via het Landschapsfonds. Als gemeente hebben wij op dit moment nog geen verdienmodel ontwikkeld dat de agrariër op de lange termijn voordelen biedt. Dit onderwerp wordt verder onderzocht binnen het Actieplan Transformatie Landbouw. Of een ondernemer besluit een andere richting in te slaan en een alternatief pad kiest naast het traditionele boeren, is een bedrijfsmatige keuze van de ondernemer. We willen als gemeente echter zo veel mogelijk stimuleren en ondersteunen, mocht een ondernemer deze keuze maken.
Ook dit vraagstuk komt verder aan bod in het Actieplan Transformatie Landbouw.
Pagina 1 van 17
Vraag 3: Aan welke inbreng van ondernemers (niet zijnde agrariërs), en bezoekers (toeristenbelasting), denkt u bij het behoud en het versterken van landschapskwaliteiten? Antwoord: Door middel van toeristenbelasting dragen bezoekers bij aan het landschapsfonds. Vanuit dit fonds kunnen landschappelijke kwaliteiten worden versterkt, bijvoorbeeld door het aanplanten van landschapselementen. Daarnaast kan een ondernemer ook inspelen op de kracht van ons landschap door bijvoorbeeld streekproducten te produceren of een aannemer die streekeigen bouwt. Vraag 4: Daarnaast zetten we in op bescherming, herstel en uitbreiding van authentieke landschapselementen. Juist de kleine landschapselementen (zoals hagen, bosjes, graften, bomenrijen) vormen, naast de functie die ze hebben voor dier- en plantensoorten, ook een visueel aantrekkelijk element in ons landschap en benadrukken de fijnschaligheid. Waarom ontbreken “poelen” bij de opsomming van kleine landschapselementen? Antwoord: Dit is de tekst uit het bestuursakkoord. Die kunnen we ambtelijk niet wijzigen. Uiteraard maakt die onderdeel uit van de opsomming met landschapselementen. Volgend jaar staat deze tekst er weer ongewijzigd in. De vragen dienen niet gericht te zijn op de inhoud van het bestuursakkoord. Vraag 5: Pag. 71. 2.1.
Behoud en versterken landschapskwaliteiten Het bermenbeheer is in 2023 meerjarig aanbesteed voor een periode van 2 jaar met een mogelijkheid om het nog twee jaar te verlengen. In 2025 zal het bermenbeheer gecontinueerd worden. Waarom is besloten om het bermenbeheer te continueren? Heeft er een evaluatie plaatsgevonden van de manier waarop de bermen beheerd zijn in 2023 en 2024? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat heeft deze evaluatie opgeleverd? Antwoord: Het bermenbeheerplan loopt tot en met 2026 en is door de raad vastgesteld. In 2025 wordt geëvalueerd en het bermenbeheerplan herijkt.
Vraag 6: Pag. 75. 2.2. Transformatie van de landbouw Wij streven voor Eijsden-Margraten een vitale, toekomstbestendige en duurzame agrarische sector na, in harmonie met milieu, natuur en landschap. We streven naar een agrarische sector die bijdraagt aan het behoud van de unieke waarden in onze gemeente, hetgeen gekenmerkt wordt door fijnschaligheid in plaats van grootschaligheid, diversiteit in plaats van monocultuur en waarbij weidegronden en fruitteelt boven akkerland gaat. Verschraling van het landschap wordt door de sector zelf ook als onwenselijk ervaren. Landbouw en natuurontwikkeling kunnen goed met elkaar samen gaan in deze omgeving. Derhalve ondersteunen we initiatieven die hierin passen. U spreekt in deze passage over fruitteelt. Ook u weet dat onze fruitteelt op dit moment een lastige tijd ondergaat. Vele fruittelers zijn al gestopt en onze fruitveiling is reeds over genomen door de fruitveiling van Geldermalsen. Een deel van de grond waar de fruitveiling op gevestigd is, is reeds verkocht aan Pagina 2 van 17
een ondernemer die zich bezig houdt of voornemens is zich bezig te gaan houden met zware industriële werkzaamheden. Daarnaast wordt een groot gedeelte van de gebouwen gebruikt voor andere doeleinden dan agrarische doeleinden zoals bestemd door de raad. Bent u in gesprek en/of op zoek met de coöperatie als ook derden om deze locatie voor de toekomst te behouden voor (innovatieve) agrarische doeleinden? Antwoord: Binnen het bestaande bestemmingsplan is een ondernemer vrij om activiteiten uit te voeren, aangezien dit bestemmingsplan vigerend is. Momenteel geldt het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Veiling," waaronder in de regels is vastgelegd dat dit terrein bestemd is voor bedrijven gericht op veiling en opslag van agrarische producten. Mochten er andere activiteiten plaatsvinden dan het bestemmingsplan toelaat, dan kan er handhavend worden opgetreden. Vraag 7: Welke agrarische alternatieven hebt u in gedachte voor deze locatie? Antwoord: Wij exploiteren de veiling niet en kunnen daarom geen alternatieven toepassen op deze locatie. Vraag 8: Pag. 77. 2.2. Transformatie van de landbouw. Op lokaal niveau stimuleren wij de bewuste productie en consumptie van duurzaam voedsel. Wij nemen het voortouw hierin door bij gemeentelijke activiteiten hieraan invulling te geven. Daarnaast zetten we in op de consument van de toekomst.
Dit doen we door op scholen aandacht te vragen voor gezond en duurzaam lokaal voedsel en reductie van voedselverspilling. Op dit moment doen vier basisscholen in onze gemeente mee aan het “Lokaal Fruit Initiatief”. Overige scholen doen hier niet aan mee of maken gebruik van het “EU-Schoolfruit” initiatief. Dit laatste initiatief maakt geen gebruik van ons lokaal fruit maar koopt dit in bij de goedkoopste leverancier. Antwoord: Dat is correct. Het is aan de schoolbesturen om wel of niet te kiezen voor deelname aan projecten. Onze gemeente heeft de taak op zich genomen om de lokale producten te promoten en eventuele deelname door scholen te faciliteren. Onze gemeente stimuleert en faciliteert namelijk initiatieven gericht op bevordering van lokale productie en consumptie. Het is aan lokale ondernemers en andere lokale organisaties om dit concreet invulling te geven.
Vraag 9: Zijn er mogelijkheden of hebt u deze onderzocht om als gemeente zelf de “EU-Schoolfruit” of anderszins bijdragen of alternatieven binnen te halen om zodoende ook echt lokaal fruit voor de nietdeelnemers te kunnen inkopen? Antwoord: Zie vraag 8. Scholen bepalen uiteindelijk zelf waar ze voor kiezen. Vraag 10: Pag 83. 2.3. Vrijetijdseconomie in balans met landschap en leefomgeving Het streven is dat ook in 2030 onze gemeente nog steeds gastvriendelijk, authentiek en bourgondisch is, waar bewoners, recreanten en ondernemers tot rust komen, met respect voor elkaar. We
Pagina 3 van 17
ontvangen dan ook graag gasten die de manier van ‘’slow living’’ waarderen, genieten van fijnschaligheid en van onze lokale producten die duurzaam worden geproduceerd. Wat wordt bedoeld met “slow living” en wat is de Nederlandse term hiervoor? Antwoord: Slow living is een internationale term (en een trend) die wordt gehanteerd in het kader van EijsdenMargraten Cittaslow. Letterlijk vertaald betekent het ‘langzaam leven’ en dat is wat we onze inwoners en gasten gunnen. Met ons beleid dat is gericht op het creëren van een balans tussen plattelands- en (vrijetijds)economie en landschap en leefomgeving proberen we randvoorwaarden voor ‘slow living’ te scheppen. Het gaat hierbij om inwoners en gasten meer te kunnen laten (be)leven met meer bewuste aandacht, minder gehaast en met meer rust. Dit streven past volledig in het gedachtengoed van Eijsden-Margraten Cittaslow. Vraag 11: We zullen echter waken voor toeristisch, recreatieve overdruk. Te veel bezoekers, te veel toeristisch verkeer, te veel evenementen legt een druk op de leefbaarheid van de kernen maar legt ook een druk op het landschap. Derhalve zetten we in op kwaliteit en spreiding. De druk op onze kernen blijft alsmaar toenemen. U geeft aan te willen waken voor deze overdruk door kleinschalige ontwikkelingen toe te laten.
Echter één grootschalige ontwikkeling kan gelijk staan aan vijf kleinschalige ontwikkelingen, ondanks dat dit juist kwalitatieve ontwikkelingen zouden moeten zijn. Dat betekent dus niet dat de druk hierdoor per definitie afneemt maar wellicht juist verder toe neemt. Kwalitatief betekent ook vaak dat toeristen er net op uit willen om iets te zien. Toeristen willen graag onze kernen bezoeken om daar te genieten van de Bourgondische faciliteiten alom aanwezig of de natuur in. Nu al zien we dat we parkeerproblemen en ongewenste verkeersontwikkelingen die onze inwoners raken niet duurzaam opgelost krijgen. Onze kernen zijn niet en worden op dit moment ook niet adequaat ingericht voor dergelijke ontwikkelingen als ook woningbouw ontwikkelingen. Te vaak zien we dat huidige ondernemers juist ruimte wordt ontnomen waardoor horeca ondernemerschap in kernen afneemt of niet plaats vindt. Aangezien het steeds drukker wordt is het “waken voor overdruk” dat op dit dossier van toepassing is nog de juiste uitdrukking? Antwoord: Het is inderdaad zo dat we er niet alleen voor willen waken maar dat we er ook samen met collegaregiogemeenten in Zuid-Limburg, Visit Zuid-Limburg en andere branche-organisaties daadwerkelijk resultaat mee willen gaan boeken.
Het gaat niet meer om groei maar om het vinden van de juiste balans zodat iedereen, bedrijven én inwoners zo optimaal mogelijk kunnen profiteren van de voordelen van toerisme-recreatie en nieuw aanbod op de juiste plek ontwikkeld wordt en overaanbod voorkomen wordt. In Limburg-verband gaan we daarom aan de slag met het ontwikkelen van beleid voor bestemmingsmanagement. Hiermee kan ook gewerkt worden aan een betere spreiding van toerisme-recreatie in Limburg zodat ook andere regio’s en inwoners mee kunnen profiteren van de aantrekkingskracht van Limburg als toeristisch-recreatieve bestemming en het drukke Heuvelland ontlast wordt. Hiervoor is eerst een goed inzicht nodig van het toerisme in al zijn facetten en de opgaven die er liggen. Een eerste belangrijke stap hierbij is een integraal en actueel overzicht te krijgen van de data die een goed inzicht geven van de vraag en het aanbod, de diverse soorten impact van het toerisme en recreatie en het structureel monitoren van de ontwikkeling ervan. Digitalisering en het beter benutten van databronnen binnen de toeristisch-recreatieve sector is binnen de VTE-visies van zowel Zuid-, Midden als Noord Limburg gedefinieerd als prioriteit, zijnde: Bestemming Zuid-Limburg 2030 (Verbinden, Vertellen, Verrijken). Hiertoe is in regioverband VTE-ZL een VTE Datahub Limburg in ontwikkeling.
Pagina 4 van 17
Daarnaast hanteren we met betrekking tot initiatieven voor nieuwe verblijfsaccommodaties in regionaal VTE-ZL-verband een afwegingskader op basis waarvan het bestuurlijk overleg Ruimtelijk Economie ZL geadviseerd wordt over de toekomstbestendigheid van een initiatief in de regio in termen van kwaliteit, marktruimte, bedrijfsvoering en daarmee economische haalbaarheid. Vraag 12: We kunnen niet blijven waken, ieder initiatief, klein of groot, dat wordt toegevoegd brengt meer verkeersbewegingen en toeristische druk met zich mee. Wordt het niet eens tijd om over “oplossingen” na te denken en deze te implementeren alvorens initiatieven toe laten (toeristisch als ook wonen) gaan spreken? Antwoord: De regionale afweging in VTE-ZL-verband van individuele casus ook uit Eijsden-Margraten, zoals onder vraag-antwoord 11 hierboven genoemd, wordt intern voorbereid door integrale afweging op lokaal niveau. Hiertoe ontwikkelen we op dit moment een afwegingskader als leidraad voor de integrale beoordeling van nieuwe initiatieven. Vraag 13: Ook vanuit de regio ervaren wij als gemeente op diverse plaatsen overlast. In hoeverre wordt de term “oplossingen alvorens toe laten van initiatieven …” bij overleggen in de regio gebezigd en wat wordt hier mee gedaan? Antwoord: Zie antwoorden op vraag 11 en 12 Vraag 14: Wat wordt er in de regio gedaan aan c.q.
hoe schiet het op met de ontwikkelingen omtrent probleem oplossing rondom verkeersdrukte en overlast op probleem locaties? Antwoord: We nemen aan dat u doelt op de toeristische recreatieve verkeersdrukte. Zoals u weet hebben de gemeenten Vaals en Gulpen-Wittem in voorjaar 2023 de samenwerking beëindigd en heeft onze raad het voorstel van de raadsagenda van 14 februari 2023 gehaald. We hebben enkele maanden later een raadsthemabijeenkomst georganiseerd om op te halen bij de raad waar de focus zou moeten liggen bij dit probleem. Deze bijeenkomst heeft niet geleid tot een eensluidende aanpak. Ondertussen heeft stichting Verkeersleefbaar Heuvelland zich gemeld en ons aangesproken op het uitdaagrecht op grond van de participatieverordening. Hier is ons college op in gegaan en is samen met hun gekeken hoe we deze vaak subjectieve verkeersoverlast kunnen aanpakken. In september 2024 besliste het college om twee onderzoeken ten aanzien van de toeristisch recreatieve verkeersoverlast door de stichting Verkeersleefbaarheid Heuvelland te laten uitvoeren. Deze onderzoeken betreffen: • Een onderzoek naar de mogelijkheid en haalbaarheid om een geluidslimiet voor gemotoriseerd verkeer in te stellen in de algemene verordening • Een onderzoek naar het aanpakken van de verkeersoverlast op de Mergellandroute en de weg tussen Sint Geertruid en Margraten. Vraag 15: Pag 85. 2.3.
We sturen in samenwerking met het Huis van de Sport op het doseren en spreiden van het aantal toertochten binnen de gemeente. Daarbij zullen we gebieden in onze gemeente ontzien
Pagina 5 van 17
waar de druk op de leefomgeving en het landschap groot is. In dit licht houden we het aantal wielerevenementen dat wij faciliteren en ondersteunen ook beperkt. Het subsidiebeleid zal voor 2026 herijkt worden. Steun aan wielerevenementen is ook een vorm van subsidie. Wanneer wordt deze steun herijkt? Antwoord: De wielerevenementen zijn benoemd in de Algemene Subsidieverordening Welzijn Eijsden-Margraten 2017. Deze vorm van subsidie zal dan ook worden meegenomen bij de herijking van de subsidieverordening. Vraag 16: In 2024 is ook de damesversie van de Tour de France door onze gemeente getrokken? Ten koste van welk budget komen de kosten die hiervoor gemaakt zijn? Antwoord: Wij zijn inderdaad doorkomst gemeente geweest van de Tour de France Femmes 2024. De organisatie en de kosten daarvan lagen vooral bij startgemeente Valkenburg a/d Geul. Wij hebben wel de mogelijkheid benut om onze streek en streekproducten te promoten. De kosten hiervan werden door ondernemers gedragen.
Vraag 17: Pag. 71 ecologisch bermbeheer Waar kunnen we ecologisch bermbeheer aan herkennen (ecologen zien het niet) Hoeveel is ecologisch bermbeheer duurder dan niet ecologisch bermbeheer en welke garantie hebben we dat we waar voor ons geld krijgen? Als wij het goed begrijpen is contractduur met bermbeheer-bedrijven twee jaar. Dat stimuleert niet om te investeren in materieel dat nodig is voor ecologisch bermbeheer, omdat je immers na twee jaar alweer je opdracht kwijt kunt zijn. Waarom werkt u niet met langdurige contracten? Antwoord: Het ecologische bermbeheer kan herkend worden aan het feit dat het maaisel wordt gemaaid en afgevoerd. Daarnaast wordt er in fases gemaaid. Eerder werden de bermen in volledigheid gemaaid. Nu wordt er minder gemaaid waardoor de kosten lager liggen. De grotere aannemers die dit soort werkzaamheden uitvoeren, beschikken reeds over het juiste materiaal. De meeste gemeenten en ook Provincie Limburg passen dezelfde werkwijze toe, het is dus een gangbare methode. We werken niet met langjarige contracten omdat we niet het risico willen lopen langjarig vast te zitten aan een aannemer die zijn werk niet naar tevredenheid uitvoert. Vraag 18: Pagina 6 van 17
Pag. 77 Wij streven voor Eijsden-Margraten een vitale, toekomstbestendige en duurzame agrarische sector na, in harmonie met milieu, natuur en landschap. U wilt de wijnbouw stimuleren. Dat is een sector waar veel ongewenste middelen (gif) worden gebruikt. Hoe gaat u ervoor zorgen dat in onze gemeente de wijnbouw biologisch wordt/blijft? Antwoord: In de wijnbouw, die in deze regio bijvoorbeeld steeds populairder wordt als verdienmodel, worden net zoals in andere fruitsectoren gewasbeschermingsmiddelen gebruikt of kunnen deze worden ingezet. Als een ondernemer wil omschakelen naar deze biologische teelt, duurt het drie jaar voordat de Skalcertificering kan worden verkregen. Of een ondernemer deze stap wil zetten, is afhankelijk van persoonlijke en bedrijfsmatige afwegingen. Daarnaast spelen marktvraag en logistieke overwegingen een belangrijke rol in het beslissingsproces. In het Actieplan Transformatie Landbouw zullen we verder onderzoeken hoe we de biologische landbouw in het algemeen kunnen stimuleren. Vraag 19: Pag. 77 tegel lokaal actieplan ‘transformatie van de landbouw’ uitwerken. In juli 2023 heeft de provincie Limburg het Limburgs Programma Landelijk Gebied in concept aangeboden aan het Rijk. Welke consequenties dit zal hebben op gemeentelijk niveau is tot op heden onbekend.
Medio 2024 zou de provincie hierover meer duidelijkheid verschaffen, maar dit is vooralsnog niet gebeurd. Welke invloed heeft de onduidelijkheid van de provincie op het opstellen van het landbouwplan? Antwoord: In september 2024 heeft het Rijk aangekondigd te stoppen met het Nationaal Programma Landelijk Gebied, waarvan het Provinciaal Programma Landelijk Gebied een onderdeel is. Dit betekent dat ook dit programma zal komen te vervallen. De provincie zal ons in december 2024 verder informeren over de transitie van het landelijk gebied. De onduidelijkheid vanuit zowel het Rijk als de provincie maakt het voor ons als gemeente moeilijker om beleid op te stellen. Waar we eerder hadden verwacht meer duidelijkheid te krijgen over de rolverdeling tussen Rijk, provincie en de gemeente, lijkt dit nu weer onzeker. Dit betekent echter niet dat we moeten stoppen met het verder ontwikkelen van ons actieplan. Ruimtelijke vraagstukken, het stimuleren of initiëren van projecten, en andere belangrijke onderwerpen blijven voor agrariërs het eerste aanspreekpunt bij de gemeente. Hierop kunnen we als gemeente verder bouwen. Het advies, beleid, en de wet- en regelgeving van zowel de provincie als het Rijk zullen we daarbij nauwlettend in de gaten houden.
Vraag 20: Pag. 85 tegel Het Uitvoeringsprogramma Plattelands- en Vrijetijdseconomie 2025 richt zich op: 3. Deelname in het project Landschapspark Grenzeloos Bocagelandschap. In hoeverre draagt Eijsden-Margraten concreet bij aan de uitvoering van het uitvoeringsprogramma Grenzenloos Bocagelandschap. Hoeveel budget is hiervoor? Antwoord: Eijsden-Margraten neemt als kernpartner op grond van een Samenwerkingsovereenkomst samen met de overige kernpartners (Regionaal Landschap Haspengouw & Voeren en grensgemeenten) bestuurlijk deel in de Stuurgroep van het Landschapspark. In totaal is € 440.000 vanuit het Rijk beschikbaar. Daarnaast draagt elke kernpartner jaarlijks (periode van 6 jaar) € 20.000 bij. Het aandeel Pagina 7 van 17
van Eijsden-Margraten is meegenomen in de begroting. Voorts zijn ook middelen uit de RegioDeal beschikbaar. Vraag 21: Pag. 85 Samenwerking bevorderen tussen ondernemers onderling en met de gemeente Een goede samenwerking met ondernemers is belangrijk, maar ondernemers houden hun eigen broek op en daarbij hoort ook investeren in publiciteit die nodig is voor hun bedrijf en hun eigen scholing. Welke criteria hanteert deze gemeente om te beoordelen of een project van ondernemers samenwerking met de gemeente vraagt? Kijkt u bijvoorbeeld hoe het project bijdraagt aan de samenleving/leefbaarheid voor onze inwoners? Antwoord: Ondernemers dragen in zijn algemeen bij aan onze samenleving. Zij het door directe uitgaven en het bieden van werkgelegenheid dan wel door maatschappelijke betrokkenheid. Bij het bevorderen, stimuleren van samenwerking met de gemeente kijken we of initiatieven passen c.q. bijdragen aan de uitvoering van bestaand beleid c.q. uitvoeringsprogramma’s en de daarbinnen gehanteerde kaders/criteria. Vraag 22: Pag. 95 Ondersteuning geven aan wielerevenementen tot een maximum van 45.000 euro. Hoe verdedigt u dat u in tijden van bezuinigingen 45.000 euro blijft uittrekken voor wielerevenementen? (volgens begroting 202-2026) Wat zijn de baten van deze evenementen? Antwoord: Voor subsidiering komen in aanmerking de door het college benoemde (grote) evenementen.
Subsidie wordt toegekend voor kosten die direct verband houden met de activiteit, zulks ter beoordeling van het college. De organisatie legt elk jaar na het laatste wielerevenement rekening en verantwoording af. Na beoordeling door college wordt een eventueel teveel ontvangen subsidiebedrag terugbetaald.
Vraag 23: Vanuit kwaliteitsoogpunt zetten we in op het faciliteren van ondernemers met verblijfsaccommodaties die willen doorontwikkelen en investeren in kwaliteitsverbetering. Dit wordt ondersteund via de aanpak ´Innovatief Investeren´. Hoeveel geld is hiermee gemoeid? Hoeveel ondernemers maken er gebruik van? Als u kijkt naar het aantal deelnemers aan Innovatief investeren, heeft het dan zin om hiermee door te gaan? Antwoord: Ondernemerschap en innovatie is een van de pijlers in de Visie Vrijetijdseconomie Zuid-Limburg. Als gemeente(n) stimuleren we innovatie binnen de sector en cross-overs erbuiten, thema- en doelgroepgericht werken en het verbinden van streekidentiteit aan ondernemers(chap). Op dit moment voorzien wij niet langer individuele ondersteuning vanuit de genoemde aanpak en zijn hier dan ook geen specifieke middelen meer voor geraamd. Met de leidraad Verblijfsrecreatie als afwegingskader bieden we voor zowel interne integrale afweging als voor een initiatiefnemer inzicht in wat de gewenste richting is voor de verblijfsrecreatie in de gemeente en fungeert deze tevens als toetsingskader voor nieuwe initiatieven en uitbreidingsplannen. Initiatiefnemers kunnen straks met de leidraad als proceswijzer op weg geholpen worden.
Zeker wanneer het gaat om grotere en complexe ideeën met directe gevolgen voor de (leef)omgeving, die vaak niet passen in het omgevingsplan dat op de beoogde locatie van kracht is, is meer voorbereiding noodzakelijk. In de leidraad vindt de initiatiefnemer een proceswijzer die kan helpen bij het formuleren en uitwerken van een idee, dat niet direct in het omgevingsplan past. Pagina 8 van 17
Vraag 24: Hoe gaat u de dagrecreanten laten bijdragen aan het in stand houden en verbeteren van de conditie van ons landschap? Antwoord: Momenteel wordt daar niet op ingezet. Als daar ideeën over zijn dan staan we daar voor open. Vraag 25: Waarom zijn de ondernemers niet, zoals afgesproken, op de hoogte gesteld van het voornemen om de toeristenbelasting te verhogen? Dit om hun prijzen voor het volgend boekjaar juist te kunnen berekenen. Antwoord: Tijdens de behandeling van de kadernota is de raad niet akkoord gegaan met de voorgestelde tariefverhoging van de toeristenbelasting. Er is gevraagd dit mee te nemen bij de begrotingsbehandeling. De ondernemers kunnen dus nog niet geïnformeerd worden omdat het nieuwe tarief nog vastgesteld dient te worden. Vraag 26: Wij missen in deze hele begroting de motie Rechten voor de Natuur. Hoe is daar uitvoering aan gegeven en waar zien wij dat in deze begroting? Antwoord: De motie is nog in uitvoering. De kosten worden momenteel gedekt uit de reguliere middelen landschapsontwikkeling en reserve landschap.
Vraag 27: Behoud en versterken landschapskwaliteiten Voor behoud van de landschapskwaliteiten is van belang deze goed te definiëren en om vast te leggen welke ontwikkelingen in ons buitengewone buitengebied mogelijk zijn. Wanneer kunnen we de landschapsdifferentiatiekaart verwachten? Antwoord: Hier worden twee verschillende kaarten door elkaar gehaald. De gebiedsdifferentiatiekaart geeft inzicht in waar landschappelijke gezien woningbouw en toeristische voorzieningen mogelijk zijn. Deze wordt dit jaar nog afgerond. Daarna zal deze vastgesteld moeten worden door de raad. Wanneer het plan ter vaststelling wordt aangeboden is nog niet bekend. Daarnaast hebben we de kaart waarop de beschermde landschapselementen staan vastgelegd. Deze kaart is in 2025 gereed. Aangezien dit een kaart is die de huidige kaarten in het omgevingsplan (bestemmingsplan) gaan vervangen wordt de nieuwe kaart onderdeel van het nieuwe omgevingsplan dat in 2030 wordt vastgesteld.
Pagina 9 van 17
Vraag 28: Hoe definieert het college de term “renderend landschap”? Antwoord: Een "renderend landschap" verwijst naar een landschap dat zowel esthetisch en ecologisch waardevol is, maar ook economische voordelen oplevert voor degenen die het beheren en er gebruik van maken. Het idee is dat het landschap niet alleen kosten met zich meebrengt voor beheer en behoud, maar ook kan bijdragen aan het genereren van inkomsten of waarde. Dit kan bijvoorbeeld door landbouw, toerisme, recreatie of andere duurzame ontwikkelingen die het landschap versterken en onderhouden. In de context van de genoemde passage betekent het dat nieuwe ontwikkelingen gesteund worden als ze het landschap versterken en duurzaam bijdragen aan het behoud en de ontwikkeling ervan. Het principe houdt in dat wanneer een project economisch of op een andere manier profiteert van de kwaliteiten van het landschap, de ontwikkelaar ook bijdraagt aan de bescherming en verbetering van dat landschap. Zo wordt er een balans gecreëerd waarbij zowel het landschap als de ontwikkeling er baat bij hebben, wat zorgt voor een duurzaam en wederzijds renderend systeem.
Vraag 29: (p. 47) Het college geeft voor nieuwe ontwikkelingen een bijdrage te leveren als deze versterkend zijn voor het beheer en ontwikkeling van het landschap. Die bijdrage is dan op basis van de baat van die nieuwe ontwikkeling. Kunt u daar een voorbeeld van geven? Antwoord: Niet duidelijk waar deze vraag betrekking op heeft. Pagina 47 gaat over jongerenwerk Vraag 30: Transformatie van de landbouw Om de ontwikkeling van de agrarische sector in onze gemeente te zien, is het goed om deze jaarlijks in kaart te brengen. Dit om het belang van maatregelen voor / behoud van de sector voor onze gemeente in kaart te hebben. Hoeveel bedrijven naar aard van de onderneming (melkveehouderij, akkerbouw, fruitteelt, varkenshouderij, pluimveehouderij, gemengde bedrijven met combi recreatie en toerisme of zorg), leeftijd van de ondernemer, met/zonder opvolging? Antwoord: In 2018 is een onderzoek gedaan naar de agrarische bouwkavels in onze gemeente. Hieraan hebben 150 bedrijven deelgenomen. In 2022 is in samenwerking met de gemeenten van het Middengebied opdracht gegeven om in alle gemeenten van het Middengebied een dergelijk onderzoek te laten uitvoeren en de 60 bedrijven die in Eijsden-Margraten niet hebben deelgenomen, nogmaals te benaderen. Dit onderzoek bevindt zich in de afrondende fase en de rapporten per gemeente worden opgeleverd.
Deze rapportage zal worden gebruikt in ons op te stellen landbouwbeleid. Tevens zullen wij een database ontvangen met gegevens over de bedrijven. Wellicht goed om deze zo actueel mogelijk te houden. Het is uiteraard een utopie om alle bedrijven jaarlijks te benaderen en de database te actualiseren.
Vraag 31: Pagina 10 van 17
Het beëindigen van een agrarische onderneming moet integraal worden benaderd. Bij een melkveebedrijf wordt de productie van stikstof uit de markt gehaald. Daarbij komt een agrarische kavel leeg en heeft deze een andere functie nodig. Hoe gaat het college invulling geven aan deze integrale aanpak van ruimtelijke ordening en milieu opgave? Antwoord: Het college zal elke situatie afzonderlijk beoordelen en besluiten nemen.
Vraag 32: Hoe wil de gemeente Eijsden-Margraten inzetten op het versterken van de korte ketens en het produceren ven consumeren van gezond voedsel? Welke instrumenten heeft de gemeente daar voor? Antwoord: Naast het stimuleren en faciliteren van initiatieven door de gemeente, gericht op bevordering van lokale productie en consumptie, is het is aan de lokale ondernemers en andere lokale organisaties (b.v. Fruit op Scholen) om dit concreet invulling te geven. Vraag 33: Het college spreekt van duurzaam lokaal voedsel en fruit op scholen. Gaat het college alle basisscholen bij dit project betrekken? Om daarmee uitvoering te geven aan de motie die de CDA fractie eerder indiende. Antwoord: Het is aan de schoolbesturen om wel of niet te kiezen voor deelname aan projecten. Onze gemeente heeft de taak op zich genomen om de lokale producten te promoten en eventuele deelname door scholen te faciliteren. De behoefte onder scholen voor deelname aan dit project kan opnieuw worden gepeild.
Vraag 34: Vrijetijdseconomie in balans met landschap en leefomgeving De economie in Eijsden-Margraten is meer dan alleen plattelandseconomie. Het college geeft aan te waken voor toeristische, recreatieve druk. Hoe definieert het college toeristische, recreatieve druk? Hoe gaat het college dit bewaken? Antwoord: Bij het definiëren van toeristische druk volgen we in de aanpak samen met de regiogemeenten de definitie van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur. Toeristische druk duidt op de aanwezigheid van bezoekers en de invloed van hun activiteiten op een bestemming. De mate van druk hangt samen met bezoekersintensiteit (aantallen bezoekers per inwoner), bezoekersdichtheid (aantallen bezoekers per hectare) en het gedrag van de bezoekers (gebruik van ruimte en voorzieningen, sociaal gedrag). De mate van toeristische druk varieert zowel in de tijd (piekuren en perioden tegenover rustiger uren en perioden) als in de ruimte (trekpleisters tegenover nauwelijks bezochte plaatsen). Bij een analyse van de toeristische druk is niet alleen de huidige situatie van belang. Er moet ook worden gekeken naar de verwachte ontwikkeling van die druk. Dit is essentieel om proactief te kunnen sturen op kansen en bedreigingen. Wanneer de toeristische druk op een bestemming hoog is, betekent dit niet automatisch dat er ter plaatse sprake is van overlast of schade.
Dit hangt af van de draagkracht van de leefomgeving en de samenleving ter plaatse. De draagkracht van de leefomgeving en de samenleving duidt op
Pagina 11 van 17
het vermogen van een bepaalde bestemming om bezoekers te ontvangen, zonder dat negatieve gevolgen optreden. In het ene natuurgebied kan een groep van vijftig bezoekers al te veel zijn, terwijl een ander gebied probleemloos méér bezoekers aankan. Ook sommige stadscentra zijn ingericht op meer gebruikers (bewoners én bezoekers) dan andere. En zelfs als de fysieke opnamecapaciteit gelijk is, kan een toestroom aan evenementengasten op zondag in de ene gemeente heel anders worden beleefd en gewaardeerd dan in de andere. Dit hangt samen met de lokale kleur (‘het DNA’) van een bestemming: het ene dorp kenmerkt zich door ruimte en rust, het andere door reuring, vermaak en toeristische werkgelegenheid. De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur onderscheidt acht elementen van draagkracht. Er zijn zes fysieke elementen (mobiliteit, vastgoed, openbare ruimte, erfgoed, natuur en milieu) en twee sociale elementen (publieke ruimte en persoonlijke leefomgeving). Tenslotte moeten we ons realiseren dat een groot gedeelte van ervaren toeristische druk wordt veroorzaakt door recreatie van eigen, lokale en regionale bewoners tijdens bezoeken van evenementen, fiets- en wandelactiviteiten, terrassen etc. Op welke wijze we trachten te komen tot toekomstbestendige oplossingen voor toeristische druk verwijzen we naar het antwoord op de hierboven gestelde vragen 11 en 12.
Vraag 35: Pag 67 : Vraag : Wat precies zijn de “Mutaties reserves 55.000” in de Begroting 2024NW van programma 2, (terwijl er al een batig saldo is?)? Antwoord: Deze vraag heeft geen betrekking op de begroting 2025-2028 (maar op de begroting / jaarrekening 2024). Het bedrag van € 55.000 is als volgt opgebouwd : - Storting in de reserve Landschap - Aanwending algemene reserve voor 80 jaar vrijheid
- € 220.000 + € 275.000
nadeel exploitatie voordeel exploitatie
De aanwending van de algemene reserve voor 80 jaar vrijheid staat hier verkeerd, deze hoort in programma 1 thuis. Dit wordt in de tweede bestuursrapportage 2024 hersteld. Vraag 36: Pag 70 : Nieuwe verdienmodellen ontwikkelen rondom beheer van het landschap : “De bescherming van de landschapselementen is geregeld via het tijdelijke omgevingsplan. Een update van de beschermde landschapselementen wordt opgenomen in het omgevingsplan dat in 2031 wordt vastgesteld.” Vraag : betekent dit dat we tot 2031 moeten wachten op deze update/ zo ja, waarom? Antwoord: Ja, omdat er in de tussentijd geen update van het omgevingsplan mogelijk is.
Pagina 12 van 17
Vraag 37: Pag 77 : Wat zijn de genoemde “landschappelijke beperkingen”, op basis waarvan worden deze als beperking gekwalificeerd, en niet bijvoorbeeld als kansen? Antwoord: Deze vraag heeft betrekking op de vastgestelde begrotingstekst en staat nu niet ter discussie.
Vraag 38: Vraag p.77 : Wat wordt precies bedoeld met “inzet van actieve grondpolitiek niet uitgesloten wordt.” Gaat dit over het 1 miljoen in het fonds voor de aankoop van gronden ten behoeve van natuur en landschapsontwikkeling? Antwoord:
Vraag 39: p.77: Er wordt gesproken over de gebiedsdifferentiatiekaart, op basis waarvan richting wordt gegeven aan mogelijke ontwikkelingen in het buitengebied. Wanneer mag de Raad deze eindelijk aanschouwen? Wat is gebeurd met de budgetten die hiervoor in de afgelopen jaren steeds zijn gevoteerd? Antwoord: De gebiedsdifferentiatiekaart geeft inzicht in waar landschappelijke gezien woningbouw en toeristische voorzieningen mogelijk zijn. Deze wordt dit jaar nog afgerond. Daarna zal deze vastgesteld moeten worden door de raad. Wanneer eea ter vaststelling wordt aangeboden is nog niet bekend. Vraag 40: p. 77 “Een lokaal actieplan ´transformatie van de landbouw´ uitwerken”. Wanneer in 2025 mogen we de verschillende elementen (zie ook de vraag over de gebiedsdifferentiatiekaart) tegemoet zien? Graag gedetailleerde planning aanleveren. Antwoord: Momenteel bevinden we ons in de participatiefase van het beleidsstuk/actieplan Transformatie van de Landbouw, welke gepland is voor een periode van een jaar. In 2025 worden er twee bijzondere raadsvergaderingen ingepland voor dit beleidsstuk/actieplan, naar verwachting in het tweede en derde kwartaal. Zodra de participatiefase, die het hele jaar 2025 beslaat, is afgerond, zal de visie en het beleid worden opgesteld. Het definitieve stuk zal pas in 2026 ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd.
Pagina 13 van 17
Vraag 41: p. 77: Wij begrepen dat het college zich het toekomstperspectief van boeren aantrekt. Hoe verhoudt dit zich tot de adviezen van de Intergemeentelijke Adviescommissie Vrijetijds Economie? Antwoord: Binnen de regionale samenwerking Vrijetijdseconomie ZL wordt ten aanzien van nieuwe initiatieven en de afstemming daarover zeker ook gekeken naar het toekomstperspectief van boeren. Bijvoorbeeld wanneer bij de eventuele ombouw naar verblijfsrecreatie waarbij een combinatie wordt gelegd met verbrede landbouw en ketenproductie ten gunste van toekomstige, eigen gasten. Voorop staat hierbij dat het concept toekomstbestendig is. Vraag 42: p. 77: Op welke manier worden de mogelijkheden van kleinschalige biologische bedrijfsvoering, van andere teelt voor gebruik in een verantwoorde natuurinclusieve woningbouw geuit door de gemeente? Antwoord: Bij nieuwbouw wordt gewezen op mogelijkheden van bouwen op een natuurinclusieve wijze, waarbij wij ons houden aan de wettelijke voorschriften hieromtrent. Net zoals bij overige bedrijfsvoeringen ligt het initiatiefnemen bij de ondernemers zelf en staan we open voor oriënterende gesprekken met initiatiefnemers om mee te denken met de mogelijkheden tot integratie van lokale teelt en bouwen. Vanuit het perspectief landbouw is dit een interessant thema. De landbouw zit momenteel in transitie en is op zoek naar nieuwe teelten.
Teelten die bij voorkeur weinig maatschappelijk nadelen Pagina 14 van 17
kennen. Het telen van “bouwmaterialen” behoort tot een alternatief voor de huidige teelten. Hier kan een relatie gelegd worden met de woningbouwopgave die een stimulans kan betekenen in de vraag naar natuurlijke bouwmaterialen en het korte keten gedachtegoed. Hoe we daar als gemeente mee omgaan wordt nadere onderzocht in het landbouw beleidsplan i.o. Voor 2025 hebben we een lezing op de agenda staan mbt dit onderwerp in samenwerking met Korte Keten Zeker Weten. Vraag 43: Pag 84 : Vrijetijdseconomie in balans met landschap en leefomgeving. “In 2021 kende onze gemeente bijna 400.000 overnachtingen”. Hoeveel waren dat er in 2023? Antwoord: Dat waren bijna 420.000 overnachtingen Vraag 44: Pag 85 : in het blokje “Uitvoeringsprogramma Plattelands- en Vrijetijdseconomie 2025” Wat is de planning voor: 7. Ontwikkelen en vaststellen van gemeentelijk beleid rondom vestiging verblijfsaccommodaties vrijetijdseconomie? Tijdslijn en budgetten aangeven svp. Is de gemeente ermee bekend dat deze elementen kunnen worden vastgelegd? Antwoord: Zie ook het antwoord op vraag 12: We ontwikkelen op dit moment een afwegingskader Verblijfsrecreatie als leidraad voor de integrale beoordeling en als proceswijzer voor initiatiefnemers van nieuwe initiatieven.
Vraag 45: 2.1 Behoud en versterken landschapskwaliteiten Pag. 71 Nieuwe verdienmodellen ontwikkelen rondom beheer van het landschap. U geeft aan de ontwikkelingen van de provincie hierin te volgen en daar waar nodig maximaal te faciliteren. Waar denkt u dan aan? Welke kosten gaan hiermede gemoeid en zijn deze thans voorzien in de begroting? Antwoord: Het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen is een vraagstuk waar de gehele agrarische sector op nationaal niveau behoefte aan heeft. Een nieuw verdienmodel kan breed worden opgevat, zoals het opzetten van een toeristische tak, zoals hierboven genoemd, of het verstrekken van een financiële prikkel voor de aanschaf en onderhoud van landschapselementen, zoals momenteel mogelijk is via het Landschapsfonds. Als gemeente hebben wij op dit moment nog geen verdienmodel ontwikkeld dat de agrariër op de lange termijn voordelen biedt. Dit onderwerp wordt verder onderzocht binnen het Actieplan Transformatie Landbouw.
Pagina 15 van 17
Vraag 46: U geeft aan flora en faunastroken aan te leggen. Kunt u enkele voorbeelden noemen waar deze al zijn gerealiseerd? Antwoord: Bijvoorbeeld langs de provinciale weg N278 ter hoogte van het Amerikaans kerkhof en aan de provinciale weg N598 ter hoogte van Termaar. Dat doen we in samenwerking met de stichting Limburg Bloeit Op.
Vraag 47: Een vervolg geven aan de zuidelijke Maasdalvisie. U geeft aan in 2025 verder te werken aan het MIRT. In 2024 was hier budget voor gereserveerd. In 2025 niet meer. Heeft u dan nog voldoende middelen voorzien in de begroting om hierin te investeren? Antwoord: Eijsden-Margraten doet een bijdrage in de vorm van een voorfinanciering in de lopende MIRTverkenning van € 95.000,- (budget 2024). Dit bedrag dekt onze bijdrage voor deze MIRT-verkenning die duurt ongeveer tot 2028/2029. Voor het vervolgtraject na 2028 - de planuitwerking en de planrealisatie – moet worden bekeken welke middelen nodig zijn voor de maatregel in Eijsden. Vraag 48: Kunt u aangeven hoeveel fijnsparren er inmiddels geplant zijn? Welke locaties? Antwoord: Nog geen. Dit plantseizoen wordt een eerste project gerealiseerd. Momenteel is opdracht gegeven om te bepalen of de locatie geschikt is. Vraag 49: Kan de gemeente eigenaren dwingen indien bijvoorbeeld meidoornhagen meerdere jaren niet onderhouden worden? Met name waar het wellicht de grens betreft met gemeentelijk bermen, zoals bijvoorbeeld aan de Caestertstraat? Antwoord: Dat kan alleen als de veiligheid in de openbare ruimte in gedrang komt. Ecologisch gezien is het positief om een haag een aantal jaar niet te scheren. Vraag 50: 2.3 Vrijetijdseconomie in balans met landschap en leefomgeving. Pag.
85 Uitvoeringsprogramma Plattelands- en Vrijetijdeconomie 2025, Kunt u iets meer zeggen wat het project Grenspark Jeker & Maas inhoudt? Antwoord: Eijsden-Margraten neemt als partner in het voormalig Sint-Pietersbergproject (door verbinding gebied via Voet- en Fietsveer Eijsden), samen met het Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren, de gemeente Maastricht en de Belgische gemeenten Riemst, Visé, Oupeye en Bassenge, op grond van een samenwerkingsovereenkomst, deel in dit project. Het samenwerkingsverband hanteert 3 strategische doelen, te weten: 1. Een groener en klimaatbestendig Grenspark, 2. Toerisme als hefboom voor een vitaal landschap in het Grenspark en 3. Een betere samenwerking in het
Pagina 16 van 17
Grenspark. Op dit moment wordt bekeken of een Interreg-aanvraag mogelijk en haalbaar is. Het INTERREG-programma van de Euregio Maas-Rijn biedt daartoe de meeste kansen voor de financiering van een aantal van bovenvermelde doelstellingen. Vraag 51: Kunt u aangeven welke afspraken gemaakt zijn ten aanzien van spreiding en dosering wielertoertochten? Antwoord: Het Grensoverschrijdend Wielerbeleid geeft handvaten voor de spreiding en dosering van wielertochten. Vraag 52: Het ambassadeurschap Cittaslow verder uitbouwen. Kunt u aangeven welke ambassadeurs zich onlangs hebben aangesloten? Zijn er ook afgehaakt? Hoeveel ambassadeurs zijn er op dit moment? Antwoord: Onlangs zijn benoemd: Stichting Grueles, Wijndomein d’Hunes, Kasteel Mheer, Vers Voordeel Vaessen en Hei 15. In goed overleg is de voormalige Coöperatieve Fruitveiling Zuid Limburg teruggetreden. Daarmee komt het totaal aan ambassadeurs nu op 32.
Vraag 53: Beleidsindicatoren. Functiemenging, betekent dit dat 42,3 % van de zelfstandigen een tweede activiteit ernaast hebben? Of hoe moeten we dit lezen? Antwoord: Onder functiemenging weerspiegelt de verhouding tussen banen en woningen, en varieert tussen 0 (alleen wonen) en 100 (alleen werken). Bij een waarde van 50 zijn er evenveel woningen als banen. Via de hyperlink bij de beleidsindicatoren krijgt men uitleg over de betreffende indicator.
Pagina 17 van 17