03 Schriftelijke vragen en antwoorden Onttrekken aan de openbaarheid spoorwegovergang Industrieweg
Tekst van het document
Raadsvergadering 20 januari 2026 Schriftelijke vragen Agendapunt 03: Onttrekken aan de openbaarheid spoorwegovergang Industrieweg
Geen vragen.
Vraag 1: Gelieve een niet-geanonimiseerde versie van de zienswijzen toevoegen aan de vergaderdocumenten Antwoord: In verband met de bescherming van de persoonsgegevens van de indieners en in overleg met de griffie, zijn de geanonimiseerde zienswijzen toegevoegd. Vraag 2: In welke periode (graag de specifieke data) hebben de verkeersmetingen plaats gevonden bij de spoorwegovergang Industrieweg en de Spoorstraat? Antwoord: Van 16 tot en met 31 augustus 2025 Vraag 3: Blijft de spoorwegovergang toegankelijk voor voetgangers? Antwoord: Om een verhoging van de frequentie van de trein mogelijk te maken is het nodig om de spoorwegovergang volledig af te sluiten. Deze is dan ook niet meer toegankelijk voor voetgangers. ProRail zal fysiek de overweg ook verwijderen. Vraag 4: Wat zijn de aanpassingen welke zijn voorzien voor de spoorwegovergangen Boomkensstraat en Sint Jozefstraat? Antwoord: Bij de overweg in de Boomkensstraat is op dit moment geen stop/door-voorziening aanwezig. Deze zal worden aangebracht. Daardoor hoeft de overweg minder lang dicht. De kans dat weggebruikers uit irritatie oversteken wordt daardoor verminderd. In de Sint-Jozefstraat zal het voetpad aan de zuidzijde van de weg doorgetrokken worden over de overweg. Het voetpad wordt voorzien van eigen overwegbomen (slagbomen). Hierdoor ontstaat een veiligere oversteek voor voetgangers.
Daarnaast zal de wegversmalling aan de oostzijde van de Pagina 1 van 13
overweg aangepast worden. Deze zorgt er nu voor dat wegverkeer richting het oosten onverwacht stil kan komen te staan op de overweg als er gewacht moet worden op een tegenligger. Door de wegversmalling aan te passen verdwijnt dit risico. Vraag 5: Wanneer gaan de aanpassingen aan de spoorwegovergangen Boomkensstraat en Sint Jozefstraat plaats vinden? Antwoord: Dit is nog niet bekend. De uitvoering van deze aanpassingen is gekoppeld aan het nog te nemen besluit over de verhoging van de frequentie van de treinverbinding. Vraag 6: Wanneer worden de aanpassingen welke door de verkeerscommissie worden geadviseerd uitgevoerd en wanneer zijn deze afgerond? Antwoord: Dit is nog niet bekend. De raad zal hier ook budget voor moeten voteren, dit zal onderdeel uitmaken van de begrotingsbehandeling in 2026 voor de begroting 2027-2030. Vraag 7: Vanaf welke datum wordt de treinfrequentie op dit tracé verdubbeld? Als er nog geen datum bekend is, per wanneer verwacht men dat de dienstregeling op dit tracé wordt verdubbeld? Antwoord: Dit is nog niet bekend. Voor verhoging van de frequentie van de treinverbinding moet aan verschillende voorwaarden voldaan worden. Het compenseren van een afname van de overwegveiligheid is slechts één van deze voorwaarden. Pas wanneer aan alle voorwaarden voldaan wordt kan de frequentie verhoogd worden.
De intentieverklaring door de minister, de provincie Limburg en de Belgische minister is getekend. Er dient vervolgens een samenwerkingsovereenkomst te worden ondertekend en daarna een realisatieovereenkomst. Dit administratieve besluit maakt onderdeel uit voor de voorbereidingen naar een samenwerkings- en realisatieovereenkomst. Vraag 8: Hoe groot is de uitval van treinen de laatste maanden op dit tracé geweest? Antwoord: Dit is niet bekend. Deze vraag is uitgezet bij Arriva Vraag 9: Tijdens de raadsvergadering van 8 april 2025 noemde wethouder Weling het ‘een cadeau’ dat vanuit het CDA werd gevraagd om bij voorliggend voorstel in te gaan op de verkeerskundige gevolgen op de Spoorstraat, Groenstraat, maar ook Kloppenbergweg/Oosterweg/Köbbesweg. En welke acties de gemeente op het gebied van verkeersveiligheid op deze wegen gaat uitvoeren. Wethouder Weling gaf graag aan dit verzoek te voldoen. In het raadsvoorstel zien we echter niets terug over die laatstgenoemde wegen. Graag alsnog reactie hierop. Antwoord: Het college verwacht dat de meeste fietsers die gebruik maken van de Industrieweg gebruik gaan maken van de Groenstraat. Er zijn compenserende maatregelen uitgewerkt om deze toename van het fietsverkeer op de Groenstraat veilig te kunnen afwikkelen.
Pagina 2 van 13
De verwachting is dat fietsverkeer maar in beperkte mate gebruik zal gaan maken van de overweg in de Sint-Jozefstraat, Parrestraat. Op de Sint-Jozefstraat en Parrestraat is de huidige intensiteit van het verkeer dermate laag dat een beperkte toename in de intensiteit van het fietsverkeer hier naar verwachting geen problemen zal veroorzaken. Fietsverkeer dat de route via de Sint-Jozefstraat of Parrestraat volgt, zal de Kloppenbergweg moeten oversteken in Oost-Maarland. Het college is bezig met de voorbereidingen om de maximumsnelheid op de Kloppenbergweg te verlagen naar 30 kilometer per uur. Hierdoor zal de oversteekbaarheid van deze weg voor fietsers verbeteren. De verwachting is dat fietsverkeer gebruik gaat maken van de route Oosterweg-Köbbesweg. Op deze route is overal een vrijliggend fiets-bromfietspad aanwezig. Het college verwacht daarom geen toenemend verkeersveiligheidsrisico op deze wegen.
Vraag 10: Pag. 2 rapport RHDHV. Waarom is het genoemde rapport niet openbaar gemaakt en konden wij dat pas na lang aandringen van de provincie ontvangen? Antwoord: Het rapport is opgesteld in opdracht van de provincie. Een besluit over de openbaarheid is daarom een verantwoordelijkheid van de provincie. De gemeente heeft hierin geen formele rol, maar heeft de provincie wel gevraagd om het rapport openbaar te maken. Vraag 11: Waarom heeft de raad dit rapport niet voorafgaand aan het voorgenomen besluit op 8-4-25 ontvangen? Antwoord: Het rapport is opgesteld in opdracht van de provincie. Een besluit over de openbaarheid is daarom een verantwoordelijkheid van de provincie. De gemeente heeft hierin geen formele rol, maar heeft de provincie wel gevraagd om het rapport openbaar te maken. Vraag 12: Volgens dit rapport is de Industrieweg veiliger dan de andere overwegen (risicofactor 4, want de andere overwegen factor 8). Waarom wordt deze door het college dan toch beschouwd als een onveilige overweg? Antwoord: De risicofactor van een overweg wordt bepaald door verschillende factoren. Het gaat daarbij om de fysieke uitrusting en het gebruik van de overweg, de fysieke uitrusting en het gebruik van de kruisende weg en kenmerken van de omgeving. Omdat er alleen langzaam verkeer gebruik maakt van deze overweg heeft deze een lagere risicofactor dan de andere overwegen op het traject.
Dit wil echter niet zeggen dat deze wat betreft inrichting ook veilig is. Vraag 13: Het gaat volgens het RHDHV-rapport om een goed beveiligde overweg, met een AHOB-installatie waarvan de bomen de overweg geheel afsluiten. Wat is het echte argument om te sluiten? Antwoord: Pagina 3 van 13
Het sluiten van een overweg is nodig om een afname van de overwegveiligheid op het hele traject Maastricht Randwyck-Belgische grens te compenseren. Voor de veiligheid van de overweg aan de Industrieweg zelf is het niet per se noodzakelijk om deze te sluiten. Het college is echter van mening dat sluiting van de overweg aan de Industrieweg de beste keuze is om te voldoen aan de compensatievereiste. Vraag 14: ‘De kans op een ongeval verdubbelt, aangezien de frequentie verdubbelt’. Ook bij de andere overgangen verdubbelt de frequentie. Waarom is niet overwogen om een andere overweg te sluiten? Antwoord: In het rapport van RHDHV werd ook voorgesteld om de overweg in de Bellefleur te sluiten of de overweg in de Boomkensstraat af te sluiten voor gemotoriseerd verkeer. Omdat deze overwegen een belangrijkere rol hebben voor de verkeersafwikkeling in de kern Eijsden heeft het college negatief geadviseerd over deze opties. Vraag 15: Waarom wil de Inspectie Leefomgeving en Transport perse 1 overweg sluiten als de frequentie van treinen omhoog gaat? Eist ze dit in heel Nederland op plekken waar meer treinen rijden? Antwoord: Op basis van de Derde Kadernota Railveiligheid eist de ILT (Inspectie Leefbaarheid en Transport) bij alle projecten die zorgen voor een toename van de onveiligheid op een overweg maatregelen om deze toename te compenseren.
Een verhoging van de treinfrequentie leidt op alle overwegen op een traject tot een toename van de onveiligheid. Deze toename moet gecompenseerd worden. Daarvoor zijn verschillende maatregelen mogelijk, waaronder het sluiten van een overweg. Vraag 16: Pag.3 punt 1 Diagonale ligging. Hoe vaak is het de afgelopen 25 jaar voorgekomen daar fietsers met hun wiel tussen de rails en de betonplaten zijn gekomen? Antwoord: Dit is niet bekend. Dergelijke “ongevallen” worden ook niet geregistreerd. Vraag 17: Hoe groot wordt de kans geacht dat dit in de toekomst gaat gebeuren? Antwoord: Het college acht deze kans aanwezig. Vraag 18: Ook andere overwegen hebben een diagonale ligging, bijv. Vogelzang, Parrestraat en Grubweg. Waarom geldt dit argument niet voor deze overwegen waar toch ook fietsverkeer gebruik van maakt? Antwoord: Dit argument geldt ook voor andere overwegen die een diagonale ligging hebben ten opzichte van het spoor. De diagonale ligging is niet doorslaggevend voor de keuze om de overweg in de Industrieweg te sluiten. Daarvoor zijn ook andere redenen, zoals de functie in het wegennetwerk en de ligging op een bedrijventerrein. Vraag 19: Pag.3 punt 2. Omdat dit SLECHTS een overweg voor fietsverkeer is en niet voor gemotoriseerd verkeer komt de Industrieweg in aanmerking voor sluiting. Over wandelaars wordt niet eens gerept.
Hoe is dit te rijmen met het feit dat Eijsden-Margraten zich als Citta Slow-gemeente afficheert? Pagina 4 van 13
Antwoord: In het kader van Cittaslow zet het college in op veilige fiets- en wandelverbindingen. Alle overwegen in de gemeente worden gebruikt door fietsers en wandelaars. Afsluiting van een overweg zal daarom altijd gevolgen hebben voor fiets- en wandelverbindingen. Het college oordeelt dat een overweg op een bedrijventerrein geen fiets- of wandelverbinding is die voldoet aan de kenmerken van Cittaslow. De recreatieve fiets- en wandelroutes die door de gemeente worden gefaciliteerd gaan niet over de Industrieweg. Vraag 20: Hoeveel ongevallen hebben zich er voorgedaan sinds de AHOB-installatie is aangebracht? Antwoord: Dit is niet bekend. De afwezigheid van ongevallen betekent echter niet dat er geen risico is op een ongeval. Het risico op een ongeval op een spoorwegovergang in de gemeente is altijd aanwezig en wordt vergroot door de voorgenomen verhoging van de treinfrequentie. Deze toename van het risico moet gecompenseerd worden door maatregelen die het risico beperken. Het rapport van RHDHV geeft daar een onafhankelijk advies over.
Vraag 21: Waarop baseert u dat een fietsroute over een bedrijventerrein met enkel bestemmingsverkeer -met een over het algemeen lage snelheid- die vervolgens over het autovrije Kloosterpad loopt onveiliger is dan een fietsroute die over de Groenstraat loopt met een dorpsontsluitingsweg waar ook straks nog het toeleverende en bezoekende verkeer van de 34(?) nieuwe bedrijven die hier komen overheen moet? Antwoord: Hoewel er op een bedrijventerrein relatief weinig verkeer rijdt, gaat het hierbij wel relatief vaak om zwaar (vracht)verkeer. Dit zwaar verkeer maakt van de Industrieweg niet alleen gebruik al rijweg, maar gebruikt deze ook voor manoeuvres. Manoeuvrerend zwaar verkeer vormt een groot risico voor fietsers en voetgangers. Zeker wanneer er sprake is van jonge verkeersdeelnemers die de risico’s nog niet goed kunnen inschatten. Op de Groenstraat rijdt meer verkeer dan op de Industrieweg. De verkeersbewegingen die fietsers hier moeten maken (oversteken en afslaan) zijn risicovol. Dit risico kan door de aanleg van een middengeleider goed beheerst worden. Door de aanleg van een middengeleider kunnen overstekende fietsers in twee stappen oversteken. Ze hoeven dan maar op één richting tegelijk te letten. Dit maakt de rijtaak makkelijker. Ook voor fietsers die vanaf de rotonde linksaf de Spoorstraat inslaan heeft een middengeleider voordelen.
Zij kunnen ter hoogte van het middengeleider niet ingehaald worden en hoeven daardoor minder op achteropkomend verkeer te letten. Daarnaast is het college van plan de maximumsnelheid op de Groenstraat tussen de Emmastraat en de Capucijnenstraat te verlagen naar 30 kilometer per uur. Door het verlagen van de maximumsnelheid neemt zowel de kans op als de ernst van een ongeluk af. Vraag 22: Graag willen we dan ook een overzicht van de verkeerscijfers van de Industrieweg en de Groenstraat die inzicht geven in het type verkeer en snelheden die de onveiligheid van de Industrieweg kunnen onderbouwen. Antwoord:
Pagina 5 van 13
Op de Groenstraat rijden ongeveer 4.700 motorvoertuigen per etmaal, afhankelijk van de plek waar gemeten wordt. Op het oostelijke deel zal de etmaalintensiteit iets hoger zijn als gevolg van de ontsluitingen van oud en nieuw Poelveld. Uit een meting op de Groenstraat (tussen Courtpendu en de Gele Helmbloem) blijken 4.990 voertuigen de radar per dag te passeren, waarvan 5,3% tweewielers, 78,2% auto’s, 11,8% bestelauto’s en 4,7% vrachtauto. De V85 is 63-65 km per uur. Uit Viastat (digitaal dashboard) blijkt dat de snelheid op het westelijke deel van de Groenstraat respectievelijk 50-49,5 km per uur bedraagt. Op de Industrieweg is geen meting gedaan met de radar. Uit het verkeersmodel blijkt dat op de Industrieweg ongeveer 700 motorvoertuigen per etmaal rijden. Uit Viastat (digitaal dashboard) blijkt dat de snelheid op de Industrieweg respectievelijk 30,5-39,2 km per uur bedraagt. Vraag 23: Bij de beoordeling overweg Groenstraat is in het rapport RHDHV geen rekening gehouden met de drukte tijdens spitstijden en het gedwongen oversteken van de rijbaan door kwetsbare deelnemers tijdens dezelfde spitstijd, m.n door jeugd die vanuit de kern Eijsden en Poelveld naar de middelbare scholen rijdt in Maastricht. Waarop kunt u baseren dat dit een veiligere fietsroute is? Antwoord: Zie hiervoor het antwoord op vraag 21.
Vraag 24: Bij de beoordeling door RHDHV van de overweg Boomkensstraat is een zeer positieve foto gehanteerd, nl een situatie zonder geparkeerde voertuigen. Het parkeren wordt totaal niet genoemd. Juist deze geparkeerde voertuigen maken deze nauwe, bij tijden zeer drukke, overweg levensgevaarlijk. Hoe denkt u de geloofwaardigheid van dit rapport in te schatten? Antwoord: Het college acht het rapport zeer kundig en betrouwbaar. Vraag 25: Pag. 3 punt 5. Sociale controle. Waarom geldt dit argument deze niet bij de overwegen Grubweg en Parrestraat? Antwoord: Dit argument geldt ook voor andere overwegen die weinig gebruik worden. Het gebrek aan sociale controle is niet doorslaggevend voor de keuze om de overweg in de Industrieweg te sluiten. Daarvoor zijn ook andere redenen, zoals de functie in het wegennetwerk en de ligging op een bedrijventerrein. Vraag 26: Hoe vaak komt het voor dat om de spoorwegbeveiliging heen wordt gefietst? Antwoord: Dit is niet bekend. Landelijk vinden er regelmatig ongelukken plaats waarbij een weggebruiker de gesloten overwegbomen negeert, met vaak een enorme impact. Vraag 27: Wat is het verschil met andere overwegen in dit opzicht? Antwoord: Er is geen verschil met andere overwegen in dit opzicht. Alle overwegen in de gemeente zijn voorzien van een AHOB-installatie (overwegbomen). Pagina 6 van 13
Vraag 28: Momenteel maken 370 fietsers per etmaal gebruik van deze overweg. Wij verzoeken om inzicht in de verkeersmetingen: - hoe is er gemeten? wanneer en hoe vaak, dus op welke tijdstippen en welke dagen is er gemeten? Graag met onderverdeling in langzaam verkeer, gemotoriseerd verkeer en vrachtverkeer, met snelheden. Antwoord: Er is gemeten van 16 tot en met 31 augustus 2025 door middel van telslangen. Het gaat bij de meting bij de overweg om 100 procent langzaam verkeer. De snelheid van het (langzaam) verkeer is niet gemeten. Vraag 29: Pag 3 Toekomstige ontwikkelingen. De ontsluiting van het bedrijfsverzamelgebouw zal via de Emmastraat gebeuren: de contouren van het gebouw tonen het gebouw met de lange zijde aan de Emmastraat. Waar is hier de plek voor ontsluiting? Hoeveel extra verkeer verwacht u op de Emmastraat? Antwoord: De ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer vindt volledig plaats via een aan te leggen uitweg in de noordwesthoek van het perceel. Vraag 30: Voor een groot deel zullen de toeleveranciers, bezoekers, etc. via de Rijksweg en daarna de Groenstraat aanrijden. Wat zijn de prognoses t.a.v. toenemend verkeer op de Groenstraat? Antwoord: De verwachte verkeersgeneratie van het bedrijfsverzamelgebouw is tussen de 650 en 700 per etmaal op basis van de omgevingsvergunning.
Dit verkeer zal gebruik maken van de routes KloppenbergwegOosterweg, Groenstraat-Rijksweg en deels een herkomst of bestemming hebben in Eijsden. Het is vooraf niet bekend hoeveel de verkeersintensiteit op de Groenstraat precies zal toenemen, maar het gaat hierbij hoogstens om enkele honderden voertuigbewegingen per etmaal. De huidige verkeersintensiteit op de Groenstraat is relatief laag voor een gebiedsontsluitingsweg. De weg kan deze toename daarom veilig verwerken. Wat ook geldt voor de Emmastraat richting noorden, ook deze weg kan deze toename van verkeersintensiteiten makkelijk verwerken. Vraag 31: Pag. 3 Alternatieven. Overweg Parrestraat. Alle landbouwverkeer vanuit Oost-Maarland: Welke aantallen zijn dat? Antwoord: Dit is niet bekend. De overweg wordt zowel gebruikt door landbouwverkeer uit het oosten dat naar de landbouwpercelen ten noordwesten van Oost-Maarland rijdt als door landbouwverkeer uit het westen dat naar de landbouwpercelen ter noordoosten van Oost-Maarland rijdt. Het college acht het onwenselijk om dit landbouwverkeer langs de school in de Sint-Jozefstraat te sturen. Onderstaand een kadastrale uitsnede van het landbouwareaal tussen de Oosterweg en de autosnelweg A2 rondom de spoorwegovergang Parrestraat, om u een beeld te geven van de diversiteit aan eigenaren.
Pagina 7 van 13
Vraag 32: Besluit 1 van het raadsvoorstel. Waarom is het onttrekken aan de openbaarheid niet onlosmakelijk verbonden met het zeker zijn van het rijden van extra treinen op een nader te bepalen datum, zodat bij geen extra treinen er ook geen sluiting plaatsvindt? Antwoord: Deze twee zaken zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De overweg zal enkel afgesloten worden als de frequentie van het treinverkeer verhoogd wordt. Vraag 33: 3b nota van zienswijzen. Wanneer hebben de indieners een antwoord, minstens een reactie, ontvangen? Antwoord: Alle indieners hebben een ontvangstbevestiging ontvangen. Een inhoudelijke reactie is pas mogelijk nadat er een definitief besluit is genomen. Vraag 34: Pagina 8 van 13
In de nota is de vraag terug te lezen: Welke onderbouwing is er voor een veiligere en aantrekkelijke route voor fietsers? Uw antwoord: De onderbouwing is in het raadsbesluit nader geduid. Graag willen we uw hulp bij het vinden ervan. Antwoord: In het raadsbesluit staat toegelicht met welke maatregelen de alternatieve route via de Groenstraat en Spoorstraat veiliger gemaakt zal worden, namelijk: • De infrastructuur op de Groenstraat aan te passen, door het aanleggen van een middengeleider, zodat de snelheid ter plaatse wordt verlaagd en een veilige fietsoversteek in twee fasen wordt gerealiseerd vanuit de Capucijnenstraat over de Groenstraat naar de Spoorstraat v.v. en van de Groenstraat naar de Spoorstraat; • Dit gedeelte van de Groenstraat aan te wijzen als 30 km per uur zone; • Onderhoud te plegen aan de grasbetonstenen langs de Spoorstraat.
Geen vragen
Vraag 35: In de bijlage waar de overweg Industrieweg slechts vier punten krijgt in de risico-analyse. Terwijl bijvoorbeeld de overgang Parrestraat er acht heeft. Normaal zou men denken dat de overweg met het hoogste risico moet sluiten. Wat is de reden dat men de overweg met het laagste risico wil gaat sluiten? Antwoord: De risicofactor van een overweg wordt bepaald door verschillende factoren. Het gaat daarbij om de fysieke uitrusting en het gebruik van de overweg, de fysieke uitrusting en het gebruik van de kruisende weg en kenmerken van de omgeving. Omdat er alleen langzaam verkeer gebruik maakt van deze overweg heeft deze een lagere risicofactor dan de andere overwegen op het traject. Overwegen met een hoge risicofactor hebben vaak een belangrijke functie in het wegennetwerk. De overweg met de hoogste risicofactor in de gemeente Eijsden-Margraten is de overweg aan het Stationsplein in Eijsden. Sluiting van deze overweg, of van andere overwegen met een hoge risicofactor, acht het college niet wenselijk. Wel zullen er bij de overwegen in de Sint-Jozefstraat en de Boomkensstraat maatregelen genomen worden om deze veiliger te maken. Vraag 36: Bij de beantwoording: het sluiten van de Industrieweg geeft U aan dat er een alternatief is zoals de Overweg bij Groenstraat en bij de Sint Jozefstraat. Voor beide overwegen worden maatregelen genomen om de veiligheid te waarborgen.
Als er bij de Industrieweg geen maatregels nodig zijn om de veiligheid te waarborgen, waarom dan niet de overweg bij de Sint Jozefstraat of de Parrestraat sluiten?
Pagina 9 van 13
Antwoord: Het college acht het sluiten van de overwegen in de Sint-Jozefstraat en Parrestraat niet wenselijk gezien de functie van deze wegen in het verkeersnetwerk.
Vraag 37: ‘Alternatieven : Alle overwegen aan het tracé Maastricht Belgische grens zijn bekeken. Sluiten van de overweg Parrestraat is voor de gemeente geen optie. Direct westelijk van de overweg ligt een veldweg die de landerijen tussen het bedrijventerrein Maastricht Zuid- en Oost-Maarland ontsluit. Als de overweg gesloten wordt, dient alle landbouwverkeer vanuit Oost-Maarland langs de basisschool en door de kern Oost-Maarland te rijden.’ Over hoeveel landbouwverkeer gaat het hier? Aantallen? Frequentie? Soort? Antwoord: Dit is niet bekend. De overweg wordt zowel gebruikt door landbouwverkeer uit het oosten dat naar de landbouwpercelen ten noordwesten van Oost-Maarland rijdt als door landbouwverkeer uit het westen dat naar de landbouwpercelen ten noordoosten van Oost-Maarland rijdt. Het college acht het onwenselijk om dit landbouwverkeer langs de basisschool in de Sint-Jozefstraat te leiden. Vraag 38: Hoe, en in hoeverre, draagt ‘onderhoud te plegen aan de grasbetonstenen langs de Spoorstraat’ bij aan de verbetering van de verkeersveiligheid ter plaatse. Gezien het lage aantal auto’s dat gebruikt schijnt te maken van de weg. Antwoord: Deze grasbetonstenen liggen op dit moment op een aantal plaatsen verzakt ten opzichte van de rijbaan. Fietsers die moeten uitwijken over de grasbetontegels kunnen hierdoor verrast worden.
We hebben als wegbeheerder de zorgplicht om onze wegen te onderhouden. Dit geldt ook voor de grasbetonstenen strook langs de Spoorstraat. Als de oneffenheden te groot zijn, dienen we maatregelen te treffen. Vraag 39: Wat zijn de argumenten om geen fietsstraat van deze weg te maken? Of een 30km zone? Antwoord: De Spoorstraat is een erftoegangsweg buiten de bebouwde kom met een lage verkeersintensiteit, zowel van fietsers als van gemotoriseerd verkeer. Op basis van landelijke richtlijnen geldt er op erftoegangswegen buiten de bebouwde kom een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur. Inrichting van een fietsstraat of een zone 30 is slechts mogelijk als er aan bepaalde voorwaarden voldaan wordt met betrekking tot fietsintensiteit op de weg en aanwezige functies in de omgeving. Aan deze voorwaarden wordt niet voldaan. De Spoorstraat is veilig ingericht voor het huidige en toekomstige gebruik. Vraag 40: 03b Bijlage nota van zienswijzen geanonimiseerd Argumenten bij zienswijze: ‘Kans op ongelukken neemt toe bij verdubbeling.’ Is dat dan niet zo bij andere overgangen? Pagina 10 van 13
Antwoord: Een verhoging van de treinfrequentie leidt inderdaad op alle overwegen op een traject tot een toename van de onveiligheid. Deze toename moet gecompenseerd worden. Daarvoor zijn verschillende maatregelen mogelijk, waaronder het sluiten van een overweg. Vraag 41 ‘Er is een aantrekkelijkere en veiliger alternatief.’ Gezien het hoge gebruik door fietsers wordt dat duidelijk niet zo ervaren. Welk alternatief zou veiliger en aantrekkelijker zijn en waar blijkt dat uit? Antwoord: De Spoorstraat wordt op dit moment al meer gebruikt door fietsers dan de Industrieweg. Deze route wordt op dit moment dus al als minstens even aantrekkelijk en veilig ervaren. Door aanpassingen aan de Groenstraat en Spoorstraat zal de veiligheid op deze route nog verder verbeterd worden.
Vraag 42: 20260120 03b Bijlage nota van zienswijzen geanonimiseerd U geeft hier meermaals aan dat er een veiliger alternatief is dat bovendien aantrekkelijker zou zijn voor fietsers. Kunt u uitleggen waarom al die honderden fietsers op dit moment geen gebruik maken van die aantrekkelijke route? Antwoord: De Spoorstraat wordt op dit moment al meer gebruikt door fietsers dan de Industrieweg. Deze route wordt op dit moment dus al als minstens even aantrekkelijk en veilig ervaren. Door aanpassingen aan de Groenstraat en Spoorstraat zal de veiligheid op deze route nog verder verbeterd worden. Vraag 43: Kunt u uitleggen waarom hier wordt gekozen voor het uitsluiten van een theoretisch risico (sluiten overgang Industrieweg) terwijl het door u aangeboden alternatief (Groenstraat) leidt tot aantoonbaar meer blootstelling van fietsers en voetgangers aan gemotoriseerd verkeer? Antwoord: We willen dat de treinbediening verdubbeld wordt, dit is beleid dat we al decennialang nastreven. Op grond van regelgeving betekent dit dat de veiligheid (theoretisch) op het spoor gewaarborgd moet worden. Hiervoor zijn aanpassingen nodig. Het opheffen van een spoorwegovergang is een maatregel. Wij als gemeente hebben hierin meegekeken en afgewogen welke overweg dit zou kunnen zijn. De industrieweg leek ons de minst slechte keuze om af te sluiten.
Afsluiten van welke spoorwegovergang dan ook heeft altijd consequenties. De Groenstraat is een drukkere overweg, maar gelet op de ligging, de beveiliging, overzicht en de geadviseerde aanpassingen door de verkeerscommissie als optimaal veilig te beschouwen, niet alleen voor het spoorverkeer maar ook voor het wegverkeer, waar wij als gemeente verantwoordelijk voor zijn.
Pagina 11 van 13
Vraag 44: Kunt u aangeven exact wanneer de trein daadwerkelijk 4x per uur gaat rijden en welke garanties hiervoor bestaan? Antwoord: zie antwoord vraag 7 van de CDA-fractie Vraag 45: Hoe weegt het college de signalen uit de 13 zienswijzen en uit de raad waarin vrijwel unaniem wordt gesteld dat de alternatieve route als onveilig wordt ervaren en juist de bestaande route via Industrieweg als veilig? Antwoord: Mede naar aanleiding van de ingediende zienswijzen zullen er aanpassingen gedaan worden aan de alternatieve route om deze veiliger te maken. De maximumsnelheid op het westelijke deel van de Groenstraat wordt verlaagd en bij de kruising met de Spoorstraat wordt een middengeleider aangelegd. In de Spoorstraat zal onderhoud uitgevoerd worden aan de grasbetonstenen om ervoor te zorgen dat auto’s veilig kunnen uitwijken bij het inhalen of kruisen van fietsers. Vraag 46: Ruim 800 fietsers en ruim 400 auto’s zijn te verwachten na sluiting over de spoorwegovergang Industrieweg. U vergeet hierbij te noemen dat er ook veel voetgangers gebruikmaken van deze overweg. Hoeveel voetgangers zijn dit? En wat betekent dit voor de veiligheid als deze ook over de spoorweg moeten lopen, naast al die fietsers en auto’s? Antwoord: Het aantal voetgangers dat gebruik maakt van de overweg aan de Industrieweg is niet bekend.
Vraag 47: Waarom ziet de verkeerscommissie geen noodzaak om de Spoorstraat in te richten als fietsstraat? Bij hoeveel auto’s, voetgangers en fietsers zou dit wel het geval zijn? Antwoord: Voor een geloofwaardige en veilige fietsstraat is het belangrijk dat de intensiteit van het fietsverkeer hoog genoeg is. Wanneer er niet genoeg fietsers zijn gebruiken automobilisten zo’n straat als normale weg en biedt een fietsstraat geen voordelen meer. Fietsstraten worden daarom alleen toegepast op hoofdfietsroutes met een absoluut minimum van 1.000 fietsers per etmaal. Vraag 48: De Parrestraat zou niet dicht kunnen vanwege toenamen landbouwverkeer door de kern Maarland. Om hoeveel bewegingen gaat het dan? Ook vanuit het rapport blijkt dit acht punten te scoren t.o.v. van de vier punten voor Industrieweg. Is dat geen argument? Antwoord: Het precieze aantal bewegingen van landbouwverkeer is niet bekend. De overweg wordt zowel gebruikt door landbouwverkeer uit het oosten dat naar de landbouwpercelen ten noordwesten van Oost-Maarland rijdt als door landbouwverkeer uit het westen dat naar de landbouwpercelen ten noordoosten van Oost-Maarland rijdt. Het college acht het onwenselijk om dit landbouwverkeer langs de basisschool in de Sint-Jozefstraat te leiden. Vraag 49: Wat is de reden dat men de overweg met het laagste risico wil gaan sluiten? Pagina 12 van 13
Antwoord: Zie hiervoor het antwoord op vraag 35 van uw fractie. Vraag 50: Als Parrestraat definitief af valt als alternatief, wat zou dan uiteindelijk het alternatief zijn voor de Industrieweg? Antwoord: In dat geval zou een andere overweg gesloten moeten worden. Afsluiting van een overweg heeft altijd als gevolg dat het verkeer andere routes moet gaan gebruiken. Het college oordeelt dat sluiting van de overweg in de Industrieweg de optie is die verkeerskundig het veiligste is en de minste extra verkeersbeweging als gevolg heeft.
Pagina 13 van 13