CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Schriftelijke vragen en antwoorden Programmabegroting Programma 2 Landbouw, Landschap en Plattelandseconomie

* Raadsvergaderingen 13 november 2025, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Schriftelijke vragenronde5.704 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Schriftelijke vragen (Programma 2 – Landbouw, Landschap en Plattelandseconomie)

Vraag 1: 2.1 Behoud en versterken landschapskwaliteiten Waar gaan we de extra euro’s ten opzichte van de begroting 2025NW van de jaren 2026 tot en met 2029 voor gebruiken. Antwoord: Het verschil tussen de begroting 2025NW en 2026 meerjarig komt, zoals ook onder de toelichting is uitgelegd, door de ingeschatte kosten/uitgaven ten behoeve van de landbouw die weer gedekt worden uit het landschapsfonds. In de begroting 2025 was dit administratief anders verwerkt. De uitgaven worden gedaan onder de doelstelling van het landschapsfonds. Vraag 2: 2.2 Transformatie van de landbouw In € 75.000 2026; wat is reden om in de jaren 2027-2029 dit bedrag terug te brengen naar € 25.000. Wat gaan we dan niet of minder doen. Antwoord: De concrete opdracht om te komen tot een visie wordt in 2026 afgerond. Voor het opstellen van deze visie is daarmee geen aanvullend budget meer nodig. Mogelijke vervolgacties of uitwerkingen die voortvloeien uit de vastgestelde visie kunnen op een later moment alsnog tot financiële consequenties leiden. Hiervoor zal dan opnieuw budget gezocht en beschikbaar gesteld moeten worden. Vraag 3: Is bekend waarom de niet genoemde scholen in onze gemeente niet geïnteresseerd zijn in lokaal fruit. Antwoord: Iedere school beslist afzonderlijk en zelfstandig van welke projecten / aanbod zij gebruik willen maken.

De keuze op dit gebied is tussen het lokaal fruit project en het EU fruit project (dat breder is en ook groenten etc aanbiedt). Zij maken hun keuze op basis van wat passend is bij hun visie. Opslag en distributie is onderdeel van hun afweging.

1

Vraag 4: Welke vervolgacties neemt onze gemeente ten aanzien van de scan agrarische bouwkavels. Antwoord: De agrarische bouwkavelscan vormt de basisinformatie die we momenteel beschikbaar hebben over de landbouwsector binnen onze gemeente. Op basis van deze scan kunnen zowel op middengebiedsniveau als op gemeentelijk niveau vervolgacties worden ondernomen. Zo vormt de scan bijvoorbeeld een fundament voor het participatietraject dat momenteel binnen de gemeente wordt uitgevoerd. Dit traject is gericht op het ophalen van niet alleen de feitelijke situatie van de agrarische locaties, maar ook op het verkrijgen van inzichten in de toekomstvisie van agrariërs zelf. Ook op middengebiedsniveau wordt nagedacht over een mogelijk vervolg. Deze verkenningen bevinden zich nog in de beginfase.

Vraag 5: Hoe ondersteunt de gemeente ondernemers en instellingen bij Koop Lokaal. Antwoord: Ondernemers worden niet rechtstreeks financiëel ondersteund. Koop Lokaal is vooral een media en promotie campagne.

Vraag 6: 2.3 Vrijetijdseconomie in balans met landschap en leefomgeving Wat is bij de uitwerking van de begroting de definitie van plattelandseconomie? Is economie niet meer dan plattelandseconomie? Antwoord: Aangezien Eijsden-Margraten een plattelandsgemeente is spreken we over plattelandseconomie. Dit houdt in de lokale economie waarbinnen alle economische activiteiten plaatsvinden.

2

Vraag 7: Welke rol pakt de gemeente bij het stimuleren van de lokale economie. Hoe wordt het ondernemersklimaat concreet gestimuleerd. Antwoord: De afgelopen jaren is vanuit de gemeente met name ingezet op ondernemen in de agrarische sector, de vrijetijdseconomie en de product- en dienstverlening. We blijven hierop inzetten. Daarnaast zijn we de algehele economie van onze gemeente in kaart aan het brengen en een economische visie aan het schrijven. De eerste fase (inventarisatie van de economische staat en kansen) is afgerond en in een raadsinformatiesessie op 22 oktober zijn de conclusies gedeeld met de gemeenteraad. Deze economische visie zal leiden tot een economisch kompas waarin de gemeenteraad keuzes gaat maken over de rol van de gemeente in de economische ontwikkeling van onze gemeente. Deze visie wordt de komende maanden ontwikkeld en zal in de loop van Q2 aan de gemeenteraad worden aangeboden. Voor ons staat het faciliteren van een gunstig ondernemersklimaat voorop. Nu en in de toekomst. Als gemeente willen wij een omgeving bieden waarin ondernemers en bedrijven kunnen gedijen en succesvol zijn. We zetten daarbij in op het stimuleren van innovatie, groei in kwaliteit, werkgelegenheid, economische ontwikkeling, bereikbaarheid en verbinding. De gemeente vervult hierbij veelal een faciliterende rol en soms initiëren we processen door eerste klant te zijn.

We zijn voortdurend in gesprek met ondernemers en –vertegenwoordigers om toekomstkansen en -uitdagingen/problematieken waar mogelijk op-/aan te pakken binnen de ruimte die een gemeente heeft. Ook onderhouden we nauwe banden met de kennisinstellingen in de regio en kijken we waar we kunnen profiteren van ontwikkelingen als Brightlands. Bijvoorbeeld door nieuwe bedrijvigheid aan te trekken of ondernemers te koppelen aan innovaties. We doen dit samen met onze overheidspartners in de regio, nationaal en Europees.

Vraag 8: Pagina 67 Behoud en versterken landschapskwaliteiten. Zijn in de begroting ook aanvullende middelen namens de gemeente opgenomen om gelijk aan de Provinciale regeling beheermodellen te ondersteunen? Antwoord: Als gevraagd wordt om de middelen in te zetten voor beheersubsidies aan derden, dan creëren 3

we een onwenselijke situatie. Grondeigenaren en -gebruikers kunnen reeds dergelijke beheersubsidies aanvragen bij coöperaties. Indien het gaat om agrarisch natuurbeheer, dan kan men terecht bij Natuurrijk Limburg voor een ANLb-subsidie. Wanneer het gaat om landschapselementen die te bestempelen zijn als natuur, dan kan men terecht bij Bosgroep Zuid. Deze organisaties verdelen de subsidies in opdracht van de overheid met geld van provincie en rijk. Het is verboden overheidssubsidies te stapelen. Het inzetten van het Landschapsfonds voor beheer van landschapselementen bij derden is daarmee niet toegestaan. Als gevraagd wordt om de middelen in te zetten voor beheer van landschapselementen op gemeentelijk eigendom, dit gebeurt reeds, met name wanneer aanvullende middelen nodig zijn om een kwaliteitsverbetering te realiseren Vraag 9: Pagina 68 Een vervolg geven aan de Zuidelijke Maasdalvisie. Gevreesd wordt dat dit een aanzienlijke bijdrage van de gemeente gaat vragen. Zijn al geschatte bedragen bekend en zijn deze opgenomen in de meerjarenraming? Antwoord: Nee deze kosten zijn nog niet bekend. Er wordt nu gewerkt aan de verkenningsfase (inzichtelijk maken van de opgaven, systeemanalyse, probleemanalyse, ophalen van bouwstenen, toewerken naar oplossingsscenario's) wat moet leiden tot een voorkeursvariant en een voorkeursbeslissing van de minister in 2028.

Deze beslissing geeft dan ook inzicht in de kosten. Daarna wordt de voorkeursvariant aanbestedingsklaar gemaakt en worden in de begroting 2030 en verder indien nodig middelen voor Eijsden-Margraten opgenomen. Vraag 10: Pagina 74 De trekkersrol van het programma Landbouw en Landschap in het Middengebied continueren. Het is erg stil rondom dit onderwerp. Kunt u ons informeren over de voortgang? Antwoord: Binnen het Middengebied vervulde de gemeente Eijsden-Margraten de rol van trekker van de agrarische bouwkavelscan. Deze scan is begin 2025 afgerond en inmiddels aan u toegestuurd. Het samenwerkingsverband in het Middengebied is daarnaast uitgebreid met de gemeenten Sittard-Geleen, Beek en Maastricht. Deze bredere samenwerking opereert inmiddels onder de naam Stichting Zuid-Limburg, en valt binnen de kaders van de Regiodeal Zuid-Limburg. Op strategisch niveau wordt momenteel met alle betrokken gemeenten verkend hoe dit samenwerkingsverband het beste georganiseerd en verder vormgegeven kan worden.

4

Vraag 11: Pagina 74 Een lokaal actieplan “transformatie van de landbouw” uitwerken. De oorspronkelijke planning voorzag dat dit reeds in 2025 zou uitgewerkt worden. Kunt u aangeven waardoor de vertraging is ontstaan? Wordt de begeleidingsgroep Buitengewoon Buitengebied nog in deze raadsperiode daarin meegenomen? Antwoord: De oorspronkelijke planning heeft inderdaad enige vertraging opgelopen. De verwachting is dat de participatie eind 2025 volledig is afgerond en dat het eindproduct in het eerste kwartaal van 2026 aan u wordt voorgelegd. Voor de raadsthema-bijeenkomst zijn ook de leden van de begeleidingsgroep 'Buitengewoon Buitengebied' uitgenodigd. Vraag 12: Pagina 81: Vrijetijdseconomie in balans met landschap en leefomgeving. Hoe wordt de raad meegenomen in de ambitieuze aanpak en uitvoering van de genoemde projecten onder “Uitvoeringsprogramma Plattelands- en Vrijetijdseconomie”? Is het niet raadzaam hiervoor een werkgroep vanuit de raad te benoemen? Antwoord: Als college geven wij de raad alle benodigde informatie om de rollen (kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend) goed te kunnen vervullen. Anderzijds is het niet de bedoeling (en de bevoegdheid van) de raad betrokken te worden bij uitvoeringsgerichte zaken op project-productniveau. Vraag 13: Pagina 81: Het ambassadeurschap Cittaslow verder uitbouwen.

Hoeveel ambassadeurs zijn er in de gemeente? Zijn er ook afgehaakt? Antwoord: Er zijn momenteel 32 Cittaslow Ambassadeurs. Dit jaar zullen er opnieuw een aantal benoemd worden. Tot nu toe zijn er nog geen ambassadeurs afgehaakt. Wel is in goed overleg het ambassadeurschap van de Coöperatieve Fruitveiling Zuid Limburg (vanwege de fusie met Fruitmasters) ingetrokken.

5

Vraag 14: Pag.68 alinea 3: Waarom heeft de afname van de agrarische sector een negatief effect op het landschap? Antwoord: De afname van de agrarische sector kan verschillende negatieve gevolgen met zich meebrengen. Zo wordt momenteel bijna 70% van het totale areaal in Eijsden-Margraten beheerd door agrariërs. Wanneer deze groep wegvalt, ontstaat er een aanzienlijke beheervraag voor het buitengebied. Daarnaast worden percelen van stoppende agrariërs vaak opgekocht door andere landbouwbedrijven, soms van buiten de regio. Deze bedrijven hanteren regelmatig een intensievere vorm van akkerbouw, wat invloed kan hebben op de landschappelijke kwaliteit, biodiversiteit en bodemgesteldheid.

Vraag 15: Er wordt al 4 jaar ingezet op ‘Ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen’ voor het landschap. Wat gebeurt er concreet in EM op dit gebied? Antwoord: Het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen is een belangrijke opgave binnen de agrarische sector. In de praktijk blijkt dat subsidies van overheden of andere instanties vaak de enige of snelste route vormen om te komen tot aanvullende inkomsten, bijvoorbeeld voor natuurbeheer of de aanplant van landschapselementen. Hoewel een subsidie op zichzelf geen structureel verdienmodel vormt, kan het wel dienen als aanjager voor verdere ontwikkeling. Binnen de gemeente Eijsden-Margraten is hiervoor het landschapsfonds opgericht, waaronder ook de regeling voor bomenaanplant valt. Deze regeling biedt agrariërs een eerste financiële stimulans om bomen aan te planten. In aanvulling daarop is met Natuurrijk Limburg afgesproken dat zij het beheer van de geplante bomen gedurende zes jaar op zich nemen. Hiermee ontstaat een gedeelde verantwoordelijkheid die bijdraagt aan een duurzaam verdienmodel.

6

Ook binnen het landschapspark Bocage is hier aandacht voor. Echter een nieuw langdurig structureel verdienmodel ontwikkeling vraagt veel tijd. Vraag 16: P.68 tegel Landschapselementen. Wij verzoeken om over de landschapselementenkaart te kunnen beschikken die ODE tijdens een gesprek op 2/7/2 intern heeft kunnen inzien. Antwoord: In het betreffende overleg is inderdaad een interne digitale dataset getoond. Het is niet mogelijk deze zomaar te delen, niet digitaal noch in print. Vraag 17: Waarom moet de update (vanaf 2013) van de inventarisatie Landschapselementen wachten tot 2031, terwijl deze al 4 jaar geleden is aangekondigd? Antwoord: Het bureauonderzoek dat nodig was voor de herziening van het register landschapselementen is afgerond. Deze resultaten daaruit moeten in het veld geverifieerd worden. Dit onderdeel moet nog uitgevoerd worden, capaciteitsproblemen zorgen hier voor vertraging. Tot slot zal het nieuwe register vastgesteld moeten worden. Al met al is het een forse klus, maar de verwachting is toch dat dit ruim voor 2031 afgerond zou moeten kunnen zijn.

Vraag 18: Pag.68 (2.1) In ruil voor de baat die een project levert aan het landschap ontvangt de initiatiefnemer een bedrag. Hoe meet u de baat? Antwoord: In de context van de tekst – ‘renderend landschap’ – kunnen we dit bekijken als economische, ruimtelijke of functionele, ecologische of maatschappelijk of culturele baat. We hebben nog geen meetbaar instrument hiervoor ontwikkelt. Daarnaast is het zo dat we nog bezig zijn met kijken naar mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen voor renderend landschap. Een meetinstrument om de baten te meten hoort hier integraal in meegenomen te worden, maar vergt een ontwikkeling van enkele jaren. Wel wordt gewerkt aan de mogelijke implementatie van een biodiversiteitsmonitor. Dit zou op termijn een meetinstrument kunnen zijn.

7

Vraag 19: Volgens welke methode bepaalt u de bijdrage? Antwoord: Zie antwoord bij vraag 18. Vraag 20: Nadat in Mheer een haag is verwijderd is een raadsbreed ondersteunde motie aangenomen waarin het college wordt opgeroepen tot bescherming van landschapselementen en daarbij ook handhavend op te treden. Waarom is er tot toe geen enkele actie zichtbaar? Antwoord: De raadsinformatiebrief op dit punt is in voorbereiding en zal nog in Q4 2025 met de raad gedeeld worden. Deze zal ook antwoord geven op de aanvullende raadsvragen die gesteld zijn. Vraag 21: Pag.68 alinea. (2.1) U geeft aan flora- en fauna stroken aan te leggen, mede door strategische grondaankopen. Welke planning hanteert u hierbij: waar, hoeveel en wat? Antwoord: Flora- en faunastroken, de bloemrijke akkerranden, wordt uitgevoerd via Stichting Limburg Bloeit Op. U kunt hierover meer lezen op Stichting Limburg Bloeit Op - Home. We hebben geen planning hieromtrent. We houden in de gaten welke mogelijkheden zich voordoen en anticiperen daarop. Er wordt constant gemonitord of geschikte gronden te koop worden aangeboden.

Vraag 22: Pag.68 Ecologisch bermbeheer is ons streven. Hoe wordt gemonitord dat op dit gebied vooruitgang is geboekt en er een stijgende lijn zit in de natuurwaarden? Antwoord: Niet, we hebben hier geen monitoringssysteem voor ingericht Vraag 23: Overigens, de Natuurwaardenkaart volgt uiterlijk Q2 2025, aldus Toezegging nr.36. Waar kunnen we die vinden? Antwoord: Dit proces is vertraagd. Het bureauonderzoek dat nodig was voor de herziening van het register 8

landschapselementen is afgerond. Deze resultaten daaruit moeten in het veld geverifieerd worden. Dit onderdeel moet nog uitgevoerd worden, capaciteitsproblemen zorgen hier voor vertraging. Tot slot zal het nieuwe register vastgesteld moeten worden en beschikbaar worden gesteld aan de collega's. Al met al is het een forse klus, maar de verwachting is toch dat dit ruim voor 2031 afgerond zou moeten kunnen zijn.

Vraag 24: Waar vinden we het kaderstellende document Bocagelandschap? Antwoord: We verwijzen hiertoe naar de website Home | Bocageland-Pays du Bocage | Landschapspark | Dorpsstraat 36a, Voeren Hier vindt u een toelichting over de missie, Bocagekompas, Masterplan, Operationeel plan etc. Voorts informeren wij regelmatig via een Raadsinformatiebrief.

Vraag 25: Pag.74 (2.2) wat is de stand van zaken rond de Gebiedsdifferentiatiekaart? Antwoord: Enige tijd geleden is besloten om de gebiedsdifferentiatiekaart intern te toetsen op bruikbaarheid en toepasbaarheid. Momenteel bevindt dit proces zich nog in de integrale toetsingsfase.

Vraag 26: Al geruime tijd geleden is zowel de Visie als de transitie rond de Landbouw aangekondigd. Nu wordt dit voornemen voor 2026 weer kenbaar gemaakt. Wat is de stand van zaken? Antwoord: In oktober, november en december 2025 vindt de externe participatie plaats. In deze fase worden agrariërs actief benaderd en uitgenodigd om mee te denken en mee te praten over de toekomstvisie voor het buitengebied. Daarnaast wordt er een raadsthemabijeenkomst georganiseerd, evenals een bijeenkomst met een klankbordgroep waarin onder andere natuurorganisaties zijn vertegenwoordigd. 9

Parallel hieraan vindt ook interne participatie plaats. Hierbij werken we met zogenoemde casusteams, die zich richten op het in kaart brengen van interne processen en het verbeteren van de werkwijze binnen de organisatie. De input uit deze participatietrajecten, samen met reeds beschikbare informatie binnen de gemeente, vormt de basis voor het opstellen van de visie. Deze visie zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 2026 aan u worden voorgelegd.

Vraag 27: Pag.74 (2.2) In het licht van gezond produceren en eten ondersteunen wij het project Korte Keten Zeker Weten. Hoe kunt u dit ondersteunen als het project niet meer bestaat? Antwoord: De werkgroep Korte Keten Zeker (W)eten is sinds kort inderdaad opgehouden te bestaan. De tekst refereert echter naar de tekst van het bestuursakkoord (deze tekst is ieder jaar hetzelfde en verandert niet). Echter, als gemeente stimuleren wij sinds 2025 in het algemeen initiatieven gericht op bewustwording en stimulering productie en consumptie van lokaal-regionaal voedsel en verbinding van initiatieven en partijen in de korte voedselketen (producenten, consumenten, marktpartijen etc.). Daarnaast stimuleren we ook lokale activiteiten voor onze inwoners met als doel bewustwording en bekwaming in zelfvoorziening op het gebied van telen en verwerken van eerlijk voedsel. Sinds kort is hiertoe een nieuw burgerinitiatief actief, voortkomend uit de voormalige werkgroep KKZW.

Vraag 28: Is de lokale stroop inmiddels niet aan vervanging toe? Welk ander lokaal product zou de gemeente kunnen promoten? Antwoord: Het klopt dat dit project nagenoeg is afgerond echter zal binnenkort het kennis- en infocentrum Ambachtelijk Stroopstoken in Bruisterbosch worden geopend. Vandaar dat het hier nog genoemd staat. De tekst en uitvoering komt mede door de vormgeving van de begrotingsopzet en dezelfde teksten voor 4 jaar. Streven is om de diversiteit van kwalitatieve streekproducten te behouden c.q. uit te breiden en te ondersteunen. Ander lokale producten zijn o.a. wijn.

10

Vraag 29: Pag.79 (2.3) Wij verzoeken om de opbrengst Toeristenbelasting te ontvangen over de jaren 2022, 2023, 2024 en bovendien de exacte overnachtingen in genoemde jaren. Antwoord: 2022: € 772.546 - 454.439 overnachtingen 2023: € 952.493 - 432.951 overnachtingen 2024: € 919.402 - 417.910 overnachtingen

Vraag 30: Pag. 81 4e alinea. Graag een concrete uitleg van ‘een positieve grondhouding’. Antwoord: Met een positieve grondhouding ten aanzien van nieuwe initiatieven bedoelen we niet meer en niet minder dan dat we nieuwe kwaliteitsvolle, innovatieve initiatieven toejuichen en een kans willen geven mits deze passen binnen de gegeven kaders.

Vraag 31: Welk beeld heeft u voor ogen met ‘in beeld brengen’? Antwoord: In het kader van de ontwikkeling en uitvoering van de regionale visie Vrijetijdseconomie ‘Bestemming Zuid-Limburg 2030’ is innovatie in de vrijetijdseconomie een thema dat inmiddels is opgepakt en in 2026 in regionaal verband meer concreet zal worden gemaakt.

Vraag 32: Welke rol zou een Toeristisch Platform kunnen hebben bij het beeld dat u voor ogen heeft? Antwoord: In regionaal verband is ervoor gekozen om een onafhankelijke projectmanager aan te stellen voor de coördinatie van het uitvoeringsprogramma. In dit kader brengt de projectmanager, afhankelijk van het thema-product partijen samen om tot het voor de regiogemeenten collectief gewenste resultaat te komen. Regelmatig worden dan ook branche- en andere belanghebbende organisaties betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering VTE-ZL. 11

Vraag 33: Pag. 81 als betrokken fietsorganisaties noemt u Limburg Cycling en Huis van de Sport. Op welke wijze neemt de gemeente de regie? Antwoord: De gemeente heeft de volledige regie en eindverantwoordelijkheid. Vergunningen worden verleend door de burgemeester, hierbij wordt rekening gehouden met alle relevante wet- en regelgeving en aanvragen van andere evenementen. Hiermee sturen wij op spreiding en dosering van evenementen op tijd en locatie. Limburg Cycling coördineert de wieleragenda met de diverse organisatoren. Hiermee wordt voorkomen dat alle organisatoren een aanvraag voor hetzelfde weekend indienen. Limburg Cycling hanteert het Grensoverschrijdend Wielerbeleid als uitgangspunt. Dit beleid is door Eijsden-Margraten en de meeste Zuid Limburgse gemeenten vastgesteld.

Vraag 34: Waarom acht u het nog noodzakelijk om de 3 genoemde wielerorganisaties te ondersteunen? Antwoord: Bedoelde lokale wielerevenementen dragen bij aan het recreatieve aanbod in onze gemeente. Hiermee wordt onze gemeente tevens gepromoot als gastvriendelijke, authentieke en bourgondische gemeente die we willen zijn. Evenementen zorgen ook voor een economische impuls.

Vraag 35: Wij signaleren dat graveltours schade toebrengen aan natuur en landschap, alsmede hinderlijk zijn voor wandelaars en andere fietsers. Hoe denkt u deze belasting (voor de natuur) en overlast (voor de inwoners) te verminderen? Antwoord: Van schade aan natuur en landschap is naar onze mening geen sprake. Bedoelde organisatoren staan bekend om hun goede relatie met terreinbeheerders. De in deze gemeente georganiseerde “graveltours” zijn kleinschalig. Dat de hele regio echter een dichtbevolkte en ook drukbezochte (vooral door eigen inwoners) recreatiebestemming is mag bekend zijn. Dit heeft dan ook de volle aandacht in regionaal VTE-ZL verband. 12

Het reguleren van tourversies (via oa het Grensoverschrijdend Wielerbeleid) zorgt er juist voor dat er geen schade ontstaat, beperkt is en herstelt kan worden. Het niet reguleren maakt dat fietsers een eigen keuze maken waar ze willen fietsen en dit zorgt voor druk op plekken waar wij dit liever niet zien.

Vraag 36: Pag. 82 U stelt dat door dit beleid de eventuele evenementendruk wordt beperkt. Hoe kunt u dit onderbouwen? Antwoord: Het Grensoverschrijdend Wielerbeleid heeft als hoofdreden: Spreiding en dosering van de wielerevenementen.

Vraag 37: Hoe worden inwoners betrokken bij evaluaties? Antwoord: Het is niet duidelijk op welke evaluatie hier wordt geduid.

Vraag 38: Pagina 58 In relatie tot de stikstofdiscussie is de kans reëel dat de mogelijkheden tot verruiming van de regeling voor de hand liggen. Dit biedt kansen voor onze agrariërs. Als gemeente volgen we de ontwikkelingen op de voet, inspireren en faciliteren we de agrariërs om maximaal in te zetten op behoud en beheer van het landschap. Wat wordt precies verstaan onder faciliteren. Hoe ziet dat in de praktijk er uit? Antwoord: Er zullen inderdaad waarschijnlijk meer provinciale middelen beschikbaar gesteld worden. Er wordt gesproken om deze in te zetten om het aantal en de duur van beheercontracten bij Natuurrijk Limburg te verhogen. Het zou dan gaan om nieuwe contracten van 30 jaar in plaats van 6 jaar. Dat zou goed voor de continuïteit zijn. De gemeente heeft hier geen invloed op. 13

Vraag 39: Pagina 6 De lasten bij 2.1 stijgen naar 340.000; dit is een verdubbeling. Graag een onderbouwing met cijfers. Antwoord: Betreft de ingeschatte kosten van ad. € 184.000, - van het landschapsfonds, die worden gedekt uit de reserve landschapsfonds.

Vraag 40: Pagina 68 Daarnaast zetten we in op bescherming, herstel en uitbreiding van authentieke landschapselementen. Juist de kleine landschapselementen (zoals hagen, bosjes, graften, bomenrijen) vormen, naast de functie die ze hebben voor dier- en plantensoorten, ook een visueel aantrekkelijk element in ons landschap en benadrukken de fijnschaligheid. Waarom ontbreken in de opsomming de poelen die zo karakteristiek zijn voor met name het Plateau van Margraten? Antwoord: Poelen zijn inderdaad ecologisch zeer belangrijke landschapselementen. Deze hadden ook in de opsomming achter “zoals hagen, bosjes, graften, bomenrijen” toegevoegd kunnen worden. Hetzelfde geldt voor bermen, houtsingels, knotbomen, et cetera. Vandaar het gebruik van het woord zoals. De toevoeging “onder andere” was wellicht duidelijker geweest.

Vraag 41: Pagina 81 We sturen in samenwerking met het Huis van de Sport op het doseren en spreiden van het aantal toertochten binnen de gemeente. Daarbij zullen we gebieden in onze gemeente ontzien waar de druk op de leefomgeving en het landschap groot is. In dit licht houden we het aantal wielerevenementen dat wij faciliteren en ondersteunen ook beperkt. Op een andere plek is vermeld: Spreiding en dosering van wielertoertochten vindt op regionaal niveau plaats via het Grensoverschrijdend Wielerbeleid i.s.m. Limburg Cycling. Wie is nu bepalend in deze, het Huis van de Sport of Limburg Cycling? Antwoord: Hier is sprake van een miscommunicatie. Limburg Cycling is verantwoordelijk voor een verzelfstandigd deel van activiteiten die voorheen door Huis van de Sport werden uitgevoerd. Beiden overigens mede op initiatief van en met ondersteuning door de Provincie Limburg. 14

Vraag 42: Elke toertocht geeft druk op de leefomgeving en het landschap, Waarom dan niet het aantal tochten afbouwen (sterfhuisconstructie)? Antwoord: De tochten zijn de afgelopen jaren gereguleerd en afgestemd via Limburg Cycling. Kwaliteit van toertochten en de organisatie is van belang. In de beleving speelt de druk van de individuele fietser en kleinere groepen wielrenners. Dit zijn voor een groot gedeelte eigen inwoners. Voor bijvoorbeeld het WK-gravel is juist gekozen dit door andere gemeenten te faciliteren / daar te laten plaatsvinden.

Vraag 43: We zijn en willen een aantrekkelijke wandel- en fietsgemeente blijven. Hierbij wordt ingezet op kwaliteit en niet op kwantiteit. Op het gebied van de wandelinfrastructuur wordt derhalve het Knopen Lopen geïntroduceerd. Hiermee wordt de kwaliteit van het wandelnetwerk sterk verbeterd. Uitbreiding van de wandel-infrastructuur wordt beperkt tot het realiseren van zgn. ommetjes in en rondom de kernen. Waarom wordt de uitbreiding van de wandel-infrastructuur beperkt tot het realiseren van zgn. ommetjes in en rondom de kernen? Antwoord: Met uitbreiding van de wandelinfrastructuur wordt hier bedoeld de toevoeging van ommetjes die meestal thematisch van aard zijn. Deze worden uiteindelijk allemaal langs het knooppuntennetwerk uitgelegd. De ommetjes zijn te downloaden van o.a. de Ontdek EijsdenMargraten website en er worden brochures voor ontwikkeld en uitgegeven. Effectief betekent “in en rondom de kernen” dat de ommetjes over het hele grondgebied van de gemeente worden uitgelegd.

Vraag 44: Pagina 81 De wielerevents Volta Limburg Classic, Jeugdwielercriterium en Gravel Series worden ondersteund in 2026. Met hoeveel geld wordt elk van deze activiteiten gesteund? Antwoord: Onder voorbehoud van goedkeuring begroting maximaal: - Volta Limburg Classic € 27.612,00 - Jeugdwielercriterium € 3.717,00 15

- Gravel Series

€ 2.124,00

Vraag 45: Pagina 81 Actuele thema's worden via verschillende kanalen gedeeld of in dialoog met de ondernemers opgepakt. Denk hierbij aan het versterken van de kernkwaliteiten van EijsdenMargraten, de betekenis van de Amerikaanse begraafplaats / van Liberation en het aanhaken bij regionale economische ontwikkelingen. Kunt u concreet uitleggen wat u hiermee bedoelt? Wellicht ook verduidelijkt met enkele meer concrete voorbeelden. Antwoord: Wij ondersteunen en faciliteren waar nodig/mogelijk het aanbod Vrijetijdseconomie en andere economische producten en diensten en evenementen die op hun beurt de aanwezigheid van de Amerikaanse begraafplaats en het Visitor Center (en daarmee het thema Liberation) complementair ondersteunen qua aanbod en beleving. Bijvoorbeeld koppeling Limburgs Landmarkt met herdenking en Liberation, de Liberation Route Europe, Fietsen naar Vrijheidroute en de Margratentocht. Ook lokale ondernemers kunnen namelijk op deze activiteiten aanhaken.

Vraag 46: P. 64 2.1 Behoud en versterken landschapskwaliteiten -152 -341 -341 -340 -340 Vanaf 2026 is de kostenpost ‘Behoud en versterken landschapskwaliteiten’ meer dan verdubbeld. Daar zijn we tevreden mee. Maar waarin zitten die verhoogde kosten precies (€184.000,- kosten van het landschapsfonds)? Antwoord: Het betreft een andere manier van begroten. Tegenover deze kosten staat de dekking vanuit de reserve (Landschapsfonds). In 2025 zijn de kosten o.a. uitgegeven aan advieskosten (rechten voor de natuur), het beheer van het landschap en landschapsontwikkeling.

16

Vraag 47: Het budget voor 2.2 Transformatie van de landbouw is al laag en wordt in de toekomst nog verder verlaagd. Hoe kan met dit beperkte budget daadwerkelijke de landbouwtransitie worden gesteund? Welke activiteiten worden hiervan bekostigd? Antwoord: De concrete opdracht om te komen tot een visie wordt in 2026 afgerond. Voor het opstellen van deze visie is daarmee geen aanvullend budget meer nodig. Mogelijke vervolgacties of uitwerkingen die voortvloeien uit de vastgestelde visie kunnen op een later moment alsnog tot financiële consequenties leiden. Hiervoor zal dan opnieuw budget gezocht en beschikbaar gesteld moeten worden. Vraag 48: De baten Vrijetijdseconomie in balans met landschap en leefomgeving blijven in de komende jaren vrijwel constant, vallen hier ook de inkomsten uit toeristenbelasting onder? Is er geen verdere verhoging van de toeristenbelasting voorzien? Antwoord: Ja de inkomsten van de toeristenbelasting vallen hier ook onder. Mede op basis van de uitdrukkelijke wens vanuit de brancheorganisaties en kijkend naar de regionaal gehanteerde tarieven heeft ons college in de begroting 2026-2029 geen voornemen opgenomen de toeristenbelasting te verhogen. Het is uiteraard aan uw raad hier eventueel een ander besluit in te nemen.

Vraag 49: Waarom worden niet alle baten teruggeploegd in het behoud en versterken van de landschapskwaliteiten? Antwoord: We nemen aan dat u hiermee de baten van de toeristenbelasting bedoelt. De inkomsten uit belastingen zijn in z’n algemeenheid een algemeen dekkingsmiddel. Dit betekent dat hier geen één op één tegenprestatie tegenover hoeft te staan. Uiteraard worden de belastinginkomsten gebruikt voor het in stand houden van het breed voorzieningenniveau van de gemeente. Zo wordt ten behoeve van het behoud en versterking van de landschapselementen vanuit de opbrengst Toeristenbelasting jaarlijks € 134.000,- aan het Landschapsfonds toegevoegd. Vraag 50: P. 68 tegel: ‘Nieuwe verdienmodellen ontwikkelen rondom beheer van het landschap.’ 17

2de alinea: ‘Een update van de beschermde landschapselementen wordt opgenomen in het omgevingsplan dat in 2031 wordt vastgesteld.’ Een update wordt ons al vele jaren beloofd. Betekent dit dat die update nu weer wordt uitgesteld tot 2031, of kunnen we hier eerder op rekenen? Antwoord: Het bureauonderzoek dat nodig was voor de herziening van het register landschapselementen is afgerond. Deze resultaten daaruit moeten in het veld geverifieerd worden. Dit onderdeel moet nog uitgevoerd worden, capaciteitsproblemen zorgen hier voor vertraging. Tot slot zal het nieuwe register vastgesteld moeten worden en beschikbaar worden gesteld aan de collega's. Al met al is het een forse klus, maar de verwachting is toch dat dit ruim voor 2031 afgerond zou moeten kunnen zijn.

Vraag 51: ‘Het vooruitzicht is dat dit in 2026 aan de raad voorgelegd kan worden.’ Gaat dit over nieuw beleid voor ontwikkeling van meer landschapselementen samen met de agrarische sector en het creëren van verdienmodellen? Hoe worden inwoners en natuurbelangen organisaties hierin betrokken? Antwoord: Dit gaat over de toekomstvisie voor het buitengebied. In oktober, november en december vindt de externe participatie plaats over het buitengebied. In deze fase worden agrariërs actief benaderd en uitgenodigd om mee te denken en mee te praten over de toekomstvisie voor het buitengebied. Daarnaast wordt er een raadsthemabijeenkomst georganiseerd, evenals een bijeenkomst met een klankbordgroep waarin onder andere natuurorganisaties zijn vertegenwoordigd.

Vraag 52: P. 72 Transformatie van de landbouw ‘We staan constructief tegenover uitbreiding van bestaande bedrijven mits deze uitbreiding leidt tot versterking van de gebiedskwaliteiten, de bedrijfsvoering op een duurzame wijze plaatsvindt en bebouwing noodzakelijk is voor de eigen bedrijfsvoering.’ Hoe en door wie worden gebiedskwaliteiten bepaald? Wie en hoe wordt bepaald wat precies ‘duurzaam’ is? Gaat dit over nieuwe bebouwing (Limburg zit nog steeds op een stikstof slot.)? Antwoord: Eijsden-Margraten ligt binnen het Nationaal Landschap Zuid-Limburg. Voor dit gebied is een 18

zogeheten “Toereikingshandvat” opgesteld, waarin de specifieke gebiedskwaliteiten zijn omschreven en handvatten worden geboden voor de omgang hiermee in ruimtelijke ontwikkelingen. Binnen de organisatie werken wij daarnaast met casusteams. Deze beoordelen ingediende verzoeken niet alleen op juridische aspecten, maar ook op inhoudelijke aansluiting bij de gemeentelijke visie en ambities voor het buitengebied. Tot slot beschikt de regio over de Gemeentelijke Adviescommissie Mergelland, die advies uitbrengt over ruimtelijke plannen binnen het gehele Heuvelland.

Vraag 53: P. 74 6de alinea ‘- binnen de reeds vastgestelde kaders van Buitengewoon Buitengebied -……… Middenterras Bemelen-Mesch.’ Dat betekent dus dat we nog steeds uitgaan van de daarin gestelde richtinggevende uitspraken als ‘Waar behouden en ontwikkelen niet samengaat kiezen we voor behouden’ Klopt dat? Antwoord: Dit zijn inderdaad de richtinggevende uitspraken die wij hanteren, totdat er nieuwe inzichten zijn verkregen

Vraag 54: P. 74 : 6de alinea Vraag: Wanneer mogen wij de gebiedsdifferentitiekaart tegemoet zien? Antwoord: Enige tijd geleden is besloten om de gebiedsdifferentiatiekaart intern te toetsen op bruikbaarheid en toepasbaarheid. Momenteel bevindt dit proces zich nog in de integrale toetsingsfase.

Vraag 55: P. 74 : 7de alinea ‘In het contact met individuele bedrijven …. die willen transformeren.’ Is er voor een dergelijk ‘loket’ budget gereserveerd binnen de post transformatie? Antwoord: In 2023 is een landbouwadviseur aangesteld als vast aanspreekpunt voor dit domein. 19

Vraag 56: P. 74 tegel: ‘De trekkersrol van….Middengebied continueren.’ Sinds wanneer is het middengebied niet meer actief? Worden de gezamenlijke activiteiten elders onder gebracht? Antwoord: Binnen het Middengebied vervulde de gemeente Eijsden-Margraten de rol van trekker van de agrarische bouwkavelscan. Deze scan is begin 2025 afgerond en inmiddels aan u toegestuurd. Het samenwerkingsverband in het Middengebied is daarnaast uitgebreid met de gemeenten Sittard-Geleen, Beek en Maastricht. Deze bredere samenwerking opereert inmiddels onder de naam Stichting Zuid-Limburg, en valt binnen de kaders van de Regiodeal Zuid-Limburg. Op strategisch niveau wordt momenteel met alle betrokken gemeenten verkend hoe dit samenwerkingsverband het beste georganiseerd en verder vormgegeven kan worden.

Vraag 57: P. 74 tegel: …‘transformatie van de landbouw’….. Liggen er concrete procesvoorstellen (planning) voor de vaststelling van nieuw beleid en uitvoeringsplan? Is hier budget voor gereserveerd? Mogen we er van uitgaan dat een uitvoeringsplan pas ná vaststelling van het beleid wordt vastgesteld? Antwoord: In oktober, november en december 2025 vindt de externe participatie plaats. In deze fase worden agrariërs actief benaderd en uitgenodigd om mee te denken en mee te praten over de toekomstvisie voor het buitengebied. Daarnaast wordt er een raadsthemabijeenkomst georganiseerd, evenals een bijeenkomst met een klankbordgroep waarin onder andere natuurorganisaties zijn vertegenwoordigd. Parallel hieraan vindt ook interne participatie plaats. Hierbij werken we met zogenoemde casusteams, die zich richten op het in kaart brengen van interne processen en het verbeteren van de werkwijze binnen de organisatie.

20

De input uit deze participatietrajecten, samen met reeds beschikbare informatie binnen de gemeente, vormt de basis voor het opstellen van de visie. Deze visie zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 2026 aan u worden voorgelegd. Het uitvoeringsplan wordt inderdaad pas na vaststelling van de visie ontwikkeld en vastgesteld.

Vraag 58: P. 74, Wat wordt er bedoeld met ‘Het belang van de landbouwsector’ binnen onze gemeente? Antwoord: De landbouwsector heeft een belangrijke rol in het beheer van ons buitengebied, is daarom van belang voor onze gemeente.

Vraag 59: 2.3 Vrijetijdseconomie in balans met landschap en leefomgeving P. 81 tegel: ‘…………. Cittaslow verder uitbouwen.’ Wat houdt ‘doorontwikkeling’ precies in en hoe wordt de raad hierin meegenomen? Antwoord: Bij de doorontwikkeling van Cittaslow denken wij aan het verder strategisch en pro-actief meer en beter uitrollen van het gedachtegoed binnen alle andere domeinen van de gemeente, anders dan vrijetijd en economie.

Vraag 60: Wat moeten wij ons concreet voorstellen bij punt 9: ‘Versterking toeristisch-recreatieve gebiedsontwikkeling (verbinding erfgoed, landschap en vrijetijd)’? Antwoord: In het Uitvoeringsprogramma Plattelands- en Vrijetijdseconomie wordt onder punt 9 verwezen naar o.a. deelname in het Landschapspark Grenzeloos Bocageland, Grenspark Jeker & Maas en de verbinding met de ontwikkeling van Poort van het Heuvelland. Daarnaast acteren wij in deze binnen de ontwikkeling van Hoogcruts, Landgoed Van Oys, Withuis-Mesch(ermolen) Caltex. Vraag 61: P. 81 tegel: ‘Ondersteuning geven aan wielerevenementen.’ Waaruit bestaat precies deze ondersteuning, is die ook financieel?. 21

Antwoord: In dit verband gaat het ook om financiële ondersteuning van 3 lokale evenementen. Zie ook bij de beantwoording van vraag 44.

Vraag 62: Wanneer wordt dit beleid opnieuw geëvalueerd? Antwoord: Als hier verwezen wordt naar het Grensoverschrijdend Wielerbeleid dan is het antwoord dat dit beleid laatstelijk herzien is in september 2024.

Vraag 63: Algemeen: wanneer komt er een evaluatie van ons toeristisch beleid? Antwoord: Wij nemen deel in de regionale samenwerking op grond van de regionale visie Vrijetijdseconomie 'Bestemming Zuid-Limburg 2030’. Vooralsnog vindt op basis van deze samenwerking ontwikkeling binnen een uitvoeringsprogramma plaats. Een evaluatie daarvan is op dit moment nog niet voorzien.

Vraag 64: P. 88 Kaderstellende documenten Veel dank voor kaderstellende documenten met prima links! De lijst is nog niet compleet. De ‘Visie Vrijetijdseconomie BESTEMMING ZUID -LIMBURG’ en bijbehorend uitvoeringsprogramma en het document ‘Green Destination’ ontbreken. Antwoord: Toegevoegd.

Vraag 65: Waarom staat het beeldkwaliteitsplan Bloesemgaard bij de kaderstellende documenten? Antwoord: link is verwijderd. 22

Vraag 66: Verordening op de toeristenbelasting is verlopen per 31-12-2024. Is er al een nieuwe verordening? Antwoord: De huidige verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2025 is nog gewoon geldig. Uw opmerking dat deze per 31-12-2024 is verlopen klopt niet.

Geen vragen

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=efb1abdd-b96a-43a2-b116-e9758be01f84