CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Vragen en antwoorden Eijsden-Margraten bouwstenennotitie.docx

Beeldvormende vergadering 18 mei 2021, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Vragen en antwoorden2.408 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

18 Schriftelijke vragen voorafgaand aan de beeldvormende vergadering van 17 mei/18 mei Voorstel: Bouwstenennotitie Omgevingsvisie

Geen vragen

Nog geen vragen.

Geen vragen

Ten aanzien van de inhoud: 1.bijlage 3: analyse van de bevraging. 1. Hoe zijn de burgers uitgenodigd? Antwoord: De start van de voorgenomen participatie is samen gevallen met de eerste lockdown als gevolg van de Covid-19-pandemie. Vervolgens hebben we het participatieprogramma omgekat richting een digitale variant. Burgers zijn uitgenodigd via de reguliere gemeentelijke communicatiekanalen, maar ook via het aanhaken op bestaande social media, via posters in bushokjes, via advertenties en via actieve berichtgeving in de lokale/regionale media.

2. Is er zicht op de achtergrond van respondenten en hoe heeft dat consequenties voor de interpretatie van de uitkomsten? 1

Antwoord: In bijlage 2 van de bouwstenennotitie treft u een overzicht van de bevraging aan. Met name deel 1 van de bevraging (wie ben jij?) geeft enig inzicht in de achtergrond van de respondenten. Van belang is te vermelden dat het doel van de bouwstenenfase het verzamelen en inventariseren van kansen, wensen, knelpunten en bedreigingen is; met andere woorden, het schetsen van een totaalbeeld. Dat is ook het grote verschil met een enquête. Bij een enquête worden de resultaten via een formule vertaald naar vooraf bepaalde vraaggroepen. De bevraging levert een zo compleet mogelijk beeld op van hoe mensen die deelgenomen aan de bevraging tegen onze regio aan kijken, zonder conclusies te trekken of nu al keuzes op te baseren. 3. Wie is verantwoordelijk voor de formulering van de uitkomsten? Is het allemaal eigen tekst of zijn het ook citaten? Antwoord: Om te komen tot een bouwstenennotitie is de inbreng vanuit de bevraging redactioneel tot één geheel gemaakt in een omvattende tekst. De bevraging brengt niet elke individuele nuance in beeld, maar schetst een beeld op hoofdlijnen, ondersteund en “gevisualiseerd’ met voorbeelden. Daarmee sluit de bouwstenennotitie aan op de aard van de omgevingsvisie. Het gebruik van de term ‘visie’ geeft aan dat het gaat om hoofdlijnen en strategische keuzes.

Meer gedetailleerde uitwerking en uitvoering vindt in andere instrumenten plaats, onder andere in het Omgevingsplan en/of Omgevingsprogramma’s. 4. Hoe is de omschrijving van de bushaltes tot stand gekomen? Antwoord: Er is gestart vanuit een analyse van het bestaande beleid en de reeds aanwezige visies. Deze analyse is verder aangescherpt via een aantal brede bestuurlijke (met raden en colleges) en ambtelijke sessies. Vervolgens is die uitkomst gespiegeld aan de uitdagingen die, los van beleid, sowieso op ons afkomen (zie hoofdstuk 3 van de bouwstenennotitie). Op basis van deze spiegeling en de inbreng vanuit de bevraging zijn vervolgens eindbestemmingen en bushaltes geformuleerd. 5. Het is nu nog allemaal heel globaal, wanneer wordt het concreter? Antwoord: Zoals gesteld in het antwoord op vraag 3 sluit de bouwstenennotitie aan op de aard van de omgevingsvisie. Het gebruik van de term ‘visie’ geeft aan dat het gaat om hoofdlijnen en strategische keuzes. Meer gedetailleerde uitwerking en uitvoering vindt in andere instrumenten plaats, onder andere in het Omgevingsplan en/of Omgevingsprogramma’s. Overigens zal de besluitvorming bij fase 2 over de Omgevingsvisie ook meer concreet worden, in de zin van dat tussen de hoofdlijnen en strategische mogelijkheden keuzes gemaakt moeten worden. Deze bouwstenennotitie is derhalve de basis van de uiteindelijke Omgevingsvisie. 6.

In hoeverre en op welke manier worden lessen getrokken uit vergelijkbare initiatieven in de buurt? In Maastricht ligt bijvoorbeeld ook een coöperatieve buurderij. Antwoord: Zoals gesteld zijn de haltes vooral bedoeld om de hoofd- en strategische lijnen op visieniveau meer invoelbaar te maken voor de deelnemers aan de bevraging. Deels is voor de haltes aangesloten bij aansprekende initiatieven elders. De haltes moeten niet gezien worden als voorliggende, concrete keuzes. 7. Is er per ‘bushalte’ ook een mogelijkheid voor meerdere opties? In het verhaal wordt nu de nadruk gelegd op waar de meeste voorkeur naar uitging en over de rest wordt niet meer uitgeweid. Kan dit enigszins worden gecombineerd? 2

Antwoord: Juist in het vervolgproces zullen er in de omgevingsvisie keuzes gemaakt moeten worden. Daarbij is de uitdaging om te zoeken naar evenwicht en balans tussen de verschillende toekomstperspectieven. In veel gevallen kan die balans wellicht gevonden door keuzes te maken die meerdere belangen kunnen dienen maar in sommige gevallen zal het noodzakelijk zijn om te kiezen voor het een of het ander. Dit zal concreet worden in fase 2. 2. Uit raadsvoorstel pagina 2: ‘De vertaling van de bouwstenennotitie naar een omgevingsvisie met duidelijke keuzes en een duidelijke richting zal in fase 2 plaatsvinden. Dan is het zeker van belang dat, naast betrokkenheid, ook draagvlak ontstaat voor deze te maken keuzes. Juist dat draagvlak bepaalt of de omgevingsvisie een basis biedt voor de meer concrete uitwerking richting omgevingsplannen, omgevingsprogramma’s of omgevingsvergunningen.’ 8. Wanneer is er voldoende draagvlak? Kunnen we dat meten? Antwoord: Draagvlak meten zou vertaald kunnen worden naar “de meeste stemmen gelden”. Wij pleiten daar niet voor. De basis is het participatieve proces. Vervolgens zal de vertaling en analyse hiervan worden vertaald naar beleid in de Omgevingsvisie. Er zullen altijd keuzes moeten worden gemaakt. De besluitvorming hierover zal plaatsvinden de gemeenteraden. 9.

Hoe kunnen we anders komen tot een concrete uitwerking? (Met meetbare doelen) M.a.w hoe vertaalt zich dit straks naar concreet beleid. Wat merkt de inwoner ervan? Hoe kunnen we dit borgen als start/ kader voor fase 2 zodat het niet bij voornemens blijft) Antwoord: Uiteindelijk zullen de keuzes in de Omgevingsvisie vertaald worden in een Omgevingsplan en (eventueel) Omgevingsprogramma’s. In wezen betreft het een spiegeling van het huidige ruimtelijke proces van structuurvisie(s) naar bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. De Omgevingswet tast de huidige bevoegdheden en verantwoordelijkheden niet aan, maar plaats ze in een andere context; een context van minder regels, minder juridisering, meer voorliggende aanpak en flexibiliteit. 10. Aanleiding transitie: nodig vanwege o.a. duurzaamheid, leefbaarheid en behoud van natuur? Door wie laten we ons leiden? Wie/wat bepaalt? (Gemeente? Rapport Soete? Provincie? Rijk? Europa? Parijse akkoorden? Wilt u dat benoemen. Antwoord: Wij zien een grote mate van overeenkomst tussen de door u aangehaalde perspectieven. Het verschil zit in de keuzes die gemaakt worden binnen die perspectieven en de (beleids)prioriteiten die daaruit volgen. De Omgevingsvisie is een gemeentelijke taak, bevoegdheid en instrument. Zoals in alle beleidsdocumenten en –voorstellen - o.a.

de nationale en provinciale omgevingsvisies - dienen wij rekening te houden met keuzes die andere overheden maken, die de samenleving van ons vraagt en die centraal staan in de lokale politiek-bestuurlijke akkoorden.

3

3. Bouwstenennotitie pagina 18 11. Welke maatschappelijke opgaven pakken we aan, en wat vinden we hierin belangrijke aandachtspunten? Wordt dat duidelijk in fase 2? Antwoord: De opdracht van de gemeenteraden was om te starten met een brede inventarisatie (de bouwstenennotitie is daarvan het resultaat) en vervolgens in fase 2, het komen tot een gezamenlijke Omgevingsvisie, prioriteiten kiezen en die beleidsmatig vastleggen in de Omgevingsvisie. 12. Besturen (gouvernance): welke rol en verantwoordelijkheden heeft iedereen? Welke waarden streven we na en welke belangen zijn er in het geding? In lijn 50 verband of ook op gemeentelijk niveau? Antwoord: Het feit dat we momenteel werken aan een gezamenlijke Omgevingsvisie betekent niet dat we daarmee in de lokale autonomie en verantwoordelijkheid stappen. Wel hopen wij dat de gemeenschappelijke keuzes in de Omgevingsvisie leiden tot een duidelijk regionaal profiel, een gezamenlijk en krachtig optreden om strategische kansen te benutten en knelpunten het hoofd te bieden. De gestelde vragen in het eerste deel van de vraag lijken ons onderwerp van discussie tussen de bestuurlijke niveaus binnen lijn50. 13. Er staan vier vragen geformuleerd, maar nergens staat burgerparticipatie.

Waarom niet? Is participatie een deel van de zoektocht naar de antwoorden? Hoe gaan we dit vormgeven? Antwoord: Participatie is inderdaad het vertrekpunt voor het denken over governance. Het is niet voor niets dat het participatievraagstuk centraal staat in de Omgevingswet. De relatie met de samenleving zal anders moeten, willen we de doelen van de Omgevingswet realiseren. Overigens moet die zoektocht niet beperkt worden tot de Omgevingsvisie, maar moet sprake zijn van een brede herbezinning op de wijze waarop de overheid zich tot de samenleving verhoudt en de wijze waarop die samenleving invloed krijgt op de keuzes die de overheid maakt en de wijze waarop de keuzes uitgevoerd worden. 14. Krijgen burgers dan ook zeggenschap in de besluitvorming of blijft het weer bij het aanleveren van ideeën en commentaar op wat al besloten is? Komt er bijvoorbeeld een burgerraad? Antwoord: Gelet op eerdere antwoorden is dit een vraag die aan de orde moet komen in fase 2 van het project en primair onderwerp van discussie is binnen het politiek-bestuurlijke domein. Ten aanzien van het proces: Fase 1: bouwstenennotitie Fase 2: integrale omgevingsvisie per gemeente 15.

Wat zijn de doelstellingen van Fase 2, wanneer is deze fase afgerond? Antwoord: Aan het eind van fase 2 moet er een gemeenschappelijke Omgevingsvisie liggen, waarin de veelheid aan strategische kansen, wensen en knelpunten vanuit bestaand beleid en vanuit inbreng participatie afgewogen zijn, prioriteiten benoemd zijn en keuzes gemaakt zijn. De afsluiting, in de vorm van besluitvorming in gemeenteraden, is voorzien in het 1e kwartaal 2022.

4

16. Wat is de precieze rol bouwstenennotitie in omgevingsvisie (in hoeverre is de bouwstenennotitie leidend dan wel bindend)? Antwoord: De bouwstenennotitie is een brede inventarisatie en is het fundament waarop keuzes gemaakt kunnen worden. Wij zijn van mening dat de inventarisatie een duidelijk beeld geeft en dus kan dienen als leidend voor de thema’s die in de Omgevingsvisie aan de orde moeten komen en afgewogen dienen te worden. Tijdpad. Raadsvoorstel (p.4): We trachten fase 2 van de omgevingsvisie binnen deze raadsperiode af te ronden en sturen aan op besluitvorming uiterlijk Q1 2022. Echter: bouwstenennotitie stelt duidelijk dat in de omgevingsvisie keuzes gemaakt moeten worden, terwijl het in de bouwstenennotitie nog om perspectieven/scenario's gaat. Is het in zulke voorgesteld tijdsbestek reëel om al deze keuzes reeds gemaakt te kunnen hebben? 17. Participatie: Is het mogelijk om een goed en uitgebreid participatietraject in deze tijdsperiode (9 maanden) op te zetten en uit te voeren? Antwoord: Er zal sprake zijn van een intensief en diepgaand participatietraject. De hoop is dat er ook weer fysieke ontmoetingen mogelijk zijn. Overigens laten participatietrajecten elders zien dat juist een kortdurende, intensieve aanpak het meeste resultaat oplevert en de aandacht van de deelnemers het meest optimaal blijft.

Uiteraard zal het participatietraject steeds zorgvuldig moeten worden doorlopen. 18. Het gaat om het maken van grote keuzes die richting geven aan het lange termijnbeleid. In hoeverre is het mogelijk om na de vaststelling van de omgevingsvisie in Fase 2 de omgevingsvisie te herzien, dan wel ander beleid te voeren? Antwoord: De bouwstenen maar ook de omgevingsvisie zelf zal dynamisch van aard zijn. De maatschappij ontwikkelt en verandert momenteel zo snel dat we de uiteindelijke omgevingsvisie en dus ook de bouwstenen dynamisch moeten en willen benaderen. Daar waar de huidige bouwstenen en/of opvattingen over bouwstenen veranderen, kunnen we daar de omgevingsvisie telkens op aanpassen. Juist in de beleidscyclus die de Omgevingswet voorschrijft (van visie-programma-plan-monitoring/evaluatie) is bijstelling van de visie wezenlijk onderdeel van die cyclus. 19. In het Raadsvoorstel (p.1) wordt benoemd: Op grond van de nieuwe Omgevingswet die naar verwachting op 1 januari 2022 inwerking treedt moet een gemeente uiterlijk in 2024 een omgevingsvisie hebben vastgesteld. Wat zijn de belangrijkste argumenten om de besluitvorming over de omgevingsvisie af te ronden in uiterlijk het eerste kwartaal van 2022? Antwoord: Op het moment dat alles besproken en afgewogen is, dient een proces en traject afgesloten te worden. Conform planning streven we naar afronding in het 1e kwartaal 2022.

Wij zien geen redenen om een proces/traject kunstmatig langer te laten duren dan nodig is. Daar komt nog bij dat afsluiting niet betekent dat het denken dan ook stopt. Integendeel, de Omgevingsvisie is onderdeel van een zich steeds actualiserende beleidscyclus. Indien gedurende een proces een bijstelling van planning en bijbehorende besluitvorming noodzakelijk of gewenst is, dient dit te worden besproken.

5

In het Raadsvoorstel wordt benoemd: "Daarom voorziet de Omgevingsvisie lijn50 in de mogelijkheid om die lokale weging zichtbaar te maken middels “couleur locale”." (Raadsvoorstel, p.2). 20. Op welke manier voorziet de Omgevingsvisie lijn50 in deze mogelijkheid? Antwoord: De Omgevingsvisie zal uitgaan van gemeenschappelijkheid en gezamenlijkheid. Daar waar specifieke thema’s wellicht niet in elke gemeente het gelijke gewicht heeft, kan de Omgevingsvisie daar aandacht aan schenken en benoemen. 21. Wat bedoelt u met: De precieze verhouding tussen het transcendente/gedeelde kader van de omgevingsvisie voor de drie gemeenten gezamenlijk enerzijds, en de lokale inbreng anderzijds? Graag begrip Couleur Locale specificeren? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 20. Zoals gesteld streeft de Omgevingsvisie naar gemeenschappelijkheid en gezamenlijkheid, maar treedt de Omgevingsvisie niet in de lokale autonomie. Daar waar een gemeenteraad afwijkt van de nagestreefde gemeenschappelijkheid en gezamenlijkheid, zal dat benoemd worden in de Omgevingsvisie. Dus er zijn steeds mogelijkheden voor lokale beleidsopvattingen (lokale kleur). 22. Hoe gaan we de lokale details invullen? Wat is gemeenschappelijk (lijn50) en wat is het traject naar de gemeentelijke visie? Antwoord: Zie de antwoorden op de vragen 20 en 21. Algemeen 23.

Hebben we zicht op de kosten? Krijgen we kostendekkend middelen van het rijk? Antwoord: Het budget is door de gemeenteraden beschikbaar gesteld. Het betreft een gemeentelijke taak. Er komen geen geoormerkte rijksgelden beschikbaar voor het opstellen van een Omgevingsvisie. 24. Hoe is de stand van zaken met het DSO in onze gemeenten? Antwoord: Ondanks het feit dat de DSO geen relatie heeft met de bouwstenennotitie, kunnen wij u mededelen dat de drie gemeenten voor wat betreft de lokale infrastructuur op koers en planning liggen. Voor de rest is de implementatie van het DSO gekoppeld aan de landelijke inwerkingtreding van de nieuwe wet. 25. Is er een gemeente die ons voorbeeld kan zijn? Antwoord: Vanuit de VNG is een Regionale Implementatiecoach (RIO) aangesteld. Op deze manier kunnen overheden ondersteuning krijgen bij implementatievraagstukken rond de Omgevingswet door RIO. De RIO’s bieden op regionale schaal ondersteuning bij implementatievraagstukken aan groepen overheden van álle bestuurslagen in interbestuurlijk verband. De RIO organiseert en verbindt vraag en aanbod in de regio en schakelt expertise in de vorm van kennis, sessies en workshops. Wij nemen deel aan deze sessies en workshops. Verder zijn er verschillende werkgroepen regionaal aan de slag met elkaar en is tweewekelijk regionaal overleg waarin vragen/opmerkingen etc. gedeeld worden met elkaar.

Op deze manier wordt e.e.a. gevolgd en voorbeelden met elkaar gedeeld. De RIO draagt ook voorbeelden aan vanuit de rest van het land.

6

Geen vragen

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=53c7e6ae-85f2-44da-9a30-a82f8d99e16a