[R25.064] Raadsvoorstel - Vaststellen belastingverordeningen 2026
Tekst van het document
*R25.064*
Raadsvoorstel Raad d.d. Commissie d.d. B&W d.d.
16 december 2025 2 december 2025 11 november 2025
Portefeuillehouder Opsteller Zaaknr.
AHUN
sdae12
Onderwerp Vaststellen belastingverordeningen 2026 (afvalstoffenheffing, rioolheffing, forensenbelasting, toeristenbelasting, precariobelasting, leges, vermakelijkhedenretributie, onroerendezaakbelastingen en reclamebelasting). Voorstel De raad voor te stellen: De volgende belastingverordeningen vast te stellen: 1. Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2026, inclusief de daarbij behorende tarieventabel 2026; 2. Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2026; 3. Verordening op de heffingen invordering van forensenbelasting 2026; 4. Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2026; 5. Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2026, inclusief de daarbij behorende tarieventabel 2026; 6. Verordening op de heffing en de invordering van leges 2026, de daarbij behorende tarieventabel 2026; 7. Verordening op de heffing en de invordering van een vermakelijkhedenretributie 2026; 8. Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen 2026; 9. Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2026. Inleiding/aanleiding leder jaar wordt de gemeentelijke begroting door uw raad vastgesteld waarin ook beleidsvoornemens worden gepresenteerd in het kader van lokale belastingen.
De hierbij ter besluitvorming voorgelegde belastingverordeningen vormen een uitwerking daarvan. Om de in de programmabegroting 2026-2029 neergelegde beleidsvoornemens in het kader van lokale belastingen te kunnen realiseren, dient uw raad voor 1 januari 2026 te besluiten tot vaststelling van de voorgestelde belastingverordeningen 2026. Na de bekendmaking van het besluit, vormen de belastingverordeningen het juridisch instrument waarmee de begrote belastingopbrengsten kunnen worden gerealiseerd. Wettelijk en/of beleidskader De gemeenteraad is (op grond van artikel 216 van de Gemeentewet) bevoegd om een besluit te nemen tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een gemeentelijke belasting. Dit besluit wordt genomen door het vaststellen van een belastingverordening. Door het vaststellen (én publicatie) van de belastingverordeningen kunnen de belastingsoorten in 2026 worden geheven conform de daarin opgenomen tarieven. Dit op basis van artikel 219, eerste lid, en artikel 220 tot en met 220h, 223, 224, 227, 228, 228a en 229 eerste lid, aanhef en onder b en c van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. De Gemeentewet verbiedt belastingbedragen die afhankelijk zijn van de hoogte van het inkomen, de winst of het vermogen (artikel 219, tweede lid). Het verbod op het hanteren van draagkracht bij
R25.064 Pagina 1 van 7
de tariefstelling, geldt niet alleen voor het tarief zelf, maar ook voor andere elementen in de belastingverordening die het uiteindelijke bedrag van de belasting bepalen, zoals de vrijstellingen. Argumenten Hieronder treft u algemene uitgangspunten, gevolgd door een beschrijving van de belangrijkste voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de bestaande verordeningen en tarieventabellen. De algemene uitgangspunten zijn als volgt. Voor de bepaling hoeveel de tarieven komend belastingjaar mogen stijgen, is de inflatie het uitgangspunt. Deze index is voor dit jaar 2,7%. De tarieven ronden wij af op een veelvoud van € 0,05 of op hele euro's. Voor de delen van de legesverordening waarin rijkstarieven worden genoemd, zijn de door het Rijk vastgestelde maximumtarieven gehanteerd. 1.1 Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is maximaal kostendekkend. In de begroting 2026 is bij de afvalstoffenheffing uitgegaan van een 100% kostendekkend tarief over de totale kosten van de afvalstoffeninzameling en verwerking. Hierbij wordt zoveel als mogelijk uitgegaan van het principe ‘de vervuiler betaalt’. Voor het jaar 2026 wordt de totale opbrengst van de afvalstoffenheffing geraamd op € 1.704.000,-. Om dit te realiseren, worden de tarieven voor het vastrecht en de tarieven per lediging gewijzigd zoals hieronder in de tabel weergegeven.
De poorttarieven op de milieustraat blijven in 2026 gelijk met de tarieven voor 2025. Vastrecht en belasting per lediging (bedragen in €) De belasting bedraagt per perceel per maand van het belastingtijdvak Onverminderd het bepaalde in onderdeel 1.1 bedraagt de belasting per lediging van een:
2025
2026
7,92
8,75
container van 140 liter, bestemd voor restafval
12,9
13,5
container van 140 liter, bestemd voor gft-afval
4,05
4,05
container van 80 liter, bestemd voor restafval
N.v.t.
n.v.t.
container van 80 liter, bestemd voor gft-afval
N.v.t.
n.v.t.
container/emmer van 40 liter, bestemd voor restafval
3,7
3,87
container/emmer van 25 liter, bestemd voor gft-afval
0,7
0,7
Tariefzak van 60 liter, bestemd voor restafval
5,6
5,85
2.1 Rioolheffing De Gemeentewet schrijft voor dat de opbrengst van rioolheffingen de uitgaven niet mogen overstijgen. De kosten van de riolering zijn geraamd op basis van het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan. Voor het jaar 2026 wordt de totale opbrengst van de rioolheffing geraamd op € 2.502.000,- waarbij rekening is gehouden met 2,7% inflatiecorrectie.
R25.064 Pagina 2 van 7
Het voorgaande houdt in dat de belastingtarieven per maand van het belastingjaar als volgt worden aangepast: Het gebruikersgedeelte per maand (bedragen in €)
2025
2026
Voor 1 t/m 100 m afvalwater
17,68
18,16
Voor 101 t/m 350 m 3 afvalwater
26,85
27,57
Vanaf 351 m3, voor elke eenheid van 350 m3 afvalwater of een gedeelte daarvan boven de onder b genoemde 350 m3, wordt het onder b verschuldigde tarief van € 27,57 verhoogd met:
14,94
15,34
3
3.1 Forensenbelasting Om de geraamde opbrengst uit de programmabegroting 2026-2029 te realiseren, dient het huidige tarief (voor 2025) met de inflatiecorrectie van 2,7% te worden verhoogd. Verder worden er geen inhoudelijke wijzingen voorgesteld. 4.1 Toeristenbelasting De tarieven blijven onveranderd op 2,5% (hotel, motel of 'Bed and Breakfast’) en 6,5% (overige accommodaties). De belasting wordt geheven over de omzet (een percentage van de ontvangsten uit logies). De tarieven gaan door de inflatie al omhoog, waardoor er meer toeristenbelasting wordt ontvangen zonder dat sprake is van een tariefverhoging. Anders dan de naam toeristenbelasting (ontleend aan artikel 224 van de Gemeentewet) doet vermoeden, stelt de verordening aan de overnachting geen eisen van toeristische of recreatieve aard. Ook zakelijke overnachtingen en overnachtingen door arbeidsmigranten worden belast. 5.1 Precariobelasting Om de geraamde opbrengst uit de programmabegroting 2026-2029 te realiseren, dient het huidige tarief (voor 2025) met de inflatiecorrectie van 2,7% te worden verhoogd. 6.1 Leges De legestarieven 2026 zijn, conform de door de raad vastgestelde uitgangspunten, veelal verhoogd met maximaal 2,7% inflatiecorrectie voor de uitgaven, met uitzondering van de door het Rijk vastgestelde (maximum)tarieven of tarieven waarbij de kostenonderbouwing tot een hogere stijging komt. 6.1.1
Rijkstarieven
De door het Rijk voorgestelde (nog officieuze) maximumtarieven voor 2026 voor reisdocumenten zijn bekend. Deze voorlopige maximumtarieven worden naar verwachting in november 2025 door het Rijk vastgesteld. Pas dan zijn de tarieven definitief. Gekozen is om de officieuze maximumtarieven alvast in de voorgelegde Tarieventabel behorende bij de Legesverordening op te nemen. De reden daarvoor is dat de ‘voorlopige’ maximumtarieven voor reisdocumenten vrijwel niet afwijken van de definitieve tarieven. R25.064 Pagina 3 van 7
De tarieven voor een rijbewijs en VOG zullen waarschijnlijk dit jaar nog worden bekendgemaakt. In dit geval is gekozen om de oude tarieven (van 2025) te hanteren. Ingevolge artikel 10 van de legesverordening is het college van burgemeester en wethouders bevoegd tot het wijzigen van de verordening als gevolg van rijksregelgeving, waaronder van reisdocumenten, rijbewijzen en een VOG. Zodra de maximumtarieven door het Rijk bekend zijn gemaakt, wordt voorgesteld om de Legesverordening Eersel 2026 hierop, zo nodig, te wijzigen in overeenstemming met de vastgestelde maximumtarieven van het Rijk. De verordening wordt hierop aangepast. Uw raad wordt nog geïnformeerd over de definitieve tarieven. 6.1.2
Belangrijkste wijzigingen met betrekking tot de legesverordening
Hieronder wordt een opsomming gegeven van artikelen waarbij sprake is van een inhoudelijke, lichte wijziging: -
Artikel 2.5 lid 1 onder h en artikel 2.6 onder h (omgevingsplan ruimtelijk/technisch deel) Voordat de Omgevingswet in werking trad, waren de leges gemaximaliseerd op € 500.000 per aanvraag. Het komt nauwelijks voor dat de leges hoger zijn, maar toch wordt voorgesteld om dat maximumbedrag in de legesverordening terug op te nemen. Hiermee wordt beoogd te voorkomen dat winst wordt gemaakt op de geleverde dienst.
-
Artikel 2.16 (agrarische sector) De vakafdeling krijgt veelvuldig terug van agrarisch adviesbureaus dat ondernemers wijzigingen niet aanvragen omdat de leges daarvoor niet in verhouding staan. Deze opmerking is volgens de vakafdeling terechte. Om hieraan tegemoet te komen, is een differentiatie gemaakt. Deze is gebaseerd op bedragen die de gemeente aan de ODZOB moet betalen voor hun advisering.
-
Artikel 2.38 (gelijkwaardige maatregel) Op dit moment worden voor verschillende activiteiten tarieven per uur gehanteerd. De vakafadeling ondervindt dat het werken met bedragen per uur lastig is. Op verzoek van de vakafdeling wordt voorgesteld om te werken met een vast bedrag.
-
Artikel 2.43 (milieueffectrapportage) Voor een MER moet de gemeente aan de commissie MER betalen. Dit zijn hoge kosten, zoals ook blijkt uit de bedragen die in het betreffende artikel van de legesverordening 2025 zijn opgenomen. Die bedragen komen niet altijd overeen met de werkelijke kosten. De vakafdeling stelt dan ook voor om de leges te bepalen op basis van werkelijke kosten.
-
Artikel 2.48 (uitgebreide voorbereidingsprocedure) Voorgesteld wordt om dit artikel te schrappen. De uitgebreide procedure komt door de inwerkingtreding van de Omgevingswet niet meer zo vaak voor. Wanneer het nog wel voorkomt, is dit verwerkt in de leges voor de buitenplanse omgevingsplan activiteit (BOPA).
-
Artikel 2.51 (instemming) Voor bepaalde toestemmingen/adviezen van de provincie dient de gemeente te betalen. Die kosten worden doorberekend. Het is aan de voorkant echter vaak onduidelijk onder welke categorie het valt. Daarom wordt voorgesteld om de kosten die de provincie bij de gemeente in rekening brengt een op een door te berekenen en daarmee niet meer met vaste bedragen te werken.
-
Artikel 2.52 (vermindering na omgevingstafel en principeverzoek) Op dit moment bestaat aanspraak op vermindering van de leges als de aanvraag om een omgevingsverguning wordt voorafgegaan door een omgevingstafel. Aan het voeren van een R25.064 Pagina 4 van 7
omgevingstafel zijn kosten verbonden. Door de vermindering kunnen we die kosten niet verhalen. Vanwege de kostendekkendheid wordt voorgesteld om het artikel te schrappen. -
Artikel 2.53 (vermindering Wet kwaliteitsborging bouw) Voorgesteld wordt om dit artikel te schrappen. Geconstateerd is dat het betreffende artikel onterecht in de verordening 2025 is opgenomen. De in dit artikel bedoelde vermindering is verrekend in de leges behorende bij artikel 2.5 en 2.6 van de legesverordening. 7.1 Vermakelijkhedenretributie Het tarief van de vermakelijkhedenretributie wordt net als voorgaande jaren vastgesteld op 2% van de geobjectiveerde entreeprijs (inclusief BTW) per bezoeker. 8.1 Onroerendezaakbelasting Als uitgangspunt geldt dat de totale OZB-opbrengst voor 2026 met 2,7% stijgt ten opzichte van 2025 (exclusief areaaluitbreidingen). De OZB-tarieven worden berekend op basis van alle WOZ-waarden per waardepeildatum 1-1-2025. Deze tarieven worden gecorrigeerd met de verwachte waardeontwikkeling van woningen en nietwoningen. Ook wordt in de tarieven rekening gehouden met OZB-verminderingen naar aanleiding van toegekende WOZ-bezwaarschriften en met sloop en leegstand. De tarieven worden zodanig aangepast dat de begrote OZB-opbrengst wordt gerealiseerd, waarbij rekening is gehouden met 2,7% inflatiecorrectie. De verwachte gemiddelde waardeontwikkeling voor woningen betreft een stijging van 12,24% en een stijging voor niet-woningen van 2,54%.
De gemiddelde waardestijgingen vloeien voort uit geanalyseerde marktgegevens (verkoop- en huurcijfers) van onroerende zaken binnen Eersel die rond de waardepeildatum 1 januari 2025 zijn gerealiseerd. Rekening houdend met het bovenstaande leidt dit voor 2026 tot de volgende OZB-tarieven: Het percentage van de WOZ-waarde bedraagt voor (in %)
2025
2026
De gebruikersbelasting
0,1613
0,1519
De eigenarenbelasting voor woningen
0,0713
0,0644
De eigenarenbelasting voor niet-woningen
0,2066
0,2025
9.1 Reclamebelasting De tarieven voor het belastingjaar 2026 blijven ongewijzigd ten opzichte van de tarieven in 2025. De opbrengst uit de reclamebelasting komt gedeeltelijk ten goede aan Stichting Promotie Eersel (SPE). Alternatieven Als de belastingverordeningen niet worden vastgesteld voor 1 januari 2026, blijven de huidige verordeningen 2025 gelden en is het niet meer mogelijk om de tarieven met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 te verhogen. Dit is niet wenselijk, omdat de tarieven dan niet aansluiten bij de begrote belastingopbrengsten. Een wijziging van dit voorstel betekent automatisch dat het begrotingsbeeld wijzigt. Risico’s N.v.t. R25.064 Pagina 5 van 7
Financieel De hierbij ter besluitvorming voorgelegde belastingverordeningen vormen een uitwerking van de Begroting 2026-2029 (onder meer hoofdstuk Paragrafen, onder Lokale heffingen) van de gemeente Eersel. De tarieven zijn met team Financiën afgestemd. Communicatie/Participatie De verordeningen worden bekendgemaakt in het elektronisch Gemeenteblad en zijn raadpleegbaar via www.overheid.nl. Ook worden de verordeningen inclusief tarieventabellen gepubliceerd op de gemeentelijke website. Verder wordt op de website en via het weekblad Hoi Eersel informatie verstrekt over de gemeentelijke belastingaanslagen 2026. Bij de aanslagen 2026 wordt een algemene toelichting bijgesloten. Planning Na vaststelling door uw raad worden de belastingverordeningen 2026 op de wettelijk voorgeschreven wijze bekendgemaakt vóór 1 januari 2026. Hierdoor treden de genoemde belastingsoorten in werking en kunnen deze voor het kalenderjaar 2026 worden geheven. Bijlagen 1. Verordening op de heffing en de invordering van leges Eersel 2026 (25.17028) 2. Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen Eersel 2026 (25.17278) 3. Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing Eersel 2026 (25.17267) 4. Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing Eersel 2026 (25.17357 5.
Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting Eersel 2026 (25.17444) 6. Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting Eersel 2026 Eersel (25.17452) 7. Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting Eersel 2026 (25.17482) 8. Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting Eersel 2026 (25.17508) 9. Verordening op de heffing en de invordering van een vermakelijkhedenretributie Eersel 2026 (25.17517)
Eersel, 11 november 2025 Burgemeester en wethouders van Eersel secretaris {{esl:Signer1:signature:size(200,50)}}
burgemeester {{esl:Signer2:signature:size(200,50)}}
ing. H.M.L. Offermans
drs. W.A.C.M. Wouters
R25.064 Pagina 6 van 7
Raadsbesluit R25.064 Onderwerp: Vaststellen belastingverordeningen 2026 (afvalstoffenheffing, rioolheffing, forensenbelasting, toeristenbelasting, precariobelasting, leges, vermakelijkhedenretributie, onroerendezaakbelastingen en reclamebelasting).
De raad van de gemeente Eersel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 november 2025; gehoord de beraadslaging in de commissievergadering van 2 december 2025;
besluit:
De volgende belastingverordeningen vast te stellen: 1. Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2026, inclusief tarieventabel behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing 2026; 2. Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2026; 3. Verordening op de heffingen invordering van forensenbelasting 2026; 4. Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2026; 5. Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2026, inclusief de daarbij behorende tarieventabel 2026; 6. Verordening op de heffing en de invordering van leges 2026, inclusief bijbehorende tarieventabel; 7. Verordening op de heffing en de invordering van een vermakelijkhedenretributie 2026; 8. Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen 2026; 9. Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2026.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 16 december 2025 De raad van de gemeente Eersel de griffier, {{esl:Signer3:signature:size(200,50)}}
de voorzitter, {{esl:Signer4:signature:size(200,50)}}
J.W.G. van Bree
drs. W.A.C.M. Wouters
R25.064 Pagina 7 van 7