CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[R23.090] - Ontwerpregeling Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuidoost Brabant 2024

Raadsvergadering 31 oktober 2023, gemeente EerselBij agendapunt: Wijziging gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid Oost Brabant1.863 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

*R23.090*

Raadsvoorstel Raad d.d. Commissie d.d. B&W d.d.

31 oktober 2023 10 oktober 2023 3 oktober 2023

Portefeuillehouder Opsteller Zaaknr.

SKR rkro01 Z23000322

Onderwerp Ontwerpregeling Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2024 Voorstel De raad voor te stellen: Overeenkomstig het standpunt van het college te besluiten om geen zienswijze kenbaar te maken ten aanzien van de Ontwerpregeling Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst ZuidoostBrabant 2024. Inleiding/aanleiding De Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna Wgr) is per 1 juli 2022 gewijzigd. Als gevolg hiervan moet de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (hierna GR ODZOB) ook worden aangepast. De wijziging van de Wgr heeft als doel de betrokkenheid van de volksvertegenwoordigers bij het bestuur van een samenwerkingsverband te vergroten. De colleges van de deelnemende gemeenten en provincie wordt gevraagd een voorgenomen besluit te nemen tot vaststelling van de ontwerpregeling Gemeenschappelijke regeling en dit besluit voor te leggen aan de raden/staten. De raden/staten worden in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen tegen de ontwerpregeling. Bijgevoegd treft u in de bijlage (1) de aanbiedingsbrief van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, een ‘was-wordt’ overzicht (2) en de ontwerpregeling gemeenschappelijk regeling (3).

De aanpassingen in de Wgr die rechtstreeks werkend zijn, zijn: - de raden/Staten krijgen de mogelijkheid zienswijzen in te dienen bij het aangaan of wijzigen van een gemeenschappelijke regeling; - de termijnen in de P&C cyclus zijn aangepast, zodat raden en Staten een termijn van 12 weken hebben (i.p.v. 8) voor het indienen van een zienswijze op de Ontwerpbegroting; - de gemeenschappelijke regeling dient een terugkoppeling te geven aan de raden/Staten op de zienswijze voordat zij een definitief besluit nemen; - de raden/Staten krijgen de mogelijkheid een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen; - het bestuur van een gemeenschappelijke regeling krijgt een actieve informatieplicht naar de raden/Staten Omdat aanpassing van de GR ODZOB noodzakelijk is in verband met de nieuwe Wgr (1 juli 2022) is tevens van de gelegenheid gebruik gemaakt om de regeling naast op inhoud ook qua lay-out en leesbaarheid te verbeteren. Hierover heeft ook afstemming plaatsgevonden met de andere twee omgevingsdiensten in Brabant. Door alle veranderingen wordt een volledig nieuwe versie (en niet een wijzigingsvoorstel) van de GR ODZOB ter vaststelling voorgelegd. Voor een overzicht van de wijzigingen wordt verwezen naar de bijgevoegde was-wordt lijst in de bijlage (2).

Hieronder worden de inhoudelijke wijzigingen toegelicht die samenhangen met de wetswijziging van de Wgr en wordt kort ingegaan op een aantal andere relevante inhoudelijke wijzigingen. Wettelijk en/of beleidskader Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr).

R23.090 Pagina 1 van 5

Argumenten 1.1 Doorvertaling van een wetswijziging De voorgestelde aanpassingen van de GR ODZOB is het gevolg van de gewijzigde Wgr. 1.2 Wijzigingen die zijn doorgevoerd - Actieve informatieplicht: (artikel 6.3 GR ODZOB 2024 en artikel 17 lid 2 en 3, artikel 52 lid 1 Wgr) ‘De inlichtingen, bedoeld in artikel 17, tweede lid van de wet, worden schriftelijk of op een andere passende wijze verstrekt.’ In de GR dient te worden opgenomen op welke wijze inlichtingen worden verstrekt. Gekozen is om op te nemen dat deze inlichtingen schriftelijk of op een andere passende wijze worden verstrekt. Bijvoorbeeld een webinar, een informatiebrief na vergaderingen of bijeenkomsten. In de hedendaagse tijd zijn de mogelijkheden voor informatieverstrekking talrijk. In de GR hoeft dus niet beschreven te worden welke inlichtingen of documenten verstrekt worden. Daar kiezen we ook uitdrukkelijk niet voor (behalve voor de jaarrekening), omdat dit teveel aan verandering onderhevig is en te operationeel om in een GR op te nemen. - Uittredingsregels: (artikel 9.2 GR ODZOB 2024 en artikel 9 lid 1 Wgr) Een deelnemer kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van een daartoe strekkend besluit van haar bestuursorgaan, dit met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste twee jaar. Uittreding vindt plaats op 1 januari. De kosten van uittreding worden zo laag mogelijk gehouden.

De uittredende deelnemer betaalt in het eerste jaar 66% en in het tweede jaar 33% van de bijdrage aan de begroting in het jaar voorafgaand aan de uittreding. Tot aan de datum van de uittreding behoudt de uittredende deelnemer alle rechten en verplichtingen die verbonden zijn aan de gemeenschappelijke regeling. De kostenaspecten van de uittredingsregels zijn gebaseerd op door jurisprudentie tot stand gekomen berekeningmethodiek van de kosten. Het algemeen standpunt wat wordt gehanteerd is dat de uittreder de kosten van uittreding betaalt. De ‘achterblijvers’ moeten niet opgezadeld worden met extra kosten. Opgemerkt wordt dat uittreding bij een omgevingsdienst technisch gezien wel mogelijk is, maar zeer lastig is en daarom naar verwachting niet, dan wel zeer sporadisch zal voorkomen. - Zienswijzeprocedure: (artikel 10 lid 5 en 6 Wgr) Met de gewijzigde Wgr is het mogelijk, maar niet verplicht, om aanvullend op de wettelijke zienswijzeprocedure voor de begroting afspraken te maken over besluiten die voor een zienswijze worden voorgelegd aan de raden/Staten van de deelnemers. Naast deze wettelijke zienswijzeprocedure (en de andere in de Wgr reeds geregelde situaties) bestaat er geen noodzaak voor het uitbreiden van de besluiten waarvoor een zienswijze wenselijk is.

De Memorie van Toelichting van de Wgr noemt besluiten met een aanzienlijk financieel belang, een politiek gevoelig karakter en besluiten over beleidsmatige keuzes. Besluiten met een aanzienlijk financieel belang worden vrijwel altijd ondervangen door de zienswijzeprocedure op de begroting en de begrotingswijzigingen. De formulering wanneer er sprake is van een aanzienlijk financieel belang of wanneer iets politiek gevoelig ligt zijn moeilijk te geven en te ruim om in een GR te gebruiken. Het zal tot interpretatie verschillen leiden en daarmee een bron voor discussies waar geen van de partijen mee gediend is. De extra zienswijzeprocedure is bij uitstek bedoeld voor samenwerkingsverbanden waarin beleidsmatige keuzes gemaakt worden. Dan moet een raad/Staten de mogelijkheid hebben bij te sturen en te bewaken dat het samenwerkingsverband die taken uitvoert die bijdragen aan de doelstelling als raad/Staten voor de gemeente/provincie. De ODZOB is een uitvoeringsorganisatie waar geen beleidskeuzes worden gemaakt. De ODZOB voert met name het beleid uit dat door het R23.090 Pagina 2 van 5

bevoegd gezag wordt vastgesteld. Het opnemen van een zienswijzeprocedure hiervoor is dan ook niet zinvol. 1.3 Wijzigingen die niet/gewijzigd zijn doorgevoerd - Burgerparticipatie: (artikel 1.3 GR ODZOB 2024 en artikel 10 Wgr) ‘Ingezetenen van de deelnemers en belanghebbenden worden niet bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken.’ De reden voor de keuze om geen burgerparticipatie bij de ODZOB te organiseren is dat de ODZOB (als uitvoeringsorganisatie) een beleidsarme gemeenschappelijke regeling is. De ODZOB voert met name het beleid uit dat door het bevoegd gezag (gemeente/provincie) wordt vastgesteld. Het is daarom meer voor de hand liggend om de inspraak bij het orgaan te laten waar het beleid gemaakt wordt. Deze optie voldoet ook het meest aan de wens om de inspraak te laten verlopen via het orgaan met de meeste democratische legitimiteit. - Evaluatie van de GR: (artikel 11.1 GR ODZOB 2024 en artikel 11a Wgr) Op verzoek van het algemeen bestuur wordt een verslag opgesteld: a. over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk; b. over het functioneren van de Omgevingsdienst en de dienstverlening aan de deelnemers. Het algemeen bestuur overlegt het verslag van de evaluatie en de daaruit getrokken conclusies, bedoeld in het eerste lid, aan de deelnemers.

De wetswijziging ziet op een evaluatie van de juridische regeling, maar doelt ook op een evaluatie van het functioneren van het samenwerkingsverband als orgaan. Wetgeving en omgeving kunnen immers veranderen. Er kan voor gekozen worden om een termijn op te nemen waarna geëvalueerd wordt. Daarbij is een raadsperiode van vier jaar een vrij logische keuze. Gekozen is om geen termijn op te nemen, maar dit over te laten aan het algemeen bestuur. Er kunnen allerlei redenen zijn waarom een evaluatie eerder of juist later gewenst is. Het algemeen bestuur kan in zijn verzoek dan ook de opdracht van de evaluatie concreter omschrijven. Opgenomen in de GR is da het verslag van de evaluatie altijd verstrekt wordt aan de deelnemers, zodat ook een raad/Staten hierover geïnformeerd wordt. - Veranderende termijnen in de P&C-cyclus: (artikel 59 Wgr) De wettelijke termijnen uit de Wgr zijn van toepassing. In de huidige GR ODZOB worden termijnen genoemd in het kader van de P&C cyclus. Gekozen is om deze termijnen niet opnieuw over te nemen in de nieuwe GR ODZOB 2024. Reden hiervoor is dat de termijnen in de Wgr genoemd worden en dus niet herhaald hoeven te worden in de eigen GR. - Gemeenschappelijke adviescommissie (artikel 24a Wgr) Op basis van dit artikel kunnen de raden een gemeenschappelijke adviescommissie instellen. Hierover hoeft niets opgenomen te worden in de GR ODZOB 2024.

Indien de raden gezamenlijk met een voorstel daartoe komen is het AB verplicht die commissie in te stellen en het AB regelt dan de bevoegdheden, taken en werkwijze van de commissie. Dit geschiedt door middel van een aparte regeling en hoeft dus niet in de GR ODZOB 2024 te staan.

R23.090 Pagina 3 van 5

Alternatieven Toestemming onthouden kan slechts als er sprake is van strijd met het recht of het algemeen belang. Hiervan is geen sprake. Het voorstel tot aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2024 is conform de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regeling. Risico’s Aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling houdt geen risico’s in voor de gemeente. Financieel Aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling heeft geen invloed op de gemeentelijke bijdrage aan de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. Indien een gemeente gebruik wil maken van de mogelijkheid van uittreding zijn de financiële voorwaarden in de gewijzigde Gemeenschappelijke regeling opgenomen (artikel 9.2 GR ODZOB en artikel 9 lid 1 Wgr). Communicatie/Participatie Het standpunt van de gemeente Eersel om geen zienswijze in te dienen ten aanzien van de ontwerpregeling wordt kenbaar gemaakt aan het Dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. Planning Uiterlijk 31 december 2023 maakt het college het besluit kenbaar aan het Dagelijks Bestuur van de ODZOB. Na beoordeling van eventuele ingekomen zienswijzen wordt door het Algemeen Bestuur ODZOB een definitieve ontwerpregeling vastgesteld. Deze definitieve ontwerpregeling wordt opnieuw aan het college voorgelegd.

Het college vraagt vervolgens toestemming aan uw raad om in te stemmen met de definitieve Gemeenschappelijke Regeling. Vervolgens vindt publicatie van de regeling plaats en treedt deze in werking. Bijlagen 1. Aanbiedingsbrief Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling ODZOB (23.17139). 2. GR ODZOB overzicht was-wordt (23.17140). 3. GR ODZOB 2024 (23.17141).

Eersel, 3 oktober 2023 Burgemeester en wethouders van Eersel secretaris {{esl:Signer1:signature:size(200,50)}}

burgemeester {{esl:Signer2:signature:size(200,50)}}

De heer ing. H.M.L. Offermans

De heer drs. W.A.C.M. Wouters

R23.090 Pagina 4 van 5

Raadsbesluit R23.090 Onderwerp: Ontwerpregeling Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuidoost Brabant 2024.

De raad van de gemeente Eersel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 3 oktober 2023; gehoord de beraadslaging in de commissievergadering van 10 oktober 2023;

besluit:

geen zienswijze kenbaar te maken ten aanzien van de Ontwerpregeling Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2024.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 31 oktober 2023 De raad van de gemeente Eersel de griffier,

de voorzitter,

J.W.G. van Bree

drs. W.A.C.M. Wouters

R23.090 Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=a0f428ce-93e4-4b5d-b430-816161be4176