[R22.070] - Vaststellen Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2023-2027
Tekst van het document
*R22.070*
Raadsvoorstel Raad d.d. Commissie d.d. B&W d.d.
1 november 2022 20 oktober 2022 4 oktober 2022
Portefeuillehouder Opsteller Zaaknr.
SKR bhof01 Z20000229
Onderwerp Vaststellen Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2023-2027
Voorstel De raad voor te stellen: 1. In te stemmen met de volgende uitgangspunten voor grond-, regen-, en afvalwater en deze vast te leggen in hiervoor passende verordeningen en regelingen: 1.1 Bij het vervangen van de riolering een infiltratieriool met een diameter van 800 mm aan te brengen voor regenwater. 1.2 Bij hevige neerslag tijdelijk waterhinder te accepteren en het water te bergen in het wegprofiel. 1.3 Voor nieuwbouw regenwaterberging van 60 liter per vierkante meter op eigen terrein verplicht te stellen. 1.4 Voor grondwater een ontwateringsdiepte van 70 cm onder de kruin van de weg na te streven. 1.5 Bestaande permanente gemeentelijke drainage systemen, die afvoeren via de riolering, op te heffen. 1.6 Het lozen van bronneringswater op de vuilwater- en gemengde riolering slechts onder voorwaarden toe te staan. 1.7 Op wateroverlastlocaties (ca. 20 stuks) de komende 10 jaar projectmatig maatregelen te treffen tegen wateroverlast vanuit openbaar gebied. 1.8 Voor nieuwe gebouwen een bouwpeil van 25 cm tot 35 cm boven de kruin van de weg aan te houden. 2. In te stemmen met het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2023-2027 en de financiële consequenties hiervan op te nemen in de begroting van 2023 en volgende jaren.
2.1Per 1 januari 2023 het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2021 in te trekken en het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2023-2027 per 1 januari 2023 in werking te laten treden. 3. Het instellen van een bijdrage regeling voor het afkoppelen van woningen en het beschikbaar stellen van 1 FTE in de formatie voor het aanstellen van een Medewerker Klimaatadaptatie/Afkoppelcoach en de financiële gevolgen hiervan mee te nemen in de 1e begrotingswijziging 2023 (dekking GRP). 4. Het beschikbaar stellen van 1 FTE in de formatie voor een Medewerker Civiel voor het taakveld riolering en de financiële gevolgen hiervan mee te nemen in de 1e begrotingswijziging 2023 (dekking GRP).
R22.070 Pagina 1 van 9
Inleiding/aanleiding De gemeente Eersel beschikt over een verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP). Het vigerende plan is oorspronkelijk geldig tot en met 2021 en met een jaar verlengd. Een nieuw vGRP dient vastgesteld te worden. Het vGRP beschrijft de beleidsvoornemens en maatregelen voor de aan de gemeente toegewezen watertaken (zoals beschreven in onderstaand Wettelijk kader). Het voorgenomen beleid en de maatregelen worden in het vGRP vertaald naar de kosten die met de rioleringszorg gemoeid zijn. Op basis van deze kosten wordt vervolgens de rioolheffing gebaseerd. Wettelijk en/of beleidskader Voor de rioleringszorg zijn drie wetten van belang. De Wet Milieubeheer regelt de verplichting tot het opstellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). In de Waterwet is de gemeentelijke zorgplicht voor het hemel- en grondwater geregeld (waardoor het GRP wordt verbreed). In de Gemeentewet zijn de regels omtrent de rioolheffing vastgelegd. In het Bestuursakkoord Water hebben de overheid, waterschappen en drinkwaterbedrijven afspraken gemaakt over doelmatigheid in de waterketen. Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie beschrijft de doelen van het Rijk ten aan zien van Klimaatadaptatie, waarvan het onderdeel wateroverlast behoort tot de gemeentelijke watertaken.
Argumenten 1.1 De principe uitgangspunten dienen juridisch verankerd te worden in de nog op te stellen verordening Door de principe uitgangpunten in een verordening (APV, hemel- en grondwaterverordening) op te nemen worden deze juridisch verankerd. Alhoewel de uitgangspunten opgenomen zijn in het beleidsplan (vGRP) zijn deze pas juridisch afdwingbaar als deze zijn opgenomen in een verordening. Deze verordening moet nog worden opgesteld. 1.1.1. Het aanbrengen van een regenwaterriool vergroot de capaciteit van het regenwatersysteem De bestaande riolering bestaat veelal uit kleinere buisdiameters van 300 mm tot 500 mm. Door een regenwaterriool aan te brengen met een grote diameter (van 800 mm) kunnen heviger regenbuien beter worden verwerkt. We kunnen hiermee drie tot zeven keer meer water bergen. Dit verkleint de kans op wateroverlast. 1.1.2 Het aanbrengen van een infiltratieriool bevorderd grondwateraanvulling Door gebruik te maken van een infiltratieriool met een grote diameter wordt meer dan 95% van het hemelwater opgevangen en in de bodem gebracht. Ter vergelijking: een traditioneel gemengd rioolstelsel voert meer dan 95% van het hemelwater af naar de rioolwaterzuivering.
1.2.1 Tijdelijk water bergen in het wegprofiel verminderd de kans op wateroverlast De inrichting van bestaande, oudere, wegprofielen is vaak zodanig dat bij extreme regenval tijdelijk water, in het wegprofiel opgevangen kan worden. Het wordt dan later via de riolering afgevoerd. We voorkomen R22.070 2
wateroverlast door bij nieuwbouw en herinrichting de wegprofielen zo in te richten dat het water op straat kan worden opgevangen. Dit doen we onder andere door een klassieke wegprofiel (1980) toe te passen met trottoirbanden (afmeting 13/14-25). Dit verkleint de kans op wateroverlast in woningen en bedrijven; er is immers ruimte in het wegprofiel zodat het water niet buiten het wegprofiel opgevangen hoeft te worden. We accepteren hiermee dat bij hevige en extreme regenval tijdelijk waterhinder optreedt.
1.3.1 Regenwaterverwerking is een zorgplicht van de perceeleigenaar In artikel 3.5 van de Waterwet is opgenomen dat elke perceeleigenaar in eerste instantie zelf verantwoordelijk is voor de af- en ontwatering van het eigen perceel, voor zo ver dat redelijkerwijs verwacht kan worden. Van oudsher ontvangt de gemeente vanzelfsprekend hemelwater van particuliere percelen, zonder dat er aandacht besteed is aan de redelijkheid van hemelwaterverwerking op eigen terrein. Door hemelwater op eigen terrein te verwerken (door hergebruik, infiltreren in de bodem, bergen of bijvoorbeeld in een vijver) wordt de Waterwet uitgevoerd en wordt de omgeving minder belast met water van particuliere percelen. 1.4.1 Een ontwateringsdiepte van 70 cm onder de kruin van de weg is bouwkundig en civieltechnisch noodzakelijk We halen dit op vele plekken ruim. Een grondwaterstand van minimaal 70 cm onder maaiveld is noodzakelijk om de constructies van wegen en gebouwen droog te houden. Hogere grondwaterstanden hebben nadelige effecten op funderingen voor wegen en gebouwen en kunnen voor vochtproblemen in gebouwen zorgen. Vochtproblemen in woningen kunnen leiden tot gezondheidsproblemen bij de mens. We vullen hiermee de zorgplicht voor grondwater in. In de praktijk zijn er in de gemeente Eersel nauwelijks gebieden met grondwaterproblemen.
1.5.1 Het draineren van nattere gebieden voor voldoende ontwatering is niet duurzaam Het verlagen van de grondwaterstand is niet duurzaam en past niet bij de jaarlijks terugkerende tekorten aan water voor natuur en landbouw. Op nieuwbouwlocaties gaan we, indien noodzakelijk, ophogen om voor voldoende ontwatering te zorgen. 1.6.1 Het afvoeren van schoon grondwater naar de rioolwaterzuivering is niet doelmatig Grondwater is schoon water. Het is niet doelmatig om schoon water eerst te mengen met afvalwater en het vervolgens te zuiveren. Het is beter om schoon water en afvalwater van elkaar gescheiden te houden. Bij het toepassen van bronnering is lozen op de vuilwater- of gemengde riolering pas is toegestaan als blijkt dat bronneringswater technisch gezien niet elders geloosd kan worden. 1.7.1 Het beperken van de kans op wateroverlast is een zorgplicht De gemeente heeft een zorgplicht voor de verwerking van hemelwater. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is opgenomen dat in 2050 bij neerslag met een kans van voorkomen van 1% per jaar geen wateroverlast (instroom van water vanaf de weg in gebouwen) mag ontstaan. Een klimaatstresstest voor wateroverlast heeft uitgewezen dat in de gemeente Eersel ca. 20 locaties zijn waarbij in de huidige situatie wateroverlast te verwachten is.
1.8.1 Hoger bouwen beperkt de kans op wateroverlast Door het bouwpeil van nieuwe woningen hoger te leggen kan bij extreme regenval meer water op straat worden opgevangen zonder dat dit tot wateroverlast leidt. R22.070 3
2.1 Het vGRP verwoord het gemeentelijk beleid voor hemel- grond- en afvalwater Het vGRP is een wettelijk verplicht beleidsplan. Het verwoord naast het beleid voor hemel-, grond- en afvalwater ook de kostendekking van de rioleringszorg. Conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is een verantwoording van de kostendekking bij noodzakelijk bij het gebruik van een egalisatiereserve ter dekking van de kapitaallasten en de jaarlijkse exploitatiekosten voor beheer en onderhoud. 2.1.1 Er kan slechts één beleidsplan maatgevend zijn Het is niet mogelijk om twee verschillende vastgestelde beleidsplannen voor hetzelfde beleidsveld te voeren. Het oude beleidsplan wordt daarom ingetrokken en het nieuwe beleidsplan treedt aansluitend in werking. 3.1 Afkoppelen van verhard oppervlak verkleint de belasting op openbaar gebied Door regenwater op eigen terrein op te vangen wordt minder water naar het openbaargebied afgevoerd. Dit verkleint de kans op wateroverlast. 3.2 Met een afkoppelcoach worden de inwoners actief betrokken en stimuleert de inwoners om af te koppelen van de riolering Het is lastig om inwoners zo ver te krijgen dat zij de achterkant van hun woningen afkoppelen van de riolering. Een afkoppelcoach gaat actief de wijk in om de inwoners de stimuleren en te adviseren. Doel hiervan is om de inwoners te activeren om zelf af te koppelen.
De hoge ambitie in het vGRP 2023-2027 voor het afkoppelen van woningen vraagt om een inspanning die de inwoners aanzet tot het afkoppelen van verhard oppervlak. Door hiervoor formatie beschikbaar te stellen kan een inspanning geleverd worden die past bij deze ambitie. De afkoppelcoach gaat de risicodialogen voeren met onze inwoners over verdroging/vernatting en hittestress . Deze structurele lasten worden volledig ten laste van de voorziening gemeentelijk rioleringsplan (GRP) gebracht. 3.3 Een bijdrageregeling stimuleert inwoners om af te koppelen Een gebrek aan een direct belang bij afkoppelen maakt dat men dit vaak niet doet; er is geen noodzaak. Een financiële bijdrage om af te koppelen stimuleert inwoners om dit daadwerkelijk te doen. 4.1 De omvang en groeiambities van de gemeente Eersel vragen extra personele capaciteit Voor het dagelijks beheer en het toezicht op de uitvoering van rioolwerkzaamheden hebben we (volgens landelijke richtgetallen) meer inzet nodig voor een gemeente van onze omvang en groeiambities. Naast de beleidsmedewerker riolering zoeken we dan ook een assistent rioolbeheerder. Denk hierbij aan het laten functioneren van de 40 grote rioolgemalen, de 500 drukrioolgemaaltjes, toezicht op aanleg van huisaansluitingen, reinigen riolering en (deel)reparaties, rioolverstoppingen, en beheer grondwatermeetpunten.
De structurele lasten worden volledig ten laste van de voorziening gemeentelijk rioleringsplan (GRP) gebracht.
Alternatieven 1. Aanbrengen kleinere regenwaterleiding bij rioolvervanging. In plaats van een buisdiameter van 800 mm kan een buisdiameter van 600 mm worden aangebracht. Hiermee wordt ook de capaciteit van het regenwatersysteem vergroot ten opzichte van de huidige situatie (de gemengde riolering bestaat voor het overgrote deel uit R22.070 4
buisdiameters van 300 mm, 400 mm en 500 mm). Ten opzichte van een diameter van 800 mm kan het huidige systeem slechts de 1/3 aan water opvangen (een rond 800 mm kan een regenbui van ca. 20 mm opvangen), kan minder water in de bodem gebracht worden en is het systeem minder klimaatbestendig. 2. Water bergen buiten het rijbaanprofiel In plaats van trottoirbanden kan gekozen worden voor vlakke wegprofielen. Dit vergroot de kans op wateroverlast in woningen. Ter compensatie is meer openbare ruimte nodig om water in op te vangen (minder uitgeefbare grond bij nieuwbouwplannen) of moeten woningen 10 cm hoger gebouwd worden (toegankelijkheid verminderd bij smallere wegprofielen) 3. Minder water bergen op eigen terrein Het bergen van minder water op eigen terrein bij nieuwbouw verkleint het ruimtebeslag voor water op eigen terrein. Het verhoogt echter het benodigde ruimtebeslag in openbaar gebied voor waterberging. Daardoor verminderd de hoeveelheid uitgeefbare grond en het aantal te bouwen woningen 4. Lozen van bronneringswater op vuilwater- en gemengde riolering toestaan Door lozing van bronneringswater op vuilwater- en hemelwaterriolering toe te staan wordt het voor bouwers gemakkelijk om dit water kwijt te raken.
Dit is maatschappelijk echter niet verantwoord (verdroging, schoon water naar de rioolwaterzuivering), er zijn goede technische en maatschappelijke alternatieven (retourbemaling, gebruik elders). 5. Geen maatregelen treffen tegen wateroverlast Het niet treffen van maatregelen tegen wateroverlast vergoot de kans op aansprakelijkstelling. 6. Woningen lager dan 25 cm tot 35 cm boven de kruin van de weg bouwen Vanwege toegankelijkheid van de woningen kan lager bouwen prettiger zijn. Er is dan een grotere kans op wateroverlast met meer schade tot gevolg. De gemeente kan hiervoor aansprakelijk gesteld worden en zal deze schade (deels) moeten vergoeden. 7. Niet instellen van een bijdrageregeling afkoppelen en geen afkoppelcoach aanstellen Door geen regeling in te stellen en geen coach aan te stellen kan geen invulling gegeven worden aan de Waterwet (perceeleigenaar zelf verantwoordelijk voor afwatering). In het vGRP is een mogelijke verplichting tot afkoppelen vanaf 2033 opgenomen. De gemeente kan deze verplichting niet opleggen zonder overgangsregeling en uw raad kiest er dan derhalve voor om de zorgplicht van perceeleigenaren in bestaand gebied over te blijven nemen. 8. Niet instemmen met deze versie van het vGRP 2023-2027 Dit betekent dat het huidige vGRP 2016-2021 nogmaals verlengd wordt om aan het BBV te voldoen. Er dient dan alsnog in 2022 een nieuw vGRP vastgesteld te worden.
Duurzaamheid Voorliggend vGRP 2023-2027 is beoordeeld op duurzaamheid. Het verminderen van de afvoer van de hoeveelheid regenwater naar de rioolwaterzuivering (afkoppelen), het toevoegen van regenwater aan het grondwater (infiltreren) en het beperken van de afvoer van grondwater van drainage en bronneringen leveren een positieve bijdrage aan duurzaamheid. Daarnaast levert de R22.070 5
hoeveelheid benodigde regenwaterberging van 60 mm bij nieuwbouw een grotere bijdrage aan het beperken van de afvoer (naar oppervlaktewater of rioolwaterzuivering) dan het vGRP 2016-2021. Doordat deze bergingseis gaat gelden voor alle nieuwbouw, geen ondergrens hanteert voor het aan te brengen afvoerend oppervlak, en bestaand verhard oppervlak niet wordt gesaldeerd met nieuw te bouwen oppervlak, wordt een stap gezet naar hydrologisch positief ontwikkelen. In de Raadsinformatiebrief van 30 augustus 2022 (zaaknr./corsanr. Z22000519/22.15203) over het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid is opgenomen dat op er het gebied van klimaatadaptatie een achterstand is. Met de maatregelen die in voorliggend vGRP 2023-2027 zijn opgenomen wordt een deel van deze achterstand op het gebied van wateroverlast ingehaald.
Kanttekeningen Grotere claim op openbare ruimte Met betrekking tot het voorkomen van wateroverlast leggen we met dit nieuwe beleid een steeds grotere claim in de openbare ruimte. Bij extreme regenval wordt water tijdelijk opgevangen op straat. Dit betekent dat de inrichting van de openbare ruimte deze opvang mogelijk moet maken. Dit kan gevolgen hebben voor de toegankelijkheid voor minder validen (dit dient goed afgestemd te worden bij de inrichting van de openbare ruimte). Bij herinrichtingen betrekken we dan ook het Platform voor Mensen met en Beperking (PMB). Ontwerpneerslag nieuwe regenwatersystemen De afvoercapaciteit van nieuwe regenwatersystemen ontwerpen en toetsen we vanaf nu op de neerslag van de toekomst. We hanteren hierbij een regenbui met een kans van voorkomen van 50% per jaar (T=2) voor het klimaat van 2050. Zo zijn nieuwe regenwatersystemen klimaatbestendig. Voor reeds bestaande regenwatersystemen blijven we de afvoercapaciteit toetsen met bui 8 van de Leidraad Riolering, met een kans van voorkomen van 50% per jaar in het huidige klimaat. Kostenverhoging voor bouwers Het lozen van bronneringswater (o.a. voor de bouw van kelders en aanleg van riolering) op vuilwaterriolering staan we slechts onder voorwaarden toe. Bronneringswater dient bij voorkeur terug in de bodem gebracht te worden. Dit werkt kostenverhogend voor de bouwer.
Lozen op gemeentelijke regenwatersystemen (regenwaterriolering, wadi’s en watergangen) wordt alleen toegestaan na ambtelijke instemming en als retourbemaling niet mogelijk is. Het voorschrijven van de bouwpeilen en de aanleg van berging op eigen terrein bij nieuwbouw werkt kostenverhogend voor de bouwer. Dit is echter noodzakelijk om water robuust te kunnen bouwen en invulling te kunnen geven aan de wettelijke plicht van elke perceeleigenaar zelf voor de eigen af- en ontwatering te zorgen voor zo ver dat redelijk geacht kan worden.
R22.070 6
Regenwater op maaiveld We gaan uit van de aanleg van een extra regenwaterriool bij rioolvervanging. Onderzoek moet uitwijzen of regenwater ook op maaiveldniveau verwerkt kan worden. Dit verlaagt de kosten voor rioolvervanging doordat een regenwaterriool achterwege kan blijven.
Risico’s Het vGRP kent de volgende risico’s: - Er is rekening gehouden met de bouw van 1.000 woningen in 10 jaar (de gemeentelijke ambitie is 1.200 woningen in 10 jaar). Het niet halen van deze aantallen woningen heeft een verhogend effect op de rioolheffing. - Er is rekening gehouden met een rente van 0,5% op investeringen. Door de actuele economische situatie is op termijn een hogere rente een reëel scenario. Een hogere rente heeft een verhogend effect op de rioolheffing. - De ambitie van het afkoppelen van ca. 700 woningen per jaar (bij een bijdrage van € 1.000,- per woning) is mogelijk te ambitieus.
Financieel In het vGRP zijn bedragen opgenomen voor vervanging, personele kosten en beheer en onderhoud. Personele kosten en kosten voor beheer en onderhoud worden opgenomen in de exploitatiebegroting Riolering. Voor vervanging en andere investeringen wordt per project aan uw raad verzocht om hiervoor krediet te verlenen. In het vGRP 2023-2027 zijn is hoofdstuk 5 en in bijlage 6 kosten de financiële onderbouwing opgenomen voor de rioleringszorg. Er worden hoge ambities gesteld aan het afkoppelen van verhard oppervlak en het scheiden van hemelwater van afvalwater bij rioolvervanging. Dit leidt tot hogere investeringsbedragen dan waar in het vGRP 2016-2021 mee rekening is gehouden. De rioolheffing stijgt hierdoor sneller dan tot nog toe is voorzien. Van 2023 tot en met 2063 is de jaarlijks benodigde stijging 1,78%, tot een uiteindelijke heffing van € 592,20 (2022: € 287,28) per huishouden (prijspeil 2022) bij een waterverbruik tussen de 50 m 3 en 150 m3 pre jaar. In het vGRP 2016-2021 was een stijging voorzien van 1,55% per jaar van 2019 tot en met 2067 en een uiteindelijke rioolheffing van € 582,62 (prijspeil 2022). In onderstaande grafiek zijn beide stijgingen weergegeven; het uiteindelijke verschil in rioolheffing is met € 9,58 klein te noemen.
R22.070 7
Ontwikkeling rioolheffing 650 600 550 500 450 400 350 300
Heffing vGRP 2016-2021
2086
2083
2080
2077
2074
2071
2068
2065
2062
2059
2056
2053
2050
2047
2044
2041
2038
2035
2032
2029
2026
2023
250
Heffing vGRP 2023-2027
Communicatie/Participatie Het ontwerp vGRP 2023-2027 is aangeboden aan Waterschap De Dommel en de Provincie ter beoordeling. Het Waterschap kan zich vinden in het beleid zoals verwoord in voorliggende vGRP 2023-2027. Haar reactie is als bijlage bijgevoegd bij dit voorstel en wordt na vaststelling opgenomen in het definitieve vGRP 2023-2027. Het vGRP 2023-2027 is niet ter inzage gelegd. De op te stellen verordeningen worden wel ter inzage gelegd.
Planning Na vaststelling van het vGRP 2023-2027 door de gemeenteraad wordt het plan gepubliceerd en vanaf 1 januari 2023 ten uitvoering gebracht.
Bijlagen - Presentatie werkbijeenkomst gemeenteraad dd 24 mei 2022, corsanr. 22.16354 - Definitief concept Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2023-2027, corsanr. 22zi.00494 - Instemming Waterschap De Dommel, corsanr. 22zi00714
Eersel, 27 september 2022 Burgemeester en wethouders van Eersel secretaris {{esl:Signer1:signature:size(200,50)}}
burgemeester {{esl:Signer2:signature:size(200,50)}}
de heer ing. H.M.L. Offermans
de heer drs. W.A.C.M. Wouters
R22.070 8
Raadsbesluit R22.070 Onderwerp: Vaststellen Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2023-2027 De raad van de gemeente Eersel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 oktober 2022; gehoord de beraadslaging in de commissievergadering van 20 oktober 2022;
besluit:
1. In te stemmen met de volgende uitgangspunten voor grond-, regen-, en afvalwater en deze vast te leggen in hiervoor passende verordeningen en regelingen: 1.1 Bij het vervangen van de riolering een infiltratieriool met een diameter van 800 mm aan te brengen voor regenwater. 1.2 Bij hevige neerslag tijdelijk waterhinder te accepteren en het water te bergen in het wegprofiel. 1.3 Voor nieuwbouw regenwaterberging van 60 liter per vierkante meter op eigen terrein verplicht te stellen. 1.4 Voor grondwater een ontwateringsdiepte van 70 cm onder de kruin van de weg na te streven. 1.5 Bestaande permanente gemeentelijke drainage systemen, die afvoeren via de riolering, op te heffen. 1.6 Het lozen van bronneringswater op de vuilwater- en gemengde riolering slechts onder voorwaarden toe te staan. 1.7 Op wateroverlastlocaties (ca. 20 stuks) de komende 10 jaar projectmatig maatregelen te treffen tegen wateroverlast vanuit openbaar gebied. 1.8 Voor nieuwe gebouwen een bouwpeil van 25 cm tot 35 cm boven de kruin van de weg aan te houden. 2. In te stemmen met het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2023-2027 en de financiële consequenties hiervan op te nemen in de begroting van 2023 en volgende jaren. 2.1 Per 1 januari 2023 het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2021 in te trekken en het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2023-2027 per 1 januari 2023 in werking te laten treden. 3.
Het instellen van een bijdrage regeling voor het afkoppelen van woningen en het beschikbaar stellen van 1 FTE in de formatie voor het aanstellen van een Medewerker Klimaatadaptatie/Afkoppelcoach en de financiële gevolgen hiervan mee te nemen in de 1e begrotingswijziging 2023 (dekking GRP). 4. Het beschikbaar stellen van 1 FTE in de formatie voor een Medewerker Civiel voor het taakveld riolering en de financiële gevolgen hiervan mee te nemen in de 1e begrotingswijziging 2023 (dekking GRP). Aldus besloten in de openbare vergadering van 1 november 2022 De raad van de gemeente Eersel de griffier,
de voorzitter,
J.W.G. van Bree
drs. W.A.C.M. Wouters R22.070 Pagina 9 van 9