[R21.072] - Delegatie fysieke leefomgeving, bindend advies en verplichte participatie in het kader van deOmgevingswet
Tekst van het document
*R21.072*
Raadsvoorstel Raad d.d. Commissie d.d. B&W d.d.
19 april 2022 5 april 2022 18 januari 2022
Portefeuillehouder Opsteller Zaaknr.
SKR bjoo01 Z21000654
Onderwerp Delegatie fysieke leefomgeving, bindend advies en verplichte participatie in het kader van de Omgevingswet. Voorstel De raad voor te stellen om vast te stellen: 1. het delegatiebesluit Omgevingsplan gemeente Eersel; 2. de lijst van activiteiten, waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; 3. de lijst verplichte participatie bij initiatieven. Inleiding/aanleiding In het kader van de implementatie van de Omgevingswet (Ow) zijn een aantal besluiten noodzakelijk. De Omgevingswet: rolverdeling gemeenteraad en college In essentie blijft de rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college na de inwerkingtreding van de Omgevingswet onveranderd. De gemeenteraad stelt kaders vast, en het college geeft uitvoering aan deze kaders (en toetst of initiatieven passen binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders). Daarnaast houdt de gemeenteraad gedurende het beleids- en besluitvormingsproces vinger aan de pols en stuurt op de gewenste doelen. Dat is met de komst van de Omgevingswet niet anders. Ook in de nieuwe situatie is het college het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning. Nieuwe situatie Delegatie De gemeenteraad is het bevoegd orgaan om (delen van) het Omgevingsplan vast te stellen. In artikel 2.81 van de Omgevingswet is de mogelijkheid opgenomen om deze bevoegdheid voor delen te delegeren aan het college.
De bevoegdheid moet duidelijk omschreven zijn en kan niet voor het gehele Omgevingsplan gelden. Bindend advies Op basis van de Omgevingswet is het college bevoegd om omgevingsvergunningen te verlenen die afwijken van het Omgevingsplan. Op het moment dat de gemeenteraad een rol wil hebben bij het beoordelen van deze vergunningen moet de raad een lijst van gevallen opstellen waar hij over wil adviseren. De basis hiervoor is gelegen in artikel 16.15a onder b2 van de Omgevingswet. Als de gemeenteraad een negatief advies geeft, dan kan het college de omgevingsvergunning niet verlenen. Dit adviesrecht van de gemeenteraad is een zogenaamd verzwaard, bindend advies. Het college mag daar niet van afwijken. 1
Art. 2.8 Ow: De gemeenteraad, het algemeen bestuur van een waterschap of provinciale staten kunnen de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan, de waterschapsverordening of de omgevingsverordening delegeren aan het college van burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur van het waterschap respectievelijk gedeputeerde staten. 2 Artikel 16.15b Ow: In een geval als bedoeld in artikel 16.15a, onder b, worden de bij of krachtens deze wet gestelde regels over het beslissen op de aanvraag om de omgevingsvergunning of het verlenen of onthouden van instemming met inachtneming van het advies van de gemeenteraad toegepast.
R21.072 Pagina 1 van 5
Verplichte participatie bij initiatieven Participatie is een belangrijk aspect in de Omgevingswet. Bij het indienen van een omgevingsvergunning geldt een indieningsvereiste voor participatie. De initiatiefnemer moet in de aanvraag aangeven of – en hoe – er overleg is geweest met belanghebbenden. Participatie bij initiatieven is onder de Omgevingswet een verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. Daarom heeft het participatiebeleid van de gemeente alleen betrekking op gemeentelijke participatietrajecten (bij planvorming) en niet op participatie bij initiatieven. Als een initiatief afwijkt van de regels van het omgevingsplan noemen we dat een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Hiervoor kan de gemeenteraad, van tevoren, gevallen aanwijzen waarvoor een participatieplicht geldt. In dat geval kan de aanvraagvereiste niet met een ‘nee’ worden beantwoord. Oude situatie Onderstaande is ter informatie om het voorstel te vergelijken met de huidige situatie. Wijzigingsbevoegdheden In het bestemmingsplan kan de raad wijzigingsbevoegdheden op nemen. Het college kan op basis van de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid het bestemmingsplan aan te passen.
Bevoegd gezag: Delegatiemogelijkheden:
Was Bestemmingsplan Raad De uitwerkings- en wijzigingsbevoegdheden (art. 3.6 Wro3)
Wordt Omgevingsplan Raad Delegatie om delen van het Omgevingsplan vast te stellen (art. 2.8 Ow).
Verklaring van geen bedenkingen (VvGB) Het kan zijn dat een bouwplan niet past in het bestemmingsplan en het niet mogelijk is om via een binnenplanse afwijking of via bij AMvB aangewezen gevallen (kruimellijst) medewerking te verlenen. In dat geval kan onder de huidige wetgeving het college een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bestemmingsplan. Hiervoor is dan wel instemming van de gemeenteraad noodzakelijk. Voor activiteiten in strijd met het bestemmingsplan kan de gemeenteraad in de huidige situatie beslissen dat er ‘geen bedenkingen’ zijn, een zogenoemde VvGB. Om het werkbaar te houden heeft uw raad gevallen aangewezen waarbij een VvGB niet nodig is. Voor andere gevallen is deze verklaring dus wel nodig. Participatie In de huidige situatie ligt de participatie veel bij de gemeente en schuift de initiatiefnemer dit vaak door naar de formele procedure. De afgelopen periode is al voorgesorteerd op de Omgevingswet en wordt de verantwoordelijkheid al bij de initiatiefnemer neergelegd. 3
Wro: Wet ruimtelijke ordening Artikel 3.6 Bij een bestemmingsplan kan worden bepaald dat met inachtneming van de bij het plan te geven regels: a. burgemeester en wethouders binnen bij het plan te bepalen grenzen het plan kunnen wijzigen; b. burgemeester en wethouders het plan moeten uitwerken; c. bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van bij het plan aan te geven regels; d. burgemeester en wethouders ten aanzien van in het plan omschreven onderwerpen of onderdelen nadere eisen kunnen stellen. 2 Een wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in het eerste lid, onder a, kan mede een uitwerkingsplicht als bedoeld in het eerste lid, onder b, inhouden. 3 Een wijziging of uitwerking als bedoeld in het eerste lid, onder a of b, maakt deel uit van het plan en kan, zolang de bestemming nog niet is verwezenlijkt, worden vervangen door een nieuwe wijziging of uitwerking. 4 Belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen omtrent een voorgenomen nadere eis als bedoeld in het eerste lid naar voren te brengen.
R21.072 2
Wettelijk en/of beleidskader Gemeentewet Omgevingswet Zie voor visie en beleidsdocumenten de bijlage overzicht visie en beleidsdocumenten (21.27672) Argumenten 1.1 Onder de Omgevingswet krijgt de raad de mogelijkheid en bevoegdheid vaststelling van delen van het omgevingsplan te delegeren aan het college. De raad kan vaststelling van delen van het omgevingsplan delegeren aan het college (artikel 2.8 Omgevingswet). Daardoor kan de huidige werkwijze m.b.t. wijzigingsbevoegdheden worden voortgezet. Tevens kan de bij de Omgevingswet beoogde veranderende rollen van raad en college worden bewerkstelligd. 1.2 Het voorstel sluit aan bij de huidige werkwijze. Het delegatiebesluit en de lijst van bindend advies sluit aan bij de huidige werkwijze. Deze voorstellen zijn gebaseerd op de huidige verklaring van geen bedenkingen en de wijzigingsbevoegdheden in bestemmingsplannen. Daarnaast zijn er een aantal bevoegdheden die nu al aan het college zijn gedelegeerd en die onderdeel worden van het Omgevingsplan. en Deze zijn nu ook in de lijst opgenomen. 1.3 De verklaring van geen bedenkingen komt te vervallen In de huidige wetgeving (Wabo) besluit de raad over een omgevingsvergunning die niet past in het bestemmingsplan door middel van een zogenoemde “verklaring van geen bedenkingen”, waarna het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning kan verlenen.
De verklaring van geen bedenkingen vervalt voor de omgevingsvergunningaanvragen die ingediend worden onder de Omgevingswet. Daarvoor in de plaats komt het adviesrecht van de raad voor bepaalde buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Door de raad is een lijst vastgesteld met gevallen van categorieën waarvoor de raad geen verklaring van geen bedenkingen meer hoeft af te geven. Deze lijst is als basis gebruikt om de nieuwe lijst samen te stellen. 1.4 De Omgevingswet nieuwe regels bevat. In de Omgevingswet is geregeld dat de gemeenteraad advies geeft over die buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, waarvan de raad vooraf heeft vastgelegd gebruik te willen maken van het adviesrecht. De op te stellen lijst zal dus activiteiten moeten bevatten waarover de raad wenst te adviseren. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet is wettelijk bepaald dat er één Omgevingsplan is voor de gemeente. Het Omgevingsplan bevat alle geldende bestemmingsplannen in de gemeente Eersel. 1.5 Zonder lijst van bindend advies is het college altijd bevoegd om af te wijken van het Omgevingsplan. De raad moet, voor het in werking treden van de Omgevingswet, een besluit nemen over de gevallen waarin haar advies noodzakelijk is. Het raadsbesluit over de verklaring van geen bedenkingen vervalt namelijk op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Neemt uw raad geen besluit hierover dan kan het college zonder advies vergunningen verlenen voor activiteiten die in strijd zijn met het Omgevingsplan. In dit voorstel wordt de huidige situatie overgenomen in de nieuwe systematiek.
R21.072 3
1.6 Versnelt beleidsarme aanpassingen. Een aantal voorstellen maakt de besluitvorming voor de aanpassing van het Omgevingsplan sneller, waardoor niet de agenda van de gemeenteraad overvol raakt met kleine aanpassingen van het omgevingsplan. Het gaat dan om: wijzigingen van technische aard, bijvoorbeeld: o veiligheidszones, deze zijn gebaseerd op onderzoeken; o archeologische verwachtingswaarden, landelijke of provinciale regels, bijvoorbeeld: o begrenzing van Natuur Netwerk Brabant; o zones rondom Eindhoven Airport; aanpassingen van de toelichting, dit verduidelijkt alleen het Omgevingsplan en heeft geen beleidsaanpassing tot gevolg; verschrijvingen en verkeerde verwijzingen, dit verandert niet de inhoud, maar verbetert de leesbaar- en raadpleegbaarheid. Alternatieven Gelet op de argumenten worden er geen alternatieven voorgesteld. De huidige werkwijze wordt overgezet naar nieuwe regime. Risico’s Aan het voorstel zijn geen risico’s verbonden. Financieel Aan het voorstel zijn geen financiële consequenties verbonden. Communicatie/Participatie De besluiten worden op de gebruikelijke manier bekend gemaakt. Planning De werkbaarheid van delegatie, bindend advies en participatie wordt geëvalueerd en zo nodig worden voorstellen gedaan om de besluiten aan te passen. Bijlagen 1. het delegatiebesluit Omgevingsplan gemeente Eersel (21.27643); 2.
de lijst van activiteiten, waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (21.27646); 3. de lijst verplichte participatie bij initiatieven (21.27656); 4. bijlage overzicht visie en beleidsdocumenten (21.27672).
Eersel, 18 januari 2022 Burgemeester en wethouders van Eersel secretaris
burgemeester
de heer ing. H.M.L. Offermans
de heer drs. W.A.C.M. Wouters
R21.072 4
Raadsbesluit R21.072 Onderwerp: Delegatie fysieke leefomgeving, bindend advies en verplichte participatie in het kader van de Omgevingswet
De raad van de gemeente Eersel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 januari 2022; gehoord de beraadslaging in de commissievergadering van 5 april 2022;
besluit:
vast te stellen: 1. het delegatiebesluit Omgevingsplan gemeente Eersel; 2. de lijst van activiteiten, waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsactiviteit; 3. de lijst verplichte participatie bij initiatieven. Aldus besloten in de openbare vergadering van 19 april 2022 De raad van de gemeente Eersel de griffier,
de voorzitter,
J.W.G. van Bree
drs. W.A.C.M. Wouters
R21.072 Pagina 5 van 5