Inspreektekst W. Maas, omgevingsplan Veldhoek
Tekst van het document
Geachte voorzitter, geachte Commissieleden, Dank, dat ik vandaag als inwoner van de gemeente Eersel mag inspreken. Ik doe dat naar aanleiding van zienswijze 8, die ik op 28 februari 2025 heb ingediend en die ontvankelijk is verklaard. Ik sta hier niet om tegen woningbouw te zijn, integendeel. Ik wil juist meewerken aan een goede ontwikkeling. Maar de manier waarop in dit plan wordt omgegaan met de spuitzone van 50 meter op mijn grond, raakt mij direct, zowel in mijn eigendom als in de afspraken die ik met de gemeente heb gemaakt. Bij het eerder door uw raad vastgestelde gebiedsconcept en randvoorwaarden ontwikkeling wijk veldhoek (datum 28 februari 2023) is er met geen woord gesproken over een spuitzone daar deze wel als adviesnorm aanwezig was en de mogelijke gevolgen niet in kaart zijn gebracht. Vervolgens is tussen 28 februari 2023 en ontwerp bestemmingsplan in december 2024 (dus bijna twee jaar tijd) is er vanuit onze kant de vraag gesteld zijn er nog ontwikkeling die voor ons relevant zijn. Hierop is geen enkele keer een antwoordt op gekomen van een mogelijke beperking op mijn perceel. Pas bij de publicatie van het ontwerp bestemmingsplan, dat vanaf december 2024 ter inzagen is gekomen, staat er ineens een spuitzone over mijn landbouwperceel getekend.
Over deze beperking en verandering ten opzichte van het door uw raad eerder vastgestelde gebiedsconcept, is geen actief bericht of enige vorm van communicatie vanuit de gemeente gekomen, maar is het door eigen oplettendheid geconstateerd dat er een beperking op mijn perceel is gelegd. Daarbij adviseert de GGD om woningbouw op meer dan 50 meter afstand van agrarische percelen te realiseren. Het college heeft vervolgens gesteld dat dit door de mijn voorgestelde inwaartse zonering niet mogelijk is binnen het plan. Vandaar ook mijn bezwaar. Wat mij daarbij opvalt, is dat de conclusie om geen inwaartse zonering toe te passen, onvoldoende is onderbouwd en bovendien voorbijgaat aan eerder gemaakte afspraken. In de reactie van de gemeente staat dat, wanneer ze binnen het aangekochte gebied blijven en de 50-meterzone volledig toepast (dus inwaartse Zonering) , de drie toegewezen kavels voor ons, op die plek inderdaad niet gerealiseerd kunnen worden. Dat klopt. Maar wat daar níet bij wordt vermeld, is dat ik contractueel met de gemeente heb afgesproken dat er in elk geval een verplichting bestaat om in het plan drie kavels toe te wijzen om woningen te realiseren. Die afspraak staat vast en moet volledig meegewogen worden in uw besluitvorming. Daarnaast wil ik iets zeggen over de feitelijke situatie ter plaatse zoals deze nu aan uw voorligt.
Tussen mijn landbouwgrond en de nieuw te bouwen woningen ligt al een te realiseren groensingel. Die groensingel is planologisch vastgelegd en vormt een duidelijke, fysieke scheiding. Als er al sprake zou zijn van drift, dan beperkt deze groensingel dat nu al aanzienlijk. Ook technologische ontwikkelingen worden buiten beschouwing gelaten. Ik noem in deze spots spray. Waarbij middelenreductie van 90 % is en er geen drift aanwezig is. Toch wordt deze situatie in de huidige afweging niet meegenomen.
Wat mij daarbij ook stoort, is dat de spuitzone van 50 meter wordt behandeld als een harde norm, terwijl dit adviesnorm is geweest. Pas na enkele uitspraken van de Raad van State wordt deze afstand uit voorzichtigheid principe, steeds vaker standaard toegepast. Tegelijkertijd lopen er nu nieuwe procedures en verwacht ik dat er op korte termijn uitspraken komen, waarin juist bestaande groenvoorzieningen, zoals deze groensingel van ongeveer 10 meter, aanleiding zijn om die zone te verkleinen. En daar wil ik graag constructief in meedenken. Ik wil nadrukkelijk niet alleen bezwaar maken, maar ook een handreiking doen. Ik ben bereid om mee te werken aan oplossingen. Ik vraag u daarom om te onderzoeken of: • •
de bestaande groensingel expliciet kan worden meegewogen bij het bepalen van de spuitzone; en of een extra haag en groenzone van bijvoorbeeld 2 meter op mijn perceel kan bijdragen aan het verder beperken van eventuele risico’s.
Met andere woorden: ik wil meebewegen, maar dan wel met het doel om de aanwijzing van de spuitzone en de beperkingen van mijn bedrijfsvoering van mijn eigen landbouwperceel af te halen. Daarom verzoek ik de gemeente om actief te onderzoeken of de spuitzone na vaststelling van het bestemmingsplan alsnog kan worden verkleind of verwijderd en om die verkleining/verwijdering direct door te voeren zodra dat mogelijk is. Ik vraag de raad om het college van burgemeester en wethouders expliciet op te dragen om zich hiervoor in te zetten. Het College moet de bevoegdheid hebben om dit direct aan te passen in het bestemmingsplan/omgevingsplan, waardoor er gebouwd kan worden en ik niet wordt geconfronteerd met een beperking op mijn perceel landbouwgrond. Tot slot wil ik duidelijk zijn over mijn positie. Ik heb een zienswijze ingediend en ik ben voornemens om met het huidige plan in beroep te gaan bij de Raad van State. Maar — en dat zeg ik hier heel bewust — als er tussen de vaststelling van het bestemmingsplan en de zitting alsnog een oplossing komt, dan ben ik bereid het beroep in te trekken. Mijn doel is geen juridisch gevecht, maar een redelijke oplossing, waarin recht wordt gedaan aan de gemaakte afspraken, de feitelijke situatie en de toekomst van het gebied, zodat er veilig gewoond kan worden.
Geachte commissieleden, Ik vraag u om mijn situatie mee te wegen en ruimte te laten voor maatwerk en overleg. Dank u wel voor uw aandacht.