Inspreektekst J. van Mourik - VNO-NCW Brabant Zeeland
Tekst van het document
INSPRAAKREACTIE VNO-NCW BRABANT ZEELAND VOOR RAAD EERSEL INZAKE REGIONAAL PROGRAMMA WERKLOCATIES OP 2 SEPTEMBER Op 2 september buigt de Raad van Eersel zich in Commissieverband over het Regionaal Programma Werklocaties in de Metropoolregio Eindhoven. Eersel heeft deze, anders dan de andere 20 MRE gemeenten, niet omarmd, en dat heeft onder andere gevolgen voor het Kempisch Bedrijvenpark KBP 2. We ondersteunen graag het KOP in haar pleidooi de gemeente Eersel op dit gebied op andere gedachten te brengen. VNO-NCW Brabant Zeeland is het regionale verlengstuk van de landelijke werkgeverskoepel VNO-NCW en vertolkt daarmee de stem van een groot aantal bedrijven in Brabant en Zeeland, waaronder ook bedrijven in Eersel. Het KOP is een samenwerkingspartner. De discussie vandaag gaat in de kern over nut en noodzaak van nieuwe bedrijventerreinen. Eersel maakt zich volgens onze waarneming zorgen over zuinig gebruik van de ruimte en de vraag of daar nog wel nieuwe ruimte voor moeten worden vrijgemaakt. Eersel is daarin niet uniek: ook met andere gemeenten gingen we de laatste jaren in gesprek, om – vanuit onze optiek - uit te leggen dat nieuwe bedrijventerreinen soms echt nodig zijn. We doen dat met de navolgende onderbouwing. Bedrijventerreinen nemen in Brabant iets meer dan 2% van de ruimte in beslag.
Ze worden goed benut: ze bieden direct werk aan een derde van de werknemers en indirect nog eens een derde. Het maatschappelijk en economisch rendement is dus hoog. De ruimte die bedrijventerreinen in beslag nemen, die 2% dus, neemt niet of nauwelijks toe. Wel zien we dat een bedrijventerrein nabij woonkernen vaak een andere functie krijgt, en dat noopt tot ontwikkeling van nieuwe terreinen. Nieuwe terreinen die Brainport – en De Kempen – in staat stellen de internationale toppositie te behouden. De dynamiek van het internationale bedrijfsleven is groot, bedrijven moeten zich voortdurend aanpassen aan veranderende markten en dat heeft ook ruimtelijke consequenties. Voor een deel kan dat door bestaande bedrijventerreinen te intensiveren. Daar valt echt winst te behalen. Gemeenten en bedrijven moeten daar echt werk van gaan maken, en zodra dat consequent gebeurt, voorzien wij een intensievere benutting van de huidige bedrijventerreinen. Hoe: de hoogte in, parkeren beter organiseren, minder leegstand. Voor een andere deel is er geen andere optie dan nieuwe terreinen te ontwikkelen. De behoefte aan nieuwe terreinen in de 21 MRE gemeenten is uitvoerig onderzocht, getuige het Regionale Programma Werklocaties. Dat is een goede leidraad voor de bepaling van de behoefte, waarbij we ons moeten realiseren dat er al enige jaren sprake is van een tekort aan ruimte dat snel oploopt.
Tekort aan bedrijventerrein: dat zien we inmiddels op nationale schaal, dat zien we in Brabant en dat zien we ook en zeker in Brainport. We kunnen ons dus geen pauze veroorloven wat betreft de ontwikkeling van nieuwe terreinen.
1
Die nieuwe terreinen zijn voor een breed samengesteld bedrijfsleven, van klein tot groot, van familiebedrijf tot internationaal concern. Niet alleen voor de semicon, want ook over een paar jaar zal nog steeds zo’n 90% van de mensen in andere sectoren werken. Voldoende ruimte voor bedrijven is dus een belangrijk thema. Daar komt bij dat het vestigingsklimaat voor bedrijven in ons land al onder druk staat. Regeldruk, arbeidskrapte, stikstofimpasse, netcongestie, om maar een paar problemen te noemen. Ook ruimtenood kan binnenkort op dat lijstje worden bijgeschreven, als we niet werk maken van de ontwikkeling van nieuwe werklocaties. Doen we dat niet, dan kunnen bedrijven in deze regio niet verder vooruit en zullen ze hun heil elders moeten zoeken. Daarmee verliest ook onze regio verdiencapaciteit. Daarbij gaat het om een programma voor de gehele Brainport-regio. De lokale schaal maakt vaak plaats voor een regionale. Steeds meer bedrijven kijken verder dan de eigen gemeentegrens. Voor de Kempen gemeenten zie je dat terug in de plannen vaar het KBP 2. Meer naar het Oosten zie je een vergelijkbare ontwikkeling met een plan voor Brainport-Oost. Het KBP 2 is niet zomaar een terrein, het is in onze ogen een doorontwikkeling van het KBP 1 en dat is een terrein om trots op te zijn. En mooi visitekaartje voor de regio.
Met het KBP 2 krijgt de regio de kans om dat concept verder te verbeteren. Een modern, duurzaam en hoogwaardig terrein, goed bereikbaar en aantrekkelijk in uitstraling. Het kan in de markt worden gezet als een internationaal toonbeeld van de kracht van Brainport en De Kempen en versterkt het vestigingsklimaat. Uitgifte vindt, wat ons betreft, bovendien gericht plaats aan bedrijven met aantoonbare lokale of regionale meerwaarde. En ja, in het kader van zuinig ruimtegebruik is een gefaseerde uitgifte logisch. Voorkom dat je een terrein ontwikkelt waar eigenlijk nog geen vraag naar is, en dat te lang braak ligt. En als laatste: bij beleid rond bedrijventerreinen hoort ook flankerend beleid, ten aanzien van woningen en infrastructuur . Meer arbeidsplaatsen betekent ook extra woningruimte en meer verplaatsingen dus opwaardering van de infrastructuur.
2