Bijlage bij 22.24548 - Beleidsnotitie Kempenbranie 30 maart 2022.PDF
Tekst van het document
Kempenbranie Gezond en kansrijk opgroeien in de Kempen
Projectgroep #Kempenbranie Gemeente Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden
1
Inhoudsopgave 1. De IJslandse aanpak 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Aanleiding deelname aan het traject in de Kempen De IJslandse aanpak in het kort De IJslandse manier van werken: het doorlopen van een cyclus Beschermende en risicofactoren binnen de leefwereld van de jongeren
3 3 3 4 5
2. Een terugblik op het beleidsvormende leertraject in de Kempen 2.1 2.2 2.3 2.4
Het verloop van het beleidsvormende leertraject in de Kempen De drie Kempische speerpunten De Kempische acties en interventies Uitkomsten beleidsvormende leertraject: we willen door!
6 6 6 8
3. Borging van Kempenbranie 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8
Van pilot naar werkwijze Monitoring door de GGD Rol gemeente en taakverdeling stuurgroep en werkgroep Uitvoeringsplan Communicatie Financiering Kansen en uitdagingen de komende jaren Tot slot
9 9 9 10 10 10 11 12
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
De principes van de IJslandse aanpak Evaluatie Kempenbranie Rollen en taken Uitvoeringsplan Kempenbranie 2022-2023
2
Hoofdstuk 1 De IJslandse aanpak 1.1 Inleiding #Kempenbranie is de lokale campagnenaam voor de IJslandse aanpak waar we in de Kempengemeenten in 2018 mee zijn gestart. Een aanpak om het middelengebruik terug te dringen door in te zetten op een positieve omgeving waarin jongeren gezond, veilig en kansrijk kunnen opgroeien. Alcoholgebruik is in de Kempengemeenten van oudsher een aandachtspunt en daarmee is het tegengaan van alcoholmisbruik onder jongeren ook al jaren een speerpunt van gezondheidsbeleid. We zijn in 2018 gestart met een beleidsvormend leertraject van drie jaar, samen met vijf andere gemeenten in Nederland onder begeleiding van het Trimbos Instituut, het Nederlandse Jeugdinstituut (NJI) en het Icelandic Centre for Social Research and Analysis (ICSRA). Inmiddels is het leertraject afgelopen en hebben we zowel landelijk als in de Kempengemeenten de pilot geëvalueerd. In deze notitie blikken we terug op deze pilot en wat het heeft opgeleverd, maar kijken we vooral ook vooruit. Op welke wijze willen we de aanpak verder borgen in de Kempen? In dit eerste hoofdstuk wordt ook nog verder ingegaan op de IJslandse aanpak zelf.
1.2 Aanleiding deelname aan het traject in de Kempen De veelbelovende cijfers over het dalende middelengebruik waren voor het Trimbos Instituut en het NJI reden om te onderzoeken of het IJslandse model ook in Nederland te implementeren is en vertaald kan worden naar de Nederlandse context. Daarom is van april 2018 tot april 2021 een beleidsvormend leertraject opgezet. Hieraan hebben we met de vier Kempengemeenten gezamenlijk deelgenomen. Daarnaast namen ook vijf andere Nederlandse gemeenten deel; Amersfoort, Hardenberg, Súdwest-Fryslân, Texel en Urk. Alcoholgebruik is van oudsher in de Kempengemeenten een aandachtspunt en daarmee ook al jaren een speerpunt van het gezondheidsbeleid. Jongeren in de Kempen beginnen te jong met alcohol drinken en doen dit daarnaast te veel en te vaak. Dit was dan ook de belangrijkste reden om mee te doen aan deze pilot. Alcohol drinken op jonge leeftijd heeft een negatief effect op de hersenontwikkeling. Daarnaast lopen kinderen die jong starten met drinken een veel groter risico op alcoholverslaving op latere leeftijd. In de Kempen werken we al intensief samen op allerlei beleidsterreinen en zagen we ook het belang van meer afstemming en samenwerking op dit vlak. Jongeren houden zich immers niet aan gemeentegrenzen. Ze gaan bijvoorbeeld in de ene gemeente naar school en in de andere gemeente op stap.
Ook het Pius X College, het Rythovius College, de GGD Brabant-Zuidoost en Novadic-Kentron waren enthousiast en bereid om mee te doen aan de pilot. Daarnaast is tijdens de pilot de Groote Aard, school voor speciaal (voortgezet) onderwijs aangesloten.
1.3 De IJslandse aanpak in het kort Het IJslandse preventiemodel is een wetenschappelijk onderbouwde benadering (evidence-based) om middelengebruik (alcohol, tabak en drugs) onder jongeren te voorkomen en het welbevinden van jongeren te vergroten. Het model is gericht op het implementeren van maatregelen en lokale interventies die risicofactoren voor middelengebruik verminderen en beschermende factoren versterken. Dit gebeurt op basis van de resultaten van metingen die afgenomen worden onder jongeren en op basis van overleg hierover met organisaties en personen in de omgeving van jongeren. Het IJslandse model bestaat dus niet uit een vast pakket aan interventies of campagnes. Lokaal wordt besproken wat de grootste aandachtspunten zijn en waar kansen liggen om deze aan te pakken. Het model is ontwikkeld door ICSRA, een non-profitonderzoeksinstituut uit Reykjavik. Sinds de invoering van het IJslandse preventiemodel, twintig jaar geleden, is het middelengebruik onder de IJslandse jeugd sterk gedaald en behoort zij nu tot de minst gebruikende jongeren in Europa. De aanpak wordt inmiddels in 34 landen in de wereld gebruikt.
3
Het IJslands preventiemodel werkt volgens de volgende vijf principes die in de onderstaande tabel kort worden toegelicht. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar bijlage 1.
1.4 De IJslandse manier van werken: het doorlopen van een cyclus Om een gezonde omgeving te vormen wordt in IJsland een jaarlijkse cyclus doorlopen die uit vier stappen bestaat. Hierin staat community building centraal: onderzoekers en beleidsmakers bouwen aan draagvlak onder lokale stakeholders en stimuleren samenwerking tussen deze stakeholders in alle stappen. 1. Monitoring. Onder alle 15- en 16 jarigen wordt in IJsland elk jaar een vragenlijst afgenomen waarmee de leefwereld van de jongeren in beeld wordt gebracht. De data wordt verzameld onder een representatief gedeelte (minstens 80%) van de jongeren. Door deze monitor wordt inzicht verkregen in het middelengebruik, het welbevinden en de beschermende- en risicofactoren. Doordat de vragenlijst periodiek wordt afgenomen, kunnen trends en verschuivingen in het middelengebruik en de beschermende en risicofactoren worden gevolgd. In Nederland gaan we uit van afname van de vragenlijst een keer per 2 jaar. 2. Snelle terugkoppeling van de resultaten en dialoog hierover met lokale partners. Binnen 2 à 3 maanden zijn de resultaten beschikbaar. Door de snelle terugkoppeling van informatie ontstaat een actueel beeld van het middelengebruik, de gezondheid en het welbevinden van de jongeren.
De resultaten voeden de dialoogtussen onderzoekers, beleidsmakers van de gemeente en andere lokale partners, zoals scholen, ouders en aanbieders van vrijetijdsactiviteiten. 3. Beleidsvorming op basis van de resultaten. Lokale partners bedenken samen welke acties, interventies en maatregelen moeten worden ingezet om de beschermende factoren te versterken en de risicofactoren te verminderen. Ieder levert een bijdrage vanuit zijn of haar expertise. 4. Uitvoering van beleid en acties. Deze cyclus wordt na elke vragenlijst herhaald. De resultaten van de nieuwe vragenlijst worden gebruikt om de resultaten van de acties, interventies en maatregelen te evalueren en te reflecteren op het proces. Hierna wordt bekeken welke acties en interventies voortgezet, bijgesteld of toegevoegd moeten worden.
4
1.5 Beschermende- en risicofactoren binnen de leefwereld van de jongeren De essentie van het IJslandse model is om een gezonde omgeving voor jongeren te creëren die is ingericht om middelengebruik te voorkomen en te werken aan het welbevinden van jongeren. Maar hoe doe je dat? De eerste stap die ze in IJsland hebben gezet is nagaan hoe het komt dat jongeren wel of geen middelen gebruiken. Uit de wetenschappelijke literatuur hebben de IJslanders de belangrijkste omgevingsfactoren geselecteerd die het risico op middelengebruik verkleinen (beschermende factoren) en het risico vergroten (risicofactoren). Deze zijn grofweg op te delen in vier domeinen: Gezin Volgens de grondleggers van het IJslandse model zijn de ouders de belangrijkste beschermende factor in het leven van hun kind. Door warmte en steun te geven, met elkaar tijd door te brengen, grenzen te stellen en te monitoren kunnen ouders een belangrijke beschermende factor zijn in het voorkomen van middelengebruik. Peergroep Het middelengebruik en ander gedrag van de peergroep (vrienden en leeftijdgenoten) heeft invloed op jongeren. Groepen jongeren die laat buiten rondhangen of naar feestjes zonder toezicht gaan, gebruiken in IJsland meer middelen dan jongeren die dit niet doen. School School wordt in IJsland gezien als de natuurlijke vindplek voor jongeren en hun ouders.
Tegelijkertijd spelen scholen vaak een centrale rol in de wijk en is er een nauwe afstemming met culturele en sportactiviteiten die na schooltijd plaatsvinden. Veel van de activiteiten vinden daarom op, rondom of in samenspraak met school plaats. Vrije tijd Een zinvolle vrijetijdsbesteding is een belangrijk uitgangspunt binnen de IJslandse aanpak. Door jongeren een zinvolle vrijetijdsbesteding te bieden, kun je zorgen voor een gezonde ontwikkeling en voorkomen dat jongeren zich gaan vervelen en daarmee het risico lopen middelen te gebruiken of ander risicogedrag te vertonen. De vrijetijdsactiviteiten zoals beoogd in het IJslandse model dienen te voldoen aan een aantal randvoorwaarden. Zo dient de activiteit te worden begeleid door professionals en plaats te vinden in een gezonde omgeving zonder verleiding tot middelengebruik.
Overzicht beschermende en risicofactoren in de leefwereld van jongeren
5
Hoofdstuk 2 Een terugblik op het beleidsvormende leertraject 2.1 Het verloop van het beleidsvormende leertraject in de Kempen Het traject bestond uit een nulmeting bij de start in 2018. Onder alle jongeren in de 4e klas van het Rythovius College en het Pius X College is op school een uitgebreide vragenlijst afgenomen. Deelname aan de vragenlijst was digitaal en anoniem. In totaal hebben 684 leerlingen de vragenlijst ingevuld. Met de vragenlijst hebben we inzicht gekregen in de leefwereld van onze jongeren en daarmee hebben we ook inzicht gekregen in de beschermende en risicofactoren die een rol spelen in het leven van onze jongeren. Over de resultaten zijn we met de betrokken partijen het gesprek aangegaan. Samen met hen hebben we op basis van deze resultaten drie speerpunten voor de Kempen benoemd en hebben we acties en interventies uitgewerkt om te werken aan deze speerpunten. Eind 2020 is een tweede vragenlijst afgenomen onder alle jongeren die toen in de 4 e klas zaten van het Rythovius College en het Pius X College. In totaal hebben toen 599 leerlingen de vragenlijst ingevuld. Naast de reguliere vragen zijn aan deze meting een aantal extra vragen toegevoegd om de impact van corona op de jongeren te meten. Begin 2021 zijn we hierover opnieuw het gesprek aangegaan. Op basis van de resultaten van deze tweede meting komen we tot dezelfde 3 speerpunten voor de komende periode.
Tijdens de pilotperiode zijn we begeleid door het Trimbos Instituut, het Nederlands Jeugdinstituut en ICSRA. We hebben periodiek afgestemd en ervaringen uitgewisseld met de andere deelnemende gemeenten.
2.2 De drie Kempische speerpunten De drie Kempische speerputen zijn welbevinden, ouderbetrokkenheid en vrije tijd. Welbevinden gaat vooral over lekker in je vel zitten. Jongeren die zich ongelukkig voelen hebben een grotere kans om een ongezonde leefstijl te ontwikkelen dan kinderen die zich gelukkig voelen. Bij ouderbetrokkenheid gaat het om informeren van ouders en het versterken van de onderlinge communicatie tussen ouders om daarmee het middelengebruik tegen te gaan. Dat is belangrijk want zo kunnen zij elkaar steunen in het stellen en bewaken van grenzen. Daarnaast gaat ouderbetrokkenheid ook over het meer betrekken van ouders bij school en hun kind. Gedurende de schoolcarrière van het kind vermindert het contact tussen ouders en school. Met name het verschil tussen primair en voortgezet onderwijs is groot. Op het voortgezet onderwijs blijft het contact tussen ouders en school beperkt tot een 10-minutengesprek en af en toe een ouderavond. Ouders blijken minder tijd te hebben om te ondersteunen bij praktische zaken, zoals schoolreisjes, maar zijn juist heel erg betrokken als het om de ontwikkeling van hun kind gaat. Bij zinvolle vrijetijdsbesteding gaat het over een aantrekkelijk, gevarieerd en veilig aanbod aan vrijetijdsactiviteiten, dat aansluit op de wensen en behoeften van de jongeren.
Wanneer zij een zinvolle vrijetijdsbesteding hebben, zijn jongeren minder geneigd zich te vervelen en dit werkt als een beschermende factor bij het middelengebruik en welbevinden. Een veilig aanbod gaat bijvoorbeeld over de inzet van jeugdprofessionals bij activiteiten. In IJsland wordt professionale begeleiding van vrijetijdsactiviteiten erg belangrijk gevonden, omdat professionals pedagogisch geschoold zijn. Het Nederlandse verenigingsleven werkt juist heel veel met vrijwilligers. Het is dan ook belangrijk om in te zetten op trainingen om de vaardigheden van vrijwilligers te vergroten.
2.4 De Kempische acties en interventies Hieronder wordt inzicht gegeven in de belangrijkste activeiten en interventies die zijn ontwikkeld en ingezet op basis van de drie speerpunten. Hierbij is het goed om te vermelden dat alhoewel de uitkomsten van de vragenlijsten gaan over de jongeren uit de 4e klas, de interventies zijn gericht op een veel grotere doelgroep. Preventief werken vraagt immers vaak om inzet op eerdere momenten gericht op bepaalde risico- en beschermende factoren om de omgeving van de jongeren te gaan veranderen. Ouderbetrokkenheid We hebben de website www.kempenbranie.nl ingericht; een website voor ouders en professionals om informatie over Kempenbranie te delen. Ook is er een instagram account en een facebookpagina actief waarmee onder de campagnenaam #Kempenbranie wordt gecommuniceerd. Om ouders te betrekken hebben we verschillende activiteiten georganiseerd samen met de GGD Brabamntuidoost en Novadic-Kentron. We zijn gestart met twee theatervoorstellingen ‘Een puber in huis’ door opvoeddeskundige Marina van der Wal in 2019, gratis aangeboden aan ouders in de Kempen. Een voorstelling in CC den Herd, een in de Kattendans in Bladel. Beide voorstellingen zijn goed bezocht. In 2020 hebben we de online ouderavond ‘Woar moeide gij oe eigen mee?’ georganiseerd. Deze ouderavond is met 6
ruim 100 deelnemers door ouders van leerlingen op het voortgezet onderwijs goed bezocht. In 2021 is voor alle ouders van groep 8 leerlingen een ouderavond georganiseerd in het kader van de overstap van Primair Onderwijs naar het Voortgezet Onderwijs. Ook deze ouderavond is goed bezocht. Hier willen we dan ook op voortborduren. Dat doen we door samen met de scholen en de partners die betrokken zijn bij de organisatie van de avonden deze jaarlijks (cyclisch) te organiseren en steeds meer gericht toe te spitsen op de doelgroep. Dat wil zeggen dat je ouders van kinderen die van de basisschool komen anders benadert dan ouders van kinderen die al op het voortgetzet onderwijs zitten, of ouders die van kinderen die naar het speciaal onderwijs gaan. Tot slot is een online folder ontwikkeld met informatie en tips voor ouders van pubers met daarin de cijfers uit de laatste meting. Deze folder kan eenvoudig worden aangepast op basis van de nieuwste resultaten en dat is na de 2e meting ook gebeurd. Deze folder is gedeeld met de ouders die de ouderavonden hebben bezocht. De folder is te vinden op de website van Kempenbranie.
Zinvolle vrijetijdsbesteding De samenwerking tussen de jeugdcoaches in de Kempen is de afgelopen jaren versterkt. Samen met hen is een vernieuwend aanbod voor naschoolse vrije tijdsbesteding opgestart. Zo is op het Rythovius College ‘De Spot’ opgestart. Een locatie binnen de school, waar jongeren onder begeleiding van een van de jeudgcoaches kunnen chillen en deel kunnen gaan nemen aan naschoolse activiteiten. Docenten kunnen worden betrokken in de opzet van het programma, denk aan de gym of docent handvaardigheid. En er kunnen ook gasten van buiten de school worden aangetrokken. Denk hierbij bijvoorbeeld voor het geven van een workshop. De Spot is gestart voor de 1e jaars leerlingen op een vaste dag in de week. Vanwege het succes van deze spot is dit na afloop van het eerste schooljaar in samenwerking met het Rythoviuscollege uitgebreid met een extra dag. De Spot is ingericht samen met leerlingen. Daarnaast is een ‘Mobiele Spot’ voor de Kempen aangeschaft en ingericht. Met de bus bieden de jeugdcoaches wekelijks bij het Pius X-College en de Groote Aard een plek om bij elkaar te komen voor leerlingen onder begeleiding van een jeugdcoach en samen activiteiten te ondernemen. De bus is samen met leerlingen ingericht en aangekleed waarmee de bus ook voor en door leerlingen is. De bus bevat allerlei sport- en spelmaterialen die ter plekke ingezet kunnen worden.
De mobiele spot kan daarnaast worden ingezet om ook op andere plekken in de Kempen activiteiten aan te bieden. Op het Pius X college wordt de bus vanaf begin 2022 ingezet. Op de Groote Aard wordt de bus ingezet vanaf begin van schooljaar 2021/2022. Er vind een intensieve samenwerking plaats met de preventiewerker van Nocadic-Kentron. Er is ook geïnvesteerd in randvoorwaarden voor vrijetijdsactiviteiten. Zo zijn er voor verenigingen Rots en Water georganiseerd om trainers handvatten te geven hoe je ervoor zorgt dat iedereen mee doet tijdens de training, dat niemand buiten de boot valt, de sfeer in het team goed blijft etc. Er zijn 4 trainingen gegeven en hieraan hebben in totaal 44 vrijwilligers deelgenomen van 13 verschillende verenigingen uit de Kempen. Op verzoek van enkele verenigingen is een verdiepende training ontwikkeld gericht op grensoverschrijdend gedrag. Deze training wordt in 2022 gegeven. Welbevinden In het kader van welbevinden hebben we ook verschillende interventies en activiteiten opgestart. Op de Groote Aard komt elke week een jeugdcoach langs die laagdrempelig contact maakt met de leerlingen en hun leefwereld. Ook zijn er trainingen Lab of Life aangeboden aan jongeren uit de Kempen om beter te leren omgaan met stress. Deze staan ook nog gepland in 2022 en worden daarna geëvalueerd.
De GGD heeft samen met de Middelbare Scholen de preventieve ondersteuning aan leerlingen op school in kaart gebracht op basis waarvan komende jaren gerichter ingezet kan gaan worden op preventie op school. Verder wordt er in samenwerking met Join Us een aanbod opgestart voor eenzame jongeren. De voorbereidingen hiervan zijn in 2021 gestart. Tijdens tweewekelijkse ontmoetingsavonden ontmoeten jongeren elkaar en werken ze aan hun sociale vaardigheden.
7
2.5 Uitkomsten beleidsvormende leertraject: we willen door! Het veranderen van de omgeving is niet iets wat je in een jaar doet, of in 5 jaar. In IJsland hebben ze er 20 jaar over gedaan om het middelengebruik van de jongeren naar beneden te krijgen. Het is een aanpak die vraagt om een lange termijn investering. Dat was al bekend voordat we zijn gestart met dit traject. Verandering van houding en gedrag, bijvoorbeeld van ouders ten aanzien van alcoholgebruik door hun kinderen, kost tijd. De vraag is dan ook of je na dit leertraject al effecten kunt zien van de aanpak. In deze paragraaf kijken we naar de cijfers en naar de samenwerking die we hebben geëvalueerd. Voor de evaluatie wordt verwezen naar bijlage 2. Zoals verwacht, is het op dit moment te vroeg om concrete resultaten van de aanpak af te leiden uit de gegevens vanuit de twee vragenlijsten. We hebben tijd nodig gehad om acties en interventies uit te werken en in te zetten en het is dan ook niet mogelijk om de uitkomsten van de vragenlijst te koppelen aan de concrete interventies die we hebben gedaan. Daar komt bij dat corona een grote invloed heeft gespeeld op de samenleving de afgelopen 2 jaar. Het is niet duidelijk wat de invloed hiervan is geweest op de resultaten van de tweede meting. Daarnaast is het vanwege de coronacrisis ook heel lastig gebleken om ouderbetrokkenheid te generen.
Want hoe breng je ouders met elkaar in contact als er geen fysieke bijeenkomsten zijn toegestaan en ouderavonden, ook op school, allemaal online zijn. We staan hierin dus nog redelijk aan het begin van het traject. De ouderavond voor ouders van groep 8 leerlingen is een hele mooie eerste stap om ervoor te zorgen dat in de toekomst elke ouder weet wat Kempenbranie inhoudt en het belang inziet van het kennen van de vrienden van je kinderen en van (gezamenlijke) afspraken over alcoholgebruik. Kijkend naar het effect op jongeren van de interventies dan zijn vooral de Spot op het Rythoviuscollege en het wekelijkse bezoek van de jeugdcoach op de Groote Aard mooie voorbeelden om te benoemen. De Spot draait inmiddels 1,5 jaar en het feit dat de Spot is uitgebreid met een extra dag laat zien dat dit duidelijk een behoefte van de jongeren vervult. Jongeren hebben daar sociale contacten, vinden een luisterend oor en begeleiding en een steuntje in de rug wanneer dat nodig is en zijn samen actief bezig. Het Rythoviuscollege is van mening dat dit heel preventief werkt en dat jongeren hierdoor lekkerder in hun vel zitten. Tijdens het wekelijkse bezoek aan de Groote Aard krijgen leerlingen tijdens de pauze en na school de kans om langs te gaan bij de Mobile Spot.
Net als op het Rythovius college vinden ze daar een vrije en veilige omgeving, sociale contacten, een luisterend oor en begeleiding wanneer nodig is. Daarnaast heeft de jeugdcoach wekelijks de kans om aan te sluiten bij verschillende werkgroepen om een betere band met de leerlingen op te bouwen die daar baat bij kunnen hebben. Het is voor de leerlingen een fijne plek om even te ontspannen en gesprekken aan te gaan over niet schoolse thema’s die ze bezig houden. In de samenwerking zijn ook duidelijk positieve resultaten behaald. Door het project is een intensieve samenwerking tot stand gekomen tussen de verschillende partners. We hebben elkaar beter leren kennen en weten elkaar beter te vinden. We zijn ervan overtuigd dat we door deze samenwerking meer kunnen bereiken om onze jongeren een gezonde en kansrijke start te bieden. De scholen vormen immers een belangrijk onderdeel in het leven van de jongeren en daarmee een hele belangrijke schakel om die jongeren en hun ouders te bereiken. Omdat we samen speerpunten bepalen en acties en interventies uitwerken op basis van de meest recente lokale gegevens is de betrokkenheid en het commitment groot. Daarnaast kunnen we op deze manier meer integraal en gezamenlijk vanuit de verschillende partijen inzetten op preventie. Dit is een grote winst van het leertraject.
De uitkomst voor de betrokken partners is duidelijk: we willen door met deze aanpak! Uit de evaluatie zijn nog verschillende kansen en uitdagingen geformuleerd. Deze komen in het volgende hoofdstuk aan bod. De aanpak is ontwikkeld in IJsland vanuit middelengebruik, om het middelengebruik onder jongeren tegen te gaan. Dat is ook onze reden geweest om deel te nemen aan dit traject. Inmiddels is duidelijk geworden dat de aanpak zoveel meer biedt. Immers door in te zetten op beschermende factoren en risicofactoren in de leefwereld van de jongeren werk je eraan dat jongeren gezond en kansrijk kunnen opgroeien. Het gaat daarmee ook veel meer over het welbevinden van onze jongeren. Deze bredere focus zorgt voor veel meer verbinding en draagkracht want iedereen wil toch dat onze jongeren goed in hun vel zitten en gezond en kansrijk opgroeien. Deze bredere focus en bredere positionering blijkt ook uit de landelijke evaluatie van het leertraject. Dit is tevens de reden dat het Trimbos en het NJI met dit traject verder gaan onder de naam Opgroeien in een Kansrijke Omgeving, afgekort OKO (zie ook www.trimbos.nl/oko). Overigens gaan ook de andere pilotgemeenten door met deze aanpak en zijn dit jaar 10 nieuwe gemeenten gestart.
8
Hoofdstuk 3 Vervolg van Kempenbranie 3.1 Van pilot naar structurele werkwijze In dit hoofdstuk zetten we uiteen hoe we samen met de partners de werkwijze willen gaan borgen en blijvend kunnen (samen) werken aan een gezonde en kansrijke omgeving voor de jeugd. Binnen de gemeenten en samen met de betrokken partners is daar draagvlak voor. Dat vraagt van gemeenten en partners om commitment uit te spreken en om langdurig te investeren, zodat we samen, stap voor stap, op een duurzame manier kunnen werken aan preventief jeugdbeleid.
3.2 Monitoring door de GGD Een essentieel onderdeel van de aanpak is de periodieke monitoring onder jongeren en de snelle terugkoppeling van de resultaten. Tijdens de pilotperiode is gebruik gemaakt van de monitor van de IJslanders. Vanaf nu willen we de monitoring via de GGD laten verlopen. Daarbij gaan we uit van monitoring 1 keer per 2 jaar. Aan de bestaande vragenlijst van de GGD monitor kan hiervoor een “IJslandmodule” worden toegevoegd, met daarin aandacht voor beschermende en risicofactoren. Dit doen we vanuit de Kempen samen met de GGD onder begeleiding van het Trimbos Instituut en het Nederlands Jeugd Instituut (NJI). Voor deze begeleiding en ondersteuning is voor vier jaar een overeenkomst afgesloten met het Trimbos Instituut. De keuze voor de monitoring door de GGD valt mooi samen met landelijke ontwikkelingen in de monitoring. De reguliere papieren GGD jongerenmonitor die voorheen werd toegestuurd aan jongeren op basis van een steekproef wordt vervangen door een online vragenlijst die wordt afgenomen onder alle jongeren in (klas 2 en) klas 4 van het Voortgezet Onderwijs. Landelijk wordt nog afgestemd over de frequentie van de afname. Nu is dat nog 1 x per 4 jaar, mogelijk wordt dit verhoogd naar 1 x per 2 jaar.
Als de frequentie landelijk wordt verhoogd is dat gunstig omdat dit leidt tot lagere kosten voor ons als gemeenten omdat de basiskosten voor een dergelijke monitor worden bekostigd door het rijk. Als bekend is wat extra nodig is voor de analyse van de vragenlijsten en de snelle specifieke terugkoppeling met betrekking tot de ‘IJslandmodule’ als onderdeel van de reguliere jongerenmonitor kan de GGD de kosten hiervan voor ons als gemeenten in beeld brengen.
3.3 Rol gemeente en taakverdeling stuurgroep en werkgroep Het samenwerken met lokale partners is een essentieel onderdeel van de IJslandse aanpak. De IJslandse aanpak vraagt na elke monitor om een dialoog tussen de lokale partners over de nieuwste resultaten. Zodat samen besproken kan worden wat de aandachtspunten c.q. speerpunten zijn en op welke beschermende en risicofactoren moet worden ingezet. Waarna we vervolgens met de partners kunnen bepalen welke acties en interventies we gaan inzetten. Voorheen werkten we met een projectgroep en met losse werkgroepen per speerpunt. Uit de evaluatie blijkt dat er een duidelijke behoefte is aan een goede taakverdeling en duidelijke structuur Gelet hierop gaan we werken met een stuurgroep en een brede werkgroep. Hiermee kunnen we de taken beter verdelen, zijn partners beter betrokken en houden de deelnemers overzicht op alle acties. De gemeenten hebben hierin een regierol. Wij moeten zorgen voor het tijdig, cyclisch doorlopen van de vier stappen uit de werkwijze, zorgen voor het faciliteren en ondersteunen van betrokken partijen en voor het opbouwen van het draagvlak en samenwerking onder de betrokken partijen. Projectleiding en communicatie zijn daarom belangrijke taken in de aanpak die bij de gemeenten liggen. In bijlage 3 is de taakverdeling tussen de verschillende partners en de stuurgroep en werkgroep verder uitgewerkt. 9
De stuurgroep bestaat uit vertegenwoordiging vanuit de gemeentelijke organisaties, de scholen en GGD Brabant-Zuidoost. Onder voorzitterschap en regie van gemeenten is de belangrijkste taak van de stuurgroep het sturen op de processen. De stuurgroep komt vier keer per cyclus bijeen om zo sturing te kunnen geven aan de vier vaste onderdelen van de twee jaarlijkse cyclus; de monitor, de dialoog, de beleidsvorming en de uitvoering. Daarnaast houdt de stuurgroep zicht op de uitvoering van de jaarplanning, de financiën en kunnen zij adviseren over de onderliggende overlegstructuur. De scholen voor voortgezet onderwijs zijn al vaste deelnemer van de stuurgroep. Daarnaast is de wens om de stuurgroep uit te breiden met het primair onderwijs, bijvoorbeeld door middel van een afvaardiging vanuit elk schoolbestuur dat actief is in de Kempen, te weten Kempenkind, RBOB de Kempen, Skozok en Veldvest. We gaan met hen in gesprek hierover. De werkgroep werkt in opdracht van de stuurgroep aan de uitwerking van de acties uit het jaarplan. De vaste deelnemers aan de werkgroep zijn gemeenten, de jeugdcoaches, scholen, GGD Brabant-Zuidoost en Novadic-Kentron. Voor de uitvoering van de projecten worden ook andere partners betrokken indien dit aan de orde is. Denk bijvoorbeeld aan de bibliotheek, de politie, sport- en cultuuraanbieders. 3.4 Uitvoeringsplan We gaan werken met een uitvoeringsplan.
In dit plan dat voor twee jaar geldt, werken we uit op welke acties en interventies wordt ingezet en wanneer deze plaatsvinden. In het uitvoeringsplan leggen we ook de planning van de beleidscyclus vast. Daarmee wordt voor iedereen duidelijk wanneer de periodieke vragenlijst wordt afgenomen, wanneer de resultaten beschikbaar zijn en wanneer het overleg met de partners hierover kan plaatsvinden. Conform de aanpak baseren we onze acties en interventies voor 2022 en 2023 op de drie Kempische speerpunten en op de specifieke aandachtspunten die zijn vastgesteld naar aanleiding van de vorige meting. Dat zijn ouderbetrokkenheid, welbevinden en zinvolle vrijetijdsbesteding. In bijlage 4 is het concept uitvoeringsplan opgenomen voor 2022 en 2023.
3.5 Communicatie Een belangrijk onderdeel van de aanpak is de communicatie. Communicatie vraagt blijvende aandacht en specifieke kennis. De website www.kempenbranie.nl en de inzet via sociale media maken een belangrijk onderdeel uit van de middelen voor communicatie en zijn daarom ook opgenomen in het uitvoeringsplan. Deze vragen om meer aandacht de komende periode. Bij de start van het beleidsvormende leertraject is een communicatieplan opgesteld en is de communicatieafdeling van de gemeente Bergeijk nauw betrokken geweest. In overleg met de communicatieadviseurs willen we afstemmen op welke wijze we de advisering en begeleiding ten aanzien van communicatie de komende jaren georganiseerd kan worden.
3.6 Financiering De kosten voor het leertraject zijn verdeeld in project- en activiteitenkosten. De projectkosten. Voor de komende 4 jaar wordt opnieuw begeleiding door het Trimbos ingekocht. De kosten bedragen in totaal € 8.000,- per jaar voor de 4 gemeenten samen. Daarnaast zullen er een keer per 2 jaar extra kosten worden gemaakt door de GGD voor de monitoring. De bijdrage hiervoor is op dit moment nog niet bekend. De projectkosten worden verdeeld op basis van inwoneraantallen. De activiteitenkosten zijn de kosten voor interventies en acties zoals opgenomen in het uitvoeringsplan. We schatten in dat we voor de uitvoering van de projecten maximaal € 5.000,- tot € 7.000,- per gemeente kwijt zijn ten laste van onze bestaande budgetten. In de middelen is hier door de meeste gemeenten al in voorzien. Deze kosten zijn nu beperkt omdat we voor de grote projecten, zoals de aanschaf en inzet van de mobiele spot en de opzet van Join Us, gebruik maken van de middelen die we hebben ontvangen voor het uitvoeren van het preventieakkoord, het coronasteunpakket en de rijkssubsidie jeugd aan zet. Hiermee is eerstkomende jaren voorzien in deze twee projecten. Daarna worden deze projecten geëvalueerd en wordt afgewogen of voortzetting nodig is en of en hoeveel extra middelen hiervoor nodig zijn.
De activiteitenkosten worden over de vier gemeenten verdeeld op basis van de verdeelsleutel die het meest reëel is per project. Dit kan zijn op basis van inwoneraantallen, herkomst leerlingen van de VO scholen of evenredig over de 4 gemeenten. De verdeelsleutel wordt per project vooraf vastgelegd.
10
3.7 Kansen en uitdagingen voor de komende jaren Op basis van de ervaringen van de afgelopen jaren en de evaluatie van het traject hebben we tot slot onderstaande kansen en uitdagingen geformuleerd.
Taakverdeling en voldoende uren De gemeenten hebben de regie op de aanpak. Personele wisselingen, uitval en volle werkagenda’s binnen de gemeenten vragen echter aandacht. Hoe zorgen we ervoor dat Kempenbranie de aandacht krijgt die nodig is en dat de betrokken medewerkers hiervoor de benodigde tijd hebben. Verder ligt er een uitdaging voor de gemeenten om samen te komen tot een goede taakverdeling onderling. Wenselijk is dat elke gemeente 0,2/ 0,25 fte beschikbaar heeft voor de regierol bij Kempenbranie. Het gaat daarbij in principe niet om nieuwe uren. We hebben immers al uren voor preventief jeugdbeleid en voor alcoholmatiging in ons takenpakket waar we anders ook op in zetten. We bundelen nu alleen meer krachten en positioneren zaken ook anders (vanuit Kempenbranie). De aanpak vraagt uiteraard ook van de partners tijd. We vragen hier aandacht voor om dit ook binnen hun organisaties goed vast te leggen en te borgen. Actie We maken een goede taakverdeling en werkafspraken tussen de 4 gemeenten en leggen deze vast.
De aanpak verbinden met andere preventieve programma’s Binnen de Kempen wordt al veel gedaan aan preventie voor allerlei thema’s zoals middelengebruik, welbevinden, voeding en beweging. Daarnaast zijn gemeenten verantwoordelijk voor het brede jeugdbeleid en voor jeugdhulp. Er liggen kansen om te bekijken op welke vlakken de bestaande programma’s elkaar kunnen versterken of aan elkaar verbonden kunnen worden om daarmee integraal aan preventie te werken. Dit biedt kansen want er is veel overlap in doelen en de acties kunnen elkaar dan versterken. Het gaat hierbij dan bijvoorbeeld om acties die volgen uit het preventie- en handhavingsplan alcohol en/of uit het lokale gezondheidsbeleid van de gemeenten, maar ook het regionale plan tegen de normalisering van drugs. Voorbeelden zijn de landelijke campagnes als Stoptober en IkPas waarmee je inwoners bewust maakt van hun rook- en drinkgedrag maar ook thema’s als gezonde sportkantines, de rookvrije generatie en gehoorschade. Hiermee wordt ook gewerkt aan een gezonde omgeving voor de jeugd. Daarnaast geven de scholen aan dat ze het CJG+ als een belangrijke partner zien voor Kempenbranie. Ook het CJG+ zet preventieve activiteiten in en er liggen kansen om deze activiteiten aan elkaar te verbinden en integraal preventief te werken.
Actie We verbinden het uitvoeringsplan van Kempenbranie met de algemene preventieactiviteiten op het gebied van gezondheid voor jongeren en de algemene campagnes waar we al aandacht aan besteden zodat een overzicht ontstaat van de acties en inzetten. Actie We bespreken met het CJG+ hoe we de preventieve activiteiten van het CJG+ en Kempenbranie op elkaar kunnen afstemmen en aan elkaar kunnen verbinden.
Ouderbetrokkenheid genereren kost tijd De aanpak is community-based, ouders en organisaties spelen hierin een cruciale rol. Ouderbetrokkenheid is tevens een van de speerpunten. Het heeft tijd nodig om de samenleving te verbinden en om ouders echt te betrekken bij deze aanpak zodat ze meedenken over acties en interventies. Actie Het betrekken van ouders heeft de aandacht Dit wordt verder uitgewerkt met de werkgroep en opgenomen in het uitvoeringsplan. Tegelijkertijd moeten we accepteren dat dit tijd kost.
De aanpak verder verankeren binnen het brede sociale domein De brede aanpak heeft ook veel raakvlakken met sport, cultuur en onderwijs. Er liggen kansen om de aanpak ook binnen deze domeinen verder uit te rollen, zowel binnen de gemeentelijke organisaties zelf als daarbuiten met de partners. Dit vraagt echter om extra uren die we op dit moment niet beschikbaar hebben, zie ook het laatste punt. Vooralsnog gaan we hier dan ook niet heel nadrukkelijk op inzetten.
Ambities versus capaciteit De huidige beschikbare capaciteit binnen de gemeenten hebben we nu als kader opgenomen. Met andere woorden, we doen het met de tijd die we hebben. Gelet daarop is het wel belangrijk dat we goed kijken naar onze ambities ten aanzien van Kempenbranie. We kunnen niet alles en zullen dus goed moeten kijken naar wat mogelijk en reëel is binnen de ambtelijke capaciteit die beschikbaar is. 11
De verwachting is dat we binnen de huidige beschikbare ambtelijke capaciteit beperkt kunnen verbreden qua samenwerking en visie. Willen we meer verbreden in samenwerking en visie (bv met sport en cultuur) waardoor ook activiteiten vanuit andere afdelingen en partners meer aansluiten bij Kempenbranie en we daarmee ook een intensivering van de inzet op de beschermende en risicofactoren kunnen realiseren, dan is extra capaciteit daarvoor een voorwaarde. 3.8 Tot slot Met Kempenbranie hebben we de afgelopen jaren al veel bereikt, dat mogen we echt koesteren. Deze beleidsnotitie vormt de basis voor het vervolg van Kempenbranie. Het geeft de nieuwe kaders en werkwijze aan en maakt inzichtelijk wat de komende jaren nodig is om verder te kunnen met deze aanpak.. We zien Kempenbranie daarbij als een groeimodel waarbij we de tijd willen nemen om de aanpak de komende jaren verder uit te rollen binnen de gemeentelijke organisaties en daarbuiten en om meer partners aan ons te gaan verbinden.
12
Bijlage 1 De principes van de IJslandse aanpak Principe 1 Zet in op primaire preventie Met het IJslandse model wordt gefocust op primaire preventie wat betekent dat het gaat over het voorkómen van ongewenst gedrag. Hierbij wordt gekeken naar de sociale omgeving van de jongeren waarbij je dus als het ware de focus verlegd. Van een focus op het kind die zijn eigen keuzes maakt - omdat hij geen doel heeft in het leven, uit verveling, school niet leuk vindt of de verkeerde keuzes maakt - ga je kijken naar de oorzaken van waarom het kind die keuzes maakt. Je beziet de jongeren daarbij als ‘product van de samenleving’. Waarbij je uitkomt op de risico- en beschermende factoren in de sociale omgeving van het kind. Principe 2 Actie vanuit de samenleving met de school als middelpunt Community building is een essentieel onderdeel van het IJslandse model, het is van belang dat ook de gemeenschap zich ook verbonden voelt met de aanpak en daardoor geactiveerd raakt. De school heeft hierin een centrale plek waar activiteiten van de gemeente ten behoeve van gezondheid, ontwikkeling en levenssucces van kinderen samenkomen. De kracht van het IJslandse model is dat iedereen samenwerkt aan dezelfde doelen en op de hoogte is van elkaars acties. Hierbij worden vooral ook ouders en andere personen in de omgeving van jongeren zoveel mogelijk betrokken.
Uitdagingen zijn er ook, het kost veel moeite en tijd om de gemeenschap te activeren en verbinden. Er is geen simpel trucje dat overal op dezelfde manier werkt. Deze taak vraagt de nodige capaciteit en kunde van de gemeente. Datzelfde geldt voor de lokale partners van wie ook investeringen in tijd (en soms geld) wordt gevraagd. Principe 3 Verbind mensen en organisaties Door mensen en organisaties samen te brengen en ze in staat te stellen praktische beslissingen te nemen op basis van lokale toegankelijke data en analyses van hoge kwaliteit werk je samen aan een integrale benadering om de sociale omgeving van het kind te versterken en verbeteren. Het IJslandse model biedt ook de mogelijkheid om diverse beleidsterreinen en diverse geldstromen binnen de gemeente (sport, onderwijs, jeugd, gezondheid) met elkaar te verbinden. Het is daarbij de uitdaging om de omgevingsgerichte aanpak van het IJslandse model te laten aansluiten bij andere ontwikkelingen die landelijk en lokaal spelen op het gebied van preventie. Principe 4 Een continue dialoog tussen onderzoek, beleid en praktijk Periodiek wordt er een vragenlijst (monitor) afgenomen onder alle 15/16 jarigen en de resultaten zijn binnen 2 a 3 maanden beschikbaar. Over deze resultaten wordt het gesprek gevoerd tussen onderzoekers, beleidsmakers en uitvoerders.
De actuele data uit de monitor levert de urgentie en een wetenschappelijke basis voor het beleid. Ook kun je het gesprek makkelijker aan gaan omdat het over jouw omgeving gaat. Dit gaat over onze jeugd, ons als ouders, professionals en over onze gemeente. Ouders, professionals, instanties zoals de GGD, bestuurders en de politiek willen meedenken en actief betrokken zijn. Een wezenlijk onderdeel is dan ook dat deze gesprekken worden aangegaan om de nodige beweging te krijgen. Resultaten worden geduid en samen worden prioriteiten geformuleerd. Besproken wordt welke aandachtspunten er zijn en op welke beschermende en risicofactoren moeten worden ingezet om de gezondheid en het welbevinden van de jongeren te verbeteren. Principe 5 Leg de nadruk op interventies en inzet op de lange termijn Partners bedenken samen welke acties, interventies en maatregelen moeten worden ingezet om de beschermende factoren te versterken en de risicofactoren te verminderen. Ieder levert een bijdrage vanuit zijn of haar expertise. Hierbij ligt de nadruk op de lange termijn. Verandering van de omgeving kost immers tijd.
13
Bijlage 2 Evaluatie Kempenbranie Resultaten enquête Kempenbranie - November 2021 Deze enquête is afgenomen onder leden van de projectgroep Kempenbranie, de IJslandse aanpak in de Kempen. Onderdeel 1: Het eerste onderdeel van de enquête is ingegaan op wat Kempenbranie volgens de leden van de projectgroep heeft opgeleverd. Maar ook waar we nog dingen missen of juist wat die succesfactoren zijn. Wat heeft het in de Kempen opgeleverd om vier jaar geleden te starten met Kempenbranie? Een goede samenwerking en korte lijnen tussen de partijen in de projectgroep, is wat bij de diverse antwoorden terug komt: een integrale samenwerking tussen scholen, GGD, gemeenten, jeugdcoaches en preventie verslavingszorg. Wat zijn voorbeelden van wat Kempenbranie voor de jongeren heeft opgeleverd? Wat diverse keren terugkomt: de spot en mobiele spot zijn concrete voorbeelden van wat het voor de jongeren heeft opgeleverd. Maar ook andere naschoolse activiteiten waarbij meer aandacht is voor welbevinden, verveling en pesten. Ook wordt er niet meer met het vingertje gewezen, maar ligt de focus juist op een positieve aanpak. Wat zijn voorbeelden van wat Kempenbranie voor de ouders heeft opgeleverd? Voor de ouders heeft het vooral informatie en voorlichting opgeleverd; dit voornamelijk door middel van de ouderavonden.
Ouders weten hierdoor mogelijk beter om te gaan met dilemma’s en hebben mogelijk ook een andere blik gekregen op alcoholgebruik onder de 18. Wat zijn volgens de projectgroep de drie succesfactoren van Kempenbranie? 1. Samenwerking: “samen ergens voor gaan”, er is tenslotte een “gezamenlijk belang”. Een motivatie die gezien wordt vanuit verschillende partijen en gemeenten om hiermee aan de slag te gaan: “je krijgt er energie van”. 2. Evidence based: sturen op resultaten, data-driven bezig zijn. 3. Verbinding tussen uitvoering en beleid Waar missen we nog dingen binnen Kempenbranie? Er wordt door de projectgroep leden een duidelijke plan van aanpak gemist en hiermee ook een bepaalde structuur in wie doet wat en wat is ieders rol. Maar ook wordt teruggezien dat we tijd te kort komen om plannen ook goed uit te zetten. De suggestie wordt gedaan of we niet ook bepaalde ondersteuning missen die bijvoorbeeld ook de linking pin kan zijn tussen alle verschillende partijen. Ondanks dat die behoefte aan structuur duidelijk terug komt, komt ook de inbedding in de verschillende organisaties terug: “De inbedding, dat het bij iedereen tussen de oren gaat zitten”.
Waar kunnen of moeten we op verder bouwen om een gezondere omgeving voor jongeren in de Kempen te stimuleren? De ouderbetrokkenheid zou verder uitgebouwd kunnen worden, we zouden meer ontmoeting tussen ouders kunnen faciliteren, meer bekendheid van Kempenbranie creëren onder de ouders om zo ook meer draagvlak te creëren. Maar daarnaast kunnen we ook de samenwerking verstevigen waarbij mogelijk ook nieuwe partners kunnen aansluiten of meer betrokken kunnen worden, bijvoorbeeld het CJG+. Ook de aansluiting bij de doelgroep zou verbreed kunnen worden bijvoorbeeld door het betrekken van verenigingen. Hoe kunnen we het traject inbedden in de deelnemende organisaties? Het is belangrijk om de werkwijze goed voort te zetten: dit aan de hand van de beleidsnotitie en een jaarplanning waarbij de gemeente faciliteert, ondersteunt en de regie voert. Maar tegelijkertijd moeten we juist ook blijven investeren in die samenwerking; gezamenlijk kijken wat de wensen zijn van de verschillende partijen en gezamenlijk commitment creëren. Daaronder kunnen concrete acties hangen (verwerkt in het jaarplan) die bijvoorbeeld in werkgroepen worden uitgewerkt en uitgevoerd. Zorg ervoor dat iedereen zich onderdeel blijft voelen van het proces; neem iedereen mee in het proces d.m.v. presentaties en voorlichting.
Onderdeel 2: Dit onderdeel gaat in op de samenwerking binnen de projectgroep en hoe deze ervaren wordt. Ook komt hier de werkwijze van projectgroep – werkgroep terug. Hoe wordt de samenwerking tussen partners in de projectgroep ervaren in de afgelopen vier jaar? Deze wordt als positief en goed ervaren. “Deze werkwijze verbindt, brengt focus aan en zorgt voor voortgang”. Drie succesfactoren binnen de samenwerking. 1. Korte lijnen 2. Enthousiasme, positieve energie en betrokkenheid 3. Het leren kennen van de cultuur binnen de organisatie waar de ander voor werkt, en het benutten hierbij van elkaars kennis, expertise en inzet. Drie knel- en verbeterpunten binnen de samenwerking. 1. Onvoldoende duidelijkheid in rollen, taken en in de structuur waarin we met elkaar samenwerken. Er is meer behoefte aan een goede verdeling van taken en tijd. 2. De planning is niet helder; plan van aanpak behoefte meer duidelijkheid.
14
3.
De samenstelling van projectgroep – werkgroep en de verdeling van taken hierin behoeft verheldering.
Welke knelpunten worden er verwacht bij de verdere implementatie van Kempenbranie: Onvoldoende tijd en geld: een realistische tijdsplanning is belangrijk We hebben structureel meer tijd nodig en een goede verdeling van taken is belangrijk Het is belangrijk dat er meer bekendheid is van Kempenbranie breder binnen de organisaties welke inzet leveren voor Kempenbranie.; mogelijk kan de beleidsnotitie en een duidelijke taakverdeling hier ook aan bijdragen. Er is behoefte aan een andere structuur van werken als het gaat om de werkgroepen en de projectgroep. Een aantal mensen zien wel kansen voor het aansluiten van meer partijen en organisaties bij de projectgroep, en anderen geven aan dat we moeten voorkomen dat de projectgroep te groot wordt. Ouders, jongeren, jeugdcoaches, dorpsondersteuners, buurtsportcoaches, dit zijn partijen die zouden kunnen aansluiten, maar mogelijk meer bij de werkgroepen dan bij de projectgroepen. Ook het CJG+, basisscholen, verenigingen worden genoemd. Hoe wordt de rol van de gemeente gezien door leden van de projectgroep: Als kartrekker van het project Als beleidsbepalend, besluitvormend maar deels ook ondersteunend. De regierol ligt bij de gemeente Hoe wordt de rol van de andere projectleden gezien: Zij hebben een signalerende functie; zij weten wat er speelt in de praktijk en kunnen dit ook teruggeven.
Zij weten wat er nodig is voor jongeren en kunnen ook ondersteunen in de uitvoering. Zij zijn belangrijke spelers en juist heel belangrijk; er wordt dan ook benoemd dat een actieve deelname vanuit hen nodig is. Tegelijkertijd vertegenwoordigen zij de organisatie waar zij voor werken. Zij zijn allen gelijkwaardig, zij beslissen en denken mee. “Als we de werkwijze goed in de vingers krijgen en kunnen houden dan gaan er nog mooie dingen gebeuren in de Kempen!” Onderdeel 3 Dit onderdeel gaat in op de activiteiten die worden georganiseerd en uitgevoerd onder de noemer van Kempenbranie Welke activiteiten zouden kunnen worden toegevoegd aan het jaarplan van Kempenbranie: Een activiteit gericht op ouders waarbij zij onderling thema’s met elkaar kunnen uitwisselen. Activiteiten rondom landelijke campagnes die worden uitgevoerd door de werkgroep jongeren en gezondheid, oftewel het verbinden van deze werkgroep aan Kempenbranie. Ouder-kind activiteiten: dit n.a.v. wat de behoefte ook is bij de ouders Hoe zorgen we ervoor dat ouders meer betrokken raken bij Kempenbranie? Een idee dat wordt geopperd om contact en ontmoeting tussen ouders meer te stimuleren is bijvoorbeeld een facebookgroep of wanneer ouderavonden weer fysiek kunnen plaatsvinden aandacht hebben voor het faciliteren van contacten tussen ouders.
Ook het opzetten van een denktank met ouders, daardoor kunnen ouders ook meer betrokken worden bij Kempenbranie. Ouders kunnen dan meedenken en meedoen. Ook wordt er een meerwaarde gezien van fysieke ouderavonden. Waar moet volgens de projectgroep de komende tijd de focus op liggen? Het is van belang om eerst te zorgen dat er een goede basis staat van waar uit gewerkt kan worden, “investeren op de achtergrond”. De beleidsnotitie en het jaarplan is hierbij van belang. Daarnaast wordt het belang genoemd van goed evalueren en reflecteren op wat ingezet is, wat werkt en waar aanpassingen nodig zijn. Aandacht blijven hebben voor welbevinden op school en het in gesprek blijven met de jongeren om te weten wat er speelt. Ruimte en mankracht om aan speerpunten te werken zijn belangrijk. Uitkomsten evaluatie met jeugdcoaches Op donderdag 27 november hebben we de samenwerking rondom Kempenbranie geëvalueerd met de jeugdcoaches. De jeugdcoaches zijn de afgelopen jaren niet betrokken geweest in de projectgroep maar wel direct betrokken bij de uitvoering van diverse projecten, Uit de evaluatie bleek dat de jeugdcoaches graag meer verbonden willen zijn met Kempenbranie en eerder in het proces mee willen denken over de uitvoering. Ze zien voor zichzelf vooral een rol weggelegd in om mee na te denken over de hoe vraag en daar uitvoering aan te geven.
Dus ‘hoe’ geven we uitvoering aan de speerpunten. Dit is dan nadat de uitkomsten van de meting duidelijk zijn en de hoofditems waar iets mee moet gebeuren ook helder zijn. Dan kost het ook niet teveel overleguren. Verder geven de jeugdcoaches aan dat er verschillende overleggen zijn en dat voor hen niet altijd even duidelijk is hoe deze zich tot elkaar verhouden. Denk bijvoorbeeld aan de werkgroepen voor Kempenbranie, de werkgroep jongeren en gezondheid en Be Active. Zij geven de voorkeur aan één werkgroep met een overzichtelijk jaarplan van waaruit de uitvoerende projecten worden bedacht, vormgegeven en uitgevoerd. Hiermee ontstaat dan eenduidigheid en verbinding. Tevens blijven dan alle jeugdcoaches betrokken. Op onderdelen kunnen dan altijd nog ‘sub’werkgroepjes worden gemaakt om een bepaald project verder uit te werken.
15
Bijlage 3 Taken en rollen Rollen en taken van de partners Stuurgroep Kempenbranie
Deelnemer
Rol
Taak
Gemeente
Vanuit de vier gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden wordt een beleidsambtenaar afgevaardigd. Voorzittersrol wordt ingevuld vanuit 1 gemeente of ingehuurd Onderzoeker + medewerker
Regierol en voorzitter
Vanuit de VO scholen wordt 1 vaste deelnemer per school gevraagd. Wens tot uitbreiding met primair onderwijs.
Deelnemer met mandaat namens organisatie
Voorzitter Secretariaat Communicatie Financiering coördineren Informeren en besluitvorming binnen gemeente (bestuur en raad) Kartrekker en uitvoerder monitor School en gemeentelijke rapportage opleveren Deelnemer dialoog Coördineren afname vragenlijst Informeren intern scholen en besluitvorming over projecten en inzet qua uren en middelen binnen school Deelnemer dialoog
GGD-Brabant Zuidoost
Scholen
Deelnemer met mandaat namens organisatie
Verdeling van de taken tussen de stuurgroep en de werkgroep Doel
Activiteit
Wie heeft de regie
Wie wordt betrokken
Fase: Monitoring
Voorbereiden monitor
GGD
Stuurgroep
Jeugdmonitor met IJslandmodule wordt op de VO scholen afgenomen. Rapportage wordt opgeleverd
GGD
Scholen
GGD
Stuurgroep
Organisatie van de dialoog tussen onderzoek, beleid en praktijk over de resultaten Dialoog: Bespreken van de rapportage/resultaten
Gemeenten
Stuurgroep
Gemeenten en GGD
Bestuurders, stuurgroep, werkgroep, lokale partijen
Vaststellen / bijsturen speerpunten adhv de resultaten
Stuurgroep
Werkgroep
Vertalen speerpunten naar acties, interventies en maatregelen
Werkgroep
Stuurgroep, lokale partijen
Uitvoeringsplan met speerpunten en activiteiten opstellen
Werkgroep
Stuurgroep
Uitvoeringsplan met speerpunten en activiteiten vaststellen
Werkgroep
Stuurgroep
Uitvoeren jaarplan
Werkgroep
Lokale partijen
Fase: terugkoppeling en dialoog
Fase: Beleidsvorming
Fase: Uitvoering
16
Bijlage 4 Uitvoeringsplan Kempenbranie 2022-2023 Beleidscyclus Kempenbranie Fase in de beleidscyclus
Activiteiten
Kartrekker
Wanneer*
Resultaten
Sturen op resultaten. Onder het motto van ‘meten is weten’: Dataverzameling, dataverwerking, inclusief data-gedreven analyse. Fase 1: Monitoring Fase 2: terugkoppeling en dialoog Fase 2: terugkoppeling en dialoog Fase 2: terugkoppeling en dialoog Fase 3: Beleidsvorming
Fase 4: Uitvoering
Gezondheidsmonitor Jeugd op de VO scholen wordt afgenomen (in klas 2 en 4) Schoolrapporten worden gepubliceerd (oftewel resultaten van de dataverzameling) Bespreken van de rapportage/resultaten met de projectgroep Organiseren dialoog over de resultaten Bijsturen van speerpunten en/of acties op basis van de resultaten Speerpunten en daaraan gekoppelde activiteiten vastleggen in onderstaand Jaarplan
GGD / Scholen
GGD
Q4 2022 of Q4 2023 Q1 2023 of Q1 2024
Projectgroep
Projectgroep
Projectgroep en werkgroep Projectgroep en werkgroep
Q1 2023 of Q1 2024 Q1/Q2 2023 of Q1/Q2 2024 Q2/Q3 2023 of Q2/Q3 2024 Q3 2023 of Q3 2024
Door het verzamelen van lokale cijfers, kan de aanpak worden bijgestuurd op basis van de resultaten.
*De hele planning is afhankelijk van het besluit of de eerstvolgende nieuwe monitor eind 2022 is of eind 2023. Zodra dit bekend is, wordt de planning hierop aangepast.
Activiteiten Kempenbranie Doelen
Activiteiten
Kartrekker
Wanneer
Focus domein
Join Us/ Cordaad Welzijn en gemeenten
Start in Q1. Pilot loopt voor een jaar met verlenging voor nog een jaar na positieve evaluatie.
Vrije tijd / Peer Group
Q1 en Q2
School / vrije tijd
Welbevinden; lekker in je vel zitten
Indien mogelijk opstarten Kempisch aanbod Join Us groepen voor eenzame jongeren.
- Stimuleren en eraan bijdragen aan dat jongeren lekker in hun vel zitten - Voorkomen dat bij jongeren mentale problemen ontstaan
Trainingen Lab of Life aanbieden aan jongeren in de gemeenten. Hiermee leren zij beter omgaan met hun eigen energie en regie te voeren op hun eigen leven: tegen stress. Daarna evaluatie en bespreken eventueel vervolgaanbod Ouderavond over belang van slaap en het gebruik van slaapmiddelen. Psychische gezondheid onder meisjes. Stagiaire NK doet hier nader onderzoek naar. Bevindingen gebruiken we voor eventuele vervolgacties Aan de slag met uitkomsten onderzoek welbevinden op school. Concreet is de wens voor meer mentoruren
Lab Of Life in opdracht van de gemeenten ism de scholen
Novadic-Kentron en GGD ism bibliotheek Novadic-Kentron
Q2?
Gezin
Q1 en Q2
Nog niet bekend
Schooljaar 2022/2023
School
Scholen
17
Doelen
Activiteiten
Kartrekker
Wanneer
Focus domein
Juni 2022
Gezin
Begin schooljaar 2022/2023 en verder
Gezin
Doorlopend
Gezin
Ouderbetrokkenheid / ouderparticipatie Ouderavond voor de ouders van groep 8 - Informeren van ouders over Kempenbranie - Bevorderen dat ouders elkaar leren kennen - Bevorderen en versterken van onderlinge communicatie zodat ouders elkaar kunnen steunen in het stellen en bewaken van grenzen.
Doelen
GGD
Een mogelijkheid voor de ouders van de 1e klas VO om elkaar te leren kennen in combinatie met informatieavonden / workshops over diverse thema’s die interessant zijn voor ouders Inzetten en actueel houden van de website Kempenbranie.nl, Facebookpagina en Instagram. En Kempenbranie meer verbinden aan alle acties en interventies Nog uit te werken hoe ouderparticipatie nog meer / beter vormgegeven kan worden in dit traject.
Jeugdcoaches
Nog te bepalen
Nog te bepalen
School en gezin
Activiteiten
Wie
Wanneer
Resultaten
Aanbod gedurende het hele jaar
Vrije tijd / Peer groep
Aanbod gedurende het hele schooljaar
Vrije tijd / Peer group / School
Januari tot en met april 2022
Vrije tijd
Gemeenten
Allen
Zinvolle vrijetijdsbesteding
- Een aantrekkelijk, gevarieerd en veilig aanbod vrijetijdsactiviteiten - Jongeren zijn minder geneigd zich te vervelen en dit werkt als een beschermende factor bij middelengebruik en welbevinden.
Inzet de mobiele spot in de Kempen volgens jaarprogramma met vaste locaties op vaste dagen en daarnaast flexibel op basis van behoefte. Inzet de Spot op het Rythoviuscollege volgens jaarprogramma. Focus, meer verbinding met extra activiteiten. . Training voor vrijwilligers van verenigingen over grensoverschrijdend gedrag. Daarna evalueren en bespreken of en welk vervolgaanbod wenselijk is.
Gemeenten/ Novadic Kentron
Gemeenten / / Rythoviuscollege Gemeenten samen met organisatie die training aanbiedt
18