Bijlage 4 Nota van zienswijzen (corsanummer: 21.06878)
Tekst van het document
Nota van zienswijzen BESTEMMINGSPLAN “Buitengebied 2017, herziening Maaskant ongenummerd Vessem”
Gemeente Eersel team ruimte, afdeling Ontwikkeling Mei 2021 1 21.06878
Algemeen Het ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied 2017, herziening Maaskant ongenummerd Vessem” heeft op basis van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening vanaf 25 februari 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen (tot 8 april 2021). De bekendmaking daarvan heeft plaatsgevonden op 24 februari 2021 in de Hint en daarna in de Staatscourant, waarbij gewezen is op de mogelijkheid om naar keuze mondeling of schriftelijk een zienswijze in te dienen bij de gemeenteraad. Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn schriftelijk twee zienswijzen ingediend. Deze zijn ingediend door: - Waterschap De Dommel - Particulier De zienswijzen zijn samengevat, maar wel volledig beoordeeld. Vervolgens hebben wij (cursief) onze reactie en het voorstel weergegeven.
2 21.06878
Zienswijze Waterschap De Dommel (kenmerk: Z63683/U133473) Ten westen en ten noorden van het plangebied bevindt zich een a-watergang. In dezelfde richting aan de andere zijde van de a-watergang vindt een andere gebiedsontwikkeling plaats, namelijk ‘Postels Huufke 2-4 en Mr. de la Courtstraat 15 Vessem’, hierna genoemd ‘Postels Huufke’. Onderdeel van de ontwikkeling Postels Huufke is het verleggen van deze a-watergang. Deze wordt verlegd aan de noordzijde van het plangebied te Maaskant ongenummerd, zij bijlage 1. Totdat deze a-watergang is verlegd is het noodzakelijk dat de vijf meter beschermingszone is geborgd. Middels een voorwaardelijke verplichting verzoek ik te borgen dat het huidige beplantingsplan enkel tot uitvoering komt na deze verlegging, of in een fasering, waarbij de kwalitatieve verplichting in de huidige beschermingszone na de verlegging tot uitvoering komt. Ontvankelijk: De zienswijze is ontvangen binnen de daarvoor gestelde termijn en daarmee ontvankelijk. Beoordeling: De bescherming van een A-watergangen is geborgd in de Keur van het Waterschap. Er is geen verplichting en aanleiding om dit vervolgens in het bestemmingsplan opnieuw te borgen. Wel is het wenselijk en verstandig dat het vast te stellen plan past binnen de regels van de Keur. Daarvoor is het bij nader oordeel nodig een wijziging aan te brengen ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan.
Voorstel: Op dit moment voorziet het landschapsplan, waarvan de aanleg voorwaardelijk verplicht is, vóór de ingebruikname van de woning in een struweel binnen de 5-meter zone van de A-watergang. Echter gezien de plannen om de A-watergang te verleggen in het kader van bestemmingsplan Postels Huufke wordt voorgesteld de verplichte aanleg van het struweel te koppelen aan het moment dat de A-watergang is daadwerkelijk is verlegd. De overige onderdelen (fruitbomen en beukenhagen) van het beplantingsplan zijn wel voorwaardelijk verplicht en gekoppeld aan het wonen. Artikel oud: 3.5.1 strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: vrijstaande bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning; een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, anders dan genoemd in de in 3.1 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten. ten behoeve van wonen, indien de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in het beplantingsplan (Bijlage 3), niet is gerealiseerd en niet in stand wordt gehouden. Te vervangen door: Artikel nieuw: 3.5.1 strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a.
vrijstaande bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning; b. een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, anders dan genoemd in de in 3.1 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten. c. ten behoeve van wonen, indien de landschappelijke inpassing voor wat betreft de fruitbomen en de beukenhaag, zoals opgenomen in het beplantingsplan (bijlage 3), niet is gerealiseerd en niet in stand wordt gehouden en voor wat betreft het struweel, zoals opgenomen in het beplantingsplan (bijlage 3) niet binnen 1 jaar na verleggen van de aangrenzende A-watergang is gerealiseerd en in stand wordt gehouden. 3 21.06878
Zienswijze Particuliere indiener De ingediende zienswijzen gaat in op de kwaliteit van het archeologische onderzoek. Er wordt gevraagd in het bestemmingsplan het plangebied te voorzien van categorie 2 in plaats van de huidige categorie 4. De aanscherping van de verwachtingswaarde is te beargumenteren door de gevonden vuursteen tijdens de boringen. Indiener is van mening dat door het aantreffen van de vuursteen er sprake is van archeologische waardevolle grond. Ontvankelijk: De zienswijze is ontvangen binnen de daarvoor gestelde termijn en daarmee ontvankelijk. Beoordeling: Het kwalificeren van een rapport als 'kna-gecertificeerde onzin' is onjuist. Het archeologisch onderzoeksrapport voldoet aan de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA / BRL 4000). Deze norm bestaat uit een aantal nationale protocollen welk elk een deel van het archeologisch werk beschrijven. De KNA-protocollen bevatten de minimale inhoudelijke en ambachtelijke eisen die worden gesteld aan archeologische werkzaamheden, inclusief verslaglegging. In de zienswijze wordt verzocht het plangebied aan te wijzen tot archeologisch waardevol, zogenaamde archeologische verwachtingswaarde categorie 2. Bodemingrepen zijn dan in principe niet toegestaan, maar indien noodzakelijk betekent dit dat bij verstoring groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm er archeologisch onderzoek dient plaats te vinden.
In de gemeente Eersel betreft deze categorie terreinen waarop meerdere vondsten zijn gedaan en waarvan zeker is dat er een archeologische behoudenswaardige site aanwezig is. Op dit moment heeft het plangebied met archeologische verwachtingswaarde categorie 4, wat betekent dat het gebied een hoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische waarden heeft. Dit houdt concreet in dat bij een bodemverstoring groter dan 500 m2 en dieper dan 30 cm er archeologisch onderzoek dient plaats te vinden. Om de verwachtingswaarde voor het hele perceel te verhogen, moet men zeker zijn dan op de locatie een vindplaats ligt, behoudenswaardig is en dat deze qua oppervlak een significant gedeelte van de site betreft. Om dit verzoek te behandelen dienen de resultaten van het onderzoek als ook de hieruit vloeiende verwachting met betrekking tot de omvang van de vindplaats besproken te worden. Resultaten en verwachting onderzoek Het doel van het uitgevoerde archeologisch onderzoek in het plangebied, een zogenaamd verkennend booronderzoek, is om te bepalen of de bodemopbouw intact is en of het plangebied in het verleden bewoonbaar was op basis van de aangetroffen bodemopbouw. In de Kwaliteitsnorm Nederlandse valt dit type onderzoek onder het Inventariserend Veldonderzoek Overige, verkennende fase (IVO-O, verkennende fase).
Het onderzoek van het plangebied heeft inderdaad in 1 van de 5 boringen een fragment bewerkt vuursteen aangetroffen op 75 cm beneden maaiveld. Het lijkt om een intentionele afslag te gaan die het resultaat is van vuursteenproductie en dateert in de periode Mesolithicum-Neolithicum (circa 9000-4300 voor Christus). Uit het onderzoek bleek verder dat in de andere boringen vuursteen noch houtskool gevonden, of enig andere indicatoren voor menselijk gebruik gevonden. Mogelijk wijst de vondst van een fragment bewerkt vuursteen op de aanwezigheid van een vindplaats uit deze vroege periode in dit deel van het plangebied, mede door de aanwezigheid van houtskoolkorrels in dezelfde bodemlaag als het vuursteen. Permanente bewoning gedurende latere perioden lijkt onwaarschijnlijk vanwege de geleidelijke vernatting van het gehele plangebied. Concluderend, er is een kans op het aantreffen van een Mesolithische/Neolithische site in het plangebied, maar het is niet zeker. Immers er is geen sluitend bewijs dat we hier niet met een toevalstreffer te maken hebben, aangezien de andere boringen niets hebben overgeleverd qua 4 21.06878
archeologische indicatoren. Daarnaast zijn er uit het verleden geen (oppervlakte)vondsten bekend in of om het plangebied die uit deze periode stammen. Daarbij op basis van de geomorfologische gegevens uit de boring blijkt het gebied ook in de betreffende periode van het Mesolithicum/Neolithicum onaantrekkelijk geweest te zijn voor een tijdelijk kampement van jagers/verzamelaars. Het plangebied lag vermoedelijk aan de voet van een zogenaamde terrasafzettingswelving. Deze geomorfologische zone strekt zich ten oosten uit. De bodemopbouw van het plangebied wijst op relatief hoge grondwaterstanden getuige het voorkomen van roestvlekken relatief hoog in het bodemprofiel. Het gebied moet daarom al oorspronkelijk al vrij nat zijn geweest en laaggelegen zijn. Dit heeft consequenties voor het verwachte type site. Standaard vindplaatsen kenmerken zich door een (oppervlakkige) spreiding van vuurstenen werktuigen en afval en zijn vaak gelegen op hogere/drogere gebieden. Mogelijke grondsporen zijn hier ondiep en door de ouderdom al grotendeels vervaagd, met uitzondering van met houtskool opgevulde haardkuilen. In de lagere natte delen, zoals het plangebied was, worden eerder zogenaamde off site (d.w.z. buiten een tijdelijke nederzetting gelegen) sporen aangetroffen, zoals onder andere dumps en andere losse jacht-gerelateerde voorwerpen. Dit zijn qua oppervlak kleinere vindplaatsen.
Resten in de vorm van vuursteen kunnen al direct in of op de oorspronkelijke bodem worden verwacht. Ter vergelijking de doorsnede van een reguliere vindplaats uit deze periode is meestal 20 meter en wat hier verwacht wordt, kan significant kleiner zijn. Concluderend, op basis van de ligging in het oude landschap wordt hoogstens een kleinere vindplaats verwacht. Echter, door het gebrek aan andere indicatoren in andere boringen, behalve een intact bodemprofiel, kan niet met zekerheid gesteld worden dat zich hier een site bevindt en of deze behoudenswaardig is. Dit heeft gevolgen voor de verwachtingswaarde. Type verwachtingswaarde In het beleid van de gemeente Eersel staat dat de verwachtingswaarde voor een gebied van categorie 2, een zogenaamd terrein met archeologische waarde, moet gelden dat bij eerdere onderzoeken reeds aangetoond is dat er concentraties archeologische resten voorkomen die als behoudenswaardig gekarakteriseerd kunnen worden. In deze gebieden is dus sprake van vastgestelde archeologische waarden. Op basis van de huidige informatie hebben we geen argumenten voor de aanwezigheid van een (behoudenswaardige) site in het plangebied. Vandaar wordt de huidige hoge archeologische verwachting gehandhaafd in het plangebied. Er is immers een hoge trefkans op archeologische waarden, zoals de kleine vondst onderstreept.
Mochten in de toekomst zich grote ontwikkelingen voordoen, dan zal daaruit onderzoeksverplichting volgen. Archeologisch onderzoek zal vereist zijn bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten die groter zijn dan 500 m² en dieper gaan dan 0,3 m of 0,5 m bij esdek onder maaiveld. Daarbij wordt in het selectiebesluit van de gemeente Eersel wel afgeweken van het advies van het archeologisch onderzoeksrapport om het merendeel van het plangebied vrij te stellen van de archeologische onderzoeksplicht, behalve een gebied rondom de boring waarin het vuursteen is aangetroffen. Enkel in dit gebied zou dan een vervolgonderzoek kunnen plaats vinden, indien er een verstoring zou optreden. Door haar beslissing borgt de gemeente Eersel dat mogelijk aanwezige archeologische waarden in het hele plangebied niet zomaar verloren kunnen gaan bij onvoorziene nieuwe grotere ontwikkelingsplannen. Voorstel: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
5 21.06878