[26.11931] Inspreektekst C.P.A. Kea (Wijziging Omgevingsplan Nardushoek Knegsel)
Tekst van het document
Inspreektekst Commissievergadering 16-06-26 Vandaag spreek ik niet alleen namens mijzelf, maar ook mede namens een direct omwonende die eveneens een zienswijze heeft ingediend met vergelijkbare punten. Hoewel iedere zienswijze uiteraard persoonlijk is, hebben wij geconstateerd dat een aantal van de belangrijkste vragen en zorgen die wij als direct omwonenden hebben grotendeels overeenkomen. Allereerst wil ik benadrukken dat dit voor mij de eerste keer is dat ik betrokken ben bij een planprocedure. Ik realiseer mij dat ik mij waarschijnlijk meer in dit dossier heb verdiept dan de meeste omwonenden. Veel van mijn directe buren hebben hun vertrouwen gesteld in wat tijdens gesprekken, presentaties en participatiebijeenkomsten is besproken. Niet iedereen beschikt over de tijd, kennis of mogelijkheden om honderden pagina's aan onderzoeken, planregels en juridische stukken in enkele weken te doorgronden. En eerlijk gezegd merk ik dat zelfs ik daar moeite mee heb gehad. Het dossier bestaat uit onderzoeken, bijlagen, verslagen, beeldkwaliteitsplannen, participatieverslagen en technische uitwerkingen. Maar als direct omwonende heb ik vaak moeite om te zien welke onderdelen uiteindelijk daadwerkelijk worden vastgelegd in het plan en welke onderdelen later nog worden uitgewerkt. Juist dat maakt het voor bewoners lastig om te beoordelen waar zij uiteindelijk op kunnen vertrouwen.
Ik heb in totaal negen zienswijzen ingediend op dit plan en mijn buurman 8. Zelfs met tien minuten spreektijd kan ik die onmogelijk allemaal behandelen. Daarom wil ik mij vandaag niet richten op alle details, maar op één centrale vraag die volgens mij onder vrijwel al onze zienswijzen ligt. Hoe kan ik als direct omwonende beoordelen welke onderdelen van wat besproken, onderzocht en toegezegd is uiteindelijk daadwerkelijk worden vastgelegd, en welke onderdelen later nog worden uitgewerkt? Ik realiseer mij dat u vandaag een afweging moet maken op basis van dit dossier. Mijn bedoeling is daarom niet om alle details van de afgelopen jaren opnieuw te bespreken, maar om inzicht te geven in de vragen die bij direct omwonenden nog steeds leven na alles wat er onderzocht, besproken en afgewogen is.
Pagina 1 – Inspraak “Project Nardushoek” C.Kea / G. Verspaandonk
Voor ons als direct omwonenden is dit geen dossier, maar onze toekomstige leefomgeving. Ik ben inmiddels al geruime tijd betrokken bij dit traject. In die periode heb ik geprobeerd niet tegenover de gemeente te staan, maar juist mee te denken over oplossingen. Ik heb gesprekken gevoerd, voorstellen gedaan en waar nodig zelfs op eigen kosten maatregelen getroffen om de gevolgen van deze ontwikkeling voor mijn woonomgeving te beperken. Het feit dat ik hier vandaag nog inspreek laat zien dat er ondanks alle gesprekken, onderzoeken en zienswijzen nog vragen zijn die voor omwonenden onvoldoende zijn beantwoord. Niet omdat ik tegen woningbouw ben. Maar omdat ik nog steeds niet op alle punten overtuigd ben dat wat onderzocht, besproken en toegezegd is ook voldoende terugkomt in wat uiteindelijk wordt vastgelegd en uitgevoerd.
Pagina 2 – Inspraak “Project Nardushoek” C.Kea / G. Verspaandonk
Voorbeeld 1 – Openbare verlichting Het duidelijkste voorbeeld daarvan is de openbare verlichting. In de onderzoeken wordt aandacht gevraagd voor zowel het woon- en leefklimaat als de ecologische waarden van het gebied. Als direct omwonenden kunnen wij bovendien bevestigen dat er daadwerkelijk vleermuizen aanwezig zijn langs de bosrand en boven de voormalige akker. Tijdens de participatie is gesproken over verlichting die geen overlast veroorzaakt voor bestaande woningen. Voor de direct omwonenden betekende dat verlichting die niet boven de bestaande erfafscheidingen uitkomt en geen directe lichtinstraling op de percelen veroorzaakt. Toch lees ik uiteindelijk vooral dat er later een lichtplan komt. Mijn vraag is daarom niet óf er een lichtplan komt. Mijn vraag is: Waar kan een omwonende straks terugvinden welke randvoorwaarden uit de onderzoeken en welke afspraken uit de participatie daadwerkelijk zijn meegenomen in dat lichtplan?
Pagina 3 – Inspraak “Project Nardushoek” C.Kea / G. Verspaandonk
Voorbeeld 2 – Verkeersveiligheid Hetzelfde zie ik terug bij verkeersveiligheid. De beantwoording verwijst opnieuw naar discussies uit 2019, terwijl mijn vraag juist gaat over de verkeerssituatie na realisatie van Nardushoek. Tijdens het participatietraject is ook gesproken over het feit dat een nieuwe ontwikkeling kansen biedt om bestaande situaties opnieuw te beoordelen en waar nodig te verbeteren. Juist daarom had ik verwacht dat duidelijker zou worden gemaakt hoe de verkeersveiligheid in samenhang met deze ontwikkeling wordt geëvalueerd en welke mogelijkheden er zijn wanneer blijkt dat aanvullende maatregelen wenselijk zijn. Verkeersveiligheid is uiteindelijk geen verantwoordelijkheid van bewoners. Bewoners kunnen aangeven waar zij problemen ervaren. Het ontwikkelen van effectieve maatregelen is een taak van de gemeente. De Zandoerleseweg bevat veel elementen van een 30 km/u-weg, maar bewoners ervaren dagelijks dat een deel van de vaste weggebruikers deze maatregelen kent en zonder echte belemmeringen toch aanzienlijk harder rijdt dan wenselijk. Met de toevoeging van nieuwe woningen en extra verkeersbewegingen neemt die druk verder toe. Mijn vraag is daarom: Hoe wordt straks vastgesteld of de huidige inrichting van de Zandoerleseweg ook na realisatie van Nardushoek nog voldoet aan de verwachtingen op het gebied van verkeersveiligheid?
Pagina 4 – Inspraak “Project Nardushoek” C.Kea / G. Verspaandonk
Voorbeeld 3 – Maaiveld en participatie Een derde voorbeeld betreft het niet afgraven van het maaiveld. Dit was één van de weinige onderwerpen waar alle direct omwonenden vanaf de eerste gesprekken hetzelfde over dachten. Juist daarom had ik graag duidelijker gezien hoe deze wens uiteindelijk is meegewogen in de afweging. Ik respecteer dat de gemeente uiteindelijk een andere keuze maakt. Maar participatie krijgt pas betekenis als ook zichtbaar wordt wat er met breed gedragen voorstellen gebeurt. Anders blijft voor bewoners onduidelijk welke invloed hun inbreng uiteindelijk heeft gehad op het besluit.
Voorbeeld 4 – Bouwhoogtes en privacy Een vierde voorbeeld betreft de bouwhoogtes en de gevolgen daarvan voor privacy en woonbeleving. Tijdens de participatie is steeds gesproken over een rustig seniorenhof met lage bebouwing en een beperkte ruimtelijke impact voor de omgeving. Pas bij het bestuderen van de planregels realiseerde ik mij dat direct aan de zijde van mijn perceel twee vrijstaande woningen mogelijk worden gemaakt met een maximale nokhoogte van 8,5 meter, terwijl het maaiveld bovendien hoger komt te liggen dan de bestaande percelen. Voor het seniorenhof geldt zelfs een nokhoogte van 7,5 meter. Voor een gemiddelde bewoner zeggen dergelijke hoogtes op zichzelf weinig. Dat ontdekte ik zelf ook pas toen ik de maatvoering naast mijn eigen woning legde. Pas dan wordt duidelijk welke ruimtelijke impact hier juridisch mogelijk wordt gemaakt. Ook hierover merk ik dat het beeld dat tijdens participatie is ontstaan afwijkt van de bouwmogelijkheden die uiteindelijk juridisch worden vastgelegd. Mijn vraag aan u is daarom: Is voldoende inzichtelijk gemaakt wat deze maximale bouwmogelijkheden, in combinatie met het hogere maaiveld, betekenen voor de privacy, zichtlijnen en woonbeleving van direct omwonenden?
Pagina 5 – Inspraak “Project Nardushoek” C.Kea / G. Verspaandonk
Wat mij daarnaast is opgevallen, is dat een aantal zienswijzen in de beantwoording sterk juridisch en technisch wordt benaderd. Dat is begrijpelijk. Maar daardoor blijft voor mij soms de indruk bestaan dat niet altijd wordt ingegaan op de achterliggende vraag die door bewoners wordt gesteld. Wanneer een bewoner vraagt hoe afspraken, onderzoeken of uitgangspunten worden geborgd, dan gaat die vraag niet alleen over een planregel. Die gaat ook over vertrouwen, duidelijkheid en rechtszekerheid. Juist daarom leg ik deze vragen vandaag bij u neer. Niet omdat ik verwacht dat u alle technische details kent, maar omdat u als gekozen vertegenwoordigers uiteindelijk bepaalt welke zekerheden voor bewoners daadwerkelijk worden vastgelegd.
Tot slot nog een persoonlijke noot Wat ik in dit traject heb geleerd, is dat er een groot verschil kan bestaan tussen wat wordt besproken, wat wordt bedoeld en wat uiteindelijk wordt vastgelegd. Juist daarom ben ik zo blijven hameren op borging. Niet omdat ik overal extra regels voor wil, maar omdat ik heb ervaren dat afspraken, uitgangspunten en verwachtingen in de praktijk kwetsbaar worden wanneer ze niet duidelijk zijn vastgelegd. Voor bewoners ontstaat dan onzekerheid over waar zij uiteindelijk op kunnen vertrouwen. Dat heeft mij geleerd hoe belangrijk het is dat besluiten niet alleen juridisch juist zijn, maar ook herkenbaar, uitlegbaar en controleerbaar blijven voor de mensen die ermee moeten leven.
Pagina 6 – Inspraak “Project Nardushoek” C.Kea / G. Verspaandonk
Voorzitter, Ik ben niet tegen woningbouw. Dat ben ik nooit geweest. Mijn verzoek aan u is eenvoudig: Kijk niet alleen naar wat er gebouwd wordt, maar ook naar wat er uiteindelijk wordt vastgelegd en uitgevoerd. Want uiteindelijk wordt vandaag niet alleen besloten over woningen, maar ook over de kwaliteit van de leefomgeving die daaromheen ontstaat. U neemt vanavond een besluit waar u morgen mee verder gaat. Wij moeten er de komende tientallen jaren mee leven. U beoordeelt vandaag een plan. Wij gaan straks wonen in de uitwerking daarvan. Voor de gemeente is dit een project. Voor de commissie een beoordeling. Voor ons als direct omwonenden wordt dit onze dagelijkse werkelijkheid. Ik hoop dat mijn vragen u helpen bij uw verdere beoordeling van dit plan. Dank u wel.
Pagina 7 – Inspraak “Project Nardushoek” C.Kea / G. Verspaandonk