[26.11204] 2026-06-16 Commissieavond: Beantwoording vragen van fracties
Tekst van het document
Commissieavond 16 juni 2026: Technische vragen van fracties
Fractie
Vraag
Antwoord
4
Omgevingsvergunning Bisschop Rythoviusweg Eersel - realiseren van 5 levensloopbestendige woningen
1.
CDA
Het is duidelijk dat niet iedereen in de buurt het met het bouwproject eens is. Bijvoorbeeld 50 gesprekken en e-mails. In het logboek is vastgelegd dat het plan aan alle randvoorwaarden voldoet en dat de bewoners een zienswijze kunnen indienen en inspreken tijdens de commissie vergadering. Deze opties bieden slechts een beperkte mogelijkheid voor aanpassingen. Wat is nu de status van de participatie met de buurt. Wordt hier nog verder actie ondernomen richting de buurtgenoten die niet (geheel) met het plan eens zijn?
Het participatietraject dat is doorlopen heeft al in de principeverzoek-fase geleid tot aanzienlijke aanpassingen. Hierbij is de bouwhoogte aangepast en wordt er meer groen toegevoegd. Het participatietraject is afgerond. Buurtgenoten die het niet (geheel) met de plannen eens zijn hebben hierna de mogelijkheid gehad om een zienswijze in te dienen. Na de besluitvorming door de raad, zullen zij een antwoord op de zienswijze ontvangen zoals opgenomen in de nota zienswijzen. Wel blijven we in gesprek met omwonenden maar dit zal niet tot aanpassingen van het plan leiden. Deze gesprekken zullen vooral gaan over de verdere uitvoering in overleg met ontwikkelaar en omwonenden.
2.
ESA
Dient de gemeenteraad normaliter een besluit te nemen over deze grote aan ontwikkelingen?
De gemeenteraad heeft op 19 december 2023 de “Lijst van activiteiten, waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit” vastgesteld. Hierin is opgenomen dat voor de bouw van 3 woningen of meer binnen de bebouwde kom bindend advies vereist is van de gemeenteraad.
3.
ESA
Heeft het college niet de bevoegdheid om onder de 11 woningen een besluit te nemen?
Zie antwoord onder 2. Het is aan de gemeenteraad om deze grens op te rekken naar een hoger aantal woningen als de raad dit wenst. Hiervoor dient dan bovengenoemde lijst met activiteiten aangepast te worden.
4.
ESA
In de zienswijze wordt expliciet gewezen op de aanwezigheid van rode eekhoorns en steenmarters in de groenstrook langs de Molenweg. Op welk concreet ecologisch onderzoek baseert het college de conclusie? Mocht het bewijs niet voldoende zijn, bestaat er dan een kans dat de realisatie van de woningen daardoor strandt?
Bij de ruimtelijke onderbouwing voor dit plan is ook deskundig bureau een quick-scan flora en fauna aangeleverd. In deze quick-scan is onderbouwd aangegeven dat er geen marters aanwezig zijn op het perceel en dat het plan geen negatieve effecten heeft voor eekhoorns. Steenmarters laten enorm veel sporen achter en er zijn geen sporen aangetroffen. Voor eekhoorns zijn er voldoende bomen voor nesten en voedsel in de omgeving. We achten het zeer onwaarschijnlijk dat het plan alsnog strandt.
5.
ESA
In hoeverre dient een gemeenteraad zich te buigen over individuele belangen versus vastgesteld beleid?
Dat is aan de gemeenteraad zelf. Met het vastgestelde beleid wordt beoogd om het algemeen belang te dienen. Als de raad van mening is dat de inbreuk
1 26.11204
Fractie
Vraag
Antwoord op het individuele belang in dit geval te ingrijpend is, kan de raad met een amendement besluiten om af te wijken van het vastgestelde beleid. Naar onze mening zijn de inbreuken in dit geval echter niet onevenredig. Het bouwplan is teruggebracht naar 1 bouwlaag met kap en is naar mening van het college passend in de wijk. Dit is ook het oordeel van de stedenbouwkundige en de adviescommissie omgevingskwaliteit. Vanuit de planlocatie is er geen tot minimaal zicht op de bestaande woningen en tuinen. Volgens vaste jurisprudentie is het feit dat er woningen gebouwd worden en daardoor mogelijk (vrij) uitzicht verdwijnt of men minder privacy ervaart, geen reden om een plan niet door te laten gaan. Dit zijn aspecten die men als inwoner van een drukbevolkt land als Nederland te dulden heeft.
6.
VVD
Hoe kan het dat het participatieverslag niet klopt en zijn de fouten daarna gecorrigeerd?
In het voortraject is een omgevingsdialoog gevoerd door initiatiefnemer. De initiatiefnemer heeft in zijn verslag het dusdanig verwoordt dat er geen omwonenden echt op tegen zijn, maar dat men wel wat aandachtspunten/bedenkingen had. Uit een zienswijze blijkt dat zij zich niet kunnen vinden in het verslag en dat zij grotere bezwaren hebben tegen het plan. Deze zienswijze is voor het college geen aanleiding om nog verdere aanpassingen te vragen. Het verslag van de omgevingsdialoog is door initiatiefnemer niet gecorrigeerd want het betreft een wijze van opschrijven. Voor het college was voldoende duidelijk dat diverse omwonenden bedenkingen hadden tegen het plan en wat deze bedenkingen waren.
7.
VVD
Heeft dit invloed gehad op de boordeling van de vergunning?
Nee, het was het college duidelijk bij het nemen van het principebesluit dat diverse omwonenden bedenkingen hadden tegen het plan. Deze zienswijze is voor het college geen aanleiding om nog verdere aanpassingen te vragen.
8.
PRO
In het Raadsvoorstel wordt het volgende wordt het volgende aangegeven: De woningen zijn geen sociale huur- of betaalbare koopwoningen. Vanuit volkshuisvestelijk oogpunt achten wij een plan met sociale huur- en betaalbare koopwoningen meer gewenst in deze wijk waar dergelijke woningen nog ontbreken. Vanuit ruimtelijk oogpunt zoals in het vorige argument beschreven, zijn levensloopbestendige woningen in de huidige vorm hier echter beter passend.
Het voorliggende plan uitvoeren in sociale huurwoningen of betaalbare koopwoningen is op deze plek niet financieel uitvoerbaar vanwege de gronden ontwikkelkosten.
2 26.11204
Fractie
Vraag
Antwoord
Omdat geen sociale huurwoningen worden gerealiseerd moet de initiatiefnemer een afdracht doen van € 150.000,- (€ 30.000,per woning) aan het vereveningsfonds sociale woningbouw. M.b.t. bovenstaande hierbij de volgende vragen: Kan dit plan alsnog worden omgezet naar een plan met sociale huur-en betaalbare woningen? 9.
PRO
Kunnen de levensloopbestendige woningen als sociale huur- en betaalbare koopwoningen worden gerealiseerd?
Zie het antwoord op vraag 8.
10.
PRO
Als op 1 en 2 negatief wordt geantwoord, kunt u aangeven hoe in dit en andere plannen wel levensloopbestendige woningen als sociale huur- en betaalbare koopwoningen wel kunnen worden gerealiseerd?
Bij de reguliere en wat grotere woningbouwprojecten op uitbreidingslocaties worden meer woningen gerealiseerd. De grond- en ontwikkelkosten worden daarmee over meer woningen verdeeld waardoor realisatie van sociale huuren betaalbare koopwoningen financieel eerder uitvoerbaar wordt. Een mogelijk onrendabel deel op de realisatie van sociale huurwoningen wordt dan door opbrengsten uit de duurdere woningen bekostigd. Het voorliggende project is te klein in omvang waardoor een of twee sociale huurwoningen niet door een woningcorporatie geëxploiteerd kunnen worden.
11.
PRO
Welk percentage sociale huurwoningen zijn opgenomen in de plannen, die nog op stapel staan?
In ons totale woningbouwprogramma bedraagt het percentage aan geprogrammeerde sociale huurwoningen momenteel 28,5%.
12.
PRO
Dezelfde vraag voor betaalbare woningen?
In ons totale woningbouwprogramma bedraagt het percentage aan geprogrammeerde betaalbare woningen momenteel 33%.
13.
PRO
Hoe is dit verdeeld over de verschillende kernen, Eersel, Knegsel, Wintelre, Steensel, Vessem?
Het woningbouwprogramma gaat voor elke kern uit van 2/3e betaalbare woningen, inclusief 30% sociale huur. 1/3e deel is vrij. We maken hierin geen onderscheid tussen de kernen. De actuele (en openbare) planvoorraad is te raadplegen via onze woningmonitor: https://woningbouwkaart.eersel.nl/.
14.
PRO
Hoe kan worden voorkomen, dat het vereveningsfonds een afkoopfonds wordt zonder dat daarvoor in de plaats sociale huurwoningen worden gerealiseerd?
Bij de behandeling van het raadsvoorstel Rekenkameronderzoek woonbeleid 2019-2024 op 27 januari 2026 is de motie Vereveningsfonds sociale woningbouw aangenomen. Hierin wordt gevraagd de effectiviteit van het vereveningsfonds te evalueren en daarbij aansluitend ook te onderzoeken hoe deze regeling effectiever kan worden ingezet of aangepast, zodat het effect is dat meer dan de vereiste 30% sociale huurwoningen kunnen worden gerealiseerd.
3 26.11204
Fractie
Vraag
Antwoord We hebben een raadsvoorstel in voorbereiding waar we terugkomen op deze vraag. Hierbij merken we op dat bij grotere woningbouwprojecten geen mogelijkheid tot afkoop bestaat.
5
Bindend advies buitenplanse omgevingsplanactiviteit Kerkdijkje te Steensel
15.
CDA
Is in het plan rekening gehouden met het overstromingsrisico, en zo ja hoe is dat uitgewerkt?
In het plan is rekening gehouden met huidige en toekomstige hogere waterstanden en vernatting van het gebied. Daarom is in de uitgangspuntennotitie, die overigens vrijwel één-op-één over is genomen in het verdere plan, enkel op de zuidzijde van het plangebied een vak voorzien voor woningbouw. Daarnaast is op basis van de uitgangspuntennotitie een beplantingsplan opgesteld waarbij in het noordelijk deel van het plangebied kruidenrijk grasland is voorzien wat ten goede komt aan het infiltreren van regenwater.
16.
CDA
Zijn er nog verder bouwplannen met het Genderdal? Het lijkt ons niet zinvol dat dit wordt volgebouwd.
In de ruimtelijke visie woonuitbreidingen staat op de westelijke zijde van het Kerkdijkje een ster op de kaart. Hier is dus een woningbouwontwikkeling mogelijk. Bij een mogelijke ontwikkeling wordt het waterschap betrokken.
17.
ESA
Wat is robuust aan de landschappelijke inpassing? (Staat geschreven robuuste landschappelijke inpassing).
Ten opzichte van het huidige gebruik (akkerland) vindt er een verbetering in het landschap plaats. Er worden nieuwe bomen geplant, kruidenrijk grasland gezaaid, groene hagen geplaatst en wadi’s aangelegd die glooiend in het landschap worden verwerkt.
18.
VVD
Zijn er concrete afspraken met Enexis gemaakt?
De initiatiefnemer heeft mailwisselingen met Enexis over de aanvraag voor aansluiting gedeeld. In deze mailwisseling is de aanmelding bevestigd.
19.
PRO
In de onderbouwing bij BOPA-aanvraag is te lezen onder 4.15: Initiatiefnemer is in november 2025 eigenaar geworden van de betreffende akker en kan derhalve toezien op naleving van de spuitvrije zone, omdat zij volledig beschikkingsbevoegd is over het betreffend perceel. Door de grondgebruiker van de westelijke gelegen akker wordt vrijwillig een spuitvrije zone van 19 meter ingesteld, gerekend vanaf de oostelijke erfgrens van zijn perceel. Hierdoor ontstaat een feitelijke buffer van in totaal circa 50 meter tussen het agrarisch gebruik en de toekomstige woningen (19 meter
Met de ontwikkeling van de woningen in het voorliggende plan ontstaat er een nieuwe situatie. Er is dan sprake van een woonfunctie in het plangebied. Hierdoor is er een algemene zorgplicht wanneer er mogelijk in de toekomst op het perceel aan de westzijde van het Kerkdijkje bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Dit houdt in dat overheden, bedrijven en burgers verantwoordelijk zijn voor een gezonde en veilige leefomgeving. Daarnaast is er op basis van de Ruimtelijke visie woonuitbreidingen aan de westzijde van het Kerkdijkje een mogelijkheid tot woningbouwontwikkeling. Het ligt dan ook niet in de lijn der verwachtingen dat in de toekomst sprake is van intensief agrarisch gebruik.
4 26.11204
Fractie
Vraag
Antwoord
spuitvrije zone op het agrarisch perceel + 8,5 meter brede openbare weg Kerkdijkje met opgaand groen + circa 22,5 meter tussen de openbare weg en toekomstige woninggevel, eveneens voorzien van o.a. opgaand groen). M.b.t. bovenstaande hierbij de volgende vragen: Hoe wordt naar de toekomst de bescherming van de bewoners m.b.t. het gebruik van giffen geborgd? Denk aan wijzigen van houding van initiatiefnemer ten aanzien van de spuitvrije zone, of bij overdracht naar een andere eigenaar. 6
Wijziging omgevingsplan woningbouw Duizel- Noord fase III
20.
CDA
Waar komt de weg voor het bouwverkeer? Kan het ergens, om de overlast voor bewoners zoveel als mogelijk te beperken?
Dit volgt in de nadere uitwerking. Zodra hier meer over bekend is wordt hierover tijdig gecommuniceerd met de omgeving via de website en per post aan de direct aanwonenden. In de omgevingsdialoog plaatsten bewoners de oproep om de bouwweg niet in fase II Duizel-Noord te leggen omdat hier net alle straten nieuw zijn ingericht. Wij proberen in de uitwerking rekening te houden met deze wens.
21.
ESA
Welke speelvoorzieningen zijn beoogd om te plaatsen?
De huidige speelvoorziening wordt iets anders gepositioneerd in het plan. Er komt een speelvoorziening die vergelijkbaar is met de huidige speelvoorziening. Dit wordt te zijner tijd met de omwonenden afgestemd.
22.
ESA
Hoeveel hectare is het totale plangebied?
Het plangebied bestaat uit 4 ha met bestemming woongebied en 3 ha met een groen- en natuurbestemming.
23.
ESA
Wanneer worden de 100 woningen bebouwd? Wie gaat de woningen bouwen?
De uitgiftestrategie moeten we nog bepalen. Dit vindt plaats nadat het plan is vastgesteld en onherroepelijk is. Dit doen we parallel aan de civieltechnische uitwerking. De uitgifte van de eerste kavels en het bouwrijp maken is gepland voor 2027. Echter is de planning nog niet definitief.
24.
VVD
Tijdens de participatie is een beeld geschetst van woningen met een nokhoogte van circa 6,5 meter achter de groenstrook aan de Sint Janstraat. In het ontwerp wordt een maximale hoogte van 8 meter toegestaan. Waarom is voor deze hoogte gekozen
De tijdens de participatie getoonde schets is door de stedenbouwkundige opgesteld om een indruk te geven van de inrichting van de groenstrook. De ingetekende woningen waren daarbij indicatief weergegeven en niet op schaal. Aan de schets kunnen daarom geen exacte maatvoeringen of bouwhoogten worden ontleend.
5 26.11204
Fractie
Vraag
Antwoord
en wat zouden de ruimtelijke gevolgen zijn van een beperking tot 6.5 meter?
In het ontwerp is gekozen voor woningen van één bouwlaag met een kap en een maximale nokhoogte van 8 meter. Deze hoogte is noodzakelijk om een voldoende dakhelling te realiseren en daarmee een bruikbare en volwaardige verdieping onder de kap mogelijk te maken. Een beperking van de nokhoogte tot 6,5 meter zou leiden tot een aanzienlijk kleinere bruikbare ruimte op de verdieping en daarmee de functionaliteit van de woningen beperken. Daarnaast heeft de gemeenteraad de ambitie uitgesproken om het aandeel biobased woningen te vergroten. Uit ervaringen met vergelijkbare projecten blijkt dat biobased bouwconcepten doorgaans meer ruimte vragen voor constructieve opbouw, isolatiepakketten en technische installaties. Een maximale nokhoogte van 8 meter biedt hiervoor de benodigde ontwerpvrijheid. Bij een beperking tot 6,5 meter wordt het aanzienlijk lastiger om dergelijke duurzame bouwconcepten toe te passen, waardoor de uitvoerbaarheid van de gemeentelijke duurzaamheidsambities onder druk kan komen te staan.
25.
VVD
Zijn er concrete afspraken gemaakt met Enexis?
Deze woningbouwontwikkeling is afgestemd met Enexis. Dit biedt echter geen garantie op aansluiting op het elektriciteitsnet.
26.
VVD
Hoe groot is de kleinste woning die in het plan wordt gebouwd qua vierkante meter? En in welke prijsklasse moeten wij dan aan denken als het gaat om koop.
De concrete woningplattegronden moeten nog worden uitgewerkt. Daarbij geldt de minimale oppervlakte van 50 m2 per woning zoals opgenomen in de Kempische visie op wonen 2024-2028. Wat betreft prijsklassen wordt het vastgestelde woningbouwprogramma gevolgd. De prijsklassen (prijspeil 2026) zijn als volgt: − sociale koopwoningen grondgebonden < €295.000 − betaalbare koop: € 295.000 – €420.000 − vrije sector: vanaf € 420.000
27.
VVD
Welke fasering wordt er gehanteerd voor de realisatie per bouwdeel of jaar?
De uitgifte strategie moeten we nog bepalen. Dit vindt plaats nadat het plan is vastgesteld en onherroepelijk is. Dit doen we parallel aan de civieltechnische uitwerking. De uitgifte van de eerste kavels en het bouwrijp maken is gepland voor 2027. Vooralsnog gaan we uit van de fasering van 2 fases. Echter is de planning nog niet definitief.
6 26.11204
Fractie
Vraag
Antwoord
7
Wijzigen Omgevingsplan Nardushoek Knegsel
28.
ESA
Bij de nota van inlichtingen staat geschreven ‘voor de toewijzing van woningen is het op grond van de Huisvestingswet mogelijk specifieke doelgroepen te benomen die met voorrang een woning toegewezen kunnen krijgen’. Pag 8. Voor welke doelgroepen geldt dit?
Op basis van de Huisvestingswet hebben we de mogelijkheid om 50% van de betaalbare woningen (sociale huur- en betaalbare koopwoningen) met voorrang toe te wijzen aan eigen inwoners, personen met cruciale beroepen, zoals leraren en politieagenten, en urgent woningzoekenden, zoals dak- en thuislozen, statushouders en uitstromers uit instellingen.
29.
ESA
Wanneer verwachten we de woningen te kunnen bouwen?
De uitgifte strategie moeten we nog bepalen. Dit vindt plaats nadat het plan is vastgesteld en onherroepelijk is. Dit doen we parallel aan de civieltechnische uitwerking en het bouwrijp maken. De uitgifte van de eerste kavels en het bouwrijp maken is gepland voor 2027. Vooralsnog gaan we uit van de fasering van 2 fases. Echter is de planning nog niet definitief.
30.
VVD
Het aantal woningen is gestegen naar 110, hoe groot is de kleinste woning die in het plan wordt gebouwd qua vierkante meter? En in welke prijsklasse moeten wij dan aan denken als het gaat om koop?
110 woningen is een flexibele bandbreedte die is opgenomen in het plan om mee te kunnen bewegen met de woningmarkt. Momenteel staat het concreet aantal woningen voor het plan op 94. De concrete woningplattegronden moeten nog worden uitgewerkt. Daarbij geldt de minimale oppervlakte van 50 m2 per woning zoals opgenomen in de Kempische visie op wonen 2024-2028. Wat betreft prijsklassen wordt het vastgestelde woningbouwprogramma gevolgd. De prijsklassen (prijspeil 2026) zijn als volgt: − sociale koopwoningen grondgebonden < € 295.000 − betaalbare koop: € 295.000 – €420.000 − vrije sector: vanaf € 420.000
31.
VVD
Welke fasering wordt er gehanteerd voor de realisatie per bouwdeel of jaar?
De uitgifte strategie moeten we nog bepalen. Dit vindt plaats nadat het plan is vastgesteld en onherroepelijk is. Dit doen we parallel aan de civieltechnische uitwerking. De uitgifte van de eerste kavels en het bouwrijp maken is gepland voor 2027. Vooralsnog gaan we uit van de fasering van 2 deelgebieden. Echter is de planning nog niet definitief.
7 26.11204
Fractie
Vraag
Antwoord
8
Innovatief energiesysteem Stokkelsche Akker
32.
CDA
Is de optie van een thuisbatterij nog in het onderzoek meegenomen? Tijdens de werkbijeenkomst was dit namelijk ook nog een optie. Zo nee, wat is de reden om dit niet mee te nemen.
In dit onderzoek is de focus gelegd op het ontwikkelen van een innovatief energiesysteem voor de gehele wijk. Het Rijk heeft in het Besluit bouwwerken leefomgeving de eisen bepaald voor individuele woningen en hier mag je als gemeente geen aanvullende eisen voor stellen. Daarom is het niet mogelijk om een thuisbatterij te verplichten voor de nieuwe woningen. Wel is het juridisch toegestaan om op wijkniveau ambities vast te leggen in het omgevingsplan en zo een hoge mate van zelfvoorzienendheid en een vermindering van de impact op het elektriciteitsnet te bewerkstelligen. Als onderdeel van de wijkoplossing is een buurtaccu bijvoorbeeld een optie.
33.
CDA
We begrijpen de kosten en risico’s van dit innovatieve project. De vraag is echter: Is het niet te snel/makkelijk gestopt? Is het tweesporen beleid waarvan tijdens de werkbijeenkomst ook sprake was nu niet (meer) mogelijk?
Dit is een politieke vraag.
34.
ESA
Er wordt gezegd dat gemeente Eersel door het onderzoek naar het innovatieve energiesysteem een voorsprong heeft opgebouwd richting Enexis en mogelijk in aanmerking komt voor congestieverzachtende woonwijken. Tegelijkertijd wordt voorgesteld om dit innovatieve energiesysteem niet verder op te nemen in de ontwikkelingen van de Stokkelsche Akker. Kan het college toelichten welke concrete gevolgen dit besluit heeft voor de positie van Stokkelsche Akker richting Enexis?
We hebben geen zekerheid over een elektriciteitsaansluiting voor Stokkelsche Akker. De gemeente kan op dit moment zijn projecten aanmelden bij Enexis. De criteria van Enexis zijn: 1. Het woningbouwproject is vóór 1 april bekend bij de netbeheerder; 2. Er zijn vóór 1 april 2026 concrete gesprekken gevoerd over de realisatie; 3. De start van de bouw ligt naar verwachting binnen 3 jaar vanaf 1 april 2026, dus uiterlijk 1 april 2029; 4. Er is een betrokken projectontwikkelaar en/of aannemer; 5. Het project is voldoende concreet uitgewerkt, waaronder in ieder geval: − Duidelijke projectlocatie (bijv. vastgelegd in een polygoon); − Inzicht in aantallen en typen aansluitingen; − Eventuele collectieve voorzieningen bij woningbouwcomplexen zoals lift, portiekverlichting of collectieve warmte; − Een realistische projectplanning.
35.
ESA
Blijft de mogelijkheid bestaan om via het Joule4Joloutraject met een evt alternatieve pilot, versneld of met voorrang een netaansluiting te verkrijgen?
We hebben tijdens dit traject contact gehad met de innovatiemanagers van Enexis en zijn aangesloten als spiegellocatie bij het Joule4Joule-traject. Deze aansluiting leidt niet direct tot voorrang bij het krijgen van een netaansluiting. Daarnaast is er nu een nieuw pilotproject in oprichting ‘Congestieverzachtende
8 26.11204
Fractie
Vraag
Antwoord woonwijken’. Met dat traject wilde Enexis gaan ontdekken hoe congestieverzachtende nieuwbouw kan worden bevorderd door deze extra te prioriteren. Wij kregen de uitnodiging om met Stokkelsche Akker één van de twee pilotprojecten te zijn. Het voorstel om dit nu niet voort te zetten, houdt ook in dat we niet meer kunnen deelnemen aan het pilottraject ‘Congestieverzachtende woonwijken’.
36.
ESA
Indien deze innovatieve voorsprong vervalt, welke alternatieven heeft het college nog om op korte termijn zekerheid te verkrijgen over een elektriciteitsaansluiting voor de Stokkelsche Akker? En welke consequenties als de aansluiting uitblijft?
Er wordt ingezet op gesprekken met Enexis en binnen de MRE om ervoor te zorgen dat Stokkelsche Akker nog gebruik kan maken van de reeds gereserveerde capaciteit. Hiervoor gelden de criteria die ook onder vraag 34 zijn benoemd. Er is op dit moment nog geen duidelijkheid of de benodigde capaciteit ook wordt afgegeven. Deze onduidelijkheid is niet uniek en geldt voor meer projecten in de gemeente en de regio. Als de aansluiting uitblijft, kunnen de woningen wel gebouwd worden, maar krijgen ze geen elektriciteitsaansluiting. Er moet dan worden gekeken of er alternatieven zijn, maar die zijn op dit moment niet meteen voor handen.
37.
ESA
In het raadsvoorstel staat dat het onderzoek een innovatieve voorsprong heeft opgebouwd richting Enexis, de regio en andere gemeenten. Welke concrete afspraken of doelen zijn er gemaakt om deze positie te behouden nu het besluit voorligt het niet te realiseren?
Het traject van de afgelopen maanden heeft ons veel kennis en inzichten opgeleverd. Het laat ook zien dat de energiewereld heel snel ontwikkelt. Het college ziet meerwaarde om deze kennisontwikkeling door te zetten en te kijken hoe innovatief energiesystemen haalbaar en betaalbaar gemaakt kunnen worden. Hier ziet het tweede beslispunt uit het raadsvoorstel op toe. In dit traject willen we zoeken naar een manier om ambitie en betaalbaarheid in balans te brengen, bijvoorbeeld door de ambitie naar beneden bij te stellen. Daarnaast willen we kijken wat de toegevoegde waarde is van individuele elementen van het innovatieve energiesysteem, zodat dit kan worden meegenomen bij toekomstige gebiedsontwikkelingen.
38.
ESA
Welke alternatieve scenario’s heeft het college voorbereid om de woningbouw alsnog te laten plaatsvinden?
Het is onduidelijk of er capaciteit beschikbaar is voor Stokkelsche Akker (zie antwoord bij vraag 36). Projecten worden nu gedeeld met Enexis zodat hier bij de verdeling van de beschikbare capaciteit rekening mee kan worden gehouden. Daarnaast worden er op dit moment geen alternatieve stappen specifiek voor Stokkelsche Akker om ervoor te zorgen dat de woningen straks ook aansluitingen kunnen krijgen. Netcongestie gaat verder dan alleen Eersel en hier moeten dus ook in de regio en door het Rijk oplossingen voor worden
9 26.11204
Fractie
Vraag
Antwoord gezocht. Buiten het ontwikkelen van een congestieverzachtende woonwijk zijn er weinig stappen die gemeenten zelf kunnen zetten.
39.
ESA
Zijn er nog onderdelen van dit project haalbaar voor de Stokkelsche Akker?
Op dit moment is het voorstel aan de raad om het innovatieve energiesysteem voor Stokkelsche Akker niet verder uit te werken. Er blijft dan onduidelijkheid voor de gebiedsontwikkeling. Als onderdeel van het vervolgonderzoek (beslispunt 2) willen we gaan kijken wat de bijdrage en kosten zijn van de verschillende onderdelen van het innovatieve energiesysteem (buurtaccu, warmtenet, slim aansturen, zonnepanelen, seizoensopslag voor warmte).
40.
ESA
Al met al lijkt de conclusie in dit raadsvoorstel, er is een haalbaarheidsonderzoek gedaan; innovatief en wellicht kansrijk idee, maar niet rijp voor realisatie ivm risico’s van kosten, exploitatie-vorm en omvang. Is het überhaupt denkbaar dat de gemeente Eersel dit soort innovaties kan uitvoeren als men kijkt naar schaalgrootte van onze gemeente? Wat wordt er gedaan met de huidige inzichten?
Het klopt dat bij dergelijke investeringen schaalvoordelen gelden. Bij een grotere gebiedsontwikkeling worden de relatieve kosten per woning minder. Het is zeker denkbaar om dit soort innovaties in onze gemeente door te voeren. Denk aan de optie van een buurtaccu bij een gebiedsontwikkeling. Of het slim aansturen van zonnepanelen zodat de impact op het elektriciteitsnet wordt verminderd.
41.
ESA
Welke concrete rol ziet de gemeente voor zichzelf in het monitoren van technologische ontwikkelingen? Is dit een gemeentelijke taak?
Het is belangrijk dat de kennis die we hebben opgedaan niet verloren gaat. De technologische ontwikkelingen die we volgen moeten ingezet worden om de woningbouwopgave verder te kunnen uitrollen. De MRE en de provincie zijn hier ook druk mee bezig, de kennis die we hebben opgedaan delen we met ze. Het is de taak van de gemeente om de woningbouw uit te kunnen rollen, dus daarom ook het onderzoeken van technologische ontwikkelingen.
42.
ESA
Het college stelt voor om ong 50 k beschikbaar te stellen voor verder volgen van ontwikkelingen rondom innovatieve energiesystemen. Waarvoor is dit geld nodig? Wat is onze rol versus die van commerciële partijen?
Dit geld is niet enkel bedoeld om de ontwikkelingen te volgen, maar we gaan ook kijken hoe een dergelijk innovatief energiesysteem is te optimaliseren zodat het ook in toekomstige gebiedsontwikkelingen in onze gemeente haalbaar en betaalbaar wordt. Het is ons voornemen om dit weer samen met KempenEnergie op te pakken. Daar zit veel kennis en expertise, maar we gaan er niet aan ontkomen om hiervoor ook de ondersteuning in te schakelen van een ingenieursbureau voor het uitvoeren van de noodzakelijke berekeningen en modelleringen.
43.
ESA
Blijven we met partijen als het RVO, de MRE, de provincie, etc in gesprek over dit totaal systeem?
Ja, we hebben nog steeds een kennisvoorsprong. Onze kennis en ervaringen delen we graag met ze.
10 26.11204
Fractie
Vraag
Antwoord
44.
EVM
Wat is het standpunt en advies van KempenEnergie met betrekking tot dit voorstel?
KempenEnergie is actief betrokken in het proces. De werkgroep is op regelmatige basis bijgepraat en ook meegenomen in de argumenten om het innovatieve energiesysteem op dit moment niet toe te voegen aan de scope van de gebiedsontwikkeling. Ze hebben daarna geen duidelijk standpunt of advies gecommuniceerd en het is verder aan KempenEnergie om hun mening over dit voorstel te delen.
45.
EVM
Zijn er in dit proces energiesystemen of congestieverzachtende maatregelen aan het licht gekomen die toegepast kunnen worden in bestaande woonwijken? Zo ja, zijn daar subsidiemogelijkheden voor beschikbaar?
Jazeker, denk aan een buurtbatterij. Om goed in kaart te brengen wat dit kan betekenen vragen we ook het resterende budget aan. Of er subsidiemogelijkheden zijn, is afhankelijk van welk onderdeel uit het energiesysteem je wilt toepassen. Voor een buurtbatterij is niet meteen een subsidie beschikbaar, maar kunnen er wel andere financiële voordelen zijn voor inwoners. Voor bijvoorbeeld een warmtenet is meestal wel een subsidie beschikbaar.
46.
EVM
In welke toekomstige woningbouwplannen zouden innovatieve energiesystemen zoals die nu onderzocht zijn wel rijp zijn voor toepassing? Wat moet daar eventueel nog voor gebeuren?
Het is belangrijk om de haalbaarheid en betaalbaarheid te kunnen garanderen. Dat gaan we de komende tijd verder uitwerken, zodat we daarna kunnen bepalen of een innovatief energiesysteem of onderdelen daarvan kunnen worden toegepast in andere gebiedsontwikkelingen. Daarvoor moet gezocht worden naar optimalisaties, het effect van individuele onderdelen van het systeem in kaart brengen en de wet- en regelgeving verder worden uitgewerkt.
47.
EVM
Is het ook mogelijk om nu zonder de innovatieve systemen de planontwikkeling door te zetten zodat het voorkeursrecht standhoudt en later het omgevingsplan dan weer aan te passen als blijkt dat een innovatief systeem haalbaar is en of noodzakelijk blijkt ivm netcongestie? Wat zijn hierbij eventuele nadelen, voordelen of risico’s.
Dit is in het raadvoorstel uitgewerkt onder alternatief 2. Hier staat de optie beschreven om twee parallelle sporen te doorlopen. Aan de ene kant wordt de omgevingsplanwijziging (zonder ambitie voor een innovatief energiesysteem) doorgezet om de deadline voor het voorkeursrecht te behalen en tegelijk krijgt het college de mogelijkheid om het innovatieve energiesysteem verder uit te werken en uiterlijk 18 maanden na vaststelling van de omgevingsplanwijziging dit alsnog te verankeren. Nadelen/risico’s zijn: − er kan (vanwege het voorbereidingsbesluit) gedurende de 18 maanden niet worden gebouwd. In deze periode werkt het college het innovatieve energiesysteem verder uit en bepaalt of het haalbaar/betaalbaar is. − ontwikkelaars en initiatiefnemers in het gebied blijven langer in onzekerheid zitten. Ze weten niet waar ze aan toe zijn en welke ambities de gemeente nastreeft.
11 26.11204
Fractie
Vraag
Antwoord −
48.
het is op dit moment organisatorisch lastig om twee omgevingsplanwijzigingen langs elkaar te doorlopen.
PRO
Als dit plan niet in zijn geheel doorgaat, wat is er nog wel mogelijk om in deze wijk vernieuwende technieken toe te passen die bijdragen aan de originele doelen?
Op dit moment is het voorstel om in Stokkelsche Akker geen vernieuwende technieken toe te passen. Dit om duidelijkheid te bieden en de planning voor de gebiedsontwikkeling door te zetten. We onderzoeken wel of, en zo ja, hoe, vernieuwende technieken in andere toekomstige gebiedsontwikkelingen kunnen worden ingezet.
9
Verordening Jeugdhulp
49.
ESA
Art 4. Hoe wordt vastgesteld dat de ondersteuning daadwerkelijk passend is?
Deze beoordeling ligt bij de jeugdhulpprofessional van het CJG+ die hiervoor is opgeleid. Op basis van het intakegesprek met de ouders en de jeugdige wordt de hulpvraag in kaart gebracht. Vervolgens wordt in gezamenlijk overleg gekeken welke vorm van ondersteuning noodzakelijk en voldoende passend is.
50.
ESA
Art. 4. Wordt er bijgehouden hoeveel jeugdigen alsnog doorverwezen worden naar een individuele voorziening?
Er is zicht op het aantal jeugdigen met een individuele voorziening.
51.
ESA
Art 5. Beslistermijn 10 weken. ASD geeft aan dat problemen in die tijd kunnen verergeren. Wat was de gemiddelde doorlooptijd van aanvragen in 2024 en 2025?
We beschikken niet over deze data over de jaren 2024 en 2025. Dit heeft te maken met de overstap naar een ander registratiesysteem waar dit destijds niet was ingebouwd. Als onderdeel van het Kempische MJBK 2026-2029 worden deze gegevens vanaf medio 2026 wel geregistreerd, hierop is het systeem Mens Centraal aangepast.
52.
ESA
Art 5. Lid 2 en lid 4: hoe verhoudt dit lid zich tot de Awb?
Een beslistermijn van 10 weken niet in strijd met artikel 4:13 Awb te handelen. De termijn van acht weken uit artikel 4:13 Awb geldt als vangnet wanneer geen andere termijn is vastgesteld. De Jeugdwet bevat geen algemene beslistermijn, waardoor gemeenten in hun verordening een termijn kunnen opnemen. De gekozen termijn van 10 weken sluit bovendien aan bij de VNGmodelverordening Jeugdhulp. De VNG geeft hiermee de inwoner de kans geven zelf een plan aan te leveren (familiegroepsplan). Dat kost extra tijd. Waar het eerder kan dan 10 weken wordt het onderzoek eerder afgerond en is er sneller een besluit. CJG+ bewaakt dat de totale doorlooptijd vanaf het moment van start onderzoek binnen de wettelijke kaders blijft en dat het
12 26.11204
Fractie
Vraag
Antwoord onderzoek zorgvuldig wordt uitgevoerd. De gekozen werkwijze is gericht op een werkbaar en zorgvuldig proces voor zowel jeugdige als gemeente
53.
ESA
Art. 6 en 6a: Kan het college toelichten hoe wordt gewaarborgd dat het belang van het kind leidend blijft wanneer doelmatigheid en de goedkoopst adequate voorziening wordt toegepast? Hoe vaak verwacht het college dat een door de huisarts voorgestelde behandeling wordt aangepast vanwege gemeentelijke toetsing?
1. De werkwijze is dat er voldoende passende zorg wordt ingezet. Daarbinnen wordt gekeken naar welke dan de goedkoopste is. 2. De huisarts heeft een eigen verwijsbevoegdheid op grond van de jeugdwet waar de gemeente geen stem in heeft behalve bij de inzet van niet gecontracteerde zorg. Huisartsen weten dat zij geen niet gecontracteerde zorg in mogen zetten dus in de praktijk zien we dat dit vrijwel nooit aangepast hoeft te worden.
Zijn er voorbeelden van die positief uitpakken voor het kind of de jongere?
Niet van toepassing, zie antwoord 2.
54.
ESA
Art. 7: Niet gecontracteerde zorg: de voorwaarden van inzet zijn aangescherpt. Waarom is deze aanscherping noodzakelijk? Heeft u praktijkvoorbeelden? Wat wordt er anders beoordeeld dan de eerdere verordening?
Gemeente willen inzetten op gecontracteerde zorg omdat er dan meer zicht is op kwaliteit van zorg, toezicht en tarieven. Deze aanscherping is noodzakelijk omdat we de afgelopen jaren een stijging zien van de inzet van niet gecontracteerde zorg. De voorwaarden voor de inzet van niet gecontracteerde zorg zijn aangescherpt; cumulatief in plaats van alternatief (en-en) en voorwaarde c (beter passende zorg) is eruit gehaald. Praktijkvoorbeeld: Er is passend gecontracteerd aanbod beschikbaar. De aanvrager geeft echter de voorkeur aan een niet-gecontracteerde aanbieder, omdat deze als beter passend wordt ervaren. In gesprek met de inwoner wordt toegelicht waarom het gecontracteerde aanbod als toereikend en passend wordt gezien. Op basis van de herziene verordening zou in deze situatie de aanvraag worden afgewezen.
55.
ESA
Art. 12: Weigeren, beperken of intrekken. Hoe voorkomt het college dat jongeren niet de dupe worden van situaties waarin ouders tijdelijk niet of onvoldoende kunnen meewerken? Hoe voorkomt het college dat er geen onveilige situatie ontstaat voor het kind, jongere?
Ouders zijn in basis verantwoordelijk voor hun kind. Wanneer de jeugdhulpprofessional van het CJG+ ervaart dat de veiligheid van het kind in het geding komt wordt dit intern besproken waarna de meldcode in gang wordt gezet. Mocht het nodig zijn kan hier onvrijwillige zorg uit voorkomen.
56.
ESA
Art 13: Normale opvoedingsuitdagingen. Hoe voorkomt het college dat serieuze psychische problematiek van een jongere
Of er sprake is van gebruikelijke zorg wordt vastgesteld aan de hand van de criteria in art. 13, lid 2. Op basis van deze criteria kan de jeugdhulpprofessional
13 26.11204
Fractie
Vraag
Antwoord
te snel wordt genormaliseerd? Welke ruimte krijgen professionals om van deze lijst af te wijken? Vanwaar dat de genoemde voorbeelden in art 13 worden benoemd als normale opvoedingsuitdagingen?
van het CJG+ van deze lijst afwijken. De lijst geeft een richtlijn en het gaat altijd om maatwerk.
57.
ESA
Art 13: Wat zijn precies effectieve interventies?
De belangrijkste Nederlandse maatstaf is de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het NJi. Interventies worden door een onafhankelijke commissie beoordeeld en krijgen bijvoorbeeld de status: − goed onderbouwd; − eerste aanwijzingen voor effectiviteit; − goede aanwijzingen voor effectiviteit; − sterke aanwijzingen voor effectiviteit.
58.
ESA
Art. 14: Eigen kracht: Wanneer is de grens van eigen kracht bereikt?
In het kader van de Jeugdwet en een jeugdhulpverordening is de grens van eigen kracht bereikt wanneer redelijkerwijs niet meer van de jeugdige, de ouders en het sociale netwerk kan worden verwacht dat zij de benodigde ondersteuning zelf organiseren, bieden of volhouden. Uit het onderzoek komt dit naar voren.
59.
ESA
Art 15: Hoe wordt geborgd dat signalen van overbelasting en beperkte belastbaarheid, onvoldoende draagkracht daadwerkelijk worden herkend wanneer deze niet expliciet in deze verordening zijn benoemd? Wat als draagkracht en belastbaarheid het probleem zijn?
In artikel 13 van de verordening is expliciet opgenomen dat de beoordeling van de overbelasting ook rekening houdt met de motivatie van de ouder(s) en de verwachtingen die zij hebben bij het zoeken naar oplossingen en het beoordelingskader overbelasting Als draagkracht en belastbaarheid het probleem zijn, dan kan het college in overleg met de ouder(s) en de jeugdige een individuele voorziening treffen om deze problemen aan te pakken. Het college moet dan rekening houden met de specifieke omstandigheden van het gezin en de jeugdige, en een passende oplossing vinden om de overbelasting te verminderen.
60.
ESA
Algemeen: Sluit deze verordening helemaal aan bij het vastgestelde meerjarig beleidskader Jeugd?
Ja, de verordening jeugdhulp gemeente Eersel 2026 sluit volledig aan bij het vastgestelde meerjarig beleidskader Jeugd (MJBK) 2026-2029. Dit wordt expliciet vermeld de verordening, waarin wordt gesteld dat de verordening de visie en uitgangspunten van het MJBK vertaalt naar concrete, toetsbare regels voor toegang, toekenning en uitvoering van jeugdhulp.
14 26.11204
Fractie
Vraag
Antwoord
61.
ESA
Betekent deze verordening dat kinderen en jongeren die echt specialistische jeugdzorg/ hulp nodig hebben eerder in beeld zijn?
De verordening jeugdhulp is een juridisch instrument van de gemeente waarin wordt vastgelegd hoe de jeugdhulp binnen die gemeente is georganiseerd en wordt uitgevoerd. Dit zegt minder over het in beeld zijn van kinderen en jongeren die echt specialistische jeugdhulp nodig hebben.
62.
ESA
Betekent dit dat kinderen en jongeren die in een onveilige leefsituatie verkeren eerder hulp krijgen?
In de Verordening Jeugdhulp en het Kempisch Meerjarenbeleidskader Jeugd staat de beweging naar voren centraal: eerder signaleren, inzetten op eigen kracht, normaliseren en waar mogelijk lichte ondersteuning dichtbij organiseren. Deze beweging moet eraan bijdragen dat specialistische jeugdhulp beschikbaar en toegankelijk blijft voor kinderen en jongeren die deze hulp écht nodig hebben, waaronder kinderen die opgroeien in een onveilige situatie.
63.
ESA
Betekent dit dat kinderen en jongeren die wel specialistische hulp nodig hebben, eerder gezien worden en geholpen worden?
In de Verordening Jeugdhulp en het Kempisch Meerjarenbeleidskader Jeugd staat de beweging naar voren centraal: eerder signaleren, inzetten op eigen kracht, normaliseren en waar mogelijk lichte ondersteuning dichtbij organiseren. Deze beweging moet eraan bijdragen dat specialistische jeugdhulp beschikbaar en toegankelijk blijft voor kinderen en jongeren die deze hulp écht nodig hebben, waaronder kinderen die opgroeien in een onveilige situatie.
64.
ESA
Hoe zorgt deze verordening ervoor dat ouders en verzorgers, kinderen en jongeren, scholen en huisartsen, de gemeente als eerste toegang tot begeleiding, hulp en specialistische zorg tot jeugdzorg/ hulpverlening erkennen?
Volgens artikel 3 van de verordening jeugdhulp gemeente Eersel 2026 wordt de toegang tot overige en individuele voorzieningen gespecificeerd, waaronder begeleiding, hulp en specialistische zorg. Hierdoor wordt de toegang tot jeugdzorg/hulpverlening voor ouders en verzorgers, kinderen en jongeren, scholen en huisartsen duidelijker gemaakt. Verder wordt in artikel 4 van de verordening expliciet opgenomen dat bij een hulpvraag er samen met kind en ouders gekeken wordt naar mogelijkheden vanuit andere domeinen, zoals onderwijs en zorg, voordat er individuele jeugdhulp wordt verstrekt. Dit betekent dat de gemeente eerst de mogelijkheden van andere domeinen onderzoekt voordat er jeugdzorg/hulpverlening wordt verstrekt. In artikel 6a van de verordening wordt bepaald dat de huisarts, medisch specialist of jeugdarts verwijst naar een jeugdhulpaanbieder die door de gemeente is gecontracteerd, wanneer hij dat noodzakelijk acht. Dit betekent
15 26.11204
Fractie
Vraag
Antwoord dat de huisarts, medisch specialist of jeugdarts de eerste toegang tot jeugdzorg/hulpverlening kan bieden.
65.
ESA
In hoeverre zorgt deze verordening dat financiële problemen, stille armoede en vechtscheidingen in gezinnen/ gebroken gezinnen, het kind/ de jongere eerder in beeld zijn?
Volgens de verordening jeugdhulp gemeente Eersel 2026 is financiële zorg een onderdeel van de jeugdhulp. In artikel 13 van de verordening wordt specifiek vermeld dat financiële zorg, schuldhulpverlening, budgetcoaching en inkomensondersteuning onderdeel zijn van de jeugdhulp. In de bijlage 1 van de verordening jeugdhulp gemeente Eersel 2026 worden ook specifieke voorbeelden gegeven van situaties waarin een jeugdige of zijn ouders een jeugdhulpvoorziening nodig hebben, zoals financiële problemen, stille armoede en vechtscheidingen in gezinnen/ gebroken gezinnen. In hoeverre deze verordening dat financiële problemen, stille armoede en vechtscheidingen in gezinnen/ gebroken gezinnen het kind/ de jongere eerder in beeld zijn, is moeilijk te beoordelen. Wel is duidelijk dat financiële zorg en schuldhulpverlening onderdeel zijn van de jeugdhulp en dat ernstige verslavingsproblematiek en problematische schulden indicaties zijn voor het verlenen van een jeugdhulpvoorziening.
66.
PRO
Welke wijzigingen leiden daadwerkelijk tot een andere beoordeling van hulpvragen?
Volgens de verordening jeugdhulp gemeente Eersel 2026 zijn er enkele wijzigingen die leiden tot een andere beoordeling van hulpvragen. Hieronder volgen enkele voorbeelden: − Artikel 13: Hierin is de omschrijving van gebruikelijke zorg per leeftijdscategorie toegevoegd. Ook zijn normale opvoeduitdagingen expliciet opgenomen als uitsluiting voor individuele voorziening. − Artikel 14: Hierin is de uitgebreide invulling van de beoordeling van eigen kracht/probleemoplossend vermogen en relatie met overbelasting toegevoegd. Ook zijn verwachtingen m.b.t. aanpassingen die ouders zelf kunnen doen bij het zoeken naar oplossingen en beoordelingskader overbelasting toegevoegd. − Artikel 19: Hierin is de motivatie van de ouder(s) en de verwachtingen die zij hebben bij het zoeken naar oplossingen en het beoordelingskader overbelasting expliciet meegenomen in de beoordeling van de overbelasting. Dit betekent dat de beoordeling van hulpvragen nu ook rekening houdt met de motivatie en verwachtingen van ouders en de verwachtingen die zij hebben bij
16 26.11204
Fractie
Vraag
Antwoord het zoeken naar oplossingen. Ook wordt er nu expliciet rekening gehouden met normale opvoeduitdagingen als uitsluiting voor individuele voorziening.
67.
PRO
Welke wijzigingen zijn Kempische beleidskeuzes?
−
68.
PRO
Hoe is de motie normaliseren verwerkt?
Deze motie is niet één-op-één verwerkt in de Verordening Jeugdhulp gemeente Eersel 2026. De motie heeft primair betrekking op de monitoring en evaluatie van beleidskeuzes rondom normaliseren en de wijze waarop de gemeenteraad hierover wordt geïnformeerd. Dit betreft geen uitvoeringsregels in het kader van de Jeugdwet, maar een opdracht aan het college ten aanzien van de beleidsmatige uitwerking, monitoring en verantwoording. Het ligt daarom meer voor de hand om uitvoering te geven aan deze motie binnen de evaluatie van het Kempisch Meerjarenbeleidskader Jeugd 20262029 en de reguliere planning- en controlcyclus.
De uitgangspunten van het Kempisch Meerjarenbeleidskader Jeugd 20262029 zijn toegevoegd aan de verordening. − De jeugdhulpplicht wordt afgebakend. − De toegestane bestedingen voor pgb zijn uitgebreider vastgelegd in artikel 24. − De motivatie van de ouder(s) en de verwachtingen die zij hebben bij het zoeken naar oplossingen en het beoordelingskader overbelasting zijn expliciet meegenomen in de beoordeling van de overbelasting. − De voorwaarden en beoordeling van overige en individuele voorzieningen zijn uitgebreider omschreven. − De afstemming met andere domeinen, waaronder Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), onderwijs, Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet langdurige zorg (Wlz) en werk & inkomen, is uitgebreider omschreven. − De wijze waarop de hoogte van het pgb wordt vastgesteld is uitgebreider omschreven. − De bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en ten onrechte ontvangen voorzieningen is uitgebreider omschreven. − De betrokkenheid van jeugdigen, ouders en cliëntenvertegenwoordigers bij beleid is uitgebreider omschreven. Dit zijn de wijzigingen die zijn toegevoegd aan de verordening en die de Kempische beleidskeuzes weerspiegelen.
17 26.11204
Fractie
Vraag
Antwoord
69.
PRO
Welke concrete preventieve voorzieningen worden toegevoegd of versterkt?
Onderdeel van het uitvoeringsplan Jeugd 2026 is het verstevigen van de sociale en pedagogische basis. Dit project richt zich voor 2026 op het inzichtelijk maken van het huidige preventieve aanbod en onderzoek doen naar de ontwikkelopgaven binnen het preventieve aanbod. Op basis van het onderzoek dat in 2026 wordt uitgevoerd, zal in de toekomst bepaald worden welke concrete preventieve voorzieningen worden toegevoegd of versterkt om de sociale en pedagogische basis in de Kempen te versterken.
70.
PRO
Verwacht het college minder individuele voorzieningen?
De insteek van de verordening is een scherpere afbakening en afweging wat moet leiden tot het behalen van de doelstellingen van het Meerjarenbeleidskader Jeugdhulp (MJBK) en we de beweging kunnen maken naar kwalitatieve en betaalbare jeugdhulp voor degenen die dit het hardst nodig hebben. De aangescherpte afbakening maakt het mogelijk om scherpere keuzes te maken, onder meer door een duidelijk onderscheid te maken tussen normale opvoeduitdagingen en problematiek waarvoor ondersteuning nodig is. Hiermee wordt beoogd de beweging te maken naar minder specialistische jeugdhulp en meer passende ondersteuning in de sociale basis/voorliggend aanbod.
71.
PRO
Wat verstaat het college onder "de meest kwetsbare jeugdigen"?
Met ‘de meest kwetsbare jeugdigen’ bedoelt het college jeugdigen en gezinnen met een complexe ondersteuningsvraag, waarbij sprake is van ernstige problematiek, onveiligheid of de noodzaak tot specialistische jeugdhulp. Het betreft situaties waarin ondersteuning vanuit de sociale basis en algemene voorzieningen niet toereikend is en passende specialistische hulp noodzakelijk blijft.
72.
PRO
Hoe wordt voorkomen dat gezinnen tussen wal en schip vallen?
We streven er altijd naar dat er geen gezinnen tussen wal en schip vallen. Met deze verordening wordt gekeken naar wat passende zorg is voor de betreffende hulpvraag.
73.
PRO
Wat zijn de actuele wachttijden van melding tot start hulp?
Deze gegevens moet ik uitvragen bij het CJG+, kom ik op terug.
74.
PRO
Hoe wordt beoordeeld dat de goedkoopst adequate voorziening ook de meest passende is?
De werkwijze is dat er voldoende passende zorg wordt ingezet. Daarbinnen wordt gekeken naar welke dan de goedkoopste is.
75.
PRO
Wanneer en hoe wordt de raad geïnformeerd over de effecten van de verordening?
Er is een interne werkgroep die de verordening evalueert. Daarnaast leveren de inhoudelijke evaluaties van het MJBK, input voor de lijn van de verordening
18 26.11204
Fractie
Vraag
Antwoord en eventuele aanpassingen daarin, hierin wordt de gemeenteraad meegenomen.
10
1e begrotingswijziging 2026 en ontwerpbegroting 2027-2030 KempenPlus
76.
EVM
Is al bekend in welke richting beleidskeuzes gemaakt kunnen worden welke aan onze raad voorgelegd worden eind 2026. Kunnen we de wens uitspreken dat hierin meerdere scenario’s worden voorgelegd aan de gemeenteraad?
Door de Kempische Stuurgroep is een aantal uitgangspunten bepaald aan de hand waarvan het beleidskader nu ambtelijk wordt uitgewerkt. Op dit moment worden ambities, doelstellingen, strategieën en maatregelen geformuleerd. Tijdens het Kempencongres in oktober nemen we uw raad hierin mee.
77.
EVM
In de paragraaf “De begroting in één oogopslag” staat dat “zowel de baten (− €21.000) als de lasten (− €268.000) in 2027 lager zijn dan in 2027”. (p. 8, ontwerpbegroting) De vergelijking verwijst tweemaal naar 2027 en dat moet kennelijk een keer 2026 zijn. De onderliggende cijfers zijn op zichzelf juist (lasten €35.315K → €35.047K; baten €11.556K → €11.535K). Indien dit inderdaad niet correct in opgeschreven graag zien wij dit graag gecorrigeerd terug en anders vragen wij om verduidelijking van de zin.
De correcte tekst is: “zowel de baten (− €21.000) als de lasten (− €268.000) in 2027 lager zijn dan in 2026.” Het bestuur van KempenPlus wordt hierop geattendeerd voor de vaststelling van de begroting.
78.
EVM
De gemeentelijke bijdrage daalt met ruim een miljoen richting 2030, terwijl de lasten vrijwel gelijk blijven. Het is niet duidelijk hoe dit sluitend blijft. Graag een onderbouwing.
De daling van gemeentelijke bijdrage is de resultante van zowel lagere lasten als hoger geraamde baten. Het totaalbeeld is opgenomen op pagina 7: Overzicht van baten en lasten per kostensoort Toelichting op de belangrijkste mutaties: − Lasten: De loonkosten van de doelgroep nemen geleidelijk af vanwege uitstroom Sw. De loonkosten van de organisatie nemen af als gevolg van voorgenomen reductie van externe inhuur. − Baten: De loonkostensubsidie neemt jaarlijks toe vanwege de groei aantal medewerkers met deze subsidie.
11
Begroting samenwerking Kempengemeenten 2027-2030
19 26.11204
79.
Fractie
Vraag
Antwoord
CDA
In het raadsvoorstel worden 9 risico’s genoemd. Daarbij is niet genoemd welke risico’s hoog zijn en wat er mee gedaan wordt. Wat wordt hier nu mee gedaan? Zijn deze risico’s nu naar beneden bijgesteld door genomen maatregelen? Bijvoorbeeld krapte op de arbeidsmarkt? Onderzoek Reusel-De Mierden?
De in de begroting opgenomen risico’s worden, indien zij zich hebben voorgedaan, toegelicht in de verantwoording van de jaarrekening. Daarnaast wordt door middel van begrotingswijzigingen en periodieke rapportages ingespeeld op eventuele risico’s waarvan de omvang bekend is. Op de meeste risico’s heeft de GRSK geen of slechts beperkte invloed. De GRSK draagt er echter wel zorg voor dat de dienstverlening aan inwoners zoveel mogelijk onverminderd doorgang blijft vinden.
80.
CDA
In het raadsvoorstel staat een risico genoemd genaamd transitievergoeding: Wat is de compensatie transitievergoeding bij langdurig arbeidsongeschiktheid?
Wanneer een werknemer na twee jaar ziekte uit dienst gaat, bestaat op grond van de wettelijke bepalingen recht op een transitievergoeding. In bepaalde gevallen worden werkgevers hiervoor gecompenseerd. Deze compensatiemogelijkheid vervalt per 1 januari 2027.
81.
CDA
In de begroting staat een post: Project impact fusie Best Oirschot. Waaruit bestaan deze kosten?
Deze post betreft de kosten die samenhangen met het project voor de uittreding van de gemeente Oirschot, waaronder de voorbereiding en uitwerking van het uittredingsplan. De hiermee gemoeide kosten worden volledig doorbelast aan de gemeente Oirschot.
20 26.11204