CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[26.10163] Bijlage 4 Verslag haalbaarheidsonderzoek innovatief energiesysteem Stokkelsche Akker spoor Governance

Raadsvergadering 7 juli 2026, gemeente EerselBij agendapunt: Innovatief energiesysteem Stokkelsche Akker6.146 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente

f

Eersel

Verslag HEG Stokkelsche Akker - Werkgroep Governance Deel 2

Organisatie van het warmtebedrijf als onderdeel van het energiesysteem van Stokkelsche Akker De financiering van het energiesysteem

gemeente

Eersel ICitynpiŞcU. hien&v. in. Mn. ùMtreSAtretļio

Samenstelling werkgroep Governance

Claire Persant-Snoep

Gemeente Eersel

Jelle van den Corput

Gemeente Eersel

Rolf Westmijse

KempenEnergie

Datum verslag

15 mei 2025

2

gemeente

Eersel cOOkićťi» uo- «e*o- coe

Inhoud Inleiding........................................................................................................................................... 4 Belangrijkste conclusies................................................................................................................. 4 Het organisatorische model van het energiesysteem van Stokkelsche Akker..............................10 De onderdelen van het geïntegreerde energiesysteem............................................................. 10 Uitgangspunten warmtebedrijf..................................................................................................10 Organisatiemodellen warmtebedrijf......................................................................................... 11 Belangrijke aandachtspunten bij keuze organisatiemodel warmtebedrijf............................12 Overwegingen warmtebedrijf en Stokkelsche Akker................................................................. 12 Vrijstelling of ontheffing voor kleine warmtenetten............................................................... 12 De warmtegemeenschap....................................................................................................... 13 Geschiktheid organisatiemodellen voor Stokkelsche Akker......................................................13 Conclusie m.b.t.

de mogelijke organisatiemodellen................................................................. 20 De financiering van het energiesysteem van Stokkelsche Akker.................................................. 21 Eigendom van het energiesysteem............................................................................................ 21 Bancair vreemd vermogen......................................................................................................... 22 Garantieregeling warmtenetten................................................................................................ 22 Subsidie innovatief systeem Stokkelsche Akker........................................................................23 Tijdig overleg met subsidieverstrekkers................................................................................ 23 Planning en aansluiting op subsidieprocedure......................................................................23 Combineren van subsidies....................................................................................................23 Bijlage 1: Afweging toepasbaarheid organisatiemodellen warmtebedrijf.................................... 25 Bijlage 2: Financieringsbehoeften warmteproject verdeeld naar projectfasen............................26

3

gemeente

Eersel

z

cOOkićťi» uo- «e*o- coe

Inleiding Dit vervolgonderzoek is een verdieping en uitbreiding van het eerdere onderzoek uitgevoerd in het tweede halfjaar van 2025, waarover werd gerapporteerd op 1 oktober 2025. Onderwerpen van dit vervolgonderzoek zijn de bepaling van het gewenste organisatorische model van het energiesysteem van Stokkelsche Akker en de financiering van het energiesysteem. Voor de nieuwbouwwijk Stokkelsche Akker in Eersel onderzoeken we de haalbaarheid van een innovatief energiesysteem waarbij een integratie van elektriciteit en collectieve warmte wordt gerealiseerd. De huidige praktijk en ook de wetgeving geven geen pasklare oplossingen hoe een geïntegreerd systeem moet worden georganiseerd en verankerd. Duidelijk is wel dat we voor deze casus i.v.m. het collectieve warmteconcept en het daarvoor aan te leggen warmtenet te maken hebben met de nieuwe Wet Collectieve Warmte (Wcw). Om een warmtenet en warmtedistributie mogelijk te maken, is een warmtebedrijf nodig. De Wcw regelt de mogelijkheden voor het organiseren via een aantal organisatiemodellen voor warmtebedrijven.1 We hebben onderzocht welke organisatievorm het meest geschikt is voor het beheren van het innovatieve energiesysteem. In deze notitie verkennen we de verschillende organisatiemodellen met daarbij de kansen en risico’s van elk model.

Belangrijkste conclusies Het onderzoek heeft vastgesteld dat er twee richtingen zijn voor het beantwoorden van de vraag welke organisatievorm van het warmtesysteem het beste past bij het innovatieve energiesysteem van Stokkelsche Akker. Welke richting de gemeente Eersel wil volgen hangt af van de keuze die gemaakt wordt op basis van de volgende vraag: Wil de gemeente Eersel de inrichting van het warmtesysteem en daarbij de keuze van het warmtebedrijf uitsluitend maken voor Stokkelsche Akker of wordt een toekomstgerichte organisatie gekozen waar gaandeweg meer warmtenetten in kunnen worden opgenomen?

De organisatievorm van het energiesysteem, waarin opgenomen een warmtebedrijf en de (overige) elektrische energie componenten, is afhankelijk van deze keuze door de gemeente Eersel. Het gaat hierbij om de vraag of de gemeente Eersel een oplossing wil kiezen voor alleen het project Stokkelsche Akker, of dat de gemeente Stokkelsche Akker wil zien als het begin van het antwoord op noodzakelijke warmtetransitie van meerdere huidige of toekomstige delen van de gemeente. Centraal hierbij staat dat het aantal aansluitingen voor het bij Stokkelsche Akker aan te leggen warmtenet beneden de in de in de Wcw aangegeven grens van 1500 aansluitingen zal liggen. 1 NPLW (Nationaal programma Lokale warmtetransitie) - Handreiking oprichting warmtebedrijf voor gemeenten (december 2025)

4

gemeente

Eersel ICitynpiŞcU. hien&v. in. Mn. ùMtreSAtretļio

Boven die grens verlangt de wet dat publieke organisaties doorslaggevende zeggenschap krijgen in het warmtebedrijf. Onder die grens kan door de gemeente een ontheffing van de wet worden verleend waardoor de organisatie geen publieke zeggenschap hoeft te hebben ook in handen van een warmtegemeenschap of een privaat bedrijf kan komen. De keuze kan daarom naar twee principieel verschillende richtingen worden gemaakt. Beide richtingen hebben voor- en nadelen. Schematisch is dit als volgt aan te geven:

Kiest het College voor een toekomstgerichte organisatie van het warmtebedrijf?

Nee Keuze

Organisatie voor een warmtebedrijf met (uiteindelijk) meer dan 1500 aansluitingen

Organisatie warmtebedrijf alleen voor Stokkelsche Akker

College verleent vrijstelling buiten een warmtekavel Melding bij en toets door ACM (organisatorisch, technisch en financieel)

College bepaalt een warmtekavel voor Stokkelsche Akker (Is in de toekomst uit te breiden)

Op basis van Wet Collectieve Warmte (Wcw) de keuze uit 7 organisatiemodellen die allen publieke zeggenschap vereisen

Bij positieve beoordeling automatische vrijstelling eisen Wet Collectieve Warmte (Wcw) voor maximaal 30 jaar.

Klein warmtenet zonder publieke zeggenschap. Warmtegemeenschap, al of niet met inschakeling van een privaat warmtebedrijf

5

gemeente

Eersel ICitynpiŞcU. hien&v. in. Mn. ùMtreSAtretļio

Keuze A: De gemeente kiest voor een toekomstbestendige organisatie van het warmtesysteem.

Hiermee kiest de gemeente voor organisatie van het warmtebedrijf met doorslaggevende publieke zeggenschap, in overeenstemming met de expliciete doelstelling van de Wcw. Wij adviseren de gemeente nader te onderzoeken of een 10007o publieke organisatie kan worden opgezet waarvan de gemeente Eersel en de provincie Noord-Brabant de aandeelhouders zijn. Het Regionaal Warmtebedrijf (RWB), momenteel in oprichting door de provincie Noord-Brabant, kan dan fungeren als het warmtebedrijf. Financiering van het warmtebedrijf zal deels met eigen vermogen en deels met vreemd vermogen worden verzorgd. Mogelijk kan de Nationale Deelneming Warmte (NDW) ook deelnemen in de financiering van het RWB. Het innovatieve energiesysteem van Stokkelsche Akker kent naast het warmtebedrijf ook onderdelen die te maken hebben met de elektriciteitsvoorziening. Een energiegemeenschap, bijvoorbeeld volgens het tripartite Engea-model, zoals besproken met de gemeente Eersel, kan de gang van zaken bij de elektriciteitsvoorziening beheren. De financiering van dit deel van het energiesysteem zal primair van de gemeente Eersel moeten komen. Schematisch ziet dit model er als volgt uit:

Bewoners

Stokkelsche Akker

MKB bedrijven Eersel e.o.

Gemeente Eersel

Provincie Brabant

Nationale

Energie Gemeenschap

Elektriciteits voorziening

Deelneming Warmte (NDW)

Regionaal Warmtebedrijf (RWB)

Energiegebruikers Stokkelsche Akker

6

gemeente

Eersel

z

cOOkićťi» uo- «e*o- coe Voordelen: ^

» » »

Risicodeling en professionalisering (operationele organisatie, compliance, klantprocessen, storingsdienst). Ook bij toekomstige warmtenetten in Eersel e.o. kan RWB worden ingeschakeld zodat een consistente aanpak en inrichting wordt verkregen. Door samenwerking tussen de gemeente Eersel en RWB ontstaat de publieke zeggenschap over de warmtekavel(s) nu en in de toekomst. Uitgebreidere financieringsmogelijkheden door betrokkenheid Nationale Deelneming Warmte (NDW). Toekomstige financiering met vreemd (bancair-) vermogen zal gemakkelijker en goedkoper zijn door de mogelijkheid van de in ontwikkeling zijnde Garantieregeling Warmtenetten, die de toegang tot de kapitaalmarkt moet ondersteunen. Deze garantie vereist echter een 800Zo garantie van de gemeente of andere betrokken overheidsinstellingen en 2007o inbreng eigen vermogen.

Nadelen: ^ ^ ^ ^ »

Tijd/doorlooptijd: oprichting/aanwijzing/kavelbesluit/contractering kan lang duren (risico voor planning Stokkelsche Akker). Afhankelijkheid van externe partij (RWB prioriteiten, portfolio-keuzes). Minder lokale maatwerkruimte (standaardisatie vs innovatief geïntegreerd systeem). Complexiteit integratie warmte-elektra: RWB focust mogelijk op warmte; afstemming met elektriciteitsdeel kan governance-complex maken. De vereiste publieke zeggenschap in het warmtebedrijf maakt het model van het eerder aan de gemeente Eersel geadviseerde energiegemeenschap (Engea) voor het warmtebedrijf niet goed toepasbaar. In dit model wordt namelijk uitgegaan van een tripartite samenwerking tussen de gemeente, het lokale MKB bedrijfsleven en bewonerscollectieven I KempenEnergie) die allen gelijke zeggenschap in de energiegemeenschap hebben ongeacht hun inbreng.

Dit model is in feite een combinatie van de organisatiemodellen 2 en 3 genoemd in de Wcw. Keuze B: De gemeente kiest voor een oplossing voor uitsluitend Stokkelsche Akker.

Als deze keuze wordt gemaakt is het logisch dat gemeente Eersel een vrijstelling van de Wcw verleent aan een warmtegemeenschap van de bewoners van Stokkelsche Akker, waardoor het niet vereist is dat het warmtebedrijf in publieke handen moet zijn. Een warmtegemeenschap kan dan eigenaar zijn van het warmtebedrijf waarbij de feitelijke werkzaamheden worden uitgevoerd door een gecontracteerde en gespecialiseerde private serviceverlener. De gemeente Eersel zal blijvende financiële steun moeten geven, hetzij via subsidies en andere financiering, hetzij via garanties aan externe geldverstrekkers, Een Warmtegemeenschap van de bewoners of een energiegemeenschap volgens het tripartite Engea model, zoals besproken bij de gemeente Eersel, zal eigenaar zijn van het gehele

7

gemeente

Eersel ICitynpiŞcU. hien&v. in. Mn. ùMtreSAtretļio

energiesysteem, zal als opdrachtgever van de private serviceverlener functioneren en zal bovendien de gang van zaken bij de elektriciteitsvoorziening beheren. Schematisch ziet dit model er als volgt uit als de Hernieuwbare Energie Gemeenschap (HEG) van de bewoners van Stokkelsche Akkers eigenaar is van het gehele energiesysteem:

Of bij vorming van de Energiegemeenschap volgens het Engea model.

8

gemeente

Eersel

z

cOOkićťi» uo- «e*o- coe Voordelen: ^ ^ ^ »

»

Snellere start/implementatie (als governance å contractering haalbaar zijn). Lokale betrokkenheid/acceptatie (eigenaarschap kan draagvlak vergroten). Mogelijk innovatiever (ruimte om integraal warmte-elektra te organiseren als dat juridisch kan). Het warmtebedrijf zal zelfstandig of samen met gemeente financiering op kunnen halen. Samen met gemeente kan door financiële betrokkenheid via subsidies, overige financiering en garanties t.b.v. externe financiers. De private exploitant beschikt meestal over voldoende ervaring zodat een snelle start mogelijk is.

Nadelen: » »

^ ^ ^

De kosten voor de bewoners van een privaat beheerd warmtenet zullen waarschijnlijk hoger zijn vanwege de hogere rendementseisen en mogelijk hogere financieringslasten). Deze organisatievorm is minder toekomstbestendig in een situatie dat in de gemeente Eersel, of in combinatie met omliggende gemeenten, in de toekomst grotere warmtekavels worden bepaald. Regulering/compliance-capaciteit: warmtebedrijf verplichtingen (klant, storingen, metingen, facturatie, tarief, klachten, toezicht) blijven “ergens” belegd Financierbaarheid: banken kunnen juist méér zekerheden/garanties vragen bij beperkte schaal en publiek vangnet. Opschalingsbarrière: “lock-in” in lokale structuur maakt regionale integratie later lastig.

9

gemeente

Eersel tCćľwpt^icK. cOOV^ŵv. îľV e«KU COĈFi

Het organisatorische model van het energiesysteem van Stokkelsche Akker De onderdelen van het geïntegreerde energiesysteem Het energiesysteem van Stokkelsche Akker zal voorzien in de warmtebehoeften en de elektriciteitsbehoeften van de bewoners van de wijk. Hoewel het systeem in zijn ontwerp is te zien als één samenhangend geheel is het organisatorisch wel nodig enige scheiding aan te brengen tussen de warmtevoorziening en het (overige) elektriciteitsgebruik. Dit heeft te maken met de wetgeving van de Wet Collectieve warmte (Wcw) die regels geeft voor alleen een warmtebedrijf. De wet geeft verder o.a. aan dat de collectieve warmtevoorziening moet worden georganiseerd binnen een gespecialiseerd warmtebedrijf. Dit leidt tot de vraag welke onderdelen van het systeem toe te rekenen zijn aan het warmtebedrijf, en dus door het warmtebedrijf moeten worden geïnvesteerd, en welke delen daarbuiten vallen. Bij meerdere onderdelen van het systeem zal het duidelijk zijn dat die tot het warmtebedrijf kunnen worden gerekend, zoals het warmtenet, de afleverset en alles wat nodig is om de warmte naar de aansluitingen te kunnen verplaatsen. De zonnepanelen, de elektrische accu en de elektriciteitskabels zijn duidelijk toe te rekenen aan de elektriciteitsvoorziening. Lastiger is het met de warmtepomp en de warmtebuffer.

Het is bij dit systeem niet zo dat er gebruik kan worden gemaakt van al aanwezige bron van warmte, bijvoorbeeld restwarmte van de industrie of van geothermie. Het bijzondere aan dit energiesysteem is dat het zelf zijn warmte opwekt buiten het stookseizoen en opslaat in een warmtebuffer om in het stookseizoen te worden gebruikt. Volgens de Wcw is het warmtebedrijf verantwoordelijk voor de gehele warmteketen en omvat zowel transport en levering van warmte als ook de productie of inkoop van warmte. Op basis van deze definitie lijkt het verdedigbaar om ook de warmtepomp en de warmtebuffer toe te rekenen aan het warmtebedrijf. Door deze bestuurlijke scheiding tussen het warmtebedrijf en het elektriciteitsbedrijf is het belangrijk een goede operationele samenwerking af te spreken zodat het gehele energiesysteem goed kan functioneren.

Uitgangspunten warmtebedrijf De wet geeft een tweetal belangrijke uitgangspunten voor warmtebedrijven die van belang zijn voor het bepalen van organisatiemodellen. 1. Integrale verantwoordelijkheid van het warmtebedrijf 2. Publiek meerderheidsbelang of warmtegemeenschap Integrale verantwoordelijkheid van het warmtebedrijf

Het warmtebedrijf draagt de integrale verantwoordelijkheid voor de collectieve warmtevoorziening binnen een warmtekavel. Het warmtebedrijf is verantwoordelijk voor de 10

gemeente

Eersel ICitynpiŞcU. hien&v. in. Mn. ùMtreSAtretļio

gehele warmteketen en omvat zowel transport en levering van warmte als ook de productie of inkoop van warmte. Publiek meerderheidsbelang of warmtegemeenschap

Publieke partijen moeten een meerderheidsbelang hebben (doorslaggevende zeggenschap) in het warmtebedrijf, om het publieke belang in de warmtetransitie te waarborgen. Warmtegemeenschappen worden ook genoemd, hoewel geen publieke entiteiten, dienen zij wel een breder maatschappelijk belang. Een warmtegemeenschap is een lokaal collectief van bewoners die samen werken aan duurzame en betaalbare warmtevoorziening voor hun buurt. In plaats van afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen en grote energiemaatschappijen, nemen deze gemeenschappen het heft in eigen handen. Regiefunctie bij de gemeente

De Wcw geeft de gemeente de regierol bij de warmtetransitie. De gemeente stelt warmtekavels vast en wijst per kavel een warmtebedrijf aan dat het exclusieve recht en de integrale verantwoordelijkheid krijgt voor de aanleg, beheer en levering van de warmte. De Wcw definieert een warmtekavel als: “een aaneengesloten gebied binnen één gemeente of meerdere gemeenten waar de mogelijkheid bestaat om een robuust collectief warmtesysteem te realiseren. Uitzondering voor kleine warmtenetten

Een kleine kavel is een kavel met minder dan 1500 aansluitingen. In dat geval geldt niet de verplichting voor een doorslaggevende publieke zeggenschap. Hierover verderop in dit verslag.

Organisatiemodellen warmtebedrijf Er zijn 7 organisatiemodellen mogelijk voor het oprichten van een warmtebedrijf als gemeente, die passen binnen de kaders van de Wcw, plus eigenlijk een extra model 8 voor kleine warmtenetten: Model 1

Een 10007o publiek warmtebedrijf.

Met één gemeente als enig aandeelhouder.

Model 2

Een 10007o publiek warmtebedrijf.

Met meerdere publieke aandeelhouder. Bijvoorbeeld andere gemeenten of provincies.

Model 3

Een regionaal warmtebedrijf

Met één of meerdere publieke aandeelhouders en de Nationale Deelneming Warmte en/of een netwerkbedrijf.

Model 4

Een publiek-privaat warmtebedrijf

Met een publieke meerderheidsaandeelhouder en een private minderheidsaandeelhouder.

11

gemeente

Eersel ICitynpiŞcU. hien&v. in. Mn. ùMtreSAtretļio

Model 5

Een warmtebedrijf

Met één of meer publieke aandeelhouders en een warmtegemeenschap als aandeelhouder.

Model 6

Een warmte joint-venture2

Via een rechtspersoon of via een personenvennootschap.

Model 7

Een warmtegemeenschap

Waar eindgebruikers zelf eigenaar van het warmtenet zijn.

Model 8

Klein warmtenet, zonder publieke zeggenschap

Warmtegemeenschap, al of niet met inschakeling van een privaat warmtebedrijf.

Belangrijke aandachtspunten bij keuze organisatiemodel warmtebedrijf

De keuze van het warmtebedrijf zal mede afhangen van de volgende keuzes en omstandigheden: ^

Is de vast te stellen warmtekavel nu, of in de te verwachten toekomst, groter dan 1500 aansluitingen?

^

Is er een warmtegemeenschap die de verantwoordelijkheden van een warmtebedrijf, eventueel samen met een overheidsinstantie, zou kunnen oppakken?

^

Is er voldoende kennis en beschikbaarheid aanwezig of te organiseren?

^

Wat zijn de mogelijkheden om het warmtesysteem te kunnen financieren, hetzij uit overheidsmiddelen of uit private (bancaire) middelen met garantiestelling door een of meerdere overheidsinstanties.

Overwegingen warmtebedrijf en Stokkelsche Akker Vrijstelling of ontheffing voor kleine warmtenetten

Kern van de Wcw is het verbod om zonder aanwijzing van het college van burgemeester en wethouders (“College”) als warmtebedrijf warmte te leveren of te transporteren. Voor verhuurders en VvE’s met eigen warmtesystemen kan dit verstrekkende gevolgen hebben: zonder aanwijzing is levering in beginsel niet toegestaan. De wetgever heeft daarom uitzonderingen op dit verbod geformuleerd voor deze partijen, zoals een vrijstelling of ontheffing. Hieraan zijn verschillende voorwaarden verbonden, waaronder in ieder geval een meldplicht.3 Voor nieuwe kleine collectieve warmtesystemen geldt het volgende: ^

Ontheffing binnen een warmtekavel.

2 Hier wordt bedoeld een joint venture tussen een publiek warmtenetbedrijf en een warmteleveringsbedrijf, waarbij de taken worden verdeeld. 3 NewGround Law, Blog over vrijstelling kleine warmtenetten - 17 augustus 2025

12

gemeente

Eersel ICitynpiŞcU. hien&v. in. Mn. ùMtreSAtretļio

Het college kan een ontheffing verlenen wanneer er een klein collectief warmtesysteem binnen een warmtekavel gerealiseerd wordt. Dit verloopt via een aanvraagprocedure waarbij het college en de ACM toetsen of het initiatief voldoet aan de voorwaarden uit de Wcw. ^

Vrijstelling buiten een warmtekavel.

Voor een klein collectief warmtesysteem buiten een warmtekavel is geen ontheffing nodig. Wel geldt een meldplicht bij het college en toetst de ACM of aan de vrijstellingsvoorwaarden wordt voldaan. Bij een positieve beoordeling geldt de vrijstelling maximaal 30 jaar. De gemeente Eersel onderzoekt op dit moment de haalbaarheid van warmtenetten binnen de bestaande bouw. Hier lijken enkele buurten potentie te hebben om op termijn te worden aangesloten op een warmtenet. In het Warmteprogramma worden definitieve keuzes gemaakt over de warmteoplossing voor deze wijken. De gemeente Eersel heeft nog niet besloten of men ook overgaat tot het vaststellen van een warmtekavel voor deze wijken . Duidelijk is wel dat het aantal aansluitingen voor en warmtenet bij Stokkelsche Akker lager is dan de in de Wcw vastgelegde norm van 1500 aansluitingen. Daarmee zou de eis van doorslaggevende publieke meerderheid kunnen vervallen. Het warmtebedrijf zou dan een warmtegemeenschap met service verlening van een private partij kunnen zijn. Hieraan zitten voordelen en nadelen. Deze worden later in dit verslag besproken bij de analyse van de geschiktheid van de organisatiemodellen voor Stokkelsche Akker. De warmtegemeenschap

In de eerste fase van het project Stokkelsche Akker is de mogelijkheid van het vormen van een Hernieuwbare Energiegemeenschap (HEG) overwogen. Hierbij is het belangrijk dat, om de ambitieuze doelstellingen van het energiesysteem van Stokkelsche Akker te realiseren, het nodig is om de energieconsumptie (elektrische energie) te beperken op momenten van schaarste door de netcongestie. De sturing van de consumptie kan het beste worden gerealiseerd als er binnen de energiegemeenschap afspraken over worden gemaakt. In het verlengde van de doelstellingen van de HEG is het een logische overweging de HEG ook (mede) eigenaar te laten zijn van de warmtegemeenschap. Deze mogelijkheid wordt, waar van toepassing, hierna bij de analyse van de verschillende organisatiemodellen besproken.

Geschiktheid organisatiemodellen voor Stokkelsche Akker In dit hoofdstuk bespreken we de organisatiemodellen van de Wcw op hun inhoud en toepasbaarheid voor Stokkelsche Akker. In principe kunnen meerdere van de eerder genoemde organisatiemodellen toepasbaar zijn voor de Stokkelsche Akker. De hierna groen gearceerde modellen zouden, al dan niet in een combinatie, bij Stokkelsche Akker kunnen worden toegepast. Blauwe arcering betekent dat het model theoretisch mogelijk is voor Stokkelsche Akker, maar in de afweging van argumenten niet voor de hand ligt. In een bijlage bij dit verslag is een plus/min lijst opgenomen om de verschillende organisatievormen te vergelijken.

13

gemeente

Eersel ICitynpiŞcU. hien&v. in. Mn. ùMtreSAtretļio

Model 1

Een 10007o publiek warmtebedrijf.

Met één gemeente als enig aandeelhouder.

Dit model is mogelijk bij Stokkelsche Akker. Toch ligt het model minder voor de hand, omdat dit zou betekenen dat de gemeente Eersel de volledige verantwoordelijkheid gaat nemen inclusief de consequenties voor de investeringen van het warmtebedrijf of garantiestelling bij bancaire financiering.

Model 2

Een 10007o publiek warmtebedrijf.

Met meerdere publieke aandeelhouder. Bijvoorbeeld andere gemeenten of provincies.

Dit model zou een goede mogelijkheid bieden. De provincie Brabant is gestart met de opzet van een provinciaal warmtebedrijf (RWB) in samenwerking met Energie Beheer Nederland (EBN) en Enexis. Deze samenwerking lijkt daarmee samen te vallen, of te combineren, met model 3. Omdat het provinciale warmtebedrijf (RWB) zich nog in een opstartfase bevindt zijn er nog weinig details bekend. De planning is dat het RWB begin 2027 operationeel zal zijn. Dit is heel ambitieus, mogelijk zal dit meer tijd vergen. We hebben begrepen dat het RWB uitsluitend gaat werken op basis van een toegewezen kavel van, in principe, meer dan 1500 aansluitingen. Dat aantal aansluitingen kan bij toewijzing van de warmtekavel al voorzien zijn of kan via latere uitbreidingen van de warmtekavel worden bereikt.

14

gemeente

Eersel ICitynpiŞcU. hien&v. in. Mn. ùMtreSAtretļio

De taken/functies die het RWB wil gaan uitvoeren blijken uit onderstaand overzicht.

3.2 Scope voor en activiteiten door het RWB Het RWB verzorgt warmte via collectieve warmtesystemen van bron tot ąf leyęrset.

Business development

Haalbaarhaids-

onderzoek Bron strategie (gemeente (overstijgend) niveau) Kavelplan Participatie S communicatie Klantpropositie

Regionaal Warmtebedrijf Brabant (RWB)

Proj ec tontwi kketi n g

Voorlopig ontwerp Projectontwi kke lĩng tot FID Vergunningen Contracteren warmteketen Bronnenstrategîe (project niveau) Aanbesteding

Definitief ontwerp Bouw- en contractbegeleîding Opleveren en inbedrijfstellen Organisatie inrichten Contracteren

Klarrëmanagement Beheer en onderhoud Assetmanagement System operator Gootmct-

management Productie Piek-en back-up productie Opslagen buffering

In- en verkoop energie Storingsdienst Crisismanagement QHSE Financieel beheer Bedrijfsvoering verantwoorden Duurzaamheidsrapportages Subsidies en financiering

Provincie Noord-Brabanf

Uiteraard zal er moeten worden overlegd tussen de gemeente Eersel en het RWB over de precieze inhoud van een eventuele samenwerking. Hierbij komen o.a. aan de orde: ^ ^ • ^

De verdeling van het aandeelhouderschap. Het aandeel van beide partijen bij financiering de investeringen. De rendementseisen van het RWB. De operationele gang van zaken en de zeggenschap van de gemeente Eersel.

In een eerste informerend gesprek heeft RWB aangegeven dat het beoogt te gaan werken voor warmtekavels van minimaal 1500 aansluitingen, maar dat een start met een kleiner warmtenet een latere aangroei naar 1500 aansluitingen wel mogelijk moet zijn. De andere Kempen gemeenten, waarmee in dit model 2 ook zou kunnen worden samengewerkt, zijn nog niet gestart met de overweging van warmtekavels en warmtenetten. De gemeente Eersel voert nu ook nog geen gesprekken met andere gemeenten over deze onderwerpen.

15

gemeente

Eersel ICitynpiŞcU. hien&v. in. Mn. ùMtreSAtretļio

Model 3

Een regionaal warmtebedrijf

Met één of meerdere publieke aandeelhouders en de Nationale Deelneming Warmte en/of een netwerkbedrijf.

Dit model zou een goede mogelijkheid bieden. Zoals aangegeven bij model 2 is dit model 3 vergelijkbaar en te combineren met model 2. De Nationale Deelneming Warmte (NDW), opgezet door het Ministerie van Groene Groei, gaat mede investeren in regionale warmtebedrijven en in lokale bedrijven die hier naartoe groeien. De lokale regie op de warmtetransitie blijft daarbij bij de gemeenten. Via NDW ontstaan allerlei voordelen voor de publieke warmtebedrijven op het gebied van financiering, planning, ontwikkeling en inkoop. Dit moet zich vertalen in lagere kosten. Uiteindelijk komen deze lagere kosten ten goede aan de eindgebruiker die is aangesloten op een warmtenet, want minder kosten betekent een lagere warmteprijs. Uitgangspunten Nationale Deelneming Warmte

^

Betaalbare warmte, gezonde bedrijfsvoering - NDW stuurt niet aan op snelle winsten of hoge rendementen.

^

Financiering - NDW neemt een aanzienlijk deel van de financiering van het eigen vermogen van publieke warmtebedrijven waarin zij deelneemt voor haar rekening. Deelname van NDW maakt ook het aantrekken van vreemd vermogen makkelijker.

^

Schaalgrootte - NDW stuurt op 'groot denken', het liefst op het niveau van regionale warmtebedrijven. Dit doen we samen met publieke partners als gemeenten, provincies en de netwerkbedrijven. In Noord Brabant zijn er afspraken tussen NDW, Provincie Brabant en Enexis.

^

Standaardisering - NDW wordt publiek aandeelhouder in een portfolio van (regionale) warmtebedrijven. Binnen dat portfolio wordt aangestuurd op standaardisering. Schaarse capaciteit (met name arbeid en geld) wordt zo optimaal benut in de warmtetransitie.

^

Kennisdeling - NDW haalt en deelt als kennismakelaar kennis en kunde op in de gehele warmtesector.

^

Lokale bronnen - NDW wil tevens bijdragen aan de versnelde inzet van lokale, duurzame bronnen (zoals aardwarmte).

De voor- en nadelen van de modellen 2 en 3 (of een combinatie hiervan) kinnen als volgt worden aangegeven: Voordelen: Risicodeling en professionalisering (operationele organisatie, compliance, klantprocessen, storingsdienst). Ook bij toekomstige warmtenetten in Eersel e.o. kan RWB worden ingeschakeld zodat een consistente aanpak en inrichting wordt verkregen. 16

gemeente

Eersel ICitynpiŞcU. hien&v. in. Mn. ùMtreSAtretļio

^ ^ ^

Door samenwerking tussen de gemeente Eersel en RWB ontstaat de publieke zeggenschap over de warmtekavel(s) nu en in de toekomst. Uitgebreidere financieringsmogelijkheden door betrokkenheid Nationale Deelneming Warmte (NDW). Toekomstige financiering met vreemd (bancair-) vermogen zal gemakkelijker en goedkoper zijn door de mogelijkheid van de in ontwikkeling zijnde Garantieregeling Warmtenetten, die de toegang tot de kapitaalmarkt moet ondersteunen. Deze garantie vereist echter een 800Zo garantie van de gemeente of andere betrokken overheidsinstellingen en 2007o inbreng eigen vermogen.

Nadelen: » » » » ^

Tijd/doorlooptijd: oprichting/aanwijzing/kavelbesluit/contractering kan lang duren (risico voor planning Stokkelsche Akker). Afhankelijkheid van externe partij (RWB prioriteiten, portfolio-keuzes). Minder lokale maatwerkruimte (standaardisatie vs innovatief geïntegreerd systeem). Complexiteit integratie warmte-elektra: RWB focust mogelijk op warmte; afstemming met elektriciteitsdeel kan governance-complex maken. De vereiste publieke zeggenschap in het warmtebedrijf maakt het model van het eerder aan de gemeente Eersel geadviseerde energiegemeenschap (Engea) voor het warmtebedrijf niet goed toepasbaar. In dit model wordt namelijk uitgegaan van een tripartite samenwerking tussen de gemeente, het lokale MKB bedrijfsleven en bewonerscollectieven I KempenEnergie) die allen gelijke zeggenschap in de energiegemeenschap hebben ongeacht hun inbreng.

Model 4

Een publiek-privaat warmtebedrijf

Met een publieke meerderheidsaandeelhouder en een private minderheidsaandeelhouder.

Deze optie kan aan de orde zijn als de participatie van een provinciaal warmtebedrijf niet mogelijk blijkt. Als alternatief kan dan een private minderheidsaandeelhouder worden gevonden die als aandeelhouder en als operationele partij zal functioneren. Vanuit het oogpunt van kosten voor de bewoners zal dit mogelijk iets ongunstiger zijn gezien de rendementsverwachting die de private partij zal bedingen. Het is de vooral vraag of private partijen geïnteresseerd zullen zijn in een minderheidsbelang. De investeringen zullen voor een groot deel door de publieke aandeelhouder moeten worden verzorgd.

17

gemeente

Eersel ICitynpiŞcU. hien&v. in. Mn. ùMtreSAtretļio

Model 5

Een warmtebedrijf

Met één of meer publieke aandeelhouders en een warmtegemeenschap als aandeelhouder.

In dit model is de inpassing van de warmtegemeenschap (of HEG) een toevoeging aan de modellen 2 en 3. De toevoeging van de warmtegemeenschap/HEG als aandeelhouder is belangrijk voor de betrokkenheid van de bewoners. De financiële inbreng als aandeelhouder en het aandelenpercentage zijn voor de warmtegemeenschap/HEG minder van belang. Her lijkt wel mogelijk dat de gemeente Eersel met een warmtegemeenschap zou samenwerken, maar de toevoeging van een andere publieke aandeelhouder in dit organisatiemodel is moeilijker denkbaar gezien het “Eersels” karakter van dit warmtenet.

Model 6

Een warmte joint-venture

Via een rechtspersoon of via een personenvennootschap.

Dit model ziet op de samenwerking tussen een warmtenetbedrijf met een publiek meerderheidsaandeel en een warmteleveringsbedrijf zonder verplicht publiek meerderheidsaandeel. Dit model kan aan de orde zijn bij een omvangrijk warmtenet. Deze vorm is bij Stokkelsche Akker niet aan de orde.

Model 7

Een warmtegemeenschap

Waar eindgebruikers zelf eigenaar van het warmtenet zijn.

Dit is een model dat theoretisch welmogelijkheden kan bieden voor Stokkelsche Akker. In een warmtegemeenschap zijn eindgebruikers - zoals bewoners, lokale ondernemers en lokale overheden - zelf eigenaar van het warmtenet, meestal via een coöperatie. Dit model biedt veel inspraak en zeggenschap vanuit de gemeenschap en sluit aan bij de wens om lokale eindgebruikers meer eigenaarschap te geven in de energietransitie. Voor Stokkelsche Akker kan invulling worden gegeven aan de warmtegemeenschap op twee manieren: ^

Via de Hernieuwbare Energie Gemeenschap van bewoners zoals besproken in het verslag van de werkgroep Governance van 1 oktober 2025.

^

Via een Energiegemeenschap volgens het model van het adviesbureau Engea dat hierover heeft geadviseerd aan de gemeente Eersel. In dit model is er sprake van een

18

gemeente

Eersel ICitynpiŞcU. hien&v. in. Mn. ùMtreSAtretļio

tripartite samenwerking van de gemeente, lokale mkb bedrijven en de bewoners, met gelijke zeggenschap voor alle drie partijen ongeacht hun inbreng. In het model worden de activiteiten in het warmtebedrijf uitgevoerd door het bestuur en actieve leden van de warmtegemeenschap. Het warmtebedrijf wordt meestal georganiseerd als een deelneming (B.V.) van de warmtegemeenschap. Voordelen: ^

Sterke betrokkenheid en draagvlak bij de bewoners.

^

Niet gericht op winstmaximalisatie maar op betaalbare en duurzame energie op lange termijn.

^

Maatschappelijke betrokkenheid en bijdrage aan de energietransitie.

Nadelen: ^

Hoge inzet en langdurige betrokkenheid bewoners vereist expertise in techniek, financiën, governance en regelgeving).

^

Financiële draagkracht bewoners beperkt, waardoor gemeentelijke steun nodig zal blijven.

^

Goede samenwerking gemeente en warmtegemeenschap noodzakelijk.

Vooral de noodzakelijke tijdrovende en langdurige betrokkenheid van inwoners van Stokkelsche Akker via de HEG/Warmtegemeenschap maakt dit model onzeker.

Model 8

Klein warmtenet, zonder verplichte publieke zeggenschap

Warmtegemeenschap, al of niet met inschakeling van een privaat warmtebedrijf.

Dit model staat niet in de Wcw maar is toegestaan voor kleine warmtenetten. Belangrijk is of Stokkelsche Akker (op termijn) onderdeel zal zijn van een kleine warmtekavel of een warmtekavel met meer dan 1500 aansluitingen, zodat alleen de modellen 1 t/m 7 zijn toegestaan. Deze variant lijkt sterk op model 7 zoals hierboven besproken, maar in deze variant is het mogelijk gebruik te maken van een private partij die als deskundig serviceverlener de activiteiten van het warmtebedrijf gaat uitvoeren. Voordelen: » » »

Snellere start/implementatie (als governance å contractering haalbaar zijn). Lokale betrokkenheid/acceptatie (eigenaarschap kan draagvlak vergroten). Mogelijk innovatiever (ruimte om integraal warmte-elektra te organiseren als dat juridisch kan).

19

gemeente

Eersel ICitynpiŞcU. hien&v. in. Mn. ùMtreSAtretļio

^

^

Het warmtebedrijf zal zelfstandig of samen met gemeente financiering op kunnen halen. Samen met gemeente kan door financiële betrokkenheid via subsidies, overige financiering en garanties t.b.v. externe financiers. De private exploitant beschikt meestal over voldoende ervaring zodat een snelle start mogelijk is.

Nadelen: ^ ^

» » »

De kosten voor de bewoners van een privaat beheerd warmtenet zullen waarschijnlijk hoger zijn vanwege de hogere rendementseisen en mogelijk hogere financieringslasten). Deze organisatievorm is minder toekomstbestendig in een situatie dat in de gemeente Eersel, of in combinatie met omliggende gemeenten, in de toekomst grotere warmtekavels worden bepaald. Regulering/compliance-capaciteit: warmtebedrijf verplichtingen (klant, storingen, metingen, facturatie, tarief, klachten, toezicht) blijven “ergens” belegd Financierbaarheid: banken kunnen juist méér zekerheden/garanties vragen bij beperkte schaal en publiek vangnet. Opschalingsbarrière: “lock-in” in lokale structuur maakt regionale integratie later lastig.

Conclusie m.b.t. de mogelijke organisatiemodellen Concluderend lijken de modellen 2 en 3 (of een combinatie hiervan) of model 8 (bij een vrijstelling voor een klein warmtenet) toepasbaar voor Stokkelsche Akker. Model 7 kan theoretisch ook, maar lijkt minder toepasbaar vanwege de noodzakelijke hands-on betrokkenheid van het bestuur van de warmtegemeenschap.

20

gemeente

Eersel tCćľwpt^icK. cOOV^ŵv. îľV e«KU COĈH

De financiering van het energiesysteem van Stokkelsche Akker Eigendom van het energiesysteem Het warmtebedrijf wordt eigenaar van alle onderdelen van het warmtesysteem in de aangewezen warmtekavel. Bij Stokkelsche Akker hebben we te maken met een geïntegreerd systeem van warmte en elektriciteit, zowel voor de opwekking van de warmtebron voor het warmtebedrijf als voor de (overige) elektriciteitsvoorziening van de wijk. Het ligt daarom voor de hand, daar waar mogelijk, dit geïntegreerde systeem samen te beheren in het warmtebedrijf. Daarmee wordt het eigenlijk een energiebedrijf. Het verkrijgen van alle systeemonderdelen betekent ook dat de financiering hiervan in het warmtebedrijf/energiebedrijf zal plaatsvinden. Deze financiering zal deels door de aandeelhouders plaatsvinden (het Eigen Vermogen en eventueel Vreemd Vermogen) en deels door bancair vermogen (het Vreemde Vermogen). Voorbeeld: De aandeelhouders van het warmtebedrijf zijn (1) de gemeente Eersel, (2) de provincie Brabant, (3 eventueel) Enexis en (4) de warmtegemeenschap/HEG. De publieke aandeelhouders (1 t/m 3) zullen het eigen vermogen in het warmtebedrijf storten. De warmtegemeenschap/HEG zal geen substantiële bijdrage aan het eigen vermogen kunnen worden gevraagd.

Als de Nationale Deelneming Warmte hierbij een rol zal spelen, zal dat mogelijk niet rechtstreeks gebeuren bij het warmtebedrijf Stokkelsche Akker, maar via het regionale warmtebedrijf op te zetten door de provincie Noord-Brabant. Aandeelhouders kunnen daarnaast leningen verstrekken aan het warmtebedrijf. Resterende financiering zal bancair moeten worden aangetrokken door het warmtebedrijf. Er is geen vaste verhouding aan te geven voor de verhouding tussen Eigen vermogen en Vreemd vermogen. In een presentatie van Rabobank4 over de financiering van warmtenetten wordt uitgegaan van een Eigen vermogen van 10-5007o van de totale financieringsbehoefte. Vermogen dat wordt verkregen van de aandeelhouders zal voordeliger zijn dan bancaire financiering, door een lagere rendementseis en een terughoudender beleid t.a.v. terugbetaling en rendementsrealisatie. Overigens kan ook financiering worden gezocht bij de Bank voor Nederlandse Gemeenten (BNG) als alternatief voor commerciële banken. De financieringsbehoefte is substantieel en zal gedurende de voortgang van het warmteproject verschillend van aard zijn. In de bijlage bij deze notitie is een voorbeeld aangegeven van de financieringsbehoefte in de diverse projectfasen. De totale financieringsbehoefte wordt berekend (geschat) tijdens de ontwikkelingsfase van opstellen van het (schets)ontwerp.

Gaandeweg zal de financiële informatie steeds nauwkeuriger worden. De uiteindelijke businesscase, inclusief de overeen te komen financieringsstructuur, moet een betrouwbare schatting van de investering en de exploitatie van

4 Rabobank: Visie op de financiering van warmtebedrijven - presentatie (7 november 2024)

21

gemeente

Eersel ICitynpiŞcU. hien&v. in. Mn. ùMtreSAtretļio

het warmtenet opleveren. Hiervoor is een uitgebreid rekenmodel businesscase warmtenetten beschikbaar.5

Bancair vreemd vermogen Een (belangrijk) deel van de investering in het energiesysteem zal worden gefinancierd met vreemd vermogen. Hierbij kan worden gedacht een financiering via de Bank voor Nederlandse Gemeenten (BNG) of bij commerciële banken. Banken zullen bij een aanvraag voor financiering van een warmtenet met vreemd vermogen een inschatting maken van de mogelijkheden en risico’s die zij lopen bij de (terug)betaling van hoofdsom en rente. Afhankelijk van de risicoschatting worden de condities van de te verstrekken leningen bepaald. Belangrijke factoren beoordeeld bij de risicoschatting zijn:6 ^

Juiste bedrijfsstructuur o Aandeelhouders met strategische, financiële en management slagkracht o Professionele organisatie (‘uitvoeringskracht’) o Werkbare I efficiënte governance

^

Zekerheid van de cashflows o Afdek vollooprisico (leveringscontracten of gemeentelijke garantie?) o Voldoende inkomsten met minimale residuele risico’s (tariefregulering Wcw) o Mitigatie bronrisico (lange termijn zekerheid, goede bron-strategie, back-up) o Lange termijn onderhoudscontract

^

De financieringsstructuur o Dividendbeleid en restricties op uitkeren van dividend o Verstrekte zekerheden (hypotheek, pandrechten, instaprechten) o Verhouding vreemd vermogen en eigen vermogen (gearing) o Verhouding tussen schuld en cash flows: Debt Service Cover Ratio (DSCR)

Garantieregeling warmtenetten7 Het kabinet heeft de inzet van een waarborgfonds verkend om de toegang van warmtebedrijven tot de kapitaalmarkt te verbeteren. Via een waarborgfonds zou het rijk indirect garant staan voor de leningen van warmtebedrijven, zodat zij gemakkelijker vreemd vermogen kunnen aantrekken om warmtenetten te realiseren. (Publieke) aandeelhouders, zoals gemeenten, provincies, infrastructuurbedrijven en de Nationale Deelneming Warmte, zouden daardoor minder kapitaal hoeven te investeren om invulling te geven aan het verplichte publieke meerderheidsbelang in de Wcw. Op basis van deze verkenning kiest het kabinet ervoor om een garantieregeling in te zetten in plaats van een waarborgfonds. Met een garantieregeling verstrekt het rijk direct garanties aan warmteprojecten, in plaats van indirect via een waarborgfonds buiten de Rijksoverheid. Voor individuele projecten is er geen verschil tussen een garantie vanuit een waarborgfonds of een garantieregeling: met beide

5 Vereniging van woningcorporaties - Handreiking warmtenetten: Financiering (6 mei 2020) 6 Rabobank - Visie op financiering warmtebedrijven - 7 november 2024 7 Kamerbief Minister van Klimmaat en Groene Groei - 10 oktober 2025

22

gemeente

Eersel ICitynpiŞcU. hien&v. in. Mn. ùMtreSAtretļio

instrumenten dekt het rijk het kredietrisico van banken af, wat veel zekerheid geeft en daardoor de vermogenskosten van warmtebedrijven verlaagt en hen in staat stelt om meer vreemd vermogen aan te trekken.

Subsidie innovatief systeem Stokkelsche Akker Om subsidies voor het project “Innovatief energiesysteem Stokkelsche Akker” succesvol te kunnen benutten, zijn een aantal belangrijke aandachtspunten van belang. Tijdig overleg met subsidieverstrekkers Om goed inzicht te krijgen in de meest kansrijke subsidieregelingen, is vroegtijdig overleg met subsidieverstrekkers noodzakelijk. Subsidievoorwaarden en beschikbare budgetten kunnen namelijk veranderen. Daarnaast leveren gesprekken met subsidieverstrekkers vaak waardevolle informatie op over de haalbaarheid van aanvragen en helpen zij om draagvlak te creëren voor toekomstige subsidieaanvragen. Advies

^ ^ ^ ^ ^

Start op korte termijn gesprekken met: RVO (vooral contactpersonen van LIFE en HORIZON); Provincie Noord-Brabant; Stimulus (uitvoerder van OP-Zuid). Je kan deze contacten opnemen in een bredere financieringsstrategie.

Planning en aansluiting op subsidieprocedure Veel subsidieregelingen werken met vaste indienmomenten. Zo kent LIFE jaarlijkse indieningstermijnen tussen ongeveer mei en september. Op het moment van aanvragen moet een project vaak al voldoende uitgewerkt zijn, bijvoorbeeld met: ^ • • •

Een definitief ontwerp; Benodigde vergunningen; Samenwerkingsafspraken; Een concrete uitvoeringsplanning.

Bij sommige regelingen zijn kosten pas subsidiabel nadat de subsidie officieel is toegekend. Advies

Werk met een duidelijke “roadmap” waarin: ^ ^ ^

De volgorde van subsidieaanvragen wordt bepaald; Rekening wordt gehouden met deadlines en voorbereidingstijd; Duidelijk wordt wanneer welke regeling kansrijk is.

Combineren van subsidies Het combineren van subsidies van verschillende overheidslagen (Europa, Rijk, provincie) is vaak mogelijk, zolang regelingen dit toestaan. Wel moet vooraf goed worden afgestemd welke kosten onder welke regeling vallen. 23

gemeente

Eersel ICitynpiŞcU. hien&v. in. Mn. ùMtreSAtretļio

Advies

Oriënteer je eerst op Europese subsidies. De provincie Noord-Brabant biedt namelijk mogelijkheden voor cofinanciering van Europese programma’s. Tegelijk blijft maatwerk noodzakelijk; soms kan juist een nationale subsidie als katalysator werken voor aanvullende financiering.

24

gemeente

Eersel COOľiĆpi.

eéľv «očh

Bijlage 1: Afweging toepasbaarheid organisatiemodellen warmtebedrijf Organisatiemodellen volgens de Wet Collectieve Warmte (Wcw)

1

Met één gemeente als enig aandeelhouder.

2

Met meerdere publieke aandeelhouders. Bijvoorbeeld andere gemeenten of provincies. 3 Met één of meerdere publieke aandeelhouders en de Nationale Deelneming Warmte en/of een netwerkbedrijf. 4 Met een publieke meerderheidsaandeelhouder en een private minderheidsaandeelhouder. 5 Met één of meer publieke aandeelhouders en een warmtegemeenschap als aandeelhouder. 6 Een warmte joint venture 7 Waar eindgebruikers zelf eigenaar van het warmtenet zijn. 8

Publieke zeggenschap

Investering Eersel

Toekomst bestendig

Haalbaar Organisatorisch

Haalbaar Technisch

Haalbaar Financieel

+++

hoog

+

+

+

--

+++

hoog of beperkt

+++

++

+++

+++

+++

beperkt

+++

++

+++

+++

++

hoog

+

++

++

--

++

hoog

+

+

+

--

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

++

?

—

-

—

-

—

++

++

++

—

-

—

—

Klein warmtenet, warmtegemeenschap Met private serviceverlener t.b.v. warmtebedrijf

geen

Zonder privaat warmtebedrijf

geen

geen

25

gemeente

Eersel COOľiĆpi.

eéľv «očh

Bijlage 2: Financieringsbehoeften warmteproject verdeeld naar projectfasen Projectfasen

Initiële fase

Ontwikkelfase

Realisatie

Aanvang exploitatie

Volledige exploitatie

Financieringsbehoefte

Voorloopkosten

Ontwikkelkosten

Ontwikkelkosten

Kapitaalskosten

Operationele kosten

Kapitaalskosten

Operationele kosten

Eigen Vermogen

Eigen Vermogen

Eigen Vermogen

Vreemd Vermogen

Vreemd Vermogen

Vreemd Vermogen

Subsidies

Subsidies

Subsidies

BAK

BAK

Financieringsbronnen

Variantenstudie (Innoforte)

(Schets)-ontwerp (DWA/Blue Terra, Holla, Haskoning)

Subsidies

Subsidies

26

â Eersel gemeente

ktt^fiŞcíx. coovtŵt. út- eŵt. ojere&àrttjĹo

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=957d1411-43dd-461e-a581-bb3f3359bb2f