CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[25z.002596] Beheerbeleidsplan wegen 2025-2030 Gemeente Eersel d.d. 30 oktober 2025

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente EerselBij agendapunt: Voorstellen Beleidsbeheerplan wegen 2025 – 203013.167 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

BK2734-MI-RP-251029-0820

31

Projectgerelateerd

Onder het exploitatiebudget dagelijks klein onderhoud vallen ook de onderhoudskosten voor het onderhouden van de markeringen. Vanwege het grote areaal buitengebied en asfaltwegen is ook het areaal markeringen omvangrijk. Jaarlijks wordt een gerichte inspectie uitgevoerd op de versleten markeringen en worden diverse markeringen vernieuwd. De kosten voor het onderhouden van de markeringen zijn al jaren vrij stabiel. Voor 2025 wordt een onderhoudsbedrag van € 32.000 verwacht. De totale kapitaalbehoefte voor klein dagelijks onderhoud inclusief markeringen bedraagt €162.000 voor 2025. Het beschikbare budget sluit hier voor de jaren 2025 en 2026 niet geheel op aan. Voor de periode 2027 is het beschikbare budget jaarlijks €167.000. Dit sluit aan op de kapitaalbehoefte. Gemiddeld over de periode 2026-2030 sluit het beschikbare budget aan op de kapitaalbehoefte. Door iets te schuiven in de planning worden geen problemen verwacht met het budgettekort in 2026. Tabel 13: vergelijk budget en kapitaalbehoefte klein onderhoud en markeringen Dagelijks klein onderhoud wegen

2025 *

2026

2027

2028

2029

2030

Budget

€ 129.200

€ 147.200

€ 165.200

€ 167.600

€ 167.600

€ 167.600

Kapitaalbehoefte

€ 129.200

€ 162.000

€ 162.000

€ 162.000

€ 162.000

€ 162.000

*Uitgevoerd onderhoud afgestemd op beschikbaar budget

Aandachtspunt Met het nieuwe risicogestuurde beleid van de gemeente Eersel is het aannemelijk dat het aandeel klein onderhoud zal toenemen. Omdat lagere onderhoudsniveaus worden geaccepteerd is de kans groter dat lokaal ernstige schades of gaten ontstaan die met klein onderhoud worden hersteld. Om de veiligheid van de weggebruiker te waarborgen is het van belang dat het budget klein onderhoud toereikend is en aansluit op de bovenstaande behoefte. In de komende jaren dient de omvang van het klein onderhoud goed te worden gemonitord om vast te stellen of de werkzaamheden binnen de budgetten goed kunnen worden uitgevoerd.

5.2.3

Kapitaalbehoefte groot onderhoud

De kapitaalbehoefte voor het groot onderhoud is voor de eerste 5 planjaren vastgesteld op basis van de resultaten van de weginspectie en de maatregeltoets. Hierbij is de onderhoudsmaatregel vastgesteld conform risicogestuurd beheer uit paragraaf 3.1.2 waarbij gedifferentieerde kwaliteitsniveaus per wegtype zijn toegepast conform tabel 5. De deklaagvervangingen en rehabilitaties zijn bij het verwerken van de maatregeltoets apart opgenomen en inzichtelijk gemaakt in paragraaf 5.3 en hoofdstuk 6. Voor de hoofdstructuur, fietspaden en voetpaden is een hoger kwaliteitsniveau gewenst om de veiligheid van de zwakkere weggebruiker en de bereikbaarheid te waarborgen. Op deze locaties is in de maatregeltoets eerder en grootschaliger onderhoud toegekend. Voor rijbanen in woongebieden en buitengebieden en alle parkeervoorzieningen kan een lager kwaliteitsniveau worden aangehouden. Op deze locaties is in de maatregeltoets onderhoud naar achter geschoven en/of kleinschaliger onderhoud toegekend. In tabel 14 is de definitieve kapitaalbehoefte van het groot wegonderhoud weergegeven.

5.2.4

Onderhoud kunstwerken

Het onderhoud aan kunstwerken wordt bekostigd uit de budget groot onderhoud Het areaal kunstwerken is zeer beperkt. In totaal wordt jaarlijks voor € 46.000,- aan onderhoud kunstwerken uitgevoerd. In 2026 zal een inspectie worden uitgevoerd op de kunstwerken en een 30 oktober 2025

BK2734-MI-RP-251029-0820

32

Projectgerelateerd

onderhoudsplanning voor de komende jaren worden opgesteld. Op basis van deze inspectie kunnen mogelijk extra onderhoudsmaatregelen nodig zijn. Mogelijk wordt extra onderhoud verwacht op houten knuppelpaden die door de vele regen langdurig onder water hebben gestaan. Op basis van de ervaringen in de afgelopen periode wordt de kapitaalbehoefte van €46.000 voor de komende periode gehandhaafd. De budgetten dienen na het uitvoeren van de kunstwerkeninspectie worden getoetst en indien nodig geüpdatet te worden aan de onderhoudsopgave volgens de inspectie.

5.2.5

Totale kapitaalbehoefte voorziening planmatig onderhoud

De totale kapitaalbehoefte die ten laste van de voorziening planmatig onderhoud is samengevat in tabel 14. Tabel 14: Totale kapitaalbehoefte wegonderhoud voorziening planmatig onderhoud 2025

2026

2027

2028

2029

2030

Groot onderhoud

€ 654.000

€ 675.000

€ 761.000

€ 611.000

€ 810.000

€ 731.000

Onderhoud kunstwerken

€ 46.000

€ 46.000

€ 46.000

€ 46.000

€ 46.000

€ 46.000

Totale onderhoudskosten

€ 700.000

€ 721.000

€ 807.000

€ 657.000

€ 856.000

€ 777.000

De gemiddelde kosten groot onderhoud en kunstwerkenonderhoud in de periode 2025-2030 bedragen € 753.000,- per jaar. Kapitaalbehoefte versus budget De storting in de voorziening van €485.000 sluit niet aan op de verwachte onderhoudskosten voor de periode 2025-2030. De huidige stand van de voorziening biedt echter nog voldoende buffer om deze tekorten op te vangen in de komende periode. Ook na 2030 worden hogere onderhoudskosten verwacht dan de jaarlijkse storting in de voorziening. De voorziening zal derhalve ook na 2030 verder worden uitgeput om de verschillen in uitgaven en storting te compenseren., fr Tabel 15: Uitgaven/ inkomsten en saldo voorziening 2025-2030 Jaar

Storting excl. degeneratie

Uitgaven

Degeneratie*

Saldo voorziening 31/12

2025

€ 700.000 *

€ 1.012.000

€ 60.000

€ 3.000.000*

2026

€ 721.000

€ 485.000

€ 60.000

€ 2.824.000

2027

€ 807.000

€ 485.000

€ 60.000

€ 2.562.000

2028

€ 657.000

€ 485.000

€ 60.000

€ 2.450.000

2029

€ 856.000

€ 485.000

€ 60.000

€ 2.138.000

2030

€ 777.000

€ 485.000

€ 60.000

€ 1.906.000

*inschatting o.b.v. uitgezette onderhoudswerkzaamheden

5.3

Totale kapitaalbehoefte deklaagvervanging

De kapitaalbehoefte deklaagvervanging is vastgesteld uit de deklaag en onderhoudsplanning 2026-2030. Asfaltwegen waarvoor de komende 5 jaar een deklaagvervanging is voorzien zijn opgenomen in een

30 oktober 2025

BK2734-MI-RP-251029-0820

33

Projectgerelateerd

onderhoudsplanning met de daarbij behorende kosten. Deze kosten zijn opgenomen in tabel 16. De gemiddelde kosten bedragen € 493.000,-. Tabel 16: Totale kapitaalbehoefte deklaag vervanging

Deklaagvervanging

2026

2027

2028

2029

2030

€

€

€

€

€

620.000

465.000

482.000

450.000

450.000

Gemiddelde kapitaalbehoefte voor de periode 2026-2030 bedraagt € 493.000,Voor de periode na 2030 kan de verwachte kapitaalbehoefte voor deklaagvervangingen worden berekend op basis van cycluskentallen. In een gemiddelde levenscyclus van een asfaltverharding van 40-50 jaar wordt gemiddeld één keer een deklaagvervanging (€ 25/m2) of één keer een deklaag tussenlaagvervanging (€45/m2) uitgevoerd afgewisseld met klein onderhoud of het aanbrengen van een slijtlaag. De kosten voor deze maatregelen vertalen zich naar jaarlijks circa €0,75/m2 . Met een areaal van 874.000 m2 resulteert dit in een bedrag van € 655.000,-. Op basis van de cycluskentallenberekening dient rekening gehouden te worden met een toename van de kapitaalbehoefte voor deklaagvervangingen in de periode na 2030. Kapitaalbehoefte versus budget De gemiddelde kapitaalbehoefte voor deklaagvervanging voor de periode 2026-2030 sluit met € 493.000 aan op de jaarlijkse te kapitaliseren budgetten voor deklaagvervangingen van gemiddeld € 500.000 per jaar. Uitgaven per jaar fluctueren vanwege verschil in omvang van de straten waarvan de deklaag wordt vervangen. Voor de periode na 2030 dient rekening gehouden te worden met een mogelijke toename van de kapitaalbehoefte op basis van de cyclusbedragen.

30 oktober 2025

BK2734-MI-RP-251029-0820

34

Projectgerelateerd

6

Kapitaalbehoefte rehabilitatie en reconstructie

6.1

Definities

Definitie rehabilitatie De kwaliteit van een weg kan niet enkel gewaarborgd worden door het periodiek uitvoeren van groot onderhoud. Na een periode variërend tussen de 40 en 60 jaar (afhankelijk van ondergrond en verkeersbelasting) komt de weg aan het einde van zijn levensduur of sluit de opbouw van de weg niet meer aan op de verkeersbelasting en dient er een rehabilitatie worden uitgevoerd. Bij rehabilitatiemaatregelen wordt de weg, na het doorlopen van een groot onderhoudscyclus, aan het einde van de levensduur op het oorspronkelijke structurele en kwalitatieve gebruiksniveau gebracht. Hierbij wordt in principe de gehele verhardingsconstructie (inclusief fundering) opnieuw opgebouwd. Onder rehabilitaties valt tevens het verbeteren van de verhardingsconstructie om aan te sluiten op de zwaardere verkeersbelastingen. Diverse asfaltverhardingen in de gemeente Eersel zijn verouderd en uitgevoerd in een te lichte verhardingsconstructie zonder fundering en niet meer geschikt voor de hedendaagse belasting van zwaarder verkeer. In een rehabilitatie worden deze wegen voorzien van een puinfundering. De stortkosten voor teerhoudend asfalt zijn enorm fors gestegen (verdubbeld sinds 2018).

De gemeente Eersel onderzoekt daarom de mogelijkheden om teerhoudende asfaltwegen die aan het einde van hun levensduur en/of niet meer voldoen aan de gewenste inrichting (te smal), constructief te versterken en verbreden zonder de gehele fundering te vervangen. Bij deze werkzaamheden wordt de oude asfaltconstructie gebruikt als fundering voor de nieuwe asfaltverharding. Bij deze maatregel wordt bespaard op stortkosten en kosten voor de fundering. Definitie reconstructie In het kader van maatschappelijke projecten, zoals het opknappen van wijken en straten, kunnen wegen aan het einde van hun levensduur worden gereconstrueerd. Hierbij wordt de inrichting van de weg aangepast.

6.2

Bestaand beleid rehabilitatie en reconstructie

Het beleid van de gemeente Eersel gaat ervan uit dat zoveel mogelijk vervangingen binnen de bebouwde kom van wegen en verhardingen worden gekoppeld aan rioleringsprojecten. Bij vervanging van de riolering wordt tevens de weg geheel aangepakt en het materiaal vernieuwd. Door op deze manier integraal te werken kan hinder voor de omgeving worden beperkt en kunnen reconstructies met een grote positieve impact op de omgeving worden bereikt. Doelstellingen in relatie tot klimaatadaptatie, hittestress, duurzaamheid en verkeersopgaven kunnen in deze integrale projecten optimaal worden meegenomen. Buiten de bebouwde kom (buitengebied) kunnen rehabilitaties worden gekoppeld aan gebiedsopgaven of verkeersverbeteringen. In veel gevallen zal echter de constructieve staat van de weg zelf een aanleiding zijn tot het uitvoeren van een rehabilitatie. Rehabilitaties en reconstructies, waarbij de gehele wegconstructie wordt vervangen en nieuwe materialen worden toegepast, worden opgenomen in het investeringsprogramma.

30 oktober 2025

BK2734-MI-RP-251029-0820

35

Projectgerelateerd

6.3

Vervangingsopgave asfalt en wijken

Vervangingsopgave asfaltverhardingen Enkele asfaltverhardingen in met name de buitengebieden van gemeente Eersel zijn verouderd. Het betreft hier wegen die zijn aangelegd in de jaren 60/70 van de vorige eeuw. Deze wegen naderen het einde van hun levensduur. Veel van deze asfaltverhardingen zijn uitgevoerd in een te lichte verhardingsconstructie zonder fundering, direct op de zandondergrond. Deze lichte constructies zijn niet meer geschikt voor de hedendaagse belasting van zwaarder verkeer. Duurzaam herstel kan enkel met een complete rehabilitatie waarbij een goede draagkrachtige fundering wordt aangebracht. Vervangingsopgave jaren 60/70 wijken De verhardingen in een aantal woonwijken binnen de gemeente Eersel zijn sterk verouderd. Het betreft hier wijken die zijn aangelegd in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw zoals onder andere de straten rondom winkelcentrum Nicolaas Sichmanstraat. Deze wijk is 60 jaar geleden aangelegd en de bestratingsmaterialen zijn aan het einde van hun levensduur. De schade aan deze verhardingen neemt toe. Op deze wegen is enkel groot onderhoud uitvoeren niet wenselijk of mogelijk. De oude materialen moeten worden vervangen (rehabilitatie). Naast de verhardingen naderen in deze wijken ook andere objecten in de openbare ruimte hun einde levensduur en is er sprake van een verouderde inrichting. De leefbaarheid in deze wijken neemt af.

Het alleen investeren in de slechte verhardingen lost deze problemen niet op. Door enkel her en der de slechte straten aan te pakken ontstaat een lappendeken van nieuwe en oude verhardingen, die beperkte verbetering geven van de openbare ruimte. Het effect van de investering op de leefbaarheid en inrichting van het gebied is hierdoor minimaal. Grote effecten zijn in deze wijken wel te bereiken door wijkgericht de verouderde openbare ruimte compleet te vernieuwen en herin te richten waarbij maximaal wordt ingestoken op een integrale aanpak. Ook met de duurzaamheid van de gebruikte materialen en het bufferen van regenwater moet rekening gehouden worden. Door wijkgericht de openbare ruimte te vernieuwen kan samen worden opgetrokken met maatregelen voor o.a.:  Verkeer, verbeterde inrichting, 30 km/uur, toegankelijkheid mindervaliden.  Riolering, vernieuwen verouderd riool, afkoppelen en bufferen regenwater.  De energietransitie en klimaatadaptatie (revitalisering van wijken).  Groen, extra ruimte voor duurzaam groen. Voorbeelden van dit type projecten zijn de projecten: Duurzaam Duizel en omgeving Pankenstraat die voor 2026-2028 zijn ingepland.

30 oktober 2025

BK2734-MI-RP-251029-0820

36

Projectgerelateerd

6.4

Kapitaalbehoefte berekening rehabilitaties 2025-2032

Bruto kapitaalbehoefte rehabilitaties o.b.v. cyclus kentallen Conform de CROW-systematiek wordt de kapitaalbehoefte voor rehabilitaties vastgesteld d.m.v. cyclus kentallen. Hierbij wordt het cyclusbedrag bepaald door de kosten voor de rehabilitatie te delen door de verwachte levensduur van de nieuw aangelegde constructie. Een gemiddelde vierkante meter verharding in Eersel heeft een levensduur van 40-50 jaar en kost ca. € 70 tot 120,- per vierkante meter1 om te rehabiliteren. Het cyclusbedrag voor rehabilitatie bedraagt op basis hiervan gemiddeld circa € 1,50 per m2 per jaar. Met een totaal areaal van 1,9 miljoen m2 komt dit neer op een kapitaalbehoefte van ruim. € 2.850.000,- per jaar voor het gehele wegennet van de gemeente Eersel. Ervaring leert dat het cyclusbedrag in veel gevallen hoger uitvalt dan in de praktijk daadwerkelijk noodzakelijk is. De reden hiervoor is dat een deel van de rehabilitaties deels meelift in andere projecten, en kosten kunnen worden bespaard door werk met werk te maken. Netto kapitaalbehoefte rehabilitaties o.b.v. werkelijke werkzaamheden Het cyclusbedrag geeft een gemiddeld bedrag van de gehele cyclus van 50 jaar. Een echt goed inzicht in de netto kapitaalbehoefte voor rehabilitaties in de periode 2026-2030 kan worden gemaakt op basis van de visuele risico gestuurde inspectie, de maatregeltoetsen de leeftijd van de verhardingen.

Op basis van deze gegevens is een inschatting gemaakt van de te verwachten rehabilitaties en reconstructies voor de komende jaren. Hierbij is rekening gehouden met de kwaliteitsafname van de wegen in de loop van deze periode en onderhoud op basis van een sober kwaliteitsniveau. De planning voor de jaren 2026-2030 is geheel opgesteld met wegen uit de maatregeltoets, voor de periode na 2030-2032 zijn de wegen uit de maatregeltoets aangevuld met de cyclusbedragen. Tabel 17 geeft een overzicht van de totale kapitaalbehoefte per jaar, gebaseerd op het areaal. In totaal wordt voor de periode 2026-2030 en totaal aan circa € 12,6 miljoen aan rehabilitaties verwacht. Een gemiddeld bedrag van Ca. € 2,5 miljoen per jaar. Tabel 17: kapitaalbehoefte rehabilitaties en reconstructies

Kapitaalbehoefte rehabilitaties

2026

2027

2028

2029

2030 e.v.

€

€

€

€

€

3.400.000

2.700.000

2.300.000

1.800.000

2.400.000

De cumulatieve gemiddelde kapitaallasten voor deze investering van 2,5 miljoen per jaar zijn opgenomen in tabel 18. Tabel 18: kapitaallasten rehabilitaties en reconstructies

Kapitaallasten rehabilitaties

2026

2027

2028

2029

2030 e.v.

€46.875

€140.234

€232.812

€324.609

415.625

1 Betreft de kosten voor het opbreken en afvoeren van de bestaande verharding inclusief fundering en aanbrengen

nieuwe verhardingsconstructie (asfalt / elementen) inclusief fundering 30 oktober 2025

BK2734-MI-RP-251029-0820

37

Projectgerelateerd

7

Risicoparagraaf

In deze paragraaf wordt ingegaan op enkele risico’s, welke samenhangen met beheer en onderhoud aan wegen. Teerhoudend asfalt Op dit moment zijn geen exacte gegevens over de hoeveelheden teer houdend asfalt opgenomen in het beheersysteem. Er is ook geen beeld van de locaties waar deze zich bevinden. Het is daardoor niet mogelijk de financiële consequenties voor de gemeente in beeld te brengen. Dit wordt per onderhoudsproject apart in beeld gebracht. Voor wegen is er tot 1991 teer gebruikt als bindmiddel bij de aanleg en onderhoud van asfaltwegen. Zolang de wegverharding onaangetast blijft is er geen risico, echter wanneer een weg wordt opgebroken verandert dit. Omdat bekend moet zijn hoeveel teerhoudend asfalt vrijkomt, dient er te worden onderzocht of de wegen een of meerdere lagen met teer bevatten. Bij overschrijding van de normen dient het asfalt te worden gereinigd, dit leidt tot kostenverhoging van het project. Deze extra kosten zijn niet op voorhand in te schatten. Geluid reducerend asfalt Regulier maakt de gemeente de geluidbelasting als gevolg van het omgevingslawaai inzichtelijk. Hiervoor worden geluidbelastingkaarten en tabellen en een actieplan opgesteld. Een van de mogelijke acties is het aanbrengen van geluid reducerende deklagen.

De gemeente is terughoudend bij het toepassen van geluid reducerende deklagen, omdat onderhoud hieraan kostbaarder is dan bij reguliere deklagen. Deze deklagen moeten vaker hersteld worden, doordat ze kwalitatief minder zijn als normale asfaltverhardingen. Toekomstige nieuwe geluid reducerende deklagen leiden tot verhoging van het onderhoudsbudget. De extra kosten worden geraamd op € 0,80 per m2 per jaar. Winter/vorstschade Een niet te verwaarlozen invloed is het weer en dan in het bijzonder die van dooi en vorst op het asfalt. Gaten in het asfalt na een dooi/vorst periode heeft niet alleen te maken met (achterstallig) onderhoud maar ook met het toegepaste type asfalt. Vooral een kwakkelwinter met veel wisselende dooi- en vorstperiodes zorgt voor veel schade. Door vorst zet water in het wegdek uit, met als gevolg dat er scheuren en gaten kunnen ontstaan. Ondanks onderhoud kan dus een (strenge) vorstperiode toch onverwacht veel schade veroorzaken. Momenteel is er geen reservering opgenomen om winterschade op te vangen. Bij een langdurige periode van wisselende dooi- en vorstperiodes kan de schade aanzienlijk zijn. Indien dit optreedt zal wegbeheer onderbouwd extra budget vragen om de veiligheid en bereikbaarheid niet in gevaar te laten komen.

Openbaarheid beheerareaal Wanneer de gemeente een weg tot openbare weg heeft bestemd, is zij automatisch ook de onderhoudsplichtige van die weg (art.15 Wegenwet). Voor wegen buiten de bebouwde kom staat de onderhoudsplicht opgenomen in de Wegenlegger. Wanneer de Wegenlegger geen duidelijkheid verschaft, dan is in principe de rechthebbende van een weg ook de onderhoudsplichtige van die weg, tenzij uit stukken blijkt dat de onderhoudsplicht is overgedragen aan een ander. Momenteel is de Wegenlegger van de gemeente niet actueel en accuraat genoeg om te kunnen bepalen wie de feitelijke onderhoudsplichtige is van delen van het areaal buiten de bebouwde kom. Ook de overgekomen wegen vanuit HHNK zullen moeten worden aangepast op de beheerder en onderhouder. Het is wenselijk om de Wegenlegger te actualiseren en opnieuw door de gemeente vast te laten stellen. De kosten van actualisatie wordt geraamd op € 20.000, - tot € 25.000, -.

30 oktober 2025

BK2734-MI-RP-251029-0820

38

Projectgerelateerd

Staalslakken Het gebruik van staalslakken in wegfunderingen brengt verschillende milieu- en gezondheidsrisico’s met zich mee. Deze bestaan uit risico’s op het gebied van milieu en gezondheid. Zo kan de Uitspoeling van zware metalen zoals lood en zink bodem en grondwater vervuilen. Door het Sterk basisch karakter van natte staalslakken kan het bodemleven en waterkwaliteit aantasten. Daarnaast kan direct contact huidirritatie, brandwonden en bloedneuzen veroorzaken. Gebrekkige regelgeving leidde tot onvoldoende toezicht op toepassingen. Er geldt nu (zomer 2025) een noodregeling voor het gebruik van staalslakken. Ze mogen een jaar niet worden gebruikt als mensen of dieren er direct mee in contact kunnen komen. Het verbod geldt ook op plekken waar staalslakken grootschalig worden gebruikt. Het is onbekend in hoeveel wegen staalslakken aanwezig te zijn.

30 oktober 2025

BK2734-MI-RP-251029-0820

39

Projectgerelateerd

Bijlage 1 Wettelijke Kaders

30 oktober 2025

BK2734-MI-RP-251029-0820

40

Projectgerelateerd

De huidige kaders voor het beheer van wegen staan beschreven in: het Burgerlijk Wetboek, de Wegenwet, de landelijke CROW-methodiek voor wegbeheer, het Handboek Inrichten Openbare Ruimte en het rapport Van kostenpost naar beleggingsfonds. De gemeente hanteert de landelijke wetten en eisen bij het beheer en onderhoud van wegen. Wetgeving Grondwet Volgens Artikel 21 van de Grondwet is de zorg van de overheid gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Het beheer van wegen past in dit grondwetsartikel en van oudsher wordt de zorg voor een goede infrastructuur dan ook als een taak van de overheid gezien. Wegenwet Volgens de Wegenwet moet de wegbeheerder zorgen dat “de binnen haar gebied liggende wegen in goede staat verkeren”. Zonder aansprakelijkheid te scheppen, doet deze wet een beroep op de maatschappelijke plicht van de beheerder om op te treden als een goede rentmeester. Daarbij wordt de beheerder verplicht om voorzieningen regelmatig en duurzaam te onderhouden. Ook verplicht de Wegenwet wegbeheerders tot het bezit van een Wegenlegger. Deze Wegenlegger is een registratieinstrument waarin voor wegen in eigendom buiten de bebouwde kom wordt aangegeven wie de beheerder is en wat zijn rechten en plichten zijn.

De wegbeheerder dient in het kader van zijn verantwoordelijkheid te beschikken over een aantal basisgegevens om zich te kunnen oriënteren op de zaak waarover het gaat. Burgerlijk Wetboek In het Burgerlijk Wetboek (BW) dat van kracht is geworden op 1 januari 1992, is de aansprakelijkheid geregeld voor schade als gevolg van een onrechtmatige daad. Ten opzichte van het oude BW is de bewijslast omgedraaid. Indien de beheerder aansprakelijk wordt gesteld voor schade die iemand lijdt als gevolg van gebreken aan de weg, dient deze beheerder aan te tonen dat hij de inspectie en het onderhoud van de wegen (inclusief voet- en fietspaden) met optimale zorg uitvoert. Met andere woorden: de beheerder moet kunnen aantonen wat hij heeft gedaan om risico’s voor de weggebruiker te beperken en dat hij structureel aan monitoring en onderhoud doet. Alleen op die manier is het risico van aansprakelijkheidstelling door weggebruikers terug te dringen. Onontbeerlijk voor een overtuigende bewijsvoering zijn daarbij preventief onderhoudsbeleid, een goede klachtenregistratie en een goed werkend systeem van rationeel wegbeheer. De mate waarin aan de onderhoudsplicht moet worden voldaan, hangt af van de functie van de weg en de verwachting die de weggebruiker heeft op grond van het feitelijke beeld van de weg.

Jurisprudentie heeft inmiddels uitgewezen dat het kwaliteitsniveau “5” (zeer slecht) volgens de oude CROW Wegbeheersystematiek vermeden moet worden. Daar deze vijfschaal inmiddels niet meer wordt gebruikt, wordt het begrip “onderhoudsachterstand” als grens aangehouden. Als gevolg van het BW met daarin het aangepaste aansprakelijkheidsrecht, is het aantal klachten en daarmee het aantal aansprakelijkheidsstellingen toegenomen. Er is een maatschappelijke verandering waarneembaar waarbij de wegbeheerder ook in de toekomst rekening dient te houden met een groeiend aantal aansprakelijkheidsstellingen. Landelijk wordt gesproken over een verdubbeling van de schade. Een bijkomende trend is het feit dat letselschadeadvocaten op basis van no-cure-no-pay mogen gaan werken. Hierdoor ontstaat een verdere groei van het aantal aansprakelijkheidsstellingen.

30 oktober 2025

BK2734-MI-RP-251029-0820

41

Projectgerelateerd

Omgevingswet De op 1 januari 2024 in werking getreden Omgevingswet regelt alles wat te maken heeft met de ruimte waarin mensen wonen, werken en recreëren—zoals bouwen, milieu, water, natuur, infrastructuur en cultureel erfgoed. Het doel is om het benutten en beschermen van de leefomgeving beter in balans te brengen.  Samenvoeging van 26 bestaande wetten tot één wet, met minder regels en meer overzicht  Snellere en betere besluitvorming door vereenvoudigde procedures.  Digitale ondersteuning via het Omgevingsloket, waar burgers en bedrijven vergunningen kunnen aanvragen en regels kunnen raadplegen De wet kent zes kerninstrumenten: 1. Omgevingsvisie – strategisch beleid van overheden. 2. Programma – concrete maatregelen voor thema’s zoals luchtkwaliteit. 3. Omgevingsplan – regels van gemeenten voor de fysieke leefomgeving. 4. Omgevingsverordening – regels van provincies. 5. Waterschapsverordening – regels van waterschappen. 6. Projectbesluit – voor complexe projecten van publiek belang Wet Milieubeheer In de Wet Milieubeheer is aangegeven welke stoffen als afvalstoffen zijn aangemerkt. Deze stoffen, die in dit kader kunnen vrijkomen bij de aanleg van en het onderhoud aan wegen, mogen niet zonder beschermende maatregelen in het milieu worden gebracht. Er wordt echter een uitzondering gemaakt voor secundaire grondstoffen die in de wegenbouw worden toegepast.

Deze materialen mogen wel worden gebruikt als ze worden aangewend overeenkomstig het Besluit bodemkwaliteit. Code Milieu verantwoord Wegbeheer In een brief d.d. 25 juni 2008 heeft het ministerie van VROM alle wegbeheerders in Nederland aangeschreven om de Code Milieu Verantwoord Wegbeheer te ondertekenen. Het betreft de volgende punten:  Inzicht in het wegenbestand over de aanwezigheid van teer;  Het door middel van onderzoek ontdekken van teer in wegverhardingen en wegfunderingen voorafgaand aan reconstructie of sloop;  Het selectief verwijderen van teer houdende lagen en het rechtstreeks voor thermische verwerking afvoeren van het vrijgekomen TAG naar een vergunde inrichting. De wegbeheerders hanteren hierbij voor de omgang met vrijkomend asfalt de CROW-Richtlijn 210: “Omgaan met vrijkomend asfalt – aandacht voor de teerproblematiek”. De werkwijze in de gemeente sluit aan bij deze code. Bij het plegen van onderhoud aan asfaltverhardingen wordt projectmatig bekeken of er sprake is van teerhoudend asfalt. Bij het constateren van teer wordt vervolgens overgegaan tot het selectief verwijderen hiervan. Net als alle andere vrijkomende materialen wordt ook teerhoudend asfalt afgevoerd naar een erkende inrichting. De aangemaakte begrotingen in dit Beleidsbeheerplan zijn exclusief de kosten voor het verwijderen van teerhoudend asfalt.

30 oktober 2025

BK2734-MI-RP-251029-0820

42

Projectgerelateerd

Wet Geluidhinder (WGh) De wetten en regels voor het bestrijden en voorkomen van geluidshinder ten gevolge van wegverkeer, railverkeer en industrie zijn sinds het einde van de jaren zeventig vastgelegd in de Wet geluidshinder. Hierin staat bijvoorbeeld wanneer de geluidsbelasting moet worden getoetst. Voor het wegverkeer is dit onder andere bij de aanleg van een nieuwe weg, de bouw van nieuwe woningen en wanneer er wijzigingen aan de weg plaats vinden. Daarnaast is vastgelegd hoeveel decibel geluid in deze situaties is toegestaan. Wanneer een overschrijding van de norm wordt geconstateerd bij de toetsing, moeten er maatregelen worden getroffen om de geluidsbelasting terug te brengen. Sinds 1981 werd de voorgeschreven methode om wegverkeerslawaai te berekenen of meten vastgelegd in een Reken- en Meetvoorschrift. In 2002 is het Reken- en Meetvoorschrift vervangen door het Rekenen Meetvoorschrift Wegverkeerslawaai 2002 (RMV 2002). Een reden voor het opstarten van een herziening was de wens en noodzaak om met geluid reducerende wegdektypen te kunnen rekenen. Daarnaast bestond de indruk dat de geluidsemissie van het huidige voertuigpark inmiddels behoorlijk afwijkt van de geluidsemissie van de voertuigen waarop de RMW is gebaseerd.

Bij de wijziging van de Wet geluidshinder van 2007 is het tot dan toe vigerende Reken- en Meetvoorschrift Wegverkeerslawaai 2002 (RMV 2002) vervangen door de bijlage III behorende bij het Reken- en Meetvoorschrift geluidshinder 2006. Voor het grootste deel is deze gelijk aan het RMW 2002. Nieuw is de toevoeging van de rekenregel voor een midden scherm. Arbeidsomstandighedenwet (ARBO) Alle werkgevers zijn op grond van de Arbeidsomstandighedenwet verplicht tot het uitvoeren van arbeidsomstandighedenbeleid, het opstellen van een meerjarenplan daarvoor en het uitbrengen van een jaarverslag. Het beleid moet zijn gericht op zowel veiligheid, gezondheid, welzijn als milieu. Daarnaast moet worden voldaan aan het Bouwprocesbesluit. Dit is een uitwerking van de EG-richtlijn “Minimumvoorschriften over veiligheid en gezondheid voor tijdelijke en mobiel bouwplaatsen”. Voor de wegbeheerder betekent dit in hoofdzaak het opstellen van bestekanalyses of ARBO-projectrisicoinventarisaties en het zorgdragen voor het opstellen van Veiligheids- en Gezondheidsplannen (V&Gplannen). In het kader is ook de CROW-publicatie “Maatregelen bijwerken in uitvoering” van toepassing. Daarnaast of eigenlijk ook wel daarbij geldt dat we als wegontwerper verantwoorde keuzes moeten maken in de ontwerpen.

Niet alleen moeten we bedenken of dat wat we ontwerpen aangelegd kan worden, maar ook of dat, met aandacht voor de arbeidsomstandigheden waaronder veilig werken, later onderhoud aan de weg kan worden uitgevoerd.

30 oktober 2025

BK2734-MI-RP-251029-0820

43

Projectgerelateerd

Bijlage 2 Financiële uitgangspunten

30 oktober 2025

BK2734-MI-RP-251029-0820

44

Projectgerelateerd

Financiële uitgangspunten De in dit rapport genoemde bedragen zijn gebaseerd op berekeningen voor kosten van onderhoud. Bij het berekenen van die kosten voor het uitvoeren van onderhoud zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:  Het betreffen de all-in aannemersprijzen.  Inclusief bijkomende werkzaamheden als: o Trottoirbanden en opsluitbanden. o Opnieuw stellen kolken. o Opnieuw stellen inspectieputten. o Markeringen.  Inclusief toeslagen voor: o Verkeersmaatregelen 2,5%. o Eenmalige kosten:  Asfalt- en elementenverhardingen 2%.  Cementbetonverhardingen 8%. o Uitvoeringskosten 6%. o Algemene kosten 8%. o Winst en risico 5%. o 28% kosten voor Voorbereiding Administratie en Toezicht (VAT).  Exclusief: o Jaarlijkse indexatie. o Kosten voor het verwijderen van teer uit de asfaltketen.  Gebaseerd op prijspeil januari 2025.

30 oktober 2025

BK2734-MI-RP-251029-0820

45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=aac537fd-83d0-4c80-871c-a0f10f41b350