[25.16156] 2025-09-02 Commissieavond: Vragen van fracties
Tekst van het document
Insprekers: Er hebben zich tot nu toe (stand 17.00 uur) vijf sprekers gemeld. Aanmelden kan nog tot mogen 12.00 uur: 1. mw. L. (Lotte) van de Ven, CEO Vencomatic Group 2. dhr. JPCM (Hans) Couwenberg, namens Tennisverenging Duysel 3. dhr. J. (Jan) van Mourik, VNO-NCW Brabant Zeeland 4. dhr. G.(Giovanni) Wouters, secretaris-directeur MRE 5. dhr. P. (Pierre) van de Borne, voorzitter KOP (Kempisch Ondernemings Platform)
Commissieavond 2 september 2025: Technische vragen van fracties
Fractie
Vraag
Antwoord
4. Bestuurlijke lus, bestemmingsplan 'Buitengebied 2017, 2e herziening' 1.
ESA
Op locatie Heibloem 8-8a (Eersel) worden de gronden gewijzigd van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’, met daarbij dat op aanvullend gedeelte geen woning mogen worden opgericht. Wat is het effect van deze wijziging op het bebouwbaar oppervlakte?
De locatie Heibloem 8-8a in Eersel wordt niet opnieuw voor besluitvorming aan de raad voorgelegd. Over deze locatie is reeds op 31 mei 2022 een besluit genomen, bij vaststelling van het bestemmingsplan “Buitengebied 2017, 2e herziening”. De planologische keuzes voor deze locatie zijn daarmee definitief vastgesteld en vallen buiten de scope van het voorliggende besluit. Daarom is deze vraag niet relevant voor het voorliggende besluit. Het voorliggende bestemmingsplan wordt in het kader van de bestuurlijke lus (zie beantwoording vraag 4) opnieuw aan de raad voorgelegd en heeft uitsluitend betrekking op de onderdelen die in dit besluit zijn benoemd. Daarbij maakt de locatie Heibloem 8-8a in Eersel onderdeel uit van het TAMomgevingsplan hoofdstuk 22a Woongebied Veldhoek te Eersel. Om die reden is de locatie van de verbeelding van voorliggend bestemmingsplan gehaald (zie beslispunt nummer 3).
2.
ESA
Het bestemmingsplan maakt ook vermelding over archeologische objecten, cultuurhistorische waarde alsmede over sloop van beeldbepalende panden. a) Wie bepaalt of dat een archeologisch onderzoek wenselijke en noodzakelijk is?
Deze vraag is niet relevant voor het voorliggende besluit. Desondanks hieronder de beantwoording van deze vragen. a) Het is de gemeente die bepaalt of een archeologisch onderzoek noodzakelijk is, op advies van team Ruimtelijke Ontwikkeling en onze deskundige op het gebied van erfgoed en monumenten. Deze afweging vindt plaats op basis van de
1 25.16156
Fractie
3.
4.
ESA
Kb
Vraag
Antwoord
b) Vindt een archeologisch onderzoek altijd plaats bij een cultuurhistorisch object? c) In diverse artikelen (o.a. specifiek art. 50.1, zie p. 275 van de regels) gaat het over sloopvergunning voor beeldbepalende elementen. Vermeld staat dat de vergunning slecht kan worden verleend indien de instandhouding van het (woon)boerderij geen bijdrage meer levert aan de cultuurhistorische waarde van de (woon)boerderij en de omgeving dan wel het niet meer over de eigenschappen beschikt die de cultuurhistorische waarde verschaft (zie bijvoorbeeld art. 50.1.3). Wie bepaalt dat vergunningverlening kan plaatsvinden en op basis waarvan wordt dat bepaald?
archeologische beleidskaart van de gemeente Eersel en de geldende wet- en regelgeving en de aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden. b) Nee, een archeologisch onderzoek vindt niet altijd plaats bij een cultuurhistorisch object. Het is alleen verplicht wanneer uit de archeologische beleidskaart en regels omgevingsplan blijkt dat er archeologische waarden aanwezig kunnen zijn. Cultuurhistorisch waardevolle objecten zijn niet altijd van zodanige ouderdom dat sprake is van archeologische waarden. c) Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd gezag voor het verlenen van een dergelijke vergunning, op advies van team Ruimtelijke Ontwikkeling en onze deskundige op het gebied van erfgoed en monumenten. Daarbij kan ook advies worden ingewonnen van de erfgoedcommissie en/of een externe deskundige op het gebied van monumentenzorg of erfgoed.
a) Op welke wijze wordt in het bestemmingsplan cultuurhistorische en/of monumentale beplanting (cultuurhistorische waarde) voor behoud beschermd? b) Op welke wijze vindt hiervan borging plaats? c) Welke afspraken en voorwaarden gelden om dergelijke bomen te beschermen?
Deze vraag is niet relevant voor het voorliggende besluit. Desondanks hieronder de beantwoording van deze vragen.
Waarom heet het ‘bestuurlijke lus’?
Een bestuurlijke lus is een procedurele mogelijkheid die door de bestuursrechter kan worden toegepast. Wanneer een bestemmingsplan (of een ander besluit) wordt aangevochten bij de Raad van State en de rechter constateert dat er een gebrek in het besluit zit, kan de rechter besluiten een ‘bestuurlijke lus’ toe te passen. Dit houdt in dat het besluit niet direct wordt vernietigd, maar dat het bestuursorgaan (in dit geval uw gemeenteraad) de gelegenheid krijgt om het geconstateerde gebrek binnen een door de rechter gestelde termijn te herstellen.
Ter plaatse van cultuurhistorisch groen is op de verbeelding van het bestemmingsplan een aanduiding ‘overige zone – cultuurhistorisch waardevol vlak’ gelegd. Ter plaatse van deze aanduiding wordt gestreefd naar behoud, beheer en herstel van de historische verkavelingsstructuur uit oogpunt van cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist, zie artikel 47.21.2 van het voorliggende bestemmingsplan. Dan wordt gekeken of de werkzaamheden de waarden ter plaatse verstoren en wordt afgewogen of de cultuurhistorische waarden zwaarder wegen dan het maatschappelijk belang van de beoogde ontwikkeling.
2 25.16156
Fractie
Vraag
Antwoord Voor het voorliggend bestemmingsplan “Buitengebied 2017, 2e herziening” heeft de Raad van State een bestuurlijke lus toegepast. Om dit duidelijk te maken is in de titel van het voorliggend raadsvoorstel vermeld dat de vaststelling van dit plan plaatsvindt in het kader van een bestuurlijke lus.
5. TAM-IMRO Omgevingsplan Oirschotsedijk 50-50d 5.
ESA
Afkorting TAM - IMRO? Wat is dat? In een besluit/ dictum afkortingen gebruiken is niet wenselijk. Graag eerste keer uitschrijven.
Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het niet meer mogelijk om nieuwe wijzigings- of bestemmingsplannen op de traditionele manier vast te stellen en is het wijzigen van het bestaande omgevingsplan nog niet mogelijk. Om planologische procedures toch door te laten gaan, zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAM) ingericht. Met TAM-IMRO kunnen gemeenten plannen nog bekendmaken en wijzigen volgens de oude IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening). Het TAM-IMRO omgevingsplan is daarmee een tijdelijke voorziening die het mogelijk maakt om bestaande procedures voort te zetten totdat de digitale systemen van de Omgevingswet volledig operationeel zijn.
6.
Kb
Bij argumenten staat: ‘doordat de manege beëindigd wordt, is er op de locatie ruimte voor het toevoegen van een woning.’ Maar er komen toch 2 woningen bij?
Dat klopt, per saldo worden met dit plan twee extra woningen mogelijk gemaakt. Op dit moment zijn er twee bedrijfswoningen aanwezig. Deze worden omgezet naar burgerwoningen, waarbij één van de bedrijfswoningen wordt gesplitst in twee afzonderlijke woningen. Daarnaast wordt de realisatie van één nieuwe, vrijstaande woning mogelijk gemaakt.
7.
Kb
Kan met de bouw van de nieuwe woningen gestart worden voordat alle bedrijfsruimten totaal zijn verwijderd? Wordt hierop gehandhaafd?
In artikel 12.4 van de regels van het TAM-omgevingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het slopen van de overtollige bebouwing. Deze verplichting bepaalt dat de bebouwing en verharding, zoals weergegeven op de kaart ‘Te slopen bebouwing Oirschotsedijk 50-50d’ (bijlage 8 van de regels), binnen twee
3 25.16156
Fractie
Vraag
Antwoord jaar na de inwerkingtreding van voorliggend TAM-omgevingsplan verwijderd moeten zijn en blijven. Als hieraan niet wordt voldaan mogen de woningen niet gebruikt worden. De voorwaardelijke verplichting is gekoppeld aan het gebruik van de woningen, omdat een deel van de woningen bestaand is. De nieuwe woningen kunnen dus al wel gebouwd worden, maar niet worden gebruikt. De voorwaardelijke bepalingen worden jaarlijks gemonitord. Als de in de voorwaardelijke bepaling genoemde termijn verstreken is, wordt gecontroleerd of voldaan is aan een voorwaardelijke bepaling.
8.
Kb
Wat houdt de landschappelijke inpassing concreet in? Wordt erop toegezien dat die daadwerkelijk wordt aangeplant? Wanneer moet dat gerealiseerd zijn: voor of na de bouw van de nieuwe woningen?
Het landschappelijk inpassings- en beplantingsplan is opgenomen als bijlage 3 bij de regels van voorliggend TAM-omgevingsplan. In artikel 12.3 van de regels van het TAM-omgevingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het realiseren van het landschappelijk inpassingsplan. Deze verplichting bepaalt dat de landschappelijke inpassing, zoals weergegeven in bijlage 3 van de regels, binnen drie jaar na de inwerkingtreding van voorliggend TAMomgevingsplan is gerealiseerd en in stand wordt gehouden. Als hieraan niet wordt voldaan mogen de woningen niet gebruikt worden. De voorwaardelijke verplichting is gekoppeld aan het gebruik van de woningen, omdat een deel van de woningen bestaand is. De nieuwe woningen kunnen dus al wel gebouwd worden, maar niet worden gebruikt. De voorwaardelijke bepalingen worden jaarlijks gemonitord. Als de in de voorwaardelijke bepaling genoemde termijn verstreken is, wordt gecontroleerd of voldaan is aan een voorwaardelijke bepaling.
6. Visie en uitvoeringsprogramma waardevolle recreatie en toerisme in de Brabantse Kempen 2026-2034 9.
ESA
a) Is het voorliggend masterplan (het uitvoeringsplan) voldoende concreet voor de ondernemers? (Dit in verlengde van de aanbeveling uit evaluatie – p. 6) b) Op welke onderdelen hebben de ondernemers daar een andere mening over?
a) Het uitvoeringsprogramma 2026-2030 geeft de ondernemers een beeld van de projecten voor de komende 4 jaar. Deze projecten worden per jaar verder geconcretiseerd in een jaarplan met bijbehorende projectplannen. b) Ter afronding van het traject is zowel de visie als het uitvoeringsprogramma voorgelegd aan o.a. de ondernemers. De reacties die binnen zijn gekomen zijn
4 25.16156
Fractie
Vraag
Antwoord verwerkt. Er waren geen reacties dat de aangedragen projecten niet de juiste waren.
10. ESA
Op welke wijze worden ondernemers en belangenorganisatie in de nieuwe nu meer betrokken in de totstandkoming van het toeristische DNA profiel?
Voor de verdere uitwerking/concretisering van het huidige DNA van de Kempen (zie paragraaf 2.1 visie) wordt nog een concreet projectplan opgesteld waarin ook het participatietraject beschreven zal worden.
11. ESA
Op welke wijze wordt de continuïteit van de Visit Eersel voldoende geborgd?
Dit is geborgd met een dienstverleningsovereenkomst (tussen gemeente Eersel en Visit Eersel).
12. ESA
Is met de gevraagde financiële bijdrage voldoende financiële middelen beschikbaar om de omvang én rol van Visit Eersel voldoende vorm te geven?
De gevraagde bijdrage heeft betrekking op de uitvoering van projecten binnen de Kempenvisie. Visit Eersel is (naast de andere lokale Visit-organisaties) een belangrijke partij binnen de uitvoering van deze projecten. Visit Eersel ontvangt ieder jaar een gemeentelijke bijdrage om invulling te geven aan haar 5 kerntaken. Eén van die 5 kerntaken is de deelname aan de Kempensamenwerking recreatie en toerisme. Uiteraard is de capaciteit van Visit Eersel voor deze samenwerking niet onuitputbaar. Jaarlijks wordt, bij de opstelling van het jaarplan Visit Eersel, gekeken wat haalbaar is voor de Kempensamenwerking.
13. CDA
Pelgrimage: M.n. het dorp Vessem staat landelijk bekend als plek voor pelgrimage. In het visie document zien wij hier weinig over terug als kenmerk van de streek. In hoeverre wordt deze doelgroep meegenomen?
Elke gemeente heeft de eigen identiteit laten onderzoeken. De overeenkomsten hieruit vormen samen het DNA van de regio (zie 2.1 visiedocument). Op gemeentelijk niveau wordt Vessem wel genoemd als plek voor pelgrimage. Zie ter info het “DNA boek gemeente Eersel” 2020.
14. CDA
Ook het “kleinschalige ‘kloosters’ landschap’ dat zorgt voor verrassende paden, reizen en doorkijkjes wordt nog weinig benoemd, de vele kapelletjes, kerken en torens, die bijdragen aan het “verstillend’ landschap. Kan dit meegenomen als karakteristiek van het landschap met daarmee ook borging van dit landschap en de karakteristiek?
Deze suggestie wordt meegenomen binnen het project “uitwerken van het DNA van de Kempen”.
15. CDA
Hier op doorgaand: er wordt gesproken over ‘balans’ en overcreatie wat het ‘welzijn’ van de streek kan belasten.
Met de herijkte stip op de horizon (zie 3.1 visiedocument) en bij de uitvoering van alle projecten zetten we in op het borgen van die ‘balans’.
5 25.16156
Fractie
Vraag
Antwoord
In hoeverre wordt er ook al nagedacht over het borgen van die ‘balans’? 16. CDA
Wordt er lering getrokken uit andere regio’s die daar al volop mee te kampen hebben?
Ja, de herijkte stip op de horizon is tot stand gekomen op basis van een inventarisatie- en analyse fase waarbij research is gedaan op nationaal en provinciaal niveau. De sturing op balans is ook verwerkt in het uitvoeringsprogramma. Bij de uitwerking van het concrete projectplan hiervoor worden de inzichten uit landelijke en provinciale rapporten/onderzoeken meegenomen.
17. CDA
Wordt er in het uitvoeringsprogramma speciaal aandacht aan gegeven en geborgd in een beleidsplan?
De balans van de effecten van recreatie en toerisme is geborgd in de ambitie van de visie, in doel 4 van de visie en in het uitvoeringsprogramma als projecten onder doel 4.
18. Kb
Wanneer is een toeristisch aanbod toekomstbestendig? Aan welke criteria moet het dan in welke mate voldoen? Hoe ziet die toekomst er dan uit? Wordt in die toekomst rekening gehouden met ernstige klimaatverandering? Hoe dan?
We zetten recreatie en toerisme in als middel voor brede welvaart. Brede welvaart gaat over de kwaliteit van leven hier en nu, maar ook over de gevolgen van onze huidige levensstijl op toekomstige generaties, overal ter wereld.
19. Kb
Hoe en in welke mate levert een toename van het aantal toeristen een bijdrage aan de sociale cohesie van de inwoners van Eersel en hoe maakt een toename van het aantal toeristen onze inwoners gelukkiger en vitaler? Of gaat het hier slechts om een handvol ondernemers? Of gaat hier enkel om recreatie?
Binnen de herijkte visie zetten we niet in op een toename van het aantal toeristen, maar willen we juist sturen op waardevolle recreatie en toerisme. Wanneer de effecten van recreatie en toerisme in balans zijn ten behoeve van de brede welvaart stimuleert toerisme en recreatie de horeca, evenementen en culturele activiteiten (zoals markten, festivals of rondleidingen). Als inwoners zien dat bezoekers hun dorp waarderen, vergroot dit de trots op de eigen streek, tradities en natuur.
20. Kb
Een blijvende positieve bijdrage’: welke blijvende positieve bijdrages heeft een toename van toerisme voor de inwoners van de gemeente Eersel. Welke huidige problemen worden daar mee blijvend opgelost? Bij deze 4 vragen, vraag ik me ook af of er verschillen zijn tussen de zes kernen.
Met “blijvende positieve bijdrage” wordt bedoeld dat erop gestuurd wordt dat recreatie en toerisme een positieve bijdrage blijft leveren zodat de Kempen een fijne plek blijft om te wonen, recreëren en ondernemen. Dit willen we bereiken door te sturen op de juiste balans van de effecten van recreatie en toerisme.
21. Kb
De stakeholders komen grotendeels uit de toeristische branche of hebben daar als ambtenaar direct mee te maken. Slecht een van de zeven groeperingen
Er zijn vele stappen gezet om te komen tot de herijkte visie. De concept denkrichting is tot stand gekomen op basis van een evaluatie van de visie 2017-2026, beleid op nationaal- en provinciaal niveau en relevante trends en ontwikkelingen. Vervolgens is
6 25.16156
Fractie
Vraag
Antwoord
vertegenwoordigen inwoners. Waarom is de mening van inwoners niet sterker vertegenwoordigd? En de mening van ondernemers die zich niet op toerisme richten, maar enkel op recreatie van de eigen inwoners?
de concept denkrichting van de visie getoetst bij stakeholders uit zowel de toeristische- als recreatieve sector en inwoners via de dorpsraden. Voor de verdere concretisering van het uitvoeringsprogramma middels de concrete projectplannen wordt per project bekeken welke stakeholder(s) verder betrokken worden.
22. Kb
Wat zijn de nadelen van een toename van toerisme in onze dorpen, hoe erg zijn die en in welke mate worden die nadelen tegengegaan. Ik denk onder ander aan de ‘rust in de dorpen’ en voor de natuur (vervuiling, biodiversiteitsverlies, rust voor fauna, zoals reeën, vogels en de gladde slangen)’.
Op dit moment beschikken we over te weinig subregionale data om hier een antwoord op te kunnen geven. Dit gaan we oppakken met het nieuwe uitvoeringsprogramma middels de projecten: database op Kempenniveau opbouwen t.b.v. inzicht en monitoring & datagedreven werken: keuzes/advies op basis van betrouwbare data (bijv. druktemeting of bezettingsgraden accommodaties).
23. Kb
Bij de evaluatie staat dat de doelstellingen lastig haalbaar en meetbaar waren. Nieuwe doelstellingen moeten daarom SMART geformuleerd worden. Wat zijn de smartgeformuleerde nieuwe doelstellingen? Wanneer en hoe worden die geëvalueerd?
Op basis van het uitvoeringsprogramma wordt per jaar een jaarplan opgesteld met concrete projectplannen. Binnen die projectplannen worden onder andere doelstellingen SMART geformuleerd, wordt beschreven welke stakeholders betrokken worden etc. Aan het einde van het jaar wordt geëvalueerd + het nieuwe concrete jaarplan voor het jaar erop opgesteld. De gemeenten en Visit-organisaties stellen deze projectplannen op.
24. Kb
Kan meer kwantitatieve informatie gegeven worden over de nieuwe’ producten uit de vorige perioden mbt gebruik en waardering door toeristen?
Zie voor meer kwantitatieve informatie raadsinformatiebrief “Terugblik tweede Uitvoeringsprogramma Vrijetijds-economie Kempen 2024”
25. Kb
Ruiteren en MTB worden naast wandelen en fietsen apart genoemd. Om hoeveel beoefenaars gaat dat in de Kempen in vergelijking met wandelaars en fietsers
Deze data is op Kempenniveau niet bekend. Brabant Partners (hiervoor Visit Brabant Routebureau) heeft dit in 2021 in kaart gebracht voor de Provincie Noord-Brabant: Fietsen: 28,6 miljoen tochten langer dan 1 uur Wandelen 62,4 miljoen tochten langer dan 1 uur Ruiteren:10 miljoen tochten langer dan 1 uur MTB: 3,1 miljoen tochten langer dan 1 uur
7. Eerste wijziging Programmabegroting 2025 GGD Geen vragen. 8. Opvolging Rapport Van Dam - fraude KempenPlus 7 25.16156
Fractie 26. ESA
Vraag
Antwoord
a) Wat was of waren de belangrijkste bevindingen vanuit de accountant tijdens de laatste (tussentijdse of eindejaars-)controle op het gebied van de administratieve organisatie en interne beheersingsmaatregelen (AO/IB) bij KempenPlus? b) Hoe is daar door het bestuur op geacteerd?
Passage uit accountantsverslag 2024 “Op basis van onze werkzaamheden hebben wij geen significante tekortkomingen in de interne beheersing geconstateerd. Wij hebben reeds een management letter uitgebracht waarin onze opmerkingen en verbeterpunten in detail zijn gemeld. De belangrijkste aandacht bij Kempenplus moet volgens ons inzicht uitgaan naar: Structurele invulling van de functie afdelingshoofd bedrijfsvoering / controller. Verdere ontwikkeling van de Verbijzonderde Interne Controle: wij hebben geadviseerd om de VIC-werkzaamheden uit te breiden naar alle processen, dit structureel en planmatig gedurende het jaar uit te voeren en tussentijds te rapporteren over de bevindingen. De doorontwikkeling van de inkoopprocessen: wij hebben geadviseerd om het inkoopbeleid te herzien en AFAS zo in te richten dat dit kan dienen als contractbeheersysteem (registratie, signalering aflopende contracten etc.). Tot slot hebben wij begrepen dat bij de inrichting van AFAS per 1 januari 2025 veel aandacht is geschonken aan de toekenning van rollen en rechten en de logging van handelingen. Wij hebben geadviseerd dit te betrekken bij de VIC en nemen dit aspect zelf mee in de controle van 2025. Bovenstaande heeft de aandacht van het management.” De functie van afdelingshoofd / controller is inmiddels structureel ingevuld.
Het bestuur heeft het rapport op 3 april besproken met de accountant voorafgaand aan de vaststelling van de jaarrekening 2024. Tussentijds rapporteren aan het bestuur over de Verbijzonderde interne controle vindt plaats. De overstap naar AFAS als ERP-systeem heeft plaatsgevonden. In de nadere inrichting van het systeem worden de mogelijkheden die het systeem biedt om risico’s te beperken benut.
27. ESA
Welke eigen interne procedures heeft de Gemeente Eersel n.a.v. het Rapport Van Dam (‘Als je niet kijkt, zie je het
De gemeente Eersel heeft al gedurende vele jaren een interncontroleplan waarin de belangrijkste processen zijn opgenomen vanuit financieel oogpunt en de mate van
8 25.16156
Fractie
Vraag
Antwoord
niet’) onder loep genomen? Wat was de uitkomst daarvan?
risico. Dit plan wordt jaarlijks geactualiseerd en voorgelegd aan de accountant. Dit vormt een onderdeel van de jaarrekening, die vervolgens gecontroleerd wordt door de accountant. Over de voortgang gedurende het jaar wordt gerapporteerd aan het MT via de managementletter en de conclusies worden gedeeld met de Raad via de P&Cproducten.
28. ESA
Welk les uit het rapport Van Dam is voor de Gemeente Eersel het meest leerzaam en waarom?
Qua interne controle is onze organisatie beduidend verder dan de voormalige WVKgroep. Naar aanleiding van de fraude heeft de gemeente Eersel intern de procedures nog een keer onder de loep genomen en waar nodig “verstevigd”. Verder is aan onze accountant gevraagd om deze kritisch te bekijken. Eventuele aanbevelingen zijn zoveel mogelijk overgenomen.
29. ESA
En welk les uit het rapport Van Dam is voor de Gemeente Eersel het minst leerzaam en waarom?
We hebben de lessen niet gekwalificeerd. Zie boven.
30. ESA
Op welke wijze worden deze lessen ook toegepast bij ander partijen waar de gemeente als toezichthouder een rol heeft?
We hebben de lessen niet gekwalificeerd. Zie boven.
31. ESA
Vanuit de opvolging lessen is een gedetailleerd dashboard interne beheersing opgesteld met maatregelen om risico’s te beheersen. Wat zijn de 5 belangrijkste parameters vanuit dit dashboard en waarom?
32. ESA
Het bestuur heeft de aanbevelingen opgevolgd. Zo schrijft zij in een reactie:
Actualisatie en vastlegging bedrijfsprocessen: zorg voor een uniforme manier van werken Volledigheid van omzet en opbrengsten: volledigheid dossiers en archivering van getekende overeenkomsten Contractregister en actualisatie inkoopbeleid: met advies van Bizob is het inkoopbeleid geactualiseerd en heeft KempenPlus het proces voor archivering en naleving van inkoopcontracten geborgd. Spendanalyse: inzichtelijk maken van leveranciers en uitgaven. Ook om in de toekomst het aantal leveranciers te beperken is dit van belang. Budgetbewaking: in AFAS worden periodieke rapportages ingericht voor budgethouders en tevens is er een accorderingsstructuur voor budgethouders ingericht Personeelskosten: interne controle bij salaris-, belasting, en pensioenbetalingen en actualisatie mandaatregeling
Belangrijkste organisatiewijzigingen t.a.v. control waren: Aanstelling medewerker interne beheersing
9 25.16156
Fractie
Vraag
Antwoord
'(Her) inrichting van de organisatie t.a.v. control en interne controle voor eind 2021'. Wat houdt die (her)inrichting in? Kunt u dit precies uitleggen?
33. ESA
Kunt u het integraal controleplan van 2021 delen? Wat zijn de voornaamste aanpassingen van eerder? Betekent dit dat u elk jaar het controleplan herijkt? Hoeveel lijns controle wordt er toegepast?
Het controleplan wordt jaarlijks herijkt. Enerzijds voor de accountantscontrole en anderzijds voor de interne beheersing van KempenPlus. In overeenstemming met de accountantscontrole worden er verschillende lijncontroles uitgevoerd op: Inkoop & aanbesteding Verkoop detachering Verkoop productie Verkoop groen Personeelskosten (voor de 3 verschillende CAO’s)
34. ESA
Wat is de conclusie van de risicoanalyse op de bestaande processen? Is het plan van aanpak nog actueel en welke aanpassingen zijn al doorgevoerd?
Jaarlijks wordt de risicoanalyse bekeken en waar nodig bijgesteld. Daarbij komt bijvoorbeeld de implementatie van AFAS en de veranderingen van processen bij. Door de wijziging in software kunnen goedkeuringssystemen beter vastgelegd en gevolgd worden. Door de nieuwe software wordt een van de aanbevelingen van het rapport van Van Dam opgevolgd en worden de risico’s op dat gebied beperkt.
35. ESA
Kunt u een voorbeeld geven van de soft controls binnen de organisatie die aangepakt zijn? Hoe blijft u dit onderwerp actueel houden in de organisatie?
Een initiatief in dit kader zijn zogenaamde kwartaalbijeenkomsten, waarin medewerkers worden geïnformeerd over belangrijke ontwikkelingen binnen en buiten de organisatie. Uitgenodigd worden ambtelijke medewerkers en kaderpersoneel. Afhankelijk van de actualiteit krijgen deze bijeenkomsten hun invulling. Naast MTleden presenteren ook medewerkers onderwerpen. Vragen van aanwezigen worden beantwoord. Transparantie en betrokkenheid van medewerkers worden aldus bevorderd.
36. CDA
Wat is de rol nu van de gemeente? Wat is er nu veranderd aan de kant van de gemeente, in operationele zin en als toezichthouder?
De gemeente Eersel is één van de vier eigenaren van KempenPlus en is dus geen toezichthouder van hen. De structuur is dat het bestuur van deze uitvoeringsorganisatie verantwoordelijk is en dat het toezicht wordt vormgegeven door hun accountant. Voor meer achtergrond wil ik u verwijzen naar hoofdstuk 3 van het rapport van Dam.
37. CDA
Wat wordt er nu aan bewustzijn/integriteit gedaan?
Er is voortdurend aandacht voor cultuuraspecten. Er is een open cultuur waarin zaken aan de orde gesteld kunnen worden.
Actualisatie en vastlegging bedrijfsprocessen Het verbeteren en toepassen van 4-ogen principe bij transacties
10 25.16156
Fractie
Vraag
Antwoord Er zijn twee vertrouwenspersonen bij KempenPlus. Er is sprake van transparantie. De ervaring met niet integer handelen (fraude) heeft buitengewoon veel impact gehad op bestuur, directie en medewerkers van KempenPlus. Iedereen is er zich van bewust dat alleen integer handelen te verantwoorden is.
38. CDA
Wat wordt aan verbetering/beveiliging van de ICT gedaan?
Verbetering en beveiliging van de ICT heeft continu de aandacht. In technische zin wordt deze taak uitgevoerd door SSC De Kempen, die deze taak uitvoert voor KempenPlus, GRSK en voor deelnemende gemeenten in KempenPlus. SSC neemt voortdurend initiatieven om de beveiliging up to date houden. Voorbeeld is het wachtwoordbeleid dat recent is aangescherpt. Medewerkers van KempenPlus worden periodiek Security Awareness Trainingen aangeboden, die gevolgd dienen te worden. KempenPlus heeft op MT-niveau beleid vastgesteld, gericht op vermindering van risico’s met betrekking tot het gebruik van internet en AI.
9. Zienswijze Bovenregionale samenwerkingen MRE met Weert, Venlo en Meierijstad 39. ESA
Wat wordt er feitelijk anders, nu dat deze lichte juridische aanpassing ter besluitvorming voorligt?
De colleges en raden zijn op verzoek van de Raadstafel21 (RT21) en het Algemeen Bestuur (AB) van de MRE in positie gebracht om een zienswijzen te kunnen geven op zowel de samenwerkingsagenda’s als de onderliggende regelingen van de MRE met Weert, Meierijstad en Venlo. Ook is op verzoek van de RT21 en het AB een duidelijke juridische basis aangetoond waarop de MRE samenwerkingen kan aangaan met gemeenten buiten de regio. Het gaat om de allerlichtste vorm binnen de Wgr, waarin geen overdracht van bevoegdheden, financiën, etc. zit. Feitelijk verandert de juridische basis niets aan de inhoud van de samenwerkingsagenda’s. Het zorgt vooral voor heldere kaders waarbinnen de afspraken worden gemaakt, en toont aan dat de MRE deze samenwerkingen op basis van de GR MRE mag aangaan.
40. ESA
Er wordt gesproken van ‘regeling’ en ‘samenwerkingsagenda’. Wat is het verschil tussen beide en welke overeenkomst is er?
De ‘regeling’ is een soort kader/governance voor de inhoudelijke afspraken, die in de ‘samenwerkingsagenda’ staan. De regeling bevat geen inhoudelijke afspraken, en gaat vooral over het ‘hoe’; bijvoorbeeld hoe we omgaan met andere partijen, hoe vaak we afstemmen en rapporteren, welke rol de raden hebben, enzovoort. De
11 25.16156
Fractie
Vraag
Antwoord samenwerkingsagenda bevat alle inhoudelijke afspraken, en de gezamenlijke ambities/afspraken die we hebben op thema’s als mobiliteit, wonen en werken.
41. ESA
Artikel 9 lid 3 vermeldt dat de regeling een regeling voor onbepaalde tijd is, waar artikel 4 lid 4 een looptijd van 4 jaar vermeldt. a) Is dit niet strijdig met elkaar? Zo niet, waarom niet? b) Wat is nu concreet het evaluatiemoment als deze uiterlijk 1 jaar voor het einde van de looptijd plaatsvindt bij een regeling voor onbepaalde tijd?
a) Er zit een verschil in de duur van de regeling en de samenwerkingsagenda. De regeling kan je zien als een afsprakenkader, juridisch passend binnen de Wgr. Deze is voor onbepaalde tijd. De inhoud van de samenwerkingsagenda kan (net zoals bij onze eigen regionale agenda van de MRE) na enkele jaren veranderen qua behoeften of prioriteit. We willen afspreken dat de agenda een looptijd heeft van vier jaar, zodat we die daarna herzien en in lijn kunnen brengen met de behoeftes van de colleges/raden op dat moment. b) Zie hierboven. We evalueren uiterlijk 1 jaar voor het aflopen van de op dat moment lopende samenwerkingsagenda. Op dat moment evalueren we ook de regeling, mocht deze aanpassingen behoeven. Mocht de regeling geen aanpassingen nodig hebben, dan loopt deze gewoon door. De samenwerkingsagenda stellen we dus wel elke vier jaar opnieuw vast. Daarmee houden de 21 gemeenten invloed op de inhoud van de afspraken tussen de MRE en deze gemeenten. Zie ook Artikel 4 en 9 in de regelingen.
42. ESA
Voor gemeente Meierijstad en voor Weert worden op p.1 van de samenwerkingsagenda 3 thema’s benoemd waar er 4 thema’s worden uitgewerkt. Hoor het onderwerp voorzieningen daar nu toch niet bij? Waarom is die wel nader uitgewerkt?
Op dit moment is het dossier voorzieningen belegd in het portefeuillehoudersoverleg (poho) Economie, vandaar dat er gesproken wordt over slechts 3 thema’s. Omdat dit onderwerp toch enige extra toelichting kan gebruiken, is het onder een apart kopje opgenomen bij de afspraken.
43. CDA
Wat zijn de vervolgstappen als er nog meer inhoudelijke/verdiepende afspraken gemaakt gaan worden?
De inhoudelijke afspraken die nu voorliggen zijn de afspraken die de aankomende jaren centraal zouden staan in de bovenregionale samenwerking met deze partijen. Mocht er bijvoorbeeld over enkele jaren besloten worden dat er nog meer inhoudelijke/verdiepende afspraken gewenst zouden zijn, dan wordt dat eerst besproken met onze 21 MRE-gemeenten en met Weert, Meierijstad en/of Venlo. Mochten alle partijen dit willen, dan kunnen deze afspraken opgenomen worden in de samenwerkingsagenda.
44. CDA
Hoe wordt de samenwerking met deze gemeenten gestopt als we dit willen? Bijvoorbeeld als enkele gemeenten dit zouden willen of niet zien zitten.
Zie artikel 9. Mochten enkele gemeenten dit willen, dan zouden alle gemeenteraden van de MRE in gelegenheid worden gebracht om hierop een zienswijze te geven.
12 25.16156
Fractie
Vraag
Antwoord Uiteindelijk is het aan het DB MRE en/of het college van Weert, Meierijstad en/of Venlo om dit besluit te nemen.
45. CDA
Sommige gemeenten hebben meer raakvlakken dan anderen met bijvoorbeeld 1 van de 3 samenwerkingen. Hoe wordt dit georganiseerd? Wie heeft meer rechten in een dergelijke situatie?
Het klopt dat sommige gemeenten, bijvoorbeeld MRE-gemeenten die grenzen aan Weert en Meierijstad, meer raakvlakken of gemeenschappelijke belangen hebben met deze gemeenten dan dat andere MRE-gemeenten dat hebben. Niemand heeft in dat geval ‘meer’ rechten. De samenwerkingsagenda en de inhoudelijke afspraken die daarin zijn opgenomen zijn vanuit de MRE opgesteld vanuit het regionaal belang, waarin ook aandacht wordt gegeven aan de logischerwijs directere belangen die aangrenzende gemeenten/subregio’s kunnen hebben met deze gemeenten. Deze mogen echter nooit strijdig zijn met de afspraken die we in regionaal verband maken. Bovendien is het zo dat MRE-gemeenten/subregio’s die grenzen aan bijvoorbeeld Weert of Meierijstad vaak uit zichzelf bereid zijn om mee te willen helpen aan de uitvoering van deze afspraken, omdat ze zelf al contacten onderhouden met deze gemeenten. Het kan ook goed zijn dat toekomstige afspraken met andere bovenregionale gemeenten/regio’s, zoals Tilburg en Vlaanderen, voor sommige gemeenten veel interessanter zijn dan voor andere MRE-gemeenten. De belangstelling voor die afspraken zal voor die gemeenten op natuurlijke wijze dan groter zijn.
46. CDA
Hoe worden (ook in de toekomst) relevante onderwerpen opgenomen in en/of afgevoerd van de samenwerkingsovereenkomst. Wat hebben wij als individuele gemeente daarover te zeggen?
Zie hierboven en artikel 4 en 9 in de regelingen.
47. Kb
Is het de bedoeling van de samenwerking van de MRE met Weert, Venlo en Meijerijstad om nog meer economische groei in de MRE-regio mogelijk te maken?
De samenwerking is erop gericht om een win-win te creëren voor zowel MRE als deze gemeenten. De druk op de regio is groot, en samenwerking met deze gemeenten kan de druk voor de regio verlichten. Zoals in de regeling en in de samenwerkingsagenda’s is te lezen, kan de samenwerking ons helpen op wonen, werken en mobiliteit. Dat komt de economische groei van de MRE ten goede, maar ook de leefbaarheid en brede welvaart.
48. Kb
Wat is er op tegen als de nieuwe samenwerking wel zou leiden tot verandering van de “afspraken” uit de Kempische ontwikkelstrategie en de huidige “ambities” en “opgaven” van de MRE, dus bijvoorbeeld als een deel van
Zie artikel 4.3: “De Samenwerkingsagenda MRE-Meierijstad doet geen afbreuk aan bestaande afspraken binnen de Metropoolregio Eindhoven en bestaande afspraken met provincie Noord-Brabant en Rijk, financiële afspraken hieronder inbegrepen.” Deze bovenregionale afspraken dienen te helpen om de druk op de regio te
13 25.16156
Fractie
Vraag
Antwoord
extra woningbouw in Weert zou plaatsvinden bijvoorbeeld na 2030?
verlichten, niet om afspraken binnen de regio te herzien. De regio blijft verantwoordelijk voor de eigen opgaven op bijv. het gebied van woningbouw, mobiliteit en werklocaties, zoals o.a. met de 21 MRE-gemeenten, het Rijk en de provincie Noord-Brabant is afgesproken.
10. Verordening gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Eersel 2025 49. ESA
Hoe vaak is de adviescommissie in 2023 en 2024 gevraagd om advies uit te brengen aan het college? En hoe vaak heeft de commissie ongevraagd advies uitgebracht in die jaren?
In 2023 zijn 225 adviezen gegeven door de commissie. Het aantal unieke bouwplannen waarover advies is gevraagd is niet opgenomen in het jaarverslag 2023. In 2024 zijn 146 unieke bouwplannen aan de commissie voorgelegd. Dit heeft geresulteerd in 273 adviezen. Beide jaren zijn alle adviezen overgenomen en er zijn geen second opinions gevraagd. Het aantal adviezen ligt hoger dan het aantal plannen, omdat plannen soms meerdere keren terugkomen voor advies. Er is geen ongevraagd advies uitgebracht. Er zijn alleen toevoegingen gedaan in advies waarom niet was gevraagd.
50. ESA
Wat is de opvolging van het advies door college geweest in de jaren 2023 en 2024?
Zie de reactie op vraag 1.
51. ESA
In de verordening (art. 2.2.c) staat dat de commissie uitsluitend op verzoek van het college adviseert en niet meer dat dat uit eigen beweging plaats kan vinden. Met welke motivatie is ‘het uit eigen beweging’ uit de verordening gehaald?
Het is niet zo dat de commissie uit eigen beweging adviseert over plannen, ze kennen immers niet alle (nieuwe) plannen. Maar bij ruimtelijke ontwikkelingen, niet zijnde concrete bouwplannen, worden soms ongevraagde toevoegingen gedaan in een advies, zaken waarover geen advies is gevraagd. Om dat tegen te gaan is de tekst van de verordening aangepast. De commissie mag alleen adviseren over hetgeen wordt gevraagd. Het is aan de gemeente om de adviesvraag dan ook zo concreet mogelijk neer te zetten.
52. ESA
Wie is voor de Gemeente Eersel dorpsbouwmeester?
In de gemeente Eersel is er geen dorpsbouwmeester. De verordening bevat de mogelijkheid een dorpsbouwmeester aan te stellen, maar daar is tot op heden nooit gebruik van gemaakt.
14 25.16156
Fractie
Vraag
Antwoord
53. ESA
Artikel 11 vermeldt in de laatste zin van lid 1 het woord ‘hier’, dan kan m.i.z. komen te vervallen aangezien een paar woorden verderop ‘hierop’ vermeld staat.
Tekstueel kan de ‘hier’ inderdaad worden verwijderd.
54. ESA
Graag verkrijgen wij inzicht in het laatste jaarverslag van de commissie.
Het jaarverslag van de commissie is via de raadsinformatiebrief over het jaarverslag VTH gedeeld. Bij raadsinformatiebrief ID 488 is dit terug te vinden.
55. Kb
Is het zo dat deze commissie altijd, ook ongevraagd, adviseert over monumenten en enkel op verzoek over andere bouwprojecten?
Wettelijk is het verplicht om advies te vragen aan de commissie over monumenten. Dit gebeurt alleen op verzoek, niet ongevraagd. Ook vindt er geen ongevraagde advisering over andere bouwplannen plaats, alleen worden er ongevraagde toevoegingen gedaan aan advies voor plannen waarvoor advies wordt gevraagd.
56. Kb
Wat zijn de voor- en nadelen van het aanstellen van een dorpsbouwmeester?
Omdat een dorpsbouwmeester geen onderdeel uitmaakt van de commissie moet deze apart worden benoemd. Een dorpsbouwmeester mag niet adviseren over monumenten, dat moet de commissie doen. De voor- en nadelen van een dorpsbouwmeester ten opzichte van alle advisering door de commissie zijn nooit overwogen.
57. Kb
Artikel 6.5 Waarom hoeft men voor de verantwoording van de werkzaamheden, geen verantwoording af te leggen aan het college, bijvoorbeeld via een jaarverslag?
Artikel 6 gaat uitsluitend over de (secretariële) ondersteunende werkzaamheden van de commissie. Degene die dit doen zijn hiervoor alleen verantwoording schuldig aan de commissieleden. Over de werkzaamheden van de commissie in het algemeen en de verantwoording daarvan wordt jaarlijks een jaarverslag gemaakt (artikel 15).
58. Kb
Financieel: Het aanpassen van de verordening is uiteraard nagenoeg kosteloos. Maar kan het zijn dat door de aanpassing van de verordening de kosten voor de feitelijke adviezen gaan stijgen? Hoeveel betaalde de gemeente jaarlijks, de afgelopen 3 jaar voor de adviezen van deze commissie?
De kosten voor de feitelijke adviezen blijven ongewijzigd door aanpassing van de verordening. De kosten voor de adviescommissie worden betaald uit het budget hiervoor uit het werkprogramma van de ODZOB. In 2022 waren de feitelijke kosten voor de commissie € 21.000, in 2023 € 34.700 en in 2024 € 39.800.
11. Uitvoering Eersels besluit ontwikkelstrategie de Kempen 59. ESA
Wat verstaan onder ‘daartoe ingerichte werklocaties’ (zie raadsbesluit onder Argumenten 1.1)?
Daarmee bedoelen we terreinen die voor bepaalde activiteiten geschikt gemaakt zijn. Een supermarkt in een winkelstraat, een metaalbedrijf op een bedrijventerrein, etc.
15 25.16156
Fractie
Vraag
Antwoord
60. ESA
Voor de kernen Duizel en Vessem zijn plannen voor teveel woningen in voorbereiding. Wat wordt hieronder verstaan?
Bij een zuivere verdeling van de woningbouwopgave naar rato per kern, hebben we voor Duizel en Vessem projecten voor een teveel aan woningen in voorbereiding. Voor Duizel zijn dit de projecten de Heydael en Duizel-Noord 3e fase en een potentiële woningbouwlocatie op Parc Vital voor 190 woningen. Voor Vessem hebben we Vessem Noord in voorbereiding waar in totaal (inclusief particuliere gronden) ongeveer 275 woningen gerealiseerd kunnen worden.
61. ESA
Hoe verhoudt het raadsvoorstel zich tot het cyclisch bouwen in de periode t/m 2040?
Met het raadsbesluit om 2.750 woningen te bouwen wordt het cyclisch bouwen voortgezet maar behoeft er niet verder opgeschaald te worden.
62. ESA
Wanneer zou de gemeente over potentiële ontwikkellocaties voor na 2040 zelf (of met initiatief nemers) weer op gaan pakken?
Dit is afhankelijk van de voortgang van de in voorbereiding zijnde projecten. Mocht uit de evaluatie van de ontwikkelstrategie blijken dat er onvoldoende voortgang zit in projecten, wordt dan besloten eerder te starten met een nieuwe plek. De evaluatie van de ontwikkelstrategie is voorzien voor elke drie jaar.
63. ESA
De omvang van nieuwbouw van het Rythovius College zal groter zijn dan in het IHP is voorzien a.g.v. groei basisonderwijs en woningbouw in onze en direct omliggende gemeente. a) Wat is daar anders aan dan t.o.v. het 100%-scenario? b) Op welke wijze wordt het onderzoek uitgevoerd en invulling gegeven aan verwachte leerlingaantallen als nog niet 100% duidelijk is of dat de nu vastgestelde woningbouwaantallen intact blijven? c) Wat doet dat met moment van aanvang nieuwbouw?
Het huidige IHP houdt nog geen rekening met de opgave uit de ontwikkelstrategie maar gaat nog uit van uw eerder besluit over het woningbouwprogramma om ongeveer 1.000 woningen te bouwen tot 2033. Na uw besluit over voorliggend voorstel maken we een nieuwe leerlingenprognose waarbij de opgaven uit de ontwikkelstrategie wel zijn meegenomen. In het raadsvoorstel onder het kopje ‘2.4 Gevolgen voor voorzieningen’ hebben een indicatie weergegeven van wat er nodig is voor onderwijs. Met de huidige opgave verwachten we geen vertraging in het proces om te komen tot nieuwbouw voor het Rythovius College.
64. ESA
Nieuwe natuur: a) Wat betekent het concreet ‘nieuwe natuur buiten bestaand stedelijk gebied vanaf 12 woningen? Graag verduidelijking met een voorbeeld. b) En wie draagt de kosten voor de realisatie van ‘nieuwe natuur’?
Volgens het raadsbesluit over de ontwikkelstrategie (via amendement Nieuwe natuur’) moet bij elke uitbreidingslocatie nieuwe natuur worden gerealiseerd. Voorbeeld van dergelijke projecten zijn de uitbreidingslocatie in Wintelre (nabij het Aangelag) en Duizel-Noord 3e fase. De kosten worden gedragen door de initiatiefnemer. In de twee voorbeelden is dat de gemeente.
65. ESA
Wat wordt verstaan onder het vermelde in de ‘Alternatieve visie op de schaalsprong’ [R25.11396] (p. 48) dat het in het
Het (absolute) aantal nieuwkomers dat zich in de gemeente Eersel gaat vestigen is groter in het 100%-scenario, maar omdat er in dit scenario voldoende woningen aan
16 25.16156
Fractie
Vraag
Antwoord
100% scenario het absorptievermogen van de kernen naar verwachting hoger is dan in het 50% scenario zodat de integratieopgave enigszins verlicht kan worden? Graag een nadere duiding.
de markt zijn toegevoegd ontstaat er naar verwachting weinig tot geen verdringing. In het 50%-scenario concurreren de woningzoekenden uit de gemeente Eersel met de nieuwkomers om de nieuwe woningvoorraad en zal een verdringingseffect optreden. In het 100%-scenario komen er dus, in absolute aantallen, meer nieuwkomers te wonen in de gemeente Eersel terwijl in het 50%-scenario er relatief meer nieuwkomers komen te wonen. Hierdoor stijgt in het 50%-scenario het percentage nieuwkomers in verhouding tot het percentage huidige inwoners ten opzichte van het 100%-scenario. Het absorptievermogen van de integratieopgave voor huidige inwoners is daarmee groter in het 100%-scenario dan in het 50%-scenario. Enkel bouwen voor inwoners van de eigen gemeente is in de praktijk vaak niet haalbaar, zeker niet in een scenario waarin slechts 50% van de benodigde woningen wordt gerealiseerd. De vraag naar woningen blijft groeien, en de beperkte bouw vergroot dus het risico dat vooral nieuwkomers de beschikbare huizen betrekken.
66. ESA
Heeft het raadsbesluit van 25 februari jl. invloed op financiering vanuit MRE-verband op huidige en toekomstige plannen? Zo ja, welke plannen raakt dat?
Voor mobiliteit zijn de middelen (ruim 90 miljoen euro) uit de Beethovendeal voor de korte termijn die voor Eersel bestemd waren, naar andere locaties van Brainporthubs gaan. De consequentie hiervan op de overige verkeersmaatregelen is nog onduidelijk. Voor woningbouw heeft uw besluit geen gevolgen. De Beethoven-gelden zijn onder voorwaarden beschikbaar voor alle onrendabele woningbouwprojecten vanaf 40 woningen. Voor werklocaties zijn vooralsnog geen financieringen in MRE-verband beschikbaar.
67. ESA
In de impactbeoordeling voor Eersel [24.25503] mis ik wat de uitkomsten zijn van realisatie van nieuwe werklocaties aan de randen van Eersel zoals bij ASML en op BIC op onder andere verkeersbewegingen. Welke effecten hebben die ontwikkelingen op de verkeersstromen en dan gericht op de dorpen in onze gemeente?
De impactbeoordeling voor Eersel is in opdracht van de gemeenten Bladel, Bergeijk en Reusel-De Mierden uitgevoerd. Op de inhoud hiervan heeft de gemeente Eersel geen invloed gehad. Bij de voorbereiding van nieuwe werklocaties hoort bij het onderzoek ook een verkeerskundig onderzoek. Zo wordt bij het de ontwikkeling van BIC ook gekeken naar de verkeersstromen in de omgeving, waaronder de gemeente Eersel. Dit onderzoek loopt nog.
68. P-GL
Er wordt gesproken over het compenseren van getransformeerde bedrijfslocaties. Om wat voor soort transformaties gaat het?
Onder andere het terrein waar Henri Wintermans Cigars, later STG, gevestigd was. Dit was een werklocatie maar is getransformeerd naar een woonlocatie. Niet bekend is of dit in het verleden in de gemeente Eersel voorgekomen is, maar dit vloeit voort
17 25.16156
Fractie
Vraag
Antwoord
Hebben we dit in het verleden ook gedaan?
uit het rapport ruimtelijke economische visie van de rijksoverheid van juni dit jaar waarin is gesteld dat de ruimte voor bedrijfslocaties niet mag afnemen. Zie hiervoor https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2025/06/20/kabinet-fysieke-ruimte-vooreconomie-mag-niet-afnemen.
69. P-GL
Is er onderzoek gedaan naar de behoefte aan padelbanen in Duizel? Hoeveel leden hebben TV Duysel en Dosko en hoe was het verloop van de ledenaantallen in de afgelopen jaren?
TV Duysel heeft een ledenonderzoek uitgevoerd, waarbij naar voren is gekomen dat padel een waardevolle toevoeging zou zijn voor de vereniging. Bij tennisverenigingen in de regio geeft padel een nieuwe impluls en zie je dat tennis en padel elkaar versterken. Verenigingen met padel doorbreken een dalende trend in het ledenaantal met een significante groei van het aantal (jongere) leden. Padel geeft verenigingen een stevigere financiële positie en perspectief.
70. P-GL
Waarom kunnen er geen padelbanen aangelegd worden op de huidige locatie?
Het is ruimtelijk niet mogelijk om op de huidige locatie padelbanen aan te leggen.
71. P-GL
Pag. 17 van de impactbeoordeling: hoe valt vast te stellen wat de oorzaak is van een hogere gemiddelde transactieprijs? Gold dit in Eersel voor alle woningtypen vergeleken met de andere Kempengemeenten?
Bij de Kempische visie op wonen 2024-2028 zijn de gevolgen van de groei van de regio aan de orde gekomen. Daarbij werd geconcludeerd dat er veel meer verhuisbewegingen vanuit Eindhoven en Veldhoven naar kernen in onze gemeente plaatsvinden dan naar kernen in andere Kempengemeenten. Door deze verdringing wordt de verkoopprijs hoger. We hebben geen informatie beschikbaar over een verdeling naar verschillende woningtypen.
18 25.16156
Fractie
Vraag
Antwoord
72. P-GL
Pag. 19 van de impactbeoordeling: Er wordt uitgegaan van 4,5 Ha voor de gemeente Eersel bij het 50% scenario tot 2040. In de motie staat 11 Ha. Waar komt deze 4,5 Ha vandaan?
De prognose voor lokale bedrijventerreinen is – bij een gelijke verdeling over de Kempengemeenten – voor Eersel bepaald op 9 ha (tot 5000m²). 50% daarvan is 4,5ha. Deze berekening staat los van de 11ha uit de motie.
73. P-GL
Waar komt de suggestie vandaan dat een eventueel KBP2 27 Ha groot ‘mag’ zijn volgens het 50% scenario?
Deze suggestie is een uitgangspunt, aanname, van de onderzoeker die de impact van een 50% scenario beschreven heeft.
74. P-GL
Pag. 28 impactbeoordeling: Wat zegt het aantal praktijken (huisarts, fysio en tandarts) over de hoeveelheid als er niet bekend is om hoeveel FTE het gaat? Zijn die cijfers bekend? Hoeveel vacatures staan er open bij genoemde praktijken en de andere drie voorzieningen in de tabel?
Deze cijfers zijn gebaseerd op een inventarisatie van het MRE (Nulmeting voorzieningen Metropoolregio Eindhoven). Als disclaimer hebben zij het volgende opgenomen in de inleiding: Dit onderzoek betreft een kwantitatieve studie, waarbij er is gekeken naar de locatie van een voorziening maar niet naar de specifieke kenmerken van een voorziening. Hierdoor geeft dit onderzoek alleen weer hoeveel voorzieningen er zijn, maar bevat dit onderzoek geen inkijk in vragen zoals ‘hoe groot is de voorziening’, ‘hoe vaak is deze voorziening open’ etc. Dit betreffen kwalitatieve verdiepingen. Voorbeeld: voor de voorziening ‘huisartsenpraktijken’ is er gekeken waar deze zijn gevestigd, maar niet naar de vraag hoeveel huisartsen er per praktijk werken. Het is nu onbekend of de gevraagde cijfers (FTE per praktijk en openstaande vacatures) beschikbaar zijn.
75. P-GL
Hoeveel woningen zijn er gebouwd in de afgelopen twee raadsperiodes (deze en de vorige)?
In de periode 2017-2024 is de woningvoorraad met 854 woningen toegenomen tot 8.888. Statistieken zijn te vinden via het CBS: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/81955NED/table?ts=1643968310637
76. CDA
De andere gemeenten hebben blijkbaar geen ruimte voor een KBP2, wij blijkbaar wel. Wij hebben volgens de impactanalyse blijkbaar 2 mogelijke locaties? Welke zijn dat? Zijn deze al eerder aan de raad medegedeeld?
Het is niet zo dat andere gemeente geen ruimte hebben maar de terreinen die in Eersel in aanmerking komen zijn het meest geschikt. Informatie over deze terreinen is met de raad tijdens een vertrouwelijke sessie gedeeld.
77. CDA
Is er al ergens 11 ha voor het kleinschalige bedrijventerrein gevonden? Of zijn de terreinen veel kleiner? Volgens de impactanalyse zou die er al wel moeten zijn?
We hebben geen terreinen concreet in beeld om de 11ha nieuw bedrijventerrein te ontwikkelen. Om die reden wordt een krediet gevraagd om een verkennend onderzoek te doen hiernaar.
19 25.16156
Fractie
Vraag
Antwoord
78. CDA
Wat als er geen locatie voor het sportpark in Duizel gevonden kan worden? Met andere woorden wat als er geen kleinschalig bedrijventerrein wordt gevonden?
Deze zaken staan in principe los van elkaar. Het is niet zo dat het sportpark verplaatst wordt om plaats te maken voor bedrijven. Als er geen geschikte locatie gevonden wordt voor een nieuwe sportpark, dan blijft het waar het nu is.
79. CDA
Wat zijn de reacties van de betrokkenen en de ondernemers op dit plan om het sportpark te willen verplaatsen?
De verenigingen zijn op de hoogte gesteld van het voorliggend voorstel. Onderdeel van de haalbaarheidsstudie die we uit willen voeren is een participatietraject met onder andere de gebruikers van het sportpark en de ondernemers. Tijdens de commissievergadering is het de verwachting dat er een inspreker komt.
80. CDA
Voor Duizel en Vessem komen er tot 2040 geen nieuwe huizen. Hooguit enkele sociale woningen per jaar. Voldoet dit aan de behoefte van de dorpen, of lopen we nog steeds tegen tekorten aan?
Er komen in Duizel en Vessem wel nieuwe woningen bij uit de projecten die momenteel in voorbereiding zijn. Volgens het voorgesteld besluit hoeven we voor deze kernen echter geen grote nieuwe woningbouwlocaties op te starten. Zie ook het antwoord op vraag 60.
81. CDA
Wat is nu het overzicht per kern qua huizenbouw tot en met 2040 en per jaar? Is dit terug te vinden in het document 25z.001616?
Dat is inderdaad opgenomen in het document ‘Vertaling woningbouw ontwikkelstrategie gemeente Eersel (document 25z.001616)’. Op pagina 2 staat de woningbouwopgave per kern volgens de verdeling uit het raadsbesluit over de ontwikkelstrategie.
82. CDA
We gingen er van uit dat er geen aansluitingen komen op de HOV door het amendement van ESA. Hoe kunnen we op het treintraject naar Lommel worden aangesloten as we geen HOV aansluiting krijgen?
Hoe en of er een HOV zal komen is onzeker. We (4 Kempengemeenten) blijven ons wel inzetten voor een aansluiting op treinstation Lommel en goede bereikbaarheid met het openbaar vervoer. We gaan nog steeds voor een HOV-verbinding naar de Kempen met een bushalte in Eersel die onderdeel uitmaakt van een fijnmazig netwerk aan kleinere (HOV-)haltes met passend openbaar vervoer.
83. CDA
Geen knooppunt, maar wat wordt het dan wel? In de impactbeoordeling van de andere gemeenten wordt nog wel een regionale HOV-knoop genoemd.
Volgens de begripsbepalingen van de MRE wordt onder een HOV-knoop verstaan: “een locatie waar een woningbouw/werk/voorzieningen-programma is voorzien in combinatie met openbaar vervoer. We ontwikkelen plaatswaarde. Om deze knooppunten levensvatbaar te maken is een minimum programma nodig”. Deze definitie komt uit de “Ontwikkelstrategie Zuidoost Brabant” (13 juli 2023). Over werken en wonen heeft uw raad besloten geen geconcentreerde grootschalige ontwikkelingen te realiseren zoals een KBP en een nieuwe woonwijk nabij één plek. Hierdoor is er geen sprake van een HOV-knoop, zoals door de regio is beoogd. Dit neemt niet weg dat we blijven inzetten op goede (H)OV-verbindingen in onze gemeente.
20 25.16156
Fractie
Vraag
Antwoord
84. CDA
Er komt volgens het voorstel geen HOV-knooppunt, maar wat wordt het dan wel? In de impactbeoordeling van de andere gemeenten is namelijk nog wel sprake van een regionale HOV-knoop?
Zie het antwoord op vraag 83.
85. CDA
Wordt nu het voorstel om het huidige busstation voor de HOV aansluiting te gaan gebruiken? Wat moet hiervoor aangepast worden, en wie gaat dat betalen?
Het is nog onduidelijk in hoeverre de provincie en MRE mee gaan werken om de HOV4 (hoogwaardig openbaar vervoer) vanaf Koningshof (Veldhoven) via Eersel door te trekken naar Reusel. Als dit duidelijk is, zal het verder worden voorbereid en uitgewerkt (waaronder de inrichting en locaties van de busstations). Wel zullen eventuele, door onze gemeente, gewenste infrastructurele maatregelen voor een groot gedeelte zelf gefinancierd moeten worden (volgens de Regionale bekostigingssystematiek bereikbaarheid Brainport).
86. CDA
De invulling van nieuwe natuur is niet verder uitgewerkt in dit raadsvoorstel. Wanneer kunnen we hiervoor een voorstel verwachten?
We verwachten in het eerste kwartaal van 2026 een programma ‘Natuur’ gereed te hebben. Onder de Omgevingswet ligt de bevoegdheid tot het vaststellen van een programma bij het college.
87. CDA
Wat zijn de afspraken die het college nu met de andere gemeente heeft gemaakt om de aanbevelingen uit de impactbeoordeling op te pakken?
Op dit moment zijn er nog geen concrete afspraken gemaakt met de andere gemeenten. De afgelopen periode is in beeld gebracht wat de consequenties zijn. Wij voeren het besluit uit zoals dat in februari 2025 genomen is. In de gesprekken met de andere gemeenten is dat het uitgangspunt.
88. CDA
Wat zijn de afspraken en vervolgstappen naar aanleiding van het MRE overleg?
Op dit moment zijn er nog geen concrete afspraken gemaakt met de MRE. Wij voeren het besluit uit zoals dat in februari 2025 genomen is. In de gesprekken met de MRE is dat het uitgangspunt.
89. CDA
Wat zijn de vervolgstappen naar aanleiding van de brief vanuit de provincie over de bedrijfsterreinen?
Het raadsvoorstel dat voorligt is een vervolgstap. In het voorstel wordt ook gevraagd om het verder uit te gaan werken en dat wij meewerken aan een KBP 2 op een locatie buiten Eersel.
90. CDA
Wat zijn de consequenties nu de provincie de gemeente Eersel op de vingers heeft getikt over de woningbouw?
Vooralsnog zijn er door de provincie geen consequenties verbonden aan het besluit van 25 februari 2025. Bij ons zijn geen signalen bekend dat de provincie op korte termijn gebruik zal maken van haar wettelijke bevoegdheden om te interveniëren op het gebied van werken, woningbouw en/of mobiliteit.
91. CDA
Wat zijn de vervolgstappen nav de brief vanuit Bergeijk en de soortgelijke brief vanuit Reusel de Mierden?
We blijven in overleg met de andere gemeenten, waarbij uw besluit van februari 2025 het uitgangspunt is.
21 25.16156
Fractie
Vraag
Antwoord
92. CDA
Wanneer worden wij (de raad) geïnformeerd over het besluit van de provincie?
De provincie heeft nog geen specifiek besluit genomen met betrekking tot het standpunt ingenomen in hun brief. Op het moment dat de provincie hierin een besluit neemt, wordt u hierover geïnformeerd.
93. CDA
Wat zijn de tijdslijnen van de andere stappen die nu nog gezet moeten worden om in MRE/Kempenverband weer mee te lopen met de ontwikkelstrategie de Kempen?
Het besluit van februari 2025 zorgt ervoor dat wij niet meelopen met de ontwikkelstrategie de Kempen, hiervoor zijn dus ook geen tijdslijnen voor op te stellen.
94. Kb
In hoeverre denkt men dat de tegenvallende omzetgroei/orderportefeuille van ASML (AD 16-juli-2025) effect heeft op de totale economische groei in onze regio de komende jaren.
De ontwikkelstrategie gaat uit van de lange termijn en is niet alleen afhankelijk van ASML. In de evaluatie van de ontwikkelstrategie zal telkens opnieuw een doorkijk worden gemaakt naar de economische situatie en de gevolgen daarvan voor de regio.
95. Kb
Volgens CPB bestaan er wel degelijk nadelen van toenemende bedrijvigheid en toename van arbeidsmigratie, zoals stijging van de woningprijzen en extra netcongestie. Waarom worden deze nadelen in geen enkel stuk benoemd? Waarom wordt nergens ingegaan op de motivatie voor het 50% scenario?
Het raadsvoorstel heeft als uitgangspunt het 50%-scenario. Dit maakt een aanvullende motivatie overbodig.
96. Kb
Hebben andere gemeentes in de MRE-regio daadwerkelijk een verplichting om de woningen, die Eersel minder gaat bouwen dan dat was toebedacht, aan te vullen?
De andere gemeenten binnen de MRE hebben nog geen standpunt ingenomen over de gevolgen van het Eerselse besluit om minder woningen te bouwen dan wat in de regionale ontwikkelstrategie is opgenomen.
97. Kb
Er staat dat er veel ‘behoefte’ is aan bedrijfskavels. Staat het woord behoefte voor ‘wensen van ondernemers’ of staat het staat het woord behoefte voor ‘noodzaak vanuit de samenleving’? Als het voor een maatschappelijke noodzaak staat, welke dan?
Het staat voor bedrijven die concreet behoefte hebben aan ruimte om te kunnen groeien in hun economische activiteit.
98. Kb
Het STG terrein is geen bedrijventerrein meer omdat STG haar productie naar een ander land heeft verplaatst. Vanuit STG zijn er dus geen wensen meer om de locatie binnen gemeente Eersel te verplaatsen. Zijn er dan andere wensen (het is blijkbaar ‘wenselijk’) dan de algemene wensen (de behoefte aan bedrijfskavels van
Zie het antwoord op vraag 68.
22 25.16156
Fractie
Vraag
Antwoord
ondernemers)? M.a.w. waar ligt de noodzaak om deze bedrijfslocatie te compenseren? 99. Kb
Op het KBP in Hapert zijn alle percelen verkocht? Toch zijn niet alle percelen bebouwd. Zijn er verplichtingen om binnen een bepaalde periode het pand te bouwen of mag het lange tijd braak blijven liggen?
Alle percelen zijn verkocht en bestemd. Een aantal percelen zijn door bedrijven aangekocht voor verwachte toekomstige uitbreiding. Er zijn hierbij antispeculatiebedingen in de overeenkomsten opgenomen.
100. Kb
Zijn alle brieven van de 3 colleges van de andere Kempengemeenten in de desbetreffende raden behandeld?
De betreffende brieven waren gericht aan ons college en zijn niet aan de raden verstuurd. In raad van Reusel-De Mierden is wel een motie aangenomen: Motie Teleurstelling en Kritische Reactie op Besluitvorming Gemeente Eersel inzake Ontwikkelstrategie de Kempen. In Bladel waren er wel moties, maar deze zijn allemaal ingetrokken.
101. Kb
Er staat dat de autonome groei 2250 woningen bedraagt. In de autonome groei is opgenomen zowel gezinsverdunning als migratie. Welk deel daarvan is voor migratie?
De gegevens voor de autonome groei komen voort uit de Kempische visie op wonen. We hebben geen specificatie beschikbaar naar de gevraagde verdeling in gezinsverdunning en migratie.
102. Kb
Graag duidelijke toelichting waarom: het college geen onderzoek wil uitvoeren naar een nieuwe uitbreidingslocatie in Wintelre?
Er zijn in Wintelre voldoende woningbouwlocaties in voorbereiding en potentiële locaties beschikbaar in vastgesteld beleid om te voorzien in de woningbouwbehoefte tot 2040.