[25.01636] Technische vragen en antwoorden fracties commissievergadering 11 februari 2025
Tekst van het document
Commissieavond 11 februari 2025: Vragen van fracties
1.
Fractie
Vraag 4. Onderzoek Rekenkamer Jeugdhulp Eersel
Antwoord
P-GL
Mbt aanbeveling 4 wordt in de bestuurlijke reactie gesproken over jongerenparticipatie. Op welke manier wordt de gemeenteraad betrokken bij de oriëntatie op het instellen van een jongerenraad? Op welke termijn worden wij geïnformeerd over deze verkenning? Op welke manier is de gemeente betrokken bij het project democracity?
Het project “Democracity” loopt dit jaar voor het eerst met de intentie om dit twee jaarlijks uit te voeren. Middels een spel maken de leerlingen van groep 7 en 8 van het basisonderwijs en VSO (voortgezet speciaal onderwijs) kennis met de basisbeginselen van democratie. Hiervoor worden ook wethouders en raadsleden genodigd.
2.
P-GL
In de bestuurlijke reactie zegt het college dat ze zich wel kan vinden in aanbeveling 6, echter in het voorstel wordt voorgesteld om deze aanbeveling niet op te volgen. Waarom is het college van mening veranderd?
3.
VVD
Bij jeugdzorg zijn veel instanties betrokken als mede ook de directe familie van het kind. Binnen jeugdzorg is er een knip tussen een vrijwillig traject en een gedwongen traject. Welke rol speelt het CJG hierin? Waar ligt de eindverantwoordelijkheid bij beide trajecten? Hoe wordt iets
Op dit moment zijn we niet voornemens om een jongerenraad in te richten. We sluiten aan bij bestaande structuren zoals de leerlingenraad van het Rythoviuscollege. De afgelopen periode is op deze manier input gevraagd vanuit jongeren op het MJBK (MeerJarenBeleidsKader) Jeugdhulp wat een goed respons heeft opgeleverd. Het rekenkamerrapport heeft ter voorbereiding op de raadsbehandeling een aantal stappen doorlopen. Op 14 november jl. is het door de rekenkamer voor een bestuurlijke reactie aan het college gestuurd en het college reageert hierop bij brief van 5 december (p. 46-48 rapport). Vervolgens is het rapport door middel van het voorliggende raadsvoorstel aangeboden aan de raad. Raadsvoorstellen over rekenkamerrapporten worden in tegenstelling tot reguliere raadsvoorstellen niet door het college, maar door het presidium aan uw raad voorgelegd. Deze raadsvoorstellen worden ambtelijk voorbereid door de griffie. Op 27 januari jl. stemde het presidium in met het voorliggende raadsvoorstel inclusief de ontrading van aanbeveling 6. Het is dus niet zozeer het college dat van mening is veranderd maar het presidium dat afwijkend adviseert over aanbeveling 6. Primair zijn ouders verantwoordelijk voor hun kind. Dit is vastgelegd in het internationaal verdrag voor de rechten van het kind en de Nederlandse wet.
Daarnaast zijn gemeente verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van alle vormen van jeugdhulp, de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering. De gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering voeren deze maatregelen uit.
1 25.01636
Fractie
Vraag dergelijks als in Vlaardingen binnen de Kempen uitgesloten?
4.
VVD
5.
Kb
6.
Kb
Het preventietraject “samen doen” lijkt zijn vruchten af te werpen. Hoe wordt de continuïteit geborgd? Het college onderschrijft in haar brief aanbeveling 6 om op raadsniveau meer samen te werken binnen de Kempen. In het raadsvoorstel wordt aanbeveling 6 ontraden. a. Blijft het college bij de onderschrijving van aanbeveling 6? b. Hoe is de ontrading van aanbeveling 6 in het raadsvoorstel gekomen? Wat is passende zorg? Is bewezen effectieve (evidencebased) zorg niet beter dan passende zorg? Is het begrip passende zorg niet te vaag om als streefwaarde te gebruiken?
7.
Kb
Op p. 18 staat; ‘niet aan alle actielijnen zijn (voldoende) heldere indicatoren gekoppeld. Bovendien zijn niet overal streefwaarden en meetinstrumenten (zoals interviews, enquêtes of cijfers) toegevoegd’ Aan welke actielijnen zijn wel voldoende heldere indicatoren gekoppeld en waar zijn er wel streefwaarden en welke streefwaarden zijn dat dan?
Antwoord De professionals van het CJG+ voeren casusregie. Dit betekent dat de (verschillende) hulp gecoördineerd wordt en waar nodig wordt op- en afgeschaald. In het geval dat ‘alleen’ jeugdhulp door een zorgaanbieder wordt geboden (en geen ondersteuning van het CJG+), dan houden professionals van het team toegang de vinger aan de pols. In andere gevallen zijn de jeugd en gezinswerkers van het LOT (Lokaal Ondersteunings Team) of KTJ (Kempen Team Jeugd) casusregisseur. Dit zowel bij trajecten in vrijwillig kader als onvrijwillig kader voert het CJG+ casusregie waardoor de gemeente te allen tijde betrokken is bij de casus. De voorzetting van Samen Doen wordt meegenomen met het nieuwe MJBK (MeerJarenBeleidsKader) Jeugd 2026-2029. a. Dit is een politieke vraag b. Zie beantwoording bij vraag 2.
Rekenkamer: Passende zorg is zorg die is afgestemd op de persoon en passend binnen de samenleving. De wetgever en het lokaal beleid zijn bepalend voor de wijze waarop daarin in de praktijk in Eersel invulling dient te worden gegeven. Dat is niet hetzelfde als evidence-based zorg. Dat is namelijk zorg die (wetenschappelijk) aantoonbaar effectief is. ‘Passende zorg’ is de gebruikelijk term zoals die door de overheid en maatschappelijke partners wordt gehanteerd. Rekenkamer: In het rapport hebben we bewust geen opsomming van alle actielijnen gegeven (anders zou het veel te lijvig worden). We verwijzen echter heel concreet met paginanummers naar de actielijnen en waar die te zien zijn in het plan. Belangrijk is vooral dat er op de voorgenomen actielijnen gerapporteerd wordt en dat er ergens streefwaarden geformuleerd worden. Bovendien gaat de MJBK gaat het meerjarenbeleidskader herijken voor 2026. De raad kan dit jaar dus meedenken bij het formuleren van de doelen, indicatoren en
2 25.01636
Fractie
Vraag
8.
Kb
P 25: In welke mate is er wantrouwen t.a.v. de gemeente bij organisaties over administratie en afhandeling en heeft dat consequenties?
9.
Kb
P25 In de gevoerde gesprekken komt ook regelmatig de verwondering naar boven dat het product "Multi" voor complexe casuïstiek niet is ingekocht voor de Kempengemeenten. Wat betekent dit, met name voor de cliënten?
10.
Kb
11.
Kb
12.
Kb
P25: Naast discussie leidt dit volgens een aantal respondenten tot onnodige administratieve lasten, zoals extra gesprekken over de herindicaties. En : Sommige zorgaanbieders hebben inmiddels aangegeven niet meer te starten met zorg (uiteraard is dit anders bij een urgente casus) als de beschikking nog niet binnen is. Wat betekent dit, met name voor de cliënten? Beschikbare cijfers omtrent cliëntenpopulatie en zorggebruik zijn op dit moment niet optimaal om mee te sturen (voor de raad). Hou zouden die gegevens moeten zijn om wel mee te kunnen sturen door de raad? Is er wel zicht op de vraag welk % van de cliënten-populatie snel (binnen een maand) start met het de hulpverlening) en effectief (volgens client) geholpen wordt?
Antwoord streefwaarden. En daarmee ook aangegeven hoe hierover verantwoord moet worden. Zie ook aanbeveling 1. Rekenkamer: Het is niet ongebruikelijk dat er tussen gemeenten en aanbieders over en weer wantrouwen bestaat ten aanzien van dit aspect. Dat kan zowel te maken hebben met de manier van kijken als met bedrijfsmatige belangen. Los van dit alles is er geen ernstig groot wantrouwen – ook niet als we kijken naar ander gemeenten. Daar spelen soortgelijke problemen. Op dit vlak doen we in het onderzoek ook aanbevelingen (zie o.a. aanbeveling 3). Rekenkamer: Het gaat erom dat dit voor aanbieders lastig is in administratieve zin, niet zo zeer voor cliënten. De Kempengemeenten hebben ervoor gekozen om dit product niet in te kopen, omdat zij al conform de werkwijze van “Multi” werken in het CJG+. Eindhoven, de A2-gemeenten en de BO-gemeenten hebben dit product wel ingekocht. Verschillende ingekochte producten maken het voor aanbieders ingewikkelder, omdat zij per (sub)regio aan verschillende eisen en voorwaarden moeten voldoen. Rekenkamer: Dat zou kunnen betekenen dat cliënten moeten wachten met de behandeling.
Rekenkamer: De raad zou periodiek inzage moeten kunnen krijgen in zorggebruik en zorgzwaarte en meerjarig de ontwikkeling van cliëntenaantallen moeten kunnen volgen. Als de raad dat wil uiteraard. De start van de hulpverlening is onder andere afhankelijk van de vraag en van de situatie van de cliënt; in geval van crisis wordt sneller gehandeld dan wanneer het een reguliere vraag om jeugdhulp betreft. Daarnaast maakt het ook verschil of een vraag binnen het CJG+ wordt opgepakt of dat wordt doorverwezen van een zorgaanbieder.
3 25.01636
Fractie
Vraag
13.
Kb
P 30: Er wordt echter geprognosticeerd dat de doorlooptijd van specialistische zorg vanaf 2024 en verder significant zal oplopen naar 46 weken in 2024 en zelfs naar 96 weken in 2025. Graag toelichting, met name waarom. Wat betekent dit, met name voor de cliënten?
14.
Kb
P31: De kerngegevens uit de begroting zijn dus hoogstens bruikbaar als een soort nulmeting, maar verder niet bruikbaar om te bepalen hoe de gemeente Eersel het doet ten opzichte van voorgaande jaren. Hoe zouden die kerngegevens moeten zijn?
15.
Kb
16.
Kb
17.
Kb
18.
Kb
P32: Geen van de prestatie-indicatoren is ingevuld. Hoewel er wel een aanzienlijk aantal indicatoren is vastgesteld, zijn er in het MJBK geen waarden ingevuld … Wellicht dat de benoemde streefwaarden in andere rapportages aan de raden worden gepresenteerd, maar dergelijke rapportages zijn bij BMC niet bekend. Vraag aan college: zijn er zulke rapportages waarin streefwaardes worden besproken? P35: De cliëntervaringsonderzoeken voor Eersel, Bladel en Reusel-De Mierden worden gezamenlijk uitgevoerd en weergegeven en niet verder gebruikt voor sturing of beleidswijzigingen. Hoe zou dit verbeterd kunnen worden? Is met de GGD gesproken hierover (jeugdartsen en epidemiologisch onderzoek)? Zo nee, waarom niet? Welk moties en amendementen zijn bekeken?
19.
Kb
De Nederlandse Jeugdautoriteit maakt zich ernstig zorgen over het personeelstekort en financiële problemen bij jeugdzorgaanbieders. Is dat ook iets waar het CTG+ en
Antwoord Cliëntervaringsonderzoeken geven onder andere inzicht in de mate waarin cliënten tevreden zijn over de geboden hulp. Rekenkamer: Dit heeft te maken met stijgende ondersteunings-en zorgvraag en capaciteitsbeperkingen bij aanbieders. Dit betreffen bovendien prognose cijfers die voor ons ook onduidelijk waren (althans de verklaring hierbij). Dit lijkt ons een vraag om te stellen aan het college. Rekenkamer De indicatoren zouden een afgeleide dienen te zijn van hetgeen de raad van Eersel in zijn beleid heeft vastgelegd. Met andere woorden, iets moeten zeggen over het doelbereik i.c. de effecten van het ingezette beleid. Daarnaast zouden de waardes gerelateerd moeten kunnen worden aan eerdere jaren en aan andere vergelijkbare gemeenten. In het MJBK 2020-2024 staan geen streefwaardes. In het nieuwe MJBK nemen we wel streefwaardes op. Ook bij de indicatoren in bijvoorbeeld de begroting en jaarrekening zijn ook streefwaarden bepaald.
Rekenkamer: Hier is een specifieke aanbeveling (nr. 4) voor gedaan in het rapport. Vooral inzetten op kwalitatief onderzoek. In het kader van dit onderzoek is er niet met de GGD gesproken. Op p. 45 vindt u een overzicht van de respondenten. Rekenkamer: Er zijn (zoals aangegeven in het rapport) geen moties en amendementen aangetroffen. Rekenkamer: Jazeker
4 25.01636
Fractie
Vraag onze hulpvragers mee te maken hebben, of kunnen krijgen op korte termijn? Is er ook gekeken naar preventie en vroege opsporing en wat dit concreet kost en oplevert?
20.
Kb
a
ESA
Wie heeft regie op de Hervormingsagenda? Hoe wordt dit vorm gegeven? Hoe worden wij als raad geïnformeerd?
b
ESA
Er wordt samengewerkt tussen 21 voor de jeugd, samen voor jeugd en de lokale teams van GRSK. Dit vergt afstemming en de discussie gaat voornamelijk over de administratieve handelingen. Wat is het plan om deze afstemming te verbeteren?
Antwoord
Rekenkamer: Nee, dit valt buiten de onderzoeksscope. Deze is immers beperkt tot het jeugdbeleid van de gemeente Eersel en de Jeugdwet. De Hervormingsagenda Jeugd is een landelijke agenda welke vertaald wordt in regionaal en lokaal beleid. Vanuit SvJ komen deze thema’s terug in het Meerjarenplan en lokaal land deze in het MJBK jeugdhulp. (MeerJarenBeleidsKader) De gemeenteraad wordt hierover geïnformeerd middels digitale raadsinformatiebijeenkomst. Deze heeft 25 november 2024 plaatsgevonden. Op regionaal niveau (schaal van Samen voor Jeugd) is er een Pdc (producten diensten catalogus) beschikbaar en aanvullende richtlijnen. In het uitvoeringsoverleg SvJ, waarin de toegangsteams van de 10 gemeenten vertegenwoordigd zijn, wordt de administratieve vertaling van de inhoud besproken en zo veel als mogelijk gestroomlijnd. Ook zijn er in de regio overlegstructuren ingericht waar jeugdhulpaanbieders bij aangesloten zijn. Op niveau van de Kempen streven we ernaar om zoveel als mogelijk op eenzelfde wijze uitvoering te geven aan de interpretatie van de Pdc. Dit door middel van het opstellen van werkprocessen. Daarnaast is het van belang om goed in gesprek te blijven met elkaar.
c
ESA
d
ESA
Is het realistisch dat we als gemeenteraad invloed kunnen uitoefenen op de verwijzingen naar de zwaardere specialistische zorg? Of is het voornamelijk geïnformeerd blijven? Hoe verloopt volgens de rekenkamer nu de inkoopsystematiek en de organisatie van de inkoop binnen de samenwerking van de jeugdzorg in de Kempengemeenten? Waar zitten de knelpunten als die er zijn? Wat verloopt er goed?
We streven naar gedeeld eigenaarschap en wederzijds vertrouwen tussen de gemeenten binnen SvJ en de zorgaanbieders. Dit is onderdeel van het Meerjarenplan SvJ wat momenteel wordt opgesteld. De invloed van de gemeenteraad is kaderstellend. Op 26 maart 2025 staat het Kempencongres gepland waar het MJBK (MeerJarenBeleidsKader) Jeugdhulp op de agenda staat. Dit zijn momenten waarop de gemeenteraad invloed kan uitoefenen. Rekenkamer: De rekenkamer heeft geen onderzoek gedaan naar de inkoopsystematiek en de knelpunten hierbij. We hebben – in lijn met de scope – gekeken naar het jeugdbeleid en de uitvoering hiervan, daarbij is inkoop een onderdeel. De samenwerking tussen de gemeenten in de regio (21voordejeugd) lijkt goed te
5 25.01636
Fractie
Vraag
21.
Kb
5. Bestemmingsplan Mostheuvel naast nr. 4 Wintelre Mag er 75 m2 bijgebouw per woning komen? Waar komt het getal van 75 m2 vandaan?
e
ESA
22.
P-GL
Is de dorpsraad al gevraagd naar hun mening over deze uitbreiding?
23.
P-GL
24.
P-GL
Wat is het gevolg voor de vogelakker die ligt aan het einde van de Willibrordusstraat? Er wordt gesproken over 70 woningen in de 1e fase en later nog tot 300 woningen daarbij. Uitgaande van 325 tot 375 woningen in totaal, past dat nog in het 50% scenario?
Antwoord lopen, evenals in subregio ‘Samen voor de jeugd’. Wel zijn er vanuit zorgaanbieders opmerkingen gemaakt om toch vooral op regionaal niveau in te kopen ipv subregionaal. Dit is een landelijke oproep van zorgaanbieders om minder administratieve last te generen (door dezelfde productcodes etc. te hanteren, zie ook beantwoording vraag 8).
De bijgebouwen kunnen worden gerealiseerd conform de regels van het bestemmingsplan. In de omgeving geldt het vigerende bestemmingsplan “Kom Wintelre”, waarin een maximale oppervlakte van 100 m² voor bijgebouwen is toegestaan. In het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat de woningen voorzien zijn van een inpandige berging. Twee woningen, die beschikken over een ruime tuin van circa 400 m², hebben daarnaast de mogelijkheid om een vrijstaand bijgebouw te realiseren. Naar aanleiding van ingediende zienswijzen is de maximale oppervlakte voor bijgebouwen verlaagd van 100 m² naar 75 m². Dit is gedaan om te voorkomen dat de tuinen worden volgebouwd en om de karakteristieke vorm van de langgevelboerderij niet aan te tasten. Een oppervlakte van 75 m² wordt als voldoende beschouwd voor een ruime overkapping of schuur in de tuin. Parkeergelegenheid: op welke wijze wordt geborgd dat de Voor het voorliggende initiatief geldt een parkeernorm van 11 parkeerplaatsen auto’s van bewoners op eigen terrein / in plangebied (zie de berekening op pagina 29 van de toelichting). Met dit plan worden in kunnen worden geparkeerd? totaal 12 parkeerplaatsen gerealiseerd, waardoor wordt voldaan aan de parkeerbehoefte. 6. Ruimtelijk kader uitbreidingsgebied Verlengd Aangelag Wintelre Ja. De dorpsraad staat positief tegenover deze uitbreiding.
Meer woningen betekent meer potentiële woningen voor inwoners van Wintelre. Ook inwoners van buiten Wintelre zijn welkom voor het voorzieningenniveau in Wintelre. Ze pleiten wel voor een gefaseerde bouw. De vogelakker wordt verplaatst. Dit kan wellicht aan de randen van het plan of elders daar waar een geschikt perceel beschikbaar is. Bij het 50% scenario past het volledige plan Verlengd Aangelag.
6 25.01636
25.
Fractie Kb
26.
Kb
27.
Kb
28.
Kb
29.
Kb
f.
ESA
g.
ESA
Vraag De nieuw te realiseren wijk zal in de eerste fase ongeveer 70 woningen en in totaal tussen de 325 en 375 woningen bevatten. Hoe verhouden deze aantallen zich tot de tijd, oftewel wanneer is het plan om de woningen in de tweede fase, de derde fase, vierde fase te bouwen? Zijn er nog andere maatschappelijke voorzieningen, die wenselijk of noodzakelijk zijn, dan de basisschool, indien er 375 woningen bij komen in Wintelre? Zo ja welke? Het gaat dan toch om meer dan 800 inwoners extra. Het plangebied grenst aan de geluidscontouren van Vliegbasis Eindhoven. Nu al heeft ongeveer 25% van onze inwoners last van erge geluidshinder van het vliegveld en ook een verstoorde nachtrust. Voor dit plangebied zal dat % zeker hoger zijn. Zijn er andere mogelijkheden dan enkel in gesprek gaan met het vliegveld, om hier iets tegen te doen? Is Verlengd Aangelag in dit kader wel de juiste locatie in Wintelre voor veel nieuwe woningen?
Om netcongestie aan te pakken wil men vroegtijdig met de netbeheerder in gesprek gaan. Denkt u dat die aanpak voldoende is om dat probleem op te lossen? In welke mate speelt de stikstof-problematiek mee ivm het natura 2000 gebied in Wintelre-Vessem en de CO2 uitstoot door de bouw zelf? Bij argument 1.2 wordt de woningmarktanalyse aangehaald. Welke analyse betreft dit en ziet deze op meer dan enkel Wintelre? Kan de raad deze analyse verkrijgen om nader inzicht te krijgen? Huidig schoolgebouw is o.b.v. leerling prognoses van maart 2024 passend bij het leerlingaantal. Deze prognose is gebaseerd op het huidig woningbouwprogramma.
Antwoord Dit is afhankelijk van besluitvorming over de ontwikkelstrategie en de ontwikkelingen op de woningmarkt.
Dit wordt nader onderzocht in de verdere planvorming.
Verlengd Aangelag is de enige opgenomen plek in Wintelre voor een grootschalige woonontwikkeling in de Ruimtelijke visie woonuitbreidingen. Andere plekken rondom de kern zijn minder geschikt en niet opgenomen in de Ruimtelijke visie woonuitbreidingen. Bij dit plangebied is rekening gehouden met de huidige geluidsnormen. Er worden enkel woningen en maatschappelijke voorzieningen gebouwd op plekken dat het mag. Bij de verdere planvorming wordt het geluidsaspect meegenomen om te onderzoeken of we naast de wettelijke normen nog extra maatregelen kunnen treffen tegen het geluid. We weten dat dit een aandachtspunt is. We gaan zo spoedig mogelijk hierover in overleg met de nutspartijen Dit wordt nader onderzocht. Dit is een aandachtspunt voor elke woonuitbreiding op dit moment. De woningmarktanalyse is uitgevoerd voor de Kempische visie op wonen 20242028. Deze is voor de hele Kempen gemaakt. Daar is inzichtelijk gemaakt dat meer verdringing plaatsvindt bij kernen dichtbij het stedelijk gebied. Deze analyse zit als bijlage 1 bij de Kempische visie op wonen 2024-2028. De eerste fase zit nagenoeg geheel in de leerlingen prognose. De volgende fases nog niet. Dit is onderdeel van de verdere uitwerking van het plan.
7 25.01636
Fractie
h.
ESA
i.
ESA
j.
ESA
k.
ESA
l.
ESA
Vraag Hoeveel woningen zijn er binnen het huidig woningbouwprogramma nog te realiseren vanaf heden gezien? Vanuit bijlage ‘Argumentatie afgevallen locaties’ bij Ruimtelijke Visie Woonuitbreiding van d.d. 9 maart 2023 wordt de dorpsrand Oost te Wintelre als afgevallen locatie aangemerkt vanwege de beïnvloeding van de leefomgeving door de geluidscontouren Eindhoven Airport. Woonontwikkeling hierbinnen is milieutechnisch niet mogelijk wordt vermeld. Op een enkele locatie rondom Wintelre en buiten de geluidscontouren van Airport kan een bijzonder wooninitiatief landen in samenhang met brede meerwaarde en versterking landschappelijke kwaliteit staat daarbij te lezen. Wat maakt dat het Verlengd Aangelag nu wel mogelijkheden zou bieden? In het raadsvoorstel wordt gesteld dat er behoefte is aan woningbouw locatie en dus woningbouw in Wintelre voor de komende jaren. Hoe groot is de behoefte voor wat betreft autonome groei in Wintelre? Nu zouden er 70 woningen kunnen komen en later 325 à 375. Wat is later? Welke tijdsperiode praten we over (graag uitgewerkte schatting verdeeld over jaren) Met dit voorstel gaan we nu al kiezen terwijl in hetzelfde voorstel wordt gesteld dat er eerst nog overleg met Defensie zal plaatsvinden (geluidsnormen). Waarom wordt voor deze volgorde gekozen? Waarom niet eerst met Defensie praten en als daar duidelijkheid is naar de raad?
Naast defensie speelt ook burgerluchtvaart een rol, wordt daar ook over/mee gesproken? Indien nee waarom niet?
Antwoord
Bij het plangebied voor Verlengd Aangelag is rekening gehouden met de huidige geluidsnormen. Er worden enkel woningen en maatschappelijke voorzieningen gebouwd op plekken dat het mag. Op pagina 20 in de bijlage ‘Argumentatie afgevallen locaties’ bij de Ruimtelijke Visie woonuitbreidingen is in het paars aangegeven in welk gebied belemmeringen zijn door Eindhoven Airport. Met deze zone is rekening gehouden in het ruimtelijk kader en het plangebied.
We hebben de behoefte niet op kernniveau inzichtelijk.
Dit is afhankelijk van besluitvorming over de ontwikkelstrategie en de ontwikkelingen op de woningmarkt. Er is bewust gekozen om zo min mogelijk naar buiten te treden met het plan aangezien er nog geen voorkeursrecht was gevestigd. Eén van de redenen voor het vestigen van het voorkeursrecht is dat we ook in het openbaar over dit plan kunnen praten. De raad besluit op dit moment het vestigen van het voorkeursrecht nog niet hoe het plangebied eruit komt te zien. Dit komt pas later in het proces. Dan is er ook meer duidelijkheid over Defensie. De burgerluchtvaart nemen wij ook mee in de gesprekken.
8 25.01636
m.
Fractie ESA
Vraag Antwoord Er wordt nu allen gesproken over geluidsnormen, hoe zit Dit wordt meegenomen in de verdere planvorming. het met luchtvervuiling? Wordt deze ook meegenomen? 7. Vestigen voorkeursrecht plan Verlengd Aangelag Wintelre
n.
ESA
Wat is het directe effect op de beschikbare liquiditeiten van de gemeente wanneer grond te koop wordt aangeboden, in relatie tot de timing van het aantrekken van vreemd vermogen zoals opgenomen in de begroting 2025-2028? En hoe beïnvloedt de keuze of de gronden worden ingebracht in de grondexploitatie of als materiële activa op de balans worden geactiveerd, de rentelasten en de kasstromen van de gemeente op korte en lange termijn?
30.
Kb
Wat zijn de nadelen voor de gemeenteraad als controlerend orgaan door de voorgestelde aanpassingen?
31.
Kb
32.
Kb
o.
ESA
1.d Er wordt voorgesteld om de financiële ruimte voor het college voor zowel incidentele als structurele uitgaven te verdubbelen. Waarom kan niet volstaan worden met een verhoging van 25%? Om welke bedragen gaat het bij de verantwoordingsgrens van 1% en 2%? De wijzigingen onder 1a en 1b in het raadsvoorstel zijn afgestemd met de accountant. Wat was de reactie van de accountant?
Als er gronden worden aangeboden dan treedt de gemeente in overleg met de betreffende eigenaar over de voorwaarden en het moment van afname. Ingeval dit leidt tot grondafname op korte termijn dan zal er – afhankelijk van de koopsom – mogelijk eerder dan verwacht vreemd vermogen aangetrokken dienen te worden. Dit heeft een hogere rentelast ten gevolge. Tot het moment van vaststelling van een grondexploitatie worden de gronden geactiveerd als materiele vaste actieve en komen deze extra rentelasten ten laste van de exploitatie. Na vaststelling van de grondexploitatie komen de rentelasten ten laste daarvan. Via grondverkopen worden deze lasten op termijn weer terugverdiend (uitgaande van een financieel positieve ontwikkeling). 8. Normenkader 2024 + (aanpassing) Financiële Verordening Door de voorgestelde aanpassingen wordt er minder gedetailleerd toegelicht op afwijkingen. Wij denken dat de rapportages hier overzichtelijker van worden en dit een voordeel is, maar dit kan ook als nadeel worden gezien. Ook wordt in dit raadsvoorstel voorgesteld om het budgetrecht van het college te verruimen, hier wordt achteraf wel altijd verantwoording over afgelegd in de eerstvolgende bestuursrapportage. Qua grens hebben we gekeken naar omliggende gemeenten en op basis hiervan hebben we een voorstel gedaan wat voor het college werkbaar is en het budgetrecht van de gemeenteraad beperkt raakt.
Dit past ons inziens ook bij de groei die onze gemeente doormaakt. Bij de controle van de jaarrekening 2023 was deze grens ruim € 704.000 (1%). 2% zou dan gaan om ca. € 1.400.000. 1a. Deze wijziging is mede op advies van de accountant doorgevoerd. We sluiten hiermee ook aan bij de Kadernota Rechtmatigheid 2024. 1b. De tolerantie van de verantwoordingsgrens gaat bij de accountant van 1% naar 2%. Dit is toegestaan binnen de grenzen van de afwijkingen. De verantwoordingsgrens die de accountant vanaf 2025 gaat hanteren nemen wij over.
9 25.01636
p.
Fractie ESA
33.
P-GL
34.
P-GL
35.
Kb
36.
Kb
37.
Kb
Vraag Wat wordt verstaan onder de in artikel 5.8 genoemde ‘per rapportageperiode uit de P&C-cyclus’?
Antwoord Hieronder wordt verstaan: - 1e bestuursrapportage - 2e bestuursrapportage - Jaarrekening 9. Vaststellen beheerplan Openbare Verlichting 2025 - 2029 Op blz. 4 (leeswijzer) staat dat Hfst.4 wet- en regelgeving Helaas klopt de leeswijzer niet. Excuses daarvoor. De gevraagde informatie beschrijft en hoe gemeente E daarmee omgaat. Dit hfst staat in bijlage 3 “wet en regelgeving”. Primair staat binnen de bebouwde kom staat echter niet in het rapport. Wij willen graag juist die sociale- en verkeersveiligheid voorop. Dit bereiken we door voldoende informatie krijgen en dan met name gericht op de wet lichtmasten te plaatsen en te zorgen voor een goede gelijkmatigheid van de natuurbescherming. Op welke manier houdt de gemeente lichtverdeling. In 2014 heeft uw raad ook de keuze gemaakt om in het rekening met het effect van licht op de fauna? Wordt daarbij buitengebied lichtvervuiling tegen te willen gaan om zo de fauna te onderscheid gemaakt tussen binnen- en buitengebied? beschermen. In het begin van de looptijd van dit beleidsplan zijn ook masten verwijderd. Gevaarlijke punten zoals wegkruisingen blijven verlicht en we handhaven masten die dienen als oriëntatieverlichting in bochten en op lange rechtstanden. Alleen waar sociale veiligheid in het buitengebied in het geding is wijken we hier van af.
Afgelopen maand is het fietspad in de bossen langs de Merenweg (tussen Vessem en Wintelre) in de verlichting gezet. We hebben hier voor gedimd amberkleurig licht gekozen, welke op nadering van fietsers feller gaat branden. Tussen 23.00 en 06.00 uur is deze fietspadverlichting volledig uitgeschakeld Wat zijn verschillen met het vorige beheerplan? Zijn er De principekeuzes uit het beheerplan 2014-2024 zijn nog steeds geldig, met andere keuzes gemaakt afgezien van de vervanging van uitzondering van ons voorstel om nu lichtmasten te gaan schilderen. Ook het armaturen t.b.v. LED? vorige beheerplan ging uit van het vervangen door LED. De kwaliteit van deze nieuwe LED’s is sinds het vorige beheerplan kwalitatief sterk verbeterd (uitvoering en lichtverdeling). Wij kunnen nu kiezen voor verbeterde, modernste LED-armaturen. Veiligheid staat voorop. Zien, gezien worden en kleurherkenning zijn de doelen. Is er een prioritering gehanteerd bij de 4 uitgangspunten: Kwaliteit, duurzaamheid en efficiëntie zijn afgeleiden hiervan en worden Veiligheid, kwaliteit, duurzaamheid en efficiëntie? bepaald door de armatuurkeuze. Is er ook een volgorde van prioriteiten die genoemd worden Nee, dit zijn standaard aandachtspunten die we allemaal zo goed mogelijk onder paragraaf 3.3 proberen na te streven. De besparing door Led verlichting valt mij tegen.
Is dit het De besparing op het huidige energiegebruik is inderdaad beperkt. 45% is al maximale? energiezuinig. Daar zitten nu dan ook geen besparingsmogelijkheden meer op. In de 2.210 armaturen (40%) die we op korte termijn gaan vervangen zitten al
10 25.01636
Fractie
Vraag
38.
Kb
Wat kost het extra om wel voor te sorteren op slimme verlichting? Is het mogelijk om in een van de kernen/ wijken daar een pilot mee te doen voordat er besluiten genomen worden?
39.
Kb
40.
Kb
Destijds werd gesteld dat schilderen alleen esthetisch was een geen effect had op de levensduur van een verzinkte mast. Waarom is dat nu anders? Is er overwogen om binnen de bebouwde kom ’s nachts aanzienlijk minder verlichting te hebben dan nu, bijvoorbeeld 80% (bijvoorbeeld alleen wel verlichting bij kruispunten en zebrapaden) van de lampen helemaal uit bijvoorbeeld tussen 1 en 5 uur. Dus veel meer dimmen dan wordt voorgesteld.
41.
Kb
Fauna: wij weten nog niet hoe en waar er rekening gehouden wordt met de fauna. Kan daar vooraf inzicht in gegeven worden, met doelen en kosten?
Antwoord lampen met laag vermogen in. Met nieuwe LED besparen we nog maar 30% per lamp = 12% op het totale energiegebruik. De 15% resterende armaturen met hoge vermogens verminderen nog eens tussen de 5 en 10% op het totale huidige verbruik. Doordat we nieuwe armaturen standaard gaan dimmen volgens dim-profiel 3A, zal de energiebesparing nog iets meer worden (zie grafiek op blz 10). NB: energiebesparing is niet gelijk aan kostenbesparing. Netwerkkosten en energiebelasting zijn de grootste bestanddelen van de energiekosten. Voorsorteren op slimme verlichting kan door de nieuwe armaturen voor te bereiden met een PUK-connector. Dit kost € 50,- /armatuur. Oudere LEDarmaturen zijn hiervoor niet geschikt. Wanneer we de nieuwe armaturen vervolgens actief willen maken komt daar nog eens € 160 per mast en jaarlijkse abonnementskosten bij. Onze verwachtingen met/van slimme lichtmasten zijn laag, vandaar dat we dit niet voorstellen (zie antwoord vraag 40). De meerkosten voor de 3.035 nog te vervangen armaturen zou uitkomen op € 640.000.. Wij kunnen niet meer achterhalen of en wie in 2014 gezegd zou hebben dat schilderen van lichtmasten alleen maar esthetisch is. Met name aan de voet van de lichtmast is conserveren essentieel. ‘s Nachts, tussen 22.00 en 06.00 uur gaan we de nieuwe armaturen al standaard met 30 tot 50% dimmen (zie grafiek blz 10).
De kracht van goede openbare verlichting voor sociale veiligheid ligt in een goed verlichte omgeving, waarin geen “zwarte gaten” zitten, waar mensen elkaar kunnen herkennen en door anderen gezien kunnen worden. In een donkere woonwijk kunnen individuen zich te makkelijk verstoppen en dat trekt misdaad aan. Ook is het uitschakelen van verlichtingspunten m.b.t. verkeersveiligheid juridisch risicovol. Ongevallen op locaties met uitgeschakelde OV kan leiden tot veroordeling van de wegbeheerder op basis van verhoogde risicoaansprakelijkheid. De enige maatregel die bewezen goed is voor de fauna in het buitengebied is het weghalen daarvan (vermindering lichtvervuiling), zoals omschreven in het beheerplan 2014-2024. Er staan plusminus 1.000 lichtmasten in het buitengebied. Tegen het (deels) weghalen hiervan zal grote maatschappelijke weerstand zijn. Er zijn opties met aanpassen van de lichtkleur, maar over de
11 25.01636
Fractie
Vraag
Antwoord juiste kleur is landelijk nog erg veel discussie. Kiezen voor een andere lichtkleur in het buitengebied kost tussen de € 200.000 en € 400.000..
10. Evaluatie handhaving bossen en natuur 42.
VVD
Hoeveel betalen wij jaarlijks aan het SSIB?
43.
VVD
Heeft de SSIB gezamenlijke acties gehouden samen met de groene BOA? Zo ja, wat voor acties waren dit? Wat staat er op de planning in 2025?
44.
VVD
45.
Kb
Wordt er ook samen gewerkt met Veldhoven of andere gemeenten waar bossen aan grenzen anders dan aan de Kempengemeenten? Zo nee, waarom niet? Is als alternatief ook overwogen om voor Eersel een groene boa voor 0,5 fte aan te stellen of samen met de gemeente Bladel 1 fte?
46.
Kb
q.
ESA
“ … pleiten voor samenwerking op het onderhavige terrein van de vier in de Samenwerking Kempengemeenten participerende gemeenten. Een poging daartoe, via het onderbrengen van twee groene boa's binnen de afdeling VTH is dus mislukt. Niet door toedoen door Eersel overigens” Kan dat niet opnieuw opgepakt worden? Vraag is hoeveel uur deze groene BOA voor dit geld in onze bossen ingezet wordt?
De SSIB (Samen Sterk In Brabant) is een groep van netwerkpartners die op basis van vrijwilligheid en efficiëntie met elkaar samen werken, hier zitten geen kosten aan verbonden. De samenwerking kan efficiency opleveren Wij hebben een overeenkomst met het Staatsbosbeheer waarbij wij een vergoeding van €138.936,00 betalen op jaarbasis. Staatsbosbeheer levert naast de inzet van de groene boa ook de coördinatie, stelt een handhavingsplan op en organiseert diverse overleggen. (Artikel 1 – werkzaamheden, overeenkomst) Ja, de organisatie Samen Sterk in Brabant (SSiB) heeft gezamenlijke acties uitgevoerd met de groene buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s zoals die van Staatsbosbeheer). Deze gezamenlijke inzet richt zich op het aanpakken van stroperij, wildcrossen en (drugs)afvaldumpingen in de Brabantse buitengebieden. De planning voor 2025 is nog niet bekend. Nee, er is wel geprobeerd samen te werken met de andere gemeente, maar dit is zonder succes gebleven. Om dit te ondervangen, hebben we ervoor gekozen om samen te werken met Staatsbosbeheer. Gesprekken zijn gevoerd maar heeft niet geleid tot een samenwerking tussen de Gemeente Eersel en Bladel. De groene BOA wordt momenteel ingehuurd op basis van een overeenkomst, inclusief begeleiding van projectleider en coördinatoren. Zie antwoord vraag 45. Bladel is eerder al uit de samenwerking VTH getreden.
De groene BOA wordt momenteel ingehuurd op basis van een overeenkomst, inclusief begeleiding van een projectleider en coördinatoren.
12 25.01636
Fractie
Vraag
Antwoord In de overeenkomst staat 1450 uur per jaar (de BOA)
11. Kadernota Metropoolregio Eindhoven 2026 47.
Kb
Het geld is voor: regionale opgaven, stimuleringsfonds, Brainport Development. Waar wordt het geld daadwerkelijk aan besteed? Welk opgaven? Wat wordt gestimuleerd? Naar welke bedrijven in Brainport gaat het geld?
r.
ESA
Mbt alle kadernota’s. Kunnen we een overzicht krijgen van alle nota’s bij elkaar met de financiële wijzigingen en grote nieuwe mutaties tov van 2025. In samenvattende excel / management nota? 12. Kadernota 2026 ODZOB
De vraag houdt in principe geen verband met de kadernota voor 2026, hierin worden alleen de algemene uitgangspunten bepaald voor de begroting 2026. De informatie die hier gevraagd wordt is te vinden in de verschillende P&Cdocumenten van de Metropoolregio Eindhoven. Voor de volledigheid dat zijn: Het werkprogramma 2025-2026: https://metropoolregioeindhoven.nl/actueel/ons-nieuws/werkprogramma-20252026. De begroting 2025: https://static.metropoolregioeindhoven.nl/assets/Bestanden_Vergaderingen/AB20240703/2024-07-03-AB-Ap-11c-Begroting-MRE-2025.pdf. De jaarrekening 2023: https://static.metropoolregioeindhoven.nl/assets/Bestanden_Vergaderingen/AB20240703/2024-07-03-AB-Ap-9b-Jaarrekening-MRE-2023.pdf. De laatste twee documenten zijn vastgesteld tijdens de vergadering van het algemeen bestuur van 3 juli 2024. In het overzicht (in de bijlage onderaan dit document) zijn de bijstellingen vanuit de kadernota’s met bijbehorend raadsvoorstel opgenomen. De bedragen kunnen nog wijzigen bij de definitieve begrotingen. Te zijner tijd zullen wij dit overzicht aanvullen met de definitieve bedragen.
Geen vragen. 13. Kadernota 2026 samenwerking Kempengemeenten Geen vragen. 14. Kadernota VRBZO 2026 s.
ESA
M.b.t. indexering naar het prijspeil 2026 wordt verwacht dat deze gecompenseerd gaat worden uit de meicirculaire 2025. Wat is verwachting t.a.v. indexering voor jaren 2027 en 2028?
De begroting 2026-2029 van de VRBZO is op prijspeil 2026. Er zit dus nog geen indexering 2027 en verder in opgenomen. Deze indexeringen worden te zijner tijd pas doorgevoerd in de begroting van de VRBZO.
13 25.01636
t.
Fractie ESA
Vraag Welke compensatie is te verwachten voor het extra benodigd budget voor de jaren 2027, 2028 en 2029?
u.
ESA
In paragraaf 3.4.2 v/d kadernota wordt aangegeven dat de algemene reserve in 2026 leeg loopt naar € 0. a) Met welke motivatie kiest het bestuur van de VRBZO verwachte deze ontwikkeling? b) Hoe vangt de VRBZO dan een onverwachte noodzakelijk grote incidentele uitgave op? M.a.w. waar worden dan de benodigde gelden vandaan gehaald? c) Welke rol spelen de gemeenten in de gemeenschappelijke regeling bij het dekken van kosten (in voorkomende gevallen)?
v.
ESA
Wat heeft VRBZO gedaan om de stijging van kosten te drukken?
Antwoord Voor het extra benodigd budget voor de bestuursopdracht voor de jaren 2027, 2028 en 2029 verwachten we geen compensatie in de meicirculaire. Dit betreft namelijk geen indexeringen maar echt extra benodigde bijdragen voor de VRBZO. We zullen dit binnen onze eigen begroting moeten oplossen. Ad a Het bestuur kiest hiervoor om de stijging van de gemeentelijke bijdrage incidenteel te verlagen. Ad b. Als er een echt grote onverwachte uitgave ontstaat, zal eerder dan voorheen een aanvullende gemeentelijke bijdrage moeten worden gevraagd. Ad c. Gemeenten zijn per definitie de achtervang bij het dekken van kosten. Een gemeenschappelijke regeling kan per definitie niet failliet gaan, ook deze regeling niet. In de regeling (“statuten”) staat hier ook over: Artikel 32. 1. De deelnemers zullen er steeds zorg voor dragen dat de Veiligheidsregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan alle verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 2. Indien aan het Algemeen Bestuur blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het Algemeen Bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet
De uitwerking van de bestuursopdracht – deelopdracht 1 (voldoen aan wet- en regelgeving beschrijft hoe de organisatie jarenlang heeft geprobeerd om kostenstijgingen op te vangen binnen de bestaande begrotingsomvang. De bijdrageverhoging die nu wordt gevraagd is om te kunnen starten met de verbeteringen om minimaal te voldoen aan wet- en regelgeving. De benodigde middelen van het merendeel van de vereisten voor bedrijfsondersteunende processen worden niet afzonderlijk inzichtelijk gemaakt, maar worden gevonden binnen de evenredige meegroei van de overhead met de rest van de organisatie.
15. Zienswijzetraject 1e begrotingswijzing 2025 VRBZO Geen vragen. 16. Zienswijzetraject Regionaal Risicoprofiel VRBZO Geen vragen.
14 25.01636
Bijlage bij vraag r (agendapunt 11 - Kadernota Metropoolregio Eindhoven 2026):
15 25.01636