CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[24.29497] 2025-01-07 Commissieavond: Vragen van fracties

Commissievergadering 7 januari 2025, gemeente EerselBij agendapunt: Vragen van fracties8.933 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commissieavond 7 januari 2025: Vragen van fracties

Fractie

Vraag

Antwoord

4. Gebiedsconcept en randvoorwaarden woningbouwontwikkeling Vosven, Eerselseweg Knegsel 1.

ESA

Realisatie woningen op of nabij voormalige stortplaats. Bodemonderzoek heeft aangetoond dat bodemkwaliteit aanvaardbaar is voor woonfunctie. Wat is kans dat de bodemkwaliteit de komende jaren verslechterd door de aanwezigheid van voormalige stortplaats en wat is daarmee impact op woonbeleving?

De kwaliteit van de bodem nabij de voormalige stortplaats wordt gemonitord. Hieruit blijkt dat er geen uittreding van verontreinigingen naar de omgeving plaatsvindt. Ook rondom andere voormalige stortplaatsen is dit niet aan de orde. Er is daarom geen aanleiding te veronderstellen dat de bodemkwaliteit de komende jaren verslechterd en daarmee impact zou hebben op de woonbeleving.

2.

ESA

Tekst in Raadsvoorstel: De punten 2, 3 en 4 nemen we in samenspraak met de ontwikkelaar mee bij de uitwerking van het plan. Punt 1, liever minder woningen op grotere percelen, nemen we niet over. Minder woningen en R24.099 Pagina 4 van 7 grotere percelen voldoet niet aan onze woonvisie, zowel niet wat betreft de aantallen als de betaalbaarheid.

Antwoord op vraag 1: Op het moment dat het gebiedsconcept door uw raad is vastgesteld, starten we met de uitwering van het plan en het uitvoeren van verdere onderzoeken, onder meer een verkeerskundig onderzoek. Verplichtingen die hieruit voort vloeien, zoals het verplaatsen van het bord bebouwde kom en beter verlichten van het fietspad, worden doorgelegd in de wijziging van het omgevingsplan en anterieure overeenkomst. Dit geldt ook de aanleg en instandhouding van de groene inrichting.

Vraag1: In hoeverre is er vanuit de gemeente voldoende controle dat de punten 2,3 en 4 serieus worden uitgewerkt en meegenomen. Vraag 2: Mogelijke verkeersoverlast door uitbreiding. Door de inwoners en dorpsraad is reeds aangegeven dat deze verkeersoverlast inmiddels al aanwezig is. Deze gaat niet alleen door deze nieuwe wijk ontstaan. Die is er al. In hoeverre wordt er nu al gekeken hoe deze verkeersoverlast voor het dorp Knegsel op korte termijn kan worden opgepakt ter verlichting of oplossing.

3.

ESA

Wat gaat er gebeuren als uit het geuronderzoek blijkt dat dit niet altijd binnen de normen zal blijven liggen? Met andere

Antwoord op vraag 2: De toename in verkeersbewegingen door de kern Knegsel door het voorliggende plan is dermate klein. De omliggende wegen hebben verkeerskundig voldoende vrije ruimte om deze toename op de vangen. In alle 21 gemeenten van de MRE is in 2024 de Regionale Mobiliteitsvisie MRE 2040 vastgesteld. Deze regionale visie vormt de basis voor het maken van afspraken met het Rijk, de provincie, gemeenten en overige partners over het uitvoeren van programma's en projecten ten behoeve van de leefbaarheid en bereikbaarheid van onze regio. Hieronder valt dus ook leefbaarheid in onze dorpskernen. Ook de gemeente Eersel zit daarbij zowel ambtelijk als bestuurlijk aan diverse tafels. Op dit moment vindt verdere uitwerking plaats van deze programma’s en projecten (zoals (brainport)hubs, (snel)fietsnetwerk, gedragsaanpak werkgevers, openbaar vervoer (HOV)). Wanneer niet aan de geurnormen wordt voldaan, wordt de wijziging van het omgevingsplan niet doorgevoerd en kunnen geen nieuwe woningen worden gebouwd. Hierbij wordt opgemerkt dat voor geur volgens wetgeving wordt

1 24.29497

Fractie

Vraag

Antwoord

woorden wie staat hiervoor dan aan de lat (wie moet dan wat aanpassen en voor wiens rekening)?

uitgegaan van de meest nabij gelegen woning. De bestaande woningen in de omgeving zijn hierbij nu al maatgevend voor de bedrijfsvoering van de nabij gelegen veehouderij. Deze veehouderij zal niet beperkt worden in de huidige bedrijfsvoering en geen investeringen hoeven te doen om aan de huidige geurnormen te blijven voldoen door de realisatie van dit woningbouwplan.

4.

CDA

Is er in het grondonderzoek een regulier grondonderzoek of is er ook specifiek gezocht naar mogelijke vervuiling door afvaldumping in het verleden. Zo niet, is een specifiek grondonderzoek wel mogelijk?

De ligging van het plan nabij een voormalige stortplaats is meegenomen in de onderzoekstrategie voor het bodemonderzoek.

5.

CDA

Wordt er voorzien in een beheerplan voor het groen? Door wie wordt het onderhoud van de hagen structuren gedaan. Worden hier afspraken met inwoners gemaakt of de dorpsraad?

Het grootste deel van het groen wordt overgedragen aan de gemeente, waaronder ook de beeldbepalende hagen. We nemen deze op in ons eigen beheerplan. Voor het groen dat niet overgaat naar de gemeente (de weide aan de westkant en de natuurinrichting aan de oostkant) wordt de aanleg en instandhouding opgenomen in de wijziging van het omgevingsplan en de anterieure overeenkomst. De eigenaren van die gronden zijn daar dan verantwoordelijk voor en kunnen wij daarop aanspreken.

6.

CDA

Sociale huurwoningen: wordt er voor een kwalitatieve fietsberging gezorgd? Bijvoorbeeld droog en veilig, om verrommeling in gebied tegen te gaan en fietsvoorzieningen gelijkwaardig aan autovoorzieningen te behandelen, gezien wij allen in willen zetten op goede fietsmobiliteit.

Elke sociale huurwoning krijgt een eigen berging.

7.

CDA

“Wat mag niet”: waarom geen half verhardingen of grasbetontegels bij bijv. parkeerzones? Zou een goede optie zijn ivm. waterdoorlaatbaarheid naar de bodem.

Vanwege beheeraspecten willen wij generiek gezien bij voorkeur geen grasbetontegels of half verhardingen. Waterberging is in dit plan voorzien in het openbare groen en de wadi’s.

8.

Kb

Op welke termijn wordt gestart met de andere locaties? Waar is dat van afhankelijk?

Dit is afhankelijk van de grondeigenaren in dat gebied. We hebben als gemeente geen grondeigendom op de andere voor woningbouw geschikte locaties aan de westkant van Knegsel.

9.

Kb

Komen er ook levensloopbestendige/seniorenwoningen in het Vosven?

Een deel van de sociale huurwoningen zijn beneden-boven-woningen. De benedenwoningen zijn levensloopbestendig. Daarnaast zijn de vrije kavels ook geschikt om levensloopbestendige woningen te bouwen.

Is het de bedoeling dat de wateropvangplek (wadi) ook nog andere functies heeft?

De wadi’s zorgen voor waterberging en -infiltratie en een groene uitstraling. In dit plan zijn geen andere voorzieningen, zoals speelvoorzieningen, gepland in de wadi’s.

10. Kb

2 24.29497

Fractie 11. Kb

Vraag

Antwoord

Mogen er woningen komen met platte daken?

Het plan gaat uit van woningen met een traditionele uitstraling met hellende daken. Woningen met volledig platte daken zijn hier niet toegestaan. Aan- en bijgebouwen mogen wel worden voorzien van een plat dak.

5. Gedragscode integriteit college gemeente Eersel 2024 12. ESA

Wie en op welke wijze wordt bewaakt dat er meerdere offertes zijn aangevraagd als ook oud-bestuurders en bevriende relatie zijn betrokken (art. 2.3, lid 3)? En wat wordt verstaan onder een bevriende relatie?

Voor de uitvraag van offertes wordt het inkoop en aanbestedingsbeleid van de gemeente Eersel gevolgd.

13. ESA

Hoe luidt het thans geldend afwegingskader (art. 2.3 lid 4)? Wanneer heeft de gemeenteraad voor het laatst hiervan een terugkoppeling ontvangen (lid 4)?

De laatste keer dat hier sprake van is geweest was in de periode vóór 2010. Onder de huidige gedragscode is geen sprake geweest van een benoeming, waardoor de raad hierover ook niet geïnformeerd hoefde te worden.

14. ESA

Wat wordt onder ‘huisadres’ (artikel 4.1) verstaan?

Het adres waarop de burgemeester of wethouder woonachtig is.

15. ESA

Waarom stellen we de gedragscode integriteit 2024 vast als raad? Het is 2025.

De documenten zijn opgesteld en behandeld in het college in oktober 2024, waarna ze ook zijn geagendeerd voor de raad. Op basis van de raadsplanning is het onderwerp geagendeerd voor januari 2025. Indien gewenst kan de titel aangepast worden naar gedragscode integriteit college 2025.

16. ESA

Bij 1.2 is genoemd dat een aparte integriteitscode voor de burgemeester adviseert. In voorliggend besluit geeft het college aan dat dit niet noodzakelijk is.  Wat betekent dan: de burgemeester bevordert de bestuurlijke integriteit? In de huidige gedragscode die voorligt? Gelden deze regels alleen voor de burgemeester?

Voor burgemeester en wethouders is geen aparte gedragscode opgesteld, omdat de gedragscode voor burgemeester en wethouders gelijk is. De specifieke rol en verantwoordelijkheid van de burgemeester ten aanzien van integriteit is uitgewerkt in artikel 6 van de gedragscode. De regels gelden dus zowel voor burgemeester en wethouders, met enkel artikel 6 specifiek voor de burgemeester.

6. Algemene Plaatselijke Verordening Eersel 2025 17. ESA

De openingstijden van een openbare inrichting (art. 2.29 lid 2) op nieuwjaarsdag is niet gelijk aan de openingstijd voor een reguliere openbare inrichting (art. 2.29 lid 1) Wat is hiervan de achterliggende reden?

Het eerste lid van artikel 2:29 gaat over commerciële horeca, de reguliere horecazaken. Het tweede lid gaat over paracommerciële horeca in gemeenschapshuizen en multifunctionele accommodaties. Alleen de commerciële horeca mag tijdens oud en nieuw de hele nacht open zijn. De reden hiervoor is dat paracommerciële horeca ten dienste moet staan van de

3 24.29497

Fractie

Vraag

Antwoord functie van het gemeenschapshuis/mfa. Een oud en nieuw feest gedurende de hele nacht is daarom voorbehouden aan de commerciële horeca.

18. ESA

Art. 2.40 maakt vermelding van laag- en hoogdrempelige inrichtingen. Deze staan niet gedefinieerd noch wordt verwezen waaruit deze terminologie is afgeleid. In de doorgehaalde leden stond wel een verwijzing naar een wetsartikel. Is artikel 2.40 nu voldoende te duidelijk?

In artikel 2:38a van de APV wordt een verwijzing gemaakt naar de begrippen uit de Wet op de kansspelen. In de Wet op de kansspelen zijn laag- en hoogdrempelige inrichtingen beschreven. De omschrijving hiervan stond voorheen zowel in de wet als in de APV, wat overbodig is. Doordat de verwijzing naar de wet blijft bestaan, is artikel 2:40 nog steeds duidelijk.

19. ESA

Artikel 2.51 maakt vermelding van vergelijkbare vervoersmiddelen, waar dat in artikel 2.52 niet genoemd staat. Om welke reden geldt dat ook niet voor bepaalde in artikel 2.52?

Artikel 2:51 heeft rechtstreekse werking. Bij artikel 2:52 is eerst nog een aanwijzingsbesluit nodig. Van de mogelijkheid in artikel 2:52 tot aanwijzen wordt vooralsnog geen gebruik gemaakt, daarom is dat artikel ook niet aangepast.

20. ESA

Beperking verkeer in natuurgebieden wordt o.g.v. van artikel 5.33 beperkt voor motorvoertuigen en bromfietsen. Het rijden met een elektrische motor, bromfiets of ander vervoersmiddel is daarmee dus wel toegestaan. Waarom zou dat wel wenselijk zijn?

Buiten de wegen en opengestelde paden (zoals de fietspaden en mountainbikeroutes) in natuurgebieden en bossen zijn er op basis van artikel 5:33 lid 1 helemaal geen vervoersmiddelen toegestaan, dus ook geen fietsen of andere vervoersmiddelen. En op basis van het tweede lid zijn helemaal geen motorvoertuigen en bromfietsen toegestaan in natuurgebieden en bossen. Ook een elektrische motor is een motorvoertuig en dus niet toegestaan. Al het gemotoriseerde verkeer wordt dus geweerd uit natuurgebieden en bossen.

21. VVD

Pag 2/5 Venten. Hoe verhoudt zich dit met de toeristenmarkten die voor de winkels in de Nieuwstraat gehouden worden?

De toeristenmarkt en de kerstmarkt zijn evenementen. Alle kramen vallen onder het evenement, waardoor van venten geen sprake is. Bij de verkoop vanuit een kraam is sowieso geen sprake van venten. Buiten een evenement om kan er dan een standplaatsvergunning nodig zijn. Het verbod te venten binnen een straal van 10 meter is dus geen belemmering voor de winkels zelf.

7. Regionale visie werklocaties 22. ESA

Primair wordt ingezet op faciliteren van de sector HTSM en binnen de subregio’s op kansrijke bestaande sectoren voor diversificatie en innovatie. Voor de Kempen is dit Advanced & additive manufacturing (zie p. 29 v/d Visie en afbeelding 1 op p. 9 van de Uitvoeringsstrategie).

a. De keuze voor het accent op deze sector sluit goed aan bij het huidige ecosysteem in de Kempen en de regio, die een belangrijke functie heeft en naar verwachting zal behouden in de toekomst. Verder blijven we inzetten op het lokale, voorzienend MKB, in onder meer de bouw, handel en reparatie sector.

4 24.29497

Fractie

Vraag

Antwoord

a) Welke motivatie ligt er aan ten grondslag om voor de Kempen te kiezen voor deze sector? b) Welke andere overweging dan enkel dit lijkt ingegeven te zijn omdat dat vanuit het verleden hier de meeste hectares zijn uitgegeven (zie p. 28 v/d Visie), is hierin meegenomen? Wat is daarmee dan de motivatie om op andere sectoren (zoals food of energy) niet primair in te zetten?

b. Zoals verwoord in de visie zijn de accenten per subregio inderdaad met name ingegeven vanuit het bestaande economische profiel. Daarnaast is gezocht naar balans in het faciliteren van de ruimtevraag voor economische activiteiten ten opzichte van wonen, natuur en landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit.

De schaars beschikbare grond wordt daarmee uitsluitend in het Kempisch belang voor ondernemers, werknemers en welvaart ingezet (zie raadsvoorstel bij argumenten). a) Hoe is het Kempisch belang hierin te definiëren? Waarop is gebaseerd dat op grootschalige Kempisch bedrijventerrein, waarbij slechts ruimte geboden zal worden aan grotere bedrijven die de gewenste economische structuur van de Kempen echt versterken, dan bijdragen aan het Kempisch belang?

a. Behoud van een goede economisch positie voor de Kempen voor nu en in de toekomst.

24. ESA

Wordt de visie dat op grootschalig Kempisch bedrijventerrein primair ingezet wordt op HTSM ook onderschreven door de ondernemers in de Kempen en/of het KOP?

Het KOP is betrokken in het traject. Zoals hierboven aangegeven zet de Kempen naast HTSM ook in op het lokale, voorzienend MKB. Zie ter nadere informatie ook de brief die door het KOP is verstuurd op 3 januari jl. (noot griffie: brief is geplaatst bij de ingekomen stukken en toegevoegd aan de stukken van de ontwikkelstrategie - agendapunt 8)

25. ESA

Eind 2023 is besloten om de visie, uitvoeringsstrategie en uitvoeringsagenda te agenderen voor de omgevingsdag. Besloten door wie en waarom?

Dit is besloten tijdens de Omgevingsdag Zuidoost Brabant, waaraan de 21 gemeenten die onderdeel uitmaken van het MRE deelnemen. Hierin wordt invulling gegeven aan de opdracht van de provincie.

26. ESA

Een grootschalig Kempisch bedrijventerrein en realisatie van (groei van) lokale bedrijventerreinen vraagt ruimte. Wat is indicatief de verwachte groei in ruimtebeslag (in hectare) voor sec de gemeente Eersel?

Er is een onderverdeling tussen lokale en grootschalige (lees: KBP) behoefte. De lokale behoefte voor de gemeente Eersel is (tot 2030) ingeschat op circa 6,3 ha. netto en tot 2040 op 9,4 ha.. De grootschalige behoefte is niet per gemeente uitgesplitst, maar voor de Kempen als geheel.

27. ESA

In concept uitvoeringsagenda wordt als sturingselement voor bedrijventerreinen de zeef vermeld en dat deze consequent moet worden toegepast.

a. Sommige bedrijven zullen uitgesloten worden van de mededing naar bedrijfsgronden.

23. ESA

Zie ook antwoord sub b. Het houden van balans en met het oog op clustering van sectoren.

Het bieden van grootschalige bedrijfskavels is nodig om de groei van de Kempische bedrijven te faciliteren. Zonder (door)groeimogelijkheden neemt de concurrentiepositie van de bedrijven af, waarmee (op termijn) de economische positie van de Kempen verslechterd.

5 24.29497

Fractie

Vraag

Antwoord

Er kunnen zwaarwegende redenen zijn om af te wijken van de zeef (p. 15 uitvoeringsstrategie). a) Welke nadelen zijn er te benoemen bij het toepassen van een zeefmodel? b) Hoe worden deze nadelen ondervangen bij specifiek (her)huisvestingsvraagstukken van lokale bedrijven? c) Hoe wordt bij toepassing van een zeefmodel voorkomen dat ruimte wordt verspild, dat het model niet subjectief wordt toegepast of dat bepaalde (innovatieve) bedrijven die niet passen in een ‘standaardbedrijf’ wel ruimte krijgen om zich te vestigen? Wie bepaalt wat een zwaarwegende reden is en aan welke voorwaarden moet dan voldaan zijn?

b. Zoals omschreven in het document ‘Uitvoeringsstrategie’, pagina 32, is maatwerk mogelijk mits goed gemotiveerd. c. Het uitwerken van de ‘zeef’ is een van de actiepunten benoemd in de uitvoeringsagenda. Het doel van de zeef is om te voorkomen dat ruimte ‘verspild’ wordt en dat er sprake is van een zekere objectiviteit. Zoals onder b. aangegeven is maatwerk mogelijk mits goed gemotiveerd.

28. ESA

Heralloceren van bestaande bedrijven is één van de pijlers van de regionale-economische strategie (p. 31-33 v/d Uitvoeringsstrategie). Op welke manier(en) wordt dit gestimuleerd of gaat dit gestimuleerd worden?

Dit dient nog nader uitgewerkt te worden.

29. ESA

In 2023 is de ruimtevraag op bedrijventerreinen met 40 procent geslonken. Grote knelpunten waren netcongestie en stikstof en daardoor een afname van investeringen. De ruimtevraag op bedrijventerreinen nam wel toe in sectoren die een transitie doormaken, zoals de energietransitie en voedseltransitie. Dat blijkt uit een analyse van Stec Groep (bron: Stec: afname vraag bedrijfslocaties, nu inzetten op planvorming - Stadszaken.nl). In de Uitvoeringsstrategie wordt netcongestie ook genoemd. In het werkdocument concept uitvoeringsagenda wordt in paragraaf 2.1. vermeld dat Provincie N-Br. vanuit prognose van september 2022 verwacht wordt dat ruimtevraag fors groter is. a) Wordt is de bandbreedte aan ruimtevraag voor sec De Kempen naar bedrijventerreinen bij EIB Laag versus Hoog?

Tot 2030 is de bandbreedte EIB laag 43 ha. en EIB hoog 60 ha. Tot 2040 is de bandbreedte circa 15 ha. tot 30 ha.

De Kempengemeenten hebben in hun Position Paper aangegeven dat gemeenten zelf gaan over de invulling van de lokale terreinen en dat de behoefte boven 5.000 m2 wordt afgestemd op het niveau van de Kempen (lees: KBP 2.0).

Het ontwikkelen van nieuwe bedrijventerreinen kent – net als de ontwikkeling van woningbouwprojecten - lange doorlooptijden. Hoe dit zich gaat verhouden tot het oplossen van de netcongestie is nu nog niet aan te geven. Wel kunnen er mogelijk alternatieven oplossingen gevonden worden, zoals energy hubs. Het stikstofvraagstuk zal nader verkend moeten worden bij de verdere uitwerking van locaties, omdat deze vraagstukken (deels) locatie afhankelijk zijn.

6 24.29497

Fractie

Vraag

Antwoord

In hoeverre kunnen bedrijventerreinen worden gerealiseerd en in gebruik worden genomen, dit in samenhangen met het woningbouwvraagstuk i.r.t. netcongestie en stikstofvraagstukken? 30. ESA

Welke acties zijn er uit het eerste voorstel van de Omgevingsdag in december 2024 gekomen? (zie p. 12 van concept uitvoeringsagenda) en wat is daarvan impact op Eersel?

De bijeenkomst is verplaatst naar februari 2025.

31. ESA

Het besluit heeft geen financiële consequenties, de uitwerking van de visie kan wel financiële consequenties met zich meebrengen. Op welke manier zijn er financiële consequenties en hoe groot zouden deze voor de gemeente Eersel kunnen zijn?

Hierbij moet gedacht worden aan het ontwikkelen van werklocaties (denk aan Meerheide (lokaal) en KBP (grootschalig) ter illustratie). Een inschatting van de financiële consequenties is op dit moment niet te maken. Dat is ter nadere uitwerking.

32. CDA

Visie document pagina 9: Waarop zijn de getallen van 43 laag en 60 hoog gebaseerd? Hoe zijn deze getallen tot stand gekomen? Is dit info uit 2022?

EIB Het Economisch Instituut voor de Bouw maakt prognoses en scenario ’s over de ontwikkeling van de bouw en gebouwde omgeving voor overheden, belangenorganisaties en bedrijven. Voor de economische ontwikkeling van De Kempen hanteren we twee groeiscenario’s. In de periode tot 2030 kiezen we voor EIB-hoog, met een Kempische behoefte van 60 hectare bedrijventerrein. Daarna is tot 2040 EIB-laag het uitgangspunt en komt daar nog eens 30 hectare bedrijventerrein vanuit de schaalsprong bij. Daarmee kunnen we overigens niet alle bedrijven faciliteren en zullen er keuzes gemaakt moeten worden. Bron: ontwikkelstrategie pag. 22 Prognose is van september 2022, deze wordt elke 4 jaar geactualiseerd.

33. CDA

Visie document: Bouwsteen 3: Criterium 2: Eersel en de Kempen hebben geen kleinschalige bedrijven. Wat is de verklaring?

Geen verklaring hiervoor. Vraag is doorgezet aan MRE.

34. CDA

Visie document: Bouwsteen 4: Pagina 44: welke economische activiteiten worden gezien als mogelijkheden op de voormalige agrarische bedrijfslocaties VABs?

Voor de gemeente Eersel staat dit beschreven in het visie document buitengebied, pagina 6. Citaat: “De meeste niet-agrarische bedrijvigheid is op bedrijventerreinen of in de kernen gevestigd. Verspreid over het buitengebied is op dit moment echter ook

7 24.29497

Fractie

Vraag

Antwoord niet-agrarische bedrijvigheid aanwezig, bijvoorbeeld enkele dierenpensions of statische opslag. Deze activiteiten worden vaak ook als nevenactiviteit bij de agrarische bedrijfsvoering ontplooid. Onder voorwaarden is bedrijvigheid in het buitengebied mogelijk. Een agrarische bedrijfslocatie kan omschakelen naar een andere vorm van bedrijvigheid, mits een dergelijk ontwikkeling leidt tot kwaliteitswinst en ruimtelijk aanvaardbaar is. Bij dergelijke herontwikkeling is wel direct sprake van een eindsituatie, er ontstaan geen locaties met ontwikkelperspectief (geen ruimte voor groeimodel). Bedrijven met een behoefte voor ontwikkelperspectief kunnen zich vestigen op bestaande bedrijventerreinen. Bedrijfsontwikkelingen moeten passen bij de schaal en grootte van het landschap en overlast moet worden voorkomen. Daarnaast kan bedrijvigheid in het buitengebied leiden tot oneerlijke concurrentie voor bedrijven op het bedrijventerrein omdat de huur of de grondprijs goedkoper is dan op het bedrijventerrein. De voorkeur is daarom om industriële bedrijvigheid te concentreren op de bestaande bedrijventerreinen. Dat wil zeggen dat bedrijven met een behoefte aan bedrijfsgebouwen groter dan 1000m² op bedrijventerreinen moeten vestigen.

Op basis van de bedrijventerreinenstrategie blijkt dat bedrijfsgronden met een maximale grootte van 1000m² niet tot nauwelijks worden aangeboden op de bedrijventerreinen. Om die reden is er wel ruimte voor planconcepten met bedrijfsverzamelgebouwen. Kaders zijn daarbij: Maximale omvang bedrijfsgebouw per bedrijf (1.000m²); Maximaal drie verschillende bedrijven (dus een maximum aan bedrijfsgebouwen van 3.000m²); Maximale bedrijfsoppervlakte (bestemmingsvlak) 5000m²; De eigenaar van de locatie moet ten minste eigenaar zijn van één van de bedrijven; De agrarische bedrijfswoning wordt een bedrijfswoning; Maximaal milieucategorie 2; Geen buitenopslag; Geen bezoekersfunctie; Afname bebouwd oppervlak is een vereiste (er moet gesloopt worden); Parkeren en laden en lossen binnen het bestemmingsvlak; Locaties worden voorzien van een landschappelijke inpassing. Een voorbeeld van bedrijvigheid waarvoor bovenstaand kader mogelijkheden kan bieden zijn bedrijven in de bouwnijverheid zoals een tegelzetter waarvan de tegels en gereedschap op locatie worden opgeslagen. Let wel, dit met inachtneming van het maximum van milieu-categorie 2.”

35. CDA

Visie document: Bij mobiliteit is vooral aandacht voor ‘automobiliteit’ en missen we de aandacht voor OV

Pag. 48 visie document:

8 24.29497

Fractie

36. CDA

Vraag

Antwoord

bereikbaarheid en vooral ook op fietsmobiliteit. Wordt er rekening gehouden met kwalitatieve voorzieningen voor de fietser, en zo ja waar zien we dat terug? Bijvoorbeeld een veilige en droge stalling en voorzieningen op de werkvloer voor omkleden/ douches etc. Hiermee stimulerend dat de werknemer liever de fiets pakt dan de auto.

De mobiliteitstransitie gaat over de transitie van fossiel gedreven mobiliteit naar duurzaam vervoer. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de bereikbaarheid met het openbaar vervoer of de fiets.

Agenda document: Tabel 4: pagina 9: wat zijn de getallen voor Eersel (De Kempen)? En wat zijn de huidige getallen, de tabel in de agenda is al ruim 2 jaar oud…

Er is aandacht voor alle vormen van duurzaam vervoer. Het faciliteren van fietsenstallingen en douches is niet iets wat een gemeente kan bepalen voor een bedrijf.

Eersel Kempen

Tot 2030 EIB Hoog 6,3 23,9

Tot 2030 EIB Laag 4,7 18

Totaal 2040 9,4 35,9

Bron: Impactbeoordeling pag. 19 + BRO locatiestudie blz. 7 37. CDA

Agenda document: Pagina 12: Inregelen samenwerkingsstructuur: Werken we als Kempen subregio samen of is het elke gemeente voor zich?

In de Kempen werken we als subregio nauw samen op economisch gebied. Dat uit zich o.a. in het maandelijkse “ambtelijke overleg economie De Kempen”, waar b.v. de annotaties voor de bestuurders gezamenlijk voorbereid worden.

38. CDA

Agenda document: Wat zijn de plannen voor de samenwerking later, als de regionale structuur er staat? Is er dan nog gemeentelijke beslisbevoegdheid?

Wanneer een beoogde afspraak in de Uitvoeringsstrategie een ruimtelijke implicatie krijgt voor een gemeente, raakt dit de lokale bevoegdheid van de betreffende gemeenteraad. Op het moment dat uitwerkingen van de Uitvoeringsagenda dus ruimtelijke impact krijgen, komt de betreffende gemeenteraad altijd opnieuw in positie.

39. CDA

Agenda document: Waarom wordt dit document niet in juli 2025 (wanneer het compleet zal zijn) opgeleverd?

Er is gemeend dit document toch vast te delen met de raden als startpunt voor verdere uitwerking.

40. CDA

Agenda document: Wanneer kunnen we voor Eersel inzicht in de bedrijfsterreinen/werklocaties verwachten?

Dit is momenteel nog in de onderzoeksfase en zal zo naar de omgevingsdag van februari gebracht worden. Daar zal een planning uitkomen en de verwachting is dat het gevraagde inzicht in de loop van 2025 gegeven kan worden.

41. CDA

Strategie document: Wat valt er op de Eerselse werklocaties nog te verduurzamen?

Verduurzaming is vaak mogelijk, zeker op oudere bedrijventerreinen. Om een goed beeld te krijgen van de mogelijkheden en onmogelijkheden start deze maand met een zogenaamde ‘aanjager’, betaald door de MRE, een

9 24.29497

Fractie

Vraag

Antwoord project “verduurzaming bedrijventerreinen Eersel” voor Haagdoorn en Meerheide.

42. CDA

Strategie document: Hoeveel VAB ruimte hebben we in Eersel beschikbaar?

Hier zijn geen cijfers over beschikbaar.

43. CDA

Strategie document: Er is weinig aandacht voor bereikbaarheid? Het wordt pas voor het eerst genoemd op pagina 45 van het strategie document. Verdient dit onderwerp niet meer aandacht? Het is al eerder gemeld in het visie document dat 31 % van de bedrijventerreinen met het OV niet bereikbaar zijn? En 56 % is afhankelijk van OV.

Dit thema wordt uitgewerkt in de ontwikkelstrategie 2024 – 2040. Daarbij wordt rekening gehouden met wonen en werken.

44. CDA

Wie bepaalt nu welk bedrijf in aanmerking komt, en wat zijn de mogelijkheden voor een bedrijf indien het bedrijf het er niet mee eens is?

Met behulp van een zogenaamde ‘zeef’ worden criteria opgesteld welk bedrijf wel en welk bedrijf niet in aanmerking komt. Juridische houdbaarheid en mogelijkheden van bedrijven om protest aan te tekenen, van deze methode moeten nog getoetst worden.

45. CDA

Is er nog distributie en logistieke groei mogelijk in Eersel? Staan we dat nog toe, of is de grens bereikt?

Er is in het Kempisch position paper bepaald dat de regio niet inzet op (grootschalige) logistieke groei. Dat geldt dus ook voor Eersel.

46. CDA

Wordt met omliggende gemeenten afgestemd over de vestiging van bedrijven? Bijvoorbeeld als een bedrijf groter wil groeien maar er geen ruimte is in Eersel, wordt dan overlegd met omliggende gemeenten, of is het ieder voor zich?

Binnen het maandelijks ambtelijk overleg economie De Kempen worden dergelijke onderwerpen besproken en in gezamenlijkheid naar een oplossing gezocht indien nodig.

47. CDA

Worden huidige bedrijven die niet in de visie passen gevraagd om te verhuizen naar elders?

Huidige bedrijven die niet gelieerd zijn aan de HTSM industrie maar hier wel gevestigd en geworteld zijn, worden niet gevraagd om te verhuizen naar elders.

48. CDA

Krijgt ASML ruimte in Eersel (de Kempen) indien het hierom vraagt?

Die vraag is ons nooit gesteld en er is daarom niet beleidsmatig over nagedacht. De kans dat die vraag gesteld gaat worden achten wij klein omdat ASML uit wil gaan breiden op percelen rondom Eindhoven Airport (o.a. BIC 3 t/m 6 in Eindhoven).

49. CDA

· Pg 18 meervoudig ruimtegebruik met ‘meerwaarde’. Waar zit die ‘meerwaarde’ dan in? · Pg 26 5-tal marktcombinaties; er wordt veel over technische innovatie gesproken niet over welbevinden voor werknemers: een gezonde werkomgeving. Daar hoort ook het nodige aan

-

Pg.18: Met meerwaarde wordt hier bedoeld het bijdragen aan het gewenste ecosysteem op die locatie. De juiste functie op de juiste plek.

-

Pg.26: Geen vraag.

10 24.29497

Fractie

Vraag

Antwoord

groenvoorzieningen bij. Gezondheid en werklust begint bij een veilige en gezonde en stimulerende werkomgeving. Waar inzet en rust een goede afwissing vormen. Groen heeft een grote functie om te zorgen dat mensen zich lichamelijk en geestelijk fit voelen. · Pg32 talent: ik mis aandacht voor ‘technisch’onderwijs op basisscholen. De Beeldende vakken zijn al heel lang ondergewaardeerd. Fysiek bezig zijn en vaardig worden in creativiteit en technisch vaardige handen wordt al lang gemist. ( geen handvaardigheid meer, geen vakdocenten meer). De basis voor goed technisch geschoolde werknemers begint op een goed gefaciliteerde basisschool, daarna de middelbare school met techniek voor alle niveau’s!!! Jeugd mag zowel thuis als op school niets meer doen….. · Bij mobiliteit niet alleen aandacht voor ‘automobiliteit’ maar zoals genoemd ook veel aandacht voor OV bereikbaarheid en vooral ook op fietsmobiliteit. Met kwalitatieve voorzieningen voor de fietser: veilige en droge stalling en voorzieningen op de werkvloer voor omkleden/ douches etc. Hiermee stimulerend dat de werknemer liever de fiets pakt dan de auto.

-

Pg.32: Geen vraag.

-

Mobiliteit: Geen vraag.

50. Kb

“Grootschalige logistiek en datacentra worden alleen geholpen voor zover ze van toegevoegde waarde zijn voor het ecosysteem” Welk biologisch systeem van dieren en planten wordt hiermee bedoeld?

Gedoeld wordt op het ‘economische’ ecosysteem.

51. Kb

De tekorten op de arbeidsmarkt zijn momenteel al een belemmering voor de groei van bedrijven. Waarom willen ze dan toch groeien en waar halen bedrijven hun personeel vandaan? Is het realistisch wat er staat op pagina 32?

Het op orde krijgen van voldoende gekwalificeerd arbeidspotentieel is een belangrijke pijler van de visie, mede omdat dit een randvoorwaarde is om te kunnen groeien. Op pagina 32 staat omschreven welke maatregelen hiervoor nodig zijn. De concrete invulling dient nog nader uitgewerkt te worden.

52. Kb

Gaat het opleiden van meer mensen in de techniek niet ten koste van potentiële medewerkers in de zorg en het onderwijs?

Deze vraag is niet te beantwoorden.

53. Kb

Er staat: “kijken ook nadrukkelijk naar de groep mensen die nu nog aan de kant staan”. Welk % van de beroepsbevolking

De voorliggende visie is op hoofdlijnen en geldt voor de gehele MRE-regio. Er wordt gedoeld op het activeren/ benutten van de ‘groep mensen die nu

11 24.29497

Fractie

Vraag

Antwoord

is dit en welk deel daarvan heeft een fysieke of psychische beperking?

nog aan de kant staat’ als een kans. Er zijn geen onderliggende cijfers bekend.

54. Kb

Is er voldoende ruimte op het elektriciteitsnet om de nieuwe bedrijven en werklocaties op aan te sluiten? Zo nee, wanneer wel en hoe worden de problemen opgelost?

Op dit moment zorgt de netcongestie ervoor, dat er geen nieuwe grootverbruikaansluitingen vergeven kunnen worden, dit vormt een belemmering voor het realiseren van nieuwe werklocaties. Enexis en Tennet werken aan een oplossing hiervoor, maar een exacte planning hiervan is niet bekend (gesproken wordt over een termijn 5 tot 10 jaar). Ondertussen wordt er wel naar alternatieven gezocht in de vorm van o.a. energy hubs of flexibele energiecontracten.

55. Kb

Er staat: “er wordt voor gezorgd dat ALLE inwoners van de regio profiteren van de versterking van de brede welvaart”. Krijgen dan alle daklozen en statushouders een huis? Krijgen alle mensen met schulden geld om al hun schulden af te lossen? Gaat het minimumloon dan sterk omhoog?

Als richtinggevende keuze wordt uitgesproken om – naast kwalitatieve groei van de economische activiteiten - alle inwoners van de regio te laten profiteren van de versterking van de brede welvaart. De invulling daarvan is ter uitwerking.

56. Kb

Er staat: “De groei van stuwende bedrijfsactiviteiten leidt tot extra werkgelegenheid en een groei van het verzorgende, dienstverlenende gedeelte van de economie”. Waar worden de verzorgers en dienstverleners vandaan gehaald?

In de aangehaalde paragraaf wordt geschetst dat andere delen van de economie ook groeien door de groei van de HTSM-sector. Niet geduid wordt hoe de extra werkgelegenheid ingevuld wordt, maar hiervoor geldt de normale werking op de arbeidsmarkt.

57. Kb

Hoe wordt de klimaatimpact (CO2 en NOx emissies) van het ontwikkelen (de bouw) van de nieuwe werklocaties gecompenseerd?

De nieuwe werklocaties zullen conform de op het moment van ontwikkelen geldende wet- en regelgeving gerealiseerd worden. De wijze waarop is ter nadere uitwerking.

58. Kb

Er staat: “Rekening houden met en ruimte geven aan blauw/groen en het nemen van klimaatadaptieve maatregelen” Met welke gevolgen van klimaatverandering houdt men rekening? Welke temperatuurstijging hoort daarbij?

De nieuwe werklocaties zullen conform de op het moment van ontwikkelen geldende wet- en regelgeving gerealiseerd worden. De wijze waarop is ter nadere uitwerking.

59. VVD

Wat zijn de huidige leegstandspercentages op respectievelijk de Haagdoorn en Meerheide?

260 objecten zijn er in Eersel waarvan 20 leeg  7,7% 260 hebben in totaal 224200 m2, de 20 lege objecten 7610 m2  3,4% % leegstand is afhankelijk of je naar vloeroppervlakte of aantal panden kijkt. Dit zijn cijfers van 2023

12 24.29497

Fractie

Vraag

Antwoord Bron: https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2023/48/landelijke-monitorleegstand-2015-2023

60. VVD

In hoeverre kan/wordt geanticipeerd naar een gezond leegstandspercentage van 5% (ref pag 39/54 uitvoeringsstrategie)?

Afhankelijk hoe je meet schommelt het rond de 5%, tussen 3,4 en 7,7 (zie antwoord hierboven). Als meer leegstand gewenst is kan er gestuurd worden door kavels uit te geven.

61. VVD

Wanneer mogen Eerselse/ Kempische ondernemers verwachten dat zij daadwerkelijk uitvoering kunnen geven aan de door hun gewenste en te plannen uitbreiding of vestiging van hun bedrijf?

Daadwerkelijk uitvoering kunnen geven is op dit moment moeilijk te zeggen, dat kan pas als je weet wanneer er kavels uitgegeven kunnen worden. Tot die tijd is er nog een lang en onzeker traject te gaan.

8.Ontwikkelstrategie De Kempen 62. ESA

In rapport ‘alternatieve visie op de schaalsprong’ is als insteek genomen dat de beperking van het aantal woningen en industrieterreinen in Eersel niet wordt opgevangen door de overige Kempengemeente. In het voorwoord wordt aangegeven dat dat gevolgen heeft op alle onderdelen van de brede welvaart en waardoor de samenhang van strategische keuze gedeeltelijk verloren is. Hoe is dat als de mindere aantallen woningen en oppervlaktes voor bedrijventerreinen door andere Kempengemeente worden opgevangen?

Dit is een politieke vraag, waar op dit moment geen antwoord op te geven is.

63. ESA

Tekst in raadsvoorstel: Daarbij is het afschalen van woningbouwaantallen veel makkelijker dan het opschalen van de aantallen woningen, wat een aantal jaren duurt. Waarop is dit gebaseerd?

Het ontwikkelen van dergelijk grote woningbouwplannen met bijbehorende voorzieningen kost vele jaren (van idee tot realisatie). Als je moet opschalen, blijf je achter de feiten aanlopen als gemeente en als organisatie. Ook maakt afschalen het makkelijker om aan de voorkant meer rekening te houden met voorzieningen, terwijl bij opschalen daar vaak minder ruimte voor is. Daarnaast is een plan niet weggegooid als tijdens het proces wordt besloten af te schalen en het plan op dat moment niet of met minder woningen te realiseren. Het plan blijft dan op de plank liggen en kan op langere termijn alsnog vorm krijgen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de al bestaande uitwerkingen.

13 24.29497

Fractie

Vraag

Antwoord

64. ESA

Hoe is de verhouding autonome groei en beoogde schaalsprong groei in de gemeente Eersel. Hoe is deze in de andere Kempen gemeente?

Uit de Kempische visie op wonen 2024-2028: De autonome groei bedraagt tot en met 2030 als volgt: Bergeijk 720 woningen Bladel 1.030 woningen Eersel 1.030 woningen Reusel-De Mierden 440 woningen De beoogde groei voor de schaalsprong zijn opgenomen in de stukken. Zie Ontwikkelstrategie de Kempen 2024-2040, Samen op eigen wijze vorm geven (pagina 32).

65. ESA

Tekst in raadvoorstel: In het 50%- scenario en bij een besluit om geen HOV-knoop te realiseren, wordt de HOV-potentie voor zowel de gemeente Eersel als de gehele Kempenregio beperkt.

Op dit moment loopt een onderzoek naar een HOV-verbinding vanaf Veldhoven (Koningshof) tot De Kempen (naar zowel Reusel als naar Bergeijk). Dit onderzoek loopt nog en is naar verwachting gereed in het tweede of derde kwartaal van 2025. Naar aanleiding van de vraag over het 50% scenario is vooruitlopend gekeken naar de HOV-potentie voor Eersel. Uit deze analyse blijkt dat in het 50%-scenario nog voldoende potentie is voor een HOV-verbinding tussen Eersel en Veldhoven. Deze analyse was nog niet bekend bij het schrijven van het raadsvoorstel. Het onderzoek naar een HOV-verbinding voor de gehele Kempenregio loopt dus nog. Er zijn geen harde eisen of afspraken rondom de HOV-knoop in relatie tot het aantal woningen.

Waarop is dit gebaseerd? Is hier ook onderzocht om een beter/ hoogwaardiger openbaar vervoer tot aan Reusel en Bergeijk door te leggen, zodat inwoners in hun eigen dorp kunnen opstappen? Zijn er harde eisen of afspraken gemaakt rondom de voorgenomen HOV-knoop bij Eersel in relatie tot het aantal woningen dat Eersel gaat realiseren? Als dit zo is graag verwijzing naar deze stukken. 66. ESA

Onder andere o pagina 4 van 7 van het raadsvoorstel wordt bij bereikbaarheid en mobiliteit ineens gesproken over Brainporthub.  Wat wordt er exact bedoeld met een Brainporthub?  Wat zijn randvoorwaarden om een Brainporthub te worden?  Graag specifieke uitleg over het begrip Brainporthub.  Hoe groot is de kans dat er een zogenaamde Brainporthub in Eersel kan komen?

Brainporthubs zijn grote P&R-voorziening buiten de steden, goed bereikbaar vanaf een snelweg met een belangrijke regionale transferfunctie primair ten behoeve van de grote werkgelegenheidslocaties. Andere randvoorwaarden zijn hoogwaardig OV (o.a. bus op vluchtstrook), commitment van werkgevers (stimuleren gebruik werknemers, toegangs/parkeerbeperkingen op werklocaties), hoogwaardige voorzieningen voor (deel)fietsen (stallingen, snelfietsroute). In de documenten met betrekking tot mobiliteit in de regio komt de locatie Eersel als meest prominent naar voren.

67. ESA

Het uitwerken van de Ontwikkelstrategie vindt plaats in de omgevingsvisie. Kunt u uitleggen hoe u dit bedoelt?

Het volgende schema is gebruikt om het verschil tussen de Ontwikkelstrategie en de Omgevingsvisie uit te leggen aan de dorpsraden:

14 24.29497

Fractie

Vraag

Antwoord

De informatie die in de Ontwikkelstrategie is gebruikt en uitgewerkt, vormt een onderdeel van de Omgevingsvisie. 68. ESA

In hoeverre is er naast het feit dat gemeente Eersel niet tegen Eindhoven wil aangroeien, rekening gehouden met een eerlijke verdeling en gelijkwaardige spreiding van de woningbouw over de Kempische gemeenten en de daarbij horende voorzieningen in het kader van kansengelijkheid in de voorliggende Ontwikkelstrategie, voor nu en in de toekomst, met in het achterhoofd het rapport: ‘elke regio telt’?

Uit data blijkt dat er vooral in de gemeente Eersel verdringing plaatsvindt. Het is aannemelijk dat mensen eerder een woning zoeken kort bij het stedelijk gebied, bij ons in de gemeente, dan bijvoorbeeld in de gemeente Reusel-De Mierden. Een gelijkwaardige spreiding van de woningbouw kan daardoor leiden tot meer krapte op de woningmarkt van de gemeente Eersel en leegstand in Reusel-De Mierden.

69. ESA

Arbeidsmarktkrapte wordt veroorzaakt door een aantal variabelen; 1 van de oorzaken is dat stedelijk gebied aantrekkelijker is voor jongere professionals vanwege werkgelegenheid, hogere lonen, doorgroeimogelijkheden. Vandaar dat er meerdere onderzoeken pleiten voor gelijke verdeling van economische groei. Kunt u stellen dat met deze Ontwikkelstrategie voor de gemeente Reusel net zoveel kansen worden gecreëerd dan voor de gemeente Eersel voor jonge adolescenten?

Iedere gemeente draagt bij aan de Ontwikkelstrategie. Door deze verdeling worden voor elke gemeente kansen gecreëerd. Mogelijk is dat niet in elke gemeente op hetzelfde onderwerp, maar elke gemeente krijgt zijn kans.

Onder het kopje werken het voorstel wordt vermeld dat er een KBP2 moet komen, en niet versnipperd kan worden ingevuld.

Uitwerking hiervan volgt na besluitvorming over de Ontwikkelstrategie.

70. CDA

De arbeidsmarkt is vraag gestuurd. De vraag is in de buurt van Eindhoven groter.

15 24.29497

Fractie

Vraag

Antwoord

Wanneer komt hiervoor (KBP2) een raadsvoorstel? 71. CDA

Worden er naast dit KBP2 binnen de gemeente Eersel nog meer bedrijfslocaties gepland om aan de MKB vraag te voldoen?

Naast het KBP2 (voor de gehele Kempen), staat er voor elke gemeente een eigen lokaal bedrijventerrein gepland. Voor de gemeente Eersel kan het wel betekenen dat het KBP2 en het lokaal bedrijventerrein met elkaar verweven worden. Dat is een keuze voor later.

72. CDA

Zo ja, wanneer mogen we een voorstel hierover verwachten?

Dit zal naar verwachting in het voorjaar van 2025 zijn.

73. VVD

Raadsvoorstel onder het kopje ‘werken’ wordt gesproken over een gunstige locatie ten opzichte van de A67 en de nieuwe verbinding van het hoogwaardig openbaar vervoer voor het KBP2. Wat wordt er verstaand onder gunstig? En welke locatie is hiervoor geschikt?

Gunstig betekent dat de locatie dichtbij de A67 ligt, goed bereikbaar is en voldoende ruimte biedt. De locatiekeuze volgt op een later moment, de ontwikkelstrategie gaat met name over de ambities.

74. VVD

Pagina 7 ongewenst doorgaand verkeer. Niet alleen de files op de snelwegen zorgen voor sluipverkeer. Wat zijn de concrete plannen om dit aan te pakken?

Op pagina 7 van het rapport staat alleen een uitleg over wat ongewenst doorgaand verkeer is. In alle 21 gemeenten van de MRE is in 2024 de Regionale Mobiliteitsvisie MRE 2040 vastgesteld. Deze regionale visie vormt de basis voor het maken van afspraken met het Rijk, de provincie, gemeenten en overige partners over het uitvoeren van programma's en projecten ten behoeve van de leefbaarheid en bereikbaarheid van onze regio. Hieronder valt dus ook leefbaarheid in onze dorpskernen. Ook de gemeente Eersel zit daarbij zowel ambtelijk als bestuurlijk aan diverse tafels. Op dit moment vindt verdere uitwerking plaats van deze programma’s en projecten (zoals (brainport)hubs, (snel)fietsnetwerk, gedragsaanpak werkgevers, openbaar vervoer (HOV)).

75. VVD

Pagina 10 ‘Het netwerk van wegen en fietspaden vormt goede en veilige verbindingen tussen de dorpen en de grotere steden/ In de dorpen is meer ruimte voor de fiets en het openbaar vervoer is voor de ‘meeste’ dorpen een alternatief voor de auto. In welke dorpen komt er geen alternatief voor de auto?

In voorbereiding op de nieuwe concessie van 2029 van het openbaar vervoer is bereikbaarheid van alle kernen onderdeel van gesprek. Het uitgangspunt van de opdrachtgever Provincie Noord-Brabant voor het openbaar vervoer is dat Brabant bereikbaar gehouden wordt met zorg voor een sterke economie en dat mensen mee kunnen blijven doen in de samenleving. Voor de nieuwe concessie betekent dit dat de Provincie werkt naar één inclusief systeem, waarin de reiziger de keuze heeft uit verschillende vervoersdiensten om zo zelf zijn/haar reis samen te stellen, passend bij diens reisbehoeften. Hoe dit er precies per kern uit komt te zien, is nog niet bekend.

16 24.29497

Fractie

Vraag

Antwoord

Pagina 12. Betekent dit dat er uitgegaan wordt van een bedrijventerrein van 60 hectare met optie tot uitbreiding van nog eens 30 hectare? Of wordt er nu meteen uitgegaan van een bedrijventerrein van 90 hectare?

Er wordt uitgegaan van een totale behoefte van 90 ha voor heel de Kempen. Dat bestaat uit het lokale bedrijventerrein en het Kempisch Bedrijvenpark 2.

77. VVD

Pagina 13. Wat gaat deze ontwikkelstrategie bijdragen aan het overgewicht van de Kempenaren?

Aantrekkelijke mogelijkheden om te sporten en een plezierige omgeving om te wandelen of te fietsen nodigen uit om in beweging te komen. De ontwikkelstrategie geeft hier nog geen specifieke uitwerkingen van, maar brengt het onder de aandacht en zorgt ervoor dat het wordt meegenomen in de Omgevingsvisie. De gemeente geeft hiermee aan ruimte te willen behouden om hier in haar (te ontwikkelen) plannen rekeningen mee te houden.

78. VVD

Pagina 15. Bij de locatiekeuze van de nieuwe ontwikkelingen zijn water en bodem sturend. Zijn of kunnen deze locaties gewijzigd worden door de extreme weersomstandigheden die we hebben gehad?

Voor het opstellen van de Ruimtelijke visie woonuitbreidingen en de studie rondom de schaalsprong is hiermee rekening gehouden. Bij de verdere uitwerking van specifieke locaties werken we dit verder uit.

76. VVD

Elke Kempengemeente krijgt uitbreiding van lokale bedrijventerreinen (Bergeijk 8,1 ha; Bladel 14,3 ha; Eersel 9,4 ha; RDM 4,1 ha) ten behoeve van bedrijven kleiner dan 5.000 m². Dan blijft er 54 ha voor het Kempisch Bedrijventerrein 2. Dit staat verder uitgelegd in de impactbeoordeling (bijlage 8 bij het raadsvoorstel).

De bodem en het watersysteem moeten geschikt zijn voor de ontwikkeling of relatief eenvoudig voor de ontwikkeling geschikt gemaakt kunnen worden. Het is een uitwerking van de kamerbrief van 25 november 2022 van de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Zie voor meer informatie: https://open.overheid.nl/documenten/ronlc35e65eba0903d738ae26dab222462337b0d8de7/pdf. 79. VVD

Pagina 15. Groei kernen. Wat is het percentage groei per dorp?

Dit is een verdere uitwerking die later plaats gaat vinden. Per dorp wordt gekeken wat de draagkracht is (welke gronden zijn aannemelijk om woningen te bouwen gezien het bodem en water sturend). Dit is per dorp verschillend en hier kan dus op dit moment geen verdeling worden genoemd.

80. VVD

Vervolgvraag groei kernen nabij stedelijk gebied. Is deze berekening aannemelijk voor het dorp Knegsel als we uitgaan van de maximale variant 100% inclusief opvangen van de schaalsprong? Aantal woningen 2024 = 608

Deze berekening lijkt niet aannemelijk. Zie het antwoord op de vorige vraag.

17 24.29497

Fractie

Vraag

Antwoord

Geplande woningbouw 2024 t/m 2028 = 111 15 woningen per jaar vanaf 2029 t/m 2040 = 899 (48% groei) 25 woningen per jaar vanaf 2029 t/m 2040 = 1079 (77% groei) 40 woningen per jaar vanaf 2029 t/m 2040 = 1199 (97% groei) 81. VVD

Pagina 24. Opschalen is lastiger dan afschalen. Is tijdswinst hiervoor het enige argument? Wat is het risico als een project al in een fase is gestart om dan bij te stellen naar beneden?

Het ontwikkelen van dergelijk grote woningbouwplannen met bijbehorende voorzieningen kost een aantal jaren (van idee tot realisatie). Als je moet opschalen, blijf je achter de feiten aanlopen als gemeente. Ook maakt afschalen het makkelijker om aan de voorkant meer rekening te houden met voorzieningen, terwijl bij opschalen daar vaak minder ruimte voor is. Daarnaast is een plan niet weggegooid als tijdens het proces wordt besloten af te schalen. Het plan blijft dan op de plank liggen en kan op langere termijn alsnog vorm krijgen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de al bestaande uitwerkingen.

82. VVD

Er wordt uitgegaan van 30 woningen per ha, nu is dat 22 woningen per ha. Veldhoek krijgt 25 woningen per ha. Bij het 100% scenario is 2340 ha benodigd. Aan kansrijke locatie is 3250 ha voorzien. Als we naar 25 woningen per ha gaan is 2808 ha benodigd. Is een aanpassing in deze financieel mogelijk bij het huidige beleid Kempisch Wonen? Zo nee hoe dan wel?

De genoemde oppervlaktes lijken niet te kloppen. Als voorbeeld: 100 hectare biedt potentieel ruimte voor 3.000 woningen. Daarnaast wordt opgemerkt dat een deel van de woningen in de kernen wordt gerealiseerd (op inbreidingslocaties). Een groot deel van de woningen moet gerealiseerd worden in het betaalbare segment, 2/3e van het programma. Dit zijn met name kleinere grondgebonden woningen en appartementen. Hierdoor kunnen meer woningen per hectare worden gerealiseerd.

83. VVD

Het woningbouwprogramma gaat uit van kleinere woningen met beperkte grond. Nu worden er amper nieuwe grotere woningen gebouwd. Hoe wordt de doorstroom van kleinere naar grotere woning in de toekomst geborgd? Zeker gelet op dat de grotere bestaande woning worden gekocht door mensen uit bijvoorbeeld Veldhoven?

Zie antwoord op 82. In de 1/3e deel vrije woningen zitten met name de grote woningen en luxe appartementen. Tevens bestaat de huidige woningvoorraad voor een groot deel uit dit type woningen. In de gemeente Eersel kan juist de doorstroming ontstaan door kleinere woningen te realiseren, bijvoorbeeld senioren in een grote vrijstaande woning stromen door naar een kleinere woning of appartement en maken dus een grote woning vrij.

84. Kb

Waarom is voor Accent Adviseurs gekozen? Waarom niet een adviesbureau zonder banden met deze regio?

Voor de bestuursopdracht is een plan van aanpak opgesteld. Op basis hiervan is door een selectiecommissie bestaande aan gemeentesecretarissen gekozen voor Accent Adviseurs. Accent Adviseurs is

18 24.29497

Fractie

Vraag

Antwoord bekend met de regio, weten zij ook wat er speelt. Daarnaast hebben zij alleen een ondersteunende rol uitgevoerd en hebben projectleden van de vier gemeenten input aangeleverd. Tevens had Accent Adviseurs capaciteit om hier aan te werken.

85. Kb

Is Accent Adviseurs op een of andere manier bij de schaalsprong betrokken, bijvoorbeeld een project dat (zijdelings) voortvloeit uit de schaalsprong?

Accent Adviseurs ondersteunt diverse gemeenten op het gebied van verkeer en vervoer en de gemeente Eersel ook bij de ontwikkeling van de Omgevingsvisie (zie ook vraag 67). De opdrachten vloeien niet voort uit de schaalsprong.

86. Kb

Is de prijsstijging van koopwoningen in de gemeente Eersel afwijkend van de regio? En zo ja, in welke mate en sinds wanneer?

Voor de Kempische visie op wonen 2024-2028 hebben we een woningmarktonderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling van de gemiddelde transactieprijs in de kernen Duizel, Eersel, Knegsel en Vessem over de periode 2019-2022 57% tot 88% bedroeg, terwijl dat in de kernen Bladel, Bergeijk, Hapert en Riethoven 49% tot 57% bedroeg en Reusel 10% tot 35%.

87. Kb

In de gemeente Bergeijk is een motie aangenomen over de zgn ‘starterslening’ in samenwerking met SVn. Zou zo’n starterslening starters in Eersel ook kunnen helpen om een koopwoning te bemachtigen?

De gemeente Eersel kent geen startersleningen. In het verleden is dit onderzocht, echter bleek de noodzaak voor deze ondersteuning toen niet nodig en werd het in onze gemeente niet passend gevonden startersleningen te faciliteren omdat financiering van leningen geen kerntaak van een gemeente is.

88. Kb

Expats zijn gemiddeld gezien kapitaalkrachtiger dan de gemiddelde inwoner van de gemeente Eersel, door hogere salarissen en belastingvoordelen. Dit zorgt dus voor het verdringingseffect van de lokale woningzoekenden. Is het daarom niet beter om er op aan te dringen dat het Rijk (eventueel via de VNG) die belastingvoordelen wegneemt.

Dit is een politieke vraag, waar op dit moment geen antwoord op te geven is.

89. Kb

Hoeveel werkgelegenheid is er momenteel in Eersel en in de Kempen in vergelijking tot de beschikbare beroepsbevolking.

In 2023 was het aantal banen per 1.000 inwoners tussen de 15 en 75 jaar 1 als volgt:  Bergeijk 685,9  Bladel 1.030,8  Eersel 744,9  Reusel-De Mierden 506,3

1 Bron

CBS Bevolkingsstatistiek / LISA - bewerking ABF Research

19 24.29497

Fractie

Vraag

Antwoord  Kempen 766,6 Onbenut arbeidspotentieel in Eersel = 7,1% (helft afgekeurd) Werkloosheid in Eersel = 2,6%.

90. Kb

Mobiliteit: welk % van de werknemers gaat met de fiets naar het werk bij een afstand van meer dan 10km?

Er zijn geen gegevens bekend van fiets-percentages van werknemers in de Gemeente Eersel. Uit het Dataportaal van de Provincie Noord-Brabant blijkt wel dat in Zuidoost Brabant (ZOB) bij een woon-werkafstand tussen 7,5 en 15 km op dit moment 28% van de autoforenzen één of meer werkdagen gebruik maken van hun e-bike, i.p.v. hun auto. Bij ‘normale’ fietsen is dit 16%. Bij een woon-werkafstand tussen 7,5 en 15 km blijkt verder dat 39% van de huidige autoforenzen in ZOB nog geen gebruik maakt van een e-bike voor hun woon-werkverkeer, maar daar wel voor openstaat. Bij ‘normale’ fietsen is dit 20%.

91. Kb

Kunnen we stellen dat het aantal auto’s met 1,4 x 5500 = 7700 zal stijgen in onze gemeente als we 5500 extra woningen bouwen en met ruim 18.000 in de Kempen?

Dat kun je zo niet stellen. Het autobezit hangt af van vele factoren, waaronder type woningen en doelgroep. Verder probeert de gemeente (en provincie) de toename van autogebruik te verminderen.

92. Kb

Voorzieningen: waarom is niet verder uitgewerkt: intramurale zorg en verpleeghuiszorg en met name het zorgpersoneel? En als dat is omdat de landelijke overheid geen verpleeghuisbedden wil toevoegen; wat betekent dit voor de thuiszorg/ wmo (huishoudelijk en verzorgend/verplegend) en dagopvang?

In Zuidoost Brabant loopt op dit moment een onderzoek naar kengetallen voor dit soort voorzieningen (dit is de nul-meting). Het schaalniveau van de ontwikkelstrategie is niet het niveau waar deze vraag uitgewerkt wordt. Op dit moment wordt er onderzoek gedaan naar wat de schaalsprong voor gevolgen heeft op de zorg. Hier zijn op dit moment nog geen antwoorden op. In de toekomst hopen we deze antwoorden dus wel te hebben.

93. Kb

Voorzieningen: Is nagegaan hoeveel medewerkers de toekomstige extra voorzieningen die wel benoemd zijn ( o.a. onderwijs en kinderopvang, huisartspraktijken) nodig hebben? Is er ook gekeken of deze voorzieningen voldoende medewerkers kunnen krijgen?

Zie vorig antwoord.

94. Kb

Met welk % zullen de kernen Steensel, Knegsel Wintelre en Eersel toenemen in bebouwd oppervlakte?

Dit is een verdere uitwerking die later plaats gaat vinden en is afhankelijk van de draagkracht van de kern en het landschap.

95. Kb

Klimaat: welke wettelijke taak heeft de lokale overheid (gemeente Eersel) om bij te dragen aan het tegengaan van gevaarlijke klimaatverandering? Is het bouwen van 5500 extra

De gemeente Eersel volgt het klimaatakkoord. In het klimaatakkoord staat 55% minder broeikasgassen uit te stoten in 2030 t.o.v. 1990. Tijdens de bouw zal hier dus rekening mee gehouden moeten worden.

20 24.29497

Fractie

Vraag

Antwoord

woningen met bijbehorende wegen, parkeerplaatsen en utiliteitsbouw daar mee in harmonie of in tegenspraak? Hoe gaat de gemeente de extra CO2 uitstoot die vrijkomt bij deze bouw compenseren?

De effecten van de woningbouw wordt onderzocht in het kader van de Omgevingseffect rapportage (OER) als onderdeel van de Omgevingsvisie. Het gaat hierbij ook om effecten zoals de CO2-uitstoot.

96. Kb

Wat is de gehanteerde definitie van ‘sociale cohesie’?

De term sociale cohesie wordt binnen de planologie dermate veelvuldig gebruikt, dat deze in het document niet specifiek is gedefinieerd. We sluiten aan bij de algemeen gangbare omschrijving van dit begrip: De mate waarin (groepen) mensen zich met elkaar en met allerlei instituties verbonden voelen, en naar het gedrag dat hieraan invulling geeft (bron: sociaal-cultureel planbureau).

97. Kb

Wat is de gehanteerde definitie van ‘leefbaarheid’?

De term leefbaarheid wordt binnen de planologie dermate veelvuldig gebruikt, dat deze in het document niet specifiek is gedefinieerd. We sluiten aan bij de algemeen gangbare omschrijving van dit begrip: Geschikt om erin of ermee te kunnen leven (bron: Van Dale, 1997).

98. Kb

Welke impact heeft de net-congestie op de schaalsprong en omgekeerd?

De problematiek van de netcongestie is bekend. Bij de ontwikkelingen in Zuidoost Brabant wordt ook gekeken op welke wijze hier mee omgegaan moet worden. Regionale netbeheerders zien al enige tijd een enorme toename in capaciteitsvraag op het laagspanningsnet. Doordat dit laagspanningsnet steeds voller raakt, is het steeds vaker nodig om eerst het net uit te breiden of te verzwaren. Door de toename van deze uitbreidingsprojecten zien we de doorlooptijden voor aanvragen, waarvoor een netuitbreiding nodig is, in ons gehele verzorgingsgebied oplopen. Als het nodig is om het stroomnet uit te breiden voordat we een aansluiting kunnen verzwaren of een nieuwe aansluiting kunnen aanleggen, dan is de gemiddelde doorlooptijd momenteel tussen de 40 – 70 weken en dit kan lokaal verder oplopen.

99. Kb

Hoe zijn de minimale ambitie schaalsprong-woningen per gemeente bepaald?

De minimale ambities zijn tot stand gekomen in overleg met de drie andere Kempengemeenten en zijn gebaseerd op bestaande visie- en beleidskaders, zoals de verschillende woonvisies.

21 24.29497

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=581b239c-978f-4c7d-9511-74a40790ec3f