CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[24.18366] 27-06-24 ESA betoog voorjaarsnota 2025-2028

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente EerselBij agendapunt: Voorjaarsnota 2025 - 20281.678 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Concept betoog m.b.t. voorjaarsnota 2025 – 2028 Voorzitter, Een dag is nooit zo nat of de zon schijnt altijd wat. Een minder bekend spreekwoord wat betekent dat ook bij nare situaties er lichtpuntjes zijn. De afgelopen 7 maanden teisterde meerdere en veelvuldige regenbuien onze dorpen. Het water heeft sommige inwoners letterlijk aan de lippen gestaan, laat het mooie weer het lichtpuntje zijn. De zon zien we ook schijnen als we de jaarrekening 2023, in navolging van die van 2022, lezen. 2023 komt uit op een batig saldo van € 8,4 miljoen. De accountant benadrukt dat het eigen vermogen, de bezitting van de gemeente minus haar schulden, al jaren een stijging laat zien. Deze stijgt van € 48,3 miljoen in 2020 naar € 71 miljoen in 2023. Een stijging van 74% in 4 jaar tijd. Een knappe prestatie. De verhouding tussen het eigen vermogen t.o.v. het totaal vermogen, de zogenoemde solvabiliteitspositie, stijgt in dezelfde periode van 56% naar ruim 62%. Een gemiddelde gemeente in Nederland zit per 2023 op een solvabiliteitspositie bijna 39%. Wij zitten daar structureel boven. Onze schuldenlasten zijn daarmee relatief laag. Een knappe prestatie. Ondanks deze mooie cijfers die werkelijk zijn gerealiseerd voorzitter, laat de begroting in de voorjaarsnota voor de jaren 2025-2028 een ander beeld zien.

De voorjaarsnota die ons voorligt, hebben we bezien met in achtneming van de recent ontvangen meicirculaire 2024. Eerdere verwachtingen over verhogingen vanuit het gemeentefonds zien wij gelukkig ook terug in deze circulaire. Goed dat de overheid daarin haar verantwoordelijkheid neemt. Uit de begrotingen over de afgelopen jaren kwamen vaak geen grote resultaten onderaan de streep naar voren. Totaal anders blijkt keer op keer uit de door de accountant gecontroleerde jaarrekeningen. Voorzitter, Bijzonder dat een gemeente jaarlijks een sluitende begroting moet overleggen, waarbij de eerste jaarschijf (2025) of de laatste jaarschijf (2028) sluitend moet zijn. Bijzonder in die zin dat een gemeente hierin enkel de structurele inkomsten en structurele uitgaven in mee mag nemen. Andere lasten en m.n. baten mogen hierin niet meegenomen worden. Ik krijg het thuis niet uitgelegd voorzitter, dat ik jaar op jaar bepaalde inkomsten binnenkrijg vanuit mijn werk, maar dat we die niet mee mogen nemen in onze jaarlijkse vaste uitgaven. Het zijn dan natuurlijk mooie extraatjes waarmee we onze spaarrekening kunnen vullen, we worden hier financieel sterker van. Ook bij de gemeente Eersel zien we dat door de toename van het eigen vermogen. En voorzitter als ik het thuis al niet uitgelegd krijg hoe kunnen wij het dan aan onze inwoners uitgelegd krijgen.

De gemeente staan voor steeds meer taken aan de lat. Taken die voorheen bij de landelijke overheid zaten zijn gedelegeerd en neergelegd bij gemeenten. Een financiële vergoeding wordt hiervoor gelukkig veelal wel ontvangen door gemeenten. Echter constateren wij, dat deze vergoedingen vaak ook een incidenteel karakter hebben. Tenminste onder die noemer worden die gelden aan gemeenten beschikbaar gesteld. En laat het nu zijn voorzitter, dat we deze gelden niet mee genomen mogen worden als structurele inkomsten van onze gemeenten. Kortgezegd: we moeten meer doen, maar met minder structurele toezeggingen. Lastig, zowel niet onmogelijk om daar als college goed op te kunnen acteren en te komen tot sluitende jaarbegrotingen. Dat begrijpen we. Ook voor ons als fractie is het lastig om dan gedegen keuzes te maken. Waar doen we goed aan? De lasten voor onze bedrijven, voor onze inwoners en/of voor toeristen verhogen? Wat moet dat moet, maar dan wel op een zuivere manier. Een verhoging van de OZB-lasten wordt wederom voorgesteld. Alles wordt duurder om ons heen.

Het college vraagt aan ons te prioriteren en richting te geven in deze voorjaarsnota. Een voorjaarsnota waarvan wij als raad op onderdelen nog geen enkel beleidsstuk hebben gezien dan wel hebben vastgesteld. Vorig jaar hebben wij dat ook reeds aangegeven voorzitter, genoemde werden toen o.a. het IHP en een OV-hub. Deze voorjaarsnota maakt t.a.v. het IHP ook nu weer een vermelding met daarbij een verwijzing naar de raadvergadering van aankomende 2 juli. Hoe kunnen wij als raad weloverwogen priortering en richting geven als we de onderliggende stukken inhoudelijk niet hebben gezien voorzitter? Bijzonder vinden wij. Onze fractie vindt het dan ook belangrijk dat we meer inzicht krijgen in bepaalde ontwikkelingen die gaande zijn dan wel in de planning staan. Wij moeten vanuit de overheid als raad de beleidsmatige en financiële grenzen vaststellen waarbinnen ons college kan bewegen (zie Raadgever Rollen en instrumenten van het raadslid | VNG), echter diezelfde overheid keert aan gemeenten gelden uit vanuit het gemeentefonds. Deze uitkering worden nu structureel gekort. In het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet komen geen verbetering m.b.t. deze uitkeringen voort (zie De Meicirculaire gemeentefonds 2024 in vogelvlucht | VNG). Dat betekend dat we als gemeente ook zelf aan de bak moeten.

Daarom zien wij een extra indexering of verhoging van de OZB, bovenop de afgesproken indexering) ook als een mogelijkheid, maar voorzitter niet als sluitstuk om onze begroting sluitend te krijgen. De boodschap vanuit het college rondom de OZB gelezen hebbende, is bij ons de gedachte dat alle uitgaven in de begroting met 1,5% verlaagd moeten worden. Het heroverwegen van bepaalde investeringen en plannen moeten we hierin ook als mogelijkheid betrekken. Is het bijvoorbeeld noodzakelijk dat fietspaden nu worden geasfalteerd of van een rode fietsstrook worden voorzien? En is het wel verstandig om de wegen (b.v. Hazenstraat, buiten de bebouwde kom) te rehabiliteren als daar waarschijnlijk over enkele jaren bouwverkeer gaat rijden? Deze investeringen kunnen wellicht, als de veiligheid het toelaat, ook een of meerder jaren worden uitgesteld? En hoe en op welke manier kunnen we, nog beter dan nu, bepaalde investeringen combineren? Denk hierbij aan de samenvoeging van activiteiten bij realisatie van nieuwbouw. Is het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) en onderhoudsplan gebouwen actueel zodat dat van daaruit een goede planning gemaakt kan worden? Waarom zouden we voor de Muzenval een tribune aanschaffen als in bijvoorbeeld een nieuwe school dit gecombineerd gaat worden, een mooie koppelkans. Om geld te besparen kan ook gedacht worden aan alternatieven zoals het lease van materieel.

Denk hierbij breder dan de gebaande paden zouden wij zeggen. Investeringen die er aan bijdrage dat we droge voeten houden, zoals in (druk)riolering, hoofdgemalen, e.d., zien wij als noodzakelijke investeringen. En wordt bij de ontwikkeling van het gebied rondom de Run rekening gehouden met de geleerde lessen in het dal van de Levende Beerze? En bij inrichting van nieuwe wijken, hoe is dan de waterhuishouding? Voorzitter, De veelgenoemde schaalsprong blijft ook op ons afkomen met daaraan gekoppeld meteen de vraag hoe we onze sociale en overige voorzieningen op een voldoende peil kunnen houden. Uit onderzoeken blijkt dat onze gemeente over het algemeen vergrijst. De connectie blijven behouden met inwoners en gemeente, het tijdig signaleren van de wensen en behoefte en dat op een laagdrempelige manier. Dat is belangrijk. Een dorpsondersteuner kan hier een positieve bijdrage aan leveren. Dat blijkt uit de ervaringen in Steensel. Onze gemeente moet dit ook actiever uit gaan dragen binnen de andere dorpen en buurtschappen vinden wij. Enerzijds kost dit geld, maar hoe mooi en waardevol is het dat bijvoorbeeld mensen met een hulpvraag sneller in beeld zijn en verder geholpen kunnen worden? Daarmee kunnen gelden dan ook goed gealloceerd worden. Als Eersel Samen Anders vinden wij een ontmoetingsplek waar jong en oud elkaar kunnen vinden ook belangrijk.

Het recent vastgestelde accommodatiebeleid kan hierbij in ogenschouw worden genomen. Oog voor verduurzaming van gebouwen is hierin een onderdeel. Laten we ook voor de

sportaccommodaties, jeugdhuizen en scouting gebouwen zorgen voor een veilige omgeving. Als er bepaalde projecten, zoals bijvoorbeeld jeugdhuis De Spil, naar voren gehaald moeten worden in de planning is dat een overweging. Ambities bijstellen wordt soms als suggestie aangegeven. Maar moeten we daarop wachten voorzitter? Dat is een vraag waarop wij als fractie graag de visie van het college wenst te vernemen. Wij willen het college meegeven dat er een meer reële begroting moet worden opgesteld, waarbij grote verschillen tussen begroot en realisatie beperkt zullen zijn maar ook de inkomsten zeer realistisch worden meegenomen. En zoals de accountant in haar accountantsverslag ook heeft geadviseerd is het van belang om de gevolgen en risico’s van wat grotere projecten op de financiële posities te monitoren en de raad hierover te informeren. Wij denken zelf aan een soort projectenrapportage met daarin op een relatief hoog-over niveau periodiek opgenomen het aantal (onderhanden, gerealiseerde en afgeronde) projecten, met de stand van zaken, de voortgang, de financiële ontwikkeling in relatie tot voortgang en het vastgestelde krediet, eventuele vertragingen, maar ook eventuele afwijkingen en risico’s die de gemeente daarin loopt, etc. In verlengde van voorstaande zijn wij nog beter in staat om onze controlerende taak als raad vorm te geven.

Wij kunnen dan ook beter sturing en richting geven. Zeker omdat over een aantal jaren ook vreemd vermogen aangetrokken moet gaan worden om de plannen, zoals de bouw van nieuwe scholen te kunnen realiseren. Hierbij is het ook van belang dat wij als raad nog meer inzicht krijgen in het nut en noodzaak van bepaalde gevormde reserves. Voorzitter, Tenslotte kort samengevat verzoeken wij het college om de door de accountant in het accountantsverslag opgenomen adviezen op te volgen. En om tot een sluitende begroting te komen te bezien op welke programma’s uitgaven bespaart kunnen worden. Hoe u dit waar en waarom wel of niet in de komende begroting hebt toegepast willen wij van u concreet vernemen. Om daarna pas te bezien wat nog aan verhoging van de OZB-lasten eventueel bovenop een indexering nodig is. Ook is het verzoek aan het college te bezien wat de mogelijkheden zijn vanuit de brief van de VNG van 21 december 2023 m.b.t. de inzet van reserves vanaf 2024 en hierover de raad eveneens in openbaarheid te informeren (zie Toelichting inzet reserves vanaf 2024 | VNG). Daarmee sluiten wij dit betoog ook af. Wij zien, ondanks de financiële uitdagingen waar we met het maken van de begroting voor staan, de toekomst met vertrouwen tegemoet voorzitter. Wij zijn er van overtuigd dat ten aanzien van jaar 2024 financieel gezien de zon voor onze gemeente blijft schijnen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=38cf3397-3ca0-4866-aff3-b9e6c29695e0