CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[24.04940] - Regionale Mobiliteitsvisie MRE 2040 consultatieversie

Raadsvergadering 16 april 2024, gemeente EerselBij agendapunt: Regionale mobiliteitsvisie MRE 2040 Consultatieversie6.044 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

REGIONALE MOBILITEITSVISIE MRE 2040 CONSULTATIEVERSIE

METROPOOL REOIO EINDHOVEN

2

De mobiliteit van de Brainportregio heeft nu een impuls nodig

Autonome ontwikkeling: mobiliteit verandert

Zuidoost-Brabant is een krachtige motor van de Neder­

Ook zonder de stormachtige economische ontwik­

landse economie, met een enorme groeipotentie. Voor het Rijk en de provincie Noord-Brabant is dat reden om, samen met part jen in de regio, te werken aan het behouden en versterken van de economische

kelingen in de regio is de mobiliteit aan verandering toe. Technisch is er steeds meer mogel jk (denk aan

kracht van de Brainportregio. Er wordt de komende decennia verder geïnvesteerd in een hoogwaardig vestigingsklimaat, door ervoor te zorgen dat er

antwoord op de klimaatverandering wijzigen, met de daarmee samenhangende wetten. Maar ruimtel jk en financieel zijn grenzen in zicht. Dat maakt de aanleg van nieuwe infrastructuur lastig en ook het tegen hoge

voldoende aantrekkelijke woningen zijn, de regio voldoende bereikbaar is en er voldoende ruimte is voor groei van de economie. Om de groeipotentie te kunnen verzilveren en deze groei ook goed in te kunnen passen, is het belangrjk in te spelen op toekomstige ontwikkelingen en de grote opgaven die op de regio afkomen, o.a. op het gebied van klimaat, demografische ontwikkeling en leefbaarheid. De toename van woningen, inwoners en arbeids­ plaatsen heeft grote impact op de mobiliteitsvraag in de regio, de inpassing op de vorm van de mobiliteit. Dat vraagt om een gedeelde visie en een gezamenl jk pakket aan mobiliteitsmaatregelen.

de e-fiets en realtime reisadvies). Ambities, bijvoor­ beeld op het gebied van de kwaliteit van leven en als

kosten laten rijden van OV op trajecten en momenten met weinig reizigers. Inspelen op ontwikkelingen is in heel de regio nodig, niet alleen omdat deze de bereikbaarheid en leefbaarheid bedreigen, maar vooral omdat ze kansen bieden voor een toekomst­ vast, duurzaam mobiliteitssysteem.

Zuidoost-Brabant vormt één Brainport-ecosysteem De 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant vormen één Brainport-ecosysteem. De verschillende delen van de regio dragen samen, met hun eigen kwaliteiten, b j aan de kracht van het ecosysteem: profileren met lokale kwaliteiten én krachten bundelen, versterkt het totale ecosysteem. Daarom worden een mobiliteitsvisie en een mobiliteitspakket opgesteld voor heel Zuidoost-Brabant.

3

Daadkrachtig begin vraagt daadkrachtig vervolg

Dit document: Visie en Leidende mobiliteitsprincipes

Het huidige mobiliteitssysteem is onvoldoende in

De visie gaat over 'het waarom?'. Het is het gewenste

staat om de groei in inwoners, arbeidsplaatsen en activiteiten binnen Zuidoost-Brabant goed te faciliteren. Het mobiliteitssysteem is al aan het veranderen naar een systeem dat er meer op gericht is om ruimte-

eindbeeld, de richting waar we naar toe willen, zonder veel rekening te houden met beschikbare middelen

efficiënte, schone en actieve vormen van mobiliteit te stimuleren. Deze mobiliteitstransitie gaat ook helpen om de groei te faciliteren.

De leidende mobiliteitsprincipes beschrijven 'het hoe?'. Als we het einddoel weten, hoe komen we daar? Het gaat daarbij om doorvertaling van de

In het BO-MIRT 2022 zijn al financiële afspraken gemaakt voor een eerste pakket van maatregelen dat

visie in meer concrete principes en de te hanteren strategie: Als we verder gaan ontwikkelen en maat­ regelen gaan treffen, waar houden we ons dan aan vast?

de mobiliteitstransitie gaat versnellen. Ook is afge­ sproken dat de regio een meerjarig multimodaal, in de mobiliteitstransitie passend, mobiliteitspakket voor de lange termijn 2040 opstelt voor de Brainportregio. Het mobiliteitspakket moet voortkomen uit een gezamenlijke regionale mobiliteitsvisie van de 21 gemeenten van de Metropoolregio Eindhoven.

of uiteindel jke fasering.

Visie en principes met ander beleid basis voor adaptief maatregelenpakket De visie bouwt voort op de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant, het MIRT-onderzoek Verstedel jking en Bereikbaarheid Brainport en uitwerkingen daarvan en de eerder in het BO-MIRT gemaakte afspraken. De vaststelling van de Ontwikkelstrategie ZuidoostBrabant vindt plaats in 2024. Daarvóór wordt deze, in de verschillende subregio's, tot subregionale ontwik­ kelstrategie ontwikkeld. De visie en de subregionale uitwerkingen van de ontwikkelstrategie vormen het startpunt voor een regionaal multimodaal mobiliteits­ pakket. Al vastgestelde studies en strategieën uit eerdere trajecten van en binnen de MRE (zoals Bereikbaarheidsakkoord en -agenda, de Brainport

regiodeal 2022) leveren belangrijke bouwstenen voor de totstandkoming van het mobiliteitspakket en zijn gebruikt bij het opstellen van de voorliggende visie. De doorvertaling naar de maatregelen voor de mobiliteitsopgaven, het 'wat', vindt later plaats, met de samenstelling van het meerjarig multimodaal mobiliteitspakket, vanuit het strategisch kader en binnen de randvoorwaarden zoals haalbaarheid en effectiviteit. Dit pakket moet eind 2024 gereed zijn. Dit document biedt alleen een doorkijkje.

Het toch al omvangrijke afspraken' pakket van het BO-MIRT 2022 is pas een eerste stap. Er is meer nodig, in heel Zuidoost-Brabant, voor de doorontwikkeling van de Brainportregio

5

DEEL 1 "1 111 " MOBILITEITSVISIE

Opschaling bestaande systeem kan mobiliteitsgroei niet opvangen

De verplaatsingen in de regio zijn deels al duurzaam, maar dat aandeel dient fors te vergroten om de MRE regio leefbaar te houden in 2040. Alternatieven voor

De Brainport regio groeit hard en zal dat naar ver­

de auto, zoals OV en andere vormen van gedeelde mobiliteiten fiets, zijn nog wel opschaalbaar.

wachting dat de komende jaren blijven doen door de gewenste verstedel jkingsopgave. De sterke econo­ mische kracht zorgt voor tienduizenden nieuwe banen. De Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant gaat uit van 100.000 extra woningen tot 2040. De komst van nieuwe inwoners en arbeidsplaatsen leidt tot fors meer verplaatsingen binnen, naar en vanuit de regio. In de nationale Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA 2021) is te zien hoe de mobiliteitsgroei zich met name op de weg vertaalt in forse congestie en afnemende bereikbaarheid. Deze groei in mobiliteit kan niet alleen worden opgevangen door de bestaande auto­ mobiliteit op te schalen. Zowel ruimtelijk als met betrekking tot klimaat en leefbaarheid zijn de grenzen bereikt voor het huidige autonetwerk.

Op andere thema's dan bereikbaarheid (zoals demografie, sociaal domein, energietransitie, duur­ zaamheid) liggen er grote opgaven waarbij keuzes impact hebben op de mobiliteit van de regio. Om Zuidoost Brabant in de toekomst bereikbaar én leefbaar te houden, zal er dus ingezet moeten worden op duurzame mobiliteitsoplossingen die passen, werken en gezamenlijk door de 21 gemeenten van de regio met partners worden uitgevoerd.

Brede Welvaart én groei Naast de ambitie om het succes van de Brainportregio te behouden en te versterken, is er ook de noodzaak om dit te laten bijdragen aan de Brede Welvaart voor alle groepen bewoners en bedrijven in de regio: een schone, gezonde en veilige omgeving voor iedereen in Zuidoost-Brabant. Dat vergt strategische keuzes op het gebied van wonen, werken en bereikbaarheid. Het PlanBureau voor de Leefomgeving heeft uit­ werking gegeven aan Brede Welvaart in relatie tot mobiliteit in vier dimensies. Mobiliteit raakt veel aspecten van Brede Welvaart, zowel positief als negatief. Het centraal zetten van Brede Welvaart in het mobiliteitsdomein betekent: »

7

n

n

de nadruk leggen op bereikbaarheid voor iedereen, van werkplek, klantenkring, zakelijke contacten, dagelijkse voorzieningen tot sociaal netwerk. Dit in plaats van focus op verkeerskundige doelen als filebeperking, reistijdwinst en verandering van vervoerswijze; het beperken van de negatieve voetafdruk van mobiliteit op de leefomgeving, veiligheid en gezondheid. Daaronder vallen aspecten als klimaatneutraliteit, beperken van schadelijke emissies, voorkomen van barrièrewerking, verkeersveiligheid en sociale veiligheid.

Leefomgeving Banen

Milieuvervuilir

Bereikbaarheid Sociale contacten

Verkeers­ veiligheid Lichaams­ beweging

Gezondheid

Veiligheid

Vier dimensies van Brede Welvaart in relatie tot mobiliteit (bron: PBL, 2021)

8

U Koppeling ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant Op de Omgevingsdag van 13 juli 2023 hebben bestuurders van de 21 gemeenten uit ZuidoostBrabant en waterschappen Aa en Maas en de Dommel ingestemd met het afsprakenkader van de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. De ont­ wikkelstrategie is een ruimtelijke strategie met richtinggevende keuzes op gebied van wonen, werken én mobiliteit in onze regio, en hangt nauw samen met andere regionale en provinciale beleidsdocumenten.

Ínhoud strategie De regionale ontwikkelstrategie bevat richtinggevende keuzes ten aanzien van vijf ontwikkelprincipes. Dit zijn de volgende principes die in het adviesrapport nader zijn uitgewerkt:

Aanleiding ontwikkelstrategie

1. Bodem, water, natuur, en landschap als leidend principe; 2. Woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen; 3. Subregionale knopen vergroten de netwerkkracht van de regio; 4. Een internationale toppositie voor de Brainportregio vraagt om een kwalitatieve agenda voor werklocaties; 5. (H)OV en fiets als mobiliteitsdragers voor de regio, autoinfrastructuur is aanvullend.

De snelle groei van onze regio vraagt ons om nu strategische keuzes te maken op het gebied van (onder andere) wonen, werken en mobiliteit voor de periode 2030-2040. Deze keuzes moeten er mede voor gaan zorgen dat de hele regio profiteert van de kansen die de groei met zich mee brengt. Met het MIRT-onderzoek Brainport 2020 en het Verstedelijkingsakkoord SGE uit 2022 is er al een strategie voor het Stedelijk Gebied Eindhoven. Met de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant is deze nu aangevuld tot een strategie voor de gehele regio.

Deze principes zijn in de strategie verder uitgewerkt, en leiden tot richtinggevende keuzes. Voor ontwikkelprincipe 3 gaat het daarbij bijvoorbeeld om het benutten van de bestaande en nieuw aan te leggen (én mogelijk toekomstige) OV-structuur als sturend principe voor het concentreren van verstedelijking. Voor principe 5 is dat bijvoorbeeld het inzetten op de versterking van de bestaande en al in de huidige plannen opgenomen (H)OV-assen als dragers van een duurzaam mobiliteitssysteem. De schaalsprong nood­ zaakt daarnaast ook om nieuwe (H)OV assen te onderzoeken. De (H)OV assen moeten vanuit de hele regio toegankelijk zijn.

Zuidoost-Brabant

Voorliggende regionale mobiliteitsvisie geldt als uitwerking van de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. De regionale mobiliteitsvisie wordt uitgewerkt op de principes en keuzes die in de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant geformuleerd zijn.

a*-'** vér

Urgentie en opgaven Mobiliteit belangrijk voor Brede Welvaart

De verschillen zijn in de regio ook zichtbaar in de bestaande mobiliteit en de mogelijkheden om te reizen. Daar zijn we ons van bewust. Maar we hebben wel één Daily Urban System. Uitdaging is om, ondanks het verschil in mogelijk­

De urgentie vanuit Brede Welvaart is vooral:

heden, in samenhang oplossingen te bieden die de

n

Voorkomen dat groei gaat ten koste van én de

bewoners, bezoekers en andere gebruikers van elk deel van de regio de mogelijkheid te bieden om te reizen in de gehele regio en naar en van buiten de regio.

n

gezondheid en veiligheid; Zorgen dat mobiliteit voor en van iedereen is: de lusten en lasten verdelen over alle kernen en wijken; Werken aan de opgaven op het gebied van

In héél de regio werken aan het mobiliteitssysteem

bereikbaarheid achteruit gaat én leefomgeving,

n

klimaat, leefbaarheid, gezondheid en veiligheid, ook met mobiliteitsoplossingen.

Afgelopen jaren zijn er samen met het Rijk belangrijke stappen gezet voor de Brainport regio, resulterend in de Brainport regiodeal van zo'n C 1,6 miljard. De

Daily Urban System heeft één mobiliteitssysteem

nadruk heeft daarbij gelegen op de verstedel ijkingsopgave en stormachtige economische groei en het in gang zetten van de hiervoor noodzakelijke duur­

De regio kent een grote verscheidenheid in steden, dorpen en landschappen. Deze verscheidenheid in combinatie met sterke verknoping vormt een belang­

zame mobiliteitstransitie in de meest stedelijke delen van de regio. Dit is een eerste stap geweest in het verbeteren van het mobiliteitssysteem in heel de regio. Het maatregelenpakket moet de hele regio verder

rijke identiteit van de Brainportregio. De verschillende delen van de regio dragen, ieder met hun eigen kwaliteiten, bij aan de kracht van Zuidoost-Brabant. Het bundelen van lokale kwaliteiten vormt de sleutel om de Brainportregio bereikbaar en leefbaar te

brengen, rekening houdend met aard en omvang van de opgaven. Dat betekent ook dat er nu urgentie is om in opgaven en maatregelen te verbreden en voor de hele MRE voort te bouwen op de Brainport

houden.

regiodeal en overige afspraken (zoals het verstedelijkingsakkoord en het bereikbaarheidsakkoord/ agenda.

10

Centrale ambitie en doelstelling De Metropoolregio Eindhoven stelt Brede Welvaart centraal als perspectief om de stormachtige econo­ mische en ruimtelijke opgaven op een goede manier mogelijk te maken en ten dienste te stellen van de gehele regio. Daarom werken we in de regio samen aan de realisatie van een mobiliteitssysteem:

n n

dat h eel de regio onderling én met de omgeving verbindt; dat zorgt voor mobiliteit voor iedereen én bijdraagt aan een betere leefomgeving, gezondheid, veiligheid en klimaatdoelstellingen;

n

dat de economische ontwikkeling van de

n

Brainportregio mogelijk maakt; dat de woningbouw- en verstedelijkings-

n

n

ambities mogel ijk maakt; dat ondanks het verschil in mogel ijkheden voor mobiliteitsoplossingen in de regio toch als één systeem functioneert, en; waar we een gezamenlijke verantwoordel ijkheid voor voelen.

Doelstelling Bereikbaarheid voor iedereen

Doelstellingen op overige aspecten van Brede Welvaart

Multimodale topbereikbaarheid voor de Brainport: a Internationaal en nationaal richting economische-en kennisclusters en stedelijk netwerk. a Groot arbeidsmarktbereik.

Mobiliteit is duurzaam (klimaatneutraal).

MRE functioneert als één Daily Urban System voor werken, bovenlokale voorzieningen en middelbaar & hoger onderwijs.

Alle inwoners van de MRE vanuit alle kernen en wijken hebben toegang tot dagelijkse en niet-dagelijkse voor­ zieningen en kunnen zich economisch, maatschappelijk en sociaal ontplooien.

De 100.000 nieuwe woningen en nieuwe arbeidsplaatsen in de MRE zijn goed bereikbaar.

Mobiliteit is verkeersveilig en sociaal veilig.

Mobiliteit draagt bij aan de ambities van Brede Welvaart en leidt er niet toe dat de leefbaarheid van kernen en wijken tekort schiet door vervuiling, geluidsoverlast, barrièrewerking of onveiligheid.

Het belang van gezamenlijk organiseren van mobiliteit in de regio Kern van iedere succesvolle samenwerking is een duidelijk besef van het gezamenlijke belang:

Eén Daily Urban System De MRE kenmerkt zich door het feit dat het één Daily Urban System vormt waarin bewoners, bedrijven en instellingen voor wonen, werken, studie, voor­ zieningen, zakelijke en sociale contacten intensieve relaties onderhouden in het hele gebied. Tegel ijkertijd zijn er grote verschillen in de regio en verschillen de

Brainport succes van de regio bereikbaarheid collectieve opgave Het economisch succes van de Brainport regio is het succes van de hele regio en helpt de hele regio voor­ uit. Het maakt Zuidoost-Brabant tot een dynamische en groeiende regio. Het stelt bewoners en bedrijven in staat zich te ontplooien en succesvol te zijn. En het verschaft de dynamiek en middelen om maatschap­ pelijke opgaven succesvol aan te kunnen pakken. Het belang van de Brainport regio is daarom een belang van hele regio. Topbereikbaarheid die nodig is om succesvol te blijven is daarom ook een collectieve opgave.

Brede Welvaart

(lokale) mobiliteitsmogelijkheden (onder meer door verschillende schaalniveaus: wel/geen directe beschik­ baarheid van aansluiting op autosnelwegen, OVverbindingen, deelmobiliteit, etc.). Dat vraagt aandacht voor gebiedseigen eigenschappen en keuzevrijheid in mobiliteitsgedrag. Het vraagt ook een mobiliteitssysteem dat álle bewoners, bezoekers en andere gebruikers in staat stelt relaties in de héle regio (want één Daily Urban System) te onderhouden en ook met verbindingen met de omliggende regio's. Het gezamenlijk belang is dus om te werken aan een mobiliteitssysteem dat op plekken passend is en iedereen op alle plekken brengt, waarbij het belang van de logistiek ook wordt meegenomen.

De komende jaren staan we voor de opgave om de verwachte sterke groei van bedrijven en inwoners in de regio op een goede manier te laten plaatsvinden. Hierbij willen we dat alle mensen het fijn vinden om in onze regio te zijn en te verbl ijven, dat iedereen mee kan doen en zich kan ontplooien en dat mensen kunnen bijdragen aan de (economische) successen die we in de MRE boeken. Het perspectief van 'Brede Welvaart' is hiervoor ons kompas. Naast materiële welvaart gaat het ook om andere aspecten die van belang zijn voor de levenskwaliteit van mensen in onze regio. Brede Welvaart is als leidend perspectief benoemd in het MRE Samenwerkingsakkoord 2023-2026.

13

Brede Welvaart is alleen mogelijk als de hele regio inclusief provincie, Rijk, bedrijfsleven en inwoners daaraan bijdragen. Zonder gezamenlijkheid gaat de bereikbaarheid van de één ten koste van de leef­ omgeving of veiligheid van de ander.

Werken aan nieuw en slim mobiliteitssysteem voor de hele regio Veel inwoners van de MRE doorkruisen de hele regio. Slimme mobiliteitsoplossingen werken dus alleen als ze regiobreed worden geïmplementeerd. Dat betekent niet overal hetzelfde maar juist maatwerk in

Gebiedsgericht MRE mobiliteitssysteem Iedere vervoerswijze heeft een eigen dynamiek. Fietsen werkt het beste bij een grote nabijheid en een directe maar ook comfortabele en veilige verbinding. E-bikes, speedpedelecs vergroten de actieradius van de fietser. Het openbaar vervoer vraagt bundeling van stromen om de hoogste kwaliteit te bieden, maar vraagt ook om bediening op maat (flexibel OV) en andere mobiliteitsdiensten waar of wanneer OV niet mogelijk is. De auto is sterk voor kriskras verplaats­ ingen, terwijl er juist congestie optreedt als de stromen te groot worden, en voor gebieden die niet

slimme combinaties. Bijvoorbeeld sturend parkeer­ beleid en frequent HOV in de regio ondersteund met een regionaal hubstructuur. Gezamenlijk werken aan nieuwe mobiliteit zet de gebruiker en de reis centraal,

makkelijk met OV (en fiets) bereikbaar zijn. En de auto biedt mogelijkheden om voertuigen of ritten te

waarna vanzelf de goede maatregel op de goede locatie volgt. Niet het grondgebied of gemeentegrens, maar het belang van de inwoner en het gezamenl ijke mobiliteitssysteem staat hierbij voorop.

andere aanpak dan een kleinere kern. In een drukke en groeiende regio zoals Zuidoost Brabant is het

delen. Elke gebiedstypologie heeft daarbij zijn eigen uitdagingen: (hoog)stedelijk gebied vraagt een

essentieel het 'spel' van het juiste vervoersmiddel op de juiste plaats goed te spelen. Het gezamenl ijk benutten van het mobiliteitssysteem is ook nodig om de woningbouwopgave te realiseren, een ander gezamenl ijk belang van de regio. Juist door ruimte te maken waar het kan, ontstaat er plek voor nieuwe inwoners en arbeidskrachten op de bestaande netwerken.

14

Reizen in kilometer, per persoon, per dag (2016) (Bron: Stedelijkheid Studio Bereikbaar + OVIN 2015-2017)

Een hoogstedelijke inwoner genereerde (in 2016) 2,3 x

LOPEN

zoveel treinkilometers als een suburbane inwoner.

FIETS BUS, TRAM, METRO TREIN

Hoogstedelijk

AUTO

Stedelijk Suburbaan Laag suburbaan

c 25 km

c 25-50km

c 50 km

Dorps Ruraal

Een rurale inwoner genereerde (in 2016) 2,0 x zoveel autokilometers als hoogstedelijke inwoner.

We realiseren samen één regionaal mobiliteitssysteem voor de mensen en het functioneren van de regio, waarbij we inzetten wat, waar, op dat moment, het beste werkt.

Oi 1

'

m

A

Na het 'waarom' uit de voorgaande pagina's, nu het 'hoe'. Dit deel start met het strategisch kader, waarmee we invulling geven aan de doelstellingen en de visie. Het strategisch kader is vervolgens uitgewerkt in acht leidende mobiliteitsprincipes, waarmee we sturing geven aan de toekomstige ontwikkeling van de mobiliteitsopgave van de Metropoolregio Eindhoven.

Strategie Actieve mobiliteit als basis Lopen en fietsen zijn de 'actieve modes' en dragen bij aan alle aspecten van Brede Welvaart. Niet alleen bereikbaarheid voor iedereen maar ook gezondheid, leefbaarheid en (sociale)veiligheid. Lopen en fietsen passen goed bij de regio; veel dagelijkse verplaats­ ingen worden gemaakt in de eigen wijk of kern, tot wel 60X van het totaal. Voor de fijnmazige oplossingen van deur tot deur is de fiets het meest logische ver­ voermiddel. Daarbuiten biedt de fiets, zeker de e-bike, met regionale verbindingen en snelfietsroutes uit­ stekende kansen voor veel regionale ritten. Er zal dus geïnvesteerd worden in de uitbouw en de verbetering van een regiodekkend netwerk van veilige en vlotte fietsroutes tot in elke kern, maar ook in makkelijke en veilige fietsparkeerplaatsen bij de herkomst en bestemmingskant.

Gedeelde mobiliteit voor de hele regio Als ambitieuze en meest innovatieve regio kiezen we ook wat betreft mobiliteit voor duurzaam en slim. We zetten in op een brede mobiliteitstransitie, waarbij in de hele regio hoogwaardige collectieve mobiliteit beschikbaar is. We bieden iedereen kwaliteit en leveren slim maatwerk. Vanuit de IC-knopen Eindhoven en Helmond maakt de Brainport regioregio de verbinding met de rest van Nederland en Europa. Sprinters en HOV-lijnen verbinden snel en hoogfrequent deze ICknopen met de economische toplocaties, regionale hubs en andere regionale knopen. De HOV-assen vormen een 'metronet' voor de regio. Wijken en kernen zijn aangetakt op deze HOV-assen, via eigen HOVhaltes of via collectief maatwerk. Nieuwe mobiliteitsdiensten zorgen voor gedeelde mobiliteit in de haarvaten van het mobiliteitssysteem in de vorm van bijvoorbeeld voertuigdelen en meerijddiensten en deeltaxi concepten.

Auto blijft onderdeel van een multimodaal mobiliteitsaanbod De auto is en blijft een belangrijk vervoersmiddel, zeker op (middel)lange afstand buiten het stedel ijk gebied. De auto zal vaker de vorm hebben van een deelauto of worden ingezet voor een deel van de reis. Door regionale mobiliteitshubs wordt het makkel ijker om de auto te combineren met de fiets, het OV of besloten collectief vervoer, zodat voor elke verplaatsing het meest geschikte vervoersmiddel gebruikt kan worden. Deze multimodale aanpak voor de auto biedt de kans om in de centra van kernen en in (nieuwe)

17

stedei^jke woon- en werkgebieden de autobereikbaarheid te beperken om ruimte te maken voor andere functies (verblijven, groen) en de transitie naar duur­ zame mobiliteit te ondersteunen. De multimodaliteit zorgt ervoor dat deze plekken voor iedereen bereik­ baar blijven, ook vanuit vertreklocaties waar de auto

lw

rnr rit rem mm mm it ŗ[[ ff5 fr m m m m m m

de meest logische keuze is en blijft. We gaan op zoek naar mogelijkheden om de auto efficiënt (autodelen, meerijdiensten) en effectief (optimale benutting wegennet) te gebruiken. Daarbij hoort ook strategie voor het gebruik van het wegennet (zoals robuuste randen, bundelroutes, inprikkers) als bijdrage in de bereikbaarheid van de regio. Automaatregelen dienen bij te dragen aan Brede Welvaart, leefbaarheid en bereikbaarheid. De blijvende positie van de auto betekent ook dat verduurzaming van het autogebruik door transitie naar zero-emissie essentieel is om de stap naar duurzame mobiliteit te zetten.

18

Slimme en innovatieve mobiliteit als verbindend element

Kiezen voor gebiedsgerichte aanpak met maatwerk

Handelsmerk van de Brainportregio zijn hoogtechno­

Maatwerk is een belangrijk deel van de strategie

logische oplossingen, van idee tot realisatie. Slimme mobiliteit past bij uitstek bij de Brainport regio. Op de

vanwege de verschillen in de regio die we koesteren als kwaliteiten. Motto daarbij is 'bereikbaarheid voor iedereen, maar niet op dezelfde manier'. Het Brabant-

Automotive Campus in Helmond en in het programma SmartwayZ.NL is hierin ook al een jarenlange praktijk opgebouwd. Ook in deze strategie neemt slimme mobiliteit een belangrijke rol in. Daarbij kijken we met name naar:

n

n

n

brede ontwikkelprincipe voor de mobiliteitstransitie wijst daarbij de weg; 15-minutenstad (nabijheid van voorzieningen) als uitgangspunt, maatwerk in de vervoersmiddelmix.

Mobiliteitsdiensten die ervoor zorgen dat multimodaal reizen, deelmobiliteit en overstappen op hubs probleemloos, aangenaam en goed geïnformeerd verlopen. Vervoersmiddelen op maat, van een innovatieve Brainportlijn tot slimme en schone logistiek en nieuwe (zelfrijdende) vervoersmiddelen en oplossingen voor de eerste en laatste kilometers. Een uitgekiende gedragsaanpak die werk­ gevers, instellingen en inwoners helpt om geïnformeerd en ondersteund te kiezen voor duurzame mobiliteit en bereikbaarheid.

Slim verkeersmanagement, C-ITS, data en digitali­ sering passen bij uitstek bij de Brainport regio. Hierin is al jarenlange praktijk opgebouwd via verschillende programma's.

irtKvSSm

8 leidende mobiliteitsprincipes De leidende mobiliteitsprincipes beschrijven 'Het hoe?' van de visie. Ofwel: Hoe concre­ tisering we de visie? Het gaat daarbij om doorvertaling van de visie in meer concrete principes: Als we verder gaan ontwikkelen en maatregelen gaan treffen, waar houden we ons dan aan vast? De MRE streeft naar Brede Welvaart (principe 1) en een sterke economie en het invulling geven aan de verstedelijkingsopgave (principe 2). Dat kunnen we mede bereiken

We zijn ons bewust van (potentiële)

effecten van mobiliteit op kwaliteit van leven en zetten mobiliteit daar­ voor in. We faciliteren de verstede­ lijkingsopgave voor Zuidoost-Brabant vanuit het kader van Brede Welvaart: Brede Welvaart niet als randvoor­ waarde maar als doel. Met mobiliteit verbeteren we zaken als gezondheid, veiligheid, energie en kwaliteit van de leefomgeving. Verkeersveiligheid is daar expliciet onderdeel van: alleen '0 verkeersslachtoffers' is acceptabel en we stimuleren verkeersveilig gedrag.

door een goed functionerend integraal mobiliteitssysteem (principe 3). Het mobiliteitssysteem moet daarbij écht anders: we werken aan een transitie. Deze transitie is maatwerk voor stad en dorp. Zowel in stede­ lijke gebieden (principe 4) als buiten de stedelijke gebieden (principe 5) zetten we in op deze transitie. Deze transitie pakken we samen op, als één overheid (principe 6). In alle gevallen geldt daarbij dat we werken vanuit het STOMP principe (principe 7). Omdat de systemen in stedel ijk gebied en daarbuiten er anders uitzien, is er extra aan­ dacht nodig voor de verbinding tussen stad en land, en daarbij spelen de hubs (8) een belangrijke rol. Bij ontwikkeling en inves­ teringen houden we ons vast aan de deze acht principes.

20

We bouwen aan een integraal mobi­ liteitssysteem op regionale schaal. Daarmee kan onze regio als één geheel functioneren, waarbij we de groei(potentie) van de regio facili­ teren. Voertuigen, infrastructuur en diensten vormen één geheel, in samenhang met omgevingskwali­ teiten. De reizigers en vervoerders/ verladers vormen de spil in dit slimme mobiliteitssysteem. Het moet voor hen een vanzelfsprekende structuur zijn voor het plannen en maken van reizen passend bij hun wensen en voorkeuren. We kijken hierbij ook expliciet naar de logistiek en het vrachtverkeer binnen onze regio (incl. bouwlogistiek), inclusief slimme oplossingen zoals Smart Mobility, dynamisch verkeersmanagement, (i)VRI's, en mobility as a service.

ambities en woningbouwopgave die wij hebben voor de regio. We benut­ ten daarbij het groeipotentieel, waar­ bij een schaalsprong nodig is voor wonen, voorzieningen en mobiliteit. Hiermee geven we invulling aan de verstedelijkingsopgave. Dat doen we vanuit één ecosysteem, waarbij we elkaars kracht versterken.

In het stedelijk gebied zetten we in op een mobiliteitstransitie waarbij verblijfskwaliteit, lopen, fietsen, OV (lange afstand) en deelmobiliteit voorop staan. Een flankerende aan­ pak met sturende parkeeraanpak, gedragsaanpak en herinrichting van de openbare ruimte horen daarbij. Dat vraagt ook een mental shift (een nieuwe kijk op reizen en op het mobiliteitssysteem) en een modal shift (van auto naar ruimte efficiëntere en duurzamere alternatieven deel­ mobiliteit, OV, fiets en lopen).

Ook buiten het stedelijk gebied zetten we in op deze transitie. Buiten het stede­ lijk gebied is het voorzieningenaanbod

We werken samen als één overheid

verschillend per kern en of dit wel of niet lopend of fietsend bereikbaar is. Maar meestal is voor een (steeds groter deel) van de dagelijkse en niet dagelijkse activiteiten een externe ver­ plaatsing in de stedelijke regio nodig. De auto vervult daarin een zeer belang­ rijke rol. Wel kijken we hoe we de auto

Voor ons is dat een mobiliteitssysteem dat bijdraagt aan een concurrerende en duurzame economie en mensen in staat stelt mee te doen aan de samen­ leving. We werken aan een mobiliteits­ systeem dat tegelijkertijd een bijdrage levert aan een veilige, gezonde en duur­ zame leefomgeving. We gaan daarbij actief op zoek naar de nieuwe kansen die de mobiliteitstransitie biedt. In gezamenlijkheid werken we aan onze gezamenlijke doelstellingen voor onze regio, met daarin verschillende verant­ woordelijkheden. Alleen samen kunnen we de meeste meerwaarde bieden.

slimmer in kunnen zetten en nadelige invloed op de leefomgeving te kunnen beperken. Waar de auto nodig is, zet­ ten we in op goed functionerende robuuste randen, bundelroutes en inprikkers. Daarnaast is een belangrijke opgave om met (snel)fietsroutes en gedeelde mobiliteit/OV bereikbaarheid zonder auto te bieden. Investeringen zijn geen taboe, maar moeten passen bij de rol van de auto in de toekomst, waarbij slimmer inzetten van de auto noodzakelijk is. Ook is het zaak voor grote werkgebieden verder te kijken dan autobereikbaarheid. Door de mobiliteitstransitie in combinatie met flankerend beleid blijft er ruimte op het autowegennet. Die capaciteit op het autonetwerk reserveren we voor verplaatsingen van personen en vracht waarvoor geen goed alternatief is.

(Rijk-Provincie-Regio-Gemeenten) aan een transitie van ons mobiliteitssysteem

Een belangrijke schakel in het regionale systeem tussen de verschillende modali­ teiten zijn multimodale overstappunten

(hubs). Dit betreft een regionaal netwerk van goed bereikbare hubs in afgestemd op structuren om autoknelpunten te vermijden. Hubs kunnen groot of klein zijn afhankelijk van de functie in het regionale Daily Urban System.' Aan­ vullend wordt er toegewerkt naar een hub strategie MRE op meerdere schaal­ niveaus en de realisatie hiervan.

Voor verdere invulling van de mobili­ teitstransitie hanteren we het STOMP principe. Met STOMP wordt in het ontwerpproces prioriteit gegeven aan duurzame mobiliteitsvormen en minder prioriteit aan minder duurzame vormen. We gaan eerst uit van de voet­ ganger (Stappen), vervolgens de fietser (Trappen), OV en MaaS. Als laatste wordt de privéauto meegenomen in de inrichting.

A 1*. 1 - JÌ 21

^m

Een actueel overzicht van mogelijke maatregelen is een handige basis voor een samen hangend pakket. Gemaakte afspraken, leidende principes en (on)mogelijkheden spelen daarna een rol bij prioritering.

.

—

Vervolgstap: ontwikkeling meerjarig multimodaal mobiliteitspakket Overzicht van mogelijke projecten en maatregelen is essentieel Het meerjarig multimodaal mobiliteitspakket (MMMP) voor de MRE wordt een adaptief pakket. Er is al een groot aantal potentiële projecten en maatregelen en

of onderzoeksfase zijn. De MRE bl ijft volop in beweging en daarmee is het nodig regelmatig te actualiseren en te herprioriteren. Met dit meerjarig multimodaal mobiliteitpakket wordt geanticipeerd op die verschillen in startpositie van projecten en onzekerheden. Die onzekerheden betreffen:

n

Onzekerheid in de ontwikkeling van de opgaven zoals ontwikkeling van de mobiliteit of verande­ ringen in woningbouwprogrammering;

n

Onzekerheid in de uitwerking van maatregelen en daarmee in kosten, haalbaarheid (o.a. stik­ stof) en effect. Bijvoorbeeld, het effect van de

interventies in de regio geïnventariseerd. Er zijn veel plannen, rijp en groen. Het hebben van zo'n overzicht is uiterst waardevol. We blijven zorgen dat we een actueel overzicht hebben van deze plannen, uitgezet in de tijd. Hiermee krijgen we in beeld wat meer korte termijn speelt en wat op de langere termijn. Financieel is niet alles mogel ijk, of niet direct mogel ijk, dat is ook afhankel ijk van de bereidheid van gemeenten, Rijk, provincie en andere partners om bij te dragen. Maar werken vanuit bestaande afspraken is de basis om het meerjarig multimodaal mobiliteit pakket op te bouwen.

MRE mobiliteitspakket 2040 Het meerjarig multimodaal mobiliteit pakket van de MRE is een pakket aan bereikbaarheidsmaatregelen. Het pakket bestaat uit verschillende typen maat­

mobiliteitstransitie en restopgave voor het auto­ verkeer die daaruit volgt; n

Onzekerheid in beschikbare financiële middelen, inclusief allianties om middelen vrij te maken en doelstellingen verbonden aan de middelen.

Dit meerjarig multimodaal mobiliteitspakket vormt het startpunt van een iteratief proces waarin maat­ regelen worden geconcretiseerd, besluiten worden genomen en (her)prioritering plaatsvindt. Dit MMMP wordt in 2024 samen met de provincie Noord-Brabant uitgewerkt voor afspraken in het BO MIRT 2024. Het MMMP wordt opgebouwd vanuit de bestaande afspraken met doorkijk naar wensen voor de lange termijn in de MRE.

regelen, waarin sommige maatregelen al concreet en hard zijn, inclusief financiering en afspraken tussen regio, provincie en rijk, en andere nog in een initiatief

23

Multimodaal mobiliteitspakket: Opbouw en spelregels De maatregelen in het pakket bevinden zich in ver­ schillende stadia van onderzoek/verkenning, besluit­ vorming en financiering. Om tot realisatie te komen, is het zaak deze verschillen te erkennen en stapsgewijs uit te werken en besluiten te nemen. De organisatie voor programmatisch werken die in MRE-verband wordt opgetuigd is daar het ideale vehikel voor. We maken onderscheid in drie typen projecten dan wel onderzoeksopgaven:

1. Beleidsverkenning: stap van doel naar een concreet project of interventie Dit zijn onderzoeksopgaven waarbij concrete ingrepen/ projectinhoud nog bepaald moeten worden. Opgaven zijn gemarkeerd als beleidsverkenning in één van de volgende gevallen:

n

De omvang van de opgave is nog niet duidel ijk, bijvoorbeeld de restopgave voor het weg­ verkeer. Pas daarna is projectdefinitie mogelijk. De 'actualisatie netwerkstrategie HWN/OWN' waarin de opgave voor het autoverkeer wordt onderzocht is hier een belangrijk voorbeeld van.

n

Er moet nog een afweging plaatsvinden tussen verschillende typen oplossingen, bijvoorbeeld tussen herinrichting van een bestaande route of

n

realisatie van een nieuwe weg. Een opgave die in meerdere kernen speelt moet nog worden geconcretiseerd tot per kern duidel ijk is aan welke ingrepen behoefte is.

Er is ook sprake van een beleidsverkenning als part jen op één van bovenstaande aspecten nog niet op één lijn zitten. Bijvoorbeeld als gemeenten al wel een voorkeur hebben voor een maatregel maar provincie of R jk als wegbeheerder of financier nog niet.

2. Projectverkenning: stap naar concreet gezamenlijk project met zicht op financiering (soort startbeslissing) Dit zijn uitwerkingsopgaven waarbij doel, locatie en type ingreep bepaald zijn, maar er nog geen start­ beslissing genomen is waarin (zicht op) financiering geregeld is en een formele verkenning c.q. planuitwerking opgestart wordt. Projectverkenningen zijn erop gericht nut en noodzaak vast te stellen, globale kosten te bepalen en de stap te zetten naar besluit­ vorming over financiering.

3. Projecten: nut en noodzaak plus scope helder, zicht op financiering Dit zijn projecten in de fase tussen startbeslissing en realisatie. De uitwerking is gericht op staps­ gewijze uitwerking conform MIRT of andere relevante systematiek en daarmee verfijnen van de scope.

24

Spelregels en afweging Na vaststelling van het adaptief pakket begint een doorlopend proces van prioriteren, programmeren, realiseren en monitoren. Parallel aan het opstellen van deze visie wordt hiervoor door de MRE een programmaorganisatie opgezet. Een groot deel van de inhoudelijke afweging welk project wordt uitgevoerd en met welke prioriteit en financiële afspraken, zal dus nog later plaatsvinden.

V

Hiervoor gelden de volgende spelregels: 1. Als inhoudelijk toetsingskader gelden de doel­ stellingen 2.

De leidende mobiliteitsprincipes zijn richting­

gevend voor eventuele nieuwe of vervangende projecten. 3. Mogelijke projecten die worden genoemd binnen beleidsverkenningen krijgen pas een status als project wanneer de beleidsverkenning is afgerond en betrokken partijen (gemeenten, regio en waar relevant provincie en rijk) daartoe besluiten. 4. Periodiek wordt het ontwikkelpad herijkt waarbij expliciet getoetst wordt of het pakket nog bijdraagt aan de multimodale inhoudelijke doelstellingen.

25

Multimodaal mobiliteitspakket Opbouw en vertrekpunt Het pakket wordt op volgende wijze opgebouwd.

Brainportdeal, bestaande afspraken en lopende onderzoeken als start van gezamenlijke financiering De vastgestelde investering van C 1,6 miljard in de bereikbaarheid van de Brainport regio wordt als start­ punt genomen om op voort te bouwen. Hiermee kunnen een aantal grote ingrepen worden gedaan

Leidende mobiliteitsprincipes als basis

die de basis vormen voor de verdere ontwikkeling van de Brainport regio en het mogelijk maken de

Er wordt een inhoudelijke vertaalslag van de leidende

gewenste mobiliteitstransitie in te zetten. Tegel ijkertijd realiseren de betrokken partijen bij de Brainport regiodeal zich dat er substantiële vervolgstappen nodig zijn. Dit mobiliteitspakket omvat die stappen voor de

mobiliteitsprincipes gemaakt. Centrale elementen daarin:

n

Opbouw van fietsnetwerk op meerdere schaal­ niveaus;

n

Opbouw (H)OV-netwerk, inclusief ontwikkeling van de knopen;

n

Uitwerking van slimme mobiliteit met specifieke aandacht voor multimodaal reizen en gedrag, innovatieve vervoersmiddelen, slim verkeers­ management en digitalisering;

n

Uitwerking van automobiliteit als minder prioritair onderdeel van de mobiliteitstransitie mét een uitdaging voor duurzaamheid, leefbaarheid en een efficiënte en effectieve inzet. Maar wel met aandacht voor het op orde hebben van de basis

n

(robuuste randen, bundelroutes) om de prioritaire mobiliteitstransitie mogelijk te maken; Mobiliteit draagt bj aan de ambities van Brede Welvaart.

gehele MRE. Inhoudel ijk is geprobeerd zoveel moge­ lijk gebruik te maken van projecten uit de Brainport regiodeal door investeringen te zien als eerste stap in een corridor en aan te sluiten op hubs die vanuit de Brainport regiodeal mogelijk gemaakt worden.

Corridor en gebiedsgerichte koppeling van maatregelen De grootste inhoudelijke samenhang in de MRE bevindt zich op corridorniveau. Binnen de corridors worden de meeste verplaatsingen gemaakt, moet geschakeld worden tussen gebiedstypen en moet de duurzame mobiliteitstransitie vorm krijgen. Maat­ regelen worden daarom zoveel mogelijk geclusterd per corridor. Het gaat daarbij zowel om een "corridoraanpak" als 'gebiedsaanpak'. Met de corridoraanpak kan er per corridor bekeken worden welke maat­ regelen nodig zijn, en hoe deze maatregelen elkaar kunnen versterken (bijvoorbeeld: Zowel goede HOV-verbinding als goede hub met voldoende voorzieningen, zodat er daadwerkelijk een aantrek-

26

kelijke keten-reis ontstaat). Met de gebiedsaanpak kan er per gebiedstypologie een maatregel of groep van maatregelen uitgevoerd worden (zoals een fonds 'verbetering lokale fietsinfrastructuur'). Hierdoor kan de mobiliteitstransitie vertaald worden naar de eigenheid van specifieke gebieden als ook de ver­ schillende corridors binnen de regio. Per vervoerswijze wordt gestart bestaande onder­ zoeken of projecten, aangevuld met nieuw te starten verkenningen. Per vervoerswijze wordt gestart met gemeenschappelijke bestaande onderzoeken of projecten van regio en provincie, bijvoorbeeld het OV toekomstbeeld voor Zuidoost Brabant. Projecten uit de inventarisatie die nog niet gedeeld zijn, worden hier als beleidsverkenning aan toegevoegd zodat stapsgewijze gezamenlijke projectafwegingen gemaakt kunnen worden.

Corridors- en gebiedsaanpak

Kleinere kernen Middelgrote stad

Ter illustratie: een eerste inventarisatie van mogelijke maatregelen voor het RMMMP.

28

: k-

METROPOOL REGIO EINDHOVEN Postadres Postbus 985, 5600 AZ Eindhoven

Bezoekadres Raiffeisenstraat 18, 5611 CH Eindhoven 040 - 2 594 594 info@metropoolregioeindhoven.nl www.metropoolregioeindhoven.nl Fotografie: Berry de Jong (www.beyef.com) Vormgeving: Volle-Kracht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=3eb927bc-f712-408e-84e7-fcb49f3d71c2