230531 - Beleidskader kleinschalige energieopwek en -opslag [23.08588].pdf
Tekst van het document
Participatie is uitgevoerd volgens de vereisten uit paragraaf 3.3.
0
Het initiatief voldoet aan de eisen uit paragraaf 3.3. en heeft aantoonbaar draagvlaak binnen de omgeving.
100 Max. 10 punten
20
Deel 4 •
I nitiatieven kleinschalige energieopslag
Ruimtelijke kwaliteit Participatie Veiligheid
Kleinschalige energieopslag Kleinschalige energieopslag betreft vrijstaande opslagstations voor het tijdelijk opslaan van duurzame energie, peak-shaving en faciliteren van smart-grids. Het is gekoppeld aan de nieuwe kleinschalige duurzame opweksystemen of gekoppeld aan bestaande duurzame opweksystemen. Inpandige opslagsystemen vallen niet in dit beleidskader maar onder bestaande bouw- en milieuregelgeving. Batterijen vormen potentieel een oplossing in gebieden waar transportschaarste dreigt en kunnen helpen om vraag en aanbod in balans te brengen. Met een batterij kan opgewekte energie worden opgeslagen om op een later moment beschikbaar te stellen wanneer er meer vraag en/of minder aanbod van duurzame energie is. Zo vindt er een gelijkmatigere levering plaats en is er minder sprake van piekbelasting. Het gebruik van batterijen voor opslag van duurzaam opgewekte energie wordt steeds realistischer omdat de prijzen van batterijen dalen en de energieprijzen stijgen. Ondanks dat aanvullend beleid nodig is, moedigen we het aan dat initiatiefnemers gebruik maken van batterijen om vraag en aanbod beter in balans te brengen. We staan daarom welwillend tegenover initiatieven die gebruik wensen te maken van batterijen. We onderscheiden in dit beleidskader twee varianten, te weten: individuele en collectieve opslagsystemen.
In de basis is de huidig beschikbare techniek voornamelijk hetzelfde en bestaat dit veelal (anno 2023) uit modulair op te bouwen accu-pakketten ofwel batterijen.
Individuele systemen Het opslagsysteem (batterij/accu) is gekoppeld aan een gebruiker Het systeem heeft als primaire doel om zogenaamde “systeemdiensten” aan te bieden: zoals spanningskwaliteit, congestiemanagement en intelligente inzet van opgeslagen stroom op het moment dat de opwekvoorziening (zon of wind) dit niet kan leveren. De batterij staat in de regel ‘achter’ de meter’
21
Hieronder worden criteria uitgewerkt die moeten voorkomen dat het landschap ‘verrommelt’ door een grote hoeveelheid initiatieven: Geen aantasting landschapsstructuur en (grotere) landschapselementen In het (landschappelijke) inpassingsplan moet beargumenteerd worden waarom het initiatief niet leidt tot een aantasting van de bestaande kernkwaliteiten van het landschap en landschapselementen. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met ondersteunende voorzieningen zoals eventuele hekwerken en aansluitkasten.
Collectieve systemen: De buurtbatterij De buurtbatterij biedt meerdere systeemdiensten aan: zoals spanningskwaliteit, congestiemanagement en intelligente afzet van duurzame elektriciteit onder de aansluitingen/ gebruikers. Een buurtbatterij staat ‘achter of voor de meter’ Een Buurtbatterij kan in een woonwijk, commerciële of industriële omgeving staan maar kan ook gekoppeld zijn aan een collectief-zonneveld in het buitengebied Een buurtbatterij bedient meer dan één gebruiker. De buurtbatterij moet worden aangesloten op het laagspanningsnet op het laagspanningsnet of het middenspanningsnet. Een initiatiefnemer moet een Aansluiten Transportovereenkomst sluiten met de regionale netbeheerder (Enexis) waarin de voorwaarden voor aansluiting en teruglevering worden geregeld. Voor het leggen van kabels via openbare gronden is verder ook vrijstelling van de Autoriteit Consument en Markt noodzakelijk. Het maken van een koppeling tussen buren onderling is niet toegestaan. De gemeente Eersel is niet voornemens om voor dit soort initiatieven openbare grond te verkopen. We noemen hieronder kort de vier leidende principes voor opslagsystemen en de uitwerking in afwegingscriteria:
Aansluiten op ter plaatse voorkomend landschapstype Het landschappelijke inpassingsplan moet aansluiten bij de schaal en karakter van de bestaande omgeving. Hierbij is maatwerk noodzakelijk, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de ter plaatse voorkomende landschapstypen en de hiervoor voorgeschreven landschappelijke inpassing (zie Bijlage 1. ‘Landschappelijke inpassing initiatieven in het buitengebied’ uit de Visie buitengebied 2.0). Locatie en inpasbaarheid Bij initiatieven in gebieden met beschermd dorpsgezicht en cultuurhistorische waarden geldt dat: • er maatwerk toegepast moet worden: een overleg, schouw en apart besluit is vereist; • de installaties uit het zicht worden geplaatst: niet zichtbaar is het uitgangspunt; • de Cultuurhistorische beleidskaart is de basis; • toetsing plaatsvindt door een expert en door de welstandscommissie; • archeologische terreinen zijn uitgesloten. De gemeente kan een landschapstoets laten uitvoeren. Uitgangspunt is de zoneringskaart uit de Visie buitengebied 2.0 (zie bijlage 2) en vereiste landschappelijke inpassing volgens bijlage 1. ‘Landschappelijke inpassing initiatieven in het buitengebied’ uit de Visie buitengebied 2.0.
4.1 Landschap is een leidend principe
4.2 Ruimtelijke inpasbaarheid is een leidend principe
Afwegingscriteria: Eersel kent een diversiteit aan landschapstypen en door de jaren heen zijn op basis van die landschapstypen ook kenmerkende functies ontstaan in het buitengebied. Natura 2000 en natuurnetwerk Brabant (NNB) gebieden, Ecologische verbindingszones (EVZ) en de beekdalen en bos en natuur zoals opgenomen in de zoneringskaart uit de Visie buitengebied 2.0 zijn uitsluitingsgebieden voor individuele opwekinstallaties (zie rode gebieden van de zoneringskaart in bijlage 2).
Afwegingscriteria: Inpassing in de kernen In de basis is de locatie van een batterij opstelling in de kernen altijd maatwerk waarvoor een apart traject voor gevolgd dient te worden. Indien mogelijk wordt een batterij gecombineerd met een aansluitkast van de netbeheerder. De kleurstelling en aankleding van de batterij is onopvallend en passend in de buurt/wijk. Hiervoor is maatwerk vereist. Dus ook voor de vormgeving is een toets door een expert van de gemeente noodzakelijk.
Het landschap is het leidend principe voor de locatiebepaling. Bij initiatieven die verandering brengen in het landschap is het van belang om rekening te houden met de landschappelijke waarden. Daarvoor moeten de historie, de verschillende landschapstypen, de gebruikswaarden, gebiedskenmerken en verwachte ontwikkelingen van de plek in beeld zijn, dit is de basis om te bepalen wat mogelijk is. We hanteren hierbij de zoneringskaart met gebiedsindeling uit de Visie buitengebied 2.0 die op 2 november 2021 is vastgesteld.
We volgen voor de plaatsing van de batterij de voorwaarden voor de plaatsing van kleinschalige opweksystemen. We willen hiermee voorkomen dat er in het zicht zeecontainers met batterijen worden geplaatst, maar zorgen dat er wordt gezocht naar oplossingen die uit het zicht onttrokken zijn. Denk bijvoorbeeld aan batterijcapaciteit onder de zonnepanelen of onder het maaiveld.
22
Voorbeeld van een onwenselijke situatie:
Inpassing buiten de kernen In de basis is de locatie van een batterij opstelling buiten de kernen gekoppeld aan de energie-opwekvoorziening en staat deze binnen 10 meter hiervandaan. De kleurstelling en aankleding van de batterij is onopvallend. Als de batterij voldoet aan de volgende eisen: 1. niet hoger dan 3 m, en 2. de oppervlakte niet meer dan 15 m2, mag de voorziening vergunningsvrij worden gerealiseerd en worden er geen eisen gesteld aan het uiterlijk hiervan. Wel kan de gemeente (eventueel) achteraf handhavend optreden indien de voorzieningen in ernstige mate in strijd met redelijke eisen van welstand zijn gerealiseerd.
4.3 Veiligheid is een leidend principe
Een initiatiefnemer moet de veiligheidsrichtlijn voor energieopslag systemen in acht nemen. Deze richtlijn bevat eisen met betrekking tot constructie, plaatsing en onderhoud. Op dit moment is het zo (anno 2023) dat de veiligheidsregio’s advies uitbrengen ten aanzien van batterijen. Het gaat daarbij met name om mogelijke gifdampen en brandgevaar in relatie tot de hoeveelheid brandbare stof. De grotere batterijen zullen daarom aan strengere eisen moeten voldoen. De gemeente neemt het advies van de veiligheidsregio over. Externe Veiligheid Elk initiatief moet in overleg treden met de veiligheidsregio en over de plaatsing en locatie advies inwinnen Sociale- en verkeersveiligheid In sommige gevallen kan het realiseren van kleine gebouwen in of bij de openbare ruimte leiden tot overlastsituaties. In andere gevallen kan het zo zijn dat kleine gebouwen een obstakel vormen in het zicht (bijvoorbeeld bij wegen/ oversteekplaatsen). Ook om deze redenen zal een initiatief in de kernen altijd maatwerk vereisen waarvoor een apart traject voor gevolgd dient te worden.
4.4 Participatie is een leidend principe
Opslagsystemen zijn een nieuwe toevoeging in de buitenruimte. Daarvoor is draagvlak gewenst.
Omgevingsdialoog De gemeente Eersel vindt participatie belangrijk. Door participatie (ook wel omgevingsdialoog genoemd) zorg je ervoor dat alle belangen, meningen, kennis en creativiteit in een vroeg stadium op tafel komen. In Eersel vinden we dat de mate waarin een initiatiefnemer mensen betrekt bij een initiatief in verhouding moet staan tot het effect dat het plan op de omgeving kan hebben. Over het algemeen geldt: hoe groter en uitgebreider een initiatief, hoe belangrijker participatie van inwoners en bedrijven is. Het voeren van een omgevingsdialoog hoeft niet tot gevolg te hebben dat iedereen met het plan of initiatief instemt. Participatie wordt geregeld door de initiatiefnemer. Om hen hierin te ondersteunen, heeft de gemeente Eersel een handreiking gemaakt die op verzoek wordt gedeeld. Financiële participatie Een collectief initiatief moet de gemeenschap altijd betrekken door middel van lokaal eigendom. Met lokaal eigendom bedoelen we in dit kader bewoners of ondernemers uit de directe buurt.
4.5 Beoordeling collectieve opslag
Bij het indienen van een initiatief voor collectieve opslag moet rekening worden gehouden met onderstaande minimale vereisten: Waterstof Naast batterijen is waterstof een techniek die sterk in de belangstelling staat. Waterstof is geen bron van energie maar kan worden ingezet als middel om energie op te slaan en te transporten. Waterstof wordt momenteel voornamelijk gebruikt in industrie. In potentie kan het in de toekomst worden gebruikt als brandstof in de mobiliteit (denk aan vliegtuigen, zeeschepen, binnenvaart) en het verwarmen van gebouwen. Maar op dit moment is de productie van waterstof veelal nog te duur om dit op grote schaal mogelijk te maken. Waterstof is geschikter voor sommige toepassingen dan voor andere. Om dit te prioriteren is de waterstofladder opgesteld10. Als gemeente staan we welwillend tegenover initiatieven die gebruik willen maken van waterstof. Dit heeft als bijkomend voordeel dat het elektriciteitsnet hiermee kan worden ontlast en het een bijdrage kan leveren om de problemen op het gebied van netcongestie op te lossen. De beoordeling van dit soort initiatieven vindt plaats met bestaande beleids-, wet- en regelgeving aangaande bouwwerken in het landschap.
Dit betekent dat ook voor waterstof moet worden gezocht naar oplossingen waarbij de omzetting veelal onder of op kleine schaal naast zonnepanelen zelf plaatsvindt en niet in grote industriële installaties naast een zonnepark. Gezien het prille stadium waar waterstof in zit en het feit dat dit binnen de huidige wet- en regelgeving al geregeld is, worden er in dit beleidskader voor dit soort initiatieven geen nieuwe leidende principes opgenomen.
10
Zie de Waterstofladder van Natuur & Milieu
23
Onderdeel
Akkoord?
1. Het initiatief is niet gelegen in een uitsluitingsgebied (zie zoneringskaart in bijlage 2);
|
2. Uit het inpassingsplan blijkt dat het initiatief niet leidt tot een aantasting van de kernkwaliteiten van het landschap en sluit aan bij de voorgeschreven landschappelijke inpassing voor het gebied (zie bijlage 1. ‘Landschappelijke inpassing initiatieven in het buitengebied’ uit de Visie buitengebied 2.0);
|
3. Het initiatief heeft advies ingewonnen van de veiligheidsregio over de plaatsing en locatie (paragraaf 4.3).
|
4. Het initiatief voldoet aan de eisen voor participatie (paragraaf 4.4);
|
24
Deel 5 •
et beleidskader in relatie H tot de VAB locaties
De verwachting is dat de komende tijd veel agrariërs zullen stoppen als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving of het niet hebben van een bedrijfsopvolger. Deze agrariërs gaan op zoek naar een nieuwe invulling voor de Vrijkomende of Vrijgekomen Agrarische Bedrijfsbebouwing (VAB). Een zonnepark kan overwogen worden als invulling van een VAB-locatie11. Dit betreft altijd maatwerk omdat het erg afhankelijk is van de locatie. Er zijn voorwaarden waar in ieder geval aan voldaan moet worden: Het is gelegen in het gebied waar zonneparken op basis van het beleidskader mogelijk zijn, dus niet in beekdalen en in bossen, conform de gebiedsindeling uit de Visie Buitengebied; Het bestaande bouwvlak is het uitgangspunt, vergroting is niet mogelijk; Het geheel wordt robuust landschappelijk ingepast, conform de bijlage ‘Landschappelijke inpassing initiatieven in het buitengebied’ van de Visie Buitengebied; Bij voorkeur in de nabijheid van de kernen.
Hierdoor is de stroomproductie zo dicht mogelijk bij de consument en hoeven er (waarschijnlijk) geen zware investeringen in de infrastructuur gedaan te worden; Voor het zonnepark moet een tijdelijke omgevingsvergunning worden verleend; De combinatie zon en agrarische bedrijfsvoering binnen bestaand bouwvlak is altijd mogelijk, voor de realisatie van zonnepanelen wordt geen nieuwe bebouwing opgericht; Voor het bouwvlak zijn de volgende nieuwe invullingen mogelijk: De agrarische bedrijfsmogelijkheid wordt beëindigd, eventuele agrarische milieuvergunningen worden ingetrokken, voor de voormalige bedrijfswoning wordt een passende bestemming opgenomen en alle overbodige bebouwing wordt gesloopt; De agrarische bedrijfsmogelijkheid wordt beëindigd, voor bedrijfsmatige activiteiten wordt aangesloten bij de visie Buitengebied en de gebiedsindeling van deze visie en alle overbodige bebouwing wordt gesloopt. Deze bedrijfsmatige activiteiten hoeven niet tijdelijk te zijn.
11
Dit deel komt uit het Beleid grootschalige zonne-energie 2020-2030, maar is nu ook in dit beleidskader opgenomen omdat het hier beter past.
25
Deel 6 •
Evaluatie en monitoring
Het beleidskader voor kleinschalige elektriciteitsopwek en -opslag wordt continu gemonitord en periodiek geëvalueerd om te beoordelen of initiatieven hiermee effectief worden getoetst. Het eerste evaluatiemoment zal plaatsvinden nadat vijf initiatieven zijn getoetst en uiterlijk in 2025. Indien uit de evaluatie blijkt dat het beleidskader moet worden bijgesteld zal een nieuwe versie van het beleidskader aan uw raad worden voorgelegd. Tot die tijd blijft het huidige beleid van toepassing.
26
Deel 7 •
Hardheidsclausule
Initiatiefnemers die vinden dat dit beleidskader voor hun initiatief een onbedoeld gevolg heeft kunnen een beroep doen op de hardheidsclausule.
De hardheidsclausule is niet van toepassing op onderdelen die geregeld zijn in wet- en regelgeving buiten dit beleidskader, zoals bijvoorbeeld het Bouwbesluit, de milieuwetgeving of de wet op de Ruimtelijke Ordening.
De initiatiefnemer vraagt de gemeente Eersel dan om af te wijken van de regels die in dit beleidskader staan. De hardheidsclausule kan alleen in bepaalde uitzonderlijke situaties een oplossing bieden. Het beroep op de hardheidsclausule kan alleen worden gedaan indien een bepalen in dit beleidskader onbillijke gevolgen heeft, waarbij het college van B&W het bevoegde gezag is voor het beoordelen van dergelijke verzoeken. Tegen dit besluit is geen bezwaar of beroep mogelijk.
27
Deel 8 •
Proces
Op hoofdlijnen is het proces als volgt:
Pre-initiatief
Initiatief voert zelfbeoordeling uit op basis van locatiegegevens technische gegevens
Aanmelding
Initiatief meldt zich bij de gemeente ter toetsing of plafondwaardes nog niet gehaald zijn
Initiatieffase
Initiatief stelt participatieplan op, ruimtelijke en landschappelijke onderbouwing en maakt aansluitbaarheid duidelijk
Beoordeling
28
Bijlage 1 •
aarten luchthavenbesluit K – Luchthaven Eindhoven
29
Bijlage 2 •
Zoneringskaart
Uitsluitingsgebieden Zonering buitengebied Agrarisch overgangsgebied Beekdal Bestaande recreatieve voorzieningen Bos en natuur Dorpsovergangsgebied Primair agrarisch gebied Recreatieve schakelzone Verkeer Zorginstelling
30
Bijlage 3 •
Begrippenlijst
Voor het zogenaamde tijdelijk opslaan van duurzame energie
Achter de meter
Het begrip ‘achter de meter’ wordt gebruikt om aan te geven dat decentraal opgewekte elektriciteit (bijvoorbeeld van zonnepanelen) aan de gebruikerskant van de elektriciteitsmeter op het net wordt ingevoerd. Wanneer ‘achter de meter’ wordt ingevoerd, wordt altijd éérst de zelf opgewekte elektriciteit gebruikt, alleen wanneer er met de decentrale installatie niet genoeg elektriciteit wordt opgewekt, wordt extra elektriciteit van het openbare net afgenomen.
Coöperatie
Een coöperatie is een vorm van zelforganisatie. Coöperaties hebben een collectief doel met een zakelijke basis. De leden bundelen hun krachten in de coöperatie om hun individuele en gezamenlijke doelen te bereiken. Het uiteindelijke doel van een coöperatie is waarde creatie voor de leden.
Eigen gebruik
Het gemiddeld eigen stroomverbruik van particulieren en bedrijven wordt bepaald aan de hand van het gemiddelde van het stroomverbruik in de achterliggende drie jaren.
Energieneutraal
Er wordt net zoveel energie verbruikt, als dat er duurzaam wordt opgewekt.
Energietransitie
Onze maatschappij is nu gedreven op en afhankelijk van fossiele brandstoffen. Dit omvormen naar een energieneutraal, gezond en toekomstbestendig systeem noemen we ‘de energietransitie’.
Initiatiefnemer
Een partij die eigen energiegebruik duurzaam op wil wekken en / of op wil slaan.
Inpandig
Inpandig verwijst naar een initiatief die zich binnenin een grote gebouw bevindt.
Kleinschalige opslag
Dit betreft inpandige of vrijstaande opslagstations voor het zogenaamde tijdelijk opslaan van duurzame energie, peakshaving en faciliteren van smart-grids. Kleinschalige opslag is gekoppeld aan kleinschalige opweksystemen.
Kleinschalig opwek
Dit betreft initiatieven door bewoners, bedrijven en/of collectieven van maximaal 2 hectare aan zonnevelden of windturbines met een maximale bouwhoogte van 20 meter.
Opslagstation
Tijdelijke opslag voor duurzame energie.
Peak-shaving
Het verlagen van de elektriciteitspieken. In het elektriciteits verbruik komen pieken voor. De netwerkbeheerder verrekend hogere tarieven wanneer de maximale overeengekomen elektriciteitsafname wordt overschreden. Dit komt vaak doordat het elektriciteitsverbruik overdag anders is dan in de avond. Bij peak-shaving worden de hoge pieken in het elektriciteitsverbruik verlaagd, waardoor er geen extra hoge kosten zijn vanuit de netbeheerder.
Regionale Energiestrategie (RES)
Het nationaal klimaatakkoord (28 juni 2019) stelt dat per regio een Regionale Energiestrategie (RES) wordt opgesteld. Dit is een instrument om gezamenlijk te komen tot keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmte transitie gebouwde omgeving (onder andere afkoppeling van het aardgas) en benodigde opslag en energie infrastructuur. De Metropoolregio Eindhoven is één van de vier regio’s in Brabant. De RES is de verantwoordelijkheid van de 21 gemeenten, waterschappen en provincie. In de RES worden de besparings mogelijkheden en de potentiële capaciteit van duurzaam op te wekken energie in beeld gebracht en wordt de strategie bepaald tot het jaar 2030 met een doorkijk naar 2050. Door middel van samen- werking nemen de deelnemers verantwoordelijkheid voor de inwoners van het gebied en voor realisatie van de energieopgave op democratische wijze.
Smart grid
Een slim energienetwerk. Dit netwerk beschikt over een slim meet- en regelsysteem om het stroom te herverdelen. Hierdoor kan de vraag en aanbod van stroom worden voorzien.
Tijdelijkheid van de opwekinstallatie
De levensduur van zonnepanelen en/of een windturbine is gemiddeld rond de 25 jaar. Om de tijdelijkheid van de opwekinstallatie te borgen, geldt voor de omgevingsvergunning ook een looptijd van maximaal 25 jaar.
31
Vrijstaand
Verwijst naar initiatief die op zichzelf staat en niet verbonden is met een ander gebouw of structuur.
Zelfvoorzienend vermogen
Het uitgangspunt bij eigen gebruik is dat de energie door de initiatiefnemer zelf wordt ingebracht. De energie die niet zelf wordt gebruikt, maar wel binnen de marge voor eigen gebruik wordt opgewekt, mag worden teruggeleverd op het net.
Zonneladder
Landelijke uitgangspunten die een volgordelijkheid aangeven in de voorkeursplaatsing van zonnepanelen op het (gemeentelijk) grondgebied. Het uitgangspunt is dat eerst gebouwen zoveel mogelijk worden belegd en dat daarna wordt gekeken naar ongebruikte terreinen in gebouwd gebied en dubbel ruimtegebruik. Er moet worden voorkomen dat zonnepanelen op de grond gelegd worden als dat niet nodig is en dat landbouwgrond en natuur onnodig worden opgeofferd.
32