CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[23.15015] - 2023-09-05 Commissieavond: Beantwoording vragen van fracties, versie 5 september 2023

Commissievergadering 5 september 2023, gemeente EerselBij agendapunt: Beantwoording vragen van fracties2.437 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commissieavond 5 september 2023: Vragen van fracties 1. 2.

Fractie 4.

Vraag Bestemmingsplan Buikheide 12a Vessem

Antwoord

3.

VVD

Is hier geen sprake van een ruimte voor ruimte titel(s)? En zo nee, waarom niet?

Het plan betreft het veranderen van een agrarisch bedrijf naar een bedrijfsbestemming ten behoeve van statische opslag. De woning is hier al aanwezig en er wordt geen nieuwe woning gerealiseerd. Daarom is er geen sprake van ruimte-voor-ruimte titel(s). Ter verduidelijking hieronder het geldende bestemmingsplan en het ontwerpbestemmingsplan.

Figuur 1, Bestemmingsplan Buitengebied 2017

1 23.15015

1.

Fractie

Vraag

Antwoord

Figuur 2, Ontwerpbestemmingsplan Buitengebied, herziening Buikeide 12a te Vessem

4. 5.

Kb Kb

6.

5.

7. 8.

6.

9.

ESA

Wat is de relatie tussen Buikheide 12 en 12A? Er is planologisch gezien geen sprake van een bedrijfswoning op 12A, maar zou daar wel een nieuwe woning kunnen komen? Bestemmingsplan Stevensstraat ongenummerd, Eersel

De gronden zijn van dezelfde eigenaar. Het toevoegen van nieuwe bedrijfswoningen is op basis van het gemeentelijke en provinciale beleid niet mogelijk.

Geen vragen. Delegatie fysieke leefomgeving, bindend adviesrecht en verplichte participatie in het kader van de implementatie van de Omgevingswet Bij het onderwerp ‘ Lijst van activiteiten, waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanseomgevingsplanactiviteit.’ In deze lijst wordt gesproken over tijdelijk ander gebruik van gronden en gebouwen. Hiervoor is een termijn gesteld van 10 jaar (punt 2c en 3d). Hoe zijn deze activiteiten de afgelopen 3 jaar verdeeld? Dus hoeveel in de categorie 0-5 jaar, hoeveel 5-10 jaar en hoeveel meer dan 10 jaar

In 2020 zijn 19 vergunningen verleend met een maximale afwijking van het bestemmingsplan van 5 jaar. In 2021 zijn in totaal 28 vergunningen verleend om tijdelijk af te wijken van het bestemmingsplan voor maximaal 5 jaar en 1 voor maximaal 10 jaar.

2 23.15015

1.

Fractie

Vraag

10. Kb

Wat valt onder milieucategorie 2 en waarom is daarvoor gekozen in de activiteiten lijst

11. Kb

Activiteit: tijdelijk ander gebruik van gronden of bouwwerken voor een termijn langer dan 10 jaar. Hoe lang kan tijdelijk zijn?

12. Kb

Activiteiten buiten de bouwde kom: hoe vaak komen de genoemde activiteiten nu voor? Komt de nieuwe werklast voor de raad overeen met de oude?

13. VVD

Risico van extra belasting voor de gehele gemeente (ambtelijk apparaat, college en raad) Waarom is dit een extra belasting voor het college? Een voorstel tot 10 woningen wordt nu ook in het college behandeld.

14. VVD

Uitgaande van het voorliggende voorstel m.b.t. heb bindend advies kunnen straks 12 plannen zelfstandig door het college worden afgedaan (ondergrens van 3 woningen). De raad zal dan is 17 gevallen iets moeten vinden in die zin dat hij bindend advies moet uitbrengen. – Op welke termijn zijn deze 17 voorstellen te verwachten? Wat is de gebruikelijke doorloop termijn na een principeverzoek (langste, kortste en gemiddelde?)

Antwoord In 2022 zijn in totaal 28 vergunningen verleend om tijdelijk af te wijken van het bestemmingsplan voor maximaal 5 jaar en 2 voor maximaal 10 jaar. Bedrijven in milieucategorie 2 hebben altijd een zogenaamde richtafstand. Milieucategorie 1 is passend in een woonomgeving. Zie bijgevoegd document voor bedrijven in milieucategorie 2. De termijn van de tijdelijkheid wordt geborgd in de omgevingsvergunning. Bij termijnen langer dan 10 jaar wordt dit voor advies aan uw raad voorgelegd. Deze termijn kan dus in principe ook 50 jaar bedragen. Voor bijvoorbeeld zonneparken is een instandhoudingstermijn van 20 tot 25 jaar gebruikelijk. Voor een bouwwerk is het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) van toepassing. De omschrijving van het begrip tijdelijk bouwwerk in bijlage I van artikel 1.1 van het Bbl is: 'bouwwerk met een instandhoudingstermijn van ten hoogste 15 jaar op dezelfde locatie.’ Blijft een bouwwerk (bijvoorbeeld een woning) langer staan zijn de bouwkundige eisen waar aan voldaan moet worden strenger. Gemiddeld 5 tot 10 per jaar. In een aantal gevallen zijn deze samengevoegd in een zogenaamd veegplan. De categorieën sluiten aan bij de huidige systematiek. De verwachting is dan ook dat dit tot een hogere werklast leidt voor uw raad. Het klopt dat het college alle principeverzoeken behandelt.

Echter na een positief collegebesluit over principemedewerking wordt de procedure verder ambtelijk afgehandeld. Voordat de raad advies verstrekt moet het college een extra voorstel behandelen met betrekking tot de zelfde procedure. De cijfers genoemd in het raadsvoorstel zijn de cijfers van de afgelopen jaren. Deze 17 voorstellen hoeven dus niet maar de raad ten behoeve van bindend advies. Wij kunnen deze informatie niet op een eenduidige correcte manier uit onze zaaksystemen halen. De doorlooptermijn is van verschillende factoren afhankelijk:  kwaliteit aangeleverde stukken;

3 23.15015

1.

Fractie

15. VVD

16. 7. 17. ESA

18. ESA

19. ESA

20. ESA

Vraag

Deze termijn geldt voor zowel vergunningaanvragen die voldoen aan het omgevingsplan als aanvragen die strijdig zijn met dit plan. De raad brengt bindend advies uit in bepaalde categorieën van aanvragen dit niet passen in het omgevingsplan. De raad moet dit doen binnen de beslistermijn van acht weken. Dit is nooit mogelijk binnen de huidige werkwijze en vergadercyclus. – ongeacht het aantal verzoeken dat aan de raad voor komt te liggen zal werkwijze van de raad dus moeten worden aangepast, zodat aanvragen tijdig kunnen worden afgewikkeld (of het er 1 of 17 zijn maakt daarbij denk ik niet uit) Niet alleen hier in Eersel, maar overal in Nederland zal dit een probleem worden. Is er al nagedacht over een nieuwe werkwijze? Verlenging Meerjarenbeleidskader Jeugdhulp in de Kempen

Antwoord  de uiteindelijke procedure;  de capaciteit bij zowel externe, van zowel de initiatiefnemer als de gemeente, als interne adviseurs. Is besproken in de klankbordgroep. In overleg met de griffier wordt voorgesteld om een procedurevoorstel aan het presidium voor te leggen voor 01-01-2024.

In 1.1 Risico’s wordt gerefereerd aan de actieve samenwerking met partners, maar vervolgens gezegd dat het niet bekend is of zij vinden dat het beleidskader aangepast zou moeten worden? Zijn de samenwerkingspartners wel bekend met dit beleidskader? Op welke manier wordt er dan samengewerkt? Hoe worden de samenwerkingspartners betrokken in de evaluatie? De 6 actielijnen van het beleidskader jeugdhulp zijn onze richtlijnen voor ons beleidskader. Hier wordt kort op ingegaan in de notitie. Kan het beleidskader als bijlage worden gedeeld? Welke effecten willen we per richtlijn bewerkstelligen? Het beleidskader is een regionaal kader wat nog geëvalueerd moet worden. Waar richt de evaluatie zich op?

De samenwerkingspartners zijn bekend met het beleidskader. De invulling van de actielijnen vindt namelijk ook in samenwerking met deze partners plaats. Partners zijn onder meer onderwijs, opvang jeugdgezondheidszorg en leerplicht. De samenwerkingspartners krijgen daarom ook een nadrukkelijke rol in de evaluatie.

Hoe wordt er, nu dat het kabinet is gevallen, vorm gegeven aan de Hervormingsagenda Jeugd? Of de andere ontwikkelingen rondom Jeugd?

We hebben tot nu toe geen signalen vanuit het Rijk ontvangen dat de ontwikkelopgaven geen doorgang zouden vinden. In het najaar van 2023 zal een implementatieplan met de gemeenten worden gedeeld.

Het Meerjarenbeleidskader jeugdhulp is te vinden op Overheid.nl via de volgende link: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR671503. De effecten die per richtlijn worden beoogd zijn hierin opgenomen. De evaluatie richt zich in eerste instantie op inzicht verkrijgen in hoeverre de beoogde doelstellingen in het huidige beleidskader zijn behaald. Daarnaast biedt de evaluatie input voor het vervolg hetgeen dient te resulteren in een nieuw Beleidskader voor 2025 en verdere jaren.

4 23.15015

1. Fractie 21. Kb 22. Kb

23. Kb 24. Kb

Vraag In de notitie staat: “Alle jongeren groeien op in hun eigen veilige omgeving…” In welke mate is deze doelstelling gehaald? In het raadsvoorstel staat: “Ook zijn de in het huidige kader opgenomen visie en actielijnen nog actueel.” Zijn er effectanalyses gedaan? Zo ja: welke en wat waren de resultaten? Zo nee: waarom niet? Is “Normaliseren” voortzetting van het beleid in het Meerjarenbeleidskader Jeugdhulp in de Kempen 2020-2024? Wat doet LOT en is daar een evaluatie van?

Antwoord De beantwoording van deze vraag maakt onderdeel uit van de op handen zijnde evaluatie. Er hebben geen effectanalyses plaatsgevonden. Ook deze maken onderdeel uit van de evaluatie. De effecten worden hierin ook meegenomen. Zowel in het beleidskader als in de regiovisie is expliciet genoemd dat aandacht uitgaat naar ‘normaliseren’. Het LOT is het Lokale Ondersteuningsteam als onderdeel van Centrum Jeugd en Gezin+ (CJG+) waarin jeugd- en gezinswerkers werken. Zij ondersteunen de jongeren en gezinnen dichtbij huis. Deze teams onderhouden ook contacten met scholen, kinderopvang, verenigingen, politie, huisartsen en zijn in de buurt aanwezig. Ook de werkwijze van het LOT maakt onderdeel uit van de evaluatie. De ervaringen met ‘Buurtgezinnen’ zijn positief te noemen. Het contact met het CJG+ gezin verloopt goed. Voor de gemeente Eersel en Bergeijk heeft ‘Buurtgezinnen’ 14 koppelingen gemaakt tussen steungezinnen (die hulp bieden) en vraaggezinnen (aan wie hulp geboden wordt). Zie beantwoording vraag 17. Samenwerkingspartners krijgen een nadrukkelijke rol in de evaluatie en het vervolg.

25. Kb

Er staat: We gaan verder met de in 2021 gestarte pilot ‘Buurtgezinnen’ waarbij gezinnen die steun kunnen gebruiken gekoppeld worden aan een gezin uit de buurt dat deze steun kan bieden oe vaak is dat in Eersel toegepast en (gezien dat het een pilot is) wat zijn de resultaten?

26. D66

In het raadsvoorstel lezen we onder risico’s dat het niet bekend is of er samenwerkingspartners zijn die vinden dat het beleidskader nu al moet worden aangepast. Kan er nog actief uitgevraagd worden bij de samenwerkingspartners of en waar zij aanpassingen zouden willen zien? Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Kempengemeenten 2023

27. 8. 28. ESA

Hoe wordt de wet Breed Offensief breed gecommuniceerd met werkgevers?

29. ESA

Wat doet de gemeente zelf als werkgever met deze nieuwe wet?

30. VVD

Deze modelverordening is met de gemeenten uit de arbeidsmarktregio Zuidoost Brabant besproken om te komen tot uniforme re-integratieinstrumenten – Kan ik hieruit opmaken dat er een bepaalde mate van

De Wet Breed Offensief betreft een wijziging van de Participatiewet en is daardoor van toepassing op een relatief kleine groep inwoners, namelijk de inwoners die onder de Participatiewet vallen (niet de reguliere werknemers). Daar waar KempenPlus in gesprek gaat met werkgevers wordt gewezen op de mogelijkheden die de Participatiewet biedt om de werkgever te ondersteunen. De verordening wordt na vaststelling onder de aandacht gebracht van P&O. De modelverordening biedt bij een aantal artikelen keuzes. De keuzes gaan bijvoorbeeld over termijnen, bedragen en het proces

5 23.15015

1.

Fractie

Vraag keuzevrijheid is bij het opstellen van deze verordening en kiezen van de re-integratie-instrumenten? Welke keuzes (op hoofdlijnen) heeft de gemeente dan gemaakt? En waarom?

31. VVD

Bij de Jobcoaches is gekozen voor een aantal keurmerken. Hoe is deze keuze gemaakt? Borgen we daarmee de kwaliteit voldoende?

32. D66

In het raadsvoorstel lezen we bij de inleiding dat het niet gelukt is om op alle instrumenten uniformiteit te verkrijgen binnen de arbeidsmarktregio Zuidoost Brabant. Voor welke instrumenten is het niet gelukt om uniformiteit te krijgen? En waarom niet?

Antwoord (niet over het wel of niet inzetten van een bepaald re-integratieinstrument). Bij het maken van de afweging zijn steeds de belangen van inwoner en werkgever meegewogen. Waarbij het zo regulier mogelijk werken van de inwoner voorop staat en het bieden van laagdrempelige ondersteuning aan de werkgever. Daarbij is steeds gebruik gemaakt van de praktijkervaringen van KempenPlus , WSD en Ergon. De modelverordening gaf de opties om een aantal kwaliteitseisen te noemen of om een of meerdere keurmerken te noemen. Regionaal is gekozen voor het hanteren van keurmerken. Binnen de keurmerken is feitelijk geen keuze gemaakt, maar zijn alle keurmerken genoemd die er op dit moment zijn. Door hierin niet te beperken kan maatwerk worden geleverd naar zowel de inwoner als de werkgever. De keurmerken dragen zorg voor borging van de kwaliteit. Na het beschikbaar komen van de modelverordening heeft een regionale werkgroep, bestaande uit beleidsmedewerkers, een conceptverordening opgesteld. Dit concept is vervolgens bij gemeenten intern besproken (eventueel met het SW bedrijf) en voorgelegd aan de Adviesraad. Met het uit elkaar gaan van de werkgroep waren de volgende verschillen bekend:  De gemeente Eindhoven hanteert een “low-risk” polis. Met deze polis wordt het werkgeversrisico van de werkgever overgenomen.

Het vraagt wat volume om een dergelijke polis op te zetten en de Kempen zijn hiervoor te klein. Daarbij is er een goed alternatief voorhanden: met een detacheringsbaan wordt ook het risico van de werkgever overgenomen. Daarnaast gaat het om verschillende bedragen voor premies:  Artikel 3.7 lid 3 van de verordening  Artikel 3.23 van de Verordening. De gemeente Eindhoven heeft een pilot met een premie van € 1.500,-. De overige gemeenten vonden het bedrag erg hoog en hebben voor lagere bedragen gekozen. Nu er in Eindhoven nog geen evaluatie heeft

6 23.15015

1.

Fractie

33. 9. 34. VVD

Vraag

Antwoord plaatsgevonden en de effecten nog niet bekend zijn, is er in de Kempen voor gekozen om te starten met een premie van € 500,-. Wensen/bedenkingen aanpassing gemeenschappelijke regeling VRBZO Het Algemeen Bestuur heeft de mogelijkheid in het kader van een specifiek besluit of agendapunt ertoe te besluiten om ingezetenen van de gemeenten en belanghebbende te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid zoals 'beschreven' in artikel 10, zevende lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Ik begrijp uit de toelichting dat deze toevoeging verplicht is. Wat is het gevolg van het toepassen van dit artikel voor de rechten van de gemeenteraad en/of het college? Zijn er afspraken gemaakt over wanneer het AB dit artikel zal/mag gebruiken?

Het nieuwe vierde lid in artikel 9 van de gemeenschappelijke regeling (GR) van VRBZO luidt als volgt: “Het Algemeen Bestuur heeft de mogelijkheid in het kader van een specifiek besluit of agendapunt ertoe te besluiten om ingezetenen van de gemeenten en belanghebbende te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid zoals ‘beschreven’ in artikel 10, zevende lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen.” Het bestaan of toepassen van artikel 9, vierde lid, GR heeft geen gevolgen voor de positie, betrokkenheid of bevoegdheden van de colleges en/of raden. De colleges treffen de GR. De rechten van de gemeenteraad zijn zowel in de Wgr als in de GR separaat geregeld. Zie t.a.v. het college o.a. artikel 1 Wgr en t.a.v. de raad o.a.:  artikel 1, leden 2 t/m 3, Wgr (rol bij treffen en wijzigen GR);  artikel 10, lid 5 en 6, Wgr en artikel 11 GR (zienswijzemogelijkheid i.h.k.v. beleidsplan, risicoprofiel en overige besluiten)  artikel 21 en 22 GR (verantwoording)  artikel 28 GR (begroting)  artikel 38, derde lid, GR (evaluatie) Behalve het bepaalde in de (aangepaste) GR, bestaan er geen afspraken over de vraag wanneer het AB bovengenoemd artikel zal of mag gebruiken.

7 23.15015

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=18a3014b-d7bb-4fa9-ba36-43febe9e8cfc