[23.14536] - Bijlage 1 Programmabegroting 2024-2027, versie 2
Tekst van het document
BEGROTING 2024-2027
2
Inhoudsopgave Aanbiedingsbrief ................................................................................................................................. 4 Inleiding .............................................................................................................................................. 9 I. BELEIDSBEGROTING ................................................................................................................. 13 0. Sociale voorzieningen ............................................................................................................... 14 1. Maatschappelijke dienstverlening en gezondheid .................................................................... 17 2. Onderwijs .................................................................................................................................. 25 3. Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting ................................................................................. 28 4. Milieu ......................................................................................................................................... 38 5. Veiligheid .................................................................................................................................. 46 6.
Verkeer en vervoer ................................................................................................................... 50 7. Cultuur, sport en recreatie ........................................................................................................ 57 8. Economische structuur ............................................................................................................. 61 9. Bestuur en organisatie .............................................................................................................. 67 10. Algemene baten en lasten ........................................................................................................ 69 11. Overhead .................................................................................................................................. 73 PARAGRAFEN ................................................................................................................................ 79 1. Lokale heffingen ....................................................................................................................... 80 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing .............................................................................. 84 3. Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................... 93 4.
Treasury .................................................................................................................................... 99 5. Bedrijfsvoering ........................................................................................................................ 103 6. Verbonden partijen ................................................................................................................. 105 7. Grondbeleid ............................................................................................................................ 123 8. Openbaarheid Wet open overheid (Woo) ............................................................................... 126 II. FINANCIËLE BEGROTING ....................................................................................................... 127 1. Overzicht van baten en lasten ................................................................................................ 128 Overzicht incidentele baten en lasten ..................................................................................... 132 Overzicht structurele toevoegingen/onttrekkingen reserves .................................................. 133 2. Financiële positie ....................................................................................................................
134 2.1 Begrotingsbeleid ......................................................................................................... 134 2.2 Arbeidskosten ............................................................................................................. 136 2.3 Investeringen .............................................................................................................. 137 2.4 Reserves en voorzieningen ........................................................................................ 137 2.5 Geprognosticeerde balans ......................................................................................... 138 3. Meerjaren investeringsprogramma 2024-2027....................................................................... 140 4. Meerjarenbegroting ................................................................................................................. 145 BIJLAGE ........................................................................................................................................ 149 Bijlage A: Meerjarenoverzicht reserves en voorzieningen (inclusief toelichtingen) ....................... 150 Bijlage B: Overzicht baten en lasten per taakveld ..........................................................................
154 Bijlage C: EMU-saldo ..................................................................................................................... 155
3
Aanbiedingsbrief Aan de gemeenteraad Onderwerp: aanbieding begroting 2024 Eersel, 5 september 2023 Beste raadsleden, Voor je ligt de begroting van het jaar 2024. De tweede begroting van deze bestuursperiode, waarin we voortborduren op de doelstellingen uit het coalitieprogramma ‘Doen, tenzij!’. Hieronder vind je een aantal prioriteiten waarop de nadruk ligt, maar eerst nemen we je mee in het financieel perspectief van de gemeente Eersel.
Financieel perspectief De begroting 2024 laat een positief resultaat zien voor het jaar 2024. In lijn met de inbreng van de raadsfracties tijdens de behandeling van de voorjaarsnota 2024, lag de focus op het sluitend krijgen van de begroting. Dat was dit jaar een erg moeilijke opgave. Er zijn verschillende ombuigingen nodig geweest. Meestal zonder beleidsmatig effect. De ombuigingen hadden het doel te komen tot een sluitende begroting, met daarin de wens van de raad verwerkt: de lastendruk voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties zo min mogelijk te laten stijgen. Het meerjarige perspectief laat een tekort zien. Dit tekort wordt gedeeltelijk veroorzaakt door een verlaging van de inkomsten vanuit het Rijk (via het Gemeentefonds) en voor het andere deel door eigen ambities. Voor een toekomstig gezond financieel perspectief zijn grote ombuigingen met beleidsmatige effecten, grootschalige bezuinigingen en/ of een exponentiële groei van de lokale belastingen niet meer af te wenden. In onderstaande tabel is het begrotingssaldo gepresenteerd: (bedragen in €) Inkomsten Uitgaven Begrotingssaldo Waarvan incidenteel Structureel saldo
2024 57.918.752 57.798.335 120.417 22.190 98.227
2025 56.719.943 57.111.300 -391.357 -30.130 - 361.310
2026 53.444.621 57.358.914 -3.914.293 -30.310 - 3.883.983
2027 53.003.787 57.346.436 -4.342.649 -30.310 - 4.312.339
Toelichting financieel perspectief Het jaar 2024 heeft een positief saldo in de begroting. Daarvoor is het noodzakelijk geweest om verschillende ombuigingen in te zetten, zoals: - Het opnieuw plannen van de uitvoering van projecten; - Het afschalen van verschillende budgetten die de afgelopen jaren niet volledig werden gebruikt; - Het laten vrijvallen van een aantal stelposten; - De opschaling van de dorpsondersteuner in Vessem in lijn brengen met de opschaling van de dorpsondersteuner in Steensel; - Ook zijn de inkomsten opnieuw beoordeeld en risicovol begroot. Door die ombuigingen is de extra lastendruk voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties zo minimaal mogelijk gebleven. Meerjarig perspectief in relatie tot kortingen vanuit het Gemeentefonds Meerjarig laat de begroting een negatief perspectief zien, van afgerond vier ton in 2025 tot en met afgerond vierenhalf miljoen in 2027. Voor een groot deel wordt dit veroorzaakt door een vermindering van onze inkomsten uit het Gemeentefonds. De gemeente Eersel wordt erg ruim gekort ten opzichte van andere gemeenten in Nederland. Grotendeels staan we zelf aan de lat om dit gat te dichten. In totaal wordt de gemeente Eersel vanaf 2026 voor € 3,2 miljoen gekort aan inkomsten uit het Gemeentefonds.
Dit bestaat uit een korting vanuit de herijking van het Gemeentefonds, een korting door de extra inkomsten voor grote gemeenten, die gecompenseerd worden door kleine gemeenten én een korting op de inkomsten voor jeugdzorg. Het is niet realistisch om te verwachten dat deze kortingen volledig worden gecompenseerd. De aangekondigde compensatie van € 810.000,- is al verwerkt in de begroting. Voor het sluitend krijgen van de begroting voor de jaren 2026 en 2027 zijn daarom grote ombuigingen met 4
beleidsmatige effecten, grootschalige bezuinigingen en/ of een exponentiële groei van de lokale belastingen noodzakelijk. Ter illustratie: het huidige negatieve saldo in 2027 vraagt om een OZB-verhoging van meer dan 100% ten opzichte van het in deze begroting voorgestelde tarief voor 2024. Naast de kortingen vanuit het Gemeentefonds hebben eigen ambities een aandeel in het negatieve meerjarig perspectief. Onbenutte OZB In het geval dat het in de toekomst niet lukt om de begroting sluitend te krijgen, komt de gemeente Eersel onder toezicht van de provincie te staan. In dat geval wordt als eerste beoordeeld of het OZB-tarief in lijn is met het redelijk peil, zoals jaarlijks vastgesteld door het Rijk in de meicirculaire. Het redelijk peil voor 2024 is vastgesteld op 0,1614% van de WOZ-waarde van een pand. Het voorgestelde tarief in Eersel voor 2024 is 0,0861%. Dit betekent dat het redelijk peil afgerond dubbel zo hoog ligt als het tarief voor 2024 in de gemeente Eersel. Uitgedrukt in financiële middelen is er in 2024 sprake van € 3.642.722,- aan onbenutte OZB ten opzichte van de nu voor 2024 begrote OZB-inkomsten van € 4.196.485,-. Positieve resultaten uit een jaarrekening Het kan voorkomen dat de jaarrekening een positief resultaat laat zien. Dit was bij de jaarrekening 2022 ook het geval.
De resultaten zijn meestal van incidentele aard, zoals winsten uit deelnemingen of grondverkopen. Deze positieve resultaten kunnen en/ of mogen volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) niet worden begroot als dekkingsmiddel voor structurele uitgaven. Wel kunnen deze resultaten bij investeringen, waarvan de vervanging niet strik noodzakelijk is, worden ingezet als dekkingsmiddel, waardoor de kapitaallasten dalen. Bij het IHP (hieronder verder toegelicht) zal maximaal de toekomstige incidentele investeringslasten worden gedekt uit deze positieve resultaten. Dat betekent dat het positieve resultaat kan worden ingezet voor kosten zoals sloopkosten, tijdelijke huisvesting en het eventueel afboeken van boekwaardes. Geen ruimte in de begroting Bij het vaststellen van deze begroting is de reserve van onze gemeente op het niveau van een minimale reserve voor het kunnen beheersen van risico’s (zie paragraaf 2 van de begroting). Een positief saldo bij de jaarrekening 2023 is komend jaar nodig om financiële consequenties van raadsbesluiten gedurende het jaar 2024 te kunnen financieren. Financiële consequenties zijn bijvoorbeeld al te voorzien voor het in 2024 vast te stellen Integraal Huisvestingsplan (IHP). In de begroting 2024 is een stelpost van € 700.000,- aan extra storting in de bestemmingsreserve opgenomen.
Voor het bepalen van de omvang van deze stelpost is enkel gekeken naar de schoolgebouwen zelf en zijn kosten voor bouwrijp maken van locaties en het afboeken van resterende boekwaarde bijvoorbeeld nog niet meegenomen. Hieronder volgt een nadere toelichting op dit IHP. Integraal Huisvestingsplan (IHP) Iedere gemeente heeft de wettelijke taak te voorzien in (ver)nieuwbouw, renovatie en uitbreiding van onderwijshuisvesting. Sinds 2000 maakt de gemeente Eersel hier integrale huisvestingsplannen voor. Het doel hiervan is ontwikkelingen in de onderwijshuisvesting te kunnen programmeren in overleg met de scholen en kinderdagverblijven. Daarmee worden pieken voorkomen op momenten dat scholen wettelijk recht hebben op (ver)nieuwbouw of uitbreiding en daarop een beroep doen. Bij een IHP worden voor vier jaar concrete afspraken vastgelegd en wordt een doorkijk voor de periode van jaar vijf tot en met jaar twintig gemaakt. De financiële consequenties van de (ver)nieuwbouw en uitbreiding in de scope van jaar één tot en met vijftien, worden op basis van het VNG-normbedrag omgezet in een jaarlijkse storting in de bestemmingsreserve. Op die manier wordt het financieren van de onderwijshuisvesting zoveel mogelijk verspreid tot een gemiddeld bedrag per jaar, om pieken te voorkomen op momenten dat meerdere scholen recht hebben op (ver)nieuwbouw of uitbreiding.
IHP 2024 - 2028 Op dit moment is het IHP voor de looptijd 2024 tot en met 2028 in voorbereiding. Dit wordt in 2024 aangeboden aan de gemeenteraad. In de periode van de eerste vier jaar van dit IHP heeft onder andere het Rythovius College recht op (ver)nieuwbouw of renovatie. Gezien onze wettelijke taak om hierin te voorzien heeft het grote financiële consequenties voor onze gemeente. Vandaar dat bij het opstellen van deze begroting, vooruitlopend op de vaststelling van het IHP, een verhoging van de bestemmingsreserve als stelpost is opgenomen.
5
Extra storting in de bestemmingsreserve vanaf 2024 Op basis van een in 2023 uitgevoerde quickscan van de kwaliteit van de schoolgebouwen en het bepalen van de wettelijke rechten van scholen op (ver)nieuwbouw, uitbreiding en renovatie is duidelijk welke ontwikkelingen worden voorgelegd aan de gemeenteraad in het IHP. Op basis van het VNG-normbedrag per vierkante meter huisvesting zijn de minimale kosten, voor enkel kale gebouwen (een zogenoemde blokkendoos) meegenomen. Op basis daarvan is in de begroting rekening gehouden met een jaarlijkse extra storting van € 700.000,- in de bestemmingsreserve voor onderwijshuisvesting. De extra storting komt bovenop de storting van € 605.000,-, die grotendeels nodig is voor het dekken van de kapitaallasten van de onderwijshuisvesting die in de afgelopen vijftien jaar is gebouwd of aangepast. In de berekening van de minimaal benodigde extra storting zijn kosten voor bijvoorbeeld slopen en bouwrijp maken, indexeringen (van onder andere normvergoeding) en afboeken van resterende boekwaarde niet meegenomen. Het is daarom aannemelijk dat er bij het vaststellen van het IHP in 2024, aanvullende stortingen in de bestemmingsreserve nodig zijn om de kosten behorende bij het IHP 2024 – 2028 te kunnen dekken.
Prioriteiten in 2024 Ondanks het financieel zwaar weer waar de gemeente Eersel in terecht komt, gaan we het komende jaar aan de slag met onze doelstellingen. Deze doelstellingen zijn financieel vertaald in deze begroting. Hieronder een toelichting op een aantal in het oog springende prioriteiten. Schaalsprong/ Ontwikkelstrategie Aan de hand van de in mei 2023 vastgestelde bestuursopdracht, werken we in 2024 verder aan het vormgeven van de ontwikkeling van de gemeenten in de Kempen in de periode vanaf 2030. In 2024 wordt op meerdere momenten een besluit van de gemeenteraad gevraagd dat een grote impact gaat hebben op onze gemeente, zoals bij het vaststellen van het definitieve scenario, inclusief ruimtelijk-fysieke en sociaalmaatschappelijke keuzes. Duurzaamheid Ook in 2024 maken we stappen op resultaatgerichte verduurzaming van onze gemeente, met in het bijzonder aandacht voor de energietransitie. In 2024 hebben inwoners van onze gemeente de mogelijkheid subsidie te ontvangen voor de verduurzaming van hun woningen. Verder ligt de focus in 2024 op energiereductie en zon-op-dak bij inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Als gemeente geven we daarin het goede voorbeeld. Omgevingsvisie 3.0 In 2023 zijn we in het kader van het werken met de Omgevingswet gestart met de Omgevingsvisie 3.0.
Hierbij komen thema’s aan bod die nog niet in de Omgevingsvisie 2.0 opgenomen waren en starten we een participatietraject op. In de Omgevingsvisie 3.0 nemen we ook de Ruimtelijke visie woonuitbreidingen mee. Hart van Steensel/Steensel weer een dorp Na afronding van fase 1 en 2 starten we in 2024 met de 3 e en laatste fase van het project “Steensel weer 1 dorp”. Samen met de bewoners en klankbordgroepen hebben we een definitief ontwerp gemaakt. Dit zijn we nu technisch aan het uitwerken, zodat we dit najaar kunnen aanbesteden. In het voorjaar van 2024 gaan we starten met de werkzaamheden. We gaan het oude riool vervangen voor een infiltratieriool en vuilwaterriool. De Eindhovenseweg wordt een 30 km/uur zone. Door de aanplant van nieuwe bomen en beplanting wordt de nieuwe inrichting voorzien van veel groen. De hoofdrijbaan krijgt een klinkerverharding en de parallelwegen worden ingericht als een comfortabele fietsroute door Steensel in asfalt. De verbouwing van de kerk naar een MFA en een heringericht kerkplein vormen het toekomstige nieuwe Hart van Steensel. Daar kunnen ook evenementen gehouden gaan worden. In 2024 selecteren we voor de verbouwing van de kerk in Steensel een aannemer. In samenspraak met de bewoners en klankbordgroepen ronden we de procedures af en kunnen we starten met de transformatie van de kerk naar een gemeenschapshuis.
6
Burgerparticipatie Als een beleidsonderwerp geschikt is voor participatie, maken we gebruik van de zogenoemde Factor Cmethode. Door deze methode te volgen, stellen we vast in welke fase, met wie, op welk niveau, waarover en wanneer communicatie en/of participatie gewenst is. In 2023 zijn we begonnen met het toegankelijker maken van deze methode, zodat projectleiders hier ook zelfstandig mee aan de slag kunnen bij kleinere projecten. In 2024 zetten we dit proces voort. Doordat participatieprogramma ‘Dorpen Maken Het Verschil’ doorloopt, blijven er mogelijkheden om initiatieven van inwoners of verenigingen die bijdragen aan de leefbaarheid te ondersteunen. We zijn actief betrokken en zijn, bijvoorbeeld door de dorpsschouwen te organiseren, aanwezig in de directe leefomgeving. Er is sprake van direct contact en korte lijntjes. Deze ingeslagen koers wordt als positief ervaren. Kempenmuseum de Acht Zaligheden In mei 2022 heeft de gemeenteraad besloten in te stemmen met de plannen voor het Kempenmuseum en hiervoor een krediet beschikbaar te stellen. 2022 was een overgangsjaar, waarin de schetsplannen concreet zijn uitgewerkt tot een uitvoeringsgereed ontwerp. In 2023 is het definitief ontwerp klaar en vindt de aanbesteding plaats. De verwachting is dat een deel van de uitvoering in 2024 start.
Fietsvoorzieningen In de periode 2020-2023 hebben wij acht projecten uitgevoerd in het kader van verbeteringen van fietsvoorzieningen, waaronder de aanleg van twee nieuwe vrijliggende fietspaden. Voor de periode 20242026 staan nog dertien fietsprojecten op de rol voor uitvoering. Dit zijn zowel nieuwe fietspaden als onderhoudswerkzaamheden. Zeven daarvan zijn al zover voorbereid dat de uitvoering in 2024 start. Plan Bos & Boom We gaan nu het 3e plantseizoen in voor plan Bos & Boom: 400.000 bomen in 10 jaar. Afgelopen twee jaar hebben we 101.276 nieuwe bomen geplant: 25% van de doelstelling. Het overgrote deel is uitgevoerd in de vorm van nieuw bos/landschapselementen en bosverjonging/omvorming. Maar er zijn ook bomen geplant binnen de verschillende dorpen en via de provinciale StiLa regeling, waarin de gemeente participeert. In 2024 gaan we hiermee door in een iets afgevlakt tempo. Sociaal Domein In 2023 is het Welzijnsplan 2023 tot en met 2026 vastgesteld. Hierin zijn alle beleidsterreinen opgenomen die gezamenlijk de sociale basis vormen, aangevuld met de vangnetvoorzieningen voor kwetsbare inwoners. We gaan in 2024 verder invulling geven aan de plannen die hierin zijn opgenomen.
Concreet gaat het hierbij om onder meer een nieuw accommodatiebeleid, de actualisering van het armoedebeleid en het meerjarenbeleidskader jeugd, een integraal gezondheidsbeleid en het vaststellen van een Integraal Huisvestingsplan Onderwijs. Voor wat betreft de vangnetvoorzieningen vindt voortdurend bijstelling plaats als (landelijke) ontwikkelingen daarom vragen. Burgemeester en wethouders van Eersel,
H.M.L. Offermans Secretaris
W.A.C.M. Wouters Burgemeester
7
8
Inleiding De gemeenteraad stelt jaarlijks vanuit haar kaderstellende en controlerende functie de begroting vast. Daarmee geeft de raad invulling aan haar recht het college van B&W toestemming te verlenen om voor een aangegeven prestatie een vastgesteld budget uit te geven. Wijzigingen door het jaar heen worden vervolgens ook ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad. Voor het overgrote deel van de budgetten wordt deze toestemming verleend via de begroting. De begroting bouwt zich op door een optelsom van door de raad vastgestelde beleidsstukken, externe ontwikkelingen die invloed hebben op inkomsten en uitgaven, de voor kennisgeving aangenomen voorjaarsnota 2024, het coalitieakkoord “Doen, tenzij!”, de begroting 2023 inclusief de begrotingswijzigingen tot en met 6 juli 2023 en de jaarstukken over 2022. De opzet van de begroting 2024 Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor hoe gemeenten in Nederland hun begroting dienen op te stellen. In lijn met de BBV bestaat de Eerselse begroting uit twee delen: I de beleidsbegroting; II de financiële begroting. De beleidsbegroting bestaat uit het programmaplan (de programma’s) en de paragrafen. De programma’s worden conform artikel 2 van de financiële verordening van onze gemeente aan het begin van iedere raadsperiode vastgesteld door de raad.
De financiële begroting omvat het overzicht van baten en lasten, de financiële positie van de gemeente, het investeringsprogramma en de meerjarenbegroting. 1. 1.1
De beleidsbegroting Het programmaplan en de maatschappelijke effecten, indicatoren en normen
1.1.1 Normen en indicatoren Al een aantal jaren vindt een doorontwikkeling plaats op het gebied van normen en indicatoren in onze begroting. Vanuit het Besluit Begroting Verantwoording (BBV) is het sinds de begroting van 2017 landelijk verplicht gesteld een set van benchmarkindicatoren in de programmabegroting op te nemen. Die set heeft het doel: - de begroting inzichtelijker te maken voor (niet-financiële) raadsleden en inwoners; - het mogelijk te maken om de gemeente Eersel met andere gemeenten en cijfers te vergelijken. De verplichte indicatoren zijn in de programmabegroting opgenomen bij de beleidsvelden waar zij (het meest) betrekking op hebben. De indicatoren zijn afkomstig uit bestaande (landelijke) benchmarks en onderzoeken. Indien de raad daarvoor wensen heeft, al dan niet op aangeven van het college van B&W, kunnen deze landelijke indicatoren worden aangevuld met eigen indicatoren. De indicatoren en de bijbehorende meetgegevens worden ontsloten via www.waarstaatjegemeente.nl. Hierbij wordt opgemerkt dat sommige gegevens niet jaarlijks worden gemeten, ofwel tijdig worden geactualiseerd. De raad is vrij om voorstellen te doen tot wijzigingen van normen. Meetgegevens voor de eigen (subjectieve) indicatoren worden verkregen aan de hand van de burgerpeiling en ondernemerspeiling.
Het verbeteren van de normen en indicatoren is een proces dat continu de nodige aandacht heeft, zodat bovenstaande doelen ieder jaar weer beter te realiseren zijn. Bij de programma’s gaat het in eerste instantie om de inhoud van het beleid. Vanzelfsprekend is ook de financiële ruimte belangrijk. In het programmaplan zijn de beoogde maatschappelijke effecten van de indicatoren vermeld, evenals de (prestatie)normen die daarop betrekking hebben. 1.1.2 Maatschappelijke effecten In deze programmabegroting zijn de volgende uitgangspunten per programma gehanteerd: - Gewenst maatschappelijk effect(en) is (zijn) duidelijk geformuleerd; - Gewenst maatschappelijk effect(en) wordt (worden) uitgesplitst in subdoelen; - Meetbare indicatoren worden opgenomen die iets zeggen over de mate waarin het gewenste effect is/wordt gerealiseerd; - Opgenomen indicatoren uit de begroting zijn (op termijn) daadwerkelijk te monitoren, zodat verantwoording hierover mogelijk is; - Per indicator is een (minimum)norm geformuleerd; 9
-
Een directe koppeling wordt gelegd tussen datgene wat we willen bereiken en datgene wat we daarvoor gaan doen in het begrotingsjaar.
In de programmarekening, als onderdeel van de jaarstukken, wordt vervolgens aan de hand van kleuren in de tabel aangegeven of de gestelde normen zijn gerealiseerd. 1.1.3 De opbouw van de programma’s Omschrijving programma Hierin wordt omschreven wat onder het betreffende programma wordt verstaan. De beleidsterreinen die onder het programma vallen zijn ook aangegeven. Deze beleidsterreinen zijn gekoppeld aan de taakvelden uit het BBV. De drie ‘w’s’: 1. Wat willen we bereiken en 2. Wat gaan we daarvoor doen? Per programma zijn de beoogde maatschappelijke effecten aangegeven, die moeten worden bereikt door de uitvoering van beleid. In deze rubriek zijn indicatoren aangegeven voor de beoogde maatschappelijke effecten. Daarnaast is een rubriek opgenomen waarin (prestatie)normen zijn vermeld, die moeten worden gehaald. Direct hieraan gekoppeld zijn de specifieke activiteiten die hiervoor verricht moeten worden. Voorbeeld: De activiteiten die vallen onder dit programma hebben als doel het volgende maatschappelijke effect te realiseren: “Geformuleerd maatschappelijk effect”
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? ONDERWERP Indicator Indicator behorende bij maatschappelijk effect.
het
Realisatie Hoe hebben we de afgelopen jaren gescoord op deze indicator.
Norm De te behalen norm in 2024.
Wat gaan we daarvoor doen? Opsomming van activiteiten die in 2024 moeten bijdragen aan het realiseren van de gewenste realisatie, die een positieve bijdrage levert aan het behalen van het maatschappelijk effect. Vervolgens worden bijzonderheden en speerpunten voor 2024, die invloed hebben op de realisatie, toegelicht. 3. Wat mag het kosten? Ieder programma kent baten en lasten. Autorisatie door de raad vindt plaats op het niveau van de programma’s. Deze programma’s zijn ingedeeld in productgroepen, die gelijk zijn aan de taakvelden uit het BBV. De uitgaven die ten laste van reserves zijn gebracht, zijn opgenomen bij de lasten en baten van de desbetreffende productgroep. Verder zijn de investeringen voor 2024 opgenomen. Indien de raad instemt met de begroting, worden de investeringskredieten voor het jaar 2024 beschikbaar gesteld, mits er door de raad geen aanpassingen worden gemaakt in het meerjarig-investeringsprogramma. De programma’s 10 en 11 Het programma ‘Algemene baten en lasten’ (programma 10) en het programma ‘Overhead’ (programma 11) hebben een andere opbouw dan de overige programma’s. Hierin wordt alleen een overzicht van de financiële middelen gegeven. 1.2
De paragrafen
In de paragrafen worden de beleidsmatige aspecten van diverse beheersinstrumenten aangegeven. Bedoelde instrumenten vallen ook onder één of meer programma’s. Voor een totaalinzicht in de positie van de gemeente is het van belang dat deze dwarsdoorsnede wordt gemaakt. Het BBV bepaalt welke paragrafen in ieder geval opgenomen moeten worden in onze begroting.
10
Hieronder wordt kort ingegaan op de diverse paragrafen. 1. Lokale heffingen Hierin wordt een toelichting gegeven op alle belastingen en heffingen van de gemeente Eersel. 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf gaat het om de vraag in welke mate de gemeente in staat is middelen vrij te maken om tegenvallers te kunnen opvangen. Aangegeven wordt welke risico’s de gemeente loopt, welke middelen beschikbaar zijn bij tegenvallers en welk beleid de gemeente heeft ten aanzien van deze aspecten. 3. Onderhoud kapitaalgoederen In dit onderdeel wordt ingegaan op de onderhoudstoestand en de kosten van wegen, riolering, gebouwen, groen en verlichting, de zogenaamde kapitaalgoederen. Deze paragraaf is onder meer een instrument om onderhoud systematisch aan te pakken. Het spreekt voor zich dat de instandhouding van de kapitaalgoederen van essentieel belang is voor de realisering van verschillende programma’s, zoals ‘verkeer en vervoer’ en ‘onderwijs en educatie’. 4. Treasury De paragraaf is bedoeld om de uitvoering van de treasuryfunctie te volgen, welke functie als volgt kan worden gedefinieerd: ‘Het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s’. 5.
Bedrijfsvoering Bij de bedrijfsvoering gaat het om de besturing en beheersing van, het toezicht op en de verantwoording over de bedrijfsprocessen binnen de gemeentelijke organisatie op basis van een bedrijfsvoeringfilosofie (bijvoorbeeld rechtmatig, betrouwbaar, transparant, doelmatig en doeltreffend). 6. Verbonden partijen Dit onderdeel moet inzicht geven in de zogenaamde verbonden partijen: ‘Participaties van de gemeente in derde rechtspersonen waarin bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend en waarmee financiële belangen zijn gemoeid’. Hiermee worden bedoeld de gemeenschappelijke regelingen, stichtingen, verenigingen en privaatrechtelijke rechtspersonen. Partijen waarin de gemeente én een bestuurlijk én een financieel belang heeft. 7. Grondbeleid Het grondbeleid is enerzijds van belang voor de doelstelling van verschillende programma’s en anderzijds vanwege de financiële belangen en risico’s voor de gemeente. 8. Openbaarheid Wet open overheid (Woo) Deze nieuwe paragraaf voorziet in de wettelijke verplichting om jaarlijks in de begroting aandacht te besteden aan beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de Woo.
2.
De financiële begroting
In het overzicht van baten en lasten is het onderdeel waarin is aangegeven tot welke bedragen de raad het college heeft geautoriseerd bij de begroting. Het is een overzicht van de baten en lasten per programma, waarbij afzonderlijk is aangegeven welke onttrekkingen en toevoegingen aan reserves er per programma plaatsvinden. In het onderdeel financiële positie wordt ingegaan op het gevolgde begrotingsbeleid (inclusief de uitgangspunten), de jaarlijks terugkerende arbeidskosten, de investeringen, de reserves en de meerjarenbegroting. De ‘financiële positie’ en de paragraaf “weerstandsvermogen en risicobeheersing” geven samen antwoord op de vraag hoe gezond de gemeente financieel is, of aan alle verplichtingen kan worden voldaan en of er dan nog ruimte is om eventuele tegenvallers op te vangen.
11
De totale inkomsten en uitgaven en de batige saldi zien er voor de periode 2024-2027 als volgt uit: (bedragen in €) Inkomsten Uitgaven Begrotingssaldo Waarvan incidenteel Structureel saldo
2024 57.918.752 57.798.335 120.417 22.190 98.227
2025 56.719.943 57.111.300 -391.357 -30.130 - 361.310
2026 53.444.621 57.358.914 -3.914.293 -30.310 - 3.883.983
2027 53.003.787 57.346.436 -4.342.649 -30.310 - 4.312.339
In de begroting 2024 is het batig exploitatiesaldo voor 2024 ad € 120.417,- toegevoegd aan de algemene reserve (zie ook de toelichting bij het onderdeel “Financiële positie”, paragraaf 2.1). Bijlagen Conform de vastgestelde beleidsnota reserves en voorzieningen moet jaarlijks bij de begroting en jaarrekening enkele gegevens per reserve en voorziening worden geactualiseerd. Het overzicht ‘Reserves en voorzieningen’ maakt in de vorm van bijlage A dan ook deel uit van de begroting en jaarrekening. Tevens is er een verplicht overzicht van de baten en lasten per taakveld als bijlage B opgenomen. Tenslotte wordt in bijlage C het EMU-saldo gepresenteerd.
12
I. BELEIDSBEGROTING
13
0. Sociale voorzieningen De activiteiten die vallen onder dit programma hebben als doel het volgende maatschappelijke effect te realiseren: “Inwoners kunnen in hun levensbehoefte voorzien”.
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? INKOMEN Indicator 1. Netto arbeidsparticipatie (verplicht) % van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking
Realisatie 2022 Eersel: 74,6 Gemeenten tot 25.000 inwoners: 72,9
Norm Norm: > het gemiddelde van gemeenten tot 25.000 inwoners
2021 Eersel: 73,5 Gemeenten tot 25.000 inwoners: 71,6
Wat gaan we daarvoor doen? KempenPlus voert namens de deelnemende gemeenten de Participatiewet en de Wet Sociale Werkvoorziening uit. Per 1 januari 2022 is de uitvoering van de Wet inburgering 2021 aan het takenpakket toegevoegd. Voor de gemeente Eersel wordt deze taak gedeeltelijk door KempenPlus uitgevoerd. Hiernaast ondersteunt KempenPlus de ontwikkeling van cliënten met als doel regulier aan het werk te gaan en te blijven. Als regulier werk niet (of niet direct) haalbaar is, wordt er gekeken naar mogelijkheden tot gesubsidieerde arbeid op de reguliere arbeidsmarkt of een beschutte werkplek bij of via KempenPlus, of een andere vorm van zinvolle dagbesteding. KempenPlus bepaalt voor elke cliënt een passende aanpak: cliënten zijn aan het werk, werken aan werk, participeren, werken aan participatie of hebben een zorgtraject. Indicator 2. Werkloze jongeren (verplicht)
Realisatie 2022 Nog niet bekend
% 16 t/m 22-jarigen
2021 Eersel: niet bekend Gemeenten tot 25.000: 1%
Norm Norm: < het gemiddelde van gemeenten tot 25.000 inwoners
Wat gaan we daarvoor doen? KempenPlus biedt ondersteuning aan jongeren van 16 of 17 jaar met een leerplicht of kwalificatieplicht en jongeren van 18 tot 27 die hulp nodig hebben voor het volgen van een leerwerktraject; KempenPlus zet een breed scala aan re-integratie instrumenten in voor werkloze jongeren en biedt specifieke trainingen aan op basis van nut en noodzaak. Indicator 3. Personen met een bijstandsuitkering (verplicht) Aantal per 10.000 inwoners
Realisatie 2022 Eersel: 150
Norm Norm: < het gemiddelde van gemeenten tot 25.000 inwoners
2021 Eersel: 119 Gemeenten tot 25.000 inwoners: 216
Wat gaan we daarvoor doen? - KempenPlus verstrekt een uitkering aan wie daar recht op heeft. Alle uitkeringsgerechtigden hebben een actueel plan van aanpak (of ontheffing); - Daarnaast wordt TalentPlus ingezet om nieuwe cliënten te diagnosticeren en een passend traject aan te bieden.
14
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? Indicator 4. Lopende re-integratievoorzieningen (verplicht)
Realisatie 2022 Eersel: 130 Gemeenten tot 25.000 inwoners: 142
Aantal per 10.000 inwoners van 15 – 64 jaar
2021 Eersel: 98 Gemeenten tot 25.000 inwoners: 143
Norm Norm: > het gemiddelde van gemeenten tot 25.000 inwoners
Wat gaan we daarvoor doen? Door middel van het TalentPlus-programma en andere vormen van diagnose wordt de afstand van de cliënt tot arbeid in beeld gebracht en worden trajecten ingezet om de afstand tot de arbeidsmarkt te verminderen zodat uitstroom naar werk meer kansen biedt.
Toelichtingen op ontwikkelingen/speerpunten 2024 KempenPlus KempenPlus is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet. KempenPlus ondersteunt inwoners met als doel hen zo regulier mogelijk aan het werk te laten gaan en te blijven, of als dat (nog) niet mogelijk is, zich bezig te houden met een andere vorm van een nuttige dagbesteding. Daarnaast verzorgt KempenPlus de dienstverlening richting werkgevers. Zij bemiddelen, detacheren of nemen bijvoorbeeld de bemensing van een hele productielijn over. Voor inwoners die geen inkomen hebben, beoordeelt KempenPlus het recht op bijstand en verzorgt de uitbetaling hiervan. Vanaf 1 januari 2024 is KempenPlus ook verantwoordelijk voor de bijzondere bijstand. Toekomstverkenning KempenPlus In 2019 is bij de start van KempenPlus afgesproken om te zijner tijd te kijken of de opdracht, de organisatie en de daarvoor ter beschikking gestelde middelen nog passend zijn om de beoogde maatschappelijke effecten te bereiken. In 2023 is gestart met een toekomstverkenning om tot een breed gedragen strategie voor een toekomstbestendige organisatie te komen. De keuzes die hierbij gemaakt worden, zullen gevolgen hebben voor de toekomst. Inwoners met een migratieachtergrond Huisvesting statushouders en asielzoekers De taakstelling voor 2023 was fors vanwege een verhoogde asielinstroom.
In het jaar 2023 moesten 57 personen gehuisvest worden, inclusief een achterstand uit het jaar 2022 (ter vergelijking; in 2022 en 2021 waren dat er respectievelijk 26 en 30). Voor 2024 verwachten wij tenminste vijftig statushouders te moeten huisvesten. Gemeenten krijgen, indien de zogenaamde Spreidingswet wordt aangenomen, naast de taakstelling voor de huisvesting van statushouders vanaf 2024 ook een extra taak voor opvang van asielzoekers om daarmee de asielzoekerscentra te ontlasten. Dit maakt het dat we mogelijk staan voor een pittige opdracht en een grote uitdaging. In 2023 heeft de provincie onze gemeente onder actief toezicht gesteld omdat de taakstelling van 2022 niet was gehaald. Er is een plan van aanpak geformuleerd welke stappen ondernomen worden en welke acties worden uitgezet om deze achterstand in te lopen, onder meer: - Intensivering van de samenwerking met Woningstichting WSZ. Prestatieafspraken moeten leiden tot een maximaal haalbaar aanbod van verhuur aan statushouders, zonder dat dit leidt tot excessen richting andere urgente woningzoekenden.
Tevens is met WSZ een extra prestatieafspraak gemaakt om geschikte woningen uit de verkoop te houden en die aan te bieden voor de taakstelling; - Actief zoeken naar vastgoed om te kopen en die ter beschikking stellen aan vergunninghouders; - Samenwerking in de regio met gemeenten die gezinnen op de huisvestingslijst hebben die beter passen bij de woningvoorraad (eengezinswoningen) in onze gemeente. In dit geval ruilen gemeenten onderling voor het bewerkstellingen van betere matching; - Realiseren van flex-woningen (eind 2023/begin 2024), waarvan een aantal bestemd voor statushouders. Inburgering Door de toename van het aantal statushouders nemen ook de werkzaamheden in het kader van de inburgering toe. Samen met vluchtelingenwerk Eersel, de taalscholen en andere partijen in de inburgeringsketen werken we samen om de toename op een goede manier op te vangen. De instroom heeft effect op het 15
brede sociale domein. Samenwerking op verschillende niveaus is nodig om de integratie van de doelgroep soepel te laten verlopen. In 2023 is de uitvoering van de Wet inburgering 2021 geëvalueerd (zowel lokaal als op Kempenniveau). Aan de hand van deze evaluatie vindt onderzoek plaats of gestelde doelen zijn gehaald of dat het beleid vanaf 2024 bijgesteld moet worden. Opvang Oekraïners De Richtlijn Tijdelijke Bescherming voor ontheemde Oekraïners is in ongewijzigde vorm verlengd tot 4 maart 2024. Dit betekent dat Oekraïners die in de gemeentelijke en particuliere opvang zitten recht behouden op opvang, medische zorg, onderwijs (voor minderjarige kinderen) en de mogelijkheid hebben tot werken. In september 2023 heeft een verhuizing plaatsgevonden van de opvanglocatie in Vessem naar de nieuwe locatie (STG-gebouw) in Eersel. De nieuwe locatie biedt iets meer capaciteit en ruimte voor meer opvang van de doelgroep. De Oekraïners in onze gemeente participeren goed op arbeidsgebied. Ook wordt een beroep gedaan op regelingen die vallen onder het sociaal domein. Omdat deze doelgroep een aparte status heeft kan hierop niet in alle gevallen een beroep worden gedaan. Dit probleem heeft inmiddels de landelijke aandacht.
Wat mag het kosten? Programma: Sociale voorzieningen Productgroep
Rekening
(bedragen in €) LASTEN
2022
2023
2024
2025
2026
2027
90.114
121.573
123.694
123.694
123.694
123.694
3.203.403
3.112.610
2.858.210
2.860.210
2.862.210
2.864.210
313.887
324.597
455.597
88.597
88.597
88.597
3.607.404
3.558.780
3.437.501
3.072.501
3.074.501
3.076.501
Werk Inkomen Inwoners met migratieachtergrond Totaal lasten (excl. kapitaallasten & apparaatskosten)
Begroting
Begroting 2024 - 2027
BATEN Werk
5.657
5.381
7.753
7.753
7.753
7.753
2.053.667
2.641.000 33.000
2.372.550
2.372.550
2.390.150
2.390.150
0
0
0
0
2.110.227
2.679.381
2.380.303
2.380.303
2.397.903
2.397.903
-1.497.177
-879.399
-1.057.198
-692.198
-676.598
-678.598
Apparaatskosten
4.054.316
5.093.907
5.704.227
5.704.227
5.704.227
5.704.227
Totaal overige lasten Saldo programma (baten – lasten)
4.054.316 -5.551.493
5.093.907 -5.973.306
5.704.227 -6.761.425
5.704.227 -6.396.425
5.704.227 -6.380.825
5.704.227 -6.382.825
Inkomen Inwoners met migratieachtergrond Totaal baten (excl. beschikking reserve m.b.t. kapitaallasten) Saldo (baten – lasten)
50.903
OVERIGE LASTEN
De onderstaande analyse van de belangrijkste financiële afwijkingen 2024 ten opzichte van 2023 gaat over de kosten exclusief apparaatskosten, kapitaallasten en onttrekkingen aan de reserves (voor zover deze een directe relatie hebben met de kapitaallasten/afschrijvingen). Werk Binnen deze productgroep zijn geen significante afwijkingen. Inkomen Binnen deze productgroep zijn geen significante afwijkingen. Inwoners met een migratieachtergrond Binnen deze productgroep is sprake van een afwijking van € 164.000,- negatief ten opzichte van de begroting 2023. Dit wordt voor € 135.000,- negatief veroorzaakt door een ophoging van het budget voor het leefgeld voor de vluchtelingenopvang. Daarnaast begroten wij € 39.000,- (negatief) aan extra middelen voor de integratie van statushouders zoals in de tweede bestuursrapportage 2022 aan u is gerapporteerd. De overige afwijking betreft een aframing van € 10.000,-.
Beleidsdocumenten -
Bedrijfsplan Participatiebedrijf ‘iedereen werkt mee’ 16
1. Maatschappelijke dienstverlening en gezondheid Door het uitvoeren van de activiteiten in dit programma willen we het volgende maatschappelijke effect realiseren: “Een samenleving waarin inwoners zo zelfstandig mogelijk kunnen wonen, leven en deelnemen, wat hen in staat stelt zichzelf te ontplooien in goede gezondheid”.
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? JEUGD Indicator 5. Jongeren met een delict voor de rechter (verplicht)
Realisatie 2022 Eersel: geen bekende waarde. Gemeenten tot 25.000 inwoners: geen bekende waarde.
Norm Norm: < het gemiddelde van gemeenten tot 25.000 inwoners
% 12 t/m 21-jarigen 2021 Eersel: 1% Gemeenten tot 25.000 inwoners: 1%. Wat gaan we daarvoor doen? - Samenwerking met politie; - Vroege signalering in het voorliggende veld (preventie); - Monitoring van de aanmeldingen Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG+) via de verschillende aandachtsgebieden. Indicator 6. Kinderen in uitkeringsgezin (verplicht) % kinderen tot 18 jaar
Realisatie 2022 Eersel: geen bekende waarde. Gemeenten tot 25.000 inwoners: geen bekende waarde.
Norm Norm: < het gemiddelde van gemeenten tot 25.000 inwoners
2021 Eersel: 2%. Gemeenten tot 25.000 inwoners: 3% Wat gaan we daarvoor doen? - Vanuit één regisseur werken we integraal aan verschillende problematieken; - Nauwe samenwerking in het kader van de Participatiewet. Indicator 7. Jongeren met jeugdhulp (verplicht)
Realisatie 2022 (tweede halfjaar): Eersel: 9,6%. Gemeenten tot 25.000 inwoners: 12,1%.
Norm Norm: < het gemiddelde van gemeenten tot 25.000 inwoners
% van alle jongeren tot 18 jaar 2021 Eersel: 12,3%. Gemeenten tot 25.000 inwoners 12,2% Wat gaan we daarvoor doen? - Verminderen aantal specialistische jeugdhulptrajecten in aantal en in duur; - Preventief werk CJG+; - Samen met het gezin een plan opstellen waardoor gezinnen zelf problemen kunnen oplossen.
17
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? Indicator 8. Jongeren met jeugdbescherming (verplicht)
Realisatie 2022 (tweede halfjaar) Eersel: 0,4%. Gemeenten tot 25.000 inwoners: geen bekende waarde.
Norm Norm: < het gemiddelde van gemeenten tot 25.000 inwoners
% van alle jongeren tot 18 jaar 2021 Eersel: 0,8% Gemeenten tot 25.000 inwoners: geen bekende waarde. Wat gaan we daarvoor doen? - De gezamenlijke ambitie van zowel de gemeenten als de gecertificeerde instellingen is om op termijn te komen tot een substantiële reductie van de instroom binnen Jeugdbescherming en Jeugdreclassering en tot het verkorten van de trajectduur; - Tandems vormen met gecertificeerde instellingen door vroegtijdige consultering van Bureau Jeugdzorg en William Schrikker Groep (WSG) en zo nodig de Raad voor de Kinderbescherming (contractueel vastgelegd); - Adviserend expertteam op afroep beschikbaar; - Inzet Civiel trajectberaad; - Inzet initiatieven van Transformatiefonds. Indicator 9. Jongeren met jeugdreclassering (verplicht)
Realisatie 2022 Eersel: geen bekende waarde. Gemeenten tot 25.000 inwoners: geen bekende waarde.
Norm Norm: < het gemiddelde van gemeenten tot 25.000 inwoners
% van alle jongeren van 12 tot 23 jaar (geen bekende waarde in 2021). Wat gaan we daarvoor doen? - Samenwerking met jeugdreclassering, Veilig Thuis, politie en scholen.
WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING Indicator 10. Cliënten met een maatwerkarrangement WMO (verplicht)
Realisatie 2022 Eersel: 690 Gemeenten tot 25.000 inwoners: 647
Aantal per 10.000 inwoners
2021 Eersel: 700 Gemeenten tot 25.000 inwoners: 640
Norm Geen norm
Wat gaan we daarvoor doen? - Uitvoeren van de Verordening Wmo 2019 voor wat betreft maatwerkvoorzieningen Wmo. - Op het terrein van welzijn is de aandacht gericht op: Ondersteuning mantelzorgers Dementie Ketenzorg Versterking voorliggende voorzieningen Inclusief beleid - Inzichtelijk maken hoe we omgaan met ‘complexe casuïstiek’ en ervoor zorgen dat deze aanvragen op een juiste manier behandeld en ondersteund worden.
18
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? VRIJWILLIGERS Indicator 11. Aantal vrijwilligers (eigen indicator)
Realisatie 2022 Eersel: 47%. Gemeenten tot 25.000 inwoners: 43%
Norm Norm: > het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners
% inwoners dat zich heeft ingezet voor anderen en/ of maatschappelijke doelen via vrijwilligerswerk. Wat gaan we daarvoor doen? In 2024 vervolgen wij onze uitvoering van het vrijwilligersbeleid, vastgelegd in het Welzijnsplan gemeente Eersel 2023 – 2026. We richten ons daarbij onder andere. op het bieden van een zo goed mogelijke ondersteuningsstructuur, vanuit de gemeente zelf en vanuit het Steunpunt Vrijwilligerswerk Eerselvoorelkaar voor vrijwilligersorganisaties, vrijwilligers en individuele hulpvragers.
Toelichtingen op ontwikkelingen/speerpunten 2024 Welzijnsplan gemeente Eersel 2023 tot en met 2026 In april 2023 is het Welzijnsplan gemeente Eersel 2023 tot en met 2026 vastgesteld. We steken daarbij in op twee opgaven voor de komende jaren: 1. Het, waar nodig, versterken en verbinden van de sociale basis; 2. Focus op kwetsbare inwoners met vangnetvoorzieningen. De sociale basis wordt gevormd uit de beleidsterreinen een passende woning, een plezierige leefomgeving, een stabiele financiële situatie, een baan, dagbesteding en vrijwilligerswerk, een fijn sociaal netwerk, bij een gemeenschap horen, een goede gezondheid en voldoende gelegenheid tot het volgen van onderwijs/opleidingen. Daarnaast ligt de focus op kwetsbare inwoners waarvoor vangnetvoorzieningen nodig zijn om (tijdelijk) ondersteuning te bieden als de sociale basis niet voldoende is om mee te kunnen doen. In het Welzijnsplan is ten aanzien van deze beleidsterreinen opgenomen waarop de komende jaren de inzet is gericht. Voor een aantal onderwerpen sluiten we daarbij aan bij hetgeen over deze onderwerpen al in specifieke beleidsdocumenten is vastgelegd. Subsidieprogramma Een belangrijk middel dat de gemeente heeft om beleidsdoelen te realiseren zijn subsidies. Aan het Welzijnsplan is ook het Subsidieprogramma gekoppeld. In 2023 stelt het college het nieuwe Subsidieprogramma 2024 tot en met 2027 vast.
In dit programma zijn de (vrijwillige) organisaties opgenomen die van gemeentewege voor deze jaren subsidie ontvangen. Actualisatie gemeentelijk accommodatiebeleid. Aan de hand van een tweetal thema’s is in 2023 een proces doorlopen waaruit is gebleken op welke wijze het gebruik van gemeentelijke accommodaties aantrekkelijker gemaakt kan worden. Deze thema’s zijn het aantrekkelijker maken van gemeentelijke accommodaties en de ontwikkelingen rondom basis- en niet basisvoorzieningen. De uitkomsten worden vervolgens vertaald in het nieuwe of geactualiseerd vastgestelde accommodatiebeleid. In 2024 zal hieraan verder uitvoering worden gegeven. Vrijwilligers Na een daling in 2020 en 2021 zien we nu dat het aantal inwoners dat zich vrijwillig inzet, weer gestaag stijgt. We zijn nog niet terug op het oude niveau. Dat zien we ook terug op de website www.eerselvoorelkaar.nl waar het aantal vragen van vrijwilligersorganisaties en inwoners voor uiteenlopende vormen van vrijwillige inzet groot is. Ook in 2024 blijven we inwoners stimuleren om zich in te zetten voor een vrijwilligersorganisatie of iemand in de omgeving. We zien ook dat er steeds meer vraag is naar flexibel vrijwilligerswerk. Dit vergt een andere kijk op de organisatie van vrijwilligerswerk binnen vrijwilligersorganisaties.
Vrijwilligersorganisaties zijn zelf verantwoordelijk voor het vinden, binden, ondersteunen en boeien van hun vrijwilligers. Wij zien het als onze taak hen hierin zo goed mogelijk te ondersteunen. Het steunpunt vrijwilligerswerk Eerselvoorelkaar speelt hierin een centrale rol. Naast ondersteuning bij het matchen van vraag en aanbod van vrijwilligerswerk (onder andere via Eerselvoorelkaar.nl), bieden we voorzieningen als de collectieve vrijwilligersverzekering en subsidie voor scholing van vrijwilligers, waardering van vrijwillige inzet en ondersteuning van vrijwilligersorganisaties bij hun vrijwilligersbeleid. 19
Jeugdhulp Meerjarenbeleidskader In het derde kwartaal van 2023 ligt het voorstel om het Meerjarenbeleidskader (MJBK) Jeugdhulp met twee jaar te verlengen (voor 2024 en 2025) ter besluitvorming voor. In het MJBK zijn zes actielijnen opgenomen die aansluiten bij het landelijke actieprogramma “Zorg voor de Jeugd”. Deze actielijnen worden gemonitord middels prestatie-indicatoren. Effectmeting hierop vindt jaarlijks plaats. In 2024 gaan we starten met de evaluatie en de vormgeving van een nieuw MJBK voor de periode 2026 – 2029. Landelijke ontwikkelingen (onder andere de Hervormingsagenda) jeugd worden hierin nadrukkelijk betrokken. Project Samen doen Het project Samen doen is erop gericht om de onderlinge samenwerking tussen jeugdhulp, onderwijs en kinderopvangorganisaties te bevorderen, waarbij door preventief signaleren van een behoefte aan ondersteuning en vroegtijdige inzet van ondersteuning de ontwikkelkansen van kinderen wordt vergroot. Inzet wordt vormgegeven door jeugd en gezinswerkers van het Lokale ondersteuningsteam daadwerkelijk op school te positioneren. Voor de gemeente Eersel is dit zowel voor de Kempenkind, RBOB de Kempen, als Veldvest scholen georganiseerd. Hiermee worden ondersteuningsvragen eerder gesignaleerd en kan er vrijwel direct een lichte vorm van ondersteuning op school/eigen leefomgeving geboden worden zonder dat de jeugdige een cliënt van CJG+ wordt.
In 2024 wordt deze samenwerking voortgezet. Aanbesteding Jeugdhulp In 2022 is de aanbesteding van de contractering Jeugdhulp afgerond. Deze contractering had een grootschalige verandering tot gevolg voor de financieringsstructuur. In 2024 is de aandacht gericht op het door ontwikkelen van de verschillende jeugdhulpproducten en het verder optimaliseren van de samenwerkingsafspraken met de verschillende zorgaanbieders specialistische zorg. Spoedeisende Zorg We kopen spoedeisende zorg gezamenlijk met 21 gemeenten in. Veilig Thuis is gecontracteerd voor het leveren van deze spoedeisende zorg jeugd. In 2024 richt de dienstverlening van Veilig Thuis zich op het verbeteren en het door ontwikkelen van spoedeisende zorg. Jeugdbescherming en Jeugdreclassering In Brabant voeren vier gecertificeerde instellingen de maatregelen ‘jeugdbescherming’ en ‘jeugdreclassering’ uit middels een contract dat zij hebben met de gemeenten. De continuïteit van deze zorg staat al lange tijd onder druk. Mocht het nodig zijn dan worden ook in 2024 weer passende acties uitgezet. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Beschermd wonen In het kader van de Wmo bieden gemeenten haar inwoners de voorziening ‘beschermd wonen’ aan. Het doel van beschermd wonen is om mensen met een psychische kwetsbaarheid zoveel mogelijk in de eigen omgeving te begeleiden en ondersteunen.
De inhoudelijke en financiële verantwoordelijkheid voor de uitvoering van beschermd wonen als onderdeel van de Wmo ligt nu nog bij de centrumgemeenten. Bedoeling was dat deze verantwoordelijkheid en de financiële middelen vanaf 2023 fasegewijs overgeheveld zou worden van de centrumgemeente naar alle gemeenten. Echter de staatssecretaris heeft geconcludeerd dat de invoering van het woonplaatsbeginsel en het daarmee samenhangende nieuwe verdeelmodel beschermd wonen niet haalbaar zijn. Dit betekent dat de beoogde ingangsdatum van de doordecentralisatie beschermd wonen weer tot nader is uitgesteld. Tot hierover meer bekend is, houden we vast aan de ambities en uitgangspunten van de Regiovisie Doordecentralisatie Beschermd Wonen 2022-2026’. Deze gaan uit van een ontwikkeling van beschermd wonen naar beschermd thuis. Inclusie De ambitie van de gemeente is om een inclusieve samenleving te zijn, waarbij fysieke toegankelijkheid in de inclusieagenda één van de speerpunten is. In het uitvoeringsprogramma dat aan deze agenda is gekoppeld zijn de activiteiten opgenomen die we in samenwerking met de werkgroep inclusie uitvoeren. Eind 2023 vindt de evaluatie plaats en stellen we op basis van bevindingen en ontwikkelingen het vervolg voor de jaren 2024 en 2025 op.
Gezondheid In de jaren 2022 en 2023 is aan het thema gezondheid met name uitvoering gegeven op basis van het Kempisch Preventieakkoord en het project Eén tegen eenzaamheid. De komende jaren wordt ingezet op een gezondheidsbeleid in het kader van het landelijke programma Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Daartoe wordt eind 2023 een plan van aanpak afgerond (op 20
Kempenniveau). Voor de jaren 2023 tot en met 2026 ontvangen wij hiervoor extra rijksmiddelen (in de vorm van specifieke uitkeringen). De middelen dienen te worden ingezet voor twee thema’s: 1. Sport, bewegen en cultuur. Hieronder vallen het Kempisch Sport- en Beweegakkoord en de Brede Regeling Combinatiefuncties (BRC). Onder de BRC vallen zes profielen: buurtsportcoach, cultuurcoach, combinatiefunctionaris onderwijs, clubkadercoach (inclusief verenigingsmanager en sportparkmanager), beweegcoach en coördinator sport en preventie. 2. Gezondheid en sociale basis met als onderwerpen: - Terugdringen gezondheidsachterstanden - Kansrijke start - Mentale gezondheid - Aanpak overgewicht en obesitas - Valpreventie - Leefomgeving - OKO & Vroegsignalering alcoholproblematiek - Versterken sociale basis - Mantelzorg - Eén tegen eenzaamheid - Welzijn op recept Op deze onderwerpen wordt vanaf 2024 ingezet. De activiteiten die in het kader van het Preventieakkoord en het project ‘Eén tegen eenzaamheid’ al in uitvoering zijn krijgen hierin ook een plek. In 2018 zijn we gestart met Kempenbranie om het alcohol-, tabak- en drugsgebruik terug te dringen. Ook in 2024 wordt, in samenwerking met de (sport)verenigingen, uitvoering gegeven aan dit project.
Toelichting op investeringen 2024 Openbaar toegankelijk mindervalidentoilet centrum Eersel Via een petitie hebben 140 bewoners en bezoekers van het centrum van Eersel de gemeenteraad gevraagd om een openbaar toegankelijk mindervalidentoilet in het centrum van Eersel te realiseren. De raad heeft besloten hier gehoor aan te geven. De beoogde locatie hiervoor is in de schop achter het pand Markt 26, langs het fiets-/voetpad tussen de Markt en het Areven. Hiermee zou het doel om een kwalitatief goede en voor iedereen toegankelijke en schone openbare toiletvoorziening in het centrum van Eersel te realiseren, behaald moeten worden.
Toelichting op exploitatieposten 2024 STORM (Strong Teens - Resilient Minds) Vanuit signalen van scholen, GGD en CJG+ en via regionale onderzoeken is gebleken dat het niet goed gaat met de mentale gezondheid en weerbaarheid van jongeren. STORM is een netwerkaanpak van regionale partners in onderwijs en zorg (zoals voorgezet onderwijs, MBO, GGD, jeugdhulpverlening, GGZ en gemeenten), gestart in Oost-Brabant. Het Regionaal Samenwerkingsverband voor Passend Voortgezet Onderwijs heeft vanwege de goede ervaringen met de STORM aanpak in Oost-Brabant voorgesteld om deze aanpak ook te gaan toepassen in de regio Eindhoven (dertien gemeenten). Alle middelbare scholen in deze regio hebben inmiddels hun commitment gegeven en ook de GGD heeft toegezegd prioriteit te gaan geven aan de STORM aanpak voor zover het onderdeel waarbij hun inzet noodzakelijk is. Het doel van de STORM aanpak is mentaal gezonde jongeren, waardoor er minder sprake is van depressies en suïcides of pogingen daartoe. STORM is een programma waarvan de effecten bewezen zijn. Uitbreiding van de dorpsondersteuner Vessem Vanaf 2018 is in Vessem een Dorpsondersteuner werkzaam voor 8 uur per week. De dorpsondersteuner die vanaf medio 2019 deze functie heeft vervuld, is per 1 april 2023 gestopt.
In overleg met de Dorpsraad is gebleken dat de complete invulling van de functie van dorpsondersteuner niet uit te voeren is op basis van 8 uur per week. Dat in de voorgaande periode wel veel is bereikt, is te danken aan de invulling van deze functie door de toenmalige dorpsondersteuner, die hierin veel extra uren vrijwillig heeft ingezet. 21
De wens is dan ook om bij het aantrekken van een nieuwe dorpsondersteuner het aantal uren uit te breiden van 8 naar 20 uur per week. Dit zodat de dorpsondersteuner voldoende uren heeft om de volgende taken uit te voeren: - het opbouwen van een vertrouwensrelatie met inwoners en organisaties in Vessem; - het opzetten van ketenzorg – samenwerkingsverband tussen formele en informele zorgpartijen, zodat zorg en welzijnsdiensten aansluiten bij de vraag en op het juiste moment en in samenhang worden aangeboden; - het ontwikkelen van activiteiten voor ouderen en eventueel andere kwetsbare groepen; - het stimuleren van de samenwerking tussen vrijwilligersorganisaties; - het werken aan een goede onderliggende lokale structuur, mensen met elkaar in contact brengen en het lokale verenigingsleven stimuleren om steun en medewerking te verlenen; - het mede organiseren van activiteiten rondom gezondheid en veiligheid. In deze begroting is bovenstaande urenuitbreiding als een éénjarige pilot opgenomen. Dit is in lijn met een soortgelijke pilot die in Steensel plaats vindt. Naar aanleiding van de pilot zal er een evaluatie plaatsvinden, waarna er een besluit wordt genomen over het definitieve aantal uren dat benodigd is om de functie van dorpsondersteuner goed te kunnen uitvoeren.
Vervoer door vrijwilligers onder de noemer van ANWB AutoMaatje In de gemeente Eersel is een beperkte vorm van vrijwillig vervoer beschikbaar. Dit vrijwillige vervoer wordt over het algemeen ingezet voor vervoer gerelateerd aan zorg, niet voor het onderhouden van sociale contacten. In een aantal gemeenten in de regio is ANWB AutoMaatje van start gegaan. ANWB AutoMaatje is een vervoerservice waarbij vrijwillige chauffeurs minder mobiele plaatsgenoten vervoeren. De chauffeurs gebruiken daarvoor hun eigen auto. Inwoners betalen alleen een kleine onkostenvergoeding van € 0,35 per kilometer aan de vrijwillige chauffeur. De ANWB stelt kennis, software, begeleiding, training en materiaal ter beschikking. Gemeenten kunnen hierop aanhaken en een vervoersservice opzetten. De uitvoering van ANWB AutoMaatje wordt belegd bij Cordaad: zij ontvangen hiervoor een subsidie. Met ANWB AutoMaatje kunnen inwoners zo lang mogelijk, met ondersteuning, mobiel blijven en deelnemen aan het sociaal maatschappelijk verkeer.
Wat mag het kosten? Het programma bestaat uit de volgende productgroepen: 1. Vrijwilligers; 2. Voorzieningen jeugd en jongeren; 3. Ouderen, chronisch zieken en gehandicapten; 4. Sociaal cultureel werk; 5. Volksgezondheid. Investeringen (bedragen in €)
Openbaar toegankelijk toilet centrum Eersel Totaal investeringen
mindervaliden-
Exploitatie (bedragen in €)
STORM (Strong Teens - Resilient Minds) Openbaar toegankelijk mindervalidentoilet centrum Eersel Uitbreiding van de dorpsondersteuner Vessem Vervoer door vrijwilligers onder de noemer van ANWB AutoMaatje Totaal exploitatie