[23.13820] - Omgang met aanvraag Particuliere begraafplaats
Tekst van het document
*23.13820*
MEMO Aan:
De raad van Eersel
Van:
Het college van burgemeester en wethouders
Datum:
27 juni 2023
Betreft:
Omgang met aanvraag Particuliere begraafplaats
Corsanr.: 23.13820
Aanleiding Op 6 juni j.l. is er een principeverzoek binnengekomen waarin wordt verzocht om medewerking te verlenen aan het plan om op eigen grond begraven te worden op een begraafplaats. De eigen grond betreft hier landgoed Heijbroeck. Gezien de gemeente op dit moment geen beleid heeft omtrent het begraven op eigen grond is het lastig om een dergelijk initiatief te beoordelen. Wel is onderzocht of, en zo ja hoe, aan dit verzoek medewerking verleend kan worden. Wetgeving en bestaand beleid De Wet op de lijkbezorging (Wlb) verteld ons een aantal zaken: Een bijzondere begraafplaats kan slechts worden aangelegd en in stand gehouden door een kerkgenootschap dan wel door een privaatrechtelijke rechtspersoon of een natuurlijk persoon. Voor het aanleggen of uitbreiden van een bijzondere begraafplaats wordt slechts de grond gebruikt, die daartoe door de gemeenteraad is aangewezen. Het college van B&W kunnen maatregelen voorschrijven, welke nodig zijn teneinde de grond geschikt te maken om als begraafplaats te dienen. Voor het in gebruik nemen van een bijzondere begraafplaats of van een deel daarvan is de toestemming van het college van B&W nodig. Voor belanghebbende staat beroep bij gedeputeerde staten open. Aspecten waaraan getoetst wordt of er sprake is van goede ruimtelijke ordening komen veelal overeen tussen verschillend beleid van gemeenten die dergelijk beleid hebben.
Aan de hand van beleid van twee gemeenten blijkt dat dit gemaakt wordt op basis van de Wlb, Besluit op de lijkbezorging (Blb) en technische adviezen voor de inrichting van begraafplaatsen en graven van de VNG. Ruimtelijke criteria zijn: De aanvrager moet eigenaar van de grond zijn, waarbij geen zakelijk recht op de grond mag rusten. De grond moet vrij zijn van alle rechten om het mogelijk te maken dat een ononderbroken gebruik van de grond mogelijk is. De aanvrager dient een aantoonbare historische, emotionele binding met de grond te hebben. Hieronder wordt vaak verstaan dat de grond minimaal 50 jaar in bezit van de familie van de initiatiefnemer moet zijn. Er moet aangetoond worden dat de grond minimaal 10 jaar in bezit en beheer van de erfgenamen blijft om de grafrusttermijn te garanderen. De bodemgesteldheid moet geschikt zijn of geschikt gemaakt worden voor het gebruik van een begraafplaats. Binnen een straal van een x-aantal meters om de beoogde begraafplaats mogen zich geen kabels, leidingen of andere nutsvoorzieningen bevinden. 23.13820
Er moet een minimaal aantal meter afstand zijn tot de openbare weg, erfgrens met derden, woning, woonbestemming of een als woonruimte in gebruik zijnde gebouw. De locatie mag niet in grondwaterbeschermingsgebied liggen. Er dient een geohydrologische scheiding te zijn. De locatie dient voor het zicht vanaf een openbare weg of openbaar toegankelijk perceel visueel afgeschermd te worden met behulp van een natuurlijke, fysieke afscheiding met een hoogte van minimaal 1,80 meter die in het landschap inpasbaar is.
Eén van de criteria die hierboven genoemd wordt is echter bij relatief recent (2016) beleid van de gemeente Brunssum niet meegenomen. Het gaat om het criterium dat de aanvrager een aantoonbare historische en emotionele binding met de grond moet hebben waaronder vaak wordt verstaan dat het 50 jaar in bezit moet zijn van de familie. In het hierboven genoemde beleidsstuk baseert de gemeente Brunssum zich op de, door het Ministerie van Binnenlandse Zaken geactualiseerde, Inspectierichtlijn, een ledenbrief van de VNG evenals ‘technische adviezen voor de inrichting van begraafplaatsen en graven’. Deze actualisering lijkt te suggereren dat gemeenten een minder streng beleid kunnen en mogen voeren op het gebied van particuliere begraafplaatsen. Conclusie Aan de meeste eisen kan het eerder genoemde initiatief voldoen, zeker wanneer het criterium voor de historische en emotionele binding achterwege wordt gelaten. Binding met de locatie kan ook op een andere manier beargumenteerd worden. Initiatiefnemer heeft geïnvesteerd in de ontwikkeling van het landgoed. Daarnaast zijn er ruimtelijke gezien geen redenen om het initiatief niet toe te staan.
Het belangrijkste punt bij eventuele toestemming gaat er om dat de initiatiefnemer kan aantonen dat de grond minimaal 10 jaar in bezit en beheer van erfgenamen blijft of op een andere manier de grafrust wordt verzekerd, bijvoorbeeld door het oprichten van een stichting. Dit kan en moet de initiatiefnemer in een verdere onderbouwing beargumenteren. Al het bovenstaande in acht genomen kunnen wij vanuit het team Ruimtelijke Ontwikkeling enkel positief adviseren met betrekking tot het voorgestelde initiatief.
2 23.13820