[23.07572] - Welzijnsplan gemeente Eersel 2023 tot en met 2026
Tekst van het document
^ gemeente
^ Eersel IsíKpiÿ^ CJOKlfru
ûv Äŵv cO&rdLàr&Cįlo
Welzijnsplan gemeente Eersel 2023 tot en met 2026
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 ^ Inleiding
3
Hoofdstuk 2 ^ Inwonerspeiling, trends en Coalitieakkoord
6
2.1 Resultaten Inwonerspeiling
7
2.2 Algemene trends
9
2.3 Coalitieakkoord
12
Hoofdstuk 3 ^ Wat hebben we en wat doen we?
13
3.1 Sociale basis
14
3.2 Vangnetvoorzieningen
21
Hoofdstuk 4 ^ Wat gaan we in de jaren 2023 tot en met 2026 doen?
22
4.1 Inleiding
23
4.2 Algemene pijlers
23
4.3 Inzet per beleidsterrein
24
4.4 Hoe gaan we meten?
37
Hoofdstuk 5 ^ De schaalsprong
38
Hoofdstuk 1 ^
Inleiding
Het Welzijnskader dat voor de jaren 2017 tot en met 2020 is vastgesteld (en is verlengd voor de jaren 2021 en 2022) dient opgevolgd te worden door een nieuw Welzijnskader voor de jaren 2023 tot en met 2026. In 2021 heeft een tussentijdse evaluatie plaatsgevonden. Daarin is per beleidsterrein de stand van zaken weergegeven en is in beeld gebracht wat de ontwikkelingen op dat moment waren. Deze evaluatie is op 1 juni 2021 in de gemeenteraad aan de orde gesteld en besloten is om met de inhoud hiervan in te stemmen.
Opzet Welzijnsplan Het Welzijnsplan voor de jaren 2023 tot en met 2026 dat nu voorligt staat in het teken van maatschappelijke ontwikkelingen op het brede terrein van welzijn, waarbij we insteken op twee opgaven voor de komende jaren: 1. Het, waar nodig, versterken en verbinden van de sociale basis én 2. Focus op kwetsbare inwoners met vangnetvoorzieningen. Dit is het kader waarbinnen de invulling plaatsvindt. Door genoemde twee opgaven als uitgangspunt te gebruiken, kunnen we alle beleidsterreinen die onderdeel uitmaken van het brede terrein van welzijn, inclusief de ontwikkelingen en nieuwe plannen voor de komende jaren, een logische en meer samen hangende plek in het geheel geven. We spreken van een Welzijnsplan omdat de inhoud alle plannen omvat op het brede terrein van welzijn voor de komende jaren.
De sociale basis omvat de volgende terreinen: Een passende woning m Een plezierige leefomgeving: » Sociale veiligheid » Sportvoorzieningen » Sociale voorzieningen » Speelvoorzieningen » Cultuur » Fysieke toegankelijkheid m Een stabiele financiële situatie m Een baan, dagbesteding en vrijwillige inzet m Een fijn sociaal netwerk m Bij een gemeenschap horen m Een goede gezondheid Voldoende gelegenheid tot het volgen van onderwijs/opleidingen Definitie vangnet Vangnetvoorzieningen zijn alle (individuele) voorzieningen die nodig zijn om (tijdelijk) inwoners de ondersteuning te bieden die nodig is als de voorzieningen uit de sociale basis niet voldoende zijn om mee te kunnen doen. De onderdelen van de sociale basis én het vangnet vormen samen het brede terrein van welzijn, waarop de gemeente inzet pleegt.
Opbouw Definitie sociale basis Als het gaat om de sociale basis dan bedoelen we hiermee het volgende: Het geheel aan informele en formele activiteiten, voorzieningen en relaties in de leefomgeving van mensen die er aan bijdragen dat mensen tot hun recht komen en kunnen floreren. Tot deze basis behoren ook de preventieve activiteiten. Deze zijn met name nodig om (zoveel als mogelijk) te voorkomen dat mensen een beroep moeten doen op het vangnet (sluitende aanpak voor kwetsbare inwoners).
Het Welzijnsplan is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 is in paragraaf 1 aan de hand van de resultaten van de inwonerspeiling Waarstaatjegemeente? inzichtelijk gemaakt hoe inwoners onderdelen van welzijn ervaren. In paragraaf 2 zijn trends en ontwikkelingen op het terrein van welzijn in beeld gebracht. In paragraaf 3 zijn de aandachtspunten welzijn uit het Coalitieakkoord vermeld. In hoofdstuk 3 is de stand van zaken opgenomen; wat hebben we al en waar zijn we mee bezig. In hoofdstuk 4 ligt de focus op de (aanvullende) inzet in de komende jaren. In hoofdstuk 5 maken we een doorkijkje richting de schaalsprong en de impact hiervan op het terrein van welzijn. In alle hoofdstukken gebruiken we de bovenvermelde indeling (sociale basis/vangnetvoorzieningen) als leidraad. Alle in dit Welzijnsplan genoemde vastgestelde nota's, plannen en notities zijn als bijlagen aan dit plan toegevoegd.
4
gemeente
^ Eersel OO0KVĆKI. ûv Ĉŵv. cO6ľ*fl2ť)r‘é^Î0
Een stevige sociale basis zorgt ervoor dat inwoners meedoen op een manier die bij hen past.
In sommige situaties is iemands sociale basis niet voldoende om mee te kunnen doen. Dan bieden we een vangnet.
Hoofdstuk 2
S*Á*Ŵ»íf' iľ*—.1»
6
In dit hoofdstuk zijn de resultaten van de inwonerspeiling op het brede terrein van welzijn inzichtelijk gemaakt. Ook zijn de landelijke trends en ontwikkelingen en de aandachtspunten uit het Coalitieakkoord in beeld gebracht. Gezamenlijk vormt deze informatie een beeld van hoe over onderdelen welzijn wordt gedacht en vormt dit beeld mede ook input voor de invulling van de onderdelen van welzijn in de komende jaren.
2.1 Resultaten inwonerspeiling Op alle terreinen die samen de sociale basis vormen vindt al inzet plaats. Hoe inwoners deze inzet "beoordelen" en/of "ervaren" meten we tweejaarlijks in de brede inwonerspeiling "Waarstaatjegemeente?". Het meest recente onderzoek vond eind 2022 plaats. De verkregen resultaten zijn begin 2023 ontvangen en worden ten tijde van het opstellen van deze nota nog geanalyseerd. De cijfers zijn wel bekend en zijn voor wat betreft onderdelen van welzijn in dit plan opgenomen. Algemene tevredenheid over het aanbod aan welzijnsvoorzieningen In het onderzoek is allereerst de algemene vraag gesteld over in hoeverre inwoners tevreden zijn over het aanbod van welzijns voorzieningen in brede zin. Daaruit blijkt dat in de gemeente Eersel 63'^ (2020: 58'^) (zeer) tevreden is over het aanbod van welzijnsvoorzieningen. 31ŵ (2020: 34'^) is niet tevreden maar ook niet ontevreden. 6^S is ontevreden (2020: S1^. De vraag "hoe waardeert u de inspanningen van de gemeente om inwoners volledig te laten deelnemen aan de maatschappij?" krijgt afgerond het cijfer 6,5. In 2020 was dat cijfer 7,1. Dit betekent dus een lagere waardering. Omdat nog geen analyse van de cijfers beschikbaar is, kan hiervoor op dit moment geen verklaring worden gegeven.
Per beleidsterrein Onderstaand is per beleidsterrein inzichtelijk gemaakt hoe inwoners de inzet van de gemeente op de verschillende terreinen die tot de sociale basis behoren, ervaren. Daarbij is het beleidsterrein "een passende woning" buiten beschouwing gelaten, omdat wonen in andere plannen en kaders een plaats heeft of krijgt. Wonen heeft uiteraard wél een relatie met onderwerpen op het terrein van welzijn. Alleen een dak boven je hoofd maakt niet gelukkig. Het is essentieel dat bij wonen en woonplannen ook de andere onderdelen van de sociale basis op orde zijn of worden gebracht. Als het gaat om woningen voor de doelgroepen ouderen en andere doelgroepen met een zorgvraag, dan is de link met welzijn ook aanwezig. De kaders en de visie op dit beleidsterrein zijn nader uitgewerkt in de Kempenbrede Woonzorgvisie. ^ Een plezierige leefomgeving Binnen dit beleidsterrein gaat het over de volgende onderdelen: m Sociale veiligheid m Sportvoorzieningen m Sociale voorzieningen m Speelvoorzieningen m Cultuur m Fysieke toegankelijkheid
Sociale veiligheid 50'^ (35'^ in 2020) van de inwoners voelt zich altijd en 45'^ (57'^ in 2020) voelt zich meestal veilig. 4'^ (S'ŬS in 2020) soms wel/soms niet. Er zijn zeer geringe verschillen tussen de dorpen.
Sport 74'^ (76'^ in 2020) van de inwoners is (zeer) tevreden over de sportvoorzieningen in het eigen dorp. Uitschieter in positieve zin is Steensel waar 84'^ (Sľ^ in 2020) (zeer) tevreden is. Duizel scoort het laagst. 65'^ (62'^ in 2020) van de inwoners is hier (zeer) tevreden.
Speelvoorzieningen 64'^ (65'^ in 2020) van de inwoners is (zeer) tevreden over het aanbod van speelvoorzieningen. 23'^ (22'^ in 2020) is niet tevreden/niet ontevreden. In Steensel zijn ze het meest tevreden (69'^) en in Vessem het minst tevreden (53'^). In 2020 waren inwoners in Wintelre het meest tevreden (7ľ^) en juist in Steensel het minst tevreden (60'^).
7
Culturele voorzieningen Inwoners waarderen het aanbod van culturele voorzieningen gemiddeld met het rapportcijfer 6,5 (in 2020 6,6). Het onderscheid tussen de dorpen scheelt niet veel met als uitschieter Vessem waarbij het cijfer een 5,8 is. In 2020 was dit vanuit Vessem nog een 6,4.
Fysieke toegankelijkheid 59% (64% in 2020) is het (helemaal) eens met de stelling dat de straten, paden en trottoirs in de eigen buurt goed begaanbaar zijn. m (17y0 in 2020) is neutraal en 21y0 (2020 m) is het hiermee (helemaal) oneens. In de dorpen Vessem, Knegsel, en Wintelre zijn ze het minst tevreden. In Eersel het meest tevreden. In vergelijking met 2020 is vooral in Wintelre sprake van een toename van inwoners die niet tevreden zijn, terwijl in Knegsel juist een afname te constateren is. o®
m m
Een stabiele financiële situatie Bijstand Financiële hulpverlening
8W (2020 87%) geeft aan nauwelijks tot geen financiële beperkingen te ondervinden om deel te kunnen nemen aan het maatschappelijk leven. 13% (2020 9%) ervaart een lichte en W (W 2020) een ernstige belemmering. Opvallend is dat ten opzichte van 2020 beduidend meer inwoners uit Vessem aangeven in lichte mate beperkingen te ondervinden (22% ten opzichte van 7%). 0 Een baan, dagbesteding, vrijwillige inzet 47% doet vrijwilligerswerk (intensief en incidenteel). In Knegsel is het percentage het hoogst (69%) en in Eersel het laagst (40%). In relatie tot de meting in 2020 is het aantal mensen dat vrijwilligerswerk doet met 3% gestegen. O Een fijn sociaal netwerk 82% (2020 79%) geeft aan voldoende contacten te hebben met andere mensen. 14% (2020 16%) vindt dat meer contacten welkom zijn en 3% (2020 4%) geeft aan te weinig contacten te hebben. In Knegsel is het hoogste percentage van inwoners met voldoende contacten te vinden (93%) terwijl dat in Duizel het laagste is (75%).
Aan de andere kant is onderzocht in welke mate inwoners bereid zijn om hulp te bieden aan een naaste of een buur. Op de vraag in hoeverre inwoners zorg aan een hulpbehoevende naaste (mantelzorg) inzetten, antwoordt gemiddeld 28% (2020 14%) zich vaak in te zetten. 39% ( 2020 27%) geeft aan zich af en toe in te zetten en 32% (2020 59%) nooit. Het totaal aantal inwoners dat zich als mantelzorger inzet komt daarmee op 67%. De aantallen liggen daarmee een stuk hoger dan in eerdere metingen toen in totaal 47% (2018) en 4W (2020) zich inzette. Tussen de dorpen zijn de verschillen gering. Op de vraag in hoeverre inwoners zich inzetten voor hulp aan de buren antwoordt gemiddeld 7% (2020 6%) zich vaak in te zetten en 57% (2020 6W) incidenteel. Er is een afname van inzet te constateren ten opzichte van eerdere metingen. In 2018 in totaal 73% en in 2020 in totaal 67%. De verschillen tussen de dorpen zijn gering waarbij Wintelre een kleine uitschieter is in die zin dat 11ŵ zich vaak inzet voor de buren. Bij een gemeenschap horen 82% (2020 87%) van de inwoners geeft aan nauwelijks tot geen belemmering te ervaren als het gaat om het gevoel "er niet bij te horen/niet thuis te voelen". 1W (2020 10%) ervaart een lichte belemmering en 3% (evenals in 2020) een matige beperking. In Knegsel is het hoogste percentage van inwoners dat geen belemmering ervaart (89%).
In Steensel het laagste percentage (75y0). Op de vraag of "taal/cultuur" de mogelijkheden beperken om deel te nemen aan het maatschappelijk leven geeft gemiddeld 93% (2020 92%) aan dat dit nauwelijks of niet het geval is. Gemiddeld 5% (evenals is 2020) ervaart een lichte beperking. In alle dorpen is het percentage waarin in flinke of ernstige mate beperkingen worden ervaren 0 of W. Gezondheid
Aanbod van voorzieningen 73% (2020 77%) is tevreden over het aanbod van (gezondheids) zorgvoorzieningen. Grote uitschieters zijn Knegsel en Wintelre waarbij respectievelijk maar 22% en 37% (zeer) tevreden is. Dit geldt in mindere mate voor Duizel (52%). In deze drie dorpen is in Wintelre 34%, Knegsel 53% en Duizel 2^ (zeer) ontevreden.
Op de vraag of mensen zich weleens eenzaam voelen antwoordt gemiddeld 82% (2020 62%) bijna nooit en 16% (2020 24%) soms. 2% (2020 12%) geeft aan zich vaak eenzaam te voelen en 0% heel vaak (2020 W). In Steensel is het percentage inwoners dat zich soms eenzaam voelt het hoogst namelijk 28%. In Knegsel het laagst (8%).
8
Algemene lichamelijke gezondheid Op de vraag hoe het staat met de algemene lichamelijke gezondheid ervaart gemiddeld 70'^ (2020 74'^) nauwelijks tot geen belemmering om deel te kunnen nemen aan het maat schappelijke leven. Gemiddeld 2ľ^ (2020 15'^) ervaart een lichte belemmering, 7^S (2020 8'^) een matige belemmering en 2'^ (2020 2'^) een ernstige belemmering. In Wintelre is het aantal inwoners dat nauwelijks tot geen belemmering ervaart het laagst, namelijk 65^1 Dit betekent dat 35'^ wel een vorm van belemmering ervaart. In Steensel is dat percentage het hoogst. 77'^ ervaart nauwelijks tot geen beperking.
Meedoen in een complexe samenleving - lichamelijke beperking Op de vraag in hoeverre een lichamelijke beperking een belemmering oplevert om deel te kunnen nemen aan het maatschappelijk leven, geeft gemiddeld 65'^ (2020 73^1) aan nauwelijks of geen beperking te ervaren. In Knegsel is dat percentage het hoogst (76'^). In Wintelre het laagst (62'^). Uitschieter in negatieve zin is Steensel waarbij 7'^ aangeeft een ernstige belemmering te ervaren. Meedoen in een complexe samenleving - geestelijke gezondheid Op de vraag in hoeverre een psychische beperking een belemmering oplevert om deel te kunnen nemen aan het maatschappelijk leven, ervaart 76'^ (2020 85'^) nauwelijks tot geen beperkingen. Gemiddeld (2020 10'^) ervaart een lichte belemmering. De verschillen tussen de dorpen zijn gering, waarbij wel opvallend is dat het percentage waarbij in ernstige mate een belemmering wordt ervaren in Steensel in verhouding tot de andere dorpen hoog is (7'^).
dat in enige mate een belemmering ervaart op het terrein van geestelijke gezondheid. Zoals eerder vermeld moet nog een analyse van de cijfers plaatsvinden. De resultaten hiervan nemen we, zodra bekend en hiertoe aanleiding is, mee in de verdere plannen op het terrein van welzijn en de uitvoering ervan.
2.2 Algemene trends Algemene trends Op allerlei terreinen zijn ontwikkelingen gaande en trends te onderscheiden die (ook) van invloed zijn op welzijn. Thaesis is een landelijk onderzoeksbureau dat onderzoek doet naar maatschappelijke trends en ontwikkelingen. In brede zin hebben ze allemaal op enigerlei wijze raakvlakken met welzijn; echter in dit plan zijn alleen de trends en ontwikkelingen opgenomen waarbij een direct verband met welzijn aanwezig is. Een passende woning
Bevolkingsgroei De bevolking van Nederland zal de komende jaren blijven groeien. In 2029 bereikt het inwonertal naar verwachting de 18 miljoen. In 2060 worden 18,6 miljoen mensen verwacht. Dit heeft onder andere gevolgen voor de woningmarkt en de beschikbare ruimte in Nederland.
Ontgroening Het gemiddeld aantal kinderen per vrouw daalt. Hierdoor is er minder natuurlijke aanwas van de Nederlandse bevolking en een kleiner aandeel van jongeren in de totale bevolking. ^ Een plezierige leefomgeving
Onderwijs/opleiding In het onderzoek zijn geen vraqen over onderwijs gesteld. Conclusie In brede zin zijn inwoners iets minder tevreden als het gaat om de waardering voor de inspanningen van de gemeente om inwoners volledig te laten deelnemen aan de maatschappij. Daartegenover is de tevredenheid over het aanbod van welzijnsvoorzieningen wel toegenomen. Er zijn ook verschillen tussen de dorpen onderling, wat op onderdelen wel verklaarbaar is, omdat er onder meer verschillen zijn in het voorzieningen niveau tussen grote en kleine kernen. Opvallend is dat in vergelijking tot het vorige onderzoek de mate waarin eenzaamheid wordt ervaren beduidend is afgenomen. Ook is het aantal inwoners dat aangeeft mantelzorg te verrichten opvallend toegenomen. Dat geldt ook voor het aantal inwoners
Aandacht voor polarisatie Bij polarisatie komen groepen in de samenleving tegenover elkaar te staan, doordat de tegenstellingen van deze groepen sterker worden. De vraag is in hoeverre echt sprake is van polarisatie of dat vooral de aandacht voor polarisatie toeneemt doordat de verschillen tussen groepen door social media en de traditionele media worden uitvergroot.
Grenzeloze wereld Gedreven door digitalisering en de wereldwijde toegang tot het internet, lijken afstanden en tijdsverschillen er al lange tijd niet meer toe te doen. Tegelijkertijd is door de coronapandemie een tegengestelde beweging in gang gezet, waarbij de kwetsbaar heid van globalisering is blootgelegd en de lokale omgeving een hernieuwde waardering krijgt in werken, wonen en consumeren. De vraag is welk perspectief de komende jaren dominant zal worden.
9
Trends die onderstaand zijn vermeld bij "bij een gemeenschap horen" hebben ook een relatie met "een plezierige leefomgeving". o®
Een stabiele financiële situatie
Inflatie Na jaren van stabiele of afnemende inflatie, is er sprake van een ware comeback van inflatie: in 2021 en 2022 stegen de Nederlandse prijzen van consumentengoederen en -diensten met meer dan drie procent - een percentage dat al tientallen jaren niet doorbroken was. Deze inflatie is onder andere te wijten aan de stijgende grondstoffen- en energieprijzen en de door de coronapandemie uitgestelde consumentenbestedingen.
Energiearmoede In een poging de klimaatverandering een halt toe te roepen, wordt de gasproductie versneld teruggeschroefd. In combinatie met de toenemende vraag en al dan niet om geopolitieke redenen minder toevoer vanuit grote gasproducerende landen zoals Rusland, leidt dit tot snel stijgende energieprijzen. Bij huishoudens met lage inkomens en slecht geïsoleerde huizen leidt dit steeds vaker tot energiearmoede: financiële problemen door een snelle stijging van de maandelijkse energielasten.
Kloof tussen arm en rijk Individualisering is een sociaal en cultureel proces dat sinds de industrialisatie in de westerse wereld in gang is gezet. De afhankelijkheid van een ander of van groepen is kleiner geworden. Deze ontwikkeling betekent dat mensen steeds meer als individu willen worden gezien en benaderd. 0 Een baan, dagbesteding en vrijwilligerswerk
Arbeidstekorten In veel sectoren in Nederland ontstaan tekorten aan gekwalificeerd personeel en vakmanschap. Dit vraagt om het (her)opleiden van personeel en innovatieve manieren om personeel aan te trekken, in te zetten en te behouden.
Herwaardering medewerkers zorg en onderwijs De coronapandemie heeft het grote maatschappelijke belang van historisch ondergewaardeerde beroepen zoals verplegers en docenten opnieuw aangetoond. Dit heeft geleid tot een maatschappelijke herwaardering van deze beroepen en een steeds grotere roep om deze maatschappelijke herwaardering ook te vertalen in betere arbeidsvoorwaarden.
O Een fijn sociaal netwerk
Meer eenpersoonshuishoudens Door individualisering, vergrijzing en een toenemend aantal echtscheidingen, verdunnen huishoudens. Het aantal alleen staanden neemt hierdoor toe. Het gevolg is een toename in het aantal mensen dat zich eenzaam voelt en een toenemend woningtekort.
Toename sociaal isolement Het aantal mensen dat zich in een sociaal isolement bevindt is sterk toegenomen als gevolg van de coronacrisis. Dit geldt met name voor ouderen, die al vaker in een sociaal isolement leefden, maar ook voor alleenstaanden en voor bewoners van krimpregio's. Het is de keerzijde van de individualisering en het idee van zelfredzaamheid.
Social distancing en connecting Eén van de belangrijkste generieke maatregelen bij het onder controle krijgen van de pandemie was social distancing. Dit vroeg om onmiddellijke aanpassingen in de normen en waarden van onze samenleving en had zowel privé als op werk direct effect. Door social distancing is het bewustzijn over de waarde van menselijk contact bij veel mensen sterk vergroot, waardoor ook een hernieuwde behoefte aan sociale verbinding is ontstaan.
Specifiek als gevolg van corona Eén van de grote gevolgen van corona is dat de mate waarin mensen zich eenzaam voelen is toegenomen. Uit landelijk onderzoek blijkt dat dit bij sommige bevolkingsonderzoeken meer het geval was dan bij andere. Ouderen, maar juist ook jongeren, lager opgeleiden en mensen met lage inkomens zijn doelgroepen waarbij als gevolg van corona eenzaamheid is toegenomen. Sommige doelgroepen waren voor de coronacrisis al eenzamer dan andere. Zo was de eenzaamheid onder ouderen al hoger dan gemiddeld. Vooral onder 75-plussers nam het aandeel matig en sterk eenzame mensen toe in vergelijking tot de andere leeftijds groepen. Voor jongeren (10 - 24 jaar) zijn contacten met leeftijds genoten belangrijk vanwege de ontwikkeling van de identiteit. De sluiting van onder meer uitgaansvoorzieningen en scholen bemoeilijkten deze contacten en kan mogelijk gevolgen hebben voor de identiteitsontwikkeling en voor latere sociale connecties. Cijfers laten zien dat het percentage eenzaamheid onder jongeren (16 - 24 jaar) in de periode van corona (2020/2021) hoger was dan onder andere leeftijdsgroepen. Eenzaamheid komt minder vaak voor onder mensen van middelbare leeftijd. Een verklaring hiervoor is dat deze groep vaker werkt waardoor het aantal sociale contacten dat zij hebben groter is dan bij andere groepen.
10
Wel was ook in deze groep een geringe toename van eenzaamheid te bespeuren als gevolg van thuiswerken. Bij een gemeenschap horen
Immigratiegolven Het aandeel mensen met een migratieachtergrond in veel Europese samenlevingen kent een sterke groei. Verschillende immigratiegolven hebben Nederland gemaakt tot een samenleving waarin mensen met een toenemend aantal verschillende culturele achtergronden zowel naast elkaar als met elkaar leeft. Deze diversiteit brengt maatschappelijke vraagstukken met zich mee.
Vergrijzing Doordat de babyboomgeneratie hun pensioenleeftijd bereikt en de gemiddelde levensverwachting toeneemt, neemt het aandeel van ouderen in de Nederlandse bevolking toe. Vergrijzing is de komende jaren een grote uitdaging doordat het onder andere het zorg- en pensioenstelsel onder druk zet.
Verzorgingsstaat onder druk
Inclusieve samenleving
Door de vergrijzing, de toenemende levensverwachting en de grotere toestroom naar het sociale domein staat de betaal baarheid van de verzorgingsstaat onder druk. Gevolgen zijn financiële problemen bij zorgaanbieders, een toenemend beroep op de zelfredzaamheid van cliënten en een publiek debat over de verzorgingsstaat.
Een inclusieve samenleving is een samenleving waar iedereen tot zijn recht kan komen. Het maakt niet uit welke culturele achtergrond, gender, leeftijd, talenten of beperkingen iemand heeft. Iedereen neemt op een gelijkwaardige manier deel aan de maatschappij. Mensen worden aangesproken op hun mogelijkheden, niet op hun beperkingen.
Steeds meer mensen in Nederland hebben last van psychische vermoeidheid of burnout klachten door prestatiedruk. De samenleving staat voor de vraag hoe de prestatiedruk kan worden verlicht en hoe we om gaan met stress en burnouts.
Individualisering
Gezondere levensstijl
Individualisering is een sociaal en cultureel proces dat sinds de industrialisatie in de westerse wereld in gang is gezet. De afhankelijkheid van een ander of van groepen is kleiner geworden. Deze ontwikkeling betekent dat mensen steeds meer als individu willen worden gezien en benaderd.
Gezond leven door veelvuldig sporten en gezond eten geeft status. Nieuwe technologische mogelijkheden om continu inzicht te krijgen in gezondheid versterken deze trend. Gezondheid is ook een thema voor de gezonden en patiënten worden consumenten. Producten en diensten die gezondheidsimperfecties compenseren zijn sterk in opkomst.
Burnouts
Kortstondige verbanden Traditioneel leefden veel mensen in vaste gemeenschappen zoals kerken, dorpen en families. Door de digitalisering en de globali sering zijn mensen onderdeel van meerdere gemeenschappen tegelijk en zijn deze verbanden veelal van kortere duur.
Medicalisering Door de technologische vooruitgang zijn er steeds meer ziektes en aandoeningen bekend. Deze ontwikkeling gaat gepaard met een drang om elk probleem te diagnosticeren. Hierdoor wordt ziek zijn steeds meer de norm.
Tradities ter discussie Steeds meer tradities komen ter discussie te staan. Denk bijvoorbeeld aan het vieren van sinterklaas, het afsteken van consumentenvuurwerk en het dragen van bepaalde carnavals kostuums. Tegenstanders vinden de tradities niet meer passen binnen de huidige tijdsgeest, terwijl voorstanders zich zorgen maken over de Nederlandse identiteit.
Toenemende levensverwachting De gemiddelde levensverwachting stijgt sterk door betere gezondheidszorg en doordat mensen gezonder leven. Deze demografische ontwikkeling heeft grote gevolgen voor het arbeidsleven, de sociale zekerheid en onze levensstijlen.
Welvaartsziekten Een goede gezondheid
Betaalbaarheid zorg onder druk Door de vergrijzing, de toenemende levensverwachting en technologische ontwikkelingen in de zorg, stijgt de totale zorgvraag. Hierdoor nemen de zorgkosten toe en komt de betaalbaarheid van het zorgstelsel steeds meer onder druk te staan.
Door de toenemende welvaart veranderen de levensstijlen en voedingspatronen van burgers. Dit leidt tot een toename van welvaartsziekten zoals diabetes, obesitas en verschillende vormen van kanker.
11
Voldoende gelegenheid tot het volgen van onderwijs/ opleidingen
Leven lang leren Er ontstaat een groeiende maatschappelijke behoefte aan continu leren en continue zelfontplooiing. Leren start bij de geboorte en kan nooit als voltooid worden beschouwd. Leeractiviteiten worden ondernomen gedurende het leven om kennis, vaardigheden en competenties vanuit een persoonlijk, burgerlijk, sociaal en/of werkgelegenheidsperspectief bij te leren.
Accommodatiebeleid: rn Sportparken, scholen, zwembad, speeltuinen en gemeenschapshuizen als sociale ontmoetingsplekken. rn Waar mogelijk combinaties van deze faciliteiten. rn Gebruik laagdrempelig (financieel). rn Steunen nieuwe initiatieven (bijvoorbeeld padel- en trampolinepark) en aandacht voor toegankelijkheid. Gericht op vitale gemeenschappen en bijdragen aan een samenleving van ontmoeten en meedoen.
Ongelijke kansen De kansenongelijkheid neemt toe. De opkomst van particuliere (bij)scholing en de stijgende kosten van het onderwijs zorgen ervoor dat niet iedereen toegang heeft tot dezelfde onderwijsmogelijkheden.
2.3 Coalitieakkoord In het Coalitieakkoord 2022 - 2026 heeft de gemeenteraad ten aanzien van onderdelen welzijn de volgende uitgangspunten opgenomen.
Wonen: Op het terrein van wonen is het voornemen om voortvarend te bouwen aan de geplande bouw van 1.200 woningen. Dit voornemen is ook hier vermeld omdat het bouwen van woningen ook gevolgen heeft voor de voorzieningen op beleidsterreinen van welzijn (waaronder zorg- en onderwijs voorzieningen). In de realisatie van de plannen dient hiervoor dan ook nadrukkelijk aandacht te zijn.
Welzijn en gezondheid: rn Het op peil houden dan wel brengen van de leefbaarheid in de dorpen. rn In beeld brengen van de gevolgen van corona (waaronder eenzaamheid), woningnood en toenemende druk op de zorg. rn In beeld brengen van passende voorzieningen om het welzijn en de gezondheid te behouden, waar nodig als aanvulling op de wettelijke taken sociaal domein. rn Nabijheid en betrokkenheid in de dorpen is een groot goed. Iedereen mag meedoen. Voorzieningen moeten (financieel) toegankelijk blijven. rn Dorpsondersteuners belangrijke schakel tussen vrijwilligers en professionals.
12
Hoofdstuk3 . Wat hebben we en wat doen we?
wm
In 2021 is het "Welzijnskader 2017 - 2020" tussentijds geëvalueerd. Per beleidsterrein is de stand van zaken inzichtelijk gemaakt. Deze evaluatie is op 1 juni 2021 in de gemeenteraad aan de orde gesteld en de raad heeft met de inhoud ervan ingestemd. In aanvulling op deze tussentijdse evaluatie geven we in dit hoofdstuk een update van de ontwikkelingen in de diverse beleidsterreinen. We maken hierin inzichtelijk wat de stand van zaken nu is (waar zijn we al mee bezig) en wat op onderdelen plannen zijn. In dit hoofdstuk is de in de vorige hoofdstukken opgenomen indeling in beleidsonderdelen, wederom als leidraad gebruikt. De opsomming laat zien dat de gemeente inzet pleegt op alle onderdelen van de sociale basis, inclusief ten aanzien van de vangnetvoorzieningen. De aanleiding om inzet te plegen kan divers zijn. Te denken valt aan: m Trends/ontwikkelingen/speerpunten/wensen (landelijk, Kempisch én op gemeentelijk niveau) die vragen om een gemeentelijke visie vertaald in een beleidsplan. Deze plannen vormen vervolgens de basis voor uitvoeringsplannen, concrete activiteiten en inzet die bijdragen aan het behalen van de doelstellingen. Voorbeelden hiervan zijn het Meerjarige beleidskader Jeugdhulp, het Beleidskader Minimabeleid en de Woonzorgvisie. m Wetten die de gemeente de verplichting opleggen om hieraan uitvoering te geven.
Voorbeelden hiervan zijn de Wet maatschappelijke ondersteuning, Jeugdwet, Participatiewet en de Inburgeringswet. Er is wel (enige) beleidsvrijheid in de uitvoering ervan, maar het wettelijk kader is van bovenaf bepaald. m
Ontwikkelingen of gebeurtenissen die vragen om directe actie vanuit de gemeentelijke overheid. Voorbeelden hiervan zijn de coronamaatregelen, energietoeslag en opvang Oekraïners.
3.1 Sociale basis Ŵ Een passende woning De Woonzorgvisie van de Kempengemeenten is in procedure. Deze Woonzorgvisie is tot stand gekomen met behulp van formele en informele partijen op de terreinen van wonen, zorg en welzijn. Inzichtelijk is gemaakt wat de woon/zorgopgave in de Kempengemeenten de komende 20 à 30 jaar is als het gaat om huisvesting van inwoners met een zorgvraag. De Woonzorgvisie geeft het kader en moet nog verder worden vertaald in uitvoeringsplannen op Kempen- en gemeentelijk niveau.
^ Een plezierige leefomgeving
Sociale veiligheid Sociale veiligheid is een beleidsterrein waarop, in samenhang met andere beleidsterreinen, ook een rol vanuit welzijn is weggelegd. Een voorbeeld is het ervaren van overlast door bijvoorbeeld jongerengroepen in bepaalde wijken. Vanuit welzijn is hiervoor aandacht vanuit preventief jeugdbeleid en in samenhang met andere terreinen (o.a. veiligheid/ruimtelijke ordening) worden oplossingen gezocht. Een ander voorbeeld is het ervaren van gevoelens van onveiligheid in een buurt als gevolg van huisvesting van personen met bijvoorbeeld verward gedrag. Ook daarin wordt vanuit de invalshoek zorg in samenwerking met veiligheid getracht oplossingen te bedenken zodat én mensen die het betreft in de wijk kunnen blijven wonen én de buurt geen situaties van onveiligheid meer ervaart. Kempenbreed is als pilot in 2022 gestart met de inzet van een wijk Ggz-er. De wijk Ggz-er functioneert als spin in het web tussen de organisaties die werkzaam zijn in het sociaal-, zorg- en veiligheidsdomein. Daardoor ontstaat een goed werkende aanpak voor ondersteuning, opvang en zorg voor mensen met verward gedrag en hun omgeving. Met ingang van 1 januari 2020 is de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) van kracht. De gemeente heeft hierin als taak om op basis van een melding de procedure op te starten voor een zorgmachtiging als er géén acuut gevaar is.
De rechter beslist vervolgens of verplichte zorg of opname nodig is. Het gaat hier met name om mensen met een psychische stoornis. De GGD Brabant-Zuidoost voert deze werkzaamheden voor ons uit omdat deze organisatie de nodige expertise in huis heeft.
Sport/accommodaties De gemeente Eersel streeft een accommodatiebeleid na waarin het voor alle inwoners mogelijk is om op een laagdrempelige manier deel te nemen aan activiteiten gericht op ontmoeten, bewegen, cultuur en ontwikkeling. Vanuit het college bestaat de wens om het gebruik van gemeentelijke accommodaties voor verenigingen uit de gemeente Eersel zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Daarnaast leven er bij diverse verenigingen vragen over het verschil in huurtarieven tussen de diverse accommodaties in de gemeente Eersel. Ook wordt hierbij met regelmaat verwezen naar het beleid in de omliggende gemeenten. Uit onderzoek moet blijken op welke wijze we het gebruik van gemeentelijke accommodaties aantrekkelijker kunnen maken. Hierbij kijken we nadrukkelijk ook naar de huurtarieven of het om niet ter beschikking stellen van accommodaties voor verenigingen uit de gemeente Eersel.
14
De uitkomst hiervan wordt vervolgens vertaald in een nieuw accommodatiebeleid. Dit onderzoek gaan we in 2023 uitvoeren en vanaf2024 effectueren. Ook het Nationale Sportakkoord krijgt een vervolg. Met behulp van een onafhankelijke sportformateur is gewerkt aan het Kempisch sport en beweegakkoord. In dit lokale akkoord hebben sportverenigingen, commerciële sportaanbieders, onderwijs instellingen, organisaties welzijn en zorg, het bedrijfsleven en de gemeenten hun sportieve ambities vastgelegd voor de Kempen gemeenten. Met deze bundeling van dromen en concrete afspraken, gaan de deelnemers de komende jaren aan de slag om sporten en bewegen nog beter op de kaart te zetten. Elke organisatie die meedoet aan het lokale sportakkoord committeert zich aan de gedeelde doelstellingen en tekent daarnaast voor de concrete initiatieven en samenwerking waarover zij afspraken maakt. Stichting Kempen in Beweging is eigenaar en belangenbehartiger van het Kempisch sport- en beweeg-akkoord. Zij voert de regie over het proces, houdt de helikopter view, draagt zorg voor het implementatieproces en beheert het uitvoeringsbudget. De themagroepen zorgen voor nieuwe initiatieven en de uitvoering.
Speelvoorzieningen Het huidige speelbeleid van de gemeente Eersel is aan een herijking toe. Dit werd de afgelopen jaren onder meer duidelijk toen diverse initiatieven ingediend werden voor het aanleggen van nieuwe plekken voor spelen, bewegen en ontmoeten. Deze initiatieven sloten niet aan bij de uitgangspunten van het huidige beleid (welzijnskader en het accommodatiebeleid) en bleken daarmee niet haalbaar. Daardoor zijn deze initiatieven niet verder opgepakt. Het nieuwe speelbeleid dat we in 2023 gaan formuleren, voorziet in het actualiseren, aanleggen en onder houden van speellocaties, met als doel het stimuleren van spelen, ontmoeten en bewegen in de openbare ruimte in brede zin. In dit speelbeleid is ook aandacht voor het budget. Het huidige exploitatiebudget voor de jaarlijkse keuring en klein onderhoud voorziet namelijk niet in vervanging van de speeltoestellen. Het huidige areaal speeltoestellen dateert uit de periode 2007 - 2016. Met een levensduur van gemiddeld 15 jaar voor speeltoestellen moet rekening worden gehouden met een vervanging van deze speeltoestellen in de periode 2023 - 2031.
Culturele voorzieningen Voor de periode 2022 - 2026 is het werkplan "Beeldend Bezig" van de Adviescommissie Beeldende Kunst opgesteld. In het werkplan zijn als nieuwe projecten onder meer opgenomen de Kunstwandelroutetentoonstelling, de werk- en ontmoetingsmarkt voor beeldende kunst en de atelierroute "Brabants Kwartierke".
In de komende jaren wordt uitvoering gegeven aan het plan. Bij kunst en cultuur in Eersel gaat het om versterken en verbinden. Versterken van culturele aantrekkingskracht: Kunst geeft een extra dimensie aan ons bestaan en vult onze belevingswereld met nieuwe en inspirerende ervaringen. Die aantrekkingskracht geldt zowel voor inwoners als voor bezoekers. Die aantrekkings kracht zit in verschillende zaken: de schoonheid van gebouwen, de aanwezigheid van kunst, een mooi optreden enzovoorts. Verbinden, zowel letterlijk als figuurlijk, bijvoorbeeld stad met platteland, of onderwijs met muziek, met als doel duurzame samenwerkingsverbanden te laten ontstaan die ook zonder gemeentelijke ondersteuning kunnen blijven bestaan. Een belangrijke rol is weggelegd voor het particulier initiatief. In het masterplan vrijetijdseconomie spreekt de gemeente Eersel zich uit voor het ontwikkelen van nieuwe productmarktcombinaties op het gebied van kunst en cultuur. Daarbij speelt de omgevings kwaliteit van de dorpen een belangrijke rol. Er is ook een relatie met toerisme en recreatie. Hier komt het leidend principe in samenhang tot uitdrukking. Het algemeen doel/maatschappelijk effect is dat kunst toegankelijk is voor een gedifferentieerd publiek, bewoners en bezoekers, en de productie en beleving van kunst bevordert.
Cultuur biedt een belangrijke toevoeging in het leven van de inwoners van de gemeente. Het vormt ze, ze genieten ervan, het zorgt ervoor dat ze elkaar ontmoeten.
Fysieke toegankelijkheid Onze gemeente heeft als ambitie een inclusieve samenleving te zijn. Om aan deze ambitie uitvoering te geven, stellen we in samenwerking met de Werkgroep inclusie tweejaarlijkse Inclusieagenda's op die het college vervolgens vaststelt. De Werkgroep inclusie bestaat uit een afvaardiging van het Platform voor Mensen met een Beperking en de Adviesraad Sociaal Domein. De huidige Inclusieagenda heeft als looptijd de jaren 2022 en 2023 en heeft als hoofditems: Bewustwording: Zijn we ons bewust van inclusie, wat houdt het in? Participatie: Doet iedereen mee? Toegankelijkheid: Zijn er geen fysieke of sociale drempels die mensen uit (kunnen) sluiten? In de agenda is een uitvoeringsprogramma met concrete activiteiten ten aanzien van deze hoofditems opgenomen. Eind 2023 vindt een evaluatie plaats, waarna we vervolgens op basis van de bevindingen en ontwikkelingen de agenda voor de jaren 2024 en 2025 opstellen. (Zie voor wat betreft inclusie ook onder "Bij een gemeenschap horen").
15
m Een stabiele financiële situatie Eind 2020 is de Kadernota Armoedebestrijding "Koersen op de toekomst 2021-2024" vastgesteld, waarmee armoede- en schuldenproblematiek wordt aangepakt. Tussen 2020 en nu is er veel gebeurd: de coronapandemie, de toeslagenaffaire, oorlog in Oekraïne, stijgende energieprijzen en een toenemende inflatie. De maatschappelijke problematiek is toegenomen en daarmee de prioritering gewijzigd. Dit alles heeft ervoor gezorgd dat er een andere inzet is gevraagd dan in de kadernota is beschreven. In oktober 2022 heeft de raad kennis genomen van de tussenevaluatie van de uitvoering Kadernota Armoedebestrijding ''Koersen op de toekomst'' 2021-2024. Daarin stond beschreven wat de effecten op de uitvoering zijn geweest en op welke onderdelen vertraging heeft plaatsgevonden. Naast alle maatschappelijke veranderingen, hebben er ook wijzigingen plaatsgevonden in wet- en regelgeving. Zo is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) gewijzigd en zijn er bij het verlengen van het lidmaatschap bij de Nederlandse branchevereniging voor schuldhulp en financiële dienstverlening (NVVK), een aantal verbeterpunten naar voren gekomen.
Om goed in te kunnen spelen op alle actuele en maatschappelijke ontwikkelingen en om te kunnen blijven voldoen aan de geldende wet- en regelgeving en de voorwaarden van de NVVK, is het raadzaam op korte termijn de kadernota te actualiseren. Daarmee zijn we beter in staat om inwoners te ondersteunen. Deze actualisering vindt in 2023 plaats waarna eind dit jaar hierover besluitvorming plaats kan vinden. 0 Een baan, dagbesteding en vrijwillige inzet
Dagbesteding Dagbesteding is er in veel verschillende vormen. Professionele dagbesteding voor inwoners met een zorgvraag is vanuit de Wmo ingevuld door gecontracteerde zorgpartijen. Dagbesteding in informele sfeer wordt in de diverse dorpen in de gemeente Eersel ingevuld door plaatselijke vrijwillige organisaties. Deze activitei ten zijn veelal gericht op elkaar ontmoeten om onder meer eenzaamheid te voorkomen. De gemeente heeft hierin een faciliterende rol in die zin dat in de exploitatiekosten subsidie wordt verleend.
Vrijwillige inzet In de afgelopen jaren is vanuit het Steunpunt Vrijwilligerswerk ingezet op meerdere sporen om het percentage mensen dat zich vrijwillig inzet te verhogen. Inwoners die zich vrijwillig inzetten bieden een onvervangbare meerwaarde voor onze gemeente en zijn een aanvulling op het werk van professionals op alle terreinen. Als gemeente zien en waarderen wij de grote individuele en maatschappelijke meerwaarde van deze vrijwillige inzet. Het is dan ook niet meer dan logisch dat wij hieraan een actieve bijdrage willen leveren. 'Faciliteren' staat daarbij centraal. We faciliteren door: m een goede ondersteuningsstructuur te bieden, vanuit de gemeente zelf en vanuit het Steunpunt Vrijwilligerswerk Eerselvoorelkaar. m als gemeente en steunpunt regelmatig contact te leggen en te houden met het brede vrijwilligersveld zodat we weten wat er leeft en we waar nodig bij veranderende inzichten flexibel kunnen handelen. Daarbij is het belangrijk om in het oog te houden dat vrijwilligers organisaties zelf verantwoordelijk zijn voor het vinden, binden, ondersteunen, waarderen en boeien van hun vrijwilligers.
Een baan Het hebben van een baan valt dan pas onder het terrein van Welzijn als het gaat om inwoners die afhankelijk zijn van inkomensondersteuning of waarbij sprake is van een afstand tot de arbeidsmarkt. KempenPlus is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet, onderdelen van de Inburgeringswet en de Wet sociale werkvoorziening. KempenPlus begeleidt inwoners die daar hulp bij nodig hebben, naar werk. De voorkeur gaat daarbij uit naar werk bij een reguliere werkgever. Als dat (nog) niet mogelijk is, dan kunnen inwoners aan de slag in een beschutte werkomgeving bij of via KempenPlus. Voor inwoners die geen of geen toereikende andere inkomstenbron hebben, verzorgt KempenPlus de uitkering. Daarnaast biedt KempenPlus ondersteuning aan werkgevers door bemiddelen, detacheren of bijvoorbeeld overnemen van de bemensing van een hele productielijn.
In de coronaperiode is het aantal mensen dat zich als vrijwilliger heeft ingezet gedaald. Niet alleen in onze gemeente, maar ook landelijk. Veel vrijwilligersorganisaties hebben daardoor vacatures, ook op cruciale functies, die lang open blijven staan. Gevolg hiervan is dat vrijwilligers die zijn gebleven, vaak meer activiteiten oppakken, dan dat zij wenselijk vinden. Voor de komende jaren is het een uitdaging om de persoonlijke motivatie van mensen om zich vrijwillig in te zetten en de toenemende maatschappelijke vraag om de inzet van meer vrijwilligers met elkaar te blijven verbinden. Het doel van de gemeente is om vanuit een faciliterende rol bij te dragen aan de (rand)voorwaarden waarbinnen vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties zo optimaal mogelijk kunnen functio neren. Daarnaast is het doel om de drempels die inwoners
16
voelen bij hun overwegingen om zich vrijwillig in te zetten, te verlagen. Wij doen dit vanuit de volgende invalshoeken: m Stimuleren m Makelen m Ondersteunen m Continueren Stimuleren: Met stimuleren bedoelen wij de activiteiten die de gemeente organiseert of faciliteert om vrijwillige inzet mogelijk en aantrekkelijk te maken. Dit gebeurt door: m Kennis te delen en advies te geven over vrijwillige inzet in brede zin. m Via de website www.eerselvoorelkaar.nl vraag en aanbod van vrijwillige inzet in beeld te brengen en contact tussen vragers en aanbieders mogelijk te maken. m Speciale aandacht te hebben voor kwetsbare doelgroepen. Dit betekent ook een blijvende aandacht voor de contacten met organisaties als KempenPlus, MEE, Lumens, Cordaad Welzijn en andere organisaties die kwetsbare inwoners begeleiden. m Vrijwillige inzet door jongeren zo laagdrempelig mogelijk te maken. m Nieuwe vormen van vrijwillige inzet aan te moedigen. Zo zien we dat er steeds meer vraag is naar flexibel vrijwilligerswerk. Dit vergt een andere kijk op de organisatie van vrijwillige inzet binnen vrijwilligersorganisaties. m Het imago van vrijwillige inzet waar mogelijk te verbeteren. Dit doen we o.a. met communicatiemiddelen die we zowel vanuit de gemeente als het Steunpunt vrijwilligerswerk inzetten.
m Activiteiten te organiseren zoals vrijwilligersmarkten waarbij op een laagdrempelige manier kennis kan worden gemaakt met vrijwilligersorganisaties die versterking zoeken. Makelen en verbinden Makelen en verbinden gaat over de juiste ondersteuningsinfrastructuur, het optimaal matchen tussen vraag en aanbod. Het Steunpunt speelt hierin een cruciale rol. Zij zijn de eerste ingang voor vraag naar en aanbod van vrijwillige inzet. Dit gebeurt door: m Het beheren van de door het Steunpunt beheerde website Eerselvoorelkaar.nl. Deze digitale marktplaats voor vrijwillige inzet is onderdeel van NLvoorelkaar, de grootste landelijke vrijwilligersmarktplaats. Jaarlijks vinden via de website vele vrijwilligers bij hun passend vrijwilligerswerk. m De meerwaarde van Eerselvoorelkaar uit te dragen. We zien dat met name in de kleinere kernen minder gebruik wordt gemaakt van de website dan in de kern Eersel. Dit is niet
vreemd omdat we, ook landelijk in vergelijkbare gemeenten, zien dat in de kleinere dorpen vaak een cultuur is waarin 'het dorp of de vereniging het zelf oplost'. Toch zien we ook daar nog kansen om onze faciliterende, makelende en verbindende rol te kunnen uitbreiden. m Op een persoonlijke manier vrijwilligers en vrijwilligers organisaties te matchen. Het Steunpunt biedt daarvoor inloopochtenden, op afspraak geplande gesprekken en mogelijkheden voor telefonisch contact en e-mailcontact. Ondersteunen Ondersteunen en afstemmen gaat over het ondersteunen van de vrijwilliger en de vrijwilligersorganisatie en het waar nodig verbinden met beroepskrachten. Dit gebeurt door: m Subsidies beschikbaar te stellen voor vrijwilligersorganisaties, zowel structureel als incidenteel. Ook biedt de gemeente een subsidieregeling voor scholing van vrijwilligers. Daarnaast zijn er vanuit programma's als Dorpen maken het Verschil mogelijkheden voor vrijwilligersorganisaties en burgerinitiatieven om een bijdrage te krijgen voor de uitvoering van maatschappelijke initiatieven. m De collectieve vrijwilligersverzekering (voor vrijwilligers bij vrijwilligersorganisaties, maatschappelijke stagiaires en mantelzorgers) en een collectieve evenementenverzekering die als vangnetregeling van belang zijn.
m Maatwerk adviesmogelijkheden voor vrijwilligersorganisaties vanuit de gemeente en voor zowel organisaties als vrijwilligers door het Steunpunt. m Cursussen en trainingen aan te bieden, vanuit de gemeente, het Steunpunt of in een samenwerkingsverband met andere organisaties zoals de andere Kempengemeenten, Cordaad Welzijn, GGzE, Lumens en MEE. Continueren Wat is er voor nodig om te zorgen dat de enthousiaste vrijwilligers van nu over enkele jaren nog steeds vrijwilliger zijn? Hoe kunnen de gemeente en het Steunpunt met zichtbare initiatieven en ondersteuning bijdragen aan een goede continuering binnen het vrijwilligerswerk? Waardering, ondersteuning, de zorg voor meerwaarde en het stimuleren van een gevoel van vrijheid, ruimte en een stem voor vrijwilligers zijn daarbij sleutelwoorden. Wij gaan door met het waarderen van onze vrijwilligers door: m Het uitreiken van de gemeentelijke onderscheidingen zoals het jeugdlintje en 'het predicaat bewijs van verdienste' aan inwoners, verenigingen of instellingen die zich meer dan gemiddeld hebben ingezet voor de gemeente of haar gemeenschap. m De organisatie van de gemeentelijke Vrijwilligersavond.
17
In onze contacten met vrijwilligersorganisaties te benadrukken welke meerwaarde hun vrijwilligers hebben en mee te denken over manieren waarop zij die meerwaarde ook kunnen uiten naar hun vrijwilligers. m Zowel als gemeente als Steunpunt positief te communiceren over vrijwilligerswerk en vrijwilligers. m Zowel vanuit de gemeente als het Steunpunt mee te denken met organisaties als er zorgen zijn over de continuïteit. Ook kunnen we helpen bij het contact leggen en verbinden van kwetsbare vrijwilligersorganisaties, zodat krachten gebundeld kunnen worden. O Een fijn sociaal netwerk In het door de colleges van de vier Kempengemeenten in juni 2021 vastgesteld Kempisch Preventieakkoord "Een gezonde Kempen, dat doen we samen" is als één van de vier thema's "welbevinden" benoemd. Binnen dit thema valt ook het onderwerp eenzaamheid. "Eén tegen eenzaamheid" is een landelijk actieprogramma gericht op het doorbreken van de trend van eenzaamheid waarbij lokale coalities de spil vormen in het signaleren en doorbreken daarvan. Het Kempisch Preventie akkoord beoogt eenzaamheid te voorkomen en verminderen door professionals en vrijwilligers te trainen in het signaleren en bespreekbaar maken van psychische problemen en eenzaamheid en door de vaardigheden op het gebied van zelfmanagement van inwoners zelf te versterken.
Mantelzorg is onbetaalde en vaak langdurige zorg voor zieke familielieden of vrienden. Dit kan verzorging zijn of hulp bij de dagelijkse activiteiten. De gemeente heeft als taak om mantelzorgers te ondersteunen. In de gemeente Eersel vervult CordaadWelzijn met het Steunpunt Mantelzorg een belangrijke taak als het gaat om ondersteuning van deze groep. Ook binnen de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning is uitdrukkelijk aandacht voor mantelzorgers onder meer door het inzetten van dagopvang en respijtzorg. In 2020 is het Meerjarenbeleidskader Jeugdhulp in de Kempen 2020 - 2024 vastgesteld. Hierin zijn zes actielijnen opgenomen, te weten: Actielijn 1: een betere toegang voor jeugdhulp Actielijn 2: meer kinderen zo thuismogelijk te laten opgroeien Actielijn 3: kinderen kansen te bieden zich te ontwikkelen Actielijn 4: kwetsbare jeugdigen beter op weg helpen zelfstandig te worden Actielijn 5: jeugdigen beter te beschermen als hun ontwikkeling gevaar loopt Actielijn 6: investeren in vakmanschap van de jeugdprofessionals
De intentie is om het Meerjarenbeleidskader met twee jaar te verlengen. Hierover moet nog besluitvorming plaatsvinden. Een belangrijk onderdeel van jeugdhulp is preventie. Onder preventie verstaan we onder meer lichte opvoedondersteuning en pedagogische hulp (door bijvoorbeeld trainingen), het aanwezig zijn op de vindplaatsen van jeugdigen zoals scholen en het inzetten van de jeugdcoach om zo vroegtijdig te kunnen signaleren. De samenwerking met andere partijen zoals het onderwijs is hierbij van belang. Dit gebeurt onder meer door het inzetten op #Kempenbranie. De essentie van de activiteiten in dit kader is het creëren van een gezonde omgeving waarin jeugdigen kunnen opgroeien. Deze omgeving bestaat uit vier domeinen: gezin, peergroep (vrienden en leeftijdsgenoten), vrije tijd en school. Bij een gemeenschap horen
Inclusieve maatschappij Bij een gemeenschap horen betekent onder meer een inclusieve maatschappij waarin iedereen moet kunnen meedoen. In de gemeente Eersel geven we uitvoering aan dit onderwerp door tweejaarlijks met betrokken partijen een inclusieagenda te formuleren en uit te voeren. Inclusie is niet alleen een thema van de gemeente maar vooral ook een maatschappelijk thema dat gedragen dient te worden door iedereen in het publieke domein. De voor de jaren 2022 en 2023 opgestelde inclusieagenda beoogt dan ook de taken en verantwoordelijkheden in kaart te brengen en samenwerking te (onder)zoeken met stakeholders binnen en buiten de gemeentelijke organisatie. Er zijn vijf prioriteiten gesteld: m bewustwording en voorlichting. m samenstellen digitale en analoge onderlegger/placemat relevante informatie (sociale kaart). m bevorderen samenwerken/verbinden in projecten/ activiteiten. openbare en publieke ruimten voor iedereen toegankelijk. dorpsraden en dorpsnetwerken stimuleren plannen te maken die inclusief zijn en toegankelijk zijn voor mensen met een beperking in de sfeer van programmering, activiteiten en vrijwilligers. Eind 2023 vindt een evaluatie plaats en stellen we een nieuwe inclusieagenda voor de jaren 2024 en 2025 op.
Vervoer Bij een gemeenschap horen betekent ook dat inwoners voldoende mobiel zijn om aan de maatschappij deel te nemen. In samenwerking met de betrokken organisaties in de dorpen (onder andere KBO's, Klussen- en vervoersdienst Eersel) zijn we
18
aan het onderzoeken of de introductie van Automaatje in de dorpen van toegevoegde waarde is. Automaatje is een vervoersdienst waarbij vrijwilligers ritten verzorgen van mensen die minder mobiel zijn. De coördinatie is in handen van een professionele organisatie.
Dementievriendelijke gemeente In 2015 zijn we gestart met activiteiten die erop gericht zijn om een dementievriendelijke gemeente te zijn. Doelstellingen zijn: Te stimuleren dat mensen met dementie en hun mantelzorgers kunnen blijven participeren in de eigen buurt. Te bevorderen dat inwoners, informele zorg, verenigingen, professionals signalen op een juiste wijze kunnen interpreteren en kunnen omgaan met dementie. Speerpunten zijn: Taboedoorbreking rondom dementie. Het geven van een stem aan mensen met dementie. Deskundigheidsbevordering (vroegsignalering) in het omgaan met dementie (bejegening). Ontmoeting tussen mensen met dementie en hun mantelzorgers met andere groepen uit de bevolking. Actieve participatie in de samenleving. Respijtmogelijkheden voor mantelzorgers. m Vrijwillige inzet. Jaarlijks geven we door middel van een werkplan uitvoering aan een aantal activiteiten die betrekking hebben op genoemde speerpunten en een bijdrage leveren aan de doelstellingen. Deze activiteiten zijn breed toegankelijk.
Dorpsraden en leefbaarheidsgroepen Dorpsraden en leefbaarheidsgroepen zijn belangrijke gespreks partners van de gemeente als het gaat om een inclusieve maatschappij. Het werken met dorpswethouders bevordert de toegankelijkheid voor én daardoor dicht bij onze inwoners. Door dorpsschouwen te organiseren, is de gemeente aanwezig in de directe leefomgeving. Er is sprake van direct contact en korte lijntjes. Het participatieprogramma "Dorpen Maken Het Verschil" loopt door. Daardoor blijven er mogelijkheden om initiatieven van inwoners of verenigingen die bijdragen aan de leefbaarheid te ondersteunen. De sociale samenhang vergroten en het zorgen voor een prettige leefomgeving doen we immers samen. De sociale samenhang wordt ook bevorderd door het inzetten van dorpsondersteuners. In Vessem en in Steensel een essentiële schakel tussen inwoners en formele en informele partijen. Als andere dorpen hierom vragen, vindt invulling van deze functie ook in die dorpen plaats.
Laaggeletterdheid Bij een gemeenschap horen hoort ook dat mensen voldoende taalvaardig zijn. Laaggeletterdheid is een van de meest verborgen en hardnekkige vraagstukken in onze samenleving. Ook mensen die moeite hebben met rekenen en digitale vaardigheden behoren tot deze groep. Mensen die laaggeletterd zijn hebben vaker te maken met werkloosheid, schulden, gezondheidsproblemen en een lager inkomen. Laaggeletterdheid is een maatschappelijk probleem dat een consistente aanpak nodig heeft en een lange adem vraagt. Mensen moeten in de huidige maatschappij meer doen om mee te blijven doen. Het DigiTaalhuis als onderdeel van Bibliotheek de Kempen is een fysieke plek waar vraag en aanbod bij elkaar komen. De doelgroep van het DigiTaalhuis bestaat uit NT1-ers. Dat zijn mensen voor wie Nederlands hun eerste taal is. Voor kinderen en jongeren en ook NT2-ers is er veel aanbod. Juist de NT1 groep is moeilijk te bereiken en te benaderen. Een groot gevoel van schaamte speelt daarbij vaak een rol. In 2023 gaan we van start met het formuleren van beleid op het terrein van laaggeletterdheid, op basis waarvan we ook de rol van het DigiTaalhuis bezien.
Inburgering Inburgering is een belangrijk onderdeel als het gaat om bij een gemeenschap te horen. De Wet inburgering is op 1 januari 2022 in werking getreden en geldt voor alle nieuwkomers die inburgeringsplichtig zijn. De uitvoering van deze wet is bij de gemeenten gelegd. Gemeenten hebben de taak deze nieuw komers te begeleiden bij hun inburgering, waarbij de persoonlijke brede intake de basis vormt om de nodige stappen in het traject te zetten. Samen met KempenPlus geven we invulling aan deze functie, waarbij de regie voor de inburgeringstrajecten bij de gemeente Eersel ligt. Daarin wordt intensief samengewerkt met de Werkgroep Vluchtelingen die statushouders ondersteunt in het regelen van praktische zaken; ook naar gelang behoefte nadat het inburgeringstraject is afgerond. De gemeente heeft jaarlijks een taakstelling als het gaat om het huisvesten van statushouders. Dit vereist ook de komende jaren gemeentelijke inzet als het gaat om inburgering. In 2022 zijn ook opvang plaatsen voor Oekraïners die als gevolg van de oorlog zijn gevlucht, gerealiseerd in Eersel, Duizel en Vessem. Deze inwoners hebben vooralsnog geen inburgeringsplicht.
Echter als een aantal van hen besluit om in Nederland te blijven, zal ook voor deze groep een plek gevonden moeten worden en is in samenwerking met andere partijen gemeentelijk inzet nodig om ook hen in de plaatselijke gemeenschap te kunnen laten integreren.
19
Een goede gezondheid Zoals bovenstaand al vermeld, is in 2021 het Kempisch Preventieakkoord "Een gezonde Kempen, dat doen we samen" gesloten. Dit akkoord is tot stand gekomen in navolging van het Nationaal Preventieakkoord (2018) en wil samen met lokale partijen een beweging op gang brengen om de gezondheid van de inwoners in de Kempen te bevorderen. Daarbij is gekozen voor vier thema's waaraan aandacht wordt besteed. De thema's zijn: sturen op resultaten, welbevinden, middelengebruik en gezond gewicht. Daarmee sluiten we aan op de landelijke thema's roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik omdat deze problemen tot een groot gezondheidsverlies leiden en een hoge ziektelast veroorzaken. Het Preventieakkoord staat niet op zichzelf maar verbindt en versterkt onderdelen van beleid. Voorbeelden van projecten die al eerder waren opgestart zijn "#Kempenbranie", "Eén tegen eenzaamheid" en "Kansrijke start." Bovenlokaal loopt het project "Drugs wat doet dat met jou?". Het Preventieakkoord verbetert de samenhang en verbreedt het draagvlak. De keuze is gemaakt voor de zogenaamde levensloopbenadering. Concreet betekent dit dat er extra aandacht is voor de levensfasen en voor levensgebeurtenissen die invloed kunnen hebben op de leefstijl en de gezondheid. Voorbeelden zijn de stap van de basisschool naar het voortgezet onderwijs, zwangerschap of pensionering.
Maar ook onverwachte gebeurtenissen kunnen vragen om passende interventies, zoals ziekte of het overlijden van een naaste. Daarnaast is aandacht voor positieve gezondheid, waarvan ook mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en goed voor jezelf kunnen zorg onderdeel uitmaken. Het landelijk beleid met betrekking tot het brede terrein van gezondheid is erop gericht meer integraal te werken. Hiervoor is landelijk de Brede Speciale Uitkering (SPUK) in het leven geroepen die verschillende beleidsterreinen met elkaar verbindt door financiering en een gezamenlijk plan van aanpak. Het gaat hierbij om onder meer de beleidsterreinen inclusie, sport en gezondheid. Het plan van aanpak (of breed sport- en gezond heidsbeleid), waarvan ook het Kempisch sportakkoord onderdeel gaat uitmaken, is in voorbereiding en heeft betrekking op de jaren 2023 tot 2027. Voldoende gelegenheid tot het volgen van onderwijs/ opleidingen
Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting (nieuwbouw, uitbreiding) van basis, voortgezet en speciaal onderwijs is geregeld in het Integraal Huisvestingsplan. Het nieuwe plan dat in ontwikkeling is wordt naar verwachting in juli 2023 vastgesteld en heeft een bindende
looptijd voor de jaren 2023 tot en met 2026. Op basis van de daarin aangebrachte prioritering worden huisvestingsvraagstukken de komende jaren opgepakt en ingevuld.
Nationaal Programma Onderwijs Speciaal aandachtspunt de komende jaren zijn te treffen maatregelen die de negatieve gevolgen van corona binnen het onderwijs met zich mee hebben gebracht. Daartoe is landelijk het Nationaal Programma Onderwijs opgesteld met de bedoeling om onderwijsvertragingen in te halen die kinderen opliepen tijdens de coronapandemie. Het rijk heeft hiervoor financiële middelen beschikbaar gesteld die hiervoor dienen te worden ingezet in de periode tot en met 31 juli 2025. De gemeenteraad heeft op 27 september 2022 de kaders voor de invulling vastgesteld. Dit zijn: m (Bovenschoolse) maatregelen die nodig zijn om corona vertragingen in te halen bij kinderen en waarbij de gemeente een toegevoegde waarde heeft. Te denken valt aan ouderbetrokkenheid of activiteiten op het gebied van sport/ cultuur/techniek. m Maatregelen gericht op het inhalen van vertragingen opgelopen door corona in de voorschoolse periode, zoals het inhalen van uren voorschoolse educatie, extra begeleiding in de groep en extra inspanningen gericht op de toeleiding van kinderen. m Maatregelen gericht op zorg en welzijn in de school of in de verlengde leertijd om vertragingen op school en emotioneel vlak als gevolg van corona in te halen, zoals extra jeugdhulp in de school of schoolmaatschappelijk werk.