CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[23.03500] - Bijlage 2 bij Kadernota 2024

Raadsvergadering 28 februari 2023, gemeente EerselBij agendapunt: Kadernota VRBZO 20241.715 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

^^beon

Objectieve budgetten Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost op basis van septembercirculaire 2022 Notitie Cebeon, 11 oktober 2022

1

Inleiding De Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) maakt voor het vaststellen van de gemeentelijke bijdragen gebruik van de objectieve budgetten die gemeenten gehonoreerd krijgen in het gemeentefonds voor het clusteronderdeel Brandweer en Rampenbestrijding (B&R). De VRBZO heeft Cebeon verzocht om een be­ rekening te maken van de objectieve budgetten op basis van de septembercirculaire 2022. Hierin wordt rekening gehouden met de gevolgen van de herijking van het gemeentefonds en andere mutaties.

2

Algemene vertrekpunten afzonderen uitkomst clusteronderdelen binnen gemeentefonds Het gemeentefonds omvat uitkeringsformules per ‘cluster’ (breed taakgebied). Binnen het taakgebied Orde en Veiligheid (O&V) wordt onderscheid gemaakt tussen het onderdeel Brandweer en Rampenbestrijding (B&R) en Overige Orde en Veiligheid (OOV)1. Voor een geobjectiveerde onderbouwing van de gemeentelijke middelenbehoefte voor het dekken van de lasten van brandweerzorg en rampenbestrijding kan gebruik worden gemaakt van het clusteronderdeel B&R uit het gemeentefonds. Deze objectieve budgetten zijn afgestemd op structurele kostenverschillen tussen typen gemeenten gerelateerd aan verschillen in gemeenten en achterliggende normenkaders. Deze uitkering kan per circulaire van het gemeentefonds worden berekend. Hierbij zijn verschillende ele­ menten van belang voor de resulterende uitkomst. Het betreft: ^

de stand van de basisgegevens per gemeente (ontwikkelingen in aantallen eenheden per verdeelmaat-

^

de gewichten per maatstaf (‘prijzen’), die op grond van tussentijds onderhoud in de verdeling kunnen

staf, zoals aantal woonruimten, kernen en bedrijfsvestigingen); wijzigen (taakmutaties, definitiewijzigingen, herijkingen); ^

de algemene uitkeringsfactor voor het gehele gemeentefonds die mede wordt bepaald door de macro ontwikkeling van de totale omvang van de beschikbare middelen voor het gemeentefonds (jaarlijkse accres) voor alle taakgebieden tezamen. Het jaarlijkse accres wordt bepaald door de ontwikkeling in de Rijksuitgaven (‘trap-op-trap-af’) die hiermee direct van invloed zijn op de omvang van het gemeen­ tefonds.

Het betreft hierbij taken in de sfeer van handhaving, toezicht en preventie (stads- en dorpswachten, criminaliteitspreventie, cameratoezicht, APV-handhaving, bijzondere wetten), beleids- en planvorming integrale veiligheid (beleidsformulering, regie veiligheidsprojecten), HALT-bu­ reaus, veiligheidshuizen, dierenbescherming, opsporing en ruiming explosieven en overige beschermende maatregelen (zoals reddingswezen, strandbewaking, lijkschouwing).

De uitkomsten in deze notitie zijn gebaseerd op de meest recente inzichten in het gemeentefonds (septem­ bercirculaire 2022). Voor wat betreft de stand van de basisgegevens is uitgegaan van de stand die in het uitkeringsjaar 2022 wordt gehanteerd.

OZB en OEM Gemeenten kunnen hun middelenbehoefte ook dekken uit inkomsten OZB en Overige Eigen Middelen (OEM). In het verdeelstelsel wordt normatief rekening gehouden met deze inkomsten. Bij de OZB gaat dit door middel van een negatieve verdeelmaatstaf. Bij OEM gaat het om inkomsten die gemeenten kunnen inzetten als algemeen dekkingsmiddel zoals overige belastingen (bijv. hondenbelasting), inkomsten uit rente/beleggingen, saldo van grondexploitaties, e.d. Met deze OEM is in het gemeentefonds rekening ge­ houden door een inhouding met een bedrag per inwoner. De honorering per cluster is inclusief de inkom­ stenpotentie uit OEM.

dynamiek tussen de jaren De objectieve budgetten in het gemeentefonds worden jaarlijks onderhouden. Bij het verwerken van alle wijzigingen in structuurkenmerken van individuele gemeenten (inclusief bijvoorbeeld groei), gewichten en de uitkeringsfactor, resulteert dit jaarlijks in een nieuwe uitkomst per clusteronderdeel in het gemeente­ fonds.

herijking gemeentefonds Met ingang van 2023 is sprake van een nieuwe verdeling van de algemene uitkering in het gemeentefonds. De afgelopen jaren heeft er een onderzoekstraject plaatsgevonden om te komen tot een volledige en inte­ grale herziening van de verdeling van het gemeentefonds. De herijking is volledig, omdat alle uitgaven­ clusters van het gemeentefonds erin zijn betrokken evenals de verevening van de inkomsten. Daarnaast is de herijking integraal, omdat de clusters niet alleen afzonderlijk maar ook in onderlinge samenhang zijn bekeken. B&R maakt onderdeel uit van het klassieke domein. Bij het klassieke domein lag de directe aan­ leiding voor het onderzoek in noodzakelijk onderhoud (overhead, onwenselijk geachte maatstaven), de be­ hoefte om de specifieke vraagpunten op te lossen en de nadrukkelijke wens om de verdeling te vereenvou­ digen. De nieuwe verdeling voor B&R sluit aan bij actuele kostenpatronen bevat minder verdeelmaatstaven en aangepaste gewichten per maatstaf.

omvang gemeentelijke bijdragen Om de gemeentelijke bijdragen aan de veiligheidsregio in perspectief te plaatsen kan het behulpzaam zijn om deze te vergelijken met andere regio’s. In de monitor gemeentelijke bijdragen zijn de verschillen tussen veiligheidsregio’s in beeld gebracht en is ook gekeken naar de gehanteerde bekostigingssystematiek en de ontwikkeling sinds 2017. Daarbij komt voor VRBZO een beeld naar voren van een relatief lage gemeente­ lijke bijdragen en ook een beperkte toename in de periode 2017-2022. Verschillen tussen veiligheidsregio ’ s kunnen samenhangen met verschillen in: ^

het risicoprofiel;

^

het voorzieningenniveau;

^

taken die gemeenten zelf verrichten;

^

organisatorische keuzes.

3

Uitkomst objectief budget B&R 2022-2023 In onderstaande tabel zijn de uitkomsten van het objectieve budget in het gemeentefonds op basis van de septembercirculaire 2022 opgenomen. Hierbij is rekening gehouden met de ontwikkelingen (groei/krimp) in de aantallen eenheden, ontwikkelingen in de gewichten van de verdeling en de ontwikkeling in de uitkeringsfactoren (accressen) voor deze jaren.

Tabel 3.1:

Objectieve budgetten (ijkpuntscores) voor 2022 en 2023 (bedragen x 1.000 euro en in procen­ ten), gesorteerd op inwonertal 2022

verschil

2023

euro

V

euro

V

euro

V

Reusel-De Mierden

1 . 1 43

1,770Zo

1.092

1,730/)

-52

-0,040/0

Heeze-Leende

1 . 2 33

1,910/0

1.198

1,90/

-34

-0,01/

Asten

1 .279

1,980/0

1.279

2,030/)

1

0,050/0

Waalre

1 . 043

1,610/.

1.223

1,940/)

180

0,330/0

Son en Breugel

1 .220

1,890/)

1.164

1,850/)

-56

-0,040/0

Bergeijk

1. 753

2,71/

1.688

2,68/

-64

-0,030/0

Oirschot

1 . 562

2,42/

1.383

2,190/)

-179

-0,22/

Someren

1 . 540

2,38/

1.507

2,390/)

-33

0,01/

Eersel

1 .660

2,570/)

1.606

2,550/)

-53

-0,02/

Cranendonck

1 . 6 86

2,61/

1.631

2,590/)

-55

-0,02/

Bladel

1 .851

2,86/

1.724

2,730/)

-126

-0,m

Laarbeek

1 . 6 94

2,62/

1.712

2,72/

18

0,10/

Nuenen c.a.

1.570

2,430/)

1.762

2,790/)

193

0,370/)

Best

2.058

3,18/

2.136

3,390/)

77

0,20/

Gemert-Bakel

2 .302

3,56/

2.262

3,590/)

-40

0,030/)

Valkenswaard

2 .279

3,52/

2.383

3,78/

104

0,26/

Deurne

2 .416

3,740/)

2.361

3,750/)

-54

0,01/

Geldrop-Mierlo

2 .632

4,070/)

2.881

4,570/)

249

0,50/

Veldhoven

3.499

5,41 “/o

3.300

5,230/)

-199

-0,18/

Helmond

6 .818

10,540/)

6.822

10,82/

4

0,28/

Eindhoven

23.431

36,23/

21.933

34,790/)

-1.498

-1,450/)

Totaal

64.667

100,00A

63.047

100,00A

-1.619

0,000A

algemene ontwikkelingen De omvang van het objectieve budget neemt voor de gemeenten binnen de VRBZO in 2023 ten opzichte van 2022 (stand septembercirculaire 2021) af met 1,6 mln. euro als gevolg van de herijking van het ge­ meentefonds en andere ontwikkelingen in het gemeentefonds en kostenverklarende maatstaven (woonruim­ ten, kernen en bedrijfsvestigingen).

ontwikkeling verdeling B&R Als gevolg van de herijking van gemeentefonds is ook onderdeel B&R aangepast. Dit leidt tot een aanpas­ sing van de gewichten van de verdeelmaatstaven per 2023. In onderstaande tabel is weergegeven wat het aandeel is van de verdeelmaatstaven die in het objectief budget voor 2022 en 2023 worden gehonoreerd.

Tabel 3.2:

Aandeel kostenverklarende indicatoren in objectief budget B&R voor 2022 en 2023

Kostenverklarende indicatoren

2022

2023

Woonruimten

39y0

43y0

Verstedelijkingsgraad

23y0

23y0

Bebouwde oppervlakte

2y0

Kernen met 500 adressen

8yo

Kernen met 25 adressen

r/o

Klantenpotentiëlen: lokaal en regionaal

7y0

Oppervlakte land en buitenwater

2y0

8y0

9y0

Lokale centrumfunctie Bedrijfsvestigingen

2y0

WOZ-waarde niet-woningen

1607o

1707o

In de nieuwe verdeling is het aantal kostenverklarende indicatoren teruggebracht van 11 naar 5: ^

de maatstaf woonruimten krijgt een groter gewicht en vervangt daarmee ook de maatstaf be­ bouwde oppervlakte. Per saldo leidt dit tot een vrijwel neutraal effect, maar voor individuele ge­ meenten brengt dit soms grotere herverdeeleffecten met zich mee;

•

het gewicht van de verstedelijkingsgraad neemt iets af wat voor sterk verstedelijkte gemeenten leidt dit tot een negatief herverdeeleffect;

^

het gewicht van de maatstaf kernen (met minstens 500 adressen) neemt iets af en daarnaast ver­ dwijnt de maatstaf kernen (met minstens 25 adressen) die een beperkter gewicht had;

•

bedrijvigheid wordt alleen nog gehonoreerd via het aantal bedrijfsvestigingen en niet meer via WOZ-waarde van niet-woningen. Voor gemeenten met een relatief hoge WOZ-waarde leidt dit tot negatieve herverdeeleffecten;

^

en wordt een nieuwe verdeelmaatstaf voor de centrumfunctie geïntroduceerd. Deze maatstaf drukt de aantrekkingskracht van een woonkern op omliggende woonkernen uit. Deze aantrekkings­ kracht wordt gemeten bij de afstand over de weg. Uit het onderzoek blijkt dat de lokale centrum­ functie (tot 20 km) meer past bij de taak van crisisbeheersing en brandweer dan de regionale centrumfunctie. Naast de regionale centrumfunctie verdwijnen ook de maatstaven voor land en buitenwater.

Voor de gemeenten binnen VRBZO is sprake van een negatief herverdeeleffect2 voor B&R van gemiddeld -30Zo. Van de 26 gemeenten hebben 4 gemeenten een negatief herverdeeleffect van 50Zo of meer waardoor het binnenregionale aandeel afneemt. Dit zijn Oirschot (-110Zo), Bladel (-70Zo), Veldhoven (-60Zo) en Eindho­ ven (-60Zo). Voor Oirschot, Veldhoven en Eindhoven hangt dit vooral samen met de honorering voor bedrij­ vigheid die via het aantal bedrijfsvestigingen loopt en niet meer ook via de WOZ-waarde van niet-woningen. Voor Eindhoven speelt ook de nieuwe centrumfunctie een rol. Voor Bladel en ook Oirschot hangt de afname samen met de lagere honorering voor het aantal kernen. Daarnaast zijn er 3 gemeenten met een positief herverdeeleffect van 5Z of meer waardoor het binnenregi­ onale aandeel toeneemt. Dit zijn de gemeenten Waalre (+17Z), Nuenen (+12Z) en Geldrop-Mierlo (+9Z). Dit hangt vooral samen met de honorering voor bedrijvigheid, die via het aantal bedrijfsvestigingen loopt, en de nieuwe centrumfunctie. In onderstaand figuur is de ontwikkeling van het objectieve budget B&R per gemeente in beeld gebracht

Bij de herverdeeleffecten voor B&R is geen rekening gehouden met het ingroeipad en aftopping van herverdeeleffecten voor ds.

Figuur 3.1: Ontwikkeling objectief budget B&R 2022-2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=228c510e-dfec-4f4d-a1e5-3bfc99aa53b1