[22.24949] - 2022-11-15 Commissieavond: Beantwoording vragen van fracties
Tekst van het document
Commissieavond 15 november 2022: Vragen van fracties Fractie 4.
Vraag Visie en afwegingskader woonuitbreidingen Ambtenaar: Bart Bierens email: b.bierens@eersel.nl Afwegingskader. Waarom wordt het afwegingskader subjectief beschouwd?
1.
ESA
2.
ESA
Afwegingskader. Wat omvat de criteria ´ruimtelijke meerwaarde´?
3.
ESA
4.
ESA
Afwegingskader. In de gekozen afwegingen in het afwegingskader zijn de ruimtelijke meerwaarde en de inzichten van het college meegenomen. Hoe verhoudt zich dit tot de regionale opgaven? Zou er dan wellicht een ander afwegingskader ontstaan? Hoe staat de gemeente Eersel tegenover behoud van zandpaden?
5.
ESA
Hoe wordt bewaakt dat zandpaden behouden blijven bij uitbreiding?
Antwoord
De criteria in het afwegingskader zijn subjectief. Er ligt geen grondige studie aan ten grondslag waarbij bijvoorbeeld uitgebreid is gekeken naar de gevolgen voor bovenwijkse voorzieningen, dit wordt namelijk verder uitgewerkt in de versie 2.0. Elke locatie wordt met het afwegingskader op eenzelfde wijze beoordeeld. Hierdoor ontstaat een objectief beeld. De ruimtelijke meerwaarde volgt uit de Ruimtelijke visie woonuitbreidingen Eersel. Het bureau ‘Verhoeven | de Ruijter heeft in deze visie een afweging per deelgebied voorgesteld. Zie hiervoor het document Ruimtelijke visie woonuitbreidingen Eersel, pagina 4, paragraaf 1.3. Deze afweging zal het college gebruiken voor de beoordeling van de ruimtelijke meerwaarde. Indien hiermee bedoelt wordt de ontwikkelstrategie voor de regio Zuidoost Brabant en de Kempen in het bijzonder (schaalsprong): Deze ontwikkelingen zijn niet meegenomen in het afwegingskader en de gevolgen die dit heeft voor bovenwijkse voorzieningen. Anders dan afspraken over onderhoud, hebben we geen vastgestelde kaders hoe om te gaan met zandpaden en het behoud hiervan. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt is het wenselijk zoveel mogelijk zandpaden te behouden. Voordat een gebied wordt ontwikkeld zal een gebiedsconcept moeten worden opgesteld waarbij ook in overleg met de omgeving en andere ketenpartners moet worden getreden. E.e.a.
volgens de werkwijze zoals vastgelegd in de door uw raad op 2 juni 2022 vastgestelde notitie ‘Proces en generieke uitgangspunten woningbouwontwikkelingen.’ Onderdeel van dit gebiedsconcept zal zijn hoe met bestaande wegen, groen, landschap et cetera zal worden omgegaan. Met andere woorden: hoe de ontwikkeling zich verhoudt tot en voegt in de omgeving en het landschap.
1 22.24949
Fractie
Vraag
6.
ESA
7.
ESA
Op welke wijze worden dorpsuitbreiding ingepast in het landschap en in de uitstraling die passend is bij het dorp? Het hemelwater zal vanuit het Gemeentelijk rioleringsplan apart van het grijs water worden opgevangen. Welke bestemmingen zijn er voor dit hemelwater?
8.
ESA
In hoeverre zijn dorpsgezichten en beeldbepalende objecten in beeld en op welke manier wordt geborgd dat deze behouden blijven?
9.
ESA
Kan het initiatief van de haalbaarheid van een gebied verder te onderzoeken ook bij ontwikkelaars liggen?
10. ESA
Wanneer wordt de raad op de hoogte gebracht van initiatieven van ontwikkelaars?
11. ESA
Wordt de raad geïnformeerd over principeverzoeken voor uitbreidingslocaties naar de raad? Hoe werkt dit? Graag wat meer uitleg op hoofdlijnen over de risico´s mbt voorzieningen. In bandbreedte wat nieuwe huishoudens voor een druk op voorzieningen leggen?
12. ESA
Antwoord Wanneer een woonontwikkeling invloed heeft op bestaande zandpaden zal worden bezien of en hoe deze ingepast kunnen worden. Zie het antwoord vorige vraag. Allerlei vereisten en koppelkansen zullen onderdeel uit maken van het gebiedsconcept dan wel de uitwerking van het stedenbouwkundig plan met het bestemmingsplan/omgevingsplan. Alle relevante gemeentelijke, provinciale en landelijke (beleids)regels moeten hierin meegenomen worden. Voor hemelwater specifiek geldt dat dit zoveel mogelijk in het gebied wordt vastgehouden. De visie is opgesteld door de lagenbenadering en het breed-dieprond beschouwen van mogelijke ontwikkelgebieden zoals opgenomen in de provinciale omgevingsvisie toe te passen. Hierbij is onder meer een studie uitgevoerd naar landschap, natuur, water en cultuurhistorie. Bij de uitwerking van gebieden zal vervolgonderzoek nodig zijn, waaronder archeologisch en cultuurhistorisch onderzoek. Dan is in beeld welke objecten behouden zouden moeten blijven. Wanneer de gemeente geen grondpositie heeft, kan in eerste instantie het initiatief voor een ontwikkeling bij een ontwikkelaar liggen. Het college zal een plan toetsen aan vastgestelde kaders, al naar gelang de beschikbare personele capaciteit.
Conform de notitie ‘Proces en generieke uitgangspunten woningbouwontwikkelingen’ zal het college bij grotere ontwikkelingen van derden (>25 woningen) de gemeenteraad informeren via een raadsinformatiebrief, nadat het college een principebesluit heeft genomen. Daarnaast wordt de gemeenteraad halfjaarlijks vertrouwelijk bijgepraat over het woningbouwprogramma. Zie het antwoord op de vorige vraag. De gevolgen voor bovenwijkse voorzieningen vragen een diepgaand onderzoek en is afhankelijk van diverse factoren. Zo biedt de voorliggende visie ruimte voor ca. 1950 woningen. Dit is grotendeels bovenop het huidige woningbouwprogramma dat uit gaat van 1210 woningen. Zodra uw raad de visie en het afwegingskader heeft vastgesteld, kan de volgordelijkheid en de gevolgen van deze
2 22.24949
Fractie
13. ESA
14. ESA
Vraag
Gekeken naar de inschattingen van de totale som van te bouwen woningen, moet er toch een inschatting gemaakt kunnen worden van bovenwijkse voorzieningen? Wat zou die nu zijn en waarom is die niet meegenomen? Zijn transformatielocaties particuliere gronden of inbreidingslocaties? Of locaties waar nog geen woonbestemming op zit?
15. ESA
In Steensel 0 hectare bouwen buiten het woningbouwprogramma. Betekent dit dat er voor de toekomst van Steensel geen mogelijkheden voor uitbreiding zijn buiten transformatielocaties?
16. ESA
Vessem. Bij de conclusie (p. 41 v/h rapport) staat vermeld dat op de akker de Braak kleine initiatieven mogelijk zijn (mits de akker daarmee toegankelijk en beter beleefbaar wordt gemaakt). Welke overwegingen en redenen zijn er om deze akker niet verder mee te nemen als mogelijk uitbreidingslocatie?
17. ESA
Wat is de impact voor agrarische bedrijven gelegen aan de randen van de mogelijke / voorgestelde uitbreidingslocaties?
18. ESA
Vessem. In hoeverre is het op locaties D en I mogelijk om woning bouw te realiseren zonder het beekdal te belemmeren en de bossen (grenzend aan Nature-2000 gebied) negatief te beïnvloeden? Wat is de impact voor Eurocamping Vessem gelegen aan een zijweg van de Hoogeloonsweg?
Antwoord ontwikkelingen worden opgepakt. Voorzieningen voor onderwijs en zorg vragen nu al extra aandacht. Zie het antwoord op de vorige vraag.
Transformatielocaties zijn veelal locaties waar een bedrijfsbestemming op ligt, in eigendom van particulieren of bedrijven. Op basis van de voorliggende visie zijn er inderdaad geen grootschalige woonuitbreidingen mogelijk in Steensel. In Steensel zijn wel enkele transformatielocaties en locaties voor kleinschalige ontwikkelingen mogelijk. De akker is afgewogen als mogelijke uitbreidingslocatie, in relatie tot de andere mogelijkheden in het noorden van de kern Vessem. Doorslaggevende punten: - De hoge cultuurhistorische en archeologische waarden - Waarde van de groene verbinding tussen kern en buitengebied - De potentie die het gebied heeft als dorpspark. Op basis van de in 2009 vastgestelde Gebiedsvisie Flinkert, wordt de waarde van de groene open ruimte voor het dorp bevestigd. In lijn met het antwoord op vraag 5: Voordat een gebied wordt ontwikkeld moet een gebiedsconcept worden opgesteld, waarbij in overleg wordt getreden met de omgeving en andere ketenpartners. Bedrijven mogen door een woningbouwontwikkeling niet belemmert worden in hun bedrijfsvoering. Om sommige locaties te kunnen ontwikkelen, is mogelijk ook overeenstemming nodig over bijvoorbeeld een verplaatsing van een bedrijf. De visie gaat niet in op de gevolgen voor individuele (agrarische) bedrijven.
Voor de locatie D en I is afgewogen dat de impact beperkt is voor kleinschaligere woonontwikkelingen, en dat samen met de locatieontwikkeling er ook een goede landschappelijke inpassing nodig is, die juist bijdraagt aan de doelen ter plaatse. In de stap naar ontwikkeling wordt er een gebiedsconcept opgesteld, die daar nader antwoord op moet geven.
3 22.24949
Fractie
Vraag
19. ESA
Wintelre. Zijn er mogelijkheden om het groot bedrijfsmatig erf aan de Hemelrijksestraat te verplaatsen? Zo ja op welke wijze zou dat mogelijk zijn?
20. ESA
Klopt het dat de dorpsrand ten zuiden van Wintelre (zicht op achterzijde pastorie en kerk) een beschermd dorpsgezicht is? Of is het enkel een karakteristiek dorpssilhouet?
21. ESA
Wintelre. In hoeverre wordt bij bepaalde locaties aan de noordoost- en m.n. oostzijde bouwen beperkt vanwege de geluidszone (luchtvaart grondgeluid)? eldt voor bouwen in deze zone bepaalde aanvullende bouwvereisten? Zo ja, welke? Raadsvoorstel Hoe verhoudt de notitie ‘Proces en generieke uitgangspunten woningbouwontwikkelingen’ (vastgesteld door de gemeenteraad op 2 juni 2022) zich tot onderhavige ‘Visie en afwegingskader voor woonuitbreiding’. Zitten er bijvoorbeeld overeenkomsten tussen beide visies en/of tegenstrijdigheden? Wat is momenteel de juridische status van de Provinciale omgevingsvisie? In hoeverre is die bindend voor de gemeente?
22. P-GL
23. P-GL
Antwoord Voor wat betreft de impact op de Eurocamping conform het antwoord op de vorige vraag: Bedrijven mogen door een woningbouwontwikkeling niet belemmert worden in hun bedrijfsvoering. Dit geldt ook voor de Eurocamping. De visie geeft mogelijkheden voor woningbouw voor locaties aan de Hemelrijksestraat. Indien de eigenaar van een locatie aangeeft graag woningbouw te willen realiseren, gaan we in overleg. Verplaatsing van een bedrijf naar een andere locatie kan dan aan de orde komen. Op welke wijze vraagt voor elke casus maatwerk, rekening houdend met diverse regels, zoals de gemeentelijke Visie buitengebied 2.0. Dit gebied is geen wettelijk beschermd stads- en dorpsgezicht. Het is in de visie wel gewaardeerd als fraai en karakteristiek, onder meer omdat het oude lint waar het dorpshart aangelegen is, hier direct het landschap raakt. Dit is een bijzondere kwaliteit, waardoor er zorgvuldig is gekeken naar de mogelijkheden zonder deze kwaliteit aan te tasten. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt heeft de zuidzijde van Wintelre een zeer hoge waarde. De visie geeft ruimte voor twee kleinschalige maatschappelijke wooninitiatieven, die enkel mogelijk zijn als er in de uitwerking ook rekening wordt gehouden met het fraaie dorpssilhouet en er een goede landschappelijke inpassing is. De visie houdt rekening met de geluidscontouren van het vliegveld.
Bouwen aan de noordoost- en oostzijde van Wintelre is hierdoor niet verder mogelijk dan nu in de visie opgenomen. Tussen de voorliggende visie en de notitie ‘Proces en generieke uitgangspunten woningbouwontwikkelingen’ zijn geen tegenstrijdigheden. In deze notitie heeft uw gemeenteraad vastgelegd hoe het college woningbouwontwikkelingen uitvoert. De visie geeft vorm aan de inhoud van een ontwikkeling. De provinciale omgevingsvisie is alleen bindend voor de provincie. Het is echter wel noodzakelijk om gemeentelijke visies en plannen hierop aan de sluiten. Dit betekent dat de contouren op de kaart juridisch geldig zijn, maar ook dat met een diepgaande en zorgvuldige onderbouwing ‘diep-breed-rond’ een voorstel voor nieuwe woonlocaties mogelijk is.
4 22.24949
Fractie 24. P-GL
Vraag Op pag. 1 wordt gesteld dat de voorliggende visie nadrukkelijk aangeeft welke open ruimten en groenstructuren behouden of versterkt zouden kunnen worden. Wordt hiermee bedoelt dat voornoemde groenstructuren dan (juist) niet in aanmerking komen voor woningbouw c.q. in stand moeten blijven als groenstructuren? En zo ja, op basis van welke argumenten is dat dan?
25. P-GL
Op pag. 1 wordt geschreven dat er voor deze visie geen onderzoek is gedaan naar mogelijke invulling van andere vraagstukken die een ruimtebeslag vragen. Aan wat voor “andere vraagstukken” moeten wij dan denken? Pag. 1 Wat zijn de exacte gebieden die “liever niet bebouwd worden, maar in beginsel alleen als het niet anders kan” en die in de ruimtelijke visie voor de schaalsprong terug komen?
26. P-GL
27. P-GL
Pag. 2 Wat is de definitie c.q. betekenis van “kwaliteit stedebouwkundige uitwerking”? Waar moeten wij dan aan denken? Waar gaat dat precies over?
28. P-GL
Pag. 2 “Een score in de vorm van punten om prioriteiten in locaties zuiver te kunnen wegen zoals inbreidingslocaties, acht het college daardoor nog niet mogelijk”. Wanneer acht het college het wél mogelijk om prioriteiten in locaties aan te kunnen geven. Zoals ten aanzien van inbreidingslocaties als uitbreidingslocaties? Pag. 4 Er wordt gesproken over “een visie op de dorpsranden”. Welk(e) visie (document) wordt daarmee bedoeld? Pag. 4 (onder ‘Planning en vervolg”). Wat wordt er precies bedoeld met een “gebiedsconcept”? Hoe ziet dat eruit? In hoeverre staat een dergelijk concept op voor aanpassing door de gemeenteraad?
29. P-GL 30. P-GL
Antwoord In deze visie wordt hiermee inderdaad bedoeld dat deze groenstructuren niet geschikt zijn voor grootschalige woningbouwontwikkelingen. Door in omliggende gebieden woningbouw mogelijk te maken, bestaat de koppelkans om groenstructuren te versterken, evenals bijvoorbeeld het realiseren van recreatieve routes. De argumenten zijn op basis van het onderzoek van het bureau Verhoeven | de Ruijter. De visie is opgesteld door de lagenbenadering en het breed-diep-rond beschouwen Hierbij is onder meer een studie uitgevoerd naar landschap, natuur, water en cultuurhistorie. Uit deze studie zijn belangrijke groenstructuren naar voren gekomen zoals nu opgenomen in de voorliggende visie. U kunt denk aan de uitbreiding van of nieuw te realiseren bedrijventerreinen, grootschalige zorgcomplexen en scholen.
Dit zullen gebieden zijn voor grootschalige woningontwikkelingen (telkens ca. 500 woningen), niet direct passend bij en/of aansluitend op de bestaande kernen. Deze gebieden zijn nu nog niet exact bekend en komen terug in de Ruimtelijke visie schaalsprong. Deze visie is in voorbereiding. Besluitvorming wordt meegenomen in het traject voor de Kempische ontwikkelstrategie. Hiermee wordt bedoeld in hoeverre een ontwikkeling bijdraagt aan diverse gemeentelijke opgaven, zoals het bouwen voor de doelgroepen uit het recent vastgestelde woonbeleid, zorgen voor groen, water, verkeersontsluitingen etc. Zodra de gevolgen voor bovenwijkse voorzieningen in beeld zijn gebracht en participatie met de omgeving heeft plaatsgevonden. Dit zal zijn nadat de Omgevingsvisie 3.0 is vastgesteld.
Met de visie op de dorpsranden wordt de nu voorliggende Ruimtelijke visie woonuitbreidingen bedoeld. Zie hiervoor ook de notitie ‘Proces en generieke uitgangspunten woningbouwontwikkelingen’. Een gebiedsconcept bevat de uitgangspunten voor de uitwerking van een (woon)ontwikkeling. De
5 22.24949
Fractie
31. P-GL
32. CDA
Vraag
Afwegingskader voor woningbouw Aan het eind van dit document wordt gesproken over “afwijkingen in bijzondere situaties”. Wat is de betekenis van dit afwegingskader als er van kan worden afgeweken? Wat zouden in die zin “bijzondere situaties” kunnen zijn? Wat zijn de verwachte tijdlijnen van de visie 2.0 en 3.0 zoals in het voorstel is genoemd?
33. CDA
In de huidige bouwplannen gaan we uit van 1210 woningen. Wanneer gaan we voor de 1950 woningen die in het voorstel staan? En wat zijn de afwegingen daarvoor om dit aantal van 1950 te gaan nastreven?
34. CDA
Hoe is de verdeling straks in categorieën, zoals sociale huurwoningen en sociale koopwoningen? Wordt aan deze sociale sector nog extra aandacht besteed? Of bijvoorbeeld aan een ouderen woonvorm? Of wordt dit overgelaten aan de ontwikkelaar? Hoeveel huizen zijn er al in de lopende projecten en in de transformatielocaties opgenomen?
35. CDA
Antwoord belangrijkste ruimtelijke kaders worden uitgewerkt nadat onderzoek is gedaan naar diverse thema’s, zoals landschap, natuur, cultuurhistorie etc. Ook wordt vroegtijdig overlegd met de omgeving. Een gebiedsconcept wordt ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. De gemeenteraad heeft dan de mogelijkheid hier een aanpassing op voor te stellen. Als voorbeeld: Begin 2022 heeft u het gebiedsconcept voor het STG-terrein aangeboden gekregen. Er kunnen zich zaken voordoen die we niet kunnen voorzien en die een ruimtebeslag vragen. Het college staat open voor initiatieven die bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit en noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van de gemeente Eersel. U kunt hierbij denken aan locaties voor zorg of onderwijs. We verwachten te starten met de Ruimtelijke visie woonuitbreidingen (met gevolgen voor bovenwijkse voorzieningen) zodra besluitvorming over de Kempische ontwikkelstrategie (schaalsprong) bekend is. Dit zal medio 2023 zijn. Daarna wordt gestart met de omgevingsvisie en het daarbij behorende participatietraject. De ruimtelijke visie geeft de mogelijkheid meer woningen te bouwen dan volgens ons woonbeleid noodzakelijk. We streven daarom nu niet naar meer dan 1210 woningen. Niet alle locaties zullen tot ontwikkelingen kunnen worden gebracht, bijvoorbeeld omdat deze de komende jaren niet haalbaar blijken.
Het voorstel omvat nadrukkelijk niet het verhogen van het aantal te bouwen woningen naar 1950. Ontwikkelingen moeten voldoen aan het woonbeleid. De tabel zoals op 27 september 2022 door uw raad is vastgesteld is momenteel leidend. In het woonbeleid is de verdeling van de diverse wooncategorieën opgenomen. Het huidige planaanbod in zogenaamde harde en zachte plancapaciteit bedraagt ca. 1350 woningen, voor zowel in- als uitbreidingslocaties. De uitbreidingslocaties in deze visie waarvan al kennis was voordat met de voorliggende visie werd gestart zijn in dit aantal al opgenomen. Dit betreft locaties ten noorden van Vessem, ten westen van de wijk Duizel-Noord en het verlengde van de straat het Aangelag in Wintelre. Deze potentiële ontwikkelingen zitten in het aantal van 1350. De rest betreft inbreidings- en transformatielocaties.
6 22.24949
Fractie 36. VVD
Vraag Wat is de reden dat de transformatie van het bedrijfserf aan de Antwerpsebaan in Knegsel niet is meegenomen in het onderzoek?
37. VVD
Werkwijze p 8: In het stroomschema volgt na de keuze inbreiding ‘nee’ de keuze uitleglocatie zonder ‘ja. Is dit de bedoeling?
38. Kb
Raadsvoorstel p.1. argument 1.2. Er zijn plekken in beeld gekomen om te bouwen voor de schaalsprong. Van welke schaalsprong (de omvang) is men daarbij uitgegaan? Welke ‘plekken’ worden bedoeld? 1.3 Welke kenmerken zijn er nog meer van ‘Dorps Bouwen’ dan het aantal huizen per hectare? Is ‘dorps bouwen hetzelfde als traditioneel bouwen (wel BENG)? Wat vindt met de voor- en nadelen van ‘dorps bouwen’? Waarom is men uitgegaan van ‘dorps bouwen’?
39. Kb
40. Kb 41. Kb 42. Kb
43. Kb
5. 44. ESA
Uit welke aspecten bestaat ‘ruimtelijke meerwaarde’? Zijn alle aspecten even belangrijk? Zo nee, welke zijn het belangrijkst? Afwegingskader: Ook hierin staat ‘ruimtelijke meerwaarde’. Wordt daarmee precies hetzelfde bedoeld als in het raadsvoorstel? Met betrekking tot het financieel perspectief van de gemeente: geldt hier: hoe meer de gemeente er financieel aan overhoudt hoe beter of geldt dat niet-negatief gewoon goed is? Met betrekking tot de afwijking in bijzondere situaties wordt er gesproken over specifieke doelgroepen. Welke doelgroepen worden hiermee bedoeld? Visieplan Welzijn, wonen en zorg Steensel Ambtenaar: Trudy van Hoef email: t.vanhoef@eersel.nl Wie stuurt de dorpsondersteuner aan? Wie beoordeelt het functioneren?
Antwoord De voorliggende visie gaat over wat grootschaligere woningbouwontwikkelingen, op een wat groter abstractieniveau. Individuele percelen voor woningbouw tot enkele woningen zijn hierin niet specifiek geduid. Indien er geen sprake is van inbreiding (=nee), is er sprake van een uitleglocatie en wordt het afwegingskader voor uitleglocaties gehanteerd. Zie het antwoord op vraag 26.
We zijn uitgegaan van 25 woningen per hectare. Deze woningdichtheid komt overeen met de woningbouwlocaties die we de laatste jaren hebben gerealiseerd, zoals Koemeersdijk in Wintere, Duizel-Noord en Poelenloop in Knegsel. Kenmerkend zijn woningbouwlocaties met voldoende ruimte en kwaliteit voor openbaar groen, water en parkeren. Deze woningbouwlocaties worden als passend bij onze kernen ervaren. Door meer stads te bouwen worden meer woningen gerealiseerd en blijft er minder ruimte over voor andere zaken. Vanzelfsprekend zal een ontwikkeling moeten voldoen aan gemeentelijk en landelijk duurzaamheidsbeleid (BENG). Zie het antwoord op vraag 2. Zie het antwoord op vraag 2. In het afwegingskader voor inbreidingslocaties wordt het financieel perspectief van de gemeente meegewogen. Ontwikkelingen waarbij de gemeente een eigen grondpositie heeft en waarbij een positief financieel resultaat wordt verwacht, scoren daarbij hoger. Zie het antwoord op vraag 31.
In het raadsvoorstel is bij punt “1.1. Argumenten” vermeld dat de dagelijkse aansturing geschiedt door de Dorpsraad. Daaronder valt
7 22.24949
Fractie
Vraag
Antwoord ook het beoordelen van het dagelijks functioneren. In het tweede halfjaar 2024 wordt de inzet van de dorpsondersteuner door de gemeente samen met de Dorpsraad geëvalueerd. Het functioneren maakt ook onderdeel uit van deze evaluatie.
45. ESA
Hoe wordt de zienswijze van de jongere generatie vertegenwoordigd, geborgd in de dorpsraad?
Het is aan de Dorpsraad om te bepalen hoe de zienswijze van de jongere generatie vertegenwoordigd en geborgd wordt in de Dorpsraad.
46. CDA
Het financiële plaatje is niet helder voor ons, graag per jaar even duidelijk op een rijtje wat de kosten zijn
De uitgaven zijn als volgt:
47. CDA
48. Kb
Er is begroot op 500 uren voor de projectleider. Waar is dat op gebaseerd, daarmee bedoelen we niet hoeveel uur per week, maar welke werkzaamheden zijn dit?
Projectleiding etc. Wat zijn nu de totale kosten?
Uitgaven
Fcl 80130310 Was geraamd
Extra
2023 Dorpsondersteuner Projectleiding Werkkapitaal totaal Reeds opgenomen Nog beschikbaar te stellen
73.631 37.500 2.500 113.631 26.500 87.131
26.500 -
47.131 37.500 2.500
2024 Dorpsondersteuner Werkkapitaal Totaal Reeds opgenomen Nog beschikbaar te stellen
73.631 2.500 76.131 26.500 49.631
26.500 -
87.131
47.131 2.500
49.631
In de aanvraag budget voor de pilot Visieplan Welzijn, wonen en zorg in Steensel is 500 uur projectleiding opgenomen als ondersteuning voor het grote startproject bewustwording en aanreiken van vaardigheden voor jong en oud. In deze aanvraag (die als bijlage is bijgevoegd) is ook toegelicht wat de insteek van dit project is en het doel. Voor wat betreft de uitgaven zie beantwoording vraag 46.
8 22.24949
Fractie
Vraag Aan welke doelen wordt gedacht. Moeten die dan ook smart zijn?
6.
Natuurherstelwerkzaamheden Groot- en Kleinmeer 2022-2024 Ambtenaar: Casper Bongers email: c.bongers@eersel.nl In hoeverre zijn, ivm de klimaatveranderingen, de beschreven uitvoeringen voldoende, met name watertoevoer, zodat deze vennen in de toekomst nog water bevatten?
49. ESA
Antwoord In het raadsvoorstel is onder punt 4 opgenomen dat de projectleider ook een taak krijgt doelen te stellen en kwalitatieve en kwantitatieve informatie te verzamelen voor een evaluatie.
(Gedeeltelijke)droogval van het Grootmeer is niet erg. Het is zelfs nodig om sliblaag af te breken en om goede condities voor de zeldzame vegetatie te scheppen. De beschreven uitvoeringen: Het onderhoud van de waterlopen en het verbeteren van de wateraanvoer, maakt het systeem efficiënter. Op deze manier gaat er minder water verloren (verdamping of infiltratie) en komt er dus meer water terecht in het Grootmeer. Daarnaast wordt er in inlaatprotocol opgesteld waarin beschreven staat hoeveel water Klein-Grootmeer ingepompt moet worden (dus ook in droge jaren). Op deze manier kan de mate van droogval over een periode van meerdere jaren beter gestuurd worden.
7.
Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Eersel 2022 Ambtenaar: Mark Pessel email: m.pessel@eersel.nl Geen vragen.
9 22.24949