CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[22.08368] - Bijlage 2 Zienswijze 9 BP buitengebied 2e herziening, geanonimiseerd

Raadsvergadering 31 mei 2022, gemeente EerselBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied 2017, 2e herziening4.305 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

CËiiii:ÊNTE EERSEL

iltrrr.- Qê d PB(

ïrillilril rilillfitilrIl

0 E FtB, 2022

22ik.0185

Jonkers Advies

r{q

Atd

DBG.

nÍ.

De raad van de gemeente Eersel Postbus L2,

5520 AA EERSEL

datum 3 februari 2022

onskenmerk 137001 uw kenmerk

uw brief van

berreft zienswijzen tegen bestem m ngs p la n Buiten gebied 2Qï7, 2u herzien n g, i

i

brjlagen 1

Ceachte leden van de raad,

Namens mijn clíënten, dien ik hierbij zienswijzen in tegen het ontwerpbestemmingsplan "Buitengebied 2017,2ê herziening", dat met ingang van 6 januari 2022Ler ínzage is gelegd. Cliënten zijn al geruime tijd in discussie met de gemeente over het gebruik van een deel van het bosperceel direct achter hun woning door de hondensportvereniging "De Verdediger". ln dat kader hebben zij per briefvan 22 mei 2020 gevraagd om daartegen handhavend op te treden. Dat verzoek is aanvankelijk afgewezen, echter de commissie voor de bezwaarschriften heeft naar aanleiding van een daartegen ingedíend bezwaar geoordeeld dat het verzoek om handhaving terecht was gedaan en dat het bestreden besluit zou moeten worden herroepen. Desondanks heeft het college, ook in de beslissing op bezwaar, handhaving geweigerd. Tegen dat besluit loopt thans een beroep bij de Rechtbank waarop binnen afzienbare trjd een beslissing wordt verwacht.

Weldsehei 4 55o8 WR Veldhoven

ln het kader van de behandeling van het bezwaar bij de bezwaarschriftencommissie kwam naar voren dat het college kennelijk van plan was het gebruik van het hondensporterrein, dat al tal van jaren geleden onder het overgangsrecht is gebracht, te legaliseren. Daarbij was het kennelijk ook de bedoeling om de bouwwerken op dit perceel, die allemaal zijn gebouwd zonder bouwvergunning, in die legalisering te betrekken. Voor de achtergronden van deze handhavingszaak verwijs ik kortheidshalve naar het beroepschrift tegen de weigering handhaving, dat als brjlage L bij deze zienswíjze is bijgevoegd.

tÊi o4o'255 48 7Z

Íu o4o - 255 48 76 Het heeft er alle schijn van dat het oogmerk is om met dit plan die legalisatie feitelijk tot stand te brengen. jonkersadvies.nl

Adviseurs in omgevingsrecht paginal2van2

De toelichting bij dit plan geeft aan dat het doel van dit plan is om een aantal concrete nieuwe initiatieven in de bestemmingsregeling op te nemen. lk stel vast dat de legalisering van het hondensportterrein niet in dit plan is opgenomen als nieuw initiatief. Behalve dergelijke nieuwe initiatieven is daarnaast het oogmerk van dit plan om de regels en de verbeelding op een aantal (ondergeschikte) onderdelen aan te passen.

De locatie waar het hondensporterrein is gesitueerd heeft de bestemming "Bos". Opvallend is dat de regels van deze bestemming worden gewijzigd en meer specifiek de bouwregels. ln paragraaf 2.2.2van de toelichting worden de wijzigingen van de regels nader toegelicht. Daarin wordt met geen woord gesproken over de achtergrond en noodzaak van die wijziging van deze specifieke bestemmíng. Het heeft er alle schijn van dat het college hiermee op slinkse wijze probeert de bestaande gebouwen ter plaatse van (onder meer) het hondensporterrein alsnog positief bestemd te krijgen. lmmers in het thans geldende plan is sprake van een totaal bouwverbod voor gebouwen en verder een bouwmogelijkheid voor bouwwerken, geen gebouw zijnde, echter uitsluitend ten dienste van de bestemming "Bos". Het hoeft geen betoog dat de bouwwerken die illegaal aanwezig zijn op het hondensporterrein niet ten dienste staan van de Bosbestemming. Aldus is bouwen van dergelijke bouwwerken nu verboden. ln het voorliggende ontwerpplan wordt een uitzondering geïntroduceerd in die zin dat bestaande gebouwen zijn toegestaan waarbij de bestaande situering, de bestaande goot- en bouwhoogte en de bestaande inhoud als maximum geldt. Verder worden bouwwerken, geen gebouwen, toegestaan mits die voldoen aan bepaalde randvoorwaarden, zoals hoogte en oppervlakte.

Cliënten verzoeken nadrukkelijk aan te geven of met het wijzigen van de bestemming "Bos" is beoogd een (gedeeltelijke) legaIiseringvan het hondensportterrein te realiseren. ln dat geval hebben cliënten daartegen nadrukkelijk bezwaar. lndien het niet de bedoeling is van dit plan om tot legalisering over te gaan dan verzoeken wij u nadrukkelijk aan te geven wat de ratio achter deze wijziging is, temeer nu de toelichting daarover met geen woord rept. Voorts verzoek ik u aan te geven op welke wijze u in dat geval de legalisering van het hondensporterrein ander5zins in de praktijk wenst te realiseren en voorts om mijn cliënten als direct-belanghebbenden, daarbij vanaf het begin te betrekken. Slot lk verzoek u daarom dit plan zodanig gewijzigd vast te stellen dat met de zte n swijzen van cliënten in voldoende mate rekening wordt gehouden.

Met vrie

Weldsehei 4 5So8 WR Veldhoven

tel o4o- 255 48

íaxo4o:554876 jonkersadvies.nl

ijke groetlJ

Jonkers Advies

Rechtba n k Oost-Bra ba nt

Postbus 90125 52OO MA,s-HERTOGENBOSCH Team Bestuursrecht AANTEKENEN

ons kenmerk

722L09

uw kenmerk

SHE 21 1483?CEMWT V35

betÍeft bijlagen

datum

26 juli2a21

uw brief van

Aanvulling beroep tegen afwijzing handhaving 12 producties

Edelachtba re heer, vrouwe,

Namens mijn cliënten, heb ik bij brief van 1"8 juni 2021 beroep ingesteld tegen de fictieve weigering om een besluit te nemen op het bezwaarschrift ingediend tegen het besluit tot weigering van handhavend optreden tegen het gebruik van een terrein aan de Dalemsedijk te Duizel als hondensportterrein. Zoals ik al meldde in mijn brief van 19 juli 202L, heeft het gemeentebestuur intussen alsnog een besluit genomen. Cliënten kunnen zich met dat nieuwe besluit niet verenigen. Nu dat nieuwe besluit kwalificeert als een besluit als bedoeld in artikel 6:19 Awb verzoek ik u dit beroep vooÉ te zetten als beroep tegen dat nieuwe beslu it.

Cliënten kunnen zich met dit besluit niet verenigen. Volledig in afwijking van het advies van de commissie bezwaarschriften (als bijlage bij het bestreden besluit gevoegd) beslist het college thans het bezwaar ongegrond te verklaren. Voor wat betreft de strijdigheid met het bestemmingsplan gaat het college daarbij in haar motivering uit van de stelling dat zowel het bouwen als het gebruik worden beschermd door het overgangsrecht. Dat standpunt bestrijden cliënten met nadruk, Ten aanzien van de strijdigheid met de milieuregelgeving wordt in het geheel geen beslissing genomen, terwijl dat expliciet onderdeel was van het primaire verzoek om handhaving en het bezwaarschrift. Dat is in strijd met het motiveringsbeginsel.

.

weldsehei 4

55o8 Wï Veldhoven

tel o4o - 255 48

7

fax o4o - 255 4876

jonlersadvies.nl

Adviseurs in omgevingsrecht

paginal2vanl0

Ter onderbouwing van de stellingen van cliënten moge het volgende dienen.

De bestemmi ngsplansituatie Voor eenjuiste beoordeling van devraag ofen zoja, onder welke omstandigheden een geslaagd beroep kan worden gedaan op het overgangsrecht, is het van belang een beeld te hebben van de opvolgende bestemmingsplannen voor het in beding zijnde perceel.

Bestemminqsplan Buitensebied 2017 ln het thans geldende bestemmingsplan Buitengebied 2017 heeft het perceel de bestemming "Bos". Het gebruik als hondensportterrein is onmiskenbaar in strijd met de regels van dit bestemmingsplan. Volgens artikel 9 van de regels is, voor zover relevant, slechts extensief recreatief medegebruik toegestaan. ln de definities va n dit pla n is dat omsch reven als: die votmen van natuurvriendelijke recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zools wandelen,fietsen, picknicken, kanoën, survivaltochten en natuurgerichte recreatie zoals vogelobservatie. Een gebruik als hondensporterrein is dus in strijd met het geldende bestemmingsplan. Bestemminssolan Bu itengebied 2009 Ook in het daarvóór geldende bestemmingsplan Buitengebied 2009, vastgesteld op 29 september 2009 en voor dit deel in werking getreden op 9 maart 2010, was sprake van een gelijkluidende bestemming "Bos" en een identieke bestemmingsregeling, zodat dat gebruik ook met dat plan in strijd was (productie 1).

Bestemmingspla n Buitengebied 1988

ln het bestreden besluit wordt melding gemaakt van een beroepsprocedure tegen het bestemmin gspla n "Buitengebied 1988", wa arbij Gedeputeerde Staten aanvankelijk goedkeuring hadden onthouden aan de bestemming Hondensportterrein - Rs(h) die met dit plan was gelegd op een stukje grond in het bos met een afmeting van 50 x 30 meter. De aanleiding voor G5 om goedkeuring te onthouden was gelegen in de vrees dat die bestemming zou leíden tot aantasting van het landschap. Uiteindelijk leidden overwegingen die zien op het beperkte gebruik, het ontbreken van plannen tot uitbreiding en het ontbreken van klachten de Kroon tot de conclusie dat alsnog goedkeuring diende te worden verleend aan dit planonderdeel. Het gevolg van die uitspraak was dat alsnog een positieve bestemming hondenspoÉerrein werd gelegd op een open terrein in het bos van 50 x 30 meter (productie 2). De regeling van dat aldus alsnog positief bestemde hondensporterrein is opgenomen in artikel 34 van de voorschriften van dat bestemmingsplan Buitengebied L988 (productie 3). Op grond van artikel 34, lid B I mogen uitsluitend andere bouwwerken, en dus geen gebouwen, worden opgericht met een maximale hoogte van 3 meter. lmmers in

Adviseurs in omgevingsrecht

paginal3vanl0

artikel 1, onder 2c (productie 4) is een ander bouwwerk gedefinieerd al* een bouwwerk geen gebouw zijnde. Volgens artikel 34, lid B ll zijn burgemeester en wethouders bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid B I voor de bouw van een berging waarbij de inhoud niet méér dan 25 mt mag bedragen en de hoogte niet méér dan 2,5 meter. Bestem m ingspla n Buitengebied 1988, 1e pa rtiele herziening Vervolgens is naar het oordeel van het college kennelijk nog relevant het bestemmingsplan Buitengebied, L988, 1Ê partiële herziening, vastgesteld op 30 september 2009. Dat plan is in ontwerp ter visie gelegd op 28 maart 1997 en kennelijk in werking getreden per 25januari 2001. Uit het samenstel van toelichting, regels en plankaart blijkt evenwel dat deze partiele herziening géén betrekking heeft op het in het geding zijnde perceeldeel. Dat blijkt uit paragraaf 1.2 van de toelichting, hoofdstuk 4 waarin de onderdelen, die in deze partiele herziening zijn opgenomen {productie 5), zijn beschreven alsmede uit de plankaart (productie 6), waar de begrenzing van dit plan visueel is weergegeven via de aanduiding van de plangrens. Die ligt niet om dit perceel zodat dit perceel daarvan ook geen onderdeel uitmaakt. Daaruit vloeit voort dat dit bestemmingsplan geen rol speelt in het kader van de vaststel ing va n de overga ngsrechtelijke bescherm ing. I

En dat betekent dat de in dit verband relevant opvolger van het bestemmingsplan

Buitengebied 1988, wordt gevormd door het bestemmingsplan Buitengebied 2009. De bestemming uit het bestemmingsplan Buitengebied 1988 is niet overgenomen in dit bestemmingsplan Buitengebied 2009, maar daarin heeft het perceel de bestemming "Bos" gekregen (productie L). Dat brengt dus met zich mee dat in dat opvolgende plan (Buitengebied 2009) die bestemming "Hondensporterrein" is wegbestemd. Datzelfde is overigens herhaald in het, thans nog geldende, bestemmingsplan Buitengebied 2017. Het toepasselijke overgangsrecht Het wegbestemmen van de bestemming "Hondensport" en dus van dit gebruik brengt met zich mee dat ervan mocht worden uitgegaan dat dit gebruik binnen de planperiode van het bestemmingsplan Buitengebied 2009 feitelijk zou verdwijnen Anders dan het gemeentebestuur betoogt, is voor de vaststelling het toepasselijke overgangsrecht dus niet de overgangsbepaling uit het bestemmingsplan Buitengebied 1988, 1e partiele herziening van belang (productie 7). Van toepassing is de overgangsbepaling uit het bestemmingsplan Buitengebied 2009. En daarin is een uitzondering opgenomen voor situaties die in strijd met het voorgaande plan waren (productie 8).

Bouwovergangsrecht Op het bewuste perceel is een groot aantal bouwwerken aanwezig, bestaande uit zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouw zijnde. ln productie 9 is daarvan

Adviseurs in omgevingsrecht

paginal4vanl0

een foto-overzicht opgenomen. ln het bestreden besluit wordt de stelling ingenomen dat al deze bouwwerken worden beschermd door het overgangsrecht. Dat standpunt is feitelijk onjuist.

ln artikel 37.i..1" van de regels van het bestemmingsplan Buitengebied is bepaald dat een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afiruijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na hetteniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunníng wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. ln artikel 37.1,.3 is een uitzondering opgenomen waardoor het bepaalde in artikel 37.1.1 niet van toepassing is op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

Vaststaat dat voor geen enkel bouwwerk dat aanwezig is een bouvwergunning is verleend. Dat brengt al met zich mee dat, gelet op de tekst van het hiervóór aangehaalde artikel 37.L,3 die uitzondering niet van toepassing is. Maar nog los daarvan is de conclusie in het bestreden besluit dat op alle bouwwerken die bestonden op het tijdstip van ter visie legging van het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied 1988, 1" partiele herziening het overgangsrecht van toepassing is, relevant voor deze kwestie. Evenmin als de stellingen dat die bouwwerken nooit zijn gewraakt en dat het college al lange tijd op de hoogte was van het bestaan van die bouwwerken. Al in de uitspraak van 10 juli 2001 (nr: 20O1O2l7o/2) opgenomen in productie 10 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) bepaald voor bouwwerken, die onder de werking van een oud plan tot stand zijn gekomen, niet met toepassing van het overgangsrecht een bouwvergunning kan worden verleend. Die zijn immers zonder bouwvergunning opgericht en het overgangsrecht strekt niet zover dat illegale bouwwerken daarmee (alsnog) kunnen worden gelegaliseerd. Overgangsrecht biedt geen bouwvergunningvervangende

titel. En dat is sedert die tijd een vaste lijn in de uitspraa k van de Afdeling. Dat blijkt ook

uit de uitspraak van 22 februari 20L2 (ECLI:NL:RV5:20L2:8V6577\.De Afdeling overweegt daarin: "2.4.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraok van 9 februari 2005 in zaak nr. 200405A56/L) verschaÍt een met succes gedaan beroep op het overgangsrecht op een bouwwerk geen bouwvergunning vervangende titel en wordt het bouwwerk daardoor evenmin anderszins gelegaliseerd.

I

Adviseurs in omgevingsrecht

paginal5vanl.0

Zelfs wonneer zou worden aangenomen dat de bauwwerken op de peildatum van het avergangsrecht op het perceel aanwezig waren of mochten zijn dan wel geregistreerd stonden in de ínventarisatie 7985/1.986 en dus een gerechtvaardigd beroep op het overgangsrecht kon worden gedaan, laat dit derhalve onverlet dat dit de bouwwerken niet legaliseert en dat een bouwvergunning vereíst blijft. Gelet op artikel 29, eerste lid, van de planvoorschriften, geeft het overgangsrecht slechts een titel voor gedeeltel$ke vernieuwing of verandering, Het beroep op het overgongsrecht kan daarom niet leiden tot het daarmee beoogde doel." En in de uitspraak van 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1719) overweegt de Afdeling:

"6.7. De rechtbank heeft terecht onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 22 februari 2072, ECLI:NL:RVS:2072:8V6577, overwogen dat een geslaagd beroep op het bouwovergangsrecht geen vergunning vervangende titel verschaft en dat het bouwwerk daardoor evenmin anderszins wordt gelegaliseerd. Op grond van het bouwovergangsrccht mag een bouwwerk slechts gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd. De omstandigheid dat zonder vergunning opgerichte bouwwerken niet zijn uitgezonderd van de toepasselijkheid van het bouwovergangsrecht en dus ook gedeeltel(k mogen worden vernieuwd en veranderd, maakt niet dat dergelíjke bouwwerken ongemoeid moeten worden gelaten. Voor zover de recreatiewoning onder het bouwovergangsrecht zou vallen, betekent dit dan ook niet dat daartegen niet handhavend mag worden opgetreden." Nu vaststaat dat verlening van een vergunning niet mogelijk is, en overigens ook in strijd zou zijn met een goede ruimtelijke ordening, brengt de beginselplicht tot

handhaving met zich mee dat daartegen alsnog per omgaande handhavend moet

worden opgetreden. ln het, door het college genoemde besluit van 5 maart 198L, zijn de bouwwerken genoemd die voor het gemeentebestuur kennelijk aanvaardbaar waren/zijn. Het college wil dat besluit gelijkschakelen met een bouwvergunning. Het moge duidelijk zijn dat die redenering flagrant in strijd met de wet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Daar komt bovendien bij dat er in de loop der tijd sinds 1981 allerlei andere bouwwerken, eveneens illegaal, zijn toegevoegd. tk noem het afdak op foto 1, de hondenhokken op foto 2, de container op foto 3, het hokje en de poort op foto 4 en de lichtmasten op 9 {4 in plaats van 2 en bovendien veel hoger dan 3 m). Gebrui ksovergangsrecht De eerdergenoemde uitspraak van de Kroon, op het beroeptegen het

bestemmingsplan Buitengebied 1988, van 28 juli 1992 brengt met zich mee dit plan alsnog de bestemming Hondensporterrein - Rs(h) legt op een stukje grond in het bos met een afmeting van 50 x 30 meter.

( Adviseurs in omgevingsrecht

paginal6vanl0

Uit de overwegíngen van dat Koninklijk Besluit valt af te leiden dat op dat perceel aanwezig waren een aantal verlichtingsmasten, een berging annex schuilhok van zeer geringe omvang en een klimschans. En verder dat het aantal leden van de Polítiehondenvereniging de Verdediger niet rneer dan ongeveer L0 was. Het gebruik werd daarin omschreven als weiníg intensief. Als alvalt aan te nemen dat dit het destijds bestaande gebruik was, dan geldt dat moet worden aangetoond dat dit gebruik aanwezig was op de relevante peildatum. Dat ís naar onze opvatting het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan Buitengebied 2009, zijnde 9 maart 20L0 (na de uitspraak op de voorlopige voorziening in de zaak ECL:NL:RV5:2010:7717). En in die desbetreffende bepaling (aÉikel 37) is een uitzondering opgenomen voor gebruik dat illegaal is ontstaa n. ln dat verband wijs ik ook naar de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1L-4-2005 (nr. 200306936/1) waarin de navolgende rechtsoverweging is opgenome n : "Het overgangsrecht wordt in een bestemmingsplan opgenomen teneinde de bestaande gebruiker die gerechtvaardigde rechten en belangen heeft de mogelijkheíd te bieden het gebruik voaft te zetten totdat de gegeven bestemming avereenkomstig de voarschriften wordt verwezenlijkt. Uit het karakter van het overgangsrecht vloeit voort dat dit beperkt moet worden opgevat.

Het is niet bedoeld voor bestaande gebruikers die geen gerechtvaardigde rechten en belangen hebben." Ook voor het gebruiksovergangsrecht poogt het college met verwíjzing naar verschillende besluiten en documenten aan te tonen dat zij reeds lang op de hoogte was van (de omvang van dat) strijdige gebruik. De betekenis von de "vergunning" van Staatsbosbeheer van 3L mei L988

Het bestemmíngsplan Buitengebied 1988 is door de gemeenteraad vastgesteld op 7 november 1989. De onthouding goedkeuring van Gedeputeerde Staten dateert van 28juni J.990 en de genoemde uitspraak van de Kroon terzake van het bestemmingsplan Buitengebied L988 dateert van 28 juli L992. Als resultaat van die procedure wordt alsnog de bestemming "Hondensportterrein Rs (h)" toegekend aan het deel dat in de figuur hieronder is weergegeven.

ï Adviseurs in omgevingsrecht

paginalTvanl0

o.o OO óo o

oo

o

o o

o o

o

o

o

o

brrÍii

oo o oo o

o1

o

I

G,OO

o P

o o

-TrÊ

s*

,13

o

o

o

o

o o ooo N(bl or,o o oo oó o o oo aoo O,t O Êgo oo o ooo " oo o.o o oo o 9-- Q',6 --ooo o P o o o oa o o oo oo'o O o9 o saao o o.'o óoo '.s o {}':1} -'C o o o c qs {} o:: oo O* oo o êl ooooo co oiooaooo o Ob o qi o o 0 o o oooo o0c oc,o o oo o ,o o c J o c ct'oo o. -fó O,O O J O O a O ócoo o c'ooo noc.JJ o ooo È*o

Y t

Figuur 7 afdruk plankaart bestemmíngsplan Buitengebied 1988 De brief van Staatsbosbeheer waarbij vergunning wordt verleend voor het gebruik van een deel van het bos dateert van 3L mei L988. Los van het feit dat die "vergunning" in deze geen enkele rol kan spelen, omdat die slechts ziet op een privaatrechtelijk gebruikvan een deel van dat bos, en bovendien niet van het terzake bevoegde gezag de gemeente Eersel afkomstig is, is het zo dat die van oudere datum is dan de raadsvaststelling van het plan en bovendien veel méér

toestaat dan dat later vastgestelde bestemmingsplan Buitengebied 1988. lmmers dat plan gaat over een perceel in het bos van 50 x 30 meter, zoals de bovenstaande figuur uitwijst en in het KB van de Kroon nadrukkelijk is aangegeven, terwijl die vergunning een groter gebied aanwijst. Dat gebied is aangegeven op de onderstaande figuur. En los van de aanwijzing van een groter oefenterrein gaat die vergunning ook in op het gebruiken van een nog groter gebied (geel omkaderd) voor revieren en het gebruik van twee paden als stelpaden. Nu dat bestemmingsplan slechts een gebied van 50 x 30 meter positief bestemd dat betreft een deel van het in onderstaande figuur gearceerde vlak- is het gebruik van het overige terrein alsmede van alle paden en gebieden daarbuiten sowieso strijdig met het bestemmingsplan. En toen opzichte van het daarvóór geldende bestemmingsplan Plan in Hoofdzaken was alle gebruik, strijdig. Dat brengt dus met zich mee dat dit document in deze procedure geen enkele rol kan spelen.

í Adviseurs in omgevingsrecht

paginalSvanl0

Dlltt À

ir

A

IA

^

^

8IELPADEN

-!! =!!=// /I

BEVII|DEN BUITE$ r{EogN EN pADEN OXFTI{TERREIX IíET BT.,DEEORB{DE

(revteren)

BO(,}íïTERXTN

Figuur 2 bijlage bij brieJ Stootsbosbeheer d.d, 37 mei 7988

Zoals de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State standaard overweegt

in zaken waar het gebruiksovergangsrecht aan de orde is, dient degene die een beroep doet op het overgangsrecht, en in dit geval is dit het college, aan de hand van concrete en objectieve gegevens aannemelijk te maken dat het overgangsrecht op dat gebruik van toepassing is. Allereerst zal dus moeten worden aangetoond, door middel van documenten of anderszins, dat op de toepasselijke peildatum, zijnde 9 maart 2010, een gebruik als hondensportterrein feitelijk aanwezig was, op welke dagen en uren in de week dat plaatsvond en met welke intensiteit. Ondanks dat ik daar eerder expliciet om heb gevraagd, heb ik geen enkel document gezien waarmee het gebruik c.q. de omvang daarvan op de peildatum is aangetoond. En ondanks dat ín het bestreden besluit wordt gesteld dat er diverse

ï Adviseurs in omgevin gsrecht

paginal9vanl0

documenten zijn overgelegd over de periode 2005 tot 20L6 blUkt daarvan niets uit het bestreden besluit. Aldus ontbreekt een beeld over het gebruik en de intensiteit van dat gebruik op de peildatum. Vervolgens geldt dat het gebruik, waarvan is aangetoond dat dít op de relevante peildatum aanwezig was, mag worden gewijzigd, zolang de afwijking van het geldende plan niet wordt vergroot. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 19 december 2001 (ECLI:NL:RVS:200L:AD8891) is een intensivering va n het gebrui k een veranderi ng daa rvan. Voor de vraag of sprake is va n intensivering zijn de feiteliike ruimteliike qevolgen bepalend. Vaststaat dat sprake is van een intensivering nu het huidige gebruik tot aanmerkelijk méér overlast leidt dan voorheen en bovendien op méér dagen dan voorheen plaatsvindt. Zo is sinds het moment dat deze discussie is ontstaan en de "vergunning" van 5taatsbosbeheer bekend is geworden in 2020, sprake van een gebruik op zaterdagen waar dat tot dat moment niet aan de orde was. Bovendien is ook het gebruik van het terrein op zondagen in intensiteit toegenomen, soms van 's-morgens 8.00 uur.

Daarnaast is kennelijk de w'rjze van trainen dan wel degene die de training geven, van doorslaggevende invloed op de mate van overlast; gedurende laatstejaren is er sprake van bijna permanent hondengeblaf gedurende het gebruik van het terrein en het omliggende gebied. Ook zijn in de loop der tijd allerlei bouwwerken toegevoegd waardoor evenzeer sprake is van een

intensivering. Uit het besluit blijkt op geen enkele wijze dat het college onderzoek heeft gedaan naar de vraag ofdaadwerkelijk sprake is van een geslaagd beroep op het overgangsrecht. Evenmin is onderzocht of er sprake is van intensivering van dat gebruik. En elk geval ontbreekt daarvoor de onderbouwing en motivering. ln de conclusie van het bestreden besluit (pagina 5) geeft het college aan dat het betreffende terrein in overleg met Staatsbosbeheer is aangewezen en ingericht als

oefenterrein op basis van het gemeentelijk beleid. Het is schrijnend te moeten vaststellen dat het gemeentebestuur kennelijk zelf een terrein inricht c.q, laat inrichten en daarbij alle eigen regels aan haar laars lapt. En vervolgens is het toch uiterst merkwaardig te moeten vaststellen dat dit kennelijk gevoerde beleid in twee opeenvolgende bestemmingsplannen feitelijk is wegbestemd en dat nu wordt afgegaan als een "foutje". Het college stelt dat de omvang van het terrein niet is toegenomen. Dat is feitelijk onjuist. Het gebied dat positief is bestemd, betreft een terrein van 30 x 50 meter. Het huidige terrein is veel groter. Het terrein zoals dat thans wordt gebruikt ten behoeve van de hondensport is feitelijk ongeveer 70 x 55 meter. Dat is dus aanmerkelijk groter dan het destijds positief bestemde perceel van 50 x 3o meter en dat grotere perceel is dus nimmer positief bestemd geweest, zodat op grond daarvan voor dat grotere deel sowieso geen aanspraken kunnen worden gemaakt, ook niet als een succesvol beroep op het overgangsrecht zou kunnen worden gedaan.

lí

Adviseurs in omgevingsrecht

pagina | 10 van 10

Nu er ten onrechte een beroep wordt gedaan op het overgangsrecht is het gemeentebestuur verplicht handhavend op te treden. Er is ook geen enkele aanleiding om daarvan af te zien. Daarbij speelt tevens een rol dat binnen de gemeente Eersel per direct een alternatief terrein voorhanden is dat zelfs positief is bestemd als hondensportterrein in het geldende bestemmingsplan Buitengebied. Dat betreft een perceel dat is gelegen aan het Bussereind te Steensel, gemeente Eersel. ln productie 11 treft u de bestemmingsplansituatie van dat perceel aan. Nu dat perceel in eigendom is van de gemeente Eersel (productie 12) heeft ze daarover ook de vrije bevoegdheid.

Slot lk verzoek u het beroep gegrond te verklaren en het bestreden besluit te vernietigen. Tevens verzoek ik u het gemeentebestuur te veroordelen in vergoeding van de proceskosten vanwege door derden verleende rechtskundige bijstand voor zowel de beroepsfase als de bezwaarfase, alsmede tot terugbetaling van het verschuldigde griffierecht.

vriendel ke groet,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=59f61712-1b10-4dec-bdea-e4d1f426dba2