[22.00582] - Bidbook Innovatie door schaarste
Tekst van het document
INNOVATIE DOOR SCHAARSTE
KEMPENMUSEUM BIDBOOK Eersel, 2022
KEMPENMUSEUM
1
VOORWOORD
In de Kempen hebben we veel te vertellen. Want we beschikken over prachtige verhalen. Verhalen die van generatie op generatie zijn doorgegeven. Die ons vandaag de dag nog steeds in contact
‘ne klomp en een ploeg zijn niet meer genoeg.’
brengen met onze voorouders. Met het verleden waarin we geworteld zijn. Dat is waardevol. Daar moeten we zuinig op zijn.
onderwerpen die ook verteld en getoond dienen te worden. Iemand zei: ‘’ne klomp en een ploeg zijn niet meer genoeg.’ Zo is het maar net.
Voor dit doel zet het Kempenmuseum zich al meer dan veertig jaar in. Dat doet het vanuit een
Deze vaststelling bracht het museum recentelijk in een stroomversnelling. Nog versterkt door het gegeven dat het verouderde gebouw wel een nieuw jasje kon gebruiken. Daarom hebben ‘de museummensen’ gekeken hoe, met een bijgesteld museaal profiel, het museum eigentijdser kan worden. Hoe de collecties frisser – en meer verbindend – gepresenteerd kunnen worden. En hoe daarbij de benodigde bouwkundige aanpassingen kunnen worden doorgevoerd. Tot slot hebben ze – ik beschouw dit als het kroonjuweel – uitgezocht hoe het museum een breder publiek van dienst kan zijn met de toevoeging van een bezoekerscentrum waar iedereen gratis terecht kan voor zowat alle zaken rond kunst, cultuur, natuur en erfgoed.
mooie locatie en met een aansprekende collectie. En: met groot enthousiasme. De vele vrijwilligers bewijzen dat.
Dit bidbook laat zien wat al dit speurwerk heeft opgeleverd: een warm pleidooi voor een be-
Het blijft niet beperkt tot verhalen. Ook beschikken we over interessante objecten uit de materiële Kempische volkscultuur: gebruiksvoorwerpen, kunstobjecten, huisraad, boerengetög. Dingen waarvan het soms raadselachtig is waarvoor ze gebruikt werden. Maar waarin nog steeds een warm kloppend hart aanwezig is. Ook deze zaken verdienen het behouden te blijven. Behoud van erfgoed heet zoiets.
huizing en inrichting die past bij de boeiende Maar de laatste jaren begon het een beetje te schuren. Merkbaar was dat ‘onze’ verhalen, hoe aangrijpend ook, soms wat eenzijdig zijn. En dat de huidige collecties maar een beperkt deel van de Kempische werkelijkheid laten zien, enkel het boerenleven zo tussen 1850 en 1950. Terwijl de
geschiedenis van de Kempen. Een ode die enthousiasmeert. En die u hopelijk inspireert om de plannen mee tot uitvoering te brengen. Léon Kox, wethouder
Kempen zo veel meer is. Met tal van boeiende
2
KEMPENMUSEUM
KEMPENMUSEUM
3
WAAR STAAN WE VOOR?
WAT IS ONZE MISSIE?
Wij maken de geschiedenis van de Nederlandse
Het Kempenmuseum brengt de geschiedenis
Kempen inzichtelijk. Dat doen we op een manier
van de Kempen tot leven en maakt daarbij de
die het blikveld verruimt, zodat nieuwe genera-
verbinding met het heden inzichtelijk. Daartoe
ties rijker in het leven komen staan.
verwerft, beheert, behoudt, onderzoekt en presenteert het museum zowel de materiële als
WAT DOEN WE?
de immateriële overleveringen die relatie
Wij verzamelen, beheren, onderzoeken en
hebben tot het culturele erfgoed van de
presenteren een omvangrijke collectie
Kempen. Daarbij wil het museum inclusief zijn
Kempisch erfgoed en laten een breed en divers
en staat ze als toegankelijke ontmoetingsplaats
publiek ervaren hoe de geschiedenis van de
ten dienste aan een zo divers mogelijk publiek.
Kempen van invloed is geweest op onze samenleving – en dat nog steeds is.
4
KEMPENMUSEUM
KEMPENMUSEUM
5
INHOUDSOPGAVE
Voorwoord Kernbegrippen
3 4
Inhoudsopgave Inleiding
7 9
KEMPENMUSEUM
3.2.
44 46
3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8.
Vier thema’s op vier plekken Thema 1 – Veranderend landschap Thema 2 – Van sigaren naar chips Thema 3 – De Gemeynt Thema 4 – Aan de zijlijn Wisseltentoonstellingen
27 48 52 56 60 64
12 13 14 14 14 15
1.3.4. 1.4. 1.5.
16 17 20
4.1. 4.2. 4.3. 4.4.
24 25 32 32 36
Colofon
Breed draagvlak Gebiedsbepaling Canon van de Kempen
42
Intermezzo Het narratief
Hoofdstuk 1. Kader - waarom 1.1. Koersbepaling 1.2. Identiteit 1.3. Waarden borgen 1.3.1. Missie 1.3.2. Maatschappelijke functies 1.3.3. Brede toegankelijkheid
Hoofdstuk 2. Locatie - waar 2.1. Boerderij met erf en tuin 2.2. Bezoekerscentrum 2.3. Speulhuis 2.4. Hooimijt 2.5. Bereikbaarheid
6
Hoofdstuk 3. Museum - hoe 3.1. Van Canon naar inrichting
Hoofdstuk 4. Plan van aanpak - borging Tussen droom en daad Begroting Fondsenwerving Planning
68 69 70 71 72
KEMPENMUSEUM
7
INLEIDING
Ingrijpende plannen vragen tijd. Ze moeten doordacht zijn. Liever geen wankele basis.
Het haalbaarheidsonderzoek is uitgevoerd door adviesbureau Markteffect BV en heeft geleid tot het rapport Uitwerking business case
Dat onze plannen met het Kempenmuseum ingrijpend zijn, is onbetwist. We willen nogal wat. We willen dat het museum uitgroeit tot een toon-
‘Ge moet wel geraaie willen zijn.’
aangevend erfgoedcentrum voor de hele Kempenregio. Met een dynamisch expositie- en evenementenbeleid. Met diepgaande kennis op het gebied van erfgoed(educatie). Met ontsluitingen van tal van Kempencollecties. Met een gratis toegankelijk bezoekerscentrum dat brede diensten verleent op het gebied van natuur-, cultuur- en erfgoedbeleving. Een hoog ambitieniveau, heet zoiets. Als bestuur van het Kempenmuseum hebben wij deze ambitie uitgesproken. Dat is gedurfd. Gelukkig wordt het ondersteund door veel enthousiasme. Maar we beseffen ook: met alleen ambitie en enthousiasme red je het niet. Realiteitszin is onontbeerlijk. Dingen moeten haalbaar zijn. Vanuit deze dubbele benadering – idealisme en realiteitszin – zijn we in gesprek gegaan met de gemeente. Haar opstelling heeft ons deugd gedaan. Het gemeentebestuur toonde veel begrip voor onze wens van ingrijpende wijzigingen. Wel wilde men eerst een haalbaarheidsonderzoek. Volkomen terecht. Je moet per slot van rekening wel, zoals we in de Kempen zeggen, ‘geraaie willen zijn.’
8
KEMPENMUSEUM
Kempenmuseum. Op grond van dit rapport heeft de gemeenteraad op 24 november 2020 een krediet beschikbaar gesteld voor het uitwerken van Ontwikkelrichting 1.4. – museum met Bezoekerscentrum op de huidige locatie. Daarmee belandden we in de fase waarin de plannen moesten worden uitgewerkt. Een fase ook waarin museum en gemeente, vanuit hun vruchtbare samenwerking, opnieuw ‘geraaie’ wilden worden. Tal van partijen hebben daar hun bijdrage aan geleverd. We noemen: Erfgoed Brabant, ‘museumontwikkelaars’ Bruns en Kinkorn, Franken Projectmanagement BV, Atelier T, de werkgroepen Museaal Profiel en Canon van de Kempen, en de vele vrijwilligers van het museum. Veel mensen, veel overpeinzingen. Maar het resultaat mag er zijn: een bidbook dat alle uitvoeringsplannen helder uiteenzet. Een nieuwe stap in een langdurig traject. Met wederom een stevige basis voor verdere voortgang. Dat we zo ver gekomen zijn, danken we bovenal aan het gemeentebestuur. Dat immers gaf opdracht dit bidbook samen te stellen. Bestuur Kempenmuseum
KEMPENMUSEUM
9
HOOFDSTUK I KADER - waarom
10
KEMPENMUSEUM
KEMPENMUSEUM
11
1.1. KOERSBEPALING
Waar staan we voor? Waar willen we naartoe? Wat wordt de identiteit van het nieuwe Kempenmuseum? Wie, om wat voor reden dan ook, een andere weg wil inslaan, moet helder voor ogen hebben waar die weg naartoe moet leiden. Weet waar je heen wilt. Daarover verderop meer. Eerst gaat het om de vraag waaróm het museum van koers wil veranderen. Er ligt een mix aan overwegingen die veelal met elkaar samenhangen. Een eerste factor betreft het imago. Veertig jaar lang heeft het Kempenmuseum een verhaal verteld dat goed paste in de tijd, het verhaal van het Kempische boerenleven tussen 1850 en 1950. Dit verhaal wordt de laatste tijd steeds vaker in verband gebracht met minder vleiende termen: ‘oubollig’, ‘duf’, ‘alleen voor ouderen.’ Dat heeft alles te maken met de beperkte periode uit de geschiedenis waar het erfgoed betrekking op heeft, de statische manier waarop
1.2. IDENTITEIT
museum allerminst als ‘desastreus’ te bestempelen is, zijn er wel zorgen over de houdbaarheid ervan. Bezoekersaantallen lopen terug, vooral ook doordat minder toeristen gebruik maken van bus-arrangementen. En in de grote groep van vrijwilligers is de vergrijzing aanwijsbaar. Instabiliteit dreigt, de noodzaak om (met nieuwe doelgroepen/activiteiten) de begroting steviger te verankeren, dringt zich op. Tot slot noemen we de ondermaatse verbinding. Een goed functionerend streekmuseum heeft lijntjes met de meest uiteenlopende maatschappelijke geledingen. Van onderwijs tot erfgoedinstellingen, van de toeristenbranche tot zakelijke netwerken, van instellingen voor nieuwkomers tot het plaatselijk-regionale verenigingsleven. Bij het Kempenmuseum waren de lijntjes wat dun geworden. Werk aan de winkel.
Vanuit de kwesties die in de vorige paragraaf zijn opgeworpen, is het Kempenmuseum op zoek
aanpassingen van de gebouwen en de inrichting daarvan.
gegaan naar een nieuw verhaal, een nieuwe identiteit. Die identiteit is niet te vangen in een
3. Het Kempenverhaal wordt aangereikt aan
spijkerharde formule met eeuwigheidswaarde. Altijd kunnen zich ontwikkelingen voordoen die bijstellingen wenselijk/noodzakelijk maken. Wel zijn enkele wezenlijke elementen te onderscheiden die de identiteit bepalen en die de komende jaren dan ook richtinggevend zullen zijn voor het museumbeleid. We noemen ze. 1. Het Kempenverhaal wordt verbreed Lag eerst de focus op het boerenbestaan tussen 1850 en 1950, in het gemoderniseerde Kempenmuseum wordt, op grond van de Kempencanon, een breder verhaal verteld. In de tijdspanne: het verhaal begint zo‘n 10.000 jaar geleden en loopt door tot de huidige (digitale) tijd. Maar ook in de onderwerpkeuze: er komt ruimschoots aandacht voor niet-agrarische onderwerpen.
een bredere doelgroep De samenleving is in de laatste decennia wezenlijk van samenstelling veranderd, ook die van de Kempen. Met oorspronkelijke bewoners, arbeidsmigranten, statushouders en expats zit je al gauw aan 125 nationaliteiten. Verder kent de bevolking niet alleen witte maar ook zwarte mensen, en niet alleen heteroseksuele maar ook LHBTI’ers. Voor hen allen moet het Kempenverhaal beschikbaar komen. Nee, meer nog: hun verhaal moet deel gaan uitmaken van ‘het’ Kempenverhaal. 4. Het Kempenverhaal wordt verbindend Een museum is geen eiland. Het moet midden in de samenleving staan, met tal van verbindingen. Naar externe partijen als heemkundeverenigingen, musea, erfgoedinstellingen, het onderwijs en de toeristenbranche. Maar ook: naar de eigen
dit gepresenteerd wordt en de verouderde staat van de gebouwen. En natuurlijk: met een heden-
2. Het Kempenverhaal wordt anders gepresenteerd
bezoeker. Die moet meer aantreffen dan enkel een museum. Vanaf de museumplek moet hij
daags publiek dat andere eisen stelt. Kortom, een face lift om een breder publiek aan te spreken, is alleszins wenselijk.
De statische presentatie van gebruiksvoorwerpen wordt losgelaten. De bezoeker van het museum wordt met levendige, interactieve presentaties
doorverwijzingen aangereikt krijgen om ook elders in de regio kennis te maken met zaken rond natuur en cultuur. Een bezoekerscentrum
Als tweede noemen we het zakelijk-financiële
uitgedaagd om ‘in het verhaal te kruipen’. Zodat hij dit als het ware aan den lijve ervaart. Zo wordt
voorziet hierin. Met dit alles kan het Eerselse museum uitgroeien tot een regionale erfgoed-
motief. Een museum dient te opereren vanuit een gezonde begroting. Hoewel die van het Kempen-
geschiedenis inzichtelijk en begrijpelijk, tevens een mooi educatief doel. Dit vraagt wel om
instelling die door alle Kempengemeenten ervaren wordt als zijnde ‘van ons’.
12
KEMPENMUSEUM
KEMPENMUSEUM
13
1.3. WAARDEN BORGEN
Het nieuwe Kempenmuseum staat voor de opdracht in zijn beleid een aantal kernpunten te borgen. Het gaat daarbij om de volgende zaken. 1.3.1.
Missie
Het Kempenmuseum zal moeten vasthouden aan zijn missie: bezoekers met de meest uiteenlopende achtergronden het Kempisch erfgoed uit heden en verleden laten ervaren door middel van een levendige presentatie die hen informeert over, maar bovenal meeneemt naar de historie en de actualiteit. En die tussen beide verklarende verbintenissen legt. 1.3.2. Maatschappelijke functies Het Kempenmuseum heeft een belangrijke culturele functie: het beheert en presenteert cultureel erfgoed voor een breed publiek. Daarnaast vervult het museum ook in maatschappelijk opzicht een belangrijke rol. En die dient bewaakt te worden. Allereerst is er de collectie-waarde. Met het beheren en tentoonstellen van objecten en het vertellen van de bijbehorende verhalen geeft het museum uitdrukking aan een gedeelde geschiedenis van de Kempen. Een ware schatkamer.
Als tweede noemen we de verbindende waarde. Het museum is een ontmoetingsplaats tussen
Tot slot is er de economische waarde van het museum. Het museum als economie-versterken-
Eindhoven telt zo’n 30.000 mensen met dit soort beperkingen.
verleden, heden en toekomst. Van daaruit draagt het bij aan het sociaal beleid van de overheid. Die
de kracht rond thema’s als toerisme, gebiedsontwikkeling, streekpromotie en leefbaarheid. En dit in samenwerking met partners als stedenbouw-
Toch is dit maar een deel van het verhaal. Een
kan daar niet vrijblijvend mee omgaan. Europese afspraken (Verdrag van Faro) geven inwoners het recht in contact te komen met erfgoed. De verbindende waarde keert terug in thema’s als burgerparticipatie, vrijwilligersbeleid, sociale cohesie, alsook in de samenwerking met vrijwilligersorganisaties, professionele netwerken en zakelijke partners. Mensen die zich binden vormen een maatschappelijk kapitaal. De educatieve waarde ligt er in het bijzonder voor het onderwijs, van primair onderwijs tot en met wetenschappelijke instituten. Maar het gaat verder. Denk aan: een leven lang leren, maatschappelijke stages, talentontwikkeling, inburgering en kenniseconomie. Het museum is een leeromgeving voor iedereen.
kundigen, horeca-ondernemingen en uiteraard Visit Eersel. Vanuit deze functies kan het Kempenmuseum een ware trekpleister worden die het gezicht is van deze streek. Wat nog versterkt wordt door de positie die het bezoekerscentrum heeft gekregen binnen de plannen. Zo wordt het Kempenmuseum de Cultuurpoort van de Kempen. 1.3.3 Brede toegankelijkheid Uiteraard is het Kempenmuseum voor iedereen toegankelijk. Geen discussie over mogelijk. Wel is het goed om te benoemen wat we daar dan onder verstaan.
museum ‘breed toegankelijk’ maken houdt ook in dat je letterlijk niemand uitsluit. Sterker nog: dat je een actief beleid voert om doelgroepen die eerder niet of nauwelijks een museum bezochten, alsnog binnen te halen. Ook dat is geen overdreven actie. Op Europees niveau (Verdrag van Faro) is vastgelegd dat iedereen recht heeft op erfgoed. Doelgroepen waar je in dit verband aan kunt denken zijn onze nieuwkomers: arbeidsmigranten, expats, vluchtelingen, statushouders. Ook voor LHBTI’ers en mensen van kleur mogen er geen drempels zijn. Verder treffen we in de autochtone bevolking tal van mensen aan die van erfgoed verstoken zijn gebleven: laaggeletterden, mensen met een smalle beurs.
De eerste gedachte daarbij is: er mogen geen beletsels zijn voor mensen met een lichamelijke
Het Kempenmuseum neemt het op zich al deze
beperking. Wie in een rolstoel zit moet alle ten-
mensen aan zich te binden. Niet omdat het moet,
vrijetijdsbeleid, welzijnsbeleid en gezondheidszorg. Waarbij thema’s als zingeving, tolerantie, ontspanning en geestelijke gezondheidszorg aan de orde komen. Het museum als ruimte om te
toongestelde objecten van het museum kunnen bereiken. Maar ook voor mensen die anderszins – blind, doof – lichamelijk beperkt zijn, mogen er geen of slechts minimale blokkades zijn.
maar vanuit een open beleid. Met als doel erfgoed en sociaal domein met elkaar te verbinden. En met krachtige middelen: een gratis toegankelijk bezoekerscentrum, boeiende evenementen en
genieten, ervaren en beleven.
Voorwerpen moeten in beginsel betast kunnen worden. Audio-informatie moet beschikbaar zijn.
een aantrekkelijke presentatie van de collectie.
De belevingswaarde is de vierde maatschappelijke functie. Die richt zich in het bijzonder op
Dit is geen overbodige luxe. Alleen al de regio
14
KEMPENMUSEUM
KEMPENMUSEUM
15
1.4. GEBIEDSBEPALING
1.3.4. Breed draagvlak Een museum kan niet bestaan als het niet breed gedragen wordt. Draagvlak creëer je door te praktiseren waar je in gelooft. Dit sluit naadloos aan bij de brede toegankelijkheid zoals die in de vorige paragraaf uiteengezet is. De belangrijkste ondersteuning zal moeten komen vanuit de diversiteit van al die doelgroepen die zich in het museumbeleid herkennen omdat het een enthousiast verhaal vertelt. Maar bovenal: omdat dit ook ‘hun’ verhaal is. Zo kan het museum wortelen in de samenleving. De zoektocht naar draagvlak gaat verder. Ook de politiek zal er zijn schouders onder moeten zetten. Wat dit betreft is het uitermate bemoedigend zoals gemeente en museum de laatste paar jaar hebben samengewerkt. Daaruit sprak de wil om deze culturele voorziening te laten voortbestaan. Nee, veel meer nog: om – met nieuwe functies (bezoekerscentrum) en een ‘verbreed vizier’ – het museum sterker te verankeren in de samenleving.
Eerselse initiatieven. Ze zien dat ze er zelf baat bij hebben. Bijvoorbeeld doordat collecties aan elkaar gekoppeld worden.
ui te pellen. Ditzelfde geldt voor de toeristenbranche. Met name vanuit Visit Eersel is er groot enthousiasme over de mogelijkheid van doorverwijzingen naar aantrekkelijke locaties, wandel- en fietsroutes. Ook de wandel-as van het museum naar de Markt geeft commerciële partijen en andere belanghebbenden mogelijkheden om een boeiend verhaal te vertellen over allerlei kunst- en cultuuruitingen. Tot slot noemen we de ‘interne dragers’: de meer dan 110 vrijwilligers die dag na dag paraat staan om het museum aantrekkelijk te presenteren en bezoekers een warm welkom te geven. En dat niet alleen: het zijn de poortwachters die het museum toekomstbestendig houden. Met hun enthousiasme. En met hun verhalen die het verdienen bewaard te blijven. Want zo gaat dat met erfgoed: je vertelt, je slaat op en je geeft door.
En wat te denken van heemkundekringen en
Opdat de generatie na ons zich er ook weer aan
musea in de regio? De Eerselse heemkundekring krijgt in het ontwerp veel meer werk- en opslagruimte. Dat kan de samenwerking met het museum alleen maar versterken. Daarnaast blijkt
kan warmen.
uit contacten (in verband met de Canon van de Kempen) dat ook andere heemkundeverenigingen
De naam Kempenmuseum verwijst naar een gebied. Maar over welk gebied hebben we het dan? Dat is niet altijd eenduidig. Laten we proberen de
In de Romeinse tijd – toen het de naam Campinia kreeg – strekte het Kempische landschap zich uit van de Scheldevallei (westen) tot de Maasvallei (oosten), en van de lijn Tilburg – Eindhoven (noorden) tot aan de lijn Hasselt – Mechelen (zuiden). Het was een open vlakte met schrale (diluviale) zandgronden waar weinig groeide. De Tachtigjarige Oorlog splitste het gebied in tweeën, zo’n beetje langs de lijn waar de strijdende legers hun vijandelijkheden staakten. Gevolg: er ontstond een Nederlandse en een Belgische Kempen. Waarbij de eerste in oppervlak nog niet het derde part is van de tweede. Dit was de eerste ‘verkleining’. Daarna kwam er nog één. Vooral na de Tweede Wereldoorlog belandden de dorpen die in de nabijheid van Eindhoven en Tilburg lagen, steeds meer in de invloedssfeer van deze uitdijende steden. Waardoor het ‘verbindingsdraadje’ met het plattelandskarakter van de oorspronkelijke Kempen steeds dunner werd. Inwoners van Son, Geldrop of Best
Zo kromp de Nederlandse Kempen verder. Een proces dat een nieuwe impuls kreeg toen het openbaar bestuur er een etiket op plakte: de gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden gingen zich ‘de vier Kempengemeenten’ noemen. Mede om te accentueren dat in dit gebied het plattelandskarakter het best behouden is gebleven. En ongetwijfeld ook vanwege een ander verbindend element. De vier genoemde gemeenten tellen acht kerkdorpen die alle deel uitmaken van De Acht Zaligheden, dorpen waarvan de naam eindigt op –sel: Duizel, Eersel, Hulsel, Knegsel, Netersel, Reusel, Steensel en Wintelre (Weintersel). En die om die reden (verwijzend naar de armzaligheid) de spotnaam De Acht Zaligheden meekregen. Een spotnaam die later geuzennaam werd en die tot voor kort ook terug te vinden was in de naam van het Kempenmuseum. De ui is gepeld. Het gebied waar het Kempenmuseum over wil verhalen, betreft het hart van de Nederlandse Kempen, meer in het bijzonder de gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden. Met daarbij een knipoog naar acht zalige dorpen.
voelen zich nauwelijks nog Kempenaren, evenmin als die van Goirle.
evenals musea, brede steun willen geven aan de
16
KEMPENMUSEUM
KEMPENMUSEUM
17
Over welke Kempen hebben we het? • ’s-Hertogenbosch Breda Bergen op Zoom
•
•
Tilburg
•
Eindhoven
•
Reusel-De Mierden
Turnhout
•
Antwerpen
•
•
Mechelen
Brussel
•
18
KEMPENMUSEUM
Bergeijk
Genk
Leuven
•
Eersel
Roermond
de Kempen
•
Bladel
• • Hasselt
Maastricht
•
KEMPENMUSEUM
19
12/24/21, 2:40 PM
1.5. CANON VAN DE KEMPEN
Canon van De Kempen - Canon van Nederland Bewerk
Canon van De Kempen Canon van De Kempen -10000
-3000
Ontdek
0
-3000
0 0050 — 0500
0500 — 0750
0658 — 0739
Eerste bewoners
Eerste boeren
Romeinse tijd
Merovingers & Karolingers
Willibrordus
10.000 v. Chr.
-2000 — -0050
1500
1500
10.000 v. Chr.
Het Kempenmuseum nieuw leven inblazen. Waar te beginnen? Niet eenvoudig. Tot iemand zei: ‘We moeten de historie van de Kempen proberen te vatten in een serie kernbegrippen. Begrippen die kenmerkend zijn voor het gebied en zijn bewoners. Net als in een canon. Zo brengen we een fundering aan. Want op klapzand kun je niet bouwen.’ Net als in een canon …. Daarmee begon het balletje te rollen. Sinds een jaar of vijftien kennen we de Canon van Nederland: vijftig thema’s (vensters genoemd) die hoogtepunten weergeven uit de vaderlandse geschiedenis. Geen doorlopende geschiedschrijving, enkel kenmerkende onderwerpen. De lijst is vooral bedoeld voor het geschiedenisonderwijs. Van een kind dat de basisschool verlaat, mag verwacht worden dat het bekend is met de begrippen die genoemd worden. Zoals daar zijn: de hunebedden, Willem van Oranje, de eerste spoorlijn en Anne Frank. In 2020 zijn de onderwerpen bijgesteld en sinds 2017 is in het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem een presentatie van de Canon te zien.
Brabant. Verder ontstonden diverse plaatselijke en regionale canons. Als we nou eens, was toen de gedachte bij de ‘museumvernieuwers’, een Canon van de Kempen samenstellen. Dan kunnen we over deze streek een eenduidig verhaal vertellen. En meer dan dat. Dan creëren we ook een stevige ondergrond voor de inrichting van het museum en presentatie van de collectie. Precies dat waar het allemaal om begonnen was. Daarmee houdt het niet op. Want met zo’n Kempencanon kun je ook andere doelgroepen van dienst te zijn. Denk aan het onderwijs. Voor leerkrachten in het basis- en voortgezet onderwijs kan de Canon een ruggensteun zijn bij hun lessen regionale geschiedenis. Verder zal ook de toeristenbranche er profijt van hebben: recreanten worden vanuit de Canon doorverwezen naar toeristisch aantrekkelijke locaties. Tot slot zullen heemkundeverenigingen en (andere) musea in de Kempen er hun voordeel mee doen. Hun kennis en collecties worden uitgewisseld. De Kempencanon (zie kadertekst) is zo goed als klaar. Er worden nog wat puntjes op de i gezet. Daarna beschikken Bergeijk, Bladel, Eersel en
schrijving dichter bij huis te brengen. In Brabant leverde dat allereerst een provinciale Canon op:
Reusel-De Mierden over hun gezamenlijke
20
KEMPENMUSEUM
erfgoedverhaal. Dit voorjaar, zo is de verwachting, gaat de Canon online.
0500 — 0750
Romeinse tijd
0
-2000 — -0050
1511 — 1583
Rythovius
1500
0050 — 0500
Willibrordus
0500 — 0750
0658 — 0739
1000
1400 — 1500
1464
1300
1150 — 1650
Kempengotiek
Mariakapel Eersel
Lokale adel
Abdij van Postel
1464
1700
1300
1150 — 1650
1620 — 1900 Rythovius 1568 — 1795 Kempengotiek1600 — 2022 Mariakapel Eersel Lokale adel 1661 — 2022 Abdij van Postel1750 — 1920 Oorlogsgebied Gilden Teuten Werbeek Minderheden & marginalen 1568 — 1795
1600 — 2022
Oorlogsgebied
Gilden
1600
1800
1800
1568 — 1795
1600 — 2022
1810 — 1830 1807 — 1843 Oorlogsgebied Lodewijkskerkjes Luijksgestel
Gilden
1810 — 1830
1807 — 1843
Lodewijkskerkjes
Luijksgestel
1810 — 1830
1661 — 2022
Teuten
Werbeek
1620 — 1900 1800 — 2022
1750 — 1920
1700
Minderheden & marginalen
1661 — 2022 1800 — 2022
Teuten
Folklore
1800
1807 — 1843
1620 — 1900
Onderwijs
1750 — 1920
Werbeek 1800 — 2022Minderheden & Volksfeestenmarginalen
1800 — 2022
1800 — 2022
1800 — 2022
Folklore
Onderwijs
Volksfeesten
1800 — 2022
1800 — 2022
1800 — 2022
1831 Onderwijs 1840 — 1950Volksfeesten 1850 — 2020 Tiendaagse Volksverhalen Smokkel veldtocht
1819 — 1904
1820 — 1970
1831
1840 — 1950
1850 — 2020
Meester Panken
Protestanten terug
Tiendaagse veldtocht
Volksverhalen
Smokkel
1819 — 1904
1820 — 1970
1831
1840 — 1950
1850 — 2020
1880 — 1914 1880 — 1914 1880 — 2020 1850 — 1880 Meester Panken Protestanten terug Tiendaagse 1873 — 1974 Volksverhalen Smokkel Verbeelding Beroemde ploeg Sigaren Rijke Roomse leven veldtochtProtestantse bovenlaag 1880 — 1914
1880 — 1914
1880 — 2020
1873 — 1974
1850 — 1880
Verbeelding
Beroemde ploeg
Sigaren
Protestantse bovenlaag
Rijke Roomse leven
1880 — 1914
1880 — 1914
1880 — 2020
1880 — 1914
Beroemde ploeg1880 — 1914 Sigaren De tram Landgoederen
Verbeelding
1900
1900
1873 — 1974
1850 — 1880
1880 — 1914 1914 1914 — 1918 Protestantse 1880 —Rijke Roomse leven Kempisch bovenlaag Omslag landbouw W.O.I Neutraal heideschaap
1880 — 1914
1880 — 1914
1880 — 1914
1880 — 1914
De tram
Landgoederen
Kempisch heideschaap
Omslag landbouw
1880 — 1914
1880 — 1914
1880 — 1914
1880 — 1914
1914 — 1918
1950 — 1975
1950 — 1970
1946 — 1949
1944 — 1945
1940 — 1944
Ander landschap
Indiëgangers
W.O. II Bevrijding
W.O.II Bezetting
1950
1950
1946 — 1949
1944 — 1945
1940 — 1944
1960 — 2000 Werk buiten de1950 — 1975 Ander landschap1950 — 1975Indiëgangers 1950 — 2007 W.O. II Bevrijding W.O.II Bezetting1960 — 2022 Molukkenkamp De Ploeg & Vastleggen Nieuwkomers regio Grote gezinnen Spectrum volksmuziek 1950 — 1975
1950 — 1975
Grote gezinnen
Molukkenkamp
1950 — 2007
-10.000 2000
-10.000 2000
1950 — 1975
1950 — 1975
De Ploeg & Spectrum 1950
1950 — 2007
1960 — 2000
1960 — 2022
Vastleggen volksmuziek
Nieuwkomers
1960 — 2000
1960 — 2022
2022 1970 — 2022 Grote gezinnen 2022 Molukkenkamp De Ploeg & 1970 — 2022 Vastleggen 1970 — 2010Nieuwkomers Venster 50 Venster 49 Erfgoed Spectrum Kempisch design Dialectkundigen volksmuziek 2022
2022
Venster 50
Venster 49
-10.000 2000
wil graven, staan onder het verhaal zogenoemde Doorkijkjes: korte beschrijvingen waarin bepaalde aspecten uit het hoofdverhaal worden toegelicht. Naast de Doorkijkjes zijn in de Kempencanon straks andersoortige doorverwijzingen opgennomen. Dat kunnen muziek- en filmfragmenten zijn die rechtstreeks beluisterd/ bekeken kunnen worden. Ook kan het gaan om collecties die in nabijgelegen musea te zien zijn. Verder betreft het wandelen fietsroutes die aansluiten bij het betreffende venster. Tot slot zijn er de literatuurverwijzingen: welke boeken/ tijdschriftartikelen zijn er over het betreffende onderwerp beschikbaar? De meeste van deze doorverwijzingen zijn nog in ontwikkeling.
W.O.I Neutraal
Werk buiten de regio
1950 — 1970
De Kempencanon is een overzicht van de belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis van de Kempen. Samen vertellen ze hoe de Kempen zich in de loop van de eeuwen heeft ontwikkeld. De Kempencanon bestaat uit vijftig onderwerpen uit de Kempische cultuur en geschiedenis. Deze onderwerpen worden ‘vensters’ genoemd. Ze zijn terug te vinden op een website en straks ook in het bezoekerscentrum van het Kempenmuseum. Op beide plekken wordt de bezoeker vanuit een slinger met vijftig vensters binnengeloodst in de highlights uit de geschiedenis van de Kempen. Wie zo’n venster aanklikt, komt in het hoofdverhaal terecht, een artikel over het betreffende onderwerp. Voor wie dieper
1914 — 1918
1900
1950 — 1975 1946 — 1949 1940 — 1944 De tram 1950 — 1970 Landgoederen Kempisch 1944 — 1945 Omslag landbouw W.O.I Neutraal Werk buiten de Ander landschap Indiëgangers W.O. II Bevrijding W.O.II Bezetting heideschaap regio
1950 — 1975
Opbouw en inhoud Kempencanon
1000
1700
1600
1400 — 1500
1000
1600
1511 — 1583
NL
0658 — 0739
Merovingers & Karolingers 500
1511 — 1583 1400 — 1500 1150 — 1650 Eerste bewoners Eerste boeren 1464 Romeinse tijd 1300 Merovingers & Willibrordus Rythovius Kempengotiek Mariakapel Eersel Lokale adel Karolingers Abdij van Postel
1819 — 1904 Lodewijkskerkjes Luijksgestel 1820 — 1970 Folklore Meester Panken Protestanten terug
De landelijke Canon kreeg kinderen. Her en der in het land ontstonden, regionaal en plaatselijk, aanvullende Canons. Om zo de eigen geschied-
Blikken op Brabant, ontworpen door Erfgoed
0050 — 0500
Eerste boeren
-3000
500
-2000 — -0050
Eerste bewoners
Over
500
10.000 v. Chr.
-10000
Regiocanons
Bewerk
Canon van De Kempen -10000
Onderwijs
1970 — 2022
1970 — 2022
1970 — 2010
Erfgoed
Kempisch design
Dialectkundigen
2022
2022
1970 — 2022
1970 — 2022
1970 — 2010
Venster 50
Venster 49
Erfgoed
Kempisch design
Dialectkundigen
‘Op klapzand kunde nie bouwen.’ KEMPENMUSEUM
21
HOOFDSTUK II LOCATIE - waar
22
KEMPENMUSEUM
KEMPENMUSEUM
23
2.1. BOERDERIJ MET ERF EN TUIN
2.2. BEZOEKERSCENTRUM
Het ensemble van gebouwen aan de Kapelweg heeft alles in zich om de bezoeker vanaf de
De erfgoedhuiskamer van Eersel. Dat is wat het bezoekerscentrum beoogt te zijn. De ruimte in de
Bij dit soort activiteiten en bij wat grotere evenementen kan het hapje en het drankje niet ontbre-
voormalige schuur nodigt daartoe ook uit. Ruimtelijkheid en transparantie zijn de sleutelwoorden. Twee glazen puien in de beide lange gevels roepen de bezoeker haast als vanzelf op om naar
ken. Ook daarin voorziet het bezoekerscentrum op die momenten. Net als in de drankvoorziening
eerste stap binnen te leiden in het mooie erfgoedverhaal van de Kempen. Want het is stevig historisch gegrondvest. Midden in het verstedelijkte dorpscentrum laten de gebouwen zien wat eeuwenlang de voor de Kempen kenmerkende manier van wonen was: een langgevelboerderij met stal en schuur, en een erf met diverse agrarische optrekjes, zoals een varkensstal. Een sterke bouwkundige basis voor een levendig historisch verhaal. Dit neemt niet weg dat hier en daar aanvullende bouwkundige ingrepen noodzakelijk zijn om het ensemble te versterken en tevens de duurzaamheid te vergroten. Zo zal het Speulhuis worden uitgebreid, waarbij tevens het huidige (hellende) dak wordt vervangen door een (met zonnepanelen bekleed) zadeldak. Dat geeft meer ruimte én meer eenheid. Na dit soort aanvullende ingrepen zullen de langgevelboerderij, de varkensstal, de schuur en de
Daarom is het van grote waarde dat de tuin en het erf voor iedereen gratis toegankelijk zijn, net als het bezoekerscentrum dat een plek gaat krijgen in de schuur. Pas bij een bezoek aan de museumgebouwen is een ticket nodig. Het is de bedoeling om in de buitenruimte regelmatig activiteiten rond onder meer kunst en muziek te organiseren. Zo komt gemeenschapszin tot stand. Zo worden sociale drempels geslecht. Het terras aan de lange voorzijde van het Speulhuis zal daarin een stimulerende rol vervullen. Eenzelfde ‘uitnodigend gebaar’ wordt gemaakt door de hoofdingang te verplaatsen. Deze komt aan de noordkant, waar hij aansluit op het Wethouder Poeliejoepark. Zo ontstaat midden in het dorpscentrum een groene oase die het museum in een nieuw perspectief plaatst. Groener, uitnodigender. En: met een manier van binnenkomen die in de Kempen van oudsher gangbaar was, namelijk: ‘aachterum’. Voor fietsers en mensen met een beperking blijft er overigens ook een entree
ervaringen. Waarbij de rol van de tuin en het erf niet onderschat mogen worden. Zij zijn de verbinders bij uitstek. Tussen de gebouwen onderling, maar ook – via een wandel-as – naar bezienswaardigheden elders in het dorp.
24
KEMPENMUSEUM
Dat is ook de bedoeling. Want het bezoekerscentrum is de plek waar op het gebied van erfgoed, cultuur en toerisme veel gaat gebeuren – gratis. Er komen mogelijkheden voor voordrachten, lezingen en voorstellingen. Er wordt informatie(materiaal) verstrekt over toeristische interessante bezienswaardigheden, alsook wandel- en fietsroutes. Verder wordt een algehele introductie getoond over wat het museum te bieden heeft. Dit gebeurt door een volledig interactieve Canon van de Kempen en een beeldende inleiding op het thema Innovatie door schaarste.
aan de Kapelweg.
(nog te realiseren) hooimijt een haast authentieke Kempische omgeving vormen die de bezoeker nadrukkelijk uitnodigt om te gaan dwalen. Van het ene honk naar het andere. Met steeds nieuwe
binnen te gaan. En eenmaal binnen zal vooral de opendakconstructie (met stropoppen onder de dakpannen) dit gevoel verder versterken.
Wie over het erf en door de tuin heeft gezworven, heeft al veel meegekregen van het Kempenverhaal. De echte verdieping echter vindt plaats in de gebouwen die samen het museum vormen: de
van de (geen entree betalende) bezoeker die op het terras voor het Speulhuis is neergestreken. In het bezoekerscentrum is ook de ticketverkoop voor de museumbezoeker ondergebracht. Het toegangskaartje geeft toegang tot de afzonderlijke museumgebouwen. Ook de museumshop vormt een wezenlijk onderdeel van het dienstencentrum. De bezoeker kan er in het bezit komen van zaken die hem meer achtergrondinformatie geven of die de herinnering aan het museum levendig houden. En die voor het museum kunnen bijdragen aan een gezonde exploitatie. Tot slot kunnen in het bezoekerscentrum de bekende huishoudelijke voorzieningen worden aangetroffen zoals de garderobe en de toiletten.
Ook heeft het bezoekerscentrum alles in zich om dé plek in de Kempen te worden waar heemkundeverenigingen uit de regio hun informatie uitwisselen. Gewoon aan tafel, als aanvulling op wat ze digitaal al doen via de Canon van de Kempen.
langgevelboerderij, de varkensstal en de schuur. Hoe dat in zijn werk gaat, wordt in hoofdstuk 3 uiteengezet.
KEMPENMUSEUM
25
Blikvanger Het dak van het bezoekerscentrum wordt gesierd met een afbeelding van een paars Kempisch heideschaap. Paars is de kleur van de heide in bloei. Als kroonjuweel van de Kempen staat het schaap symbool voor de inventiviteit en veerkracht van de Kempenaar. En van zijn vermogen om van bijna niets iets te maken. Het Kempisch heideschaap was bijna uitgestorven, maar dankzij de genetische wetenschap is het weer teruggekeerd in zijn oorspronkelijke omgeving. Het beeld wordt gevormd door speciaal geglazuurde dakpannen die worden opgenomen in het bestaande pannendak.
Bezoekerscentrum
Kempenmuseum Eersel
overview 3D
7 januari 2022 Atelier-T | bureau FRANKEN
Bezoekerscentrum
26
KEMPENMUSEUM
Kempenmuseum Eersel
KEMPENMUSEUM
graanschuur 3D doorsnede
7 januari 2022 Atelier-T | bureau FRANKEN
27
Het interieur van het bezoekerscentrum wordt verrijkt met een interactieve opstelling van de Kempencanom. De historische lijn met de 50 vensters wordt verwerkt in een tegeltableau. Boven de tegels is een vidiwall geplaatst waarop van elk venster een korte film is te zien. Als een van de thema’s op een tegel wordt aangeraakt licht de tegel op en verschijnt een korte filmische presentatie op het scherm die voor alle aanwezigen zichtbaar is. Als er niemand iets kiest zijn de films random te zien. De tegels en hun illustraties vinden hun oorsprong in de betegelde haard in de keuken van de Kempische langgevelboerderijen. De vloer voor de wand wordt ook betegeld en is de aangewezen locatie voor optredens, lezingen en presentaties. Het scherm kan ook gebruikt worden voor de ondersteuning van die activiteiten.
28
KEMPENMUSEUM
KEMPENMUSEUM
29
Wandaanzicht met tegels (onder) en vidiwall (boven). De tegels zijn lichtdoorlatend en lichten op na aanraking.
De volledige Kempencanon wordt uitgevoerd in bierviltjes. Aan de voorzijde staat ‘KEMPEN’ of ‘CANON’; aan de achterzijde een van de vensters van de canon. De viltjes dienen om de aandacht te vestigen op de interactieve wand en als collectors-item ter versterking van het historisch bewustzijn bij de bezoekers.
1800 MM
VIDI-WALL 12 X 55”
KEM CA PEN NON KEM CA PEN NON
10.000 VCHR.
10.000 - 150 vChr.
150 vChr - 500.
500=750
500=750
10.000 VCHR.
1150-1500.
1.300
1.400
DE EERSTE BEWONERS
DE EERSTE BOEREN
ROMEINSE TIJD
MEROVINGERS & KAROLINGERS
WILLIBRORDUS
DE EERSTE BEWONERS
ABDIJ VAN POSTEL
LOKALE ADEL
MARIAKAPEL TE EERSEL
1840 - 1950
1830
1820 - 1970
1819 - 1904
1800 - 1830
1807 - 1845
1800 - 2022
1750 - 1920
1661 - 2022
1620 - 1900
1600 - 2022
1503 - 1795
1.510 - 1.550
1.400 - 1.500
VOLKSVERHALEN
TIENDAAGSE VELDTOCHT
PROTESTANTEN TERUG
MEESTER PANCKEN
LODEWIJKSKERKJES
LUIJKSGESTEL
FOLKLORE
MINDERHEDEN & MARGINALEN
WERBEEK
TEUTEN
GILDEN
OORLOGSGEBIED
RYTHOVIUS
KEMPENGOTHIEK
1600 MM
KEM CA PEN NON 1850 - 2020
1850 - 1930
1875 - 1974
1880 - 1920
1880 - 1930
1880 - 1914
1880 - 1914
1880 - 1940
1880 - 1914
1880 - 1914
1914 - 1918
1940 - 1944
1944 - 1945
1945 - 1949
SMOKKEL
RIJKE ROOMSE LEVEN
PROTESTANTSE BOVENLAAG
SIGAREN
BEROEMDE PLOEG
VERBEELDING
DE TRAM
LANDGOEDEREN
KEMPISCH HEIDESCHAAP
OMSLAG LANDBOUW
WOI NEUTRAAL
WOII BEZETTING
WOII BEVRIJDING
INDIËGANGERS
KEM CA PEN NON KEM CA PEN NON
- 2022
- 2022
1970 - 2022
1970 - 2022
1901 - 2022
1900 - 2000
1950 - 1970
1950 - 1975
1950 - 1975
1950 - 1975
1950 - 1990
ERFGOED
DIALECTKUNDIGEN
NIEUWKOMERS
VASTLEGGEN VOLKSMUZIEK
DE PLOEG & SPECTRUM
MOLUKKENKAMP
GROTE GEZINNEN
WERKEN BUITEN DE REGIO
ANDER LANDSCHAP
KEM CA PEN NON KEM CA PEN NON
30
KEMPENMUSEUM
KEM CA PEN NON
KEMPENMUSEUM
31
23 december 2021
opslag events 51 m2 opslag museum
opslag heemkunde
38 m2
tafels kan makkelijk worden uitgevoerd vanuit het naastgelegen bezoekerscentrum.
plattegronden - speulhuis
Atelier-T | bureau FRANKEN
44 m2
zolderverdieping
95 m2
kantoor 25 m2
multifunctioneel 57 m2
A
1:100 (A3)
23 december 2021
A
gard
berging berging
8 m2
14 m m22 14
33 m22
BG dienstencentrum B
69 m2
kelder
Atelier-T | bureau FRANKEN
begane grond
balie 10 m2
keuken 16 m2
winkel
hal 42 m2
3 m2
opslag
garderobe
expo
10 m2
10 m2
15 m2
verkeer expo 16 m2
12 m2
expo
16 m2
16 m2
expo 63 m2
BG museum
expo
expo
42 m2
76 m2
verdieping museum
15 m2
BG bezoekerscentrum
55 m2
expo
toiletten
14 m2
2 m2
13 m2
5 m2
133 m2
gard.
kast
expo
koeling bezoekerscentrum
B
kast
90 m2
toilet
tijdelijke expo
17 m2
opslag hee
1:100 (A3)
zolderverdieping begane grond
atelier / ICT
7 januari 2022
begane grond kelder
expo
Het idee is om de bouw van de hooimijt met inzet van zelfwerkzaamheid tot stand te brengen.
plattegronden - speulhuis
verdieping dienstencentrum:
Begane grond
KEMPENMUSEUM
33
Atelier-T | bureau FRANKEN
3 m2
38 m2
begane grond - graanschuur
3 m2
opslag mu
Kempenmuseum Eersel
toilet
berging
passende oplossing. Die is gevonden in de constructie van de aloude Brabantse parapluhooimijt: een in hoogte verstelbare vierkante kap met in het midden een centrale kolom. Dit bouwwerk met een oppervlak van circa 7 x 7 meter kan tijdens evenementen gebruikt worden als buiten-bar en verblijfsruimte. In geval van slecht weer kan aan alle vier de zijden een doek worden neergelaten. Het bouwsel kan op deze manier dienst doen als partytent en daarmee de huidige partytent vervangen. Niet alleen betekent dit veel minder werk, ook versterkt het de werking van het ‘historisch ensemble’. Vooral dankzij de kapconstructie die verwijst naar de dagen van weleer.
berging 14 m2
toilet
kelder dienstencen-
voorzien van zonnepanelen.
KEMPENMUSEUM
8 m2
14 m2
Verder vormt het Speulhuis de spil in het streven naar duurzaamheid. Het zadeldak zal worden
32
gard
berging
8 m2
A
Kempenmuseum Eersel
gard
A
1:100 (A3)
derij en de graanschuur. Over de volledige breedte van de verlengde voorgevel komt een overdekt terras. Voor twee derde deel is dit bedoeld voor bezoekers van de horeca, op de resterende ruimte kunnen oud-Kempische spellen worden gespeeld. Het terras heeft een gunstige ligging op het zuiden en de bediening van de terras-
51 m2
25 m2
renovatie
De uitbreiding bestaat uit een verlenging van het bouwvolume en de vervanging van het vlakke, hellende dak door een zadeldak. Zo ontstaat een betere aansluiting bij de museumgebouwen die er van oorsprong al staan, zoals de langgevelboer-
opslag events
83 m2
25 m2 A
kelder
opslag heemkunde
90 m2
kantoor
A
instabiel.
opslag heemkunde
kantoor
Atelier-T | bureau FRANKEN
Voor de nieuwe situatie is gezocht naar een meer
95 m2
verdieping - boerderij 23 december 2021 begane grond - boerderij Kempenmuseum Eersel
gebruik van kan maken. Het Kempenmuseum gebruikt de opslagruimte niet alleen voor museumobjecten, maar ook voor de materialen die nodig zijn bij evenementen.
berging
95 m2
Kempenmuseum Eersel
situatie steeds partytenten opgebouwd. Erg bewerkelijk, weinig uitnodigend en bovendien
berging
bestaand
centrum. Allereerst wordt het museumkantoor erin ondergebracht. Verder is er een vergaderlocatie en zijn er werk- en opslagruimtes waar ook de Heemkundige Studiekring De Acht Zaligheden
44 m2
uitbreiding
Wanneer in het Kempenmuseum evenementen plaatsvinden, worden daarvoor in de huidige
atelier / ICT
44 m2
uitbreiding
Het Speulhuis zal worden uitgebreid en dan in zijn geheel de functie krijgen van diensten-
atelier / ICT
38 m2
Atelier-T | bureau FRANKEN
51 m2
Kempenmuseum Eersel
opslag events
1:100 (A3)
Plattegronden van de gebouwen 1:100 (A3)
2.4. HOOIMIJT
7 januari 2022
2.3. SPEULHUIS
zolderver
Overzicht functies
KAARTVRIJ GEBIED:
MUSEUM (MET TICKET):
Fietsenstalling met oplaadpunt
Aan de zijlijn Van sigaren naar chips
Bezoekerscentrum
Veranderend landschap
De gemeijnt
Terras Spellen
Tijdelijke tentoonstellingen
Siertuin
Hooimijt Buitenexpositie
Museumtuin
ingang vanuit het park 34
KEMPENMUSEUM
KEMPENMUSEUM
35
2.5. BEREIKBAARHEID
t Mark Dijk
d terpa Kloos
g stelsewe
Oude Po
Reinildislaan
P
Zoals aangegeven: de entree van het museum verhuist. Museumbezoekers zullen voortaan van-
Deze route van circa 260 meter biedt de museumbezoeker een interessant extraatje. Op een
uit het Wethouder Poeliejoepark via de tuin van het museum bij de gebouwen arriveren.
aantal plaatsen staan objecten die samen een boeiend verhaal vertellen. Met centraal daarin het voormalige Jacobusklooster. Onder het motto ‘De nood van de een is de opdracht voor
Dit geldt niet voor mensen met een beperking. Rolstoelgebruikers en mensen die anderszins minder valide zijn, kunnen gebruik blijven maken van de entree aan de Kapelweg.
P
object 4
object 5 Wethouder Poeliejoepark
Voor fietsers liggen er twee mogelijkheden open. Uiteraard is er voor hen de nieuwe toegang bij het Wethouder Poeliejoepark. Maar als ze dat willen kunnen ze ook gebruikmaken van de ‘oude’
Met deze aanpak kan de (autorijdende) bezoeker niet alleen kennismaken met een fraai park, ook krijgt hij – ter voorbereiding of afsluiting van het museumbezoek – een Kempenverhaal aangereikt
entree aan de Kapelweg. Daar bevindt zich een ruime fietsenstalling die wordt voorzien van een elektrisch oplaadpunt.
dat het waard is om verteld te worden.
Voor wie met het openbaar vervoer komt, is er vlakbij het museum een halte aan de Voortseweg. k
e ho
Pik
Voor de automobilist stelt het museum een toegang terrein achterzijde
Vo o
rts
ew eg
eg lw pe Ka
andere route voor: zo veel mogelijk parkeren in het centrum van het dorp (nabij het gemeentehuis) om dan via een wandel-as bij het museum uit te komen.
Het monument Beekvliet aan de Eikenburg herinnert aan leerlingen van het klein seminarie in St. Michielsgestel die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden opgevangen in het Jacobusklooster. In de museumplannen gaat de plaquette deel uitmaken van de wandel-as in het park. Bij de verplaatsing krijgt het een weersbestendige omhuizing met extra informatie over dit historisch erfgoed.
de ander’ werd in dit klooster opvang verzorgd. Voor de oorlog betrof dit vooral de zogenoemde bleekneusjes, tijdens de oorlog waren het in het bijzonder (Joodse) vluchtelingen, onderduikers en gestrande piloten.
object 1 object 2 object 3
OBJECT 5
OBJECT 3
De bestaande bakstenen arena vormt een inleiding op het Kempenmuseum. Hier zitten de nakomelingen van de familie Van Kempen. Hun voorouders bewoonden de langgevelboerderij waarin het museum is gehuisvest. De familieleden beslaan drie generaties en zijn uitgewaaierd over de hele Kempenregio. Je komt ze later in het museum tegen als virtuele gids.
Vanuit de sectoren waarin ze werkzaam zijn geven ze daar commentaar op de geschiedenis van de Kempen. De figuren zijn uitgevoerd in staal, elke figuur is gedecoreerd met symbolen van zijn of haar beroep en vertelt een verhaal. De verhalen worden ontsloten met behulp van QR-codes De familieleden zitten per generatie op een andere hoogte op de tribune.
0 010 0 00 1 0 1 01 0 0
fietsen oplaadpunt parkeren mindervaliden halte OV
36
KEMPENMUSEUM
Kempenmuseum Eersel . 21174 . november 2021 . Atelier-T . FRANKEN
|
3
KEMPENMUSEUM
37
Verspreid over het park komen 3 speeltoestellen te staan in de vorm van een wip met de contouren van het Jacobusklooster dat op de plek van het huidige gemeentehuis heeft gestaan. Elke wip heeft een eigen verhaal. De verhalen worden aangebracht op de zijkant van de contour van het klooster.
OBJECT 4
OBJECT 1
Op deze plek stond vroeger een klooster. In de Tweede Wereldoorlog verborg moeder overste onderduikers onderin een grote kast in het klooster. Kun jij ze een beetje lichaamsbeweging geven?
OBJECT 2
Op deze plek stond vroeger een klooster. Kinderen die verzwakt waren door de armoede thuis werden hier opgevangen. Deze zogenaamde bleekneusjes mochten weer naar huis zodra ze op gewicht waren. Ben jij zwaarder dan het bleekneusje? Zo niet, dan moet je in het klooster blijven. 38
KEMPENMUSEUM
Op deze plek stond vroeger een klooster. De pastoor kwam regelmatig op bezoek bij de bleekneusjes die hier werden opgevangen. Om te kijken of deze kinderen weer een beetje op gewicht waren gekomen. De pastoor was zwaarder dan acht bleekneusjes samen. Met z’n hoevelen moet je op de wip om de pastoor op te tillen?
KEMPENMUSEUM
39
HOOFDSTUK III MUSEUM - hoe Macro-opname van een zandkorrel
40
KEMPENMUSEUM
KEMPENMUSEUM
41
3.1. VAN CANON NAAR INRICHTING
Aan het eind van hoofdstuk I zagen we hoe de Canon van de Kempen tot stand is gekomen. Nu ging het erom deze Canon om te vormen tot een eenduidige onderlegger voor de inrichting van het nieuwe Kempenmuseum. Dat vraagt om een andere aanpak, een andere manier van kijken. Immers, vijftig historische onderwerpen toelichten op een website (of op het platte vlak) is geheel iets anders dan in een driedimensionale ruimte een bezoeker weten te boeien. Bij dit laatste gaat het erom dat alle creatieve middelen uit de kast worden gehaald om de bezoeker het verhaal ‘in te trekken’. Niet het kijken, maar het ervaren staat centraal. Vanuit deze gedachte is naar de Canon gekeken. Dat leverde allereerst een selectie op: bepaalde vensters zullen in het museum tot een voetnoot worden teruggebracht, omdat ze elders beter/ vollediger worden verteld. Denk hierbij aan het Eichamuseum in Bergeijk dat de prehistorie en de vroege middeleeuwen uitstekend in beeld brengt.
Een volgende stap was om de resterende vensters in een aantal thema’s te bundelen. Zo kom je los van het detail en kun je het grote verhaal vasthouden. Uiteindelijk zijn het vier thema’s geworden, vooral op grond van inhoudelijke raakvlakken, maar ook vanuit het praktische gegeven wat er aan exporuimtes beschikbaar is. Daarmee vormden ze tevens de basis voor de inrichting, met als leidende principes: educatief, spannend, interactief, uitnodigend, interessant en verbindend. De thema’s kregen koepelbenamingen: Veranderend landschap: hier vormt het totale landschap (niet alleen het fysieke, maar ook bijvoorbeeld het religieuze of bestuurlijke) het uitgangspunt van de Kempenvertelling.
Een laatste stap was om de vier thema’s weer onder één koepelbegrip samen te brengen. Een slogan die dienst kan doen als hét kernbegrip van het Kempenmuseum. Resultaat:
Innovatie door schaarste Dit begrip heeft een tweevoudige werking. Het verwijst naar het verleden, en het schetst de
Van sigaren naar chips: zaken die vernieuwing brachten (boter, sigarenindustrie, onderwijs) staan hier centraal.
kracht die dat oplevert voor de huidige tijd. Onze samenleving kent grote problemen, vaak van wereldomvang. Denk aan milieu en duurzaamheid. Vanuit het heden naar de toekomst kijken is voor velen beangstigend. Wie echter, via de presentaties van het Kempenmuseum, terugkijkt naar hoe de Kempenaar in het verleden met dit soort vraagstukken (bijvoorbeeld rond grondstoffen)
De gemeynt: hier ligt het accent op wat de Kempenaren verbindt – geloof, verenigingsleven, strijd
omging, en bovendien vaststelt dat deze aanpak er vandaag de dag nog steeds is, treft geen angst, maar eerder gemoedsrust. Problemen
tegen de bezetter.
kunnen groot zijn, maar bij een juiste aanpak zijn
Aan de zijlijn: dit thema geeft alle aandacht aan bewoners die actief zijn buiten het alledaagse leven. Met feesten, verhalen en muziek. Of die
adequate oplossingen voorhanden. Dat is een les waar je wijzer van wordt.
noodgedwongen aan de zijlijn belandden: joden, Molukkers, Roma en Sinti.
42
KEMPENMUSEUM
KEMPENMUSEUM
43
INTERMEZZO - Beginverhaal Het begin. Tsja, hoe was het begin? We weten het niet. Maar met een beetje fantasie zou het zo gegaan kunnen zijn. De eerste bewoner arriveert in de Kempen. Tot dan toe had hij als jager-verzamelaar een zwervend bestaan geleid. Tijdens die omzwervingen had hij gezien dat het lonend kan zijn om je ergens te vestigen. Een huis bouwen en een akkertje aanleggen waar je gewassen teelt. Dat maakt het leven aangenamer. Dat zou hij ook wel willen, onze eerste Kempenaar. Het sprak hem te meer aan omdat het een mooi gebied betrof. Rust en ruimte. Prettig om te verblijven. Maar ja, zelf gewassen telen. Dan moet je wel grond hebben waar iets op wil groeien. Onze Naamloze Hoofdpersoon bukt zich en neemt een handvol zand. Een haffel noemde hij dat, een woord dat zich hier tot op de dag van vandaag
- Vervolgverhaal Een verbond was gesloten, de samenwerking tussen Kempenaar en schaap. Het bleek een slim verbond. Gedurfd ook, want veel bleef onzeker.
Schaarste? Nee, dat begrip zei hem niet veel. Al een aantal jaren had Steenselnaar Jules van Kempen (29) een dik betaalde baan aan de Tech-
Eersel, die al honderden jaren in handen was van de familie Van Kempen, in de jaren zestig van de hand had moeten doen. Door de ruilverkaveling
Het kwam erop aan geduld te betrachten. Niettemin: de combinatie van een handvol zand
nische Universiteit in Eindhoven (TU/e), waar hij zich ontwikkeld had tot specialist op het gebied
was er geen zicht op een goede toekomst. Dat had Sjef veel pijn gedaan. Hij was boer in hart en
en een paar schapenkeutels was sterk genoeg om een eerste plantje te laten ontkiemen. Dat werden er meer. En meer. En meer. De grondslag voor een kansrijk Kempenland was gelegd.
van kunstmatige intelligentie. En als hij zo eens in zijn familie rondkeek, was nergens schraalhans keukenmeester. Nou ja, bij Stella van oom Harm misschien. Maar die was actrice geworden, dan weet je het wel.
nieren.
Met zijn verbond gaf de eerste Kempenaar lessen mee waar de streek eeuwenlang profijt van heeft gehad. Dit zijn ze: 1. Wees slim, waar kansen zich aandienen moet je ze pakken; 2. Zoek de samenwerking, al is het met een schaap; 3. Durf in het diepe te springen; 4.
Wees geduldig, niets op stel en sprong, soms is het beter ontwikkelingen af te wachten.
heeft weten te handhaven. Hij werd er niet vrolijk van. Schraal. Gortdroog. Dat kan niks worden, besloot hij. Wegwezen. Maar
De vier lessen laten zich samenvatten in één overkoepelende formule: INNOVATIE DOOR SCHAARSTE. Deze laat zien hoe de Kempenaar
toen hij op het punt stond om verder te trekken,
er steeds in slaagde de schaarste en beperkin-
zag hij een eind verderop een schaap lopen. ‘Jij wordt mijn maatje,’ zei hij. ‘Als ik over jouw mest kan beschikken, durf ik het wel aan. Dan moet het haalbaar zijn om deze schrale grond vruchtbaar
gen waar hij mee te maken kreeg om te zetten in nieuwe kansen. Het is meteen het hoofdverhaal dat het Kempenmuseum wil vertellen. Waarbij de
te krijgen.’
vier ‘lessen’ aandacht krijgen in vier afzonderlijke thema’s: Van sigaren naar chips (slimheid), De Gemeynt (samenwerking), Aan de zijlijn (durf) en Veranderend landschap (geduld).
44
KEMPENMUSEUM
Maar verder. Max van tante Julia deed het uitstekend als grafisch ontwerper. Lucy van oom Erwin had in Knegsel een goed betaalde boterham als dna-onderzoeker. En ook Ivan van oom Patrick deed in Bergeijk als ‘agrarisch ondernemer’ goeie zaken. Hoewel die sector de laatste tijd behoorlijk onder druk stond. Nee, de huidige generatie van de familie Van Kempen, zo net voor de millenniumwisseling geboren, had geen reden tot klagen. Hetzelfde gold voor de generatie voor hen, de ooms en tantes van Jules die rond de jaren zestig geboren waren. Met banen in de bouw, de handel en het onderwijs hadden die ten volle geprofiteerd van
Een enkele keer had Jules zelfs het verhaal meegekregen dat nóg verder terugging. Naar zijn overgrootouders Tinus en Marie. Voor hen was het op hun boerengedoetje echt sappelen geweest. Die konden alleen het hoofd boven water houden dankzij de komst van de kunstmest. Daardoor hadden ze heidegrond kunnen ontginnen tot akkerland. Allemaal zaken van lang geleden. Zaken die ver af stonden van Jules van Kempen en zijn generatiegenoten. Althans dat dachten ze lange tijd. Totdat een van de Van Kempens op zo’n familiebijeenkomst een prangende vraag op tafel legde. Het was Stella van oom Harm, de toneelspeelster. ‘Zou het niet kunnen zijn,’ vroeg ze, ‘dat we de welvaart die ons ten deel is gevallen vooral te danken hebben aan onze voorouders? Dat die
de toenemende welvaart.
ons een bepaald dna hebben meegegeven waardoor we kansen zien?’
Maar toch. Op familiefeestjes had Jules van
En toen kwam ze aanzetten met een verhaal over
Kempen wel eens meegekregen dat in de periode daarvoor de kaarten anders geschud waren. Zo
de Eerste Kempenaar die een open vlakte betrad en daar een schaap ontmoette.
hoorde hij dat zijn oudoom Sjef de boerderij in
KEMPENMUSEUM
45
3.2. HET NARRATIEF
3.3. VIER THEMA’S OP VIER PLEKKEN
Wat houdt het Kempenverhaal in en wie vertellen het? Op deze twee vragen is hiervoor antwoord gegeven. Dan nu de vraag: waar, op welke plek, vertellen we dit verhaal? Het feitelijke antwoord is dit: in de langgevelboerderij met erf en bijgebouwen, gelegen aan de Kapelweg 2 in Eersel die in 1979 – dankzij de inzet van Eerselnaar Piet Kwinten – de functie kreeg van streekmuseum.
Het verhaal ligt er, vervat in de Kempencanon: zo’n 10.000 jaar geschiedenis die laat zien hoe de Kempenaar wist om te gaan met de beperkingen die hij voortdurend kreeg opgelegd. En er zo in slaagde oplossingen te vinden die innovatief waren en daardoor mogelijkheden boden voor verdere ontwikkeling. Innovatie door schaarste.
Dan ligt de vraag voor hóe ga je dit verhaal vertellen? Het narratief heet zoiets. Het Kempenmuseum presenteert hiervoor een fictieve familie, de familie Van Kempen. Met een paar van hen heeft u in de voorgaande vertelling kennis kunnen maken. In dit bidbook wordt verder niet ingegaan op deze familie. Wel zult u ze straks aantreffen in het museum. In de diverse ruimtes belichten ze ieder vanuit hun eigen perspectief (een van) de vier thema’s die afkomstig zijn uit de Canon.
Dat Kempenverhaal is samengebracht rond vier thema’s: Veranderend landschap, Van sigaren naar chips, De gemeijnt, Aan de zijlijn. Voor deze vier thema’s heeft de familie Van Kempen vier afzonderlijke locaties ingericht. In de navolgende paragrafen worden ze besproken.
Echter, om de museumbeleving van de bezoeker meer kracht te geven, willen we op dezelfde vraag een wat ander antwoord geven: ‘U bent te gast op een plek die onbetwist een agrarische oorsprong heeft. De familie Van Kempen heeft er eeuwenlang geboerd, tot midden jaren zeventig van de vorige eeuw. In het begin was die agrarische geschiedenis hier herkenbaar. Tot de nazaten van Van Kempen besloten dit erfgoed niet van de hand te doen, maar er een familie-ontmoetingsplek van te maken. En meer dan dat: met de hedendaagse verhalen waar ze mee kwamen aanzetten (vanuit alle hoeken van de Kempen), begonnen ze een nieuwe, aanvullende Kempengeschiedenis te schrijven. Ze besloten deze verhalen – met vaak prachtige herinneringen aan hun voorouders – ter plekke vast te leggen. Zo is hier een breed Kempenverhaal ontstaan.’
46
KEMPENMUSEUM
KEMPENMUSEUM
47
3.4. THEMA 1: VERANDEREND LANDSCHAP
Een grote driedimensionale maquette van de Kempen is uitgevoerd in de vorm van een klomp aarde die uit de bodem is vrijgemaakt. Op het bovenvlak zijn de wegen, waterwegen en kerktorens van de verschillende woonkernen driedimensionaal aangebracht.
Veranderend landschap
De bezoeker kan een keuze maken uit verschillende onderdelen uit de geschiedenis van veranderend landschap, religie en bestuurlijke macht. Dat gebeurt door audio en projectie: er wordt zowel over de maquette heen geprojecteerd (bijvoorbeeld om het geleidelijk verdwijnen van de heide te laten zien) als op de wand achter de maquette (om gelijktijdig te tonen wat de gevolgen waren van deze verandering). De projecties tonen foto’s, films, kaarten, objecten, en statische informatie in de vorm van infographics.
Het veranderend landschap gaat over de natuur en dorpskernen maar ook over veranderingen in het landschap van religie en levensbeschouwing en wie de bestuurlijke macht in een bepaalde periode had. De volgende Canonvensters sluiten hierop aan. Landschap: het ontstaan van de Kempen, de arme zandgrond als basis van ontwikkeling, het heidelandschap, ruilverkaveling en herstel van landschap anno 2022. Fauna en flora in het gebied. Kerktorens, dorpskernen en hun bewoners, de tram en andere verbindingswegen. Religie: Willibrordus, Postel, Bisschop Rythovius, de Lodewijkskerkjes, de strijd om godsdienst en de gevolgen daarvan. Bestuurlijk: Wie had het voor het zeggen in de Kempen door de eeuwen heen en welke oorlogen zijn er gevoerd: Romeinse legers, oorlogsgebied in de Middeleeuwen, De Tachtigjarige Oorlog, de Tiendaagse Veldtocht, de Eerste en de Tweede Wereldoorlog.
48
KEMPENMUSEUM
KEMPENMUSEUM
49
Op de achterwand zijn met behulp van projectie situatiebeelden en infographics te zien bij de verschillende thema’s.
De ruimte rond de maquette is gevuld met objecten die in relatie staan tot de verhalen: gereedschappen om de grond te bewerken, objecten over het veranderende religeiuze landschap en wapens die gebruikt werden om het land te verdedigen. Ze worden aangelicht zodra het thema aan de orde is.
Kruip in de Kempische bodem en zie wat hier allemaal leeft. Je ziet mollen, muizen en kevers, maar je kunt ook afval van eerdere bewoners vinden. En wie weet, ontdek je een echte schat.
50
KEMPENMUSEUM
De maquette zelf is driedimensionaal uitgevoerd: waterwegen, kerktorens en de oudste wegenpatronen zijn duidelijk te zien. Alle overige infomatie wordt met projectie toegevoegd en is afhankelijk van het gekozen thema.
KEMPENMUSEUM
51
3.5. THEMA 2: VAN SIGAREN NAAR CHIPS
De Kempen kent een lange traditie van schaarste. Maar evenzeer: van innovaties die uit deze schaarste konden ontstaan. Vooral de laatste 150 jaar deden deze innovaties zich op velerlei gebied voor. Maar ze hebben een geschiedenis van vele eeuwen. Wat te denken bijvoorbeeld van de
Van sigaren naar chips In het midden van de ruimte zijn in en op een roestvrijstalen laboratoriumtafel proeven, testen en quizzen ondergebracht die de bezoekers interactief bij innovaties betrekken. Bovendien dagen die hen uit om over de toekomst na te denken, bijvoorbeeld rond het vraagstuk van de duurzaamheid. Over de tafel heen kijkt de bezoeker vanaf de vier afzonderlijke zijden naar opstellingen over thema’s uit de Kempencanon.
52
KEMPENMUSEUM
Romeinse mengkraan die gevonden is in Hoogeloon? Recenter waren er zaken als het bijna uitgestorven heideschaap dat dankzij de wetenschap nieuw leven ingeblazen kreeg, het onderwijs dat het blikveld verruimde, de sigarenindustrie die mogelijkheden bood in het eigen gebied te blijven wonen, de mechanisatie in de landbouw die meer armslag bood. Canonvensters die hierop aansluiten zijn: de Teuten en hun wereldwijde handel, de omslag in de landbouw, het Kempisch heideschaap, de tram, de sigarenindustrie, de boterproductie, elektriciteit, werken buiten de regio, VIPRE-bussen, expats en een blik naar de toekomst…..
KEMPENMUSEUM
53
In een een interactieve opstelling leert de bezoeker om zelf boter te maken.
Hoe worden sigaren gemaakt en waarom zijn sigarenfabrieken zo rijk vertegenwoordigd in de Kempenregio? Ondervind hoe de mechanisatie in de boerenbedrijven meer vrijheid en zelfstandigheid opleverde. Zoals met name ook de boerin dat heeft kunnen ervaren. Zij kon wat meer dingen voor zichzelf gaan doen. Geschiedenis van het Kempisch heideschaap verwerkt in een interactive: help mee in het laboratorium om het schaap opnieuw tot leven te wekken.