[21.27206] - AB voorstel en besluit Kadernota 2023 ODZOB
Tekst van het document
Vergadering Algemeen Bestuur Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant d.d. 2 december 2021
Agendapunt
:
4.a
Vertrouwelijk
:
Nee
Onderwerp
:
Kadernota 2023
Beslispunten
:
1.
De kadernota 2023 vast te stellen; inclusief de door te voeren tekstuele aanpassingen over de gerelateerde taken;
2.
Vanaf 2023 te gaan werken met de begrotingsprogramma’s lokale dienstverlening en regionale samenwerking;
3.
Voor de nazorg volgend op de implementatie van de Omgevingswet in 2023 en 2024 een aanvullend bedrag van €400.000 per jaar beschikbaar te laten stellen door de deelnemers, conform de verdeelsleutel uit 2022;
4.
Vanaf 2023 de doorbelasting van de (meer)kosten wegens de garantiesalarissen naar de ‘latende’ organisaties te staken en deze kosten onderdeel uit te laten maken van het integrale gemiddelde uurtarief van de ODZOB;
5.
Het gemiddeld uurtarief voor 2023 vooralsnog vast te stellen op €101,22.
Aanleiding Volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen dient het dagelijks bestuur (van de ODZOB) vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan het jaar waar de begroting betrekking op heeft, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden en Staten van de deelnemende partijen te zenden. Toelichting De ODZOB heeft er, in samenspraak met de 4GR in Zuidoost-Brabant, voor gekozen om deze kaders beduidend eerder aan het bestuur en deelnemers voor te leggen. Dit om twee redenen. Ten eerste omdat de kadernota randvoorwaardelijk is voor de ontwerpbegroting. Ten tweede omdat het goed gebruik is om de ontwerpbegroting in de maand maart te verstrekken aan de deelnemers, zodat zij tijdig eventuele zienswijzen op de ontwerpbegroting kunnen opstellen en verstrekken aan de ODZOB. Grip op de organisatie en de samenwerking Medio 2021 ging het algemeen bestuur akkoord met het uitwerken van een compacte en beleidsarme kadernota voor 2023. Dit vanwege de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 en de daarop volgende (waarschijnlijke) wisselingen in de samenstelling van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur. In de voorbereiding op de nu voorliggende kadernota is het OGP, als ambtelijk voorportaal van het AB, nadrukkelijk betrokken. Dit in lijn met de aangehaalde AB-besluitvorming van medio 2021.
Kadernota 2023 Z.232141/D.843850
Pagina 1 van 5
2 december 2021
In de AB-vergadering van 14 oktober jongstleden zijn richtinggevende uitspraken gedaan over het in die vergadering geagendeerde voorstel Grip op de organisatie. Het AB stemde er niet mee in om de financiële gevolgen van de gepresenteerde maatregelen op te nemen in de kadernota 2023. Daar is in de voorliggende versie van de kadernota 2023 naar de mening van het DB invulling aan gegeven. Het AB ging wel akkoord met het in gang zetten van een éénmalige actie om de declarabiliteit te versterken. De uitvoering hiervan ligt in 2022 en mag niet leiden tot een verzoek om aanvullende middelen bij de deelnemers. Een eenmalige bijdrage uit de algemene reserve is op voorhand niet uitgesloten. Deze uitwerking zal plaatsvinden in 2022 en past niet in de scope van de voorliggende kadernota 2023.
In de AB-vergadering van 2 december 2021 memoreerde de provincie Noord-Brabant aan de wijze waarop omgegaan wordt met de gerelateerde taken. Op de vraag of het klopt dat de provincie vanaf de oprichting van de ODZOB naast de gerelateerde taken voor het eigen werkprogramma meebetaalt aan vergelijkbare werkzaamheden (via het tarief) voor de gemeentelijke deelnemers, is bevestigend geantwoord. Dit leidt vanuit het provinciaal perspectief tot een factor van ongelijkheid. Het AB heeft bevestigd dat deze weeffout, die in het verleden is ontstaan, hersteld dient te worden. In de (ontwerp)begroting 2023 dient de cijfermatige doorwerking hiervan uitgewerkt te zijn. In lijn met de adviezen uit het OGP is de opzet van hoofdstuk 5 aangepast. Dit hoofdstuk richt zich op de Grip op de samenwerking en brengt in beeld welke, elkaar beïnvloedende, trajecten er zich rond dat thema momenteel afspelen. Nieuwe ordening in P&C-documenten De aandacht voor de kaderstelling rond het Collectief Programma maakte (opnieuw) duidelijk dat er een wezenlijk verschil bestaat tussen de één-op-één relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer en de relatie waarin samen met andere partners wordt gewerkt aan een (sub)regionaal project. Vandaar dat ook de activiteiten van het programma Dienstverlening nader tegen het licht gehouden zijn.
Dit alles leidt tot het idee om vanaf 2023 te gaan werken met de volgende begrotingsprogramma’s:
Lokale dienstverlening
Regionale samenwerking
Voor de deelnemers van de ODZOB heeft dit nieuwe principe als voordeel dat nog duidelijker blijkt bij welke werkzaamheden de relatie opdrachtgever-opdrachtnemer leidend is en wanneer afstemming en samenspraak met andere (niet per se alle) partners noodzakelijk is. Vooral bij de laatstgenoemde categorie zal het algemeen bestuur van de ODZOB een bepalende rol dienen in te nemen. Nazorg volgend op de inwerkingtreding Omgevingswet Eerdere besluitvorming in het algemeen bestuur leidde tot het beschikbaar stellen van middelen voor de nazorg nadat de Omgevingswet in werking is getreden. Hiervoor werd zowel in 2021 als in 2022 een bedrag van € 400.000 per jaar gereserveerd, te bekostigen middels extra deelnemersbijdragen. Doordat de datum inwerkingtreding van de Omgevingswet de afgelopen jaren een paar maal is verschoven, zijn de kosten van het voorbereidingsprogramma gestegen. Hierdoor zijn middelen die oorspronkelijk voor de nazorg waren gereserveerd ingezet voor de voorbereiding en implementatie.
Kadernota 2023 Z.232141/D.843850
Pagina 2 van 5
2 december 2021
Hierdoor verdwijnt de noodzaak tot middelen voor de nazorg allerminst. De initiële argumenten daarvoor zijn door het uitstel niet weggenomen. Vandaar dat nu opnieuw om middelen worden gevraagd om deze nazorgkosten uit te kunnen bekostigen; dit betreft € 400.000 voor zowel 2023 als voor 2024 en is (zij het indicatief) als volgt opgebouwd: o
Samenwerking andere omgevingsdiensten / regio / ODNL
€ 90.000
o
Evaluatie, doorontwikkeling (van inrichting naar mba’s), monitoring
€ 165.000
o
Inrichting toetsingskaders (omgevingsplannen / toepasbare regels)
€ 90.000
o
Uitfasering programmamanagement / communicatie
€ 55.000
Doorbelasting garantiesalarissen Sinds de oprichting van de ODZOB worden de (meer)kosten wegens eerder gemaakte personele afspraken doorbelast naar de oorspronkelijke ‘latende’ organisaties. Deze aanpak past niet meer in de huidige opvattingen over een efficiënte bedrijfsvoering en zal derhalve worden gestaakt. Dit betekent dat de hiermee gepaard gaande kosten worden opgenomen in het gemiddeld uurtarief van 2023. Het effect hiervan komt uit op € 0,21 per uur.
Tariefontwikkeling Bij de vaststelling van de kadernota 2022 is er voor gekozen om het gemiddeld uurtarief te bevriezen ten opzichte van het jaar daarvoor (2021). Dit met eerbiediging van eventuele Cao-ontwikkelingen. Er bestaat een verband tussen het uurtarief en de declarabiliteit. Soms is deze relatie eenvoudig te duiden, zoals bij de herpositionering van het accountmanagement. Door deze taken te verschuiven van de overhead naar het primaire proces, neemt het aantal declarabele uren toe en neemt het uurtarief af. Daarnaast bestaan er meer complexe onderlinge relaties, zoals bij de gerelateerde uren. Voor 2023 verwacht de ODZOB enerzijds dat een indexering van 2,2% voor lonen en prijzen noodzakelijk is. Aan de andere kant zijn er ook mogelijkheden om het uurtarief, vooralsnog in beperkte mate, te laten dalen. Dit betreft de herpositionering van het accountmanagement. Vandaar dat wordt voorgesteld om het gemiddeld uurtarief voor 2023 als volgt vast te stellen:
Tarief 2022
€ 100,30
Indexering 2,2%
€
2,21
Garantiesalarissen niet meer doorbelasten
€
0,21
Herpositionering accountmanagement
€
1,50 -/-
Tarief 2023
€ 101,22
Het gepresenteerde gemiddeld uurtarief van € 101,22 dient als input voor ontwerpbegroting 2023. Voortschrijdend inzicht kan ertoe leiden dat het nu getoonde tarief verdere bijstelling nodig heeft. Beoogd effect Doel van de kadernota 2023 is om de inhoudelijke en financiële kaders voor het begrotingsjaar 2023 vast te stellen voordat gestart wordt met de inrichting en opbouw van de ontwerpbegroting 2023. Door op 2 december 2021 deze kaders ter vaststelling aan het AB aan te bieden wordt aan deze doelstelling voldaan.
Kadernota 2023 Z.232141/D.843850
Pagina 3 van 5
2 december 2021
Financiën / Personeel De meest actuele omzetraming voor 2022 komt uit op € 23,5 miljoen en leidt tot een prognose van 234.000 declarabele uren. Zoals gebruikelijk worden de cijfers uit de werkprogramma’s voor 2022 als fundament gebruikt voor de ontwerpbegroting van het daarop volgende jaar. Dat is ook nu het geval. Om te komen tot de realisatie van 234.000 declarabele uren (geënt op de meest actuele omzetbehoefte, onder andere vanuit onze deelnemers) dient de ODZOB over een adequate hoeveelheid personeel te beschikken. Dit komt neer op de volgende personele inzet:
Primair proces
Overhead
43 fte (20% van het totaal)
Totaal
216 fte
173 fte
Vervolg / Communicatie Na vaststelling van de kadernota 2023 zal nog dit jaar gestart worden met het opstellen van de ontwerpbegroting 2023 die vervolgens eind begin maart 2022 aan de raden en staten ter zienswijze zal worden aangeboden. De ODZOB zal zorgen voor het verstrekken van de vastgestelde kadernota aan de ‘achterbannen’ van de leden van het algemeen bestuur; te weten de gemeenteraden en provinciale staten. Bijlagen
Kadernota 2023
Kadernota 2023 Z.232141/D.843850
Pagina 4 van 5
2 december 2021
Het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant; Gezien voorgaand voorstel van het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant
BESLUIT
1.
De kadernota 2023 vast te stellen; inclusief de door te voeren tekstuele aanpassingen over de gerelateerde taken.
2.
Vanaf 2023 te gaan werken met de begrotingsprogramma’s lokale dienstverlening en regionale samenwerking.
3.
Voor de nazorg volgend op de implementatie van de Omgevingswet in 2023 en 2024 een aanvullend bedrag van €400.000 per jaar beschikbaar te laten stellen door de deelnemers, conform de verdeelsleutel uit 2022.
4.
Vanaf 2023 de doorbelasting van de (meer)kosten wegens de garantiesalarissen naar de ‘latende’ organisaties te staken en deze kosten onderdeel uit te laten maken van het integrale gemiddelde uurtarief van de ODZOB.
5.
Het gemiddeld uurtarief voor 2023 vooralsnog vast te stellen op €101,22.
Zo vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant d.d. 2 december 2021.
M.J. van Schuppen
M. van Dort
voorzitter
Secretaris
Kadernota 2023 Z.232141/D.843850
Pagina 5 van 5
2 december 2021