[21.23651] - Transitievisie Warmte Eersel 2021
Tekst van het document
4
1.1
Inleiding
5
1.2
Uitvoering van het onderzoek
5
1.3
Responsoverzicht
5
1.4
Weging
6
1.5
Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
6
1.6
Steekproefsamenstelling
7
1.7
Leeswijzer
7
Resultaten
8
2.1
Algemeen
9
2.2
Aardgasvrij wonen
11
2.3
Rol van de gemeente
20
2.4
Betrokkenheid inwoners
22
Hoofdstuk 2
3
HOOFDSTUK 1 ONDERZOEKSVERANTWOORDING
Onderzoeksverantwoording 1.1
Inleiding
Gemeente Eersel gaat net als alle andere gemeenten in Nederland de uitdaging aan om voor 2050 woningen met een alternatieve duurzame bron van warmte te voorzien. Door alternatieve bronnen te kiezen werken we aan een aardgasvrije gemeente. Deze overgang noemen we de warmtetransitie. We willen dit om onze CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving te beperken. Daarnaast gaat vóór 2050 de gaskraan in Groningen dicht. Elke gemeente mag de warmtetransitie zelf samen met haar inwoners vorm gaan geven, middels een Transitievisie Warmte. De Transitievisie Warmte is een document, waarin de stappen naar een aardgasvrij Eersel staan beschreven. Dit geeft inzicht in de mogelijke technieken voor de woningen in onze gemeente; hoe we starten en welke technieken we nog verder moeten onderzoeken. Dit document legt dus geen maatregelen vast, maar is een denkrichting naar een duurzame toekomst voor de gemeente Eersel. Het proces naar een aardgasvrij Eersel is een grote uitdaging, doordat er heel veel mogelijkheden zijn. Daarom wil de gemeente inwoners niet alleen informeren, maar samen nadenken over welke stappen het meest geschikt én gewenst zijn. In opdracht van gemeente Eersel heeft het onderzoeksbureau Research 2Evolve een onderzoek over de warmtetransitie uitgevoerd onder de leden van het inwonerspanel Eersel.
Ook niet-panelleden uit de gemeente Eersel hebben de mogelijkheid gekregen om via de open link de vragenlijst online in te vullen. 1.2
Uitvoering van het onderzoek
Steekproef
Inwonerspanel Eersel
Methode
Online
Uitnodiging Veldwerkperiode Herinnering 1.3
Per e-mail Maandag 6 september – zondag 19 september 2021 1 keer
Responsoverzicht N
Bruto steekproef
657
Complete vragenlijsten
330
Respons
50%
Open link
18
5
Onderzoeksverantwoording 1.4
Weging
Als de respons afwijkt op de variabelen leeftijd en/of kern, is er een weging toegevoegd, zodat de resultaten een juiste afspiegeling vormen van de werkelijke bevolking. Dit is een gangbare werkwijze in statistisch kwantitatief onderzoek. Personen in ondervertegenwoordigde groepen krijgen een gewicht groter dan 1 en tellen relatief zwaarder mee in het totaalresultaat. Personen in groepen met een oververtegenwoordiging krijgen een gewicht kleiner dan 1 waardoor ze minder zwaar mee tellen. Hiermee zijn de resultaten gecorrigeerd om de mogelijke invloed van een niet geheel representatieve steekproef weg te nemen. Doorgaans wordt een maximale weegfactor van 3 gehanteerd. Op dit moment is het inwonerspanel Eersel nog niet representatief voor de werkelijke bevolking binnen de gemeente. De jongeren t/m 34 jaar zijn ondervertegenwoordigd en panelleden van 65 jaar en ouder zijn oververtegenwoordigd. Ook tussen de kernen zijn er verschillen zichtbaar tussen het panel en de daadwerkelijke verdeling binnen de gemeente. Daarnaast nemen niet alle panelleden deel aan een onderzoek, daarom wordt er niet alleen gekeken naar de verdeling binnen het panel ten opzichte van de gemeente, maar ook naar de verdeling van de netto respons ten opzichte van de daadwerkelijke verdeling.
Middels het toevoegen van een weging op leeftijd en kern zijn de resultaten gecorrigeerd, waarmee de invloed van een niet geheel representatieve steekproef wordt weggenomen.
1.5
Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
Het betrouwbaarheidspercentage geeft de kans aan dat bij herhaling van het onderzoek hetzelfde uit het onderzoek komt. Bij een betrouwbaarheidspercentage van 95% is er 95% kans bij herhaling dat de antwoorden hetzelfde zullen zijn met andere respondenten binnen de doelgroep. De nauwkeurigheid (uitgedrukt in foutmarge) geeft het gebied aan, waarbinnen de werkelijke waarde in de populatie ligt. De foutmarge is het percentage dat het antwoord kan afwijken van de werkelijkheid. Als de foutmarge 4% is, en 47% van steekproef een bepaald antwoord geeft, dan ligt dit percentage in werkelijkheid maximaal 4% boven of 4% onder deze 47%, dus tussen de 43% en 51% (een lagere foutmarge vereist een grotere steekproef). Een betrouwbaarheidsniveau van 95% en een foutmarge van 5% is gangbaar en algemeen geaccepteerd bij (statistisch) kwantitatief onderzoek. Met het aantal respondenten dat heeft deelgenomen (=348) kan met een betrouwbaarheid van 95% en een foutmarge van 5,2% uitspraken gedaan worden op totaalniveau. Deze marge is groter dan de 5% die algemeen geaccepteerd wordt bij (statistisch) kwantitatief onderzoek. De resultaten kunnen hierdoor niet zondermeer vertaald worden naar de (gemiddelde) mening van de inwoners, maar geven wel een goede indicatie.
6
Onderzoeksverantwoording 1.6
Steekproefsamenstelling
De steekproef is, uitgesplitst naar enkele achtergrondkenmerken, als volgt samengesteld: ONGEWOGEN
GEWOGEN
Leeftijd
N
%
N
%
16 t/m 34 jaar
21
6,0
67
19,1
35 t/m 49 jaar
70
20,1
76
21,8
50 t/m 64 jaar
124
35,6
105
30,3
65 jaar en ouder
132
37,9
99
28,5
Onbekend
1
0,3
1
0,3
Kern
N
%
N
%
Duizel (5525)
24
6,9
32
9,1
Eersel (5521)
204
58,6
189
54,4
Knegsel (5511)
20
5,7
24
6,9
Steensel (5524)
27
7,8
28
7,9
Vessem (5512)
53
15,2
42
12,2
Wintelre (5513)
19
5,5
32
9,3
Onbekend
1
0,3
1
0,3
1.7
Voor deze peiling hebben wij gecontroleerd of er een afwijking is ten opzichte van de werkelijkheid op basis van de variabelen leeftijd en kern. In dit geval zijn met name de leeftijdsgroep 16 t/m 34 jaar ondervertegenwoordigd en krijgen hier een weegfactor groter dan 1. De respondenten van 65 jaar en ouder zijn oververtegenwoordigd en krijgen een gewicht kleiner dan 1.
Leeswijzer
Daar waar de som van de resultaten niet precies op 100% uitkomt, wordt dit veroorzaakt door afrondingsverschillen of was meer dan één antwoord toegestaan. Waar in de grafieken ongelijke N-en (aantal respondenten) te zien zijn, wordt dit veroorzaakt door het uitsluiten van de antwoordcategorie ‘geen mening/niet van toepassing’’ en/of routing in de vragenlijst. In de rapportage wordt de ongewogen N weergegeven.
Als in de rapportage over verschillen wordt gesproken, betekent dit dat dit statistisch niet aan toeval toe te schrijven is en dus betekenisvol kan zijn. In deze rapportage is gekeken of er (significante) verschillen zijn en zijn de opvallende zaken benoemd. De open antwoorden worden letterlijk en onbewerkt opgeleverd en indien er opvallende resultaten zijn, worden deze verwerkt in de rapportage.
7
HOOFDSTUK 2 RESULTATEN
2.1 Resultaten – Algemeen
Wat is uw woonsituatie? Ik woon in een: (N=348)
Wat is uw hoogst behaalde diploma? (N=348)
In wat voor type huis woont u? (N=348)
Geen diploma
0%
Vrijstaande woning
45%
Basisonderwijs
0%
Twee-onder-één kapwoning
32%
VMBO, HAVO / VWO onderbouw, MBO1
13%
Rijwoning (tussen)
HAVO, VWO, MBO2-4
24%
Bachelor (HBO / WO)
32%
Master (HBO / WO)
25%
Doctor, PhD
3%
Anders
3%
Welke van de volgende categorieën omschrijft het beste uw arbeidssituatie? (N=348) Vaste baan in dienstverband
52%
Tijdelijke baan in dienstverband
2%
Zelfstandige
10%
Geen baan, werkzoekend
1%
Geen baan, niet werkzoekend
2%
Gepensioneerd
29%
Anders
4%
Koopwoning, zonder Vereniging van Eigenaren (VvE)
93%
10%
Koopwoning, met een Vereniging van Eigenaren (VvE)
1%
Rijwoning (hoek)
9%
Huurwoning van een woningcorporatie
4%
Appartement
2%
Huurwoning via particulier
1%
Anders
2%
Anders
1%
In welke bouwperiode is uw woning gebouwd? (N=348) Vòòr 1945
6%
1946 1964
11%
1965 1974
21%
1975 1991
30%
1992 2005
10%
Na 2006 - 2019
15%
Na 2019
5%
Weet niet
1%
9
2.2 Resultaten – Algemeen Wat is het energielabel van uw woning? (N=348)
Label A+ of hoger
11%
Label A
13%
Label B
13%
Label C
15%
Label D
Label E
4%
3%
Label F
1%
Label G
1%
Ik weet niet wat het energielabel is van mijn woning
Vier op de tien (40%) respondenten weet niet welk energielabel de woning heeft. Eén op de zes (15%) heeft energielabel C.
40%
10
2.2 Resultaten – Aardgasvrij wonen In hoeverre bent u het eens of oneens met de volgende stellingen?
N*
(Zeer) mee eens
Neutraal
(Zeer) mee oneens
Duurzaamheid is voor mij belangrijk
346
81%
17%
3%
Ik was voor dit onderzoek al bekend met de term aardgasvrij wonen
345
90%
7%
3%
Ik kijk positief aan tegen aardgasvrij wonen
346
51%
24%
25%
Negen op de tien respondenten (90%) waren voor dit onderzoek al bekend met de term aardgasvrij wonen. Acht op de tien (81%) vindt duurzaamheid belangrijk. De helft (51%) kijkt positief aan tegen aardgasvrij wonen, maar een kwart (25%) kijkt hier niet positief tegen aan.
*Let op: het percentage weet niet/geen mening is niet opgenomen in deze tabel.
11
2.2 Resultaten – Aardgasvrij wonen Heeft u zelf al maatregelen genomen om minder aardgas te gebruiken? (N=348)
Ja, ik verwarm bewust
67%
Ja, ik heb mijn woning extra geïsoleerd
55%
Ja, ik douche minder/gebruik een waterbesparende douchekop
51%
Ja, ik zet mijn verwarming lager
48%
Ja, ik heb naden en kieren in mijn woning gedicht
44%
Ja, ik kook elektrisch
42%
Ja, ik heb radiatorfolie aangebracht achter mijn radiatoren
13%
Ja, ik heb een (hybride) warmtepomp om mijn huis te verwarmen Ja, ik woon al volledig aardgasvrij
8%
5%
Anders
8%
Nee, maar dat ben ik wel van plan
3%
Nee, en dat ben ik ook niet van plan
4%
TOP 3
Verwarm bewust Woning extra geïsoleerd Douche minder/gebruik een waterbesparende douchekop
12
2.2 Resultaten – Aardgasvrij wonen Welke punten zijn volgens u het belangrijkst als we plannen maken voor een aardgasvrij Eersel? (N=348)
Dat de nieuwe manier van verwarmen betaalbaar is
83%
Dat de nieuwe manier van verwarmen duurzaam is
58%
Dat mijn woongenot en wooncomfort niet afneemt
58%
Dat ik zelf kan kiezen hoe ik mijn woning energiezuiniger maak en hoe ik mijn woning zonder aardgas verwarm
49%
Dat aardgasvrij maken gebeurt op een verantwoord tempo
43%
Dat de werkzaamheden en verbouwingen die hiervoor nodig zijn weinig gedoe en overlast opleveren
38%
Dat ik mijn woning ook kan koelen
30%
Dat wordt begonnen met besparen en isoleren
29%
Dat ik weet waar ik informatie kan vinden
Anders
23%
10%
TOP 3
Dat het betaalbaar is Dat het duurzaam is/ mijn woongenot/wooncomfort niet afneemt Zelf kiezen hoe ik mijn woning energiezuiniger maak/zonder aardgas verwarm
13
2.2 Resultaten – Aardgasvrij wonen Binnen welke termijn bent u bereid om uw woning volledig aardgasvrij te maken? (N=348)
Mijn huis is al aardgasvrij
5%
Het liefst binnen nu en 10 jaar
21%
Dat staat voorlopig nog niet op de planning
45%
Niet, ik word pas aardgasvrij als ik echt niet meer anders kan
15%
Anders
Weet niet/geen mening
11%
Bij 5% van de respondenten is het huis al aardgasvrij. Ruim vier op de tien (45%) respondenten heeft het aardgasvrij maken van de woning voorlopig nog niet op de planning staan. Eén op de vijf (21%) wil het liefst binnen nu en 10 jaar volledig aardgasvrij zijn.
3%
14
2.2 Resultaten – Aardgasvrij wonen Hoe is uw huis aardgasvrij gekomen? (N=20*)
Nieuw gebouwd
68%
Zelf maatregelen getroffen
20%
Van de respondenten die aardgasvrij wonen woont bijna zes op de tien (68%) in een nieuwbouw huis. Eén op de vijf (20%) heeft zelf maatregelen getroffen om het huis aardgasvrij te maken. Zo gekocht
12%
Let op: N is kleiner dan 50, de resultaten zijn indicatief. *Selectie: huis van respondent is aardgasvrij
15
2.2 Resultaten – Aardgasvrij wonen Uiteindelijk moeten we straks toch allemaal van het gas af. Wat was of is voor u de belangrijkste reden om wel aan de slag te gaan met het aardgasvrij maken van uw woning? (N=348)
Ik wil(de) bijdragen aan een beter milieu
43%
Ik wil(de) gebruik maken van de subsidies en andere financieringen
35%
Ik kan zelf kiezen hoe en wanneer ik mijn woning aardgasvrij kan maken
33%
Ik verdien mijn investeringen terug in de waarde van mijn woning en het wooncomfort
26%
Ik ben bang dat op termijn aardgas steeds duurder wordt
Ik ben/was toch van plan mijn woning te renoveren
Anders
Ik wil/kan niet aan de slag
19%
Ruim vier op de tien (43%) respondenten ziet de bijdrage aan een beter milieu als belangrijkste reden om aan de slag te gaan met het aardgasvrij maken van de woning. Voor (ruim) een derde zijn de subsidies en andere financieringen (35%) en het zelf kiezen hoe en wanneer de woning aardgasvrij te maken (33%) de belangrijkste reden om hiermee aan de slag te gaan.
8%
11%
18%
Bijna één op de vijf (18%) respondenten wil/kan niet aan de slag met het aardgasvrij maken van de woning.
16
2.2 Resultaten – Aardgasvrij wonen Wat was of is voor u de belangrijkste reden om niet aan de slag te gaan met het aardgasvrij maken van uw woning? (N=328*)
Ik wil wachten totdat technieken verder ontwikkeld zijn
49%
Ik wil of kan hier niet in investeren, de kosten zijn voor mij (nog) te hoog
47%
Ik twijfel of het alternatief wel degelijk duurzamer is
32%
Ik weet niet of ik hier wel op lange termijn wil blijven wonen
26%
Ik ben al op leeftijd, ik ga hier niet meer van genieten
16%
Ik ben niet van plan om mijn woning te renoveren
9%
Ik vind het onnodig
9%
Ik weet er te weinig van
8%
Ik ben bang dat ik spijt krijg van mijn investering
7%
Ik ben een huurder, ik heb hier niets over te zeggen
5%
Anders
Weet niet/geen mening
Bijna de helft van de respondenten wil nog niet aan de slag gaan met het aardgasvrij maken van de woning omdat zij willen wachten totdat de technieken verder ontwikkeld zijn (49%) en/of de investeringskosten (nog) te hoog zijn (47%). Een derde (32%) twijfelt of het alternatief wel degelijk duurzamer is. 14%
5%
*Selectie: huis van respondent is niet aardgasvrij
17
2.2 Resultaten – Aardgasvrij wonen Om een aardgasvrij huis te krijgen kunt u zelf van het aardgas afgaan of iets regelen samen met de wijk/buurt. Een voordeel van een gezamenlijke aanpak is dat kosten gedeeld kunnen worden, maar ook dat u kunt aansluiten bij een initiatief en daardoor minder uitzoek- en regellast heeft. Daar staat tegenover dat u bij een gezamenlijke aanpak minder zeggenschap heeft over de gekozen oplossing dan wanneer u zelf de maatregelen treft. Welke aanpak, samen of individueel, heeft in de basis uw voorkeur? (N=328*)
Ik wil zelf van het aardgas af
Ik wil iets samen regelen met de wijk/buurt
Ik heb geen voorkeur
Eén op de vijf (20%) respondenten wil zelf van het aardgas af. Drie op de tien (30%) respondenten zou kiezen voor een gezamenlijke aanpak om een aardgasvrij huis te krijgen. Het merendeel (50%) heeft echter geen voorkeur.
20%
30%
50%
*Selectie: huis van respondent is niet aardgasvrij
18
2.2 Resultaten – Aardgasvrij wonen Hoe belangrijk of onbelangrijk vindt u energie besparen? (N=342*)
2% 13%
85%
Ruim acht op de tien respondenten (85%) vindt energie besparen (zeer) belangrijk.
(Zeer) belangrijk Neutraal (Zeer) onbelangrijk
*Let op: De categorie ‘Weet niet/geen mening’ is niet opgenomen in deze grafiek
19
2.3 Resultaten – Rol van de gemeente Op welke manier kan de gemeente zich het beste inzetten voor een aardgasvrij Eersel? (N=348)
Door zoveel mogelijk van de kosten te dekken, bijvoorbeeld via subsidie
26%
Door zoveel mogelijk informeren, maar de keuze bij de inwoner te laten
17%
Door een proactieve houding aan te nemen en open te staan voor innovatie
14%
Door inwoners zoveel mogelijk te ontzorgen
10%
Door onderzoek te laten doen door deskundigen naar alle mogelijkheden
9%
Dat is niet aan de gemeente
8%
Door gezamenlijke oplossingen alleen in te zetten wanneer er 100% draagvlak is bij de betrokkenen
7%
Door zich behoudend op te stellen en geen onnodige risico’s te nemen
Anders
Weet niet/geen mening
2%
TOP 3
Kosten dekken Informeren Proactieve houding en open staan voor innovatie
4%
3%
20
2.3 Resultaten – Rol van de gemeente In hoeverre bent u het eens of oneens met de volgende stelling? 'Ik vind het fijn dat de gemeente de warmtetransitie in goede banen gaat leiden.' (N=332*)
12%
31%
57% Bijna zes op de tien (57%) respondenten vindt het fijn dat de gemeente de warmtetransitie in goede banen gaat leiden. Drie op de tien (31%) oordeelt neutraal.
(Zeer) mee eens Neutraal (Zeer) mee oneens
*Let op: De categorie ‘Weet niet/geen mening’ is niet opgenomen in deze grafiek
21
2.4 Resultaten – Betrokkenheid inwoners Op welke manier wilt u betrokken blijven bij de warmtetransitie in Eersel? (N=348)
Ik ontvang graag informatie over het proces rondom de Transitievisie Warmte
72%
Ik ben graag betrokken bij het toetsen van de uitvoerbaarheid van gemeentelijke plannen
27%
Ik ben bereid mijn kennis en ervaring in te zetten voor dit proces
Ik zoek een actieve rol in mijn dorp/wijk m.b.t. het proces voor de Transitievisie Warmte
Anders
Ik wil niet betrokken worden
8%
4%
Zeven op de tien (72%) respondenten ontvangt graag informatie over het proces rondom de Transitievisie Warmte. Bijna drie op de tien (27%) is graag betrokken bij het toetsen van de uitvoerbaarheid van gemeentelijke planning. Bijna één op de vijf (17%) wil niet betrokken worden.
3%
17%
22
2.4 Resultaten – Betrokkenheid inwoners Op welke manier wilt u in de toekomst het liefst geïnformeerd worden over aardgasvrij wonen in Eersel? (N=348)
Nieuwsbrief per e-mail
61%
De website van de gemeente Eersel
47%
Nieuwsbrief per post
24%
De mogelijkheid bieden om zelf contact op te nemen
23%
Via een energieloket, zoals KempenEnergie
21%
Fysieke bijeenkomsten, één-op-één contact
20%
Social media, zoals Facebook, Twitter, LinkedIn
15%
Digitale bijeenkomsten, zoals webinars
15%
Een applicatie op mijn telefoon, tablet of laptop
Anders
Geen behoefte aan
TOP 2
Nieuwsbrief per e-mail Website gemeente
11%
3%
6%
23
Research 2Evolve postadres
Postbus 918 1200 AX Hilversum
bezoekadres
Tesselschadelaan 15A 1217 LG Hilversum
telefoon
035 623 27 89
info@research2evolve.nl
website
www.research2evolve.nl
Bijlage 2.
Stappen opstellen Warmte Uitvoeringsplan
42 19
Bijlage 2.
Stappen opstellen Warmte Uitvoeringsplan
We onderscheiden bij het opstellen van de WUP’s de volgende vijf stappen: 1. Samen starten. We brengen lokale partijen bij elkaar. We vormen een ambtelijke projectgroep, inclusief onze partners en een werkgroep, waarin lokale belanghebbenden zijn vertegenwoordigd. In de projectgroep maken we concrete afspraken over een gezamenlijk werk- en besluitvormingsproces, rolverdeling en welke inzet van experts nodig is om tot een goede aanpak voor de buurt te komen. Een bredere groep van inwoners kan deelnemen in de werkgroep om zo direct input te leveren aan de ontwikkeling van het Warmte Uitvoeringsplan. In de werkgroep maken we duidelijke afspraken over wat ieders rol en bijdrage is. Deze TVW dient als startpunt voor het gesprek in het gekozen gebied. De gemeente zorgt voor een procesbegeleider die ook toeziet op het participatietraject met inwoners. Het verkennen van de belangen is een belangrijk onderdeel in deze fase. 2. Verkennen en concretiseren. Op sociaal-maatschappelijk vlak brengen we met de werkgroep in kaart wie er in het gebied wonen, wat hun behoeften zijn en hoe we inwoners het beste kunnen bereiken en betrekken. Hiervoor gebruiken we ook de uitkomsten van het inwonerspanel. Parallel verzamelen we technische gegevens over de woningen, beschikbare duurzame warmtebronnen en brengen we de aanwezige energie-infrastructuur in kaart.
Voor de meest kansrijke warmteopties brengen we in detail in kaart welke voordelen, nadelen, kosten en besparingen realistisch zijn. 3 Kiezen optimale warmteoplossing. Met het afwegingskader hebben we al onderbouwd welke oplossing de objectieve voorkeur heeft. Via een intensief participatietraject gaan we na of deze oplossing kan rekenen op acceptatie van inwoners. Op basis van stap 2 bepalen we in samenspraak met lokale belanghebbenden welke warmteoplossing het best bij hen past. In deze fase betrekken we inwoners, bedrijven en alle andere lokale betrokkenen intensief. 4. Onderbouwen van de haalbaarheid en de aanpak. Voor de gekozen optie werken we in detail de kosten en baten uit in een haalbaarheidsonderzoek. De investeringskosten voor inwoners en partners, ruimtelijke impact (o.a. welstand), eindgebruikers kosten en energiekosten laten we onderbouwen en in kaart brengen. Als op basis daarvan de haalbaarheid toch twijfel oproept, dan doen we een stap terug naar de vorige fase ‘kiezen optimale warmteoplossing’. 5. Besluitvorming omtrent de realisatie. Om tot besluitvorming te komen is het nodig om aan een aantal harde rand
voorwaarden te voldoen. De besluitvorming verloopt immers niet eenzijdig via de gemeente. We vragen de gemeenteraad om definitief in te stemmen als voldaan is aan onderstaande voorwaarden: De oplossing is duurzaam en technisch haalbaar. De oplossing is voor alle belanghebbenden in principe financierbaar. Er is draagvlak bij een (nader te bepalen) ruime meerderheid van inwoners, bedrijven en andere belang hebbende organisaties die nodig zijn voor de realisatie. Juridisch wordt voldaan aan alle wettelijke voorwaarden. Alle afspraken tussen partijen leggen we ook vast in het Warmte Uitvoeringsplan. De afspraken beschrijven: Benodigde aanpassingen aan woningen en gebouwen, en hoe eigenaren hun pand(en) klaar kunnen maken voor aardgasvrij. Een concreet investeringsprogramma, waarbij we kijken naar de mogelijkheden voor subsidies, belonings- en andere financieringsvormen, zodat de overstap haalbaar en betaalbaar is voor alle inwoners en alle betrokkenen. Specifieke stappen voor ontwikkeling van de benodigde infrastructuur, uitgezet in de tijd. Een communicatiestrategie om inwoners en lokale partijen te betrekken.
Belangrijke uitgangspunten voor de communicatie en participatie in bovenstaand traject zijn: In de communicatie-aanpak hanteren we waar mogelijk een drietrapsraket: (1) eenvoudige informatie, voor iedereen te begrijpen, (2) de mogelijkheid voor inwoners om zich verder te verdiepen b.v. via de gemeentelijk website. En (3) online beschikbaarheid van alle rapporten en onderzoeken voor de inwoners die alles willen weten. Dit sluit goed aan bij de wensen van het inwonerspanel, zij geven aan bij voorkeur geïnformeerd te worden via nieuwsbrieven en een website. Elk gebied is anders. De diversiteit van de verschillende focusgebieden vraagt wellicht om maatwerk in de communicatie: in het soort informatie, keuze van de communicatiekanalen en de communicatie en participatieaanpak. We zijn helder over de onze kaders, over wat er al vaststaat en over wat we nog niet weten of kunnen beloven. We zijn ook helder over rollen, verantwoordelijkheden, proces, planning, dilemma’s, hinder, risico’s en mate van invloed van inwoners We communiceren daar actief over. We maken gebruik van bestaande netwerken en communicatiekanalen. We gaan voor een persoonlijke benadering: liever een gesprek dan een brief.
43