[21.08121] - Geanonimiseerde zienswijze Heibloem 8 Eersel - deel 2
Tekst van het document
V
.V
TPÏ» ţļi.
Na
Plangebied
C3 Plangrens Enkelbestemmingen w
| Wonen
Dubbelbestemmingen | ĩįįį'ţ-fHļ Waarde - Archeologie 4.2
Gebiedsaanduidingen overige zone - beperkingen veehouderijen
Functieaanduidingen ’ (~-w) | j wonen uitgesloten
ï^74 4- Y+ 4 hOi
ļ-' \ŝwA\) '1 sPecifieke vorm van wonen K . . . .1 landschappelijke inpassing
4 4 -1/4- 4 4
f +WR-A-Ź 1 V 4 4 4 „4 4 4 4^ ^4 4 4 4 Vv\ 4 4 ^Kjřwsw-li)
W
(-w)
WR-A-4,2
Gemeente Eersel Heibloem 8-8A Wijzigingsplan project
20180328
formaat schaal
vastgesteld 1:500
ADVISEURS
ontwerp voorontwerp
getekend
ing R. Durville NL.IMR0.0770.PM
concept
LEEFRUIMTE 18-03-2021
w www.rho.nl e info@rho.nl
Eersel Heibloem 8-8A
wijzigingsplan
identificatie identificatiecode:
NL.IMR0.0770.XXX-0001 projectnummer:
20180328.001 projectleider:
ŵířfi
mr. A.J.C.A. (Hans) van Zitteren
Rho
Heibloem 8-8A
Eersel
wijzigingsplan
identificatie
planstatus
identificatiecode;
datum:
status:
NLIMR0.0770.XXX-0001
2021-02-25
concept voorontwerp
2021-03-18 projectnummer:
Ontwerp
20180328.001
vastgesteld
opdrachtleider:
mr. A.J.C.A. (Hans) van Zitteren
2
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Plangebied
8
1.3
Vigerende plannen
11
1.4
Bij het plan behorende stukken
14
1.5
Leeswijzer
14
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
17
Hoofdstuk 3
Beleidskader
21
Hoofdstuk 4
Milieuhygiënische en planologische aspecten
23
4.1
Milieu
23
4.2
Waarden
27
4.3
Natuur, flora en fauna
29
4.4
Kabels en leidingen
30
4.5
Water
30
Hoofdstuk 5
Juridische aspecten
31
5.1
Toetsing aan de wijzigingsregels
31
5.2
Juridische planopzet
35
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
39
6.1
Economische uitvoerbaarheid
39
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
39
Hoofdstuk 7
Procedure
41
Regels
43
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
45
Artikel 1
Begrippen
45
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
47
Artikel 2
Toepassingsbereik
47
Artikel 3
Wonen (aanvulling)
48
Hoofdstuk 3
Overgangs- en slotregels
49
Artikel 4
Overgangsrecht
49
Artikel 5
Slotregel
50
3
Bijlage bij regels
51
Bijlage 1
Art. 24 - Wonenjîuitengebied 2017
53
Bijlage 2
Art.33 - Waarde - Archeologie 2-Buitengebied 2017
63
Bijlage 3
Art.35 - Waarde - Archeologie 4.^ Buitengebied 2017
67
Toelichting
7
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
In voorliggend wijzigingsplan wordt een aanpassing doorgevoerd op het vigerende bestemmingsplan voor de planlocatie, onder meer naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 9 september 2020 (uitspraak 201804258/2/R2 en 201903742/2/R2).
8
Appellant in voornoemde uitspraak woont aan de locatie Heibloem 8-8A in Eersel en heeft aangegeven dat aan een deel van zijn gronden ten onrechte een agrarische bestemming is toegekend. Volgens appellant worden de gronden al tientallen járen, in ieder geval vanaf 1985, feitelijk gebruikt als tuin. Uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: "De Afdeling stelt vast dat het beroep van appellant betrekking heeft op het besluit van 6 maart 2018 en dat het beroep op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb van rechtswege betrekking heeft op het besluit van 3 juli 2018. De Afdeling heeft eerst het beroep tegen het besluit van 3 juli 2018 beoordeeld en vervolgens bezien of er nog belang bestaat bij een beoordeling van het besluit van 6 maart 2018." "In hetgeen appellant heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit, voorzover het betreft het plandeel met de bestemming "Agrarisch" op het perceel M 997, gelegen aan de Heibloem tussen de woningen met nummer Heibloem 8-8A en Heibloem 10 in Eersel, is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid. Het beroep is gegrond.
Het bestreden besluit dient in zoverre wegens strijd met artikel 3:2 van de A wb te worden vernietigd." In de uitspraak heeft de Raad van State tevens de gemeente opgedragen om vóór 1 juli 2021 een nieuw besluit te nemen ten aanzien van de vernietigde plan onderdelen, waaronder de planlocatie Heibloem 8-8A. Om hieraan te voldoen heeft de gemeente Eersel op 15 februari 2021 een ontwerpbestemmingsplan 'Buitengebied 2017, herziening uitspraak Raad van State' in procedure gebracht. Hierin worden drie locaties genoemd, waaronder de locatie Heibloem 8-8A, waarvoor herstel nodig is op basis van de uitspraak. Heibloem 8-8A is in dit reparatie bestemmingsplan echter niet juridisch-planologisch opgenomen, omdat de initiatiefnemer niet tijdig de verzochte informatie heeft aangeleverd. Door middel van dit wijzigingsplan wil appellant en initiatiefnemer de agrarische bestemming omzetten naar een woonbestemming om daarmee alsnog de gewenste reparatie, naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over het bestemmingsplan 'Buitengebied 2017', door te voeren.
1.2
Plangebied
Het plangebied van dit wij zigings plan is gesitueerd ten zuiden van de kern Eersel in het buitengebied van de gemeente Eersel. Zie hiervoor afbeelding 1.1.
9
Afbeelding 1.1: situering projectlocatie ten zuiden van de kern Eersel (paarse ster) Het perceel ligt aan de Heibloem 8-8A, en maakt onderdeel uit van dit woonperceel met daarop twee aaneengebouwde grondgebonden woningen (nr. 8 en nr. 8A), bijgebouwen, erven en tuinen. De planlocatie is kadastraal bekend als gemeente Eersel, sectie M, gedeeltelijk nummer 997 en nummer 2349. Zie hiervoor afbeelding 1.2.
10
Afbeelding 1.2: situering projectlocatie (woonperceel = geel omrand en projectlocatie ^ paars gestippeld omrand) De directe omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit burgerwoningen en agrarische bouwgronden. Zie afbeelding 1.3.
projecttocatie
Afbeelding 1.3: situering projectlocatie tussen woonpercelen (gele vlakken)
1.3
Vigerende plannen
Ter plaatse geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied 2017', vastgesteld door de gemeenteraad van Eersel op 3 juli 2018 en het bestemmingsplan 'Buitengebied 2017, eerste herziening', vastgesteld door de gemeenteraad van Eersel op 29 januari 2019. In het bestemmingsplan 'Buitengebied 2017’ heeft de planlocatie de bestemming 'Agrarisch', deels de dubbel bestemming 'Waarde - Archeologie 4.2' en deels de dubbel bestemming 'Waarde - Archeologie 2’ alsmede de gebiedsaanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij'.
12
4 4 4 4
44
4 4-4
Erkelbes temming Agrarisch
4 4 4
4 4 4 4 4 4 İ+ 4 4
Dubbelbestemming
4 4 4 4
Waaide - Archeologie r),2
4 + 4 4 4
4 4 4
»4 4+ 4
4 + 44
4 4 4 4 4 4 4 4 4 4
4 4
4 4
4 4 4 4 4
4 4 4 4 4
4 4 4
44
4 4 4 4 4
Afbeelding 1.4: van toepassing zijnde bestemming, dubbelbestemming en gebiedsaanduiding op de planlocatie In artikel 4.93 (bestemming 'Agrarisch') van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2017' is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen naar wonen (zie hieronder), waarbij onder bepaalde voorwaarden medewerking kan worden verleend aan de bestemmingswijziging. Artikel 4.9.3 Wijziging naar wonen Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden met de aanduiding 'bouwvlak' wijzigen in Artikel 24 Wonen waarbij na bedrijfsbeëindiging de verbouw van een voormalige bedrijfswoning of (woon)boerderij voor woondoeleinden kan worden toegestaan. Een en ander mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. agrarisch hergebruik is redelijkerwijs niet mogelijk; b. de bebouwde oppervlakte van de voormalige bedrijfswoning of (woon)boerderij (inclusief de inpandige stal/het inpandig deel) mag niet worden vergroot; c. de agrarische verschijningsvorm van de voormalige boerderij mag niet worden aangetast; d. de bestaande situering van de bebouwing mag niet worden gewijzigd; e. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieuwetgeving; f. de bebouwde oppervlakte van de vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 150 m2 per woning, met dien verstande dat: 1.
een bebouwde oppervlakte van bijbehorende bouwwerken kan worden toegestaan tot een totaal maximum van 200 m2, mits wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 4.9.3 onder t. tot en met w.; 2. indien sprake is van sloop van voormalige, legale bedrijfsgebouwen elders, een bebouwde oppervlakte van bijbehorende bouwwerken kan worden toegestaan tot een totaal maximum van 250 m2 mits wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 4.9.3 onder I. tot en met o.; 3. sloop van cultuurhistorisch waardevolle panden en monumentale panden niet is toegestaan; g. uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; h. voldaan wordt aan de bepalingen bij of krachtens de Wet geluidhinder; i. er wordt voldaan aan de geurnormen krachtens de Wet geurhinder en veehouderij, dan wel krachtens
13
een op deze wet gebaseerde verordening; de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feítelijke ontsluitingssituatie; de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 4.1 omschreven waarden; de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieuwetgeving; m. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; n. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Hiertoe kan de bestemming Artikel 12 Groen - Landschappelijke inpassing worden opgenomen; o. er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. 24 augustus 2012 (Bijlage 2) of een vergelijkbaar door de gemeenteraad van Eersel vastgesteld document; p. de regels van Artikel 24 Wonen worden van overeenkomstige toepassing verklaard.
j. k. l.
Op basis van dit artikel kan de planlocatie niet gewijzigd worden, aangezien op de planlocatic geen bouwvlak van toepassing is. In het bestemmingsplan 'Buitengebied 2017, eerste herziening' is echter een nieuwe wijzigingsbevoegdheid van toepassing verklaard om de bestemming 'Agrarisch' onder voorwaarden om te zetten naar 'Wonen' (artikel 2, onder AD). Artikel 2 Toepassingsbereik De verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2017', zoals vastgesteld door de raad van de gemeente Eersel op 3 juli 2018, wordt herzien zoals aangegeven op de verbeelding van dit bestemmingsplan. Voor het overige blijft de verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2017' ongewijzigd van toepassing. De regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2017' van de gemeente Eersel, zoals vastgesteld op 3 juli 2018, worden als volgt herzien: AD Artikel49.1 'Wijziging naar Wonen' wordt als volgt aangepast: Burgemeesters en wethouders zijn bevoegd de bestemmingen 'Agrarisch', 'Agrarisch met waarden Landschappelijke waarden', 'Agrarisch met waarden - Landschappelijke en natuurlijke waarden', 'Bedrijf', 'Bedrijf - Agrarisch verwant en technisch hulpbedrijf, 'Groen - Landschappelijke inpassing', 'Groen Landschapselement', 'Horeca', 'Maatschappelijk' en 'Verkeer' te wijzigen in de bestemming 'Wonen' mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
agrarisch hergebruik is redelijkerwijs niet mogelijk; b. het (agrarisch) bedrijf dient te zijn beëindigd; c. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de omschreven waarden; d. er moet sprake zijn van een milieu hygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat; e. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; f. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende (agrarische) bedrijven, voortvloeiende uit de milieuwetgeving; g. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Hiertoe kan de bestemming Artikel 12 Groen - Landschappelijke inpassing worden opgenomen en de eventueel aangrenzende bestemming Artikel 3 Agrarisch, 4 Agrarisch met waarden - Landschappelijke waarden of Artikel 5 Agrarisch met waarden - Landschappelijke en natuurlijke waarden; h. er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesterings regeling De Kempen d.d. 24 augustus 2012 (Bijlage 2) of een vergelijkbaar door de gemeenteraad van Eersel vastgesteld document; i. bij pand met een aanduiding cultuurhistorische waarden is een advies van de monumentencommissie
14
j.
k.
* *
* *
* »
*
vereist; voor splitsing gelden de volgende voorwoorden: 1. dit is uitsluitend toegestaan bij cultuurhistorisch waardevolle panden ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden'; 2. de ínhoud van het hoofdgebouw vóór splitsing minimaal 700 m3 bedraagt; 3. de bebouwde oppen/lakte van de voormalige bedrijfswoning of (woon)boerderíj (inclusief de inpandige stal Z het inpandig deel) mag niet worden vergroot; 4. de verschijningsvorm van het pand mag niet worden aangetast; 5. de bestaande situering van de bebouwing mag niet worden gewijzigd; 6. dat het hoofdgebouw in maximaal 2 woningen wordt gesplitst; 7. er moet een onderzoek inventarisatie cultuurhistorische waarden aanwezig zijn, waarover advies is gevraagd aan de monumentencommissie; de bebouwde oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 150 m2 per woning, indien meer aanwezig is moet het meerdere gesloopt worden; 1. sloop van cultuurhistorisch waardevolle en monumentale panden is niet toegestaan, dit geldt ook voor bijbehorende bouwwerken die op basis van het onderzoek inventarisatie cultuurhistorische waarden als cultuurhistorisch waardevol worden beschouwd; hiervoor wordt een aanduiding opgenomen om de totale cultuurhistorische waarden te beschermen; 2.
er kan een bebouwde oppervlakte van bijbehorende bouwwerken worden toegestaan tot een totaal maximum van 200 m2 als er sprake is van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmìngsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. 24 augustus 2012 (Bijlage 2) of een vergelijkbaar door de gemeenteraad van Eersel vastgesteld document; 3. er kan een bebouwde oppervlakte van bijbehorende bouwwerken worden toegestaan tot een totaal maximum van 250 m2, als: er sprake is van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; er voldaan is aan de voorwaarden van de Afstemmìngsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. 24 augustus 2012 (Bijlage 2) of een vergelijkbaar door de gemeenteraad van Eersel vastgesteld document; er sprake is van sloop van voormalige, legale bedrijfsgebouwen.
Op basis van deze wijzigingsbevoegdheid is het wel toegestaan onder voorwaarden een bestemmingswijziging van 'Agrarisch' naar 'Wonen' door te voeren. Hierin wordt nader ingegaan in paragraaf 5.1.
l. 4
Bij het plan behorende stukken
Dit wijzigingsplan bestaat uit regels en een. verbeelding, met bijbehorende toelichting. Op de verbeelding is de bestemming, dubbel bestemming en gebiedsaanduiding weergegeven. In de regels staat welke juridisch-planologische regeling van toepassing is. In de toelichting wordt ingegaan op de wijzigingsvoorwaarden en de motivering c.q. uitvoerbaarheid van het plan. De verbeelding en regels vormen samen het juridisch bindende deel van het wijzigingsplan tezamen met de planregeling in het moederplan.
1.5
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op het planaanpassing (ruimtelijk en functioneel). In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het vigerende en relevante beleid ten aanzien van de planontwikkeling. Toetsing aan de omgevingsaspecten vindt plaats in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische aspecten. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt de te doorlopen procedure weergegeven.
15
16
17
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
Op de locatie plaatselijk bekend Heibloem 8-8A in Eersel en kadastraal bekend sectie M, nummer 997 zijn twee woningen gelegen. Grenzend aan deze woningen zijn gronden in gebruik behorende bij deze woningen. Deze gronden zijn kadastraal bekend als sectie M, gedeeltelijk nummer 997 en gedeeltelijk nummer 2349. Deze percelen hebben volgens het bestemmingsplan 'Buitengebied 2017' de bestemming 'Agrarisch'. Het gebruik van gronden als tuin behorende bij de woningen is niet toegestaan vanwege de agrarische bestemming. De eigenaar van beide percelen wil dat deze grond een woonbestemming krijgt overeenkomstig het gebruik sedert 1985 en aangekocht en ingeschreven bij de Kamer van koophandel als wonen, met erf en tuin. De planlocatie bestaat uit twee terreingedeelten. Het betreft een ingerichte groene tuinruimte met gazon, terras, wandelpad en tuin- en boombeplanting en een opgericht speeltoestel, dat volledig als tuin is ingericht en in gebruik is genomen. Het betreft een deel van het perceel 997, dat naar de oostzijde naar het agrarisch grasland omzoomd is met enkele hoge bomen, aan de zuidzijde is afgeschermd van de woonbebouwing Heibloem 10 met onder meer een coniferenhaag als terreinafscheiding en aan de westzijde naar de straat met een 2 tot 3 meter brede groenzone met volle boom- en struik beplanting.
Aan de noordzijde wordt dit terreingedeelte afgeschermd door de woonbebouwing Heibloem 8 en 8A met bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde en oprit. Zie afbeelding 2.1 met daarin enkelefoto's van deinrichting van dit terreingedeelte.
18
ï 7.İW
:HĩSňi
Afbeelding 2.1: foto's terreininrichting, deels perceel 997 Het tweede terreingedeelte betreft de gronden ten oosten van het hiervoor beschreven eerste terreingedeelte, gesitueerd achter de lijnvormige aanwezige boombeplanting. Dit terreingedeelte betreft een gedeelte van het perceel 2349, dat gesitueerd is parallel aan perceel 1369 dat al een woonbestemming heeft. Dit terreingedeelte bestemd als 'Agrarisch' ten behoeve van agrarisch grondgebruik, heeft een oppervlak van 946 m2. Dit terreingedeelte samen met perceel 1369 is voorzien van een lage omheining (open hekwerk) van circa 1,5 meter. Het terreingedeelte is niet meer en zal ook niet meer in gebruik worden genomen voor agrarisch grondgebruik, maar is nog niet als een volwaardige tuinzone met gazon en tuinbeplanting ingericht. Het terrein is braakliggend met niet gemaaid grasland. Zie hiervoor de foto's behorende bij afbeelding 2.2.
.'Vŵír Ŵti V
19
-wt^a
MįļtÉjlM
* j .. -,
"
1
*jįr- k
Afbeelding 2.2: foto's van terreininrichting, deels perceel 2397
20
21
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Zoals in hoofdstuk 1 is toegelicht, betreft dit wijzigingsplan een correctie van de bestemming op de planlocatie vanwege een gerechtelijke uitspraak. Rijksbeleid Er zijn géén rijksbelangen aan de orde bij de voorgestane wijziging in dit plan. Provinciaal beleid Het plangebied ligt in het buitengebied. De bestemmingswijziging pastbinnen het provinciale beleid en de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Gemeentelijke beleid Het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2017' en 'Buitengebied 2017, eerste herziening' maakt het mogelijk om de planlocatie te bestemmen tot 'Wonen'. Binnen de in het plan opgenomen contouren, zowel op de verbeelding als in de regels, kunnen de gronden uitsluitend in gebruik genomen worden voor woondoeleinden behorende bij het/de woonpercelen Heidebloem 8-8A, zonder dat er sprake kan zijn van het bouwen van een hoofdgebouw (woning) op de planlocatie. Een beleidswijziging wordt niet beoogd en wordt ook niet mogelijx gemaakt door middel van dit wijzigingsplan. Evenmin ziet de wijziging op gebruiks- en bouwmogelijkheden die nog niet zijn onderzocht c.q. onderzocht dienen te worden (zie hierna tevens hoofdstuk 4 en hoofdstuk 5). In de toelichting van dit wijzigingsplan is daarom een verdere toetsing aan het ruimtelijke beleid van het Rijk, provincie of gemeente achterwege gebleven.
Voor de relevante beleidskader wordt verwezen naar het moederplan, waar dit wijzigingsplan onderdeel van uitmaakt, na vaststelling.
22
23
Hoofdstuk 4
Milieuhygiënische en planologische aspecten
Voor wijziging van de bestemming dient te worden onderzocht of dit nadelige consequenties heeft voor de omgeving. De wijzigingsbevoegdheid is opgenomen in het bestemmingsplan 'Buitengebied 2017' voor relevante onderzoeken wordt tevens naar dit bestemmingsplan verwezen. De wijziging van de bestemming naar 'Wonen' heeft bovendien geen betrekking op het bouwen van een woning, maar op het toestaan van de gebruiksfunctie wonen op de bijbehorende gronden (erf, terrein, tuin). Op basis van deze gebruiksfunctie wijziging zijn de relevante omgevingsaspecten in dit hoofdstuk beoordeeld. Hieronder wordt kort ingegaan op de relevante, te beoordelen en/ofte onderzoeken milieuhygiënische en planologische aspecten.
4.1
Milieu
Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een toetsing plaatsvinden van de voorgenomen ontwikkelingen aan de relevante milieuaspecten, teneinde het toekomstige gebruik af te stemmen op de omgeving. In deze paragraaf worden de milieuaspecten afzonderlijk beschreven. 4.1.1 Bodemkwaliteit Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet worden beoordeeld of de bodemkwaliteit past bij deze nieuwe functie. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestanegebruiksvormen en bouwmogelijkheden. De gemeente Eers el heefteen bodemkwaliteitskaart opgesteld waaruit blijkt dat de deelgebieden Duizel, Eersel en Vessem schoon zijn. Binnen de randvoorwaarden van het bodembeheersplan kan de vrijkomende grond weer als bodem worden toegepast, zonder dat eerst een onderzoek naar de kwaliteit van de grond noodzakelijk is. Voor de locaties waar woningbouwmogelijkheden worden opgenomen en die niet voldoen aan de voorwaarden zoals hiervoor genoemd, zal een bodemonderzoek moeten worden verricht naar eventuele bodem- en/of grondwaterverontreiniging.
De initiatiefnemer van een woningbouwplan zal dan in het kader van de omgevingsvergunning voor het bouwen een onderzoek moeten verrichten naar de kwaliteit van de bodem en het grondwater. Er kan niet worden gebouwd alvorens vaststaat dat de grond in milieuhygiënisch opzicht geschikt is voor de bouw van een woning. Op de planlocatie wordt de realisatie van een milieugevoelige functie in de vorm van een woning niet mogelijk gemaakt. De planlocatie is sedert 1985 niet meer in gebruik als agrarisch grasland met eventuele bemesting en sedert de aankoop van de gronden door de huidige eigenaar in 2013 in gebruik als tuin. Er is geen aanleiding om over te gaan tot het uitvoeren van een nader onderzoek.
24
Het aspect bodemkwaliteit vormt géén planologische belemmering voor de planwijziging. Wel dient opgemerkt te worden dat in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning bij eventuele bouwactiviteiten in de toekomst, wel mogelijk zal moeten worden getoetst of de bodemkwaliteit geschikt is om te bouwen. 4.1.2
Bedrijven en milieuzonering
Om te voorkomen dat als gevolg van het plan voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten optreedt moet worden getoetst of: * de voorgenomen ontwikkeling van invloed is op omliggende milieugevoelige objecten (woningen etc.) c.q. of de voorgenomen ontwikkeling een belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende inrichtingen; * bestaande milieubelastende inrichtingen (bedrijven) van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling. * Basis voor deze toetsing vormt de handreiking "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, Den Haag, 2009), waarin richtafstanden zijn opgenomen voor diverse bedrijfstypen.
183 meter 100 meter
170 meter
Afbeelding 4.1: afstanden van omliggende bedrijven tot planlocatie Op ruime afstand van de planlocatie liggen enkele bedrijven (zie afbeelding 4.1). De agrarische veehouderijen worden daarnaast separaat beoordeeld in paragraaf 4.1.3 (Geurhinder veehouderijen). Tussen deze bedrijven en de planlocatie zijn verder burgerwoningen gesitueerd, die een beperkende factor vormen voor de bedrijfsactiviteiten van de omliggende bedrijven. De beoogde gebruiksfunctie van de planlocatie als tuinzone ligt bovendien niet binnen de richtafstanden van de omliggende industriële en agrarische bedrijven. De gebruiksfunctie wijziging
25
naar wonen heeft dan ook geen milieutechnische invloed op de omgeving. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt géén planologische belemmering voor de planwijziging. 4.1.3
Geurhinder veehouderijen
Bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij agrarische bedrijven is het aspect geurhinder van belang. Er moet worden aangetoond dat het plan geen belemmering vormt voor agrarische bedrijven en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plan. De Wet geurhinder en veehouderij (Wvg) biedt gemeenten de mogelijkheid om afwijkende geurnormen vast te stellen voor (delen van) het grondgebied. De gemeente Eersel heeftin de'Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Eersel 2015' (vastgesteld op 29 september 2015) de volgende maximale waarden vastgesteld voor de geurbelasting van een veehouderij op geurgevoelige objecten: * plangebieden voor woningbouw en industrieterrein: 3,0 ouE/m3; * buitengebied: 10,0 ouE/m3. In dit plan wordt geen geurgevoelig object mogelijk gemaakt. Bovendien zijn rondom de planlocatie woningen gesitueerd die al beperkende werking hebben naar in de omgeving aanwezige veehouderijen dieop ruime afstand (meer dan 190 meter) zijn gesitueerd. De belangen van dezein de verre omgeving gelegen veehouderijen worden, gelet op deze afstand en tussenliggende bestaande woonbebouwing niet geschaad, en anderzijds is er sprake van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de planlocatie. Bovendien gelden voor veehouderijen beperkingen, aangezien de planlocatie is gesitueerd in de 'overige zone - beperkingen voor veehouderij'.
Het aspect geurhinder veehouderijen vormt géén planologische belemmering voor het plan. 4.1.4 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op locaties waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, waardoor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit om het leven zouden kunnen komen. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet worden aangetoond dat geen nieuwe kwetsbare objecten binnen de plaatsgebonden risicocontour van 10‘6 per jaar worden gerealiseerd en moeteen eventuele toename van hetgroepsrisico verantwoord worden. De Risicokaart Nederland geeft een overzicht van de ligging van risicovolle activiteiten (inrichtingen, buisleidingen en transportroutes). Voor onderzoek naar externe veiligheid wordt verwezen naar het bestemmingsplan 'Buitengebied 2017'. In het bestemmingsplan zijn risicovolle bedrijven (waaronder mede begrepen (Bevi-inrichtingen) en transportroutes (wegen en transportleidingen) beschreven. In deze opsomming zijn aandachtspunten en bijna-aandachtspunten voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico aangegeven. In geen van deze lijsten komen transportroutes (wegen en leidingen) voor die in of rond onderhavige planlocatie liggen. Op de wegen in en rond de planlocatie zijn bovendien ook geen routeplichtige voertuigen toegestaan.
In de omgeving van de planlocatie is bovendien géén sprake van opslag van gevaarlijke stoffen en van een Ipg-vulpunt. De planlocatie is bovendien niet gelegen in een invloedsgebied van risicovolle inrichtingen, van transportroutes en van leidingen. Het aspect externe veiligheid vormt géén planologische belemmering voor wijziging van de bestemming naar 'Wonen'.
26
4.1.5
Luchtkwaliteit
Het aspect luchtkwaliteit heeft betrekking op ruimtelijke ontwikkelingen die een bijdrage leveren aan de luchtverontreiniging en op ruimtelijke ontwikkelingen die gevoelig zijn voor een slechte luchtkwaliteit. Om mensen tegen de gevolgen van luchtverontreiniging op de gezondheid te beschermen zijn in de Wet milieubeheer normen opgenomen voor bepaalde stoffen. In de praktijk blijken vooral de normen voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (N02) een rol te spelen. Daarnaast is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang aan te tonen dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. In de wet- en regelgeving over luchtkwaliteit is bepaald dat initiatieven niet behoeven te worden getoetst aan de grenswaarden uit de Wet Milieubeheer indien deze 'niet in betekende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit. In de Regeling NIBM is voor woningbouwprojecten de grens gelegd bij de realisatie van 500 woningen (bij één ontsluitingsweg). Wijziging van de bestemming naar 'Wonen' heeft geen betrekking op het bouwen van een woning, maar op het toestaan van de gebruiksfunctie wonen op de bijbehorende gronden (erf, terrein, tuin). De herbestemming van de gronden naar wonen leidt niet tot een verandering op het gebied van luchtkwaliteit. Er kan worden geconcludeerd dat de voorgestelde wijziging past binnen de wettelijke kaders.
Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve géén planologische belemmering voor het plan. 4.1.6
Geluid
Ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoen aan de regelgeving inzake geluidhinder. In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt in verkeerslawaai, industrielawaai. In de Wgh zijn normen voor maximaal toelaatbare geluidsbelasting op de (gevels van) geluidgevoelige objecten vastgelegd. In de Wet luchtvaart is de geluidsbelasting van vliegverkeerslawaai geregeld. Verkeerslawaai Indien een geluidgevoelige ontwikkeling - door de bouw van een geluidgevoelig object zoals een woning - mogelijk wordt gemaakt binnen geluidzones van wegen, zal moeten worden aangetoond dat de gevel bel a sting vanwege het wegverkeerslawaai niet zodanig is dat de in de Wet geluidhinder opgenomen voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. Is dit wel het geval, dan zal een procedure voor het vaststellen van een hogere grenswaarde gevolgd dienen te worden. In het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' is het bovendien wenselijk te onderzoeken of voorzien kan worden in een goed woon- en leefklimaat. De planlocatie is gesitueerd aan de Heibloem, een gezoneerde weg volgens de Wet geluidhinder, aangezien het een erftoegangsweg is buiten de bebouwde kom met een maximum snelheid regime van 60 km/u-zone.
De wijziging van de bestemming naar 'Wonen' heeft geen betrekking op het bouwen van een woning (uitdrukkelijk niet toegestaan), maar op het toestaan van de gebruiksfunctie wonen op de bijbehorende gronden als erf, terrein, tuin. Hiervoor hoeft geen akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai te worden uitgevoerd volgens de Wet geluidhinder. De situering van de tuinzone is vergelijkbaar met de tuinen van de naastliggende percelen. Bovendien is de verkeersintensiteit ter plaatse laag en is er sprake van een aanvaardbaar leefklimaat in de tuinzone op de planlocatie. Industrielawaai De planlocatie ligt niet binnen een geluidszone van industrielawaai. Er is geen nader akoestisch onderzoek naar het industrielawaai nodig.
27
Spoorverkeer lawaai De planlocatie ligt niet binnen een geluidszone van spoorverkeer lawaai. Er is geen nader akoestisch onderzoek naar het spoorverkeer lawaai nodig. Vliegverkeerslawaai De planlocatie ligt op een afstand ruime afstand van de start- en landingsbaan van Eindhoven Airport en ligt tevens buiten de 35 KE-geluidcontour. Nader onderzoek naar het vliegverkeerslawaai is daarom niet noodzakelijk.
4.2
Waarden
4.2.1
Archeologie
Conform het bepaalde in artikel 38a van de Monumentenwet 1988 moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten. De gemeente Eersel heeft eigen archeologiebeleid vastgesteld. Op de archeologische beleidskaart, die deel uitmaakt van het erfgoedplan, zijn de archeologische (verwachtings)waarden voor het hele gemeentelijk grondgebied in beeld gebracht. Zie hieronder een uitsnede van de beleidskaart in afbeelding 4.2.
•sVV'V 'éŕr
m C Yr ,
7
msnwiwn)
mm CataBW* 1 'jrrr «rciMnifcįrKň* «wilt Hl Cattjew 3 ryvf nog* •ŵhM' » T-ţ* VU)» iirv*Kt*nţ} Cjtf» jľîw -í í.Vtwl xsf ĮiŴO»gmQįf CBUXļtit» ż- '3CtSsi aįí* JDT* ttfrong
ĒE . t.VWdu
OMngtwe ĩ o»o*ü îtřöer ļfcrvw.H*ļļŕíí-vs w •scjäto
Afbeelding 4.2: uitsnede uit archeologische beleidskaart
ŴJļŵť»?
28
Op de daarbij behorende archeologische beleidskaart is de planlocatie deels aangeduid als 'categorie 4: Gebied meteen hoge verwachting', en deels als 'categorie 2: gebied van archeologische waarde'. Het archeologiebeleid is overgenomen in het bestemmingsplan 'Buitengebied 2017' door op de planlocatie deels de dubbel bestemming 'Waarde - Archeologie 4.1' en deels de dubbel bestemming 'Waarde - Archeologie 2' van toepassing te verklaren. De planwijziging omvat geen nieuwe bouwwerkzaamheden of andere bodemingrepen. Er is derhalve geen archeologisch onderzoek nodig ten behoeve van de uitvoerbaarheid van de planwijziging. Omdat op basis van planregeling volgens het wijzigingsplan wel bouwwerkzaamheden en bodemingrepen kunnen worden uitgevoerd is een blijvende bescherming van archeologische waarden noodzakelijk. Derhalve is de dubbel bestemming 'Waarde - Archeologie 4.1' en 'Waarde - Archeologie 2' op de planlocatiegehandhaafd en overgenomen in voorliggend wijzigingsplan. Het aspect archeologie vormt géén planologische belemmering voor de planwijziging. 4.2.2
Cultuurhistorie
Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. De Heibloem is op de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart aangewezen als een lijnobject met een redelijk hoge historisch-geografische waarde met waardevolle boombeplanting. Op de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart wordt de weg Heibloem ook aangemerkt als een redelijke hoge historische geografische lijn en Heibloem 8 (T-Boerderij uit 1910) als een object met een hoge cultuurhistorische waarde.
Afbeelding 4.3; uitsnede uit cultuurhistorische waardenkaart (bron: Erfgoedkaart Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant)
29
Het plan leidt niet tot een aantasting van de straat en de aanwezige laanbeplanting. Er is bovendien geen sprake van een cultuurhistorisch waardevol object danwel cultuurhistorisch waardevol perceel.
4.3
Natuur, flora en fauna
Ten behoeve van de bescherming van waardevol Ie natuurgebieden en zeldzame of kwetsbare planten en dieren is de Wet natuurbescherming van toepassing. Gebiedsbescherming De planlocatie ligt niet binnen een beschermd gebied, zoals opgenomen in Natura 2000-gebieden en de ecologische hoofdstructuur. De Wet Natuurbescherming kent tevens een zogenaamde 'externe werking', wat betekent dat ook projecten buiten Natura 2000-gebieden vergunningplichtig kunnen zijn wanneer zij een negatief effect hebben op deze gebieden. Gezien de aard en de beperkte omvang van het plan, en de afstand (circa 2 kilometer) tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Kempenland-West) is het uitgesloten dat het plan negatieve effecten heeft op natuurgebieden. Soortenbescherming Het gaat onder meer om soorten die in Nederland, maar ook in Europa in hun voortbestaan worden bedreigd. De Wet natuurbescherming heeft voor soorten drie verschillende beschermingsregimes: - Vogels (paragraaf 3.1 Wnb): Het gaat hier om alle inheemse vogels in hun natuurlijk verspreidingsgebied. Ze zijn beschermd via de Vogelrichtlijn. In Nederland gaat het om alle soorten die als broedvogel, standvogel, wintergast, dwaalgast of doortrekker aanwezig kunnen zijn. - Dieren en planten (paragraaf 3.2 Wnb): Het gaat hier om alle inheemse dieren en planten. Ze zijn beschermd via de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn.
- Andere (nationale) soorten (paragraaf 3.3 Wnb): Het gaat hier om soorten die niet onder de reikwijdte van de Vogel- of Habitatrichtlijn vallen. Deze soorten zijn wel nationaal beschermd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing, vergunning of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. De bepalingen zijn gericht op de bescherming van individuele planten en dieren. Bij de beoordeling van effecten van de ingreep op beschermde soorten wordt gekeken naar de gevolgen voor de instandhouding van de populatie van de betrokken soort. De Wet natuurbescherming bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Daarnaast voorziet de wet in strikte verboden die gelden voor aangewezen beschermde inheemse diersoorten, waaronder alle van nature in Nederland voorkomende soorten vogels. De wet werkt volgens het 'nee-tenzij' principe ten aanzien van beschermde inheemse soorten: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt Gezien de huidige gebruiksfunctie van de gronden, de besta andefeitelijke inrichting en de planologisch toekomstige gebruiksfunctie (tuin, erf, gazon) met de daarop af te stemmen tuininrichting, zal er geen sprake zijn van bepaalde handelingen of activiteiten waardoor schade ontstaat of zal ontstaan aan te beschermde soorten.
De bestaande boombeplanting wordt niet verwijderd en het zuidelijk deel zal de planlocatie zal met onder meer nieuwe tuinbeplanting heringericht worden aan de randzone. Wel dient bij uitvoering van bouwactiviteiten en gebruiksactiviteiten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden.
30
Het aspect flora en fauna vormt géén planologische belemmering voor het plan.
4.4
Kabels en leidingen
Op de planlocatie en of directe nabijheid van de planlocatie liggen geen planologisch relevante leidingen, meteen daarbij behorende beschermingszone, die van invloed (kunnen) zijn op onderhavige planwijziging.
4.5
Water
De planlocatie ligt binnen het beheergebied van Waterschap De Dommel. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een project. De planwijziging heeft geen effect op de waterhuishoudkundige situatie op de planlocatie. Er wordt geen bebouwing en/of verharding gerealiseerd waarbij sprake is van afvoer van afvalwater naar een riolering. Hemelwater infiltreert direct in de tuinzone. De waterhuishoudkundige situatie blijft onveranderd op de planlocatie. Bij het aanbrengen van extra verharding op het terreingedeelte moet rekening gehouden worden met voldoende infiltratie en/of bergingsmogelijkheden op het terrein overeenkomstig het gemeentelijk beleid en de Keur van het Waterschap. Het plan omvat geen ontwikkelingen die een negatief effect hebben op de grondwaterkwaliteit en de waterhuishoudkundige situatie.
31
Hoofdstuk 5
5.1
Juridische aspecten
Toetsing aan de wijzigingsregels
Voorliggend wijzigingsplan is het resultaat van het toepassen van een wijzigingsbevoegdheid ex artikel 3.6 Wro, zoals die is opgenomen in het bestemmingsplan 'Buitengebied 2017, eerste herziening', vastgesteld door de gemeenteraad van Eersel op 29 januari 2019. Bij het opstellen van een wijzigingsplan dient het college van burgemeester en wethouders zich te houden aan de door de raad vastgestelde regels en de daarin opgenomen voorwaarden. Artikel 49.1 (Bestemmingsplan 'Buitengebied 2017, eerste herziening') Burgemeesters en wethouders zijn bevoegd de bestemmingen 'Agrarisch', 'Agrarisch met waarden Landschappelijke waarden', 'Agrarisch met waarden - Landschappelijke en natuurlijke waarden', 'Bedrijf, 'Bedrijf - Agrarisch verwant en technisch hulpbedrijf, 'Groen - Landschappelijke inpassing', 'Groen - Landschapselement', 'Horeca', 'Maatschappelijk' en 'Verkeer' te wijzigen in de bestemming 'Wonen' mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. agrarisch hergebruik is redelijkerwijs niet mogelijk; (de gronden zijn afgescheiden door een terreinafscheiding, ingericht en in gebruik als tuin) b. het (agrarisch) bedrijf dient te zijn beëindigd; (er is geen agrarisch bedrijf actief op de planlocatie) c. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de omschreven waarden; (er is geen sprake van een aantasting c.q.
onevenredige aantasting van omschreven waarden) d. er moet sprake zijn van een milieu hygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat; (er is sprake van een milieu hygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat) e. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; (er is geen sprake van een aantasting c.q. onevenredige aantasting van het woon- en leefmilieu en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende woonpercelen worden niet onevenredig beperkt) f. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende (agrarische) bedrijven, voortvloeiende uit de milieuwetgeving; (er is geen sprake van belemmeringen c.q. extra belemmeringen voor omliggende bedrijven in de omgeving. Zie tevens hoofdstuk 4) g. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing.
Hiertoe kan de bestemming Artikel 12 Groen - Landschappelijke inpassing worden opqenomen en de eventueel aangrenzende bestemming Artikel 3 Agrarisch, 4 Agrarisch met waarden - Landschappelijke waarden of Artikel 5 Agrarisch met waarden - Landschappelijke en natuurlijke waarden; (de percelen zijn landschappelijk ingepast in de bestaande situatie aan de voorkant, zijkanten en deels achterzijde, het achterste gedeelte van het perceel zal na wijziging tot woonbestemming voorzien worden van tuinbeplanting. Zie hiervoor tevens hoofdstuk 2 met daarin opgenomen foto's van de bestaande situatie. De landschappelijk inpassing (aanleg en instandhouding) wordt gewaarborgd in de
32
plan regels via een aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landschappelijke inpassing' gekoppeld aan specifiek toegesneden planregels. Deze regels sluiten beter aan bij de bestaande en beoogde situatie dan de planregeling volgens artikel 'Groen - landschappelijke inpassing') h. er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. 24 augustus 2012 (Bijlage 2) of een vergelijkbaar door de gemeenteraad van Eersel vastgesteld document; (zie hieronder afzonderlijk de verantwoording m.b.t. landschapsinvesteringsregeling/landschappelijke inpassing) i.
bij pand met een aanduiding cultuurhistorische waarden is een advies van de monumentencommissie vereist; (is niet van toepassing) j. voor splitsing gelden de volgende voorwaarden: 1. dit is uitsluitend toegestaan bij cultuurhistorisch waardevolle panden ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden'; 2. de ínhoud van het hoofdgebouw vóór splitsing minimaal 700 m3 bedraagt; 3. de bebouwde oppervlakte van de voormalige bedrijfswoning of (woon)boerderij (inclusief de inpandige stal I het inpandig deel) mag niet worden vergroot; 4. de verschijningsvorm van het pand mag niet worden aangetast; 5. de bestaande situering van de bebouwing mag niet worden gewijzigd; 6. dat het hoofdgebouw in maximaal 2 woningen wordt gesplitst; er moet een onderzoek inventarisatie cultuurhistorische waarden aanwezig zijn, waarover advies is gevraagd aan de mon umentencommi s s i e; (van splitsing is geen sprake) k. de bebouwde oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 150 m2 per woning, indien meer aanwezig is moet het meerdere gesloopt worden; l.
sloop van cultuurhistorisch waardevolle en monumentale panden is niet toegestaan, * dit geldt ook voor bijbehorende bouwwerken die op basis van het onderzoek inventarisatie cultuurhistorische waarden als cultuurhistorisch waardevol worden beschouwd; * hiervoor wordt een aanduiding opgenomen om de totale cultuurhistorische waarden te beschermen; 2. er kan een bebouwde oppervlakte van bijbehorende bouwwerken worden toegestaan tot een totaal maximum van 200 m2, als » er sprake is van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; * er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschaps investeringsregeling De Kempen d.d. 24 augustus 2012 (Bijlage 2) of een vergelijkbaar door de gemeenteraad van Eersel vastgesteld document; 3. er kan een bebouwde oppervlakte van bijbehorende bouwwerken worden toegestaan tot een totaal maximum van 250 m2, als: * er sprake is van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; * er voldaan is aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. 24 augustus 2012 (Bijlage 2) of een vergelijkbaar door de gemeenteraad van Eersel vastgesteld document; * er sprake is van sloop van voormalige, legale bedrijfsgebouwen. (er wordt voldaan aan de bovengenoemde voorwaarde, voor zover van toepassing).
Landschapsinvesteringsregeling Niet alle ontwikkelingen hebben een even grote negatieve impact op de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Bovendien is een onderscheid te maken tussen ontwikkelingen die echt thuishoren in het buitengebied en ontwikkelingen die dat minder doen. De impact wordt onder meer bepaald door: » de omvang van de ontwikkeling (is daarvoor vergroting bestemmingsvlak of bouwvlak nodig); * is er sprake van nieuw ruimtebeslag of wordt er gebruik gemaakt van bestaande bebouwing; » de aard van de locatie en de omgeving; * de aard van de ontwikkeling en de mogelijke hinder voor de omgeving (verkeersaantrekkende
33
* *
werking, geluid, milieucategorie); betreft het een (traditioneel) gebiedseigen of gebiedsvreemde ontwikkeling; de "gewenstheid" van een ontwikkeling vanuit een (sectorale) beleidswens.
Onderhavige planwijziging kan aangemerkt worden als een ruimtelijke ontwikkeling die een (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap vereist. De planontwikkeling heeft betrekking op vergroting van het bestemmingsvlak wonen met meer dan 1.000 m2, te weten 1.533 m2. De ontwikkeling dient daarmee formeel als een categorie 2 ontwikkeling te worden aangemerkt De planlocatie bestaat uit twee delen die ruimtelijk omgevormd worden tot wonen. Het betreft een terreininrichting die in de bestaande situatie al voldoende landschappelijke inpassingskwaliteit met zich meebrengt. Het betreft een deel van het perceel 997, dat in de bestaande situatie al ingericht is als tuinzone met aan de randen tuin- en boombeplanting. Aan de voorzijde van dit perceel gedeelte bevindt zich een 2 meter brede groenzone (met dichte struik en boombeplanting) meteen open erfafscheiding van 1 meter hoogte. Zie hieronder afbeelding 5.1.
.
i J..
ì rrett»
beprlant r «Ftjcc«
1 ftyt-tei hiţįt ùpen Tftataiwiiĥt -
Afbeelding 5.1: foto van terreingedeelte perceel 997 met dichte struik- en boombeplating aan wegzijde Heibloem Aan de achterzijde van dit perceelsgedeelte is een rij bomen aanwezig in een 1,5 meter brede zone die het landschappelijk beeld bepaald. Deze bomenrij blijft behouden. Zie hieronder afbeelding 5.2.
34
.i įí
1,5 meter brede open strook met boombeplanting
■» i»
Afbeelding 5.2: foto van terreingedeelte perceel 997, met bomenrij aan de oostzijde Daarnaast betreft het om te vormen tweede terreingedeelte, achter deze bomenrij gesitueerd, een deel van perceel nummer 2349, dat nog niet de bestemming 'Wonen' heeft. Dit om te vormen terreingedeelte, braakliggend, wel al omheint maar nog niet echt ingericht als een groene tuinzone met gazon en tuin en boombeplanting, bedraagt minder dan 1.000 m2, te weten 946 m2. Dit terreingedeelte zal na de bestemmings wij zing ingericht worden als tuin met aan de buitenrand een 2 meter brede tuin- en boombepl anting met een open erfafscheiding van 1 meter hoogte. Zie hieronder afbeelding 5.3.
35
I
In te rkhten 2 meter tuin- en bepiantingsstrock
r'v'-at
Afbeelding 5.3: foto's van terreininrichting, deels perceel 2397 Conclusie: Samenvattend kan worden gesteld dat aan alle voorwaarden voor de wijziging wordt voldaan.
5.2
Juridische planopzet
Plan vorm Dit wijzigingsplan vormt geen zelfstandig plan, maar maakt onderdeel uit van het moederplan 'Buitengebied 2017'. Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) Dit wijzigingsplan is opgezet conform de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. SVBP2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en Bro moeten worden gemaakt. Hiervoor bevat de SVBP standaarden voor de opbouw en de verbeelding van bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. Plannen zijn hierdoor op vergelijkbare wijze opgebouwd en op eenzelfde manier verbeeld. Planopzet Dit wijzigingsplan sluit qua planopzet aan op het onderliggende bestemmingsplan. Alleen daar waar een aanpassing noodzakelijk is gebleken wordt het plan herzien door middel van dit wijzigingsplan. De gronden gelegen binnen het plangebied, zoals aangeduid op de verbeelding van dit wijzigingsplan, krijgen de bestemming 'Wonen'. De dubbel bestemmingen 'Waarde - Archeologie 2', 'Waarde Archeologie 4.2' en de gebiedsaanduiding 'overige zone'- beperkingen veehouderij' worden onverkort gehandhaafd. Ter voorkoming dat op de gronden woningen (hoofdgebouwen) worden gebouwd is op de verbeelding
36
tevens de aanduiding 'wonen uitgesloten opgenomen overeenkomstig artikel 24.1.2, sub c, onder 2 van het moederplan "In afwijking van het bepaalde onder 1. geldt ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten' dat er geen woning is toegestaan." Tevens is de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - landschappelijke inpassing' opgenomen, ten behoeve van de aanleg en instandhouding van een landschappelijke inpassing, bestaande uit een beplantingsstrook met (dichte) struik- en boombeplanting van voornamelijk streekeigen soorten en eventueel bouwwerken, geen gebouwen zijnde in de vorm van een open erf- of terreinafscheiding tot ten hoogste 1 meter.
Plangebied
I » , I^ Enkdbesteninirvgen
Dubbdbestem.rrungen ĮjfgHřįj - Areh*oo}* 4.2
Gebiedsaa ndukdingen Functieaanduidingen j «on*r
ľ'
■h * -t- * i ŴŔ-A-2
- +H ì
WR-A-4.2
AH
Gemeente Eersel Heibloem 8-8A Wijzigingsplan Sf(*en VrrrniM
lomsu A3 lí 00 1/1
M
K I'jivde HUMCO.fmí-W
Rhn
«nŗesrto
—
lectif-iwtrrîtľ-CW
irti mi
*
ļ
Afbeelding 5.3: analoge verbeelding behorende bij het wijzigingsplan Heibloem 8-8A Planregels De planregels van dit wijzigingsplan zijn identiek aan de planregels van het moederplan. De regels uit het bestemmingsplan 'Buitengebied 2017" en Buitengebied 2017, eerste herziening' zijn, voor zover relevant, van toepassing verklaard. Deze regels ten aanzien van de bestemming en dubbelbestemmingen zijn als bijlagen bij de regels bij het wijzigingsplan gevoegd. Volledigheidshalve is de planregeling ook hieronder in de toelichting overgenomen. De regels zijn als volgt opgebouwd: » inleidende regels; * bestemmingsregels; * overga ngs - en s I otregel s. Artikel 1 Begripsbepalingen In dit artikel worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard om verschillen in interpretatie te voorkomen. Artikel 2 Toepassingsbereik In dit artikel wordt aangegeven welke (dubbel)bestemming(en) en daaraan verbonden planregels van
37
toepassing wordt verklaard op de planlocatie. Artikel 3 Wonen (aanvulling) Ter aanvulling van de bestemming 'Wonen' is op de planlocatie aangegeven, dat het niet toegestaan is een woning (hoofdgebouw) te bouwen door de functieaanduiding 'wonen uitgesloten' op te nemen, overeenkomstig de planregeling in het bestemmingsplan 'Buitengebied 2017'. Artikel 4 Overgangsrecht In deze bepaling is vorm en ínhoud gegeven aan het overgangsrecht overeenkomstig artikel 3.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Artikel 5 Slotregel Als laatste is de slotregel opgenomen. Deze bepaling omschrijft de titel van het plan.
38
tt
39
Hoofdstuk 6
6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
In de Wet ruimtelijke ordening zijn regels opgenomen over de grondexploitatie. Deze regels verplichten tot kostenverhaal door de gemeente. De gemeente legt dit kostenverhaal vast in een exploitatieplan. Kostenverhaal is aan de orde en dient te worden verzekerd indien op grond van een bestemmingsplan rechtstreeks nieuwe bouwplannen (als genoemd in artikel 6.2.1 Bro) mogelijk worden gemaakt (artikel 6.2.3 t/m 6.2.5 Bro). In het voorliggende plan is er op basis van artikel 6.2.1 Bro sprake van zeer beperkte bouwmogelijkheden (uitsluitend beperkt bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde op het woonperceel). In beginsel hoeft daarom geen kostenverhaal plaats te vinden. In de Wro is tevens opgenomen, dat kan worden afgeweken van de verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over dein het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is. De kosten die voortvloeien uit het plan zijn voor rekening en risico van initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer, waarvoor een overeenkomst wordt afgesloten (planschadeverhaals- overeenkomst) met de gemeente. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond.
Deze wijziging doet bovendien niets af aan de economische uitvoerbaarheid zoals beschreven in het moederplan.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het plan maatschappelijk draagvlak heeft. Voorliggend wijzigingsplan voorziet in reparatie van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2017' van de gemeente Eersel naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State en bevat zeer beperkte bouwmogelijkheden. Wettelijk vooroverleg en inspraak wordt in deze situatie niet noodzakelijk geacht.
40
41
Hoofdstuk 7
Procedure
De vaststel lings procedure van het wijzigingsplan vindt plaats volgens artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening. Het wijzigingsplan wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken tegen het plan. De eventueel ingebrachte zienswijzen worden behandeld in de zienswijzenota. De eventuele wijzigingen t.o.v. het ontwerp zullen hierin worden verwoord. Na vaststelling door het college van burgemeester en wethouders van Eersel wordt het wijzigingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan er beroep worden ingesteld tegen de eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
42
43
Regels
44
45
Hoofdstuk 1
Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.2 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.3
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.4 plan Het wijzigingsplan 'Heibloem 8-8A', met identificatienummer NLIMRO.0770.WPBheibloem-ONT van de gemeente Eersel.
46
m
47
Hoofdstuk 2
Artikel 2 2.1
Bestemmingsregels
Toepassingsbereik
Toepassingsverklaring verbeelding
Dit plan wijzigt de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan "Buitengebied 2017" (NL.IMR0.0770.BPB20170049-VAS1) van de gemeente Eersel, zoals vastgesteld op 3 juli 2018, overeenkomstig de wijze, zoals vervat in de verbeelding behorende bij onderhavig wijzigingsplan. Voor het overige blijft de verbeelding van het bestemmingsplan "Buitengebied 2017" ongewijzigd van toepassing. 2.2
Toepassingsverklaring regels
Op dit plan zijn de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2017" (NLIMR0.0770.BPB20170049-VAS1 van de gemeente Eersel, zoals vastgesteld op 3 juli 2018, alsmede die van het bestemmingsplan "Buitengebied, eerste herziening" (NLIMR0.0770.BPB20171h0063-VAST), zoals vastgesteld op 29 januari 2019, voor zover relevant van toepassing, met dien verstande dat tevens dient te worden voldaan aan de regeling zoals opgenomen in artikel 3.1.
48
Artikel 3
Wonen (aanvulling)
Aanvullende regeling bij bestemming 'Wonen': 3.1 Aanvullende bestemmingsomschrijving De voor "Wonen" aangewezen gronden zijn, ter plaatse van: a. de functieaanduiding 'wonen uitgesloten', bestemd voor woondoeleinden zonder hoofdgebouw, met de daarbij behorende voorzieningen en bouwwerken als opgenomen in artikel 24.1 van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2017' als bedoeld in artikel 2.2; b. de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - landschappelijke inpassing', bestemd voor de aanleg en instandhouding van een landschappelijke inpassing, bestaande uit een beplantingsstrook met (dichte) struik- en boombeplanting van voornamelijk streekeigen soorten en uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde in de vorm van een open erf- of terreinafscheiding tot ten hoogste 1 meter.
49
Hoofdstuk 3
Artikel 4 4.1 a.
b.
c.
4.2 a. b.
c.
d.
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de ínhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 1096. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
50
Artikel 5
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als 'Regels van het wijzigingsplan 'Heibloem 8-8A'.
Bijlage bij regels
52
Bijlage 1
Art. 24 - Wonen-Buitengebied 2017
25-2-2021
Buitengebied 2017
Artikel 24 Wonen 24.1 Bestemmingsomschrijving 24.1.1 Algemeen
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, al dan niet in combinatie met aan huis verbonden beroepen en/of mantelzorg; b. recreatieve voorzieningen in de vorm van kleinschalig kamperen of bed & breakfast; c. ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' het behoud, beheer en/of herstel van de cultuurhistorisch waardevolle (woon)boerderijen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. ter plaatse van de aanduiding 'tennisbaan' is een tennisbaan toegestaan; een en ander met de bijbehorende voorzieningen, zoals tuinen en erven en overeenkomstig de in 24.1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemming. 24.1.2 Nadere detaillering van de bestemming
In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 24.1.1: a Nīet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit
In een woning en bijbehorende bouwwerken mag ook een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit worden uitgeoefend als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: 1. De omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 400Zo van de gezamenlijke
vloeroppervlakte van de woonbebouwing tot een maximum van 150 m2. 2. De bed&breakfast mag bestaan uit maximaal twee kamers met elk maximaal 2 bedden.