[21.06530] - Voorjaarsnota 2022-2025
Tekst van het document
VOORJAARSNOTA 2022-2025
21.06530
2
Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4. 5.
Inleiding ...................................................................................................................................... 5 Actueel financieel beeld 2022-2025 ........................................................................................... 7 Structurele gevolgen jaarrekening 2020 ..................................................................................... 7 Eerste bestuursrapportage 2021 ................................................................................................ 7 Geactualiseerd financieel beeld 2022-2025 ............................................................................... 8 5.1. De ‘meicirculaire 2021’ ....................................................................................................... 8 5.2. Herijking gemeentefonds ................................................................................................... 8 5.3. “Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten” (GRSK) en de Veiligheidsregio (VRBZO) .......................................................................................................... 8 5.4. Participatiebedrijf Kempenplus .......................................................................................... 9 5.5. Indexering versus dekking ................................................................................................. 9 5.6.
Verhoging storting bestemmingsreserve rehabilitatie wegen ............................................ 9 5.7. Formatie uitbreiding team Ruimte ...................................................................................... 9 5.8. Vereenvoudiging begroting naar aanleiding van evaluatie P&C cyclus .......................... 10 5.9. Resumé paragrafen 3, 4 en 5 .......................................................................................... 10 5.10. Bijstellingen begrotingsproces ......................................................................................... 10 6. Nieuwe ontwikkelingen in 2022 en volgende jaren in de exploitatie ........................................ 11 6.1.1. Noodzakelijke uitgaven (A-prioriteiten) ..................................................................... 11 6.1.2. Investeringswensen met een hoge prioriteit (B-prioriteiten) ...................................... 11 6.1.3. Overige uitgaven en investeringswensen met daaruit vloeiende kapitaallasten (Cprioriteiten) ................................................................................................................................ 12 6.2 Specifieke onderwerpen .................................................................................................. 13 7.
Actueel beeld beschikbare reserves 2021 t/m 2025 ................................................................ 15 7.1. Algemene reserve ............................................................................................................ 15 8. Nieuwe ontwikkelingen in 2022 en volgende jaren in de investeringen ................................... 16 9. Risicoparagraaf......................................................................................................................... 17 BIJLAGE A1 ...................................................................................................................................... 19 Uitgangspunten voorjaarsnota / begroting 2022-2025 ...................................................................... 19 BIJLAGE A2 ...................................................................................................................................... 22 Indicatoren en normen met ingang van 1 januari 2022 ..................................................................... 22 BIJLAGE B ........................................................................................................................................ 28 Prioritering bij investeringen .............................................................................................................. 28 BIJLAGE C.1.
.................................................................................................................................... 29 Totaaloverzicht exploitatie lasten en baten (inclusief prioritering) .................................................... 29 BIJLAGE C.2. .................................................................................................................................... 31 Formats exploitatie 2022-2025 (A, B en C prioritering) ..................................................................... 31 BIJLAGE D.1. .................................................................................................................................... 45 Totaaloverzicht investeringen 2022-2025 (A, B en C prioritering) .................................................... 45 BIJLAGE D.2. .................................................................................................................................... 52 Formats investeringen 2022-2025 (A, B en C prioritering) ............................................................... 52
3
4
1.
Inleiding
In de Financiële Verordening gemeente Eersel is voorgeschreven dat het college de raad jaarlijks een voorjaarsnota aanbiedt met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. Tevens worden hierin de structurele afwijkingen uit de eerste bestuursrapportage van het lopend jaar opgenomen. De voorliggende nota geeft een actueel beeld van de financiële positie van de gemeente Eersel en geeft een voorzet om te komen tot een kaderstelling voor de begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025. Voor wat betreft de meerjarenbegroting is een van de vereisten dat de eerste of de laatste (=vierde) jaarschijf financieel sluitend zijn. Voor een kadernota als de voorjaarsnota geldt deze vereiste niet. Deze kaderstelling is richtinggevend voor het college bij de samenstelling van de begroting 2022-2025. De voorjaarsnota bevat jaarlijks een actualisatie van het bestaand beleid en voorstellen voor nieuw beleid. Ook deze voorjaarsnota 2022-2025 zal moeten leiden tot een richtinggevende bestuurlijke discussie, waarin de keuzemogelijkheden worden geduid. Voorheen werd er in het voorjaar separaat een notitie “Uitgangspunten voorjaarsnota” in de raad gebracht. Vanaf dit jaar hebben we dit geïntegreerd in de voorjaarsnota 2022-2025.
Wij stellen u voor aan de hand van deze voorjaarsnota keuzes te maken voor zowel de exploitatie als de investeringen. Op basis van deze prioritering zal het college vervolgens de begroting 20222025 opstellen.
5
6
2.
Actueel financieel beeld 2022-2025
De structurele saldi van de meerjarenbegroting 2021-2024 bedroegen € 105.829,-- positief (2022) en het negatieve saldi van de laatste jaarschijf (2024) bedroeg € 276.086,-- negatief. Dit is inclusief een aangenomen amendement en een correctie bij de GRSK. Na het vaststellen van de begroting 2021-2024 zijn er eind 2020/begin 2021 (tot en met mei 2021) de volgende begrotingswijzigingen geweest met exploitatiegevolgen voor de jaren 2022-2025. Ook hebben we weer een inschatting gemaakt voor de inwoners, woonruimten en is het rentepercentage bijgesteld / actualisatie financieel beleid (zie bijlage A). Zie onderstaande tabel:
Saldi meerjarenbegroting ná 1e begrotingswijziging 2021 Beleidsplan bos- en natuurterreinen 2021-2030 (4e begrotingswijziging 2021) Raadsvoorstel Stokkelen (12e begrotingswijziging 2021) Effect inwoners, woonruimte en rente (zie bijlage A) Saldi exploitatie ná mutaties (vertrekpunt voorjaarsnota 2022-2025)
3.
2022
2023
2024
2025
105.829
-219.930
-276.086
-276.086
-15.000
-31.000
-31.000
-31.000
-38.857
-38.484
-38.110
-38.110
376.000
382.000
388.000
410.000
427.972
92.586
42.804
64.304
Structurele gevolgen jaarrekening 2020
De jaarrekening 2020 sluit met een (voorlopig) batig saldo van € 1.646.532,-- (exclusief bouwgrondexploitatie en onder voorbehoud in verband met mogelijke wijzigingen vanuit het sociaal domein en de accountantscontrole1. In het concept-raadsvoorstel tot vaststelling van de jaarrekening 2020 wordt een voorstel gedaan voor resultaatbestemming. Voor het resterende saldo na resultaatbestemming van € 3.194.155,--. wordt een toevoeging aan de algemene reserve voorgesteld (inclusief o.a. afroming algemene reserve bouwgrondexploitatie). Tevens wordt bij de jaarrekening, als gevolg van de actualisatie van het financieel beleid (raad 23 februari 2021), voorgesteld enkele (bestemmings)reserves (inclusief algemene reserve minimum) op te heffen en het saldo groot € 5.227.840,-- eveneens toe te voegen aan de algemene reserve. De totale toevoeging aan de algemene reserve bedraagt € 8.421.995,--. 4.
Eerste bestuursrapportage 2021
In de eerste bestuursrapportage 2021 zijn diverse budgetbijstellingen opgenomen. Diverse bijstellingen hebben een structureel karakter en werken dus door naar de jaren 2022 en volgende. Voor een gedetailleerde toelichting wordt op deze plaats verwezen naar het afzonderlijk raadsvoorstel “Eerste bestuursrapportage januari tot en met april 2021” (raad 6 juli 2021). Het vervolg van deze nota houdt met de structurele effecten voor de jaren 2022-2025 rekening.
1 Structurele effecten vanuit de jaarrekening 2020 worden via de 1 e bestuursrapportage 2021 mee-
genomen in het meerjarenperspectief. 7
5.
Geactualiseerd financieel beeld 2022-2025
5.1.
De ‘meicirculaire 2021’
Voorgesteld wordt om – in afwachting van de meicirculaire 2021 – vooralsnog de gevolgen van de meicirculaire in onderstaande tabel als “PM” op te nemen. Na het verschijnen van de meicirculaire zullen - zoals gebruikelijk – de financiële gevolgen van deze circulaire in beeld worden gebracht. 5.2.
Herijking gemeentefonds
Zoals u via berichtgeving vanuit de VNG al weet, komt er een herziening van het totale gemeentefonds waarvan de ingangsdatum inmiddels is verschoven naar 2023. Op dit moment is er een voorlopige indicatie van het herverdeeleffect per gemeente verstrekt, voor Eersel een nadeel van € 54,-per inwoner, hetgeen totaal een nadeel is van ruim 1 miljoen per jaar. Begin februari heeft het ministerie van binnenlandse zaken een adviesaanvraag ingediend bij de raad voor het openbaar bestuur (ROB). Inmiddels heeft de raad laten weten inzicht te willen in de inhoudelijke onderbouwing van de uitkomsten van de verdeling. Ook moet een aantal vragen eerst worden beantwoord waarbij de raad niet uitsluit dat er nog meer vragen kunnen volgen. De fondsbeheerders hebben begin april in een brief aan de tweede kamer laten weten dat zij verwachten begin juni met een aangepast verdeelvoorstel herijking gemeentefonds te komen. De vertraging betekent dat de geplande bestuurlijke consulatie van gemeenten doorschuift. Het is nu de verwachting dat deze vlak vóór of vlak ná de zomer zal zijn. De VNG-commissie Financiën heeft aangegeven in dit proces zorgvuldigheid te verkiezen boven snelheid. Gelet op de omvang van het voorlopige tekort wordt voorgesteld om in het proces van de voorjaarsnota 2022-2025 vooralsnog rekening te houden met 50% van de voorlopige uitkomsten van de herijking van het gemeentefonds.
Rekening houdende met een vastgesteld maximaal nadeel van € 15,-- per inwoner per jaar betekent dit dat een stelpost zal worden opgevoerd in 2023 van (afgerond) € 300.000,-- en voor 2024 en 2025 van € 530.000,--. 5.3.
“Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten” (GRSK) en de Veiligheidsregio (VRBZO)
De kadernota 2022 van de GRSK en de VRBZO zijn geagendeerd voor de raadsvergadering van 1 juni 2021 (zienswijze op de begroting 2022). Vooruitlopend op deze besluitvorming zijn de structurele financiële exploitatiegevolgen van de GRSK (€ 88.035,-- nadelig in 2022, € 64.594,-- nadelig in 2025) verwerkt in onderstaande tabel (zie paragraaf 5.8). Op basis van de ontwerpbegroting 2022-2025 van de GRSK dalen de incidentele kosten waardoor € 114.607,-- minder beschikt hoeft te worden over de algemene reserve. Daarnaast wordt voorgesteld om het exploitatieoverschot 2021 ad € 85.976,-- toe te voegen aan de algemene reserve. Totaal betekent dit een voordeel voor de algemene reserve van € 200.583,-- hetgeen is verwerkt in de voorjaarsnota 2022-2025 (zie paragraaf 7.1). Op basis van de ontwerpbegroting van de VRBZO is sprake van een hogere gemeentelijke bijdrage 2022 voor Eersel van € 20.172,--, welk bedrag eveneens in onderstaande tabel is verwerkt.
8
5.4.
Participatiebedrijf Kempenplus
Op het moment van het schrijven van deze voorjaarsnota hebben we nog geen begroting 20222025 vanuit Kempenplus mogen ontvangen. De reden hiervoor is mede gelegen in de fraudeperikelen welke zich hebben afgespeeld. Het bestuur van Kempenplus heeft kennis mogen nemen van de kadernota 2022-2025. Op basis hiervan hebben we een inschatting gemaakt van de financiële gevolgen voor de begroting 20222025 van de gemeente Eersel. Voor 2022 bedraagt de toename van de structurele bijdrage € 187.527,--, meerjarig daalt de structurele bijdrage (2025: € 27.887,--) 5.5.
Indexering versus dekking
Een bekende verhoging bij een nieuw op te stellen begroting is de component indexering. De loonindexering is hiervan verreweg de grootste. Bij veel gemeenten wordt in zijn algemeen het uitgangspunt genomen dat loonindexering gedekt dient te worden uit het accres bij de meicirculaire. Dit is echter geen automatisme, aangezien het accres wordt bepaald door gekoppelde rijksuitgaven en niet door de loonindexering (CAO-afspraken, premiestijgingen ed.). Derhalve kan het zo zijn dat het accres lager is dan de berekende loonindexering. Om dit risico te beperken werden afgelopen jaren de loonindexeringen van de GRSK, Kempenplus en VRBZO (deels) meegenomen als extra last in de voorjaarsnota. In deze voorjaarsnota worden enerzijds de volledige extra lasten van de genoemde drie gemeenschappelijke regelingen meegenomen. In deze extra last zit een loonindexering van totaal € 140.000,-- voor Kempenplus en de VRBZO. Voor de GRSK wordt voor per saldo geen rekening gehouden met een loonindexering omdat de indexering 2022 lager uitpakt dan de bijstelling van de indexering 2021. Anderzijds wordt in deze voorjaarsnota de gehele loonindexering voor Kempenplus en de VRBZO, zijnde € 140.000,-- als inkomsten meegenomen zijnde een voorschot op de meicirculaire. Voor de loonindexering 2022 van de GRSK wordt hier geen rekening mee gehouden.
Zodoende wordt het risico dat de meicirculaire onvoldoende accres geeft ter compensatie van de loonindexatie beperkt. In de raadsinformatiebrief inzake de meicirculaire wordt uw raad voorafgaande aan de raadsvergadering inzake de voorjaarsnota 2022-2025 geïnformeerd in hoeverre deze loonkosten zijn gecompenseerd. 5.6.
Verhoging storting bestemmingsreserve rehabilitatie wegen
Het doel van deze reserve is om de vervangingskosten van de wegen in de komende decennia te kunnen financieren en daarom is het van belang de reserve tijdig aan te vullen. Om de bestemmingsreserve op peil te houden is bij de begroting 2020-2023 besloten de storting vanaf 2022 jaarlijks met € 35.000,-- verhogen (was voorheen € 30.000,-- per jaar). Conform dit beleid wordt de storting in de jaarschijf 2025 in onderstaande tabel wederom met € 35.000,-- verhoogd. 5.7.
Formatie uitbreiding team Ruimte
Voor een nadere onderbouwing zie raadsvoorstel 13 juli 2021 omtrent cyclisch bouwen.
9
5.8.
Vereenvoudiging begroting naar aanleiding van evaluatie P&C cyclus
Tijdens de evaluatie van de P&C cyclus kwam aan het licht dat we voor 2 posten in onze begroting een jaarlijks bedrag storten in een bestemmingsreserve en vervolgens weer jaarlijks ook weer gaan onttrekken aan deze bestemmingsreserve. We hebben geconcludeerd dat dit omslachtig is en de leesbaarheid en transparantie van de begroting niet ten goede komt. Om die reden stellen we voor om vanaf 2022 geen storting van de exploitatie meer te doen in de bestemmingsreserve maar een jaarlijks exploitatiebudget beschikbaar te stellen voor vervanging groen en bestemmingsplannen algemeen. 5.9.
Resumé paragrafen 3, 4 en 5
De hiervoor geschetste ontwikkelingen leiden tot het volgende actuele beeld: Negatieve bedragen zijn nadelig
Omschrijving
2022
2023
2024
2025
Geactualiseerd beeld, zoals geschetst in paragraaf 2 (vertrekpunt voorjaarsnota) (structurele) ontwikkelingen in 2021 (1e berap 2021) Gevolgen meicirculaire 2020 (par. 5.1) Stelpost herijking gemeentefonds Exploitatie-gevolgen begroting 2022 VRBZO (par. 5.3) Structurele exploitatie-gevolgen begroting 2022 GRSK (par. 5.3) (zienswijze raad 1-62021) Structurele exploitatie-gevolgen Participatiebedrijf Kempenplus (par. 5.4) Voorschot op compensatie loon- en prijsstijgingen uit meicirculaire (par. 5.5) Verhoging storting bestemmingsreserve rehabilitatie wegen (par. 5.6) Formatie uitbreiding team Ruimte (raad 13 juli 2021, par. 5.7) Geactualiseerd financieel beeld
427.972
92.586
42.804
64.304
16.543
16.543
16.543
16.543
PM 0 -20.172
PM -300.000 -20.172
PM -530.000 -20.172
PM -530.000 -20.172
-88.035
-98.884
-85.191
-64.594
-187.527
21.939
27.887
27.887
140.000
140.000
140.000
140.000
5.10.
-35.000 -98.000
-98.000
-98.000
-98.000
190.781
-245.988
-506.129
-499.032
Bijstellingen begrotingsproces
De hierboven geschetste extra lasten leiden tot een negatief meerjarenbeeld. Voorgesteld wordt om het uitgangspunt te hanteren dat de eerste jaarschijf 2022 sluitend is en maximaal te streven naar een sluitende laatste jaarschijf 2025. Voorgesteld wordt om een indexering van de OZB van 2% meerjarig in de begroting mee te nemen. Ook is in onderstaande tabel nog een financiële bijstelling van een aantal posten in het begrotingsproces opgenomen. Omschrijving
2022
2023
2024
2025
Geactualiseerd financieel beeld Indexering 2% OZB Bijstelling begrotingsproces Geactualiseerd financieel beeld na terugdringen exploitatietekorten
190.781 80.000 96.400
-245.988 160.000 91.400
-506.129 240.000 41.400
-499.032 320.000 41.400
367.181
5.412
-224.729
-137.632
1: Het college stelt voor om in te stemmen met het geactualiseerd financieel beeld. 10
6.
Nieuwe ontwikkelingen in 2022 en volgende jaren in de exploitatie
6.1.1. Noodzakelijke uitgaven (A-prioriteiten) Naast de hiervoor geschetste ontwikkelingen geven wij in deze paragraaf een overzicht van de nieuwe ontwikkelingen vanaf 2022 in de exploitatiesfeer. Het betreft ontwikkelingen (A-prioriteiten), die ons college noodzakelijk vindt. Pr. Omschrijving Nr Nadelige exploitatie-gevolgen (A-prioriteiten): A Omgevingsdienst A Uitvoeringsplan veiligheid A Capaciteitsuitbreiding A (Minder) kapitaallasten A-prioriteiten (zie investeringen in bijlage D) Subtotaal A-prioriteiten (incl. extra kapitaallasten investeringen) Geactualiseerd financieel beeld na terugdringen exploitatietekorten (saldi onderdeel 5.9) Totaal geactualiseerd beeld (incl. Aprioriteiten)
2022
2023
2024
2025
-12.400 -5.000 -316.389
-7.000 -5.000 -316.389
-3.166
37.361
-336.955
-291.028
-288.646 -312.354
367.181
5.412
-224.729 -137.632
30.226
-285.616
-513.375 -449.986
-7.000 -7.000 -5.000 -5.000 -316.389 -316.389 39.743
16.035
2: Het college stelt voor om in te stemmen met het geactualiseerde beeld (inclusief de exploitatielasten (bijlage C) c.q. kapitaallasten (bijlage D) van de A-prioriteiten) 6.1.2. Investeringswensen met een hoge prioriteit (B-prioriteiten) Naast de hiervoor geschetste ontwikkelingen geven wij in deze paragraaf een overzicht van de nieuwe ontwikkelingen vanaf 2022 in de exploitatiesfeer. Het betreft ontwikkelingen (B-prioriteiten), die ons college een hoge prioriteit geeft. Pr. Omschrijving Nr Nadelige exploitatie-gevolgen (B-prioriteiten): B Verhogen budgetsubsidie muziekschool B (Extra) kapitaallasten B-prioriteiten (zie investeringen in bijlage D) Subtotaal B-prioriteiten (incl. extra kapitaallasten investeringen) Geactualiseerd financieel beeld (saldi onderdeel 6.1.1.) Totaal geactualiseerd beeld (incl. A- en Bprioriteiten)
2022
2023
2024
2025
-15.000
-15.000
-15.000
-15.000
19.892
83.475
-46.935 -171.955
4.892
68.475
-61.935 -186.955
30.226
-285.616
-513.375 -449.986
35.118
-217.141
-575.310 -636.941
3: Het college stelt voor om in te stemmen met het geactualiseerde beeld (inclusief de exploitatielasten (bijlage C) c.q. kapitaallasten (bijlage D) van de B-prioriteiten) 11
6.1.3.
Overige uitgaven en investeringswensen met daaruit vloeiende kapitaallasten (Cprioriteiten) Naast de hiervoor geschetste ontwikkelingen geven wij in deze paragraaf een overzicht van de wensen vanaf 2022 in de exploitatiesfeer. Het betreft exploitatielasten inclusief kapitaallasten van de C-prioriteiten. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat in paragraaf 9 investeringen met Cprioriteit zonder kapitaallasten aan de orde komen. Pr. Omschrijving Nr
2022
2023
35.118
-217.141
-6.389 -3.300
-6.389 -3.300
C (Extra) kapitaallasten C-prioriteiten (zie investeringen in bijlage D)
-16.651
-166.098
-189.589 -193.896
Totaal geactualiseerd beeld (incl. A-, B-, en C prioriteiten)
8.778
-392.928
-768.199 -834.137
Nadelige exploitatie-gevolgen (C-prioriteiten): Totaal geactualiseerd beeld (incl. A- en Bprioriteiten) Voorgestelde C-prioriteiten C Subsidie stichting Buurtboerderij C Dorpsraden en leefbaarheidsgroepen
2024
2025
-567.231 -627.959
-3.300
-3.300
4: Het college stelt voor om in te stemmen met het geactualiseerde beeld (inclusief de exploitatielasten (bijlage C) c.q. kapitaallasten (bijlage D) van de C-prioriteiten)
12
6.2
Specifieke onderwerpen
Wijzigen indicatoren en normen Wij stellen voor de indicatoren en normen te wijzigen zoals beschreven in de bijlage “Indicatoren & Normen” vanaf de begroting 2022. Reden van de aanpassing Naar aanleiding van de aangenomen motie ‘Indicatoren/normen’ bij de raadsvergadering van 5 november 2019 is er een werkgroep indicatoren en normen geformeerd. Deze werkgroep is op 15 september 2020 bijeen gekomen en heeft alle indicatoren en normen (inclusief resultaten) uit de programma’s van de begroting 2020 met elkaar doorgesproken. Vervolgens is er vanuit de organisatie (gemeente Eersel) een voorstel gedaan inzake een geactualiseerde set indicatoren en normen, welke door de werkgroep is besproken op 19 april 2021. Na deze consultatie zijn er nog enkele wijzigingen doorgevoerd, waarvan de belangrijkste zich toespitst op de normen. De werkgroep is van mening dat de normen zoveel als mogelijk moeten toezien op de gemiddelde resultaten van gemeenten < 25.000 inwoners, zodat een vergelijking hiermee mogelijk wordt. Het eindresultaat van de werkgroep treft u aan in de bijlage “Indicatoren & Normen”. Schone Lucht Akkoord Wie kan er tegen schone lucht zijn, niemand. Maar toch is deelname aan het Schone Lucht Akkoord meer dan ergens een handtekening onder zetten.
Veel kleine gemeenten zijn terughoudend om deel te nemen aan het Schone Lucht Akkoord dit omdat de exacte gevolgen (inzet uren/budget) onduidelijk zijn. Vanuit het Milieu Overleg de Kempen is dit onderwerp geadresseerd bij de ODZOB/MRE/provincie. De insteek is om minimaal op regionale schaal samen te werken op dit dossier. Inmiddels zijn we ook in gesprek met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De inzet is om als regio gezamenlijk alle 36 thema’s uit het Schone Lucht Akkoord uit te voeren maar de verdeling (wie doet wat) te baseren op de lokale, specifieke situatie. Hierbij willen we het Regionale meetnet lucht & geluid centraal stellen. Als voorbeeld de impact van de verduurzaming van de mobiliteit in het stedelijk gebied is vele malen groter dan in het landelijk gebied. Wat niet betekent dat in het landelijk gebied kansen tot verdere verduurzaming van mobiliteit onbenut moeten blijven. Het landelijk gebied zou het voortouw kunnen nemen in een verdere terugdringing van fijnstof bij veehouderij. Het ministerie staat niet afwijzend tegenover regionale samenwerking maar vindt (nog steeds) dat de individuele gemeenten op alle relevante thema’s inzet moeten plegen. Overigens wordt de groep van kleine gemeenten die meer maatwerk willen steeds groter.
De verwachting is dat medio 2021 meer duidelijkheid komt of een alternatieve aanpak ook de instemming van het ministerie krijgt. Professionalisering KempenEnergie Tijdens de raadsvergadering van 20 april 2021 heeft uw raad, als onderdeel van het uitvoeringsprogramma duurzaamheid 2021-2025, een krediet beschikbaar gesteld voor een haalbaarheidsonderzoek naar de professionalisering van KempenEnergie. Het doel van deze haalbaarheidsstudie is de samenwerking tussen de gemeente Eersel en KempenEnergie verder vormgeven, waarbij wordt uitgegaan van de kracht van beide organisaties. De gemeente als beleidsvormer en KempenEnergie als uitvoeringsorganisatie. Uit deze haalbaarheidsstudie komt een voorstel met naar alle waarschijnlijkheid structurele financiële gevolgen. Dit voorstel wordt opgenomen in de conceptbegroting 2022-2025 of wordt in een separaat raadsvoorstel aan uw raad voorgelegd.
13
Kringloopwinkel Tijdens de raadsvergadering van 20 april 2021 heeft uw raad, als onderdeel van het uitvoeringsprogramma duurzaamheid 2021-2025, een krediet beschikbaar gesteld voor een haalbaarheidsonderzoek naar een kringloopwinkel in de gemeente Eersel. Dit haalbaarheidsonderzoek moet antwoord geven op de vragen of het mogelijk is opnieuw een kringloopwinkel in Eersel te laten organiseren en welke inspanning dit van de gemeente vraagt. Kosten die voortkomen uit het antwoord op bovengenoemde vragen zullen worden opgenomen in de conceptbegroting 2022-2025 of worden in een separaat raadsvoorstel aan uw raad voorgelegd. Voorziening A67 Op 25 augustus 2020 heeft uw raad met het aannemen van motie 4 het college opgeroepen om met een voorstel te komen hoe het beste een energieopwekkende en geluidwerende voorziening langs de A67 kan ontstaan. De voorbereiding van dit voorstel is gestart, maar bevindt zich nog in een te pril stadium om de kosten die voortvloeien uit dit voorstel in beeld te brengen c.q. te verwerken in deze voorjaarsnota. Raadsbehandeling van het voorstel later in 2021 bepaalt of er (incidentele) middelen nodig zijn in 2022 en verder voor de uitvoering van het voorstel. De kosten zullen in een separaat voorstel worden voorgelegd aan uw raad.
14
7.
Actueel beeld beschikbare reserves 2021 t/m 2025
In dit onderdeel geven wij u een actueel beeld van de geschatte stand van de reserves voor de periode 2021-2025. In dit overzicht is rekening gehouden met de voorgestelde toevoeging aan de algemene reserve vanuit de jaarrekening 2020 (€ 8.421.995,--) Verder wordt voor de komende planperiode van vier jaren rekening gehouden met een totale inzet van de totaal (geactualiseerde) beschikbare algemene reserve, echter wel met in acht name van de minimaal vastgestelde hoogte van de algemene reserve (minimale buffer: € 3,5 miljoen) en de gereserveerde € 3,5 miljoen voor de komende raadsperiode. (2023-2026) Als aanvullende informatie geven wij aan dat in hieronder genoemde doorkijk geen rekening is gehouden met toekomstige resultaten uit de bouwgrondexploitatie. Zoals uit de raadsstukken van april jl. blijkt is het geraamde bruto positieve resultaat van Meerheide III € 5.400.000,--, waarvan € 2.300.000,-- geraamd voor 2021. Ook bij het KBP is het eindresultaat positief. Op basis van de memo grondexploitatie 2021 (behandeling in uw raadsvergadering 1 juni 2021) wordt de eindwaarde op 31-12-2024 geraamd op € 19.900.000,-- , waarvan 25% voor de gemeente Eersel. Winstuitkering bij het KBP wordt verwacht vanaf 2023.
7.1.
Algemene reserve
De stand van de algemene reserve per 1-1-2026 wordt geraamd op € 15.497.000,--. Rekening houdende met het minimum van € 3,5 miljoen voor het weerstandsvermogen en de gereserveerde € 3,5 miljoen voor de komende raadsperiode (2023-2026) resteert derhalve voor de inzet van de algemene reserve voor de komende 4 jaren een bedrag van € 9.320.000,-- Voorgesteld wordt om – evenals vorige jaren - rekening te houden met een buffer van € 300.000,-- waardoor het beschikbare bedrag € 9.020.000,-- bedraagt. Omschrijving Stand algemene reserve 1-1-2026 Reservering weerstandsvermogen Reservering raadsperiode 2023-2026 Voorgestelde buffer Dekking incidentele kosten GRSK begroting 2022 Voorgestelde onttrekking raadsvoorstel cyclisch bouwen Voorgestelde toevoeging 1e berap 2021 Beschikbaar voor mutaties bestaande investeringen (MIP 2022-2025) + nieuwe investeringswensen (inclusief buffer en reservering)
15.497.000 -3.500.000 -3.500.000 -300.000 3.684 -2.292 822.443 9.020.835
5: Het college stelt voor om in te stemmen met bovengenoemde uitgangspunten en doorkijk van de algemene reserve.
15
8.
Nieuwe ontwikkelingen in 2022 en volgende jaren in de investeringen
Er is een aantal investeringen die ons college noodzakelijk vindt en waarvan de dekking ten laste van de reserves plaats moet vinden. Honorering van deze noodzakelijke investering heeft de volgende mutatie in de algemene reserve tot gevolg (overige A-prioriteiten worden gedekt door bestemmingsreserves of inkomsten): Omschrijving Beschikbaar voor investeringswensen (A, B en C) Onttrekkingen noodzakelijke investeringen (zie bijlage D.1: onderdeel Aprioriteiten en de formats in bijlage D.2) Resteert voor overige prioriteiten (B en C)
9.020.000 -1.394.000 7.626.000
Naast de naar onze mening noodzakelijke investeringen, is er een aantal investeringen, waaraan wij een hoge prioriteit toekennen. Hiervoor verwijzen wij eveneens naar bijlage D.1 en D.2. Deze betreffen zowel nieuwe investeringen als bestaande investeringen 2022-2025 (op grond van het vastgestelde investeringsprogramma 2021-2024). De financiële doorwerking van bijlage D.1. naar de beschikbare reserves is als volgt becijferd. Omschrijving Beschikbaar voor nieuwe investeringswensen (B en C) Onttrekkingen investeringen met hoge prioriteit (zie bijlage D.1: onderdeel B-prioriteiten en de formats in bijlage D.2)
7.626.000 -1.157.000
Resteert voor C prioriteiten
6.469.000
Omschrijving Beschikbaar voor investeringswensen (A, B en C) Onttrekkingen noodzakelijke investeringen (zie bijlage D.1: onderdeel C-prioriteiten en de formats in bijlage D.2) Resteert voor overige prioriteiten (B en C)
6.469.000 -6.366.000 133.000
6: Het college stelt voor om in te stemmen met: A. de investeringen 2022-2025 met prioriteit A, zoals opgenomen in bijlage D.1 en D.2 (inclusief de investeringen waaruit kapitaallasten voortvloeien). B. de investeringen 2022-2025 met prioriteit B, zoals opgenomen in bijlage D.1 en D.2 (inclusief de investeringen waaruit kapitaallasten voortvloeien). C. de investeringen 2022-2025 met prioriteit C, zoals opgenomen in bijlage D.1 en D.2 (inclusief de investeringen waaruit kapitaallasten voortvloeien).
16
9.
Risicoparagraaf
Kempenplus Begroting 2022-2025 Op het moment van het schrijven van deze voorjaarsnota hebben we nog geen begroting 20222025 vanuit Kempenplus mogen ontvangen. De reden hiervoor is mede gelegen in de fraudeperikelen welke zich hebben afgespeeld. Op basis van de Kadernota 2022-2025 is een inschatting gemaakt van de financiële gevolgen voor de begroting 2022-2025 van de gemeente Eersel. Weerstandsvermogen Uit de op 29 maart 2021 door het bestuur vastgestelde jaarstukken 2019 van KempenPlus blijkt dat de verhouding tussen het weerstandsvermogen en de risico’s, met name door de fraude, gedaald is tot onder de 1, namelijk 0,72. Conform het financieel kader is de norm voor het weerstandsvermogen minimaal 100% en maximaal 140% van de risico’s. Hierdoor ontstaat er formeel een bijstortingsplicht. Gezien het feit dat de jaarstukken 2020 binnen afzienbare tijd worden opgesteld heeft het Bestuur besloten om bij de afwikkeling van de jaarstukken 2020 te bepalen hoe hiermee omgegaan wordt. Daarnaast kan er nog geen inschatting gemaakt worden van de bedragen die kunnen worden herhaald inzake de fraude. Deze kunnen nog een positief effect hebben op de bijstortingsplicht. Tegelijker tijd zijn er in 2020 en 2021 aanzienlijke kosten gemaakt voor het onderzoek naar de fraude en de afwikkeling van de jaarstukken 2019.
De totale bijstortingsplicht op basis van uitsluitend de jaarstukken 2019 bedraagt € 1.294.000,-- om op de norm van 1 te komen. De bijstorting per gemeente is als volgt uitgaande van de verdeelsleutel die is gebruikt bij de inbreng van het vermogen bij de oprichting van KempenPlus:
Hierbij is nog geen rekening gehouden met de stille reserves in de BV’s waarvan KempenPlus de eigenaar is. Het voorlopige geconsolideerde vermogen van de BV’s bedraagt naar € 888.000,--. De jaarstukken 2019 moeten nog worden afgewikkeld. Vooralsnog zijn we voornemens om de eventuele bijstorting te dekken middels een beschikking over de bestemmingsreserve 3D (oud: bestemmingsreserve participatiebedrijf Kempenplus.
17
Intensivering milieutoezicht: Tot en met 2022 zijn financiële middelen voorzien voor extra milieutoezicht om de wettelijke verplichte basistaken in regionaal verband uniform door de omgevingsdienst uit te kunnen voeren. Hiervoor is het Regionaal Operationeel Kader Milieutoezicht (ROK TH) vastgesteld. In de huidige begroting is structureel € 78.500,- beschikbaar voor milieutoezicht terwijl waarschijnlijk vanaf 2023 jaarlijks € 154.000,- nodig is. De evaluatie van de huidige aanpak vindt begin 2022 plaats. Dan wordt duidelijk welke middelen structureel nodig zijn. Middels een raadsvoorstel wordt u daarvan op de hoogte gebracht. Voor 2022 is het budget met € 53.000,- opgehoogd tot € 131.500,-. Wanneer na de evaluatie begin 2022 wordt besloten om de werkzaamheden structureel uit te voeren zal het exploitatiebudget in de begroting 2023-2026 vanaf de jaarschijf 2023 met € 75.500,- verhoogd moeten worden tot € 154.000,-. Overdracht bodemtaken: Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1-1-2022 vindt ook de overdracht van bodemtaken plaats en treedt er een verschuiving op van de bevoegd gezag taken van de provincie naar de gemeente. Uitvoering van de bodemtaken zijn door de provincie nu belegd bij de omgevingsdienst (ODZOB).
Een belangrijk deel van de overdracht van bodemtaken valt onder het basistakenpakket van de omgevingsdienst en moeten wettelijk verplicht door de ODZOB worden uitgevoerd. Voor de bodemtaken die niet onder het basistakenpakket vallen, de zogenaamde verzoektaken, is de gemeente vrij in het kiezen van een opdrachtnemer. Met de overdracht van de bodemtaken naar de gemeente wordt bijbehorende financiering geregeld, naar verwachting via een uitkering in het gemeentefonds. Ondanks herhaalde verzoeken (door provincie/ODZOB/VNG) is nog niets bekend over de hoogte van de uitkering voor de extra taken. In de kadernota en ontwerpbegroting 2022 van de ODZOB, wordt al rekening gehouden met de verschuiving van taken en kosten per 1-1-2022. Financiering van de uitvoering van de basistaken op gebied van bodem voor de gemeenten verloopt vanaf 2022 rechtstreeks via de werkprogramma’s van de ODZOB. Op basis van de taakuitvoering door de ODZOB in opdracht van de provincie in de jaren 2017 t/m 2019 voor de gemeenten is een inschatting gemaakt van de extra kosten die de overdracht van de bodemtaken met zich mee brengen. Het gaat om een zeer grove inschatting die is gebaseerd op taken en bijbehorende kosten die voor de individuele gemeente in eerdere jaren zijn gemaakt. Voor de gemeente Eersel gaat het om een bedrag van jaarlijks € 18.000,-.
De exacte hoogte van het benodigde bedrag wordt bepaald door de feitelijke uitvoering van taken door de ODZOB. Als er in een jaar veel ontwikkelingen zijn op gebied van bodem (o.a. melding grondtransporten, bodemsaneringen, advisering bodemonderzoeken) is te verwachten dat de kosten hoger zullen uitvallen dan in jaren waarin minder activiteiten op gebied van bodem plaatsvinden. Omdat qua uitvoering en in financieel opzicht er nog veel onduidelijk bestaat, wordt voorgesteld om de overdracht van bodemtaken onderdeel van de risicoparagraaf te laten uitmaken. Op een later moment wordt de raad besluitvorming over de bodemtaken voorgelegd.
18
BIJLAGE A1
Uitgangspunten voorjaarsnota / begroting 2022-2025 1. Aantal inwoners/woonruimten Aantal inwoners In de begroting 2021 is rekening gehouden met 19.410 inwoners per 1 januari 2021. Het aantal inwoners per 1 januari 2021 bedraagt 19.528. Dit betekent een stijging van 118 inwoners ten opzichte van de raming per 1 januari 2020 en ook een stijging van 215 inwoners ten opzichte van het werkelijke aantal inwoners per 1 januari 2020 (19.313). Voorgesteld wordt om het aantal inwoners per 1 januari 2022 te ramen op 19.600 (een stijging van 72 inwoners in 2021). Vanaf 2022 wordt met een jaarlijkse stijging van 50 inwoners rekening gehouden. Het structureel voordelig effect op de algemene uitkering voor de jaren 2021-2024, wegens meer inwoners ten opzichte van de ramingen 2020-2023, kan worden becijferd op: 2022: € + 2023: € + 2024: € + 2025: € +
42.000,-- (115 inwoners meer dan was geraamd) 42.000,-- (115 inwoners meer dan was geraamd) 42.000,-- (115 inwoners meer dan was geraamd) 61.000,-- (165 inwoners meer dan was geraamd in 2024)
Hierbij dient echter wel rekening te worden gehouden met het feit dat als gevolg van de forse toename van het aantal inwoners ook met name de te betalen bijdrage (per inwoner) aan de Gemeenschappelijke Regelingen substantieel stijgen. Op basis van een eerdere globale becijfering wordt verwacht dat ongeveer 50% van de hogere algemene uitkering leidt tot hogere bijdragen aan de Gemeenschappelijke Regelingen. Dit betekent dat de netto-effecten van het hoger aantal inwoners worden becijferd op: 2022: € + 2023: € + 2024: € + 2025: € +
21.000,-21.000,-21.000,-30.500,--
Aantal woonruimten Conform de vorig jaar vastgestelde uitgangspunten voor 2021-2024 werden de woonruimten per 1 januari 2021 - bij de berekening van de algemene uitkering 2021 - begroot op 8.875. Bij de septembercirculaire 2020 is dit aantal aangepast naar 8.885. Het (voorlopig) geactualiseerde werkelijke aantal per 1 januari 2021 bedraagt 8.928 zodat dit 43 woonruimten naar boven afwijkt ten opzichte van de begroting 2021. In onderstaande resumerende tabel staan de gemaakte prognoses van het aantal inwoners en woonruimten voor de periode 2021-2025: Peildatum 1-1-2021 1-1-2022 1-1-2023 1-1-2024 1-1-2025
Inwoners 19.536* (19.410) 19.600 (19.485) 19.650 (19.535) 19.700 (19.585) 19.750
Woonruimten 8.928 ** (8.875) 9.029 (8.955) 9.154 (9.015) 9.288 (9.075) 9.422
* aantal (voorlopige) inwoners per 1 januari 2021 ** aantal (voorlopige) woonruimten per 1 januari 2021 (tussen haakjes worden de ramingen uit de begroting 2021 vermeld):
19
De mutaties op de algemene uitkering voor de jaren 2021-2024 betreffende het aantal woonruimten bedragen: 2022: € + 5.000,-- ( 64 woonruimten meer dan was geraamd) 2023: € + 11.000,-- (129 woonruimten meer dan was geraamd) 2024: € + 17.000,-- (203 woonruimten meer dan was geraamd) 2025: € + 29.000,-- (337 woonruimten meer dan was geraamd in 2023) 2. Prijzen/lonen Prijsontwikkeling De verwachting is dat de inflatie ongeveer 1,5% blijft in 2021. De Macro Economische Verkenning 2020, welke wordt gepubliceerd door het CPB, raamt voor 2021 een stijging van 1,5%, welk percentage ook voor het jaar 2022 kan worden gehanteerd. Gelet op het voorgaande wordt voorgesteld voor het begrotingsjaar 2022 uit te gaan van een prijsstijging/inflatiecorrectie van 1,5% (afgerond) voor zowel de lasten als de baten. De hieruit voortvloeiende hogere exploitatielasten worden – zoals gebruikelijk – gecompenseerd door de uitkomsten van de meicirculaire 2021 (1,5% prijsstijging wordt geraamd op € 75.000,--). Loonontwikkeling De CAO voor gemeenteambtenaren liep tot en met 31 december 2020. Op basis van de macro economische verkenning 2019 is in de begroting 2021 rekening gehouden met 2,8% stijging. Op basis van actuele ontwikkelingen stellen wij voor om deze raming bij stellen naar 1,5% voor 2021. Voor de ABP-premie is in de begroting 2021 rekening gehouden met een stijging van 2,1% werkgeverslast.
Aangezien de definitieve stijging van de werkgeverslast is vastgesteld op 0,7% wordt voorgesteld om de raming te verlagen met 1,4%.Totaal betekent dit een verlaging van de raming met 2,75%. Voor de raming van de salarisontwikkeling in 2022 wordt aangesloten bij de systematiek van de vier gemeenschappelijke regelingen (MRE, VRBZO, GGD en ODZOB). Deze gemeenschappelijke regelingen hebben onderling een systematiek afgesproken, waarbij wordt uitgegaan van de ramingen uit de nieuwste Macro Economische Verkenningen. De ramingen die worden gehanteerd hebben betrekking op het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar. De loonvoet sector overheid wordt hierbij voor 2021 geraamd op 1,8%. Voor 2022 geeft het ABP aan dat de pensioenpremie gaat stijgen als gevolg van de lage rente. Uitgaande van een stijging met 2% betekent dit een werkgeverslast van 1,4%. Tot slot wordt zoals gebruikelijk rekening gehouden met 0,5% salarisstijging 2022 wegens periodieke verhogingen.
Voorgesteld wordt om ten opzichte van de geraamde salarissen in de begroting 2021 voor het begrotingsjaar 2022 rekening te houden een totale van loonstijging van 0,95% (-2,75% + 1,8% + 1,4% +0,5%), hetgeen overeenkomt met ongeveer € 65.000,--. Deze hogere lasten 2022 dienen – zoals gebruikelijk – te worden gecompenseerd door de uitkomsten van de meicirculaire 2021. Verder geldt tevens dat eventueel op het moment van samenstelling van de definitieve begroting bekend zijnde gegevens die afwijken van de uitgangspunten, premiepercentages/franchises etc. zoals die nu gelden, ook zullen worden verwerkt in de begroting. Indien de gegevens eerst in een later stadium, doch vóór aanbieding van de begroting aan de raad, bekend worden, zal verwerking middels een stelpost plaatsvinden. De salariskosten voor de begroting 2022 zullen dus berekend worden met de kennis van dat moment (april 2021) over de hoogte van werkgevers- en werknemerspremies voor 2021.
20
3. Rentepercentage De marktrente voor langlopende leningen bedraagt circa 0,5% (tarief BNG/peildatum medio april 2021). Dit is circa 0,25% lager dan vorig jaar. De verwachting is dat de rente voor langlopende leningen de komende jaren stabiliseert met een kans op een lichte stijging. Naar verwachting zullen er in de periode 2021-2022 geen vaste financieringsmiddelen worden aangetrokken. In de begroting 2021 wordt rekening gehouden met een financieringsoverschot per 1-12021 van circa € 5,5 miljoen. In de begroting 2021 is - gelet op het verplicht schatkistbankieren geen rekening gehouden met rentebaten over het financieringsoverschot (gehanteerde rente: 0%). In de begroting 2021 wordt voor het financieringstekort/nieuwe investeringen een rentepercentage van 1,25% gehanteerd. Gelet op het hiervoor genoemde marktrentepercentage van 0,75%, wordt voor de begroting 2022 voorgesteld om zowel voor het financieringstekort als de rente over de nieuwe investeringen een percentage van 0,75 te hanteren (begroting 2021: 1,25%). Conform het raadsbesluit van 23 februari jl. inzake financiële verordening wordt vanaf 2022 geen rente meer toegevoegd aan de eigen financieringsmiddelen. Zoals eerder is aangegeven wordt dit effect geraamd op € 350.000,-- voordeel voor de exploitatie. Rente financieringstekort Rente eigen financieringsmiddel Rekenrente nieuwe investeringen
1,25 % (was 1,25%) 0 % (was 1,25%) 0,75 % gebaseerd op rente financieringstekort(was 1,25%).
Resumé
Inwoners Woonruimte Rente Totaal 2022 € 21.000 € 5.000 € 350.000 € 376.000 2023 € 21.000 € 11.000 € 350.000 € 382.000 2024 € 21.000 € 17.000 € 350.000 € 388.000 2025 € 30.500 € 29.000 € 350.000 € 409.500
21
BIJLAGE A2
Indicatoren en normen met ingang van 1 januari 2022 Huidige Indicator
Indicator per 01-01-2022
Huidige norm
Norm per 01-01-2022
Percentage personen tussen de 15 en 67 jaar met een baan (= netto participatiegraad) Percentage werkloze jongeren van 16 tot 22 jaar
Percentage personen tussen de 15 en 75 jaar met een baan (= netto participatiegraad) Percentage werkloze jongeren van 16 tot 22 jaar
> 67,8%
Aantal personen met een bijstandsuitkering per 10.000 inwoners Aantal personen met een lopend re-integratietraject per 10.000 inwoners in de leeftijd 15-64 jaar Aantal personen met bijzondere bijstand Percentage uitstroom uit zittend Sociale Werkplaats (SW) bestand (Wet sociale werkvoorziening) Percentage 12 tot 21 jarigen met delict voor de rechter
Aantal personen met een bijstandsuitkering per 10.000 inwoners Aantal personen met een lopend re-integratietraject per 10.000 inwoners in de leeftijd 15-64 jaar Vervalt
> het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners < het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners < het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners > het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners
< 50% van landelijk gemiddelde < 121,8
> 38,2 trajecten
< 179
Vervalt
Vervalt
5% per jaar
Vervalt
< 1,38%
Percentage kinderen in uitkeringsgezinnen
Percentage 12 tot en met 21 jarigen met delict voor de rechter Percentage kinderen in uitkeringsgezinnen
Percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp
Percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp
Percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdbescherming
Percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdbescherming
< 0,9%
Percentage jongeren van 12 tot 23 jaar met jeugdreclassering
Percentage jongeren van 12 tot 23 jaar met jeugdreclassering Vervalt
0%
> 7,0
< het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners < het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners < het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners < het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners < het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners Vervalt
Vervalt
> 80%
Vervalt
Vervalt
< 11,7 jaar
Vervalt
Tevredenheid over hulpverlening, op basis van clientonderzoek uitgedrukt in rapportcijfer De doelen uit het gezinsplan worden gehaald Gemiddelde leeftijd bij aanvang jeugdhulp
< 33% van het landelijk gemiddelde < 7%
22
Aantal cliënten met maatwerkarrangement Wmo per 10.000 inwoners De effecten die cliënten ervaren als gevolg van de ondersteuning die de gemeente biedt in het kader van de Wmo afgeleid uit de stellingen: kan ik beter de dingen doen die ik wil; kan ik mij beter redden; heb ik een betere kwaliteit van het leven. Uitgedrukt in een percentage Waardering algehele persoonlijke gezondheid uitgedrukt in rapportcijfer (burgerpeiling waarstaatjegemeente) Het percentage inwoners dat zich heeft ingezet voor anderen en/ of maatschappelijke doelen via vrijwilligerswerk (burgerpeiling waarstaatjegemeente) Aanwezigheid van accommodaties waar activiteiten plaatsvinden op het terrein van ontmoeting, sport, cultuur en ontwikkeling
Aantal cliënten met maatwerkarrangement Wmo per 10.000 inwoners Vervalt
≥ 570
Vervalt
≥ 80%
Vervalt
Vervalt
≥ 7,8
Vervalt
Het percentage inwoners dat zich heeft ingezet voor anderen en/ of maatschappelijke doelen via vrijwilligerswerk (burgerpeiling waarstaatjegemeente) Vervalt
≥ 50%
> het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners
Vervalt
Het percentage inwoners dat tevreden is over de aanwezigheid van welzijnsvoorzieningen in eigen buurt (burgerpeiling waarstaatjegemeente) Waardering inwoners over samenwerking met inwoners en organisaties en mate waarin inwoner wordt betrokken bij de totstandkoming en uitvoering van beleid, uitgedrukt in rapportcijfer (burgerpeiling waarstaatjegemeente) Absoluut verzuim (bij absoluut verzuim is een leerling niet ingeschreven op school)
Vervalt
In iedere kern is een multifunctionele accommodatie (mfa)/ gemeenschapshuis ≥ 57%
Vervalt
≥ 6.5
Vervalt
Absoluut verzuim (bij absoluut verzuim is een leerling niet ingeschreven op school)
0
< het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners
Vervalt
23
Relatief verzuim (bij relatief verzuim is een leerling ongeoorloofd afwezig)
Relatief verzuim (bij relatief verzuim is een leerling ongeoorloofd afwezig)
Het percentage relatief verzuim is lager dan het landelijke percentage en lager dan het percentage van een vergelijkbare gemeente met < 25.000 inwoners Het percentage voortijdig schoolverlaters (alle VO en MBO leerlingen) is lager dan het landelijke percentage ≤ 74%
< het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners
Voortijdige schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsvers)
Voortijdige schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsvers)
Demografische druk (de som van het aantal personen van 020 jaar en ≥ 65 jaar in vergelijking tot de personen van 20 tot 65 jaar, uitgedrukt in percentage) Aantal nieuw gebouwde woningen per 1.000 woningen
Demografische druk (de som van het aantal personen van 0-20 jaar en ≥ 65 jaar in vergelijking tot de personen van 20 tot 65 jaar, uitgedrukt in percentage) Aantal nieuw gebouwde woningen per 1.000 woningen
7.3
> het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners N.v.t.
N.v.t. (betreft een nieuwe indicator)
Gemiddelde WOZ waarde (x 1.000)
N.v.t.
N.v.t. (betreft een nieuwe indicator)
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden
N.v.t.
N.v.t. (betreft een nieuwe indicator)
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
N.v.t.
Aantal te realiseren woningen en in aanbouw te nemen woningen
Aantal te realiseren woningen en in aanbouw te nemen woningen
Voldoende woningen voor sta-
Vervalt
Te bouwen tussen 20202030 174 woningen. 100% van de
< het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners
< het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners
< het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners < het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners Te bouwen tussen 2020-2030 174 woningen.
Vervalt 24
tushouders
wettelijke taakstelling
Percentage inwoners dat vindt dat perken, plantsoenen en parken goed zijn onderhouden (burgerpeiling waarstaatjegemeente)
Percentage inwoners dat vindt dat perken, plantsoenen en parken goed zijn onderhouden (burgerpeiling waarstaatjegemeente)
≥ 60%
> het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners
Aantal kg huishoudelijk restafval per inwoner per jaar
Aantal kg huishoudelijk restafval per inwoner per jaar
50 kg (inclusief milieustraat)
Percentage elektriciteit opgewekt uit wind, waterkracht, zon of biomassa N.v.t. (betreft een nieuwe indicator)
Percentage elektriciteit opgewekt uit wind, waterkracht, zon of biomassa Percentage woningen met geregistreerd energielabel A
50 kg (inclusief milieustraat) Norm: 17,1% (meetbaar in 2020) N.v.t.
Aantal klachten over overlast ingedeeld in: geuroverlast, geluidsoverlast en ernstige hinder door regenwater
Vervalt
Het aantal verwijzingen naar Halt, per 10.000 inwoners in de leeftijd van 12-17 jaar Het aantal winkeldiefstallen per 1.000 inwoners
Het aantal verwijzingen naar Halt, per 10.000 inwoners in de leeftijd van 12-17 jaar Het aantal winkeldiefstallen per 1.000 inwoners
Het aantal geweldsmisdrijven per 1.000 inwoners
Het aantal geweldsmisdrijven per 1.000 inwoners
< 3,5
Het aantal diefstallen uit woningen per 1.000 inwoners
Het aantal diefstallen uit woningen per 1.000 inwoners
<4
Het aantal vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte) per 1.000 inwoners Percentage inwoners dat zich wel eens onveilig voelt in eigen buurt Aantal oefeningen van staffunctionarissen in het kader van Rampenbestrijding Kwaliteitsniveau B wegennet uitgedrukt in de landelijke richt-
Het aantal vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte) per 1.000 inwoners Vervalt
<4
< 2,4 %
< het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners < het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners < het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners < het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners < het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners Vervalt
Vervalt
≥1
Vervalt
Kwaliteitsniveau B wegennet uitgedrukt in de landelijke
Niveau B ≥ 6
Niveau B ≥ 6
< 70 klachten over geluid (exclusief vliegverkeer) < 20 klachten over geur < 115,8
<1
15,9 terajoule extra per jaar 2019 = 39 terajoule > het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners Vervalt
25
lijn CROW % niet sporters
richtlijn CROW % niet sporters
Het % inwoners dat (zeer) tevreden is over sportvoorzieningen (burgerpeiling waarstaatjegemeente) Tevredenheid van inwoners over het aanbod van culturele voorzieningen uitgedrukt in een rapportcijfer (burgerpeiling waarstaatjegemeente)
Het % inwoners dat (zeer) tevreden is over sportvoorzieningen (burgerpeiling waarstaatjegemeente) Tevredenheid van inwoners over het aanbod van culturele voorzieningen uitgedrukt in een rapportcijfer (burgerpeiling waarstaatjegemeente)
≥ 77%
≥ 6,8
> het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners
Aantal banen per 1000 inwoners in de leeftijd van 15-74 jaar Functiemengingsindex
Aantal banen per 1000 inwoners in de leeftijd van 15-74 jaar Functiemengingsindex
≥ 663
(=verhouding tussen banen en woningen, 0 = alleen wonen en 100 = alleen werken) Aantal bedrijfsvestigingen per 1000 inwoners in de leeftijd van 15-74 jaar Waardering vestigingsklimaat gemeente (rapportcijfer n.a.v. ondernemerspeiling) Aantal overnachtingen toeristische sector
(=verhouding tussen banen en woningen, 0 = alleen wonen en 100 = alleen werken) Aantal bedrijfsvestigingen per 1000 inwoners in de leeftijd van 15-74 jaar Waardering vestigingsklimaat gemeente (rapportcijfer n.a.v. ondernemerspeiling) Vervalt
> het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners > het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners
Formatie in fte per 1.000 inwoners Bezetting in fte per 1.000 inwoners Apparaatskosten per inwoner Kosten inhuur externen als % van de totale loonsom + kosten inhuur externen Overheadkosten als % van de totale lasten Waardering inwoners algehele gemeentelijke dienstverlening uitgedrukt in rapportcijfer (rapportcijfer n.a.v. burgerpeiling) Waardering inwoners digitale gemeentelijke dienstverlening
Formatie in fte per 1.000 inwoners Bezetting in fte per 1.000 inwoners Apparaatskosten per inwoner Kosten inhuur externen als % van de totale loonsom + kosten inhuur externen Overheadkosten als % van de totale lasten Vervalt
4,8 – 6,1
4,8 – 6,1
4,5 – 4,8
4,5 – 4,8
≤ 526
≤ 526
≤ 20%
≤ 20%
≤ 15 %
≤ 15 %
≥ 7,0
Vervalt
Vervalt
≥ 7,0
Vervalt
≤ 45,0%
≥ 54,4
≥ 125 ≥ 6,3
>500.000 in 2030
< het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners > het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners
> het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners > het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners Vervalt
26
uitgedrukt in rapportcijfer (rapportcijfer n.a.v. burgerpeiling) Waardering ondernemers algehele gemeentelijke dienstverlening uitgedrukt in rapportcijfer (rapportcijfer n.a.v. ondernemerspeiling) % inwoners dat vertrouwen heeft in de manier waarop de gemeente wordt bestuurd (burgerpeiling) Waardering inwoners communicatie en voorlichting uitgedrukt in rapportcijfer (rapportcijfer n.a.v. burgerpeiling)
Vervalt
≥ 6.5
Vervalt
Vervalt
≥ 33%
Vervalt
Waardering inwoners communicatie en voorlichting vanuit de gemeente uitgedrukt in rapportcijfer (rapportcijfer n.a.v. burgerpeiling)
≥ 6.9
≥ 6.9
27
BIJLAGE B
Prioritering bij investeringen
Uitgangspunten/criteria ten behoeve van de voorjaarsnota:
A-prioriteit: - wettelijke en/of aangegane verplichtingen met aanzienlijke sanctie en/of financieel risico - reeds besloten door raad en/of college - noodzakelijk vanuit aantoonbare veiligheid - direct gekoppeld aan andere A investering - Wensen vanuit een gesloten exploitatie. (grondbedrijf, GRP, afvalstoffenheffing enz.) B-prioriteit: - wettelijke en/of aangegane verplichtingen zonder aanzienlijke sanctie en/of financieel risico. - reeds eerder uitgesproken politieke keuze/wens van raad en/of college - noodzakelijk vanuit bedrijfsvoering - wensen met een (gedeeltelijke) dekking vanuit subsidie. C-prioriteit: - overige wenselijk vanuit bestaand beleid en/of bedrijfsvoering - nieuwe wensen - Overige
28
BIJLAGE C.1.
Totaaloverzicht exploitatie lasten en baten (inclusief prioritering)
29
Totaaloverzicht formats t.l.v. exploitatie 2022 - 2025 Programma
Prioriteit
Omschrijving Totale uitgaven
x € 1.000
2022
2023
2024
2025
4
A
Toename kosten omgevingsdienst
12
7
7
7
5
A
Uitvoeringsplan Veiligheid (UPV)
5
5
5
5
11 Totaal A
A
Capaciteitsuitbreiding
316 334
316 328
316 328
316 328
7
B
Verhoging budgetsubsidie aan Muziekschool
15
15
15
15
15
15
15
15
6
6
3
3
3
3
10
10
3
3
359
353
347
347
Totaal B
1
C
1
C
Subsidie Stichting Buurtboerderij Eersel 2022 en 2023 Dorpsraden en leefbaarheidsgroepen
Totaal C Totaal exploitatie lasten
30
BIJLAGE C.2.
Formats exploitatie 2022-2025 (A, B en C prioritering)
31
Formats VJN 2022-2025 Prioriteit A exploitatie
32
Format voorjaarsnota 2022-2025 Fcl nr: Omschrijving: Programma: Kredietbeheerder:
80440140 Toename kosten omgevingsdienst 4 Bart Bierens
Wettelijke taak: Afhandelen van aanvragen omgevingsvergunningen milieu en het houden van toezicht hierop. Huidige situatie: De omgevingsdienst voert werkzaamheden uit voor omgevingsvergunningen milieu en het houden van toezicht hierop. Diverse taken worden collectief uitgevoerd, zoals het projecten Samen Sterk in Brabant, Agrofood en Leefomgeving. Ontwikkelingen: Enkele projecten worden collectief uitgevoerd, maar vallen niet of niet meer onder het collectief programma. Het betreft kosten voor de invoering van de Omgevingswet (eenmalige investering van € 5.400,- voor het jaar 2022). Daarnaast worden kosten voor het actueel houden van het milieuinrichtingenbestand (€ 5.750,-) en het jaarverslag van de omgevingsdienst (€ 1.250,-) niet uit het budget voor collectieve taken bekostigd. Doel: Het op een adequaat niveau uitvoeren van de wettelijke milieutaken, conform regionaal vastgelegde afspraken en vastgesteld beleid. Middelen: Exploitatielasten 2022 € 12.400,-
2023 € 7.000,-
2024 € 7.000,-
2025 € 7.000,-
33
Format voorjaarsnota 2022-2025 Fcl nr: Omschrijving: Programma: Kredietbeheerder:
80470100 Uitvoeringsplan Veiligheid (UPV) 5 Paul Bakermans
Wettelijke taak: Het Uitvoeringsplan Veiligheid (UPV) is gebaseerd op het Integraal Veiligheidsplan (IVP). Het IVP komt voort uit het Regionaal Veiligheidsplan (RVP). Dit RVP wordt eenmaal in de vier jaar opgesteld. Huidige situatie: De acht gemeenten van het basisteam De Kempen hebben samen met de politie en het Openbaar Ministerie één gezamenlijk Integraal Veiligheidsplan 2019-2022 (IVP) voor het basisteam De Kempen opgesteld. De gemeenteraden van de acht gemeenten hebben dit plan eind 2018 vastgesteld. Hiermee hebben ze de kaders van het regionaal en lokaal veiligheidsbeleid bepaald. Het is aan de acht colleges om door middel van een Uitvoeringsplan uitvoering te geven aan die kaders. Het Uitvoeringsplan Basisteam De Kempen 2021-2022 is de operationele uitwerking van het IVP. Dit Uitvoeringsplan geeft aan wat de doelstellingen zijn, wat de actuele situatie is en wat we gaan doen in 2021 en 2022 om de doelstellingen te bereiken. Dit is een continue proces. Na het Uitvoeringsplan 2021-2022 volgt wederom een nieuw Uitvoeringsplan. Ontwikkelingen: Om de doelstellingen uit het Uitvoeringsplan te bereiken dienen er steeds meer werkzaamheden te worden uitgevoerd waaraan kosten zijn verbonden. Ook vanuit de politie komt meer vraag om deel te nemen aan de uitvoering van activiteiten die gekoppeld zijn aan het Uitvoeringsplan. Doel: Uitvoering geven aan het Uitvoeringsplan.
Middelen: Ter uitvoering van acties welke voortvloeien uit het Uitvoeringsplan, zoals voorlichting geven ter verbetering van de meldingsbereidheid, voorlichting geven op het gebied van drugs, opstellen van een preventiekalender enzovoorts. Exploitatielasten 2022 € 5.000,-
2023 € 5.000,-
2024 € 5.000,-
2025 € 5.000,-
34
Format voorjaarsnota 2022-2025
Fcl nr: Omschrijving: Programma: Kredietbeheerder:
8905 capaciteitsuitbreiding 11 Thijs Offermans
Wettelijke taak: Nee, echter hangen diverse taken wel samen met wettelijke (gemeentelijke) verplichtingen. Huidige situatie: De gemeente Eersel heeft in 2018 de organisatievisie vastgesteld. Doel: een kwaliteitsslag maken door nog betere invulling te geven van projecten, wettelijke kaders en klantgerichtheid. Daarnaast is de vaste formatie klein en smal, dit betekent dat we bij alle projecten extra capaciteit vragen en ramen, zodat we de planningen kunnen halen. We spreken vooraf geen vaste ratio af tussen vaste en flexibele schil, omdat het afhankelijk is van politieke ambities in projecten. Dit alles om te voldoen aan het hoge ambitie niveau. Om hier goed invulling aan te geven wil de gemeente Eersel onder andere pilots verlengen en structureel maken, werkdruk verminderen en projecten integraal en zorgvuldig oppakken binnen de gewenste kaders. Algemene ontwikkelingen: De komende jaren staan er onder andere veel complexe gebiedsrenovaties in de openbare ruimte op het programma. Er zijn volop uitdagingen en kansen voor innovaties en klimaatdoelen. Natuurlijk worden groen, grijs, blauw en burgerparticipatie hierbij integraal opgepakt. Dit zorgt voor een algehele uitbreiding van taken / projecten op diversie vakgebieden in onze gemeente (duurzaamheid, innovatie, projecten UB / Ruimte) met zowel in- als externe.