CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[21.04056] - Kadernota GRSK 2022

Raadsvergadering 23 maart 2021, gemeente EerselBij agendapunt: Kadernota Begroting 2022 Samenwerking Kempengemeenten12.833 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SAMENWERKING KEMPENGEMEENTEN

KADERNOTA GRSK 2022

Vastgesteld door Algemeen Bestuur GRSK op 23 februari 2021

INHOUDSOPGAVE

Inhoud Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 2 1.

Algemeen ......................................................................................................................................... 3

2.

Perspectief op hoofdlijnen ............................................................................................................... 4

3.

4.

5.

2.1

Toekomst GRSK ....................................................................................................................... 4

2.2

Ontwikkelingen in de dienstverlening ..................................................................................... 6

2.3

Financieel perspectief ............................................................................................................. 8

Kaders voor de afdelingen ............................................................................................................. 10 3.1

Afdeling Staf .......................................................................................................................... 10

3.2

Afdeling Personeel & Organisatie.......................................................................................... 11

3.3

Afdeling Shared Service Center (SSC) .................................................................................... 12

3.4

Afdeling Maatschappelijke dienstverlening .......................................................................... 19

3.5

Afdeling Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ...................................................... 22

3.6

Ontwikkeling in risico’s .......................................................................................................... 24

Uitgangspunten .............................................................................................................................. 25 4.1

Algemene uitgangspunten .................................................................................................... 25

4.2

Begrotingswijziging 2021 ....................................................................................................... 25

4.3

Financiële uitgangspunten .................................................................................................... 26

4.4

Kostenverdeling per afdeling ................................................................................................ 27

Meerjaren-Investerings-Plan.......................................................................................................... 31 5.1

6.

Meerjaren-Investerings-Plan 2021 - 2025 ............................................................................. 31

Bijlagen ........................................................................................................................................... 32 6.1

Overzicht van door DB geaccordeerde initiatieven............................................................... 32

6.2

Overzicht van initiatieven met positief advies afdelingshoofden ......................................... 33

6.3

Specificatie inrichting applicatie omgevingswet .................................................................. 36

6.4

Specificatie dienstverlening door GRSK aan KempenPlus ..................................................... 37

6.5

Specificatie overname activa door GRSK van KempenPlus ................................................... 38

2

1.

ALGEMEEN

Inleiding Voor u ligt de Kadernota 2022. De Kadernota is hét instrument uit de Planning- en Controlcyclus (P&C-cyclus), waarmee het bestuur richting geeft aan de ontwikkeling voor de komende jaren. Met deze nota worden de uitgangspunten van de begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 voorgelegd aan het Dagelijks Bestuur en aan het Algemeen Bestuur. Vaststelling van deze uitgangspunten is nodig om het jaarplan 2022 van de Samenwerking Kempengemeenten en de financiële uitwerking, in de vorm van de begroting en meerjarenraming, te kunnen opstellen. Doel en reikwijdte Met deze Kadernota bieden we inzicht in de wijzigingen van wet- en regelgeving en autonome en organisatorische ontwikkelingen, die we voorzien voor 2022 en volgende jaren.

Leeswijzer In hoofdstuk twee geven we ontwikkelingen aan die van belang zijn voor de SK. Ook wordt de bestuurlijke context geschetst. In hoofdstuk drie wordt per afdeling aangegeven welke wijzigingen in wet- en regelgeving zijn voorzien en welke autonome ontwikkelingen en trends we zien die van invloed kunnen zijn op het door gemeenten gevoerde beleid en de uitvoering daarvan door de SK. Daarnaast besteden we in dit hoofdstuk ook aandacht aan ontwikkelingen binnen de organisatie van de SK en ook aan zaken die van belang zijn in het kader van de toekomst van de SK.

In hoofdstuk vier zijn de uitgangspunten opgenomen die toegepast worden bij het opstellen van de begroting 2022. In hoofdstuk vijf wordt een overzicht gegeven van financiële effecten van nieuwe initiatieven. Tevens zijn in dit hoofdstuk de voorgestelde investeringen opgenomen. Hoofdstuk zes bevat de bijlagen.

3

2.

PERSPECTIEF OP HOOFDLIJNEN

2.1

TOEKOMST GRSK

Inleiding Bij het maken van de Kadernota is het telkens weer een uitdaging om meerdere jaren vooruit te kijken en op basis daarvan tot voorstellen te komen waarmee wij de toekomstbestendigheid van de GRSK borgen. Dat dit vooruitkijken in de toekomst maar een beperkte waarde heeft moge blijken uit de onvoorziene omstandigheid die wij allen doormaken met het Coranavirus. Uit de ervaringen tot nu toe blijkt de GRSK niettemin, onvoorbereid, een wendbare en weerbare organisatie. Medewerkers, processen en systemen blijken deze langdurige beproeving succesvol te doorstaan. Wij zien op basis van de ervaringen met Covid-19 geen aanleiding om in deze Kadernota majeure voorstellen te doen. Wel ondervinden wij nu allen met nadruk de bijzondere sleutelpositie die de ICT inmiddels heeft ingenomen binnen de bedrijfsvoering. In deze Kadernota wordt mede daarom voorgesteld te komen tot een ontwikkelbudget ICT. Kempengemeenten opnieuw verbinden De toekomst van de Samenwerking tussen de Kempengemeenten is al enige jaren onderwerp van gesprek. Omdat de bewegingen die gemeenten willen maken op het gebied van samenwerking tot op heden verschillend waren is er vanuit de directie GRSK en gemeenten een intensief traject gestart om gemeenten op een lijn te krijgen ten aanzien van de toekomst voor de GRSK.

Dit traject lijkt te resulteren in een andere focus binnen de samenwerking, namelijk die van autonome gemeenten en regie op gegevens. Door deze focus uit te werken binnen de GRSK ontstaat de mogelijkheid om de taken en bevoegdheden die belegd zijn binnen de GRSK opnieuw te verbinden met gemeenten. Hierdoor ontstaat een veranderingsopgave voor zowel de gemeenten als voor de GRSK. Deze zal een uitwerking moeten krijgen in de zin van personeel, financiën, juridisch, organisatorisch enzovoorts. Te verwachten is dat begin 2021 nog nodig zal zijn om plannen uit te werken en tweede helft 2021 en 2022 om deze uit te voeren en te implementeren. De als incidentele begrote kosten voor directeur en staf zullen daarom in deze Kadernota worden doorgetrokken tot en met 2022. Naar verwachting kan de veranderopgave op 1-1-2023 worden afgerond. Perspectief per afdeling Op basis van notitie die colleges vaststelden worden er onderzoeken naar de haalbaarheid gedaan betreffende herpositionering van werkzaamheden van de afdelingen P&O, VTH, MD, SSC en Regie op Gegevens. Specifiek voor de afdelingen MD en SSC zal worden gekeken naar de mogelijkheden van een nieuwe juridische structuur (de Governance). Ook zal ten aanzien van de afdeling SSC onderzocht worden welke mogelijkheden er in de markt zijn voor het vinden van strategische partner(s).

Deze haalbaarheidsonderzoeken worden ter besluitvorming voorgelegd en vervolgens uitgewerkt in een organisatieplan. Dit organisatieplan zal eveneens worden voorgelegd ter vaststelling waarna de implementatie ter hand zal worden genomen. De planning is dat het gehele traject “Opnieuw verbinden” op 01-01-2023 is afgerond. Het onderwerp Regie op Gegevens zal voor een gedeelte synchroon lopen met de ontwikkelingen binnen “Opnieuw verbinden” maar zal per saldo een langere doorlooptijd hebben in verband met de ontwikkeling van nieuwe technieken, aanbestedingen en financiën.

4

Proces Voor het vormgeven en het bewaken van de processen “Opnieuw verbinden” is de stuurgroep “Opnieuw verbinden” geïnstalleerd. De stuurgroep bestaat uit de gemeente secretarissen van de vijf Kempengemeenten en de directeur van de GRSK. De planning. Voor het gehele proces is een planning gemaakt. In hoofdlijnen komt de planning neer op de volgende stappen. 1. December 2020 – juni 2021 • Vaststellen van de haalbaarheidsonderzoeken van de afdeling P&O, VTH, MD, SSC en Regie op Gegevens 2. Juni 2021 – Juli 2021 • Nadat alle haalbaarheidsonderzoeken zijn geaccordeerd worden alle uitgangspunten en consequenties (integraal) in een organisatieplan voorgelegd ter besluitvorming. Na besluitvorming wordt het organisatieplan ter advisering voorgelegd aan de ondernemingsraden en de verantwoordelijke gremia binnen de gemeenten. 3. September 2021 – December 2021 • Naar aanleiding van eventuele opmerkingen en suggesties van de ondernemingsraden en de verantwoordelijke gremia binnen de gemeenten wordt het organisatieplan aangepast c.q. aangevuld en ter besluitvorming voorgelegd aan Colleges en het DBGRSK. 4. Het jaar 2022 • Het jaar 2022 zal gericht zijn op de implementatie en realisatie van de plannen en de formele besluitvorming waarmee de plannen van 2021 worden geëffectueerd.

Alle documenten/voorstellen die voortkomen uit het organisatieplan worden geconcretiseerd en worden voorgelegd ter besluitvorming aan Colleges en DB-GRSK of worden opgenomen in de Kadernota. Indien en voor zover er (een) regeling(en) moet(en) worden aangepast, zienswijze t.a.v. (een) bekostigingsbesluit(en) moet(en) worden genomen, het in kennis stellen van nieuwe bestuurders dan wordt dit door de Colleges voorgelegd aan de Raden. De plannen dienen te zijn gerealiseerd voor 01-012023. De raden zullen worden geïnformeerd door en vanuit de Colleges van de afzonderlijke gemeenten. Budget is overgeheveld Ten behoeve van het traject “Opnieuw verbinden” is een budget geraamd en vastgesteld van € 100.000. Momenteel zijn op dit budget nog geen uitgaven gedaan. Het budget is overgeheveld naar de begroting van 2021.

5

2.2

ONTWIKKELINGEN IN DE DIENSTVERLENING

Het vertrekpunt is voortzetting van bestaand beleid Vanuit deelnemende gemeenten is in 2020 de keuze gemaakt om substantiële bezuinigingen door te voeren op de bedrijfsvoering van de GRSK. Binnen GRSK is een taakstelling ingevuld die tot lagere structurele bijdragen van gemeenten gaat leiden voor een bedrag van 325.000 euro per jaar. Met deze taakstelling gaat stringent budgetbeheer gepaard. Alleen de indexering wordt vanuit de ambtelijke voorbereiding meegenomen. De bezuinigingen worden behaald en nieuwe initiatieven die het financieel effect verminderen of tenietdoen worden tegengehouden. Ruimte voor nieuwe initiatieven ontstaat pas ingeval gemeenten vooraf aangeven dat er dekking is voor de lasten van nieuwe initiatieven.

Gemeenten kiezen voor ontwikkelingsbudget op ICT In 2020 werd de bezuiniging op ICT ingevuld en tegelijkertijd ontstond een breed gedeelde opvatting dat stilstand op het gebied van ICT achteruitgang is. Oftewel, stringent budgetbeheer wordt onderschreven maar ICT tenminste bij de tijd houden heeft daarin een uitzonderingspositie. In deze Kadernota is ontwikkelbudget SSC opgenomen, als voorstel om nieuwe initiatieven met breed gedeelde instemming te laten doorgaan. Gemeenten bepalen in onderlinge afstemming hoe hoog het ontwikkelingsbudget wordt.

Incidentele en structurele invloeden van Covid-19 De pandemie die in 2020 begon en voortduurt in 2021 heeft naar het zich laat aanzien incidentele en structurele effecten. Het totaal aan effecten is op dit moment nog niet goed te overzien, maar bijvoorbeeld de ervaringen met het thuiswerken zijn zodanig dat daar blijvende effecten van te verwachten zijn. Ook de ontwikkelingen in de techniek van werken op afstand zijn in 2020 in een stroomversnelling gekomen.

Voorbereidingen op invoering van de Omgevingswet De verwachting is dat de Omgevingswet van kracht wordt op 1 januari 2022. Dit vergt de nodige voorbereidingen organisatorisch en financieel. Gemeenten hebben dit gezamenlijk opgepakt in 2020 en deze voorbereiding zet zich voort in 2021. De voorbereiding vond plaats buiten de GRSK maar het is duidelijk dat de invoering Omgevingswet gevolgen gaat hebben voor de bedrijfsvoering van VTH en voor SSC die de ICT-zaken verzorgt.

Ontwikkelingen in het Schuldendomein De aanpak van schulden is een belangrijk gezamenlijk speerpunt van de rijksoverheid en gemeenten. De vier belangrijkste wetten in dit domein zijn gewijzigd: o Adviesrecht Gemeenten bij Schuldenbewind (AGS), o Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (WGS), o Wet vereenvoudiging beslagvrijvoet (Wvbvv), o Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag ten behoeve van verbreding beslagregister (VBR).

6

Deze maatregelen hebben grote impact op de bedrijfsvoering en informatievoorziening rondom Schulddienstverlening. Om dit in de uitvoering goed te borgen is in deze Kadernota de doorvertaling gemaakt naar wat dit betekent voor de bedrijfsvoering.

De dienstverlening aan KempenPlus wordt geconsolideerd Met de oprichting van KempenPlus werd reeds besloten dat de afdelingen P&O en SSC diensten gaan leveren aan het nieuwe participatiebedrijf. Het aansluiten van de ICT-infrastructuur van de voormalige WVK op de infrastructuur van de Kempengemeenten is in 2020 afgerond op basis van een project dat uitgevoerd werd door SSC. In de Kadernota 2022 worden de voornemens voor 2021 en verder opgenomen. Een dienstverleningsovereenkomst (DVO) is momenteel in procedure ter vaststelling. Deze DVO bevat: 1. Afspraken over het beheer van de ICT en de vergoeding daarvan. Ook afspraken over investeringen ten behoeve van KempenPlus zijn overeengekomen. 2. P&O voorziet in salarisadministratie en de personeelsadministratie van de (niet-gesubsidieerde) medewerkers van KempenPlus en in advies op het terrein van personeel en organisatie. 3. De organisatie van de bezwaarschriftencommissie en het delen van de kosten daarvan 4. Dienstverlening door de functionaris gegevensbeheer Voor deze dienstverlening worden kostendekkende afspraken gemaakt. In de begrotingswijziging 2021 en in de begroting van 2022 en verder worden al de genoemde initiatieven uitgewerkt in een begrotingsvoorstel. De financiële effecten treden op in de toename van de totale lasten en baten van de organisatie.

De bijdragen van gemeenten wijzigen niet noemenswaardig, omdat er kostendekkende afspraken zijn gemaakt met KempenPlus. 1

1

Het is een reële verwachting dat er schaaleffecten gaan optreden bij het SSC en P&O. Deze zijn niet gekwantificeerd maar naar verwachting is het effect ervan beperkt.

7

2.3

FINANCIEEL PERSPECTIEF

Perspectief Het financieel perspectief voor de GRSK wordt in deze Kadernota bepaald, zonder de precieze effecten voor de deelnemende gemeenten nu al te bepalen. Dat geschiedt bij de opstelling van de begroting 2022, omdat dan P&O, VTH, MD, SSC en KempenPlus de gegevens hebben aangeleverd die voor de berekening van de kostenverdeling vereist zijn. Een nieuwe financiële verordening is van kracht geworden per 1 januari 2021. Dat heeft financiële effecten, met name op het punt van afschrijvingen. Wat leert de jaarrekening 2020? In het proces tot opstelling van de begroting 2022 worden de jaarresultaten over het jaar 2020 van afdelingen bekend. Daar waar structurele afwijkingen tussen begroting en rekening worden geconstateerd worden deze betrokken in de nieuwe begroting. In de loop van het jaar 2020 tekent zich een aanmerkelijke besparing af op de uitvoering van de kosten Jeugdhulp. De omvang daarvan wordt naar verwachting ruim € 110.000 per jaar. Deze besparing is een voordelig effect van de inbesteding Jeugdhulp eind 2019. De kosten van ICT worden in de voorbereiding van de begroting kritisch tegen het licht gehouden. Over 2020 zien we veel fluctuaties met per saldo lagere kosten dan begroot. Structurele effecten hierin worden bepaald en opgenomen in de nieuwe begroting.

Effecten van indexering van lonen en prijzen Voor de indexering van lonen en prijzen bepalen de gemeenschappelijke regelingen in Zuid-Oost Brabant dezelfde uitgangspunten.2 De GR-n hanteren de aanname, dat de loonstijging die in de Macro Economische Verkenning 2020 wordt gepubliceerd, wordt toegepast op 2021. Voor het jaar 2022 gaan we uit van de Macro Economische Verkenning voor 2021. Dus, we hanteren voor het begrotingsjaar de loonontwikkeling van het voorgaande jaar. Om die reden werd bij het opstellen van de begroting 2021 uitgegaan van een stijging van 2,8 %. Op een totale loonsom van globaal 12,5 miljoen komt dat uit op een toename van € 350.000. Voor zover nu bekend is er geen cao-aanpassing in 2021 aangekondigd. Dus de lonen zijn – bij nader inzien - te hoog begroot. Bij een loonontwikkeling van 0 % in 2021 worden de formatiekosten circa € 350.000 lager dan vorig jaar begroot werd. Deze lagere loonkosten werken ook door in 2022 en verder. Meerjarig is het uitgangspunt vaste lonen en prijzen. Voor 2022 wordt de indexering van 1,8 procent toegepast. Omdat de groei in 2021 naar verwachting niet plaats vindt is de verwachte loonstijging vanaf 2022 € 125.000 structureel lager dan eerder werd begroot. In onderstaande tabel worden deze effecten gepresenteerd. De effecten van indexering zijn gekwalificeerd als “A-voorstel” omdat deze ontwikkeling onontkoombaar is.

2

Dit uitgangspunt wordt ook gehanteerd door vijf verbonden partijen in de regio Eindhoven. (MRE, Odzob, GGD, Participatiebedrijf KempenPlus en Veiligheidsregio)

8

Indeling van de voorstellen Om de voorstellen in deze Kadernota goed in beeld te brengen zijn deze geclassificeerd. Er is een indeling gemaakt in categorieën voorstellen met dekking en voorstellen zonder dekking. Aan het DB en aan het AB worden alle voorstellen voorgelegd met de vraag om een besluit te nemen over de voorstellen die worden opgenomen in het voorstel tot begrotingswijziging 2021 en het begrotingsvoorstel 2022. De samenvatting van alle initiatieven in deze Kadernota leidt tot het volgende overzicht. Overzicht financiële consequenties a.g.v. initiatieven in de Kadernota2022

GRSK alle afdelingen Prioriteit A, B of C

2021

2022

2023

2024

2025

Voorstellen waar DB reeds mee heeft ingestemd

A

Correctie loonontwikkeling in 2021

-350.000 -350.000 -350.000 -350.000 -350.000

A

Loonindexering

0

225.000

225.000

225.000

225.000

A

Prijsindex

0

87.000

85.000

85.000

85.000

B

Afdeling Staf

0

0

0

0

0

B

Afdeling Personeel en organisatie

B

Afdeling SSC

B B

0

0

0

0

0

149.000

79.000

79.000

79.000

63.000

Afdeling Maatschappelijke Dienstverlening

0

0

0

0

0

Afdeling Shared Service Centre

0

0

0

0

0

-201.000

41.000

39.000

39.000

23.000

Totaal Voorstellen

Prioriteit A, B of C

Voorstellen met positief advies van afdelingshoofden

B

Afdeling Staf

0

0

0

0

0

B

Afdeling Personeel en organisatie

0

0

0

0

0

B

Afdeling SSC

337.600

448.900

448.900

448.900

448.900

B

Afdeling Maatschappelijke Dienstverlening

-79.000

-32.000

-63.000

-63.000

-63.000

B

Afdeling VTH

171.000

0

0

0

0

Totaal voorstellen

429.600

416.900

385.900

385.900

385.900

Totaal voorstellen

0

0

0

0

0

C-voorstellen C

Totaal-voorstellen

2021

2022

2023

2024

2025

A-voorstellen

Totaal A-voorstellen

-350.000

-38.000

-40.000

-40.000

-40.000

B-voorstellen

Totaal B-voorstellen

578.600

495.900

464.900

464.900

448.900

C-voorstellen

Totaal C-voorstellen

0

0

0

0

0

228.600

457.900

424.900

424.900

408.900

Totaal-voorstellen

Alle bedragen in euro’s.

9

3.

KADERS VOOR DE AFDELINGEN

3.1

AFDELING STAF

Inleiding De stafafdeling vult haar rol in als ontwikkelaar en ondersteuner voor de organisatie SK. Deze ondersteuning bestaat uit secretariaat van bestuur en directie, Planning & Control en uitvoering van financieel administratieve taken. Daar horen inmiddels ook de werkzaamheden op het gebied van beheer website, informatiebeveiliging, privacy, gegevensbeheer (waaronder archief) en gegevensbescherming bij. De Begroting, Tussentijdse Rapportage en de Rekening worden, in nauwe samenwerking met de afdelingen van de SK en de gemeenten, door de Staf opgesteld. De afdeling Staf is voortdurend bezig met initiatieven die de organisatie betreffen, de governance van de GRSK en de toekomstige organisatie. Dit laatste als afgeleide van de strategische keuzen die deelnemende gemeenten maken. Daarnaast ligt bij de Staf de opgave om binnen de gegeven mogelijkheden de bedrijfsvoering te optimaliseren. Voor de staf zijn er geen financiële voorstellen voor de Kadernota 2022. Daar staat tegenover dat in 2020 besloten werd tot structurele vermindering van de kosten van overhead die in de jaren 2021 en 2022. Die taakstelling waarmaken is reeds begroot. Tegelijkertijd vervult de Staf een ondersteunende rol in het proces Opnieuw Verbinden. Het budget daarvan dat voor 2020 werd begroot is reeds overgeheveld naar het jaar 2021.

10

3.2

AFDELING PERSONEEL & ORGANISATIE

Inleiding De afdeling P&O verricht diensten voor vier gemeenten (Bladel, Eersel, Oirschot, Reusel-De Mierden), de organisatie SK, het participatiebedrijf KempenPlus en Bizob (Bureau Inkoop ZuidoostBrabant). P&O is verantwoordelijk voor salarisadministratie, personeelsadministratie, dossiervorming, dossierbeheer, personeels- en organisatiebeleid en uitvoering daarvan. Daarnaast adviseert de afdeling P&O voornoemde Kempenorganisaties op het gebied van personeel en organisatie. Voor de afdeling P&O geldt dat de dienstverlening aan KempenPlus met ingang van 2021 is vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst. Deze overeenkomst wordt aangedragen als A-voorstel voor de Kadernota 2022. Ontwikkelingen aangaande beleid in 2022 zijn afhankelijk van de besluiten die worden genomen in het kader van het traject “opnieuw verbinden”. Wijziging in wet- en regelgeving De looptijd van de huidige CAO is van 1 januari 2020 tot 1 januari 2021. Op dit moment zijn de onderhandelingen gaande voor de CAO gemeenten en CAO SGO per 1 januari 2021. Deze bevat voorstellen over harmonisatie van het bovenwettelijk verlof en er wordt gesproken over een thuiswerkvergoeding. Verder zal de CAO wijzigingen bevatten voor een betere aansluiting met het Burgerlijk Wetboek. Voor P&O zijn er geen financiële voorstellen voor de Kadernota 2022.

11

3.3

AFDELING SHARED SERVICE CENTER (SSC)

Inleiding Het SSC verzorgt voor Samenwerking Kempengemeenten en de gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden de ICT. Daarnaast verzorgt het SSC het gegevensbeheer en levert de afdeling landmeetkundige diensten. Ook Bizob is afnemer van diensten van het SSC. In deze Kadernota zijn ook initiatieven opgenomen voor uitbreiding van de dienstverlening aan participatiebedrijf KempenPlus. Welke toekomstontwikkelingen zijn er? Doordat de komende jaren steeds meer de nadruk op “Datagedreven werken” komt te liggen -zie onder andere het grote aantal publicaties van de VNG de afgelopen jaren - zullen deze werkzaamheden aan belang toenemen en daarmee zal ook de hoeveelheid werk in dit gebied toenemen. Bij “Datagedreven werken” maakt een gemeente gebruik van beschikbare data om beleidskeuzes te onderbouwen, om de effecten te volgen en om dat ook doelmatig te doen. Wanneer dit de komende jaren een steeds grotere vlucht gaat nemen, wordt de toename in deze werkzaamheden en de technische ondersteuning daarvan veel groter dan nu. Deze ontwikkeling vraagt een voortdurend bij de tijd houden van een goede technische infrastructuur en professionele dataverwerking door Geo-gegevensbeheer.

Samen met de verschuiving naar afname van diensten bij derden wordt het huidige SSC een belangrijke schakel tussen de interne en externe systemen, de systeem- en databewaking en de beheerder van de data. Hiermee is de professionele doorontwikkeling van het SSC een essentieel onderdeel voor het succes van de dienstverlening door de Kempengemeenten. Dienstverlening aan KempenPlus Voor de dienstverlening door GRSK aan KempenPlus werd in 2020 een dienstverleningsovereenkomst gesloten. Dit kadert de dienstverlening in en geeft duidelijkheid aan beide partijen over wat er geleverd wordt en de financiële afwikkeling daarvan. Het aandeel van SSC in deze dienstverlening is groot en veelomvattend. Besturen zijn overeengekomen dat de kosten die deze dienstverlening met zich meebrengt volledig worden gedragen door KempenPlus. GRSK beoogt ook geen financieel resultaat op deze dienstverlening. De nieuwe Dienstverleningsovereenkomst krijgt concrete invulling in de nadere uitwerking van begrotingsvoorstellen bij GRSK en KempenPlus. De begrotingswijziging voor 2021 is de eerste begroting van GRSK waarin deze structurele dienstverleningsovereenkomst concreet is uitgewerkt. In paragraaf 6.2 en 6.3 is een financiële uiteenzetting opgenomen van de DVO.

Welke veranderingen worden er verwacht? Uit de trends en ontwikkelingen op het gebied van ICT en Geo inzake de wet- en regelgeving die de komende jaren van invloed zijn op de dienstverlening zijn aandachtpunten geformuleerd. o Op het gebied van de wet- en regelgeving spelen onderwerpen als de Omgevingswet en de Wet Open Overheid als opvolger van de WOB. Maar ook zaken als Burgerparticipatie en Ketenautomatisering. o De doorontwikkeling binnen de basisregistraties vanuit BZK onder de noemer Samenhangende Objecten Registratie (SOR) zal aanzienlijke gevolgen voor Geo-gegevensbeheer en de gemeenten hebben waar ook VNG momenteel een grote nadruk op legt. o Technologisch hebben ontwikkelingen o.a. betrekking op de verbetering van digitaal fotomateriaal, een veel hogere resolutie en de intrede van kunstmatige intelligentie. Daarnaast gaan 3D en satellietdata een grotere rol spelen en zijn er ontwikkelingen op het gebied van

12

o

integratie van ontwerp en realisatie. Al deze zaken vragen continue ontwikkeling op informatiebeveiliging. Daarnaast kunnen er op vele vakgebieden ontwikkelingen zijn die leiden tot nieuwe wet- en regelgeving die direct invloed hebben op de ICT en het GEO-domein.

Wat zijn de trends in de markt? Binnen de ICT zien we een doorgaande verschuiving naar licenties en dienstverlening terwijl de investeringen minder worden. Deze trend wordt mede ingegeven doordat leveranciers bij grotere vernieuwingen ervoor kiezen om niet langer een product aan de bieden maar een dienst. Het bekendste voorbeeld hiervan is Office 365 van Microsoft dat niet langer eenmalige aangekocht kan worden maar als jaarlicentie afgenomen dient te worden. Voor Geo geldt dat dit de laatste jaren een integraal onderdeel van ‘backoffice’ applicaties is geworden. Het gebruik van gegevens met een Geo-component en het beschikbaar komen van gebruiksvriendelijke Geo-viewers heeft ervoor gezorgd dat dit een wezenlijk onderdeel van onze dagelijkse informatiebehoefte is geworden. Het gevolg hiervan is dat integraal gegevensbeheer, het gebruik van webservices en een goede infrastructuur aanzienlijk in belang is toegenomen. Parallel hieraan zijn ook de specialismes rondom geo-gerelateerde data, processen en systemen, van groter belang geworden. Daarmee is ook kwalitatief (=competenties) en kwantitatief (= het aantal medewerkers) het team van specialisten dat hiermee bezig is veel belangrijker geworden. Meerjaren-Investerings-Plan (MIP) Het meerjaren-investerings-plan wordt herijkt bij de begroting 2022. Ook de investeringsplanning voor 2025 wordt ingevuld.

Daarbij worden de noodzakelijke vervangingsinvesteringen opgenomen. Voor reeds geplande investeringen wordt opnieuw bezien in welk jaar de investering wordt uitgevoerd. Welke mogelijke risico’s zijn er aanwezig? Wanneer er niet meebewogen wordt op deze ontwikkelingen en de daarbij behorende investeringen in kwaliteit, kwantiteit van mensen en infrastructuur zal dit leiden tot achterstand. Dit zal zijn weerslag gaan hebben op het niveau van dienstverlening die de gemeenten kunnen bieden aan haar klanten.

13

Initiatieven waar reeds instemming van het DB voor is Initiatieven die het SSC aanbiedt en waarvoor dekking is geregeld op 17-11-2020 bij het Dagelijks bestuur zijn:

Financieel overzicht van voorstellen die reeds geaccordeerd zijn door DB Kapitaallast Exploitatielast

LASTEN Prioriteit A, B of C

B

B

AFDELING SHARED SERVICE CENTER

B

2023

2024

2025

Investerings

Lasten

Lasten

Lasten

bedrag

Simpler Invoicing (exploitatielasten)

8.000

8.000

8.000

8.000

Simpler Invoicing (kapitaallasten)

3.500

7.000

7.000

7.000

7.000

Totaal Simpler Invoicing

11.500

15.000

15.000

15.000

15.000

Scanners voor paspoorten (exploitatielasten)

8.000

8.000

8.000

8.000

8.000

Scanners voor paspoorten (kapitaallasten)

1.625

3.250

3.250

3.250

1.625

Totaal Scanners voor paspoorten

9.625

11.250

11.250

11.250

9.625

Doorontwikkeling Office 365 - Fase 2 (exploitatiekosten)

40.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal Doorontwikkeling Office 365 - Fase 2

40.000

0

0

0

0

Uitbreiding infrastructuur videobellen (exploitatielasten)

24.000

24.000

24.000

24.000

24.000

Uitbreiding infrastructuur videobellen (kapitaallasten)

14.375

28.750

28.750

28.750

14.375

Totaal Uitbreiding infrastructuur videobellen

38.375

52.750

52.750

52.750

38.375

Rioolbeheer (exploitatielasten)

30.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal Rioolbeheer

30.000

0

0

0

0

Onderuitputting kapitaallasten

19.500

Totaal onderuitputting kapitaallasten

19.500

Totaal

149.000

79.000

79.000

79.000

63.000

Rioolbeheer (kapitaallasten) B

2022 Lasten

Voorstellen waar DB reeds mee heeft ingestemd

Doorontwikkeling Office 365 - Fase 2 (kapitaallasten) B

2021 Lasten

8.000 35.000

13.000

115.000

163.000

Alle bedragen in euro’s.

Toelichting van de initiatieven

o Simpler invoicing ( € 35.000 investering en jaarlijks € 8.000 ) Op dit moment kunnen gemeenten e-facturen ontvangen via e-mail. Deze e-facturen moeten dan alsnog geregistreerd worden in de financiële applicatie. De functioneel applicatiebeheerders van de financiële applicatie hebben de voordelen in kaart gebracht van de aansluiting bij Simplerinvoicing voor het ontvangen en versturen van e-facturen. Simplerinvoicing is een landelijk netwerk waarbij organisaties en hun softwareleveranciers bij kunnen aansluiten. Facturen die via dit netwerk verzonden en ontvangen worden komen rechtstreeks in de financiële administratie terecht. Het ontvangen en versturen van facturen via Simplerinvoicing zorgt voor verhoging van de veiligheid, meer zekerheid door validatie van de afzender en een vermindering van het aantal spookfacturen. Met het opnieuw inrichten van de keten en het toevoegen van Simplerinvoicing als nieuwe factuurstroom wordt een efficiency- en effectiviteitsslag behaald. E-factureren via Simplerinvoicing scheelt in de administratieve lasten per factuur en de betrouwbaarheid van de dienstverlening wordt verhoogd. Daarnaast is het een veiliger manier van het ontvangen en versturen van e-facturen, dan de huidige methode die binnen de Kempen wordt gebruikt (XML via e-mail). De investering voor het invoeren van Simplerinvoicing bedraagt € 7.000.

Daarnaast zijn er ook nog jaarlijkse exploitatiekosten van € 11.000. Daarnaast is een behoefte aan herziening van het huidige factureringsproces. Aanleiding hiervoor is dat de keten van binnenkomst van facturen tot registratie hiervan niet altijd goed verloopt. Het is zo dat op dit moment applicaties van meerdere leveranciers worden gebruikt voor de herkenning, registratie, opslag en afhandeling van facturen. De samenwerking tussen deze verschillende applicaties

14

verloopt lang niet altijd optimaal en zorgt voor noodzakelijk handmatig herstelwerk door medewerkers van de financiële administraties van de gemeenten. De investering voor factuurherkenning bedraagt € 28.000 en daarnaast zijn er nog jaarlijkse exploitatiekosten van € 4.000. Door het opnieuw inrichten vervallen er jaarlijks € 7.000 aan lasten. De jaarlijkse lasten zullen per saldo dus met € 8.000 toenemen. De kapitaallasten op de investeringen zijn hierin niet inbegrepen. Voor gemeente Oirschot geldt dat een andere financieel pakket wordt gebruikt en dat de huidige keten in stand gehouden wordt.

o Scanners voor paspoorten ( € 13.000 investering en jaarlijks € 8.000 ) Internationale identiteitsdocumenten, zoals paspoorten, identiteitskaarten en rijbewijzen zijn in het bezit van echtheidskenmerken. Deze helpen tegen misbruik, fraude en vervalsing. De echtheidskenmerken van het paspoort zijn kenmerken die zonder hulpmiddelen niet te controleren zijn. Dit zijn onder andere het schaduwwatermerk, het kinegram, een voelbaar reliëf en ImagePerf. De afdelingen Burgerzaken van de vijf Kempengemeenten hebben behoefte aan een documentscanner per organisatie, om de identiteitsdocumenten van personen die aan de balie komen extra te controleren op echtheid. Achtergrond hiervan is dat gemeenten misbruik van persoonsgegevens, ook wel bekend als identiteitsfraude en identiteitsdiefstal, willen tegengaan. Op dit moment hebben de gemeenten Bergeijk en Eersel een dergelijke scanner al in gebruik en deze gemeenten geven aan dat een documentscanner van toegevoegde waarde is in hun werkprocessen en helpt om identiteitsbewijzen op echtheid te controleren. Ook de andere gemeenten hebben bij SSC de Kempen aangegeven behoefte te hebben aan dergelijke functionaliteit. De documentscanner werkt in combinatie met een Fraudedesk.

Medewerkers kunnen bij afkeur van een identiteitsdocument door de scanner, of als ze zelf twijfelen, het document real-time via een beveiligde verbinding doorsturen naar een Fraudedesk. De Fraudedesk geeft uitsluitsel of er sprake is van een vals of vervalst document, en leiden de medewerker telefonisch door de te volgen procedure en geven advies over hoe te handelen. De Fraudedesk is gespecialiseerd in het onderzoeken van documenten, zoals paspoorten, identiteitskaarten en rijbewijzen. Op dit moment voert de Fraudedesk ook al de controles uit voor gemeente Bergeijk en gemeente Eersel. Gemeente Bergeijk en gemeente Eersel zijn zoals gezegd reeds in het bezit van een documentscanner en zijn aangesloten op de dienstverlening van de Fraudedesk. De scanner voor gemeente Bergeijk moet vervangen worden; de scanner van gemeente Eersel nog niet. In totaal moeten er dus vier scanners aangeschaft worden, kosten € 13.000. Daarnaast een jaarlijks abonnement voor de fraudedesk voor de vijf gemeenten, kosten € 8.000 per jaar.

o Doorontwikkeling Office 365: Fase 2 Microsoft ( € 40.000 eenmalig Fase 1 + € 160.000 Fase 2) Het voorstel “Basis op orde” bestaat uit twee fasen welke hieronder verder worden toegelicht. FASE 2A SSC de Kempen beschikt voor al haar gebruikers over een Office E3-licentie maar op dit moment wordt de meerwaarde van die licentie nog onvoldoende benut en worden dus bijna alleen maar ‘klassieke’ applicaties gebruikt. Voorgesteld wordt om verder te verkennen wat de mogelijkheden van Microsoft 365 zijn. Na afronding van de verkenning met er antwoord zijn op de volgende vragen:

15

o o o o

Kan Microsoft de organisaties efficiënter en effectiever laten werken? Wat moet er nog gebeuren om een goed fundament op te zetten? Hoe ziet een fasering van de implementatie eruit? Hoe worden gebruikersorganisaties begeleid in de verandering en de adoptie van Microsoft 365 als digitale samenwerkingsomgeving.

FASE 2B Fase 2b betreft de implementatiefase. De implementatiekosten zijn afhankelijk van de keuzes en behoeftes die in fase 2a worden gemaakt. De kosten hiervan worden geschat op € 160.000. FASE 2B wordt in de Kadernota nog niet financieel opgenomen. Er zijn nog teveel onzekerheden.

o Video bellen via MS-Teams ( € 115.000 éénmalig en jaarlijks € 24.000 ) De huidige infrastructuur is niet berekend op het beeldbellen zoals die nu plaats vindt als gevolg van de Covid-19 maatregelen. De verwachting is dat ook na deze pandemie het beeldbellen als een basisdienst geleverd zal dienen te worden. Om de bestaande basisinfrastructuur hier geschikt voor te maken is een investering noodzakelijk in servers, capaciteit van lijnen en bijbehorende componenten.

o Rioolbeheer ( € 30.000 eenmalig) De gemeentelijke rioolbeheerders hebben aangegeven dat de huidige oplossing voor rioolbeheer (GBI) op dit moment te weinig mogelijkheden biedt. Er heeft een quick scan plaatsgevonden welke inzicht heeft gegeven in het huidige systeem voor rioolbeheer. Hierbij is gekeken naar zowel de technische inrichting, de kwaliteit van de gegevens (logisch, volledig) en de bruikbaarheid voor de gewenste doelen. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een voorstel tot een verbetertraject. Het verbetertraject bevat de volgende elementen: o Gezamenlijk bepalen processen en output rioolbeheer (informatiebehoefte); o Inzicht in gebruiksmogelijkheden GBI voor rioolbeheerders (kennis); o Aanpassen inrichting en ontsluiten GBI (werkplek); o Data complementeren en verbeteren (dataverbetering); o Inzet GBI in werkprocessen (proces); o Beheer op basis van eenduidige werkafspraken (beheerkalender). Uitgaande van uitvoering van de voorgestelde aanpak door de leverancier worden de kosten voor het verbeteringstraject geraamd op € 30.000.

16

Financieel overzicht voorstellen met positief advies van afdelingshoofden In het gebruikersoverleg SSC zijn verschillen initiatieven gedeeld. Afdelingshoofden bedrijfsvoering van deelnemende gemeenten adviseerden onderstaande voorstellen op te nemen in de concept-Kadernota. Kapitaallast Exploitatielast

LASTEN

Shared Service Centre 2021

Prioriteit A, B of C

10.000

10.000

10.000

0

0

0

0

Totaal Vervangen SIMmeldpunt (MOR)

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

SIMloket PDC Felix (exploitaitielasten)

15.000

4.000

4.000

4.000

4.000

0

0

0

0

0

Totaal SIMloket PDC Felix

15.000

4.000

4.000

4.000

4.000

Iverkiezing module RDM (exploitatielasten)

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

0

0

0

0

0

Totaal Iverkiezing module RDM

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

Afsprakenmodule RDM (exploitatielasten)

3.250

3.250

3.250

3.250

3.250

0

0

0

0

0

Totaal afsprakenmodule RDM

3.250

3.250

3.250

3.250

3.250

BKR 1.0 naar BRK 2.0 (exploitatielasten)

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

BKR 1.0 naar BRK 2.0 (kapitaallasten)

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

Volledigheid LV-WOZ

17.750

17.750

17.750

17.750

17.750

Volledigheid LV-WOZ

2.500

5.000

5.000

5.000

5.000

Totaal volledigheid LV-WOZ

20.250

22.750

22.750

22.750

22.750

Multiservice voor ondernemers

0

7.500

7.500

7.500

7.500

Vernieuwing Raadsinformatiesysteem

0

7.000

7.000

7.000

7.000

Informatiebeleid (AVG)

0

30.000

30.000

30.000

30.000

Beveiliging mobiele devices

0

15.000

15.000

15.000

15.000

Totaal structureel maken incidenteel geraamde budgetten

0

59.500

59.500

59.500

59.500

Ontwikkelbudget ICT (exploitatielasten)

150.000

150.000

150.000

150.000

150.000

Totaal Ontwikkelbudget ICT

150.000

150.000

150.000

150.000

150.000

Omgevingswet (exploitatielasten)

137.100

128.100

128.100

128.100

128.100

Omgevingswet (kapitaallasten)

33.400

66.800

66.800

66.800

66.800

AF: software die komt te vervallen

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

Iverkiezing module RDM (kapitaallasten)

Afsprakenmodule RDM (kapitaallasten) B

B

B

Investeringsbedrag

2025

0

SIMloket PDC Felix (kapitaallasten)

B

2024

10.000

Vervangen SIMmeldpunt (MOR) (kapitaallasten)

B

2023

Voorstellen met positief advies van afdelingshoofden Vervangen SIMmeldpunt (MOR) (exploitatielasten)

B

2022

10.000

Totaal BKR 1.0 naar BRK 2.0

25.000

Structureel maken incidenteel geraamde budgetten

B

B

Externe inhuur m.b.t. de omgevingswet (kapitaallasten) B

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

Totaal Omgevingswet

170.500

194.900

194.900

194.900

194.900

Onderuitputting kapitaallasten

-35.900

0

0

0

0

Totaal onderuitputting kapitaallasten

-35.900

0

0

0

0

Totaal

337.600

448.900

448.900

448.900

448.900

334.000

359.000

17

Toelichting ontwikkelbudget ICT Het opnemen van een ontwikkelbudget stelt het SSC in staat om gedurende het jaar vlot en slagvaardig uitvoering te geven aan nieuwe vormen van dienstverlening waar deelnemers in het SSC om vragen. Elk jaar ontstaan er knelpunten doordat gemeenten vragen naar nieuwe mogelijkheden die ten tijde van het opstellen van de begroting niet bekend zijn. Als voorbeelden van deze ontwikkeling gelden een aantal ICT-initiatieven die nu als nieuwe ontwikkeling worden opgevoerd in deze Kadernota. Deze voorstellen zijn aangehouden omdat de rechtmatige grondslag om tot uitvoering over te gaan ontbrak. Uit ervaring blijkt dat het meegaan in de ICT-ontwikkeling van groot belang is omdat juist op dat gebied stilstand overeenkomt met achteruitgang. Ontwikkelingen in techniek, in wetgeving, updates van applicaties enzovoorts laten zich niet eenvoudig plannen. Om in deze situatie de mogelijkheid te creëren om tussentijds ICT-initiatieven op vraag van gemeenten uit te voeren wordt ontwikkelbudget begroot. In overleg met gemeenten is bepaald om voor wat betreft de hoogte van het budget aansluiting te zoeken bij de landelijke ontwikkeling. 3 De trendmatige ontwikkeling wijst op een groei van de ICTkosten per inwoner met 2 euro per inwoner per jaar. Voor het SSC komt dit budget uit op afgerond € 150.000 per jaar structureel.

Dit budget verschaft aanpassingsvermogen voor de bedrijfsvoering van deelnemers in het SSC.

o Omgevingswet De Omgevingswet die naar verwachting van kracht wordt per 1 januari 2022 bundelt 26 wetten voor de leefomgeving naar 1 wet. Met de Omgevingswet komt teven een nieuwe infrastructuur o.a. het landelijke DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet). Het aansluiten hierop en het uitvoeren van de Omgevingswet vereist een nieuwe procesinrichting en nieuwe functionaliteit van de huidige VTH-applicatie om deze te ondersteunen. De kosten van implementatie zijn nog met vragen omringd. Er moeten in 2021 nog diverse keuzes gemaakt gaan worden. Bij het schrijven van de Kadernota is uitgegaan van de aanwezige informatie.

In bijlage 6.3 is een overzicht opgenomen met betrekking tot de Omgevingswet.

3

Door M&I en Partners wordt de landelijke ontwikkeling in beeld gebracht. Deze ontwikkeling wordt gevolgd.

18

3.4

AFDELING MAATSCHAPPELIJKE DIENSTVERLENING

Inleiding De afdeling Maatschappelijke Dienstverlening voert voor de vijf Kempengemeenten programma’s uit in het gebied van het sociale domein. Dit zijn: o Bijzondere bijstand en minimaregelingen (tot en met het besluit in de frontoffice) o Schuldhulpverlening o Wet Maatschappelijke Ondersteuning (front- en backoffice) o Sociaal Raadsliedenwerk o Jeugdwet (toegang en ondersteuning) o Wvggz o Meldpunt Zorgwekkend gedrag Deze Kadernota is beperkt tot de bedrijfsvoering van de afdeling Maatschappelijke Dienstverlening. Programmakosten vallen buiten deze begroting en worden op basis van werkelijke inzet afgerekend per gemeente. Algemene kosten zoals de kosten die gepaard gaan met de formatie, huisvesting, innovatie en organisatiekosten maken deel uit van deze Kadernota voor de bedrijfsvoering. Wat wil de afdeling Maatschappelijke Dienstverlening bereiken? De afdeling Maatschappelijke Dienstverlening heeft tot doel het verlenen van kwalitatief hoogwaardige dienstverlening aan de inwoners van de Kempengemeenten voor de taken waaraan de afdeling uitvoering aan geeft. De inzet daarbij is gericht op het bevorderen en maximaliseren van de zelfredzaamheid van de inwoners die een beroep doen op ondersteuning. Scholing en verdere professionalisering is belangrijk voor een hoogwaardige uitvoering van de inhoudsrijke taakvelden van de afdeling Maatschappelijke Dienstverlening.

Ook de backoffice taken en digitale berichtenverkeer verloopt via de afdeling maatschappelijke dienstverlening (cluster bedrijfsbureau). De afdeling Maatschappelijke Dienstverlening zet een ontwikkeling in gang om de interne controle, door ontwikkelen naar een wijze van werken gericht op het reduceren van risico’s. Het kwaliteitsmanagement wordt vergroot. Vanuit de te bereiken doelen zullen de tactische en operationele risico’s worden geformuleerd zodat de afdeling ingericht kan worden op de beheersing van de processen en de risico’s. Ieder kwartaal wordt na afronding van de interne controle gedurende het verantwoordingsjaar vastgesteld of en in hoeverre de afdeling adequaat functioneert gericht op de te bereiken doelen, rekening houdend met de concreet geïdentificeerde risico’s.

Ontwikkelingen Binnen de landelijke wet- en regelgeving zijn twee ontwikkelingen van belang: o

Op dit moment heeft in Nederland 1 op de 5 huishoudens risicovolle schulden. Daarnaast is het aanvragen van inkomensondersteuning ingewikkeld en 1,2 miljoen huishoudens met schulden krijgt geen formele schuldhulpverlening. Deze mensen ervaren stress, krijgen sneller gezondheidsproblemen en raken sneller in een sociaal isolement. Het is aan de gemeentelijke uitvoering om oplossingen te bieden en deze mensen te begeleiden naar een waardige plek in onze samenleving. Het ministerie van SZW is een viertal wetgevingstrajecten gestart ter ondersteuning van het voorkomen en het daadwerkelijk oplossen van de

19

schuldenproblematiek. Voor de implementatieaanpak over de vier wetten is tijdelijk extra capaciteit benodigd zodat de wetten in samenhang kunnen worden geïmplementeerd en inwoners met schulden sneller en efficiënter geholpen kunnen worden. De volgende elementen staan hierbij centraal in deze tijdelijke aanpak: a) Samenhang tussen de wetten te borgen; b) Landelijke informatievoorziening schulden inzichtelijk maken en door ontwikkelen richting de praktijk; c) Implementatie van de wetten te koppelen aan de projecten en initiatieven. Dit vergt een hoge mate van tijdelijke projectmatige coördinatie op alle regelingen waarop dit betrekking heeft. Daarnaast vergroten de werkzaamheden voor de consulenten doordat er meer taken belegd worden bij het schuldendomein. o

De nieuwe Wet inburgering treedt in 2022 inwerking. De Wet inburgering wordt onderdeel van het brede sociaal domein en met name de Participatiewet. Gemeenten zijn onder andere verantwoordelijk voor de financiële ontzorging van bijstandsgerechtigde inburgeringsplichtigen tijdens de eerste zes maanden van hun verblijf in de gemeente. Deze ontzorging verloopt gedeeltelijk rechtstreeks via het inkomen (Kempenplus) door directe betaling van de vaste lasten. Daarnaast is er een verantwoordelijkheid tot het organiseren van ondersteuning bij het aanleggen van financiële vaardigheden. Het doel van deze vorm van financiële ondersteuning is het voorkomen van financiële problemen en het creëren van financiële rust en zelfredzaamheid. De financiële ondersteuning begint op de dag dat het recht op bijstand ontstaat. De afdeling Maatschappelijke dienstverlening ondersteunt inwoners onder andere bij het op orde krijgen en houden van hun financiële situatie. Dit is ook een ondersteuning die voor statushouders geldt in het aanleren van financiële vaardigheden.

o

De inbesteding van Jeugdhulp in 2020 blijkt structureel voordeliger dan verwacht. Naar het zich laat aanzien kan voor de uitvoering van de taken van Jeugdhulp structureel € 110.000 minder worden begroot. Dit effect wordt meegenomen in de begroting 2022 en begrotingswijziging 2021.

Wat zijn de financiële consequenties op basis van ontwikkelingen? o Gelet op de verzwaring van de beleid- en kwaliteitstaken door de implementatie van de vier wetswijzigingen wordt voorgesteld om in 2021 en 2022 (tijdelijk) (0,4 fte in schaal 9) de formatie te verhogen. o Daarnaast wordt voorgesteld om de eerder gevoteerde 0,6 fte extra formatie consulent SHV structureel te begroten in verband met structurele uitbreiding van het takenpakket als gevolg van de wetswijzigingen.

20

Financieel overzicht voorstellen afdeling MD Prioriteit A, B of C

LASTEN A-voorstellen

2021 Lasten

Maatschappelijke Dienstverlening

0

2024 Lasten

2025 Lasten

0

0

0

0

47.000

47.000

47.000

47.000

Voorstellen met positief advies van afdelingshoofden Structureel maken formatie schuldhulpverlening (0,6 FTE) Uitbreiding formatie schuldhulpverlening (0,4 FTE schaal 9) Lagere formatielasten Jeugdhulp structureel

C-voorstellen

2023 Lasten

A-Voorstellen Totaal A-voorstellen

B-voorstellen

2022 Lasten

31.000

31.000

-110.000

-110.000

-110.000

-110.000

-110.000

Totaal B-voorstellen

-79.000

-32.000

-63.000

-63.000

-63.000

Totaal C-voorstellen

0

0

0

0

0

C-voorstellen

Totaal-voorstellen

2021

2022

2023

2024

2025

A-voorstellen

Totaal A-voorstellen

0

0

0

0

0

B-voorstellen

Totaal B-voorstellen

-79.000

-32.000

-63.000

-63.000

-63.000

C-voorstellen

Totaal C-voorstellen Totaal-voorstellen

0

0

0

0

0

-79.000

-32.000

-63.000

-63.000

-63.000

Alle bedragen in euro’s.

21

3.5

AFDELING VERGUNNINGVERLENING, TOEZICHT EN HANDHAVING

Inleiding In 2022 gaat de afdeling VTH werken met de nieuwe Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Verwacht wordt dat deze ontwikkeling binnen de afdeling een groot beslag gaat leggen op de ruimte voor nieuwe initiatieven. Mogelijk zijn er, nu nog niet in te schatten, consequenties voor de formatie door verschuiving, afname en/of toename van bepaalde werkzaamheden. Daar zal pas in 2021, of zelfs pas in 2022, meer duidelijkheid over komen.

Wijziging in wet- en regelgeving 2022 zal het eerste jaar zijn waarin de afdeling VTH met de nieuwe Omgevingswet, het Digitaal Stelsel Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen aan het werk zal zijn. De wet Kwaliteitsborging wordt gefaseerd ingevoerd tussen 2022 en 2025. Gegeven de impact van deze wetswijzigingen ligt het voor de hand dat de afdeling VTH vooral druk zal zijn om het werken met deze nieuwe regels te gaan ervaren en waar nodig werkprocessen verder aan te passen en verdere afspraken met samenwerkingspartners te maken. Zoals bekend zal het tegelijkertijd tevens het laatste jaar zijn waarin de afdeling VTH in zijn huidige vorm zal bestaan. Dit gegeven zal in 2022 het nodige vragen aan tijd en inspanningen om te zorgen dat de dienstverlening ook na 2022 goed en soepel zal kunnen blijven verlopen. Deze twee zaken vormen voor de afdeling VTH in 2022 de belangrijkste uitdagingen. Daarnaast geldt de verplichting om met ingang van 1 januari 2022 woningen te taxeren op basis van gebruiksoppervlakte i.p.v. op basis van inhoud. In 2022 zal blijken of alle geleverde inspanningen om dit voor te bereiden zijn vruchten afwerpt en zal tijd benut moeten worden om waar nodig verdere afstemming tussen BAG en WOZ te verzorgen.

Mogelijk dat in 2022 vanuit de BAG ook een eerste start gemaakt zal kunnen worden met de bijdrage en rol vanuit de BAG in de oprichting (Kempenbreed, Regie op gegevens), van de Samenhangende Object Registraties. Omgevingswet

In 2022 treed de Omgevingswet in werking. In de Omgevingswet bundelt de overheid de regels voor ruimtelijke projecten. Dit heeft consequenties voor de afdeling VTH. De wetgeving heeft gevolgen voor een groot gedeelte van het dagelijkse werk. Voor de afdeling VTH moet geïnvesteerd worden in opleidingen van personeel, het herzien van vele werkprocessen, inclusief sjablonen, dienstverleningsovereenkomsten, werkafspraken, et cetera. De exacte gevolgen voor de afdeling VTH zijn nog niet bekend, terwijl in 2021 wel gestart moet worden met de voorbereiding en implementatie. Hiervoor zijn financiële middelen nodig. Een schatting van de benodigde middelen is gebaseerd op de volgende inzet: o Inhuur van een projectleider implementatie. Kosten ca € 58.000 o Inhuur van functionele projectassistenten (1 fte), voor de duur van 12 maanden. Kosten ca. € 113.000. o Opleidingen. Deze kunnen worden bekostigd uit het bestaande opleidingsbudget. o Frictiekosten als gevolg van mogelijke taakverschuivingen (hangt samen met ambitieniveau gemeenten).

22

Financieel overzicht voorstellen afdeling VTH Prioriteit A, B of C

LASTEN A-voorstellen

Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving

2021

Totaal A-voorstellen

B-voorstellen

2023

2024

2025

0

0

0

0

0

Inhuur van een projectleider t.b.v. omgevingswet (exploitatiekosten)

58.000

0

0

0

0

Inhuur van functionele projectassistenten t.b.v.omgevingswet (exploitatiekosten)

113.000

0

0

0

0

Totaal B-voorstellen

171.000

0

0

0

0

Totaal C-voorstellen

0

0

0

0

0

Voorstellen met positief advies van afdelingshoofden

B-voorstellen

C-voorstellen

2022

A-Voorstellen

C-voorstellen

Totaal-voorstellen

2021

2022

2023

2024

2025

A-voorstellen

Totaal A-voorstellen

0

0

0

0

0

B-voorstellen

Totaal B-voorstellen

171.000

0

0

0

0

C-voorstellen

Totaal C-voorstellen

0

0

0

0

0

171.000

0

0

0

0

Totaal-voorstellen

Alle bedragen in euro’s.

23

3.6

ONTWIKKELING IN RISICO’S

In de begroting 2022 wordt de verplichte paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” opgenomen. Bij het opstellen van de Kadernota zijn de onderstaande risico’s opgemerkt. In het begrotingsvoorstel worden deze opgenomen. 1. Kempengemeenten gaan in 2021 verder met een strategische oriëntatie op de regionale samenwerking. Daardoor is er op dit moment onzekerheid over de ontwikkeling van de samenwerking, die ook voor de GRSK onzekerheden en risico’s met zich meebrengt. Daarbij is het op voorhand niet zeker dat de maatregelen die nu genomen worden, later passen in de vorm van samenwerking waarvoor gemeenten gaan kiezen. Het risico is het mogelijk ontstaan van frictiekosten bij aanpassing van het samenwerkingsverband. 2. Sinds 2018 zijn garantiebanen een vast onderdeel van organisaties. De kosten voor deze functies dienen opgenomen te worden in de begroting van de SK. Hierbij dient aangetekend te worden dat is gebleken dat het realiseren van garantiebanen bij de SK een uitdaging is. 3. GRSK en Kempenplus maken beiden gebruik van de Suite voor het sociale domein. Op dit moment is nog onduidelijk wat juridisch gezien de implicaties daarvan zijn. 4. Risico’s zijn aanwezig op het gebied van schuldhulpverlening, omdat onzeker is of de systemen de volledige uitvoering van de functie op een efficiënte wijze kunnen borgen. 5.

Van de invoering van de Omgevingswet is nog onduidelijk wat de exacte financiële consequenties gaan zijn. De voorbereidingen op de invoering van deze wet lopen nog maar het prijskaartje is nog afhankelijk van de vele keuzes die nog gemaakt moeten worden door gemeenten. 6. Per juli 2022 stopt het Kadaster met het leveren van de BRK-levering in de huidige vorm. Het kadaster gaat over van BKR 1.0 naar BRK 2.0. De verwachtte impact op de belastingdata en applicaties is groot. Op dit moment zijn er teveel onzekerheden om een kostenindicatie te ramen. 7. Luchtfoto’s werden voor de jaren 2019 en 2020 in een pilot landelijke aanbesteding ingekocht. Deze pilot is per 31-12-2020 beëindigd. Om de wettelijke taken te kunnen borgen is gekozen om deel te nemen aan de regionale inkoop voor 2021 die vanuit BIZOB is opgestart. Voor 2022 en verder wordt in 2021 gestart met een nieuwe aanbesteding. Vanaf 2021 is er een risico dat de kosten van luchtfotografie hoger uit gaan vallen dan begroot. Gezien de onzekerheid van de uitkomst van de aanbesteding is er cijfermatig niets verwerkt in de Kadernota.

24

4.

UITGANGSPUNTEN

4.1

ALGEMENE UITGANGSPUNTEN

Inleiding Het vertrekpunt voor de financiële begroting is “ongewijzigd beleid”. Dat wil zeggen dat het gevoerde beleid voor de komende jaren doorgetrokken wordt en dat de budgettaire gevolgen van in het verleden genomen beslissingen in de meerjarenraming zijn verdisconteerd. Voor een aantal externe factoren zoals rente- en prijsontwikkeling worden aannames bepaald. Ook is van belang om de verdeelsleutels van de kosten vast te stellen.

Opstelling van het jaarplan 2022 Het jaarplan voor de Samenwerking Kempengemeenten ontstaat door bundeling van de jaarplannen van de afdelingen van de GRSK. Deze afdelingsplannen worden opgesteld aan de hand van de indeling in de zogenaamde drie W-vragen. Dit zijn: o Wat willen we bereiken? o Wat gaan we daarvoor doen? o Wat mag het kosten? De voorstellen van de afdelingsplannen worden door het management opgesteld. Daarin staan de concrete voornemens voor het dienstjaar en voor het meerjarenperspectief. Nieuwe ontwikkelingen van afdelingen worden, voor zover als mogelijk, als voornemen benoemd. Uniformering van de opzet per afdeling wordt steeds meer doorgevoerd omdat dat de leesbaarheid van de begroting bevordert. Daar komt bij dat de afdeling Staf meer in positie gaat komen als financieel adviseur van de afdelingen. De ontwikkeling in de registraties in het financiële systeem en in de P&C-producten wordt daar op afgestemd. Naast deze overwegingen wordt de inrichting van de administratie ook gericht op het genereren van informatie die benodigd is om aan de BBV-voorschriften te voldoen, die betrekking hebben begroten op taakvelden BBV.

4.2

BEGROTINGSWIJZIGING 2021

In de procedure tot vaststelling begroting 2022 en meerjarenraming 2023 -2025 is ook een begrotingswijziging 2021 opgenomen. De primitieve begroting 2021 werd reeds vastgesteld in juni 2020. Een actualisering van deze begroting loopt mee in de procedure. De begrotingswijziging voor het jaar 2021 in de loop van het jaar stelt de SK in staat om actuele inzichten en omstandigheden te verwerken in de begroting. Door opname in de begroting ontstaat autorisatie van het Dagelijks Bestuur tot het (laten) doen van uitgaven voor vermelde doelen.

25

4.3

FINANCIËLE UITGANGSPUNTEN

Rente De wijziging van het BBV is aanleiding geweest om vanaf 2017 voor de rente een nieuw uitgangspunt te bepalen dat in overeenstemming is met de nieuwe wetgeving. Daarom wordt voorgesteld om de rente die begroot wordt voor leningen, uit te drukken als een percentage van de waarde van materiele vaste activa per 1 januari 2022. Dit percentage is voor 2022 en verder berekend op 0,0 %. Op deze wijze is, conform het advies van de commissie BBV, niet langer sprake van berekende rente.

Loon- en prijsstijgingen Voor 2022 wordt uitgegaan van een stijging van de lonen met 1,8 %. Dit percentage is ontleend aan de Macro Economische Verkenning 2021. 4 De verwachte kosten van formatie worden berekend op basis van een opgave door de afdeling P&O, waarin per afdeling en per medewerker de loonkosten worden berekend. Voor openstaande vacatures wordt uitgegaan van het maximum van de schaal. Voor de verwachte prijsontwikkeling wordt voorgesteld om voor het jaar 2022 uit te gaan van een prijsstijging van 1,5 %. Basis voor deze aanname is de prijsontwikkeling, die door het Centraal Plan Bureau wordt gepubliceerd. (Macro Economische Verkenning 2021). Voor de meerjarenraming wordt uitgegaan van constante lonen en prijzen op basis van het jaar 2022.

Inzet voor KempenPlus Voor de dienstverlening die door de afdelingen P&O en SSC wordt geleverd aan KempenPlus wordt een kostendekkende bijdrage overeengekomen met het participatiebedrijf. De afspraken worden vastgelegd in een Dienstverleningsovereenkomst. Deze dienstverlening wordt opgenomen op de begrotingen van de afdelingen P&O, MD en SSC.

Resultaat meerjarenraming De meerjarenraming geeft een beeld van te verwachten saldi voor de komende jaren bij doortrekking van het bestaande beleid en doorvoeren van nieuwe ontwikkelingen. De berekening van bijdragen van gemeenten geschiedt zodanig dat volledige dekking van lasten wordt bereikt. Onvoorzien In de begroting van 2022 en verder is geen rekening gehouden met onvoorziene uitgaven. Indien er onvoorziene uitgaven zijn dan worden deze toegelicht in de rapportages.

4

Macro Economische Verkenning 2021 (bijlage 02; loonvoet sector overheid). Dit uitgangspunt wordt ook gehanteerd door vijf verbonden partijen in de regio Eindhoven. (MRE, Odzob, GGD, Participatiebedrijf KempenPlus en Veiligheidsregio)

26

4.4

KOSTENVERDELING PER AFDELING

Voor de verdeling van de kosten werden in het verleden per afdeling afspraken gemaakt. Onderstaand zijn de voorstellen per afdeling verwoord. Afdeling Staf De kosten van de afdeling Staf worden omgeslagen over de andere afdelingen. Onderstaande verdeling is op basis van de verhouding in lastentotalen van de afdelingen met afronding van de uitkomsten daarvan (jaar 2022). Op deze wijze is de bestaande systematiek van doorbelasting binnen de SK uitgewerkt en toegepast op alle afdelingen. Over de verdeling van deze kosten wordt, in verband met de BTW, een afspraak gemaakt met de Belastingdienst. De volgende verdeling wordt voorlopig gehanteerd onder voorbehoud van accordering door de Belastingdienst. 5 o 5 % van de Stafkosten worden doorbelast aan P&O o 34 % van de Stafkosten worden doorbelast aan Maatschappelijke Dienstverlening o 41 % van de Stafkosten worden doorbelast aan SSC o 20 % van de Stafkosten worden doorbelast aan VTH Actualiseren % zodra de gegevens bekend zijn Stafkosten worden na doorbelasting aan de afdelingen verdeeld in de verhouding van inwoneraantallen van de deelnemende gemeenten.

Inwoneraantallen Bij de berekening van de gemeentelijke bijdragen wordt in een aantal gevallen de berekening gebaseerd op de verhouding in inwoneraantallen. Sinds 2018 wordt de verhouding in inwoneraantallen bepaald als een driejaarlijks voortschrijdend gemiddelde. In verband met de beschikbaarheid van definitieve cijfers van het CBS, wordt het gemiddelde berekend over de jaren t-2, t-3 en t-4. Voor de begroting van 2022 betekent dat het gemiddelde inwoneraantal op 1 januari 2020, 2019 en 2018. Dit aantal wordt ook toegepast bij de opstelling van de meerjarenraming 2023-2025. Waar verdeelsleutels gebaseerd zijn op inwoneraantallen, wordt op basis van opgave door CBS, uitgegaan van de volgende inwoneraantallen. 6 Tabel inwoneraantallen op peildatum

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=390db6c9-3246-4b17-87f2-13bcea5ff7b8