CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[21.00732] - Uitspraak 201804258/1/R2 en 201903742/1/R2 - Raad van State - bestemmingsplan Buitengebied 2017 en Buitengebied 2017, eerste herziening website

Raadsvergadering 25 januari 2022, gemeente EerselBij agendapunt: Aanvulling op raadsvoorstel R21.095 "Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Breemakkerweg 5 te Knegsel"12.388 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Niet in geschil is dat er geen planologische toestemming is verleend voor het gebruik van het gebouw voor wonen, maar dat de vorige bewoner permanent in het gebouw woonde tot zijn overlijden in maart 2017. Naar het oordeel van de Afdeling heeft [appellant sub 7] niet aannemelijk gemaakt dat het gebruik van het gebouw voor permanente bewoning na het overlijden van de vorige bewoner in maart 2017 tot aan de vaststelling van het nu voorliggende plan ook nog ononderbroken heeft plaatsgevonden. Weliswaar blijkt uit overgelegde foto's dat het gebouw is ingericht voor woondoeleinden,

maar [appellant sub 7] heeft ter zitting erkend dat er geen sprake is van permanente bewoning na maart 2017. Dat [appellant sub 7] de intentie heeft om het gebouw in de toekomst te (laten) gebruiken voor permanente bewoning is onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van blijvend voortgezet gebruik. Gelet op het voorgaande kan het beroep van [appellant sub 7] op het gebruiksovergangsrecht niet slagen. Conclusie beroep tegen het besluit van 29 januari 2019 42.

Het beroep van [appellant sub 7] is ongegrond.

Beroep tegen de besluiten van 3 juli 2018 en 6 maart 2018 43. Zoals hiervoor is overwogen is het beroep tegen het besluit van 29 januari 2019 ongegrond. Omdat de door [appellant sub 7] bestreden plandelen daarmee in rechte onaantastbaar worden, heeft [appellant sub 7] geen belang meer bij een inhoudelijke bespreking van het beroep gericht tegen het besluit van 3 juli 2018 en het besluit van 6 maart 2018. Het bestemmingsplan van 29 januari 2019 vervangt immers het bestemmingsplan van 3 juli 2018, dat het bestemmingsplan van 6 maart 2018 al had vervangen. Het beroep gerichten tegen de besluiten van 3 juli 2018 en 6 maart 2018 is daarom niet-ontvankelijk. Proceskostenveroordeling 44. Omdat de raad gedeeltelijk aan het beroep van [appellant sub 7] tegen het besluit van 6 maart 2018 tegemoet is gekomen, ziet de Afdeling aanleiding de raad op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten van [appellant sub 7] te veroordelen. Ook ziet de Afdeling onder deze omstandigheden aanleiding de raad te gelasten het betaalde griffierecht aan [appellant sub 7] te vergoeden. EINDCONCLUSIES BESLUITEN 45. Hiervoor zijn de conclusies per ingesteld beroep weergegeven. De Afdeling ziet, voor het overzicht, aanleiding om deze conclusies en de proceskostenveroordelingen hieronder samengevat weer te geven.

Daarbij worden de conclusies, zoals ook hiervoor bij bespreking van de beroepsgronden is gebeurd, per bestreden besluit geclusterd. Het besluit van 29 januari 2019 46.

Het beroep van [appellant sub 3] tegen het besluit van 29 januari 2019 is niet-ontvankelijk.

47.

Het beroep van [appellant sub 7] tegen het besluit van 29 januari 2019 is ongegrond.

Het besluit van 3 juli 2018 48. De beroepen van [appellant sub 3], voor zover het betreft de vaststelling van de plandelen voor het perceel [locatie 10]-[locatie 11] in Vessem, van [appellant sub 4], voor zover het betreft de vaststelling van andere plandelen dan het plandeel voor het perceel [locatie 10]-[locatie 11] in Vessem, en van [appellant sub 7] tegen het besluit van 3 juli 2018 zijn niet-ontvankelijk. 49. De beroepen van [appellant sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 3], voor zover ontvankelijk, [appellant sub 4], voor zover ontvankelijk, en [appellant sub 6] tegen het besluit van 3 juli 2018 zijn ongegrond. 50.

Het beroep van [appellante sub 5] tegen het besluit van 3 juli 2018 is gegrond.

Het besluit van 6 maart 2018 51. De beroepen van [appellant sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 3], [appellant sub 6] en [appellant sub 7] tegen het besluit van 6 maart 2018 zijn niet-ontvankelijk. 52.

Het beroep van [appellante sub 5] tegen het besluit van 6 maart 2018 is gegrond.

Proceskostenveroordeling 53. Voor [appellant sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 3], [appellant sub 4] en [appellant sub 6] bestaat voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding. 54. Voor [appellante sub 5] en [appellant sub 7] dient de raad op na te melden wijze te worden veroordeeld in de proceskosten. OPDRACHT 55. De Afdeling ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb de raad op te dragen om voor de vernietigde plandelen met de bestemmingen "Bedrijf - Agrarisch verwant en technisch hulpbedrijf", "Agrarisch" en "Groen - Landschappelijke inpassing" voor het perceel [locatie 14] in Wintelre met

inachtneming van deze uitspraak een nieuw plan vast te stellen en zal daartoe een termijn stellen. Het door de raad te nemen nieuwe besluit behoeft niet overeenkomstig afdeling 3.4 van de Awb te worden voorbereid. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het beroep van [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B] tegen het besluit van de raad van de gemeente Eersel van 29 januari 2019 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied 2017, eerste herziening" niet-ontvankelijk; II. verklaart het beroep van [appellant sub 7] tegen het besluit van de raad van de gemeente Eersel van 29 januari 2019 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied 2017, eerste herziening", ongegrond; III.

verklaart de beroepen van:

a. [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B], voor zover het betreft de vaststelling van het plandeel voor het perceel [locatie 10]-[locatie 11] in Vessem; b. [appellant sub 4A] en [appellant sub 4B], voor zover het betreft de vaststelling van andere plandelen dan voor het perceel [locatie 10]-[locatie 11] in Vessem; c. [appellant sub 7]; tegen het besluit van de raad van de gemeente Eersel van 3 juli 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied 2017" niet-ontvankelijk; IV.

verklaart de beroepen van:

a. [appellant sub 1]; b. [appellant sub 2]; c. [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B], voor zover ontvankelijk; d. [appellant sub 4A] en [appellant sub 4B], voor zover ontvankelijk; e. [appellant sub 6]; tegen het besluit van de raad van de gemeente Eersel van 3 juli 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied 2017" ongegrond; V. verklaart het beroep van [appellante sub 5] tegen het besluit van de raad van de gemeente Eersel van 3 juli 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied 2017" gegrond; VI. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Eersel van 3 juli 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied 2017" voor zover het betreft de vaststelling van de plandelen met de bestemmingen "Bedrijf - Agrarisch verwant en technisch hulpbedrijf", "Agrarisch" en "Groen - Landschappelijke inpassing" voor het perceel [locatie 14] in Wintelre; VII.

verklaart de beroepen van:

a. [appellant sub 1]; b. [appellant sub 2]; c. [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B]; d. [appellant sub 6]; e. [appellant sub 7]; tegen het besluit van de raad van de gemeente Eersel van 6 maart 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied 2017" niet-ontvankelijk; VIII. verklaart het beroep van [appellante sub 5] tegen het besluit van de raad van de gemeente Eersel van 6 maart 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied 2017" gegrond; IX. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Eersel van 6 maart 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied 2017" voor zover het betreft de vaststelling van de plandelen met de bestemmingen "Bedrijf - Agrarisch verwant en technisch hulpbedrijf", "Agrarisch" en "Groen - Landschappelijke inpassing" voor het perceel [locatie 14] in Wintelre;

X. draagt de raad van de gemeente Eersel op om uiterlijk 1 juli 2021 met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen een nieuw besluit te nemen ten aanzien van de onder VI en IX genoemde plandelen en dit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken; XI. veroordeelt de raad van de gemeente Eersel tot vergoeding van in verband met de behandeling van de beroepen opgekomen proceskosten ten aanzien van: a. [appellante sub 5] tot een bedrag van € 1.626,41 (zegge: zestienhonderdzesentwintig euro en eenenveertig cent), waarvan € 1.575 (zegge: vijftienhonderdvijfenzeventig euro) toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; b. [appellant sub 7] tot een bedrag van € 1.575 (zegge: vijftienhonderdvijfenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; XII. gelast dat de raad van de gemeente Eersel aan appellanten het door hen voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van: a. € 338,00 (zegge: driehonderdachtendertig euro) voor [appellante sub 5]; b. € 170,00 (zegge: honderdzeventig euro) voor [appellant sub 7]. Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, voorzitter, en mr. J.A. Hagen en mr. F.D. van Heijningen, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F. Boermans, griffier. De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Uitgesproken in het openbaar op 25 november 2020 429-865-881.

BIJLAGE Verordening ruimte Noord-Brabant […] Artikel 2 Werking van deze verordening […] Waar in deze verordening gesproken wordt over een bestaand bouwperceel, bestaande bebouwing, een bestaande planologische gebruiksactiviteit of een bestaande omvang, wordt daaronder verstaan: a. datgene wat het geldende bestemmingsplan zonder toepassing van wijzigingsbevoegdheden toestaat, met inbegrip van datgene wat nadien wordt toegestaan op grond van: 1. een uitwerking van het geldend bestemmingsplan, mits dat niet ouder is dan tien jaar, als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder b, van de wet; of 2. een besluit van het gemeentebestuur als direct gevolg van een onherroepelijke uitspraak van een bestuursrechter. b. datgene waarvan vaststaat dat handhaving wegens strijdigheid met het geldende bestemmingsplan niet meer mogelijk is. […] Artikel 7 Gemengd landelijk gebied […] 7.7 Wonen 1. Een bestemmingsplan dat is gelegen in gemengd landelijk gebied bepaalt dat: a. alleen bestaande burgerwoningen, bedrijfswoningen of solitaire recreatiewoningen zijn toegestaan; b. zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen, al dan niet solitaire recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is uitgesloten. […]

Artikel 7.10 Niet-agrarische functies […] 3. In afwijking van het eerste lid, onder a, d en i, kan een bestemmingsplan voorzien in een uitbreiding van een bestaande niet-agrarische functie, mits de toelichting een verantwoording bevat waaruit blijkt dat: a. de ontwikkeling in redelijke verhouding staat tot de bestaande omvang en/of bestaande aantallen bezoekers/overnachtingen; b. overeenkomstige toepassing is gegeven aan artikel 4.6 tweede lid (uitbreiding bedrijven in kern landelijk gebied) indien vestiging van het bedrijf vanwege de aard van de activiteiten op een bedrijventerrein in de rede ligt; c. de ontwikkeling in redelijke verhouding staat tot de op grond van artikel 3.1 vereiste zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit. 7.11 Afwijkende regels voor agrarisch-technische hulpbedrijven en agrarisch-verwante bedrijven 1. In afwijking van artikel 7.10, eerste lid onder a en d (niet-agrarische functies), kan een bestemmingsplan dat is gelegen in gemengd landelijk gebied voorzien in een vestiging van een agrarisch-technisch hulpbedrijf of een agrarisch verwant bedrijf mits de omvang van het bouwperceel ten hoogste 1,5 hectare bedraagt. 2. Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid kan voorzien in de vestiging van mestbewerking of een toename van de gebruiksoppervlakte van bebouwing voor mestbewerking indien: a.

de mest met pijpleidingen wordt aangevoerd vanaf de locatie waar de mest wordt geproduceerd; b. ten minste 50 % van het volume van de mest wordt omgezet in loosbaar water; c. de op- , overslag en verwerking van producten niet in de openlucht plaatsvindt; d. de mestbewerking vanuit het oogpunt van een goede leefomgeving en gelet op artikel 3.1, derde lid, inpasbaar is in de omgeving; e. de locatie buiten de aanduiding 'Gebied beperkingen veehouderij' ligt; f. de landschappelijke inpassing ten minste 15 % van de omvang van het bouwperceel bedraagt; g. de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording bevat dat een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van belangen van omwonenden bij de planontwikkeling. 3. Voor een bestaand bedrijf als bedoeld in het eerste lid is artikel 7.10, derde lid (redelijke uitbreiding), overeenkomstig van toepassing. Planregels Buitengebied 2017 (3 juli 2018) […] Artikel 7 Bedrijf - Agrarisch verwant en technisch hulpbedrijf […] 7.2 Bouwregels […] 7.2.4 Bebouwde oppervlakte De bebouwde oppervlakte mag niet meer bedragen dan de oppervlakte als opgenomen ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak', met dien verstande dat: a.

deze bebouwde oppervlakte exclusief de bebouwde oppervlakte ten behoeve van een bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning is; […] 7.5 Specifieke gebruiksregels 7.5.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als:

a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik; […] l. vestiging van mestbewerking of een toename van de gebruiksoppervlakte van bebouwing voor mestbewerking. […] 7.6 Afwijken van de gebruiksregels 7.6.1 Afwijking agrarisch verwant bedrijf/ agrarisch technisch hulpbedrijf als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.1.2 en 7.5.1, teneinde een vorm van agrarisch verwant bedrijf of agrarisch technisch hulpbedrijf als nevenactiviteit bij een bedrijf toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: […] n. voor de vestiging van mestbewerking en/of een toename van de gebruiksoppervlakte van bebouwing voor mestbewerking gelden in aanvulling op het bepaalde onder a. tot en met m. de volgende voorwaarden: 1. de mest wordt met pijpleidingen aangevoerd vanaf de locatie waar de mest wordt geproduceerd; 2. ten minste 50% van het volume van de mest wordt omgezet in loosbaar water; 3. de op-, overslag en verwerking van producten vindt niet in de openlucht plaats; 4. de mestbewerking is vanuit het oogpunt van een goede leefomgeving inpasbaar in de omgeving; 5.

de locatie is niet gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel', de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' of de aanduiding 'overige zone - natuurnetwerk brabant'. 6. de landschappelijke inpassing bedraagt ten minste 15% van de omvang van het bouwperceel; 7. er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van belangen van omwonenden bij de planontwikkeling; 8. er dient te worden aangetoond dat geen toename van ammoniakemissie vanaf het betreffende agrarische bedrijf of de betreffende gronden plaatsvindt. […] Artikel 18 Recreatie - Recreatiewoning […] 18.3 Specifieke gebruiksregels 18.3.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. voor permanente bewoning; b. een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; c. een publieksgerichte beroepsof bedrijfsactiviteit aan huis. […] Artikel 24 Wonen 24.1 Bestemmingsomschrijving 24.1.1 Algemeen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: […] c. ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' het behoud, beheer en/of herstel van de cultuurhistorisch waardevolle (woon)boerderijen;

[…] 24.8 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 24.8.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een (woon)boerderij, ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' geheel of gedeeltelijk te slopen. 24.8.2 Uitzonderingen vergunningplicht Het in 24.8.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning/ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd; b. die het normale onderhoud betreffen. 24.8.3 Verlening De in 24.8.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend: a. indien de instandhouding van de (woon)boerderij geen bijdrage meer levert aan de cultuurhistorische waarde van de (woon)boerderij en de omgeving; en/of b. indien de (woon)boerderij niet meer beschikt over de eigenschappen die de (woon)boerderij de cultuurhistorische waarden heeft verschaft. 24.8.4 Advies deskundige Alvorens een besluit te nemen omtrent het verlenen van de in 24.8.1 genoemde vergunning wint het bevoegd gezag advies in bij de Boerderijen Stichting en de monumentencommissie omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de cultuurhistorische waarden van de (woon)boerderij en de omgeving.

[…] Artikel 51 Overgangsrecht […] 51.3 Persoonsgebonden overgangsrecht 51.3.1 Specifieke vorm van wonen - persoonsgebonden overgangsrecht Voor de gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - persoonsgebonden overgangsrecht' geldt het volgende: Het gebruik als burgerwoning mag worden voortgezet door diegene die het gebouw gebruiken als burgerwoning ten tijde van het van kracht worden van dit bestemmingsplan. Zodra het gebruik als burgerwoning door de bestaande gebruikers wordt beëindigd vervalt het recht op gebruik van deze gebouwen als burgerwoning. Als bestaande gebruiker wordt aangemerkt de persoon/personen: -die op het moment van het van kracht worden van deze regels volgens de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Eersel als hoofdbewoner en diens partner staan ingeschreven op het betreffende adres; -of waarvan op een andere wijze vaststaat dat die op het moment van het van kracht worden van deze regels als de hoofdbewoner en diens partner zijn aan te merken. […]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=e99fd612-fcd1-4a79-9ad9-f3f088359b91