2023-11-30 - Brief Knegtmans advocaten betreffende Mini-Camping Hoeve Boord Ven
Tekst van het document
Gemeente Eersel Gemeenteraad en College burgemeester en wethouders Dijk 15 5520 AA EERSEL
Bergeijk, 29 november 2023 Ons kenmerk: D20230110 Uw kenmerk: 07703374/077017460 Inzake:
Mini-Camping Hoeve Boord Ven / Gemeente Eersel
Betreft:
Raadsvoorstel d.d. 19 december 2023
Geachte raad, geacht college, In uw commissie wordt op 5 december a.s. behandeld het raadsvoorstel van de raad d.d. 19 december 2023 en het college van burgemeester en wethouders d.d. 14 november 2023, zaak van onder meer de vaststelling van de Algemene Plaatselijke Verordening Eersel 2024 APV. De portefeuillehouder van dit raadsvoorstel is W. Wouters en de opsteller is N. Ansems. Aanleiding voor deze brief is, dat mijn cliënten (eigenaren van mini-camping Hoeve Boord Ven) na een door mij namens hen ingediend handhavingsverzoek inzake pestgedag door de buren, tijdens de openingsperiode van de camping, door de gemeente op de hoogte zijn gesteld van het voornemen om via de APV te regelen dat de mini-camping onzichtbaar is vanaf de openbare weg en voor naburige percelen, niet liggende aan de openbare weg. De mini-camping wordt volgens de gemeente in de voorgenomen aanpassing van de APV beschouwd als voor een recreatief bedoeld terrein. Eerder heeft de gemeente, na de verstrekte vergunning, onterecht geëist en de relatie gelegd dat de mini-camping in het kader van landschappelijke inpassing zichtdicht moet zijn. Onterecht omdat het bestemmingsplan noch de verstrekte omgeviningsvergunning het vereiste kent van zichtdicht zijn en enkel beplantingsvoorwaarden kent.
Deze opstelling van de gemeente geeft onder meer ruis in de relatie tussen omwonenden en mijn cliënten en leidt tot schade voor mijn cliënten. Deze brief heeft betrekking op onderdeel 1.2 van de argumenten tegen het laatste gedachtestreepje: “Naaktrecreatie”: naar aanleiding van een handhavingszaak is gebleken dat de gemeente geen nadere regels heeft gesteld of momenteel kan stellen over
naaktrecreatie. Om wel nadere regels te kunnen stellen hebben andere gemeenten in Nederland een artikel in de APV staan. Toen de Wet openluchtrecreatie nog gold was het stellen van nadere regels op basis daarvan mogelijk. Nu deze wet niet meer bestaat en het wel gewenst is nadere regels te kunnen stellen, wordt het elders gebruikte artikel overgenomen in artikel 5:33a.” Het voorstel luidt om in artikel 5:33a met het opschrift “voorschriften natuurgebieden en andere terreinen” op te nemen: “Onverminderd het bepaalde in artikel 5:33 kan het college ten aanzien van door hen aangewezen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik bedoelde terreinen nadere regels stellen anders dan ter beperking van het verkeer: a. in belang van de openbare orde; b. in het belang van de zedelijkheid; c.
ter voorkoming van gevaar, schade en overlast;
d. ter bescherming van het milieu; e. in het belang van de volksgezondheid.” Namens cliënten stel ik mij op het standpunt dat deze bepaling geen (voldoende) juridische grondslag heeft en hierdoor onverbindend is. Mocht deze bepaling door uw raad worden vastgesteld dan zal ik mij moeten wenden tot de rechter om deze onverbindendheid uit te laten spreken dan wel deze bepaling te laten schorsen. Ik motiveer dit als volgt. De naaktrecreatie wordt uitputtend geregeld in artikel 430a Wetboek van Strafrecht. “Hij die zich buiten een door de gemeenteraad als geschikt voor ongeklede openbare recreatie aangewezen plaats, ongekleed bevindt op of aan een voor het openbaar verkeer bestemde plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie”. U leest in deze bepaling dat de gemeenteraad openbare terreinen mag aanwijzen voor naaktrecreatie en dat buiten deze buiten deze openbare aangewezen terreinen naaktrecreatie op een voor het openbaar bestemde verkeer bestemde plaats is toegestaan, mits die plaats hiervoor geschikt is. Naaktrecreatie op terreinen die in eigendom zijn van burgers of bedrijven is derhalve toegestaan. Buiten dit artikel is geen ruimte voor de gemeente om naaktrecreatie te regelen in APV’s dan wel andere gemeentelijke verordeningen.
Dit heeft derhalve ook te gelden voor naaktrecreatie op terreinen die in particulier bezit zijn, zoals ook het geval is bij de minicamping van mijn cliënten. Op privéterrein bepaalt de eigenaar of beheerder wat is toegestaan. Daar gaan artikel 430a Wetboek van strafrecht en binnen de grenzen van deze
2
bepaling de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders niet over. In eigen tuin of huis dan wel eigen terrein mag men de regels zelf bepalen of er naakt wordt gerecreeerd. Hierbij resteert geen taak meer voor de gemeente om te komen met aanvullende regelgeving voor zover geen sprake is van verstoring van de openbare orde. Het terrein van mijn cliënten waarop naakt wordt recreëerd grenst overigens niet aan openbaar terrein. maar ook indien dit wel het geval zou zijn dan is het uitsluitend aan de rechter, om na eventuele klachten, eventuele beperkingen op te leggen. Een gemeente kan naaktrecreatie in een algemene regeling zoals een APV niet verbieden noch kan een dergelijke regeling grondslag bieden voor besluiten door college van burgemeester en wethouders. Het door u voorgestelde artikel 5:33 overschrijdt de mogelijkheden die artikel 430a Wetboek van Strafrecht biedt en zal derhalve in strijd zijn met artikel 430a WvS, met name nu het de mogelijkheid biedt om voor recreatief bedoelde terreinen nadere regels te stellen en hierbij particuliere terreinen niet uitsluit. Ook is de bevoegdheid om nadere regels te stellen op het terrein van de zedelijkheid niet voldoende afgebakend en biedt het een onbeperkte ruimte aan het college om dergelijke regels te stellen. Ons inziens geldt dit ook voor de noemer overlast. Overlast is niet nader gedefinieerd.
De vraag is ook of ruimtelijke beperkingen in een APV mogen worden opgenomen, nu de Wet op de Ruimtelijke Ordening voor onder meer de gebruiksmogelijkheden een publiekrechtelijke grondslag biedt voor het opnemen van algemene regels door midden van het bestemmingsplan en na 1 januari door middel van de Omgevingswet. Verder wordt er onterecht een relatie gelegd tussen naaktrecreatie en zedelijkheid. Bij schennis eerbaarheid/ zedelijkheid is er sprake van een bepaalde seksuele handeling die strafbaar is (art 239 WvS). Naaktrecreatie valt hier niet onder. (Naturisme is een manier om in harmonie met de natuur te leven door samen naakt te zijn, gekenmerkt door zelfrespect, respect voor anderen en hun opvattingen en respect voor het milieu.) In Nederland zijn – buiten het saunagebruik om – 2 ½ miljoen naturisten. De meest bekende vorm van naaktrecreatie is de sauna. Zoals aangegeven gaat de gemeente haar bevoegdheid te buiten om hierover nadere regels te stellen die afwijken van artikel 430a WvS. Alvorens tot vaststelling van deze bepaling over te gaan adviseer ik u zich juridisch afdoende te laten adviseren om procedures en schadeplichtigheid te voorkomen.
3
In dit verband verwijs ik u onder andere naar de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 5 juli 2013 (ECLI:NL:RBDHA:2013:7926). De rechtbank verwijst hierin naar een uitspraak van de Hoge Raad uit 1998 21 november 1998 (NJ 1999,140), en overweegt dat naaktrecreatie landelijk geregeld is in het Wetboek van Strafrecht, waardoor geen ruimte is voor gemeentelijke hiervan afwijkende besluitvorming. Ik verzoek en voor zover nodig sommeer ik u om niet over te gaan tot de vaststelling en inwerkingtreding van genoemd artikel in de APV. Ik behoud mij alle rechten en weren voor. In geval van de noodzaak van een procedure zal ik aanspraak maken op de buitengerechtelijke kosten en de rechtbank vragen in in de werkelijk door cliënten gemaakte kosten aan rechtsbijstand te veroordelen. Ik zie de reactie van de gemeenteraad en het college met belangstelling binnen vijf dagen na dagrekening van deze brief tegemoet. Met vriendelijke groet,
mr. B.J. Bloemendal Advocaat
4