[20.18614] - Bijlage. A transponeringstabel reserves en voorzieningen 2011 naar Financiële verordening 2021 P&C
Tekst van het document
Transponeringstabel “Reserves en voorzieningen”
Bijlage A
(intrekken “Nota Reserves en voorzieningen 2011” en opnemen in artikel 10 Financiële verordening 2021) Nota Reserves en voorzieningen 2011
Inleiding (par. 1): Uitgangspunten BBV en Financiele verordening (artikel 212 Gemeentewet) Wettelijk kader (par. 2): Relevante artikelen BBV in bijlage 1 Functies van reserves en voorzieningen (par. 3):
Toelichting op schrappen beleidsuitgangspunten (reeds opgenomen in het BBV) of omzetten beleidsuitgangspunten naar Financiële Verordening (indien niet of onvoldoende geborgd in het BBV) Deze wettelijke uitgangspunten gelden altijd en is dus expliciet opnemen hiermee overbodig Relevante artikelen BBV (2020) zijn wederom opgenomen in een bijlage Expliciet opnemen is overbodig aangezien:
-
Financieringsfunctie
-
het uitgangspunt van de wet Fido blijft nog steeds gelden: investeringen financieren met eigen vermogen (reserves) of vreemd vermogen (voorzieningen of leningen)
-
Bestedingsfunctie
-
de bestedingsfunctie is opgenomen in het BBV: reserves artikel 43 BBV en voorzieningen artikel 44 BBV (tevens is deze functie aangegeven in het voorgeschreven (artikel 20, lid 2 , 54 en 55 BBV) totaaloverzicht van reserves en voorzieningen zoals opgenomen bij de begroting en jaarrekening)
-
Bufferfunctie
-
idem artikel 43 BBV en de nota Weerstandsvermogen en risicomanagement (tevens is de bufferfunctie van de algemene reserve aangegeven in het voorgeschreven (artikel 20, lid 2, 54 en 55 BBV) totaaloverzicht van reserves en voorzieningen zoals opgenomen bij de begroting en jaarrekening)
-
Inkomensfunctie
Expliciet opnemen is niet overbodig daarom het volgende opnemen in de Financiële verordening:
-
1 20.18614
Uitbreiding artikel 10 “Reserves en voorzieningen” in de Financiele verordening 2021
de inkomensfunctie heeft betrekking op de bespaarde rente (zie ook par. 9 “Rente”): Vanaf
2022 wordt geen rentevergoeding meer berekend over het eigen vermogen en voorziening, zie Financiële verordening artikel 10 lid 6 -
egalisatiefunctie
Onderscheid tussen reserves en voorzieningen (par. 4)
Reserves (par. 5): - Algemene reserves (incl. grondexploitatie)
-
Bestemmingsreserves
Voorzieningen (par. 6)
Classificatie en mutaties reserves (par. 7)
-
de egalisatiesfunctie is opgenomen in het BBV: reserves artikel 43 BBV en voorzieningen artikel 44 BBV (tevens is deze functie aangegeven in het voorgeschreven (artikel 20, lid 2, 54 en 55 BBV) totaaloverzicht van reserves en voorzieningen zoals opgenomen bij de begroting en jaarrekening) Voorzieningen geven geen keuzevrijheid en zijn de verplichtingen grotendeels in het BBV opgenomen (artikelen 44 en 45) (voor het overige zie het nieuwe artikel in de Financiële verordening) Beleidsregels ten aanzien van de hoogte van deze reserves komen aan de orde in de beleidsnota Weerstandsvermogen en Risicomanagement c.q. nieuw artikel 15 Financiële verordening. Jaarlijkse beoordeling en eventuele aanpassing binnen dit kader vindt zijn weerslag in de paragrafen van de begroting en jaarrekening Jaarlijkse beoordeling vindt plaats bij de begroting en de jaarrekening
Expliciet opnemen is overbodig aangezien de vorming van voorzieningen is bepaald in het BBV (artikel 44) Expliciet opnemen is overbodig aangezien alle toevoegingen en onttrekkingen uit reserves vallen onder het budgetrecht van de raad. Eventuele afwijkingen worden middels begrotingswijzigingen bij de Berap gemeld en door de raad geaccordeerd. Begrotingsafwijkingen op de resultaatbestemming (mutaties op de reserves) aan het eind van het jaar worden geaccordeerd door de raad door vaststelling van de rekening 2
20.18614
Voor het instellen, opheffen, toevoegen en aanwenden zie artikel 10, lid 1 en 4 van de Financiële verordening
De mutaties in de algemene reserves geschieden bij raadsbesluit (budgetrecht middels vaststellen mutaties in de begroting of begrotingswijziging). Zie artikel 10, lid 1 en 4 van de Financiële verordening
Ook de mutaties in de bestemmingsreserves geschieden bij raadsbesluit (budgetrecht middels vaststellen mutaties in de begroting of begrotingswijziging). Zie artikel 10, lid 1 en 4 van de Financiële verordening
Classificatie en mutaties voorzieningen (par. 8)
Expliciet opnemen is overbodig aangezien alle toevoegingen en vrijval uit voorzieningen dienen te worden opgenomen als last c.q als bate in de exploitatie en vallen hiermee onder het budgetrecht van de raad ( Eventuele afwijkingen worden middels begrotingswijzigingen bij de Berap gemeld en door de raad geaccordeerd).
Hoe om te gaan met de aanwending van de van derden verkregen middelen is niet geregeld in het BBV zodat hiervoor een aanvulling in de Financiële verordening wordt voorgesteld:
Een aanwending is de feitelijke besteding van een voorziening en valt onder de verantwoordelijkheid van het college. Deze uitgaven moeten op grond van het BBV rechtstreeks ten laste van de voorziening worden gebracht en gaan daarmee buiten het resultaat om. Aanwending mag alleen plaatsvinden als de verplichting/verlies zich daadwerkelijk voordoet. Op grond van artikel 44, lid 2 BBV worden van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden ook tot de voorzieningen gerekend. De reden hiervoor is dat gemeenten relatief veel heffingen van burgers kunnen vragen en bijdragen van andere overheden krijgen voor specifieke doelen. Het nog niet bestede deel van deze middelen aanmerken als reserves zou de suggestie wekken dat de raad vrij is in het veranderen van de aanwendingsrichting van de middelen binnen het budgettaire kader. Dit is echter niet het geval. De middelen dienen of voor een specifiek doel te worden aangewend of te worden teruggegeven en worden daarom onder de voorzieningen(lees verplichtingen) opgenomen.
De aanwending van dergelijke voorzieningen is eveneens een verantwoordelijkheid van het college maar aangezien hierbij geen sprake is van bijvoorbeeld een door de raad vastgesteld beheerplan (met de daarbij vastgestelde jaarlijkse toevoeging vanuit de exploitatie), wordt voorgesteld om hetgeen hierover was opgenomen in de nota Reserves en voorzieningen (2011) te borgen in de Financiële verordening
3 20.18614
Wanneer bij ontvangen gelden van derden de beleidsmatige component bestuurlijk relevant is, wordt binnen een aantal criteria vooraf aan de raad gevraagd beleidsinhoudelijk in te stemmen met de aanwending. Zie artikel 10, lid 6 van de Financiële verordening.
Rente (par. 9)
Het toerekenen van rente aan reserves (middels een last in de begroting en rekening) is toegestaan, indien dit via de resultaatbestemming plaats vindt. Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan, tenzij de voorziening tegen contante waarde is gewaardeerd. Voorzieningen mogen immers niet groter of kleiner zijn dan de verplichting of risico’s waarvoor zij zijn ingesteld. De wijze van toerekening van de rente over reserves en voorzieningen is – binnen de mogelijkheden van het BBV - een keuze van de gemeente. De raad bepaalt middels de vaststelling van de Financiële verordening welke keuze wordt gemaakt: De gemeente Eersel maakt tot op heden nog steeds gebruik van de mogelijkheid om een rentevergoeding over de eigen financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) te berekenen en deze door te belasten aan de taakvelden (conform artikel 11, lid 6 van de Financiële verordening 2017). Hierdoor kunnen deze “fictieve” rentelasten in de exploitatie vervolgens jaarlijks worden toegevoegd aan het eigen vermogen (vergoeding voor inflatie en stukje dynamiek in de reserves)
Negatief saldo (par. 10)
Expliciet opnemen is overbodig aangezien op grond van het BBV zowel een reserve als een voorziening niet negatief mogen staan. Als dit per ultimo van enig jaar een voorziening negatief dreigt te komen staan moet aanzuivering plaatsvinden vanuit de exploitatie. Een uitzondering vormen de voorzieningen uit de opbrengsten van heffingen. Omdat het doel van een dergelijke voorziening is om ervoor te zorgen dat de tarieven in de tijd niet te veel schommelen moet de voorziening gemiddeld genomen voldoende zijn voor het dekken van de lasten. De lasten kunnen echter ongelijkmatig over de in de berekening betrokken periode gespreid zijn 4
20.18614
In rente notitie 2017 doet de commissie BBV de volgende aanbeveling: Alhoewel in het BBV de mogelijkheid vooralsnog blijft bestaan om een rentevergoeding (of een vergoeding voor de inflatie) over het eigen vermogen en de voorzieningen te berekenen en deze door te belasten aan de taakvelden, adviseert de Commissie BBV vanwege het verlangde inzicht, de eenvoud en transparantie deze systematiek niet (meer) toe te passen. Bij aanbevelingen gaat het om uitspraken die 'steun en richting geven aan de praktijk'. De Commissie BBV spoort gemeenten en provincies aan om deze aanbevelingen te volgen omdat dat naar haar oordeel bijdraagt aan het inzicht in de financiële positie (transparantie). Steeds meer gemeenten hebben de laatste jaren de aanbeveling van de commissie BBV opgevolgd en daarom wordt voorgesteld wordt om artikel 10, lid 5 zodanig aan te passen dat er geen rente meer wordt berekend over de reserves en voorzieningen.
Registratie reserves en voorzieningen (par. 11)
terwijl de uit geëgaliseerde tarieven voortkomende opbrengsten gedurende deze periode voldoende zijn om deze lasten te dekken. In dit geval kan het voorkomen dat gedurende een beperkt aantal jaren binnen die periode aan dit doel gekoppelde voorziening een negatieve stand te zien geeft. Van elke reserve en voorziening worden onderstaande gegevens geregistreerd. Deze gegevens worden jaarlijks bij de begroting en jaarrekening geactualiseerd Naam: Doel: Aard: Minimum: Maximum: Rente: Stand 1/1: Toevoeging: Onttrekking: Stand 31/12: Voorgesteld wordt deze wijze van registratie te handhaven en aangezien op grond van het BBV enkel het verloop en de standen van de reserves en voorzieningen zijn voorgeschreven (artikelen 20, 54 ben 55 BBV) wordt voorgesteld deze registratie op te nemen in de financiële verordening
5 20.18614
Aangezien in het BBV enkel het verloop en de standen van de reserves en voorzieningen bij de begroting en jaarrekening c.q. balans dienen te worden gepresenteerd, wordt voorgesteld de (huidige)wijze van registratie uit de “Nota reserves en voorzieningen” vast te leggen in artikel 10, lid 1 van de Financiële verordening: Naam: Doel: Aard: Minimum: Maximum: Rente: Stand 1/1: Toevoeging: Onttrekking: Stand 31/12: