Zienswijze aan Raad Eemnes 17okt23 BASBEL
Tekst van het document
Seniorenvereniging BasBEL p/a Patrijzenhof 80 3755 ET Eemnes email: secretaris@basbel.nl 035-5316079 / 06-41519803
Aan: de Raad van de gemeente Eemnes Postbus 71 3755 ZH Eemnes
Eemnes, 17 oktober 2023 Betreft: woonvisie
Geachte Gemeenteraad, Een fijn huis is voor iedereen belangrijk, of je nu 20 bent of 50. En nog meer als je 80 bent en je leven zich voor een groot deel thuis afspeelt. BasBEL volgt met belangstelling de totstandkoming van de Woonvisies in de BEL-gemeenten. Wij hebben daaraan ook zelf willen meewerken met een woon-enquête onder onze leden, en het aanbieden van het rapport daarvan, ‘Samen oud, samen thuis’, aan de drie wethouders tijdens onze openbare Woonmiddag op 16 februari. De Eemnesser Woonvisie zoals die nu in ontwerp is gepresenteerd bevat veel aantrekkelijks. Dat geldt niet alleen voor het algemene uitgangspunt van een passende woonruimte voor iedereen, maar ook voor de aandacht voor diverse groepen op de woningmarkt. Gezien de uitgebreide voorbereiding, met onder meer bewonersenquête en Woondag, is de ontwerpvisie als geheel echter opvallend oppervlakkig en blijven veel vragen onbeantwoord. Een woonvisie zou de weg moeten uitstippelen, vanaf de huidige woningvoorraad, naar de gewenste woningvoorraad met een voor alle Eemnessers passende woonruimte. Het bevreemdt ons Basbel-bestuur dat de ontwerp-visie niet begint met een analyse van de twee hoofdvragen: naar de huidige woningvoorraad en naar de toekomstige huishoudenssamenstelling.
Hoeveel woningen telt Eemnes nu en hoe is die voorraad samengesteld naar eengezinswoningen en appartementen? En hoeveel starters, gezinnen met kinderen en senioren telt Eemnes over zeg 10 en 20 jaar? Ook bijlage 1 bij de ontwerp-visie, met enkele losse kwantitatieve gegevens, geeft maar een klein deel van het antwoord op deze vragen. De ontwerpvisie geeft daardoor ook geen adequate reactie op de grote vergrijzingsopgave. Publiekrechtelijk (met bestemmingsplannen) en privaatrechtelijk (met grondpolitiek) voert de gemeente al vele jaren stevig regie op de woningbouw in Eemnes. De huidige problemen komen niet uit de lucht vallen en zijn deels te wijten aan de gemeente zelf. Wij missen zelfreflectie op het gevoerde beleid. Liet de gemeente niet te veel eengezinswoningen bouwen en te weinig appartementen? Er is een flink gat tussen de voornemens uit de vorige Woonvisie en wat in de praktijk werd gerealiseerd, bijvoorbeeld wat betreft de beloofde 40% nultredenwoningen en het locatieonderzoek naar seniorenwoningen in het dorpshart. Een bestuurskundige zei ooit dat als een beleidsnota niet ingaat op de financiën, het des te waarschijnlijker is dat geld een belangrijke factor is.
Zeker nu in de woningbouw miljoenen euro’s omgaan, doet het vreemd aan dat in de Woonvisie niets wordt gezegd over de consequenties voor de gemeentelijke portemonnee van de keuze voor de ene of de andere soort woningen.
Op zichzelf is er niets mis mee dat met projectontwikkelaars contracten zijn gesloten over de woningbouw in de Zuidpolder én aan de Noordkant. Wel is een probleem dat enkele bedrijfsgevoelige gegevens in die contracten als argument gelden om de contracten in z’n geheel geheim te houden. Daardoor is de vraag of de beloften in de Woonvisie straks niet zullen stuiten op de financiële afspraken met ontwikkelaars. Meer transparantie is hier nodig. De concept-visie wijdt enkele mooie woorden aan duurzame woningbouw, zoals ‘klimaatadaptief’ bouwen en energiebewustzijn. Duurzaam bouwen gaat echter om concrete maatregelen, ook wat betreft rationeel gebruik van ruimte en materialen. Ook daarin ligt een argument om minder grote eengezinswoningen te bouwen en meer compacte woningen zoals tiny houses en appartementen. Het paragraafje over ‘fijn oud worden’ is wel erg nonchalant over de relatie tussen wonen en zorg. Na de constatering dat landelijk beleid er op is gericht ouderen langer thuis te laten wonen, ook met zorg, zegt de gemeente luchtig dat ‘de ene ouder echter de andere niet is, en dat vitale ouderen andere wensen en behoeften hebben’. Dat laatste is waar, maar geen excuus om zo badinerend over het zorgaspect te spreken. Het welbevinden en de gezondheid van ouderen hangt nauw samen met hun leef- en woonomgeving.
De woonsituatie is vaak verantwoordelijk voor eenzaamheid en veel mentaal en fysiek ongemak. In 1901 was de Woningwet mede een gezondheidswet. De ‘vliegende tering‘ (tbc) was het spook in slechte woonbuurten. Nog altijd zijn gezondheid en wonen nauw verknoopt; tegenwoordig heet het spook eenzaamheid. Maar hoe vaak komt eenzaamheid voor in uw paragraafje over ouderen? Niet één keer. De zorgwereld – van wijkverpleegkundigen, artsen tot en met verzekeraars – pleit met klem voor snel meer nieuwe woonvormen voor senioren, onder meer om de druk op de al overbelaste professionele zorgverleners minder snel te laten toenemen. Landelijk werd een woonzorgakkoord gesloten tussen de ministeries BZK en VWS, bouw- en zorgkoepels en de VNG, waarin die oproep uit de zorgwereld wordt overgenomen. In de woonvisie staan wel mooie woorden maar wordt niet aangesloten bij het woonzorgakkoord en ontbreekt de urgentie. De voorgestelde maatregelen getuigen van weinig daadkracht. In de vorige woonvisie uit 2019 was sprake van een bouwprogramma met 40% levensloopbestendige woningen, zoveel mogelijk te bouwen op rollator-afstand van voorzieningen. Dat percentage was aan de lage kant, maar werd bij lange na niet gehaald. En nu? Lusteloos is weer de 40% herhaald, zonder inhalen dus van de opgelopen achterstand, en bovendien zonder te spreken over concreet programma of over een rollatorafstand.
Maatregelen voor de situering van seniorenwoningen nabij voorzieningen komen wel erg aarzelend: mogelijkheden van voorzieningen in de zuidpolder ‘onderzoeken’ we, zegt de visie, en naar mobiliteitsoplossingen ‘kijken’ we. Als senioren worden wij daar ongeduldig van; ten opzichte van vier jaar geleden is er kennelijk weinig of geen vooruitgang geboekt. 1 De suggestie in de visie dat het altijd beter is om te verhuizen naar een ‘passende woning’ dan om een traplift aan te brengen, is wel erg kort door de bocht en getuigt van weinig inzicht in de verhuisproblemen van ouderen. Zonder motivering wordt voorbij gegaan het eerder door de wethouders nog met zoveel égards ontvangen enquêterapport ‘Samen oud, samen thuis’. Meer hoop geeft de belofte op blz. 8 van de visie dat de gemeente kansen gaat benutten voor bebouwing binnen de bestaande omgeving (‘verdichten, mits groen en dorps’) ter wille van ‘seniorenhuisvesting nabij voorzieningen’. In de gemeentelijke enquête gaven de inwoners van Eemnes daarover een duidelijk advies aan het gemeentebestuur. De ‘kaartvragen’ werden eensluidend beantwoord: als het gaat om ‘woningen met zorg’ toont één grote rode vlek op de antwoordkaart dat de inwoners van Eemnes het eens zijn dat je die moet bouwen rond Minnehof en het Huis van Eemnes.
1 Waar de visie in een voetnoot zo ‘keurig’ verwijst naar een recente inclusie-agenda, moet ons van het hart dat de doelgroepen van gehandicapten en senioren waarschijnlijk meer baat hebben bij naleving van de plichten op het gebied van toegankelijkheidsplannen en maatregelen zoals de Wmo (artt. 2.1.2 en 2.2.1) die gemeenten oplegt.
Het tennispark zou daarvoor moeten verhuizen. Het is begrijpelijk dat tennisvereniging TVE dat niet leuk vindt, én dat het gemeentebestuur TVE niet graag tegen de haren instrijkt. Maar níet te begrijpen is dat de gemeente hier stommetje speelt en de uitslag van de bewonersenquête verzwijgt. Wanneer komt de beloofde eerlijke afweging wie in de toekomst het meeste recht heeft op dit stukje gemeentegrond in het hart van het dorp: gezonde en mobiele tennissers of ouderen met beperkte mobiliteit. Laat ook besluiten levensloopbestendig zijn! Op termijn zullen overigens ook andere sportvelden onder de ‘bouwloupe’ moeten komen. Wij zijn blij dat de wethouder (op ons verzoek) besloot om aan het aanloopproces naar de Woonvisie een ‘inspraakronde’ toe te voegen. Daardoor kan (anders dan bij enquête en woondag) gericht gereageerd worden op concept-plannen. De inspraakverordening bepaalt bovendien dat de gemeente aangeeft in hoeverre de reacties aanleiding zijn geweest tot aanpassing van de concept-plannen. Hoewel een visie natuurlijk iets anders is dan een uitgewerkte planning, ervaren wij het als een gemis dat nauwelijks wordt ingegaan op de wegen waarlangs de gemeente denkt de doelstellingen te verwezenlijken, en dat geheel niet wordt ingegaan op de instrumenten die de gemeente beschikbaar staan, zoals bestemmings- (straks omgevings-)plannen, grondpolitiek en rijkssubsidies.
De visie blijft nu ‘tandeloos’. Al met al waardeert ons bestuur dat de gemeente een nieuwe Woonvisie opstelt met ook aandacht voor de specifieke problematiek van seniorenhuisvesting, maar stelt het ons teleur dat de visie in deze vorm nog geen handen en voeten (en tanden) heeft. Wij hebben begrepen dat de gemeente dat ook overweegt, en zouden het toejuichen als de Woonvisie een veel concreter vervolg krijgt in de vorm van zoiets als een Plan van Aanpak of Uitwerkingsplan. Wij nemen de vrijheid daarvoor alvast een paar suggesties te doen. 1) Begin met het begin en maak alsnog een goede analyse van de bestaande woningvoorraad, zowel naar betaalbaarheid (huur, koop, prijsklassen) als naar bewoonbaarheid (eengezinswoningen, appartementen, en andere soorten woningen). 2) Kijk als overheid, nu woningen een mensenleven meegaan, niet zozeer naar de marktvraag van dit moment maar naar de woningbehoefte over 10 of 25 jaar en maak een demografische analyse van de verwachte ontwikkeling in de huishoudenssamenstelling. 3) Er zijn 80-plussers die in een paar dagen rond het IJsselmeer fietsen, zeker, maar maak een reële inschatting van het aantal senioren in Eemnes dat dringend behoefte heeft aan een woning op rollatorafstand van voorzieningen als winkels, bushalte en apotheek. 4) Doe iets aan de grote disbalans tussen het aandeel gezinnen (ca.
25% van de huishoudens) en het aandeel eengezinswoningen (ca. 90% van de woningvoorraad). Erken dat het roer om moet: veel minder eengezinswoningen en meer woningen voor starters en senioren. 5) Zorg voor huisvesting van jonge gezinnen vooral via betere doorstroming, met name van ouderen die soms tegen hun eigen zin in woningen verblijven met drie slaapkamers en een zolder. Zet meer energie en creativiteit in voor echt doorstromingsbeleid. 6) Kom snel met het al veel eerder beloofde onderzoek naar locaties voor seniorenwoningen. 7) Maak een plan dat voortvarendheid borgt, met planning, inzet van instrumenten (grondbeleid, omgevingsplan, subsidies), een financiële paragraaf, draagvlak en tussen-evaluaties. Gebruik daarin ook meer de ideeën van betrokkenen, zoals van huurders, vanuit de zorgwereld, van jongeren en van senioren – voor de prijs van een kopje koffie. Wij wensen u wijsheid. Met vriendelijke groet, Namens het bestuur van BasBEL Ellen de Valk, secretaris
Bram Turkenburg, bestuurslid Wonen