CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt-tabel-Eemnes

Commissie BSM 12 september 2022, gemeente eemnesBij agendapunt: Aanpassing verordering voorzieningen huisvesting onderwijs3.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel Wijziging Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Eemnes 2022 In deze actualisatie van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Eemnes 2022 is een eerdere wetswijziging verwerkt: het afschaffen van de gewichtenregeling. Verder is een aantal formuleringen duidelijker opgeschreven. Ook zijn de nieuwe normbedragen voor onderwijshuisvesting opgenomen. In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. Artikel 1 (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: - aanvraag: verzoek om het bekostigen van een voorziening [of om het bekostigen van een voorbereidingskrediet]; - aanvrager: het bevoegd gezag dat een aanvraag indient; - advies Onderwijsraad: advies van de Onderwijsraad als bedoeld in artikel 95, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs; - bevoegd gezag: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs bekostigde openbare of bijzondere school die geheel of gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw dat zich bevindt op het grondgebied van de gemeente; - lokaal bewegingsonderwijs: ruimte die geschikt is voor het bewegingsonderwijs [of een bad voor watergewenning of bewegingstherapie];

- minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; [- nevenvestiging: deel van een school dat door de minister op grond van artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs voor bekostiging in aanmerking is gebracht;] - overzicht: overzicht als bedoeld in artikel 96 van de Wet op het primair onderwijs; - permanent gebouw: ruimte die door de keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en materialen ten minste 60 jaar als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren; - programma: programma als bedoeld in artikel in artikel 95 Wet op het primair onderwijs; - school: 1°. school voor basisonderwijs: basisschool als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;

Nieuwe tekst Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - aanvraag: verzoek om het bekostigen van een voorziening [of om het bekostigen van een voorbereidingskrediet]; - aanvrager: het bevoegd gezag dat een aanvraag indient; - advies Onderwijsraad: advies van de Onderwijsraad als bedoeld in artikel 95, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs; - bevoegd gezag: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs bekostigde openbare of bijzondere school die geheel of gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw dat zich bevindt op het grondgebied van de gemeente; - lokaal bewegingsonderwijs: ruimte die geschikt is voor het bewegingsonderwijs [of een bad voor watergewenning of bewegingstherapie]; - medegebruik: gebruik van een onderwijsgebouw ten behoeve van onderwijs van een andere school of van culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden; - minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; [- nevenvestiging: deel van een school dat door de minister op grond van artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs voor bekostiging in aanmerking is gebracht;] - overzicht: overzicht als bedoeld in artikel 96 van de Wet op het primair onderwijs; - permanent gebouw: ruimte die door de keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en materialen ten minste 60 jaar als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren; -

programma: programma als bedoeld in artikel in artikel 95 Wet op het primair onderwijs; - school: 1°. school voor basisonderwijs: basisschool als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;

- tijdelijk gebouw: al dan niet verplaatsbare ruimte die door de keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en materialen minstens 15 jaar als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren; [- tijdelijke nevenvestiging: een tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 16, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;] - verhuur: gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet zijnde onderwijsgebruik of gebruik voor culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden; - voor blijvend gebruik bestemde voorziening: voorziening die volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II minimaal 15 jaar noodzakelijk is; - voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: voorziening die volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II maximaal 15 jaar noodzakelijk is; - voorziening: voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in artikel 2.

- tijdelijk gebouw: al dan niet verplaatsbare ruimte die door de keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en materialen minstens 15 jaar als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren; [- tijdelijke nevenvestiging: een tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 16, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;] - verhuur: gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet zijnde onderwijsgebruik of gebruik voor culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden; - voor blijvend gebruik bestemde voorziening: voorziening die volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II minimaal 15 jaar noodzakelijk is; - voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: voorziening die volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II tenminste 4 jaar en maximaal 15 jaar noodzakelijk is; - voorziening: voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in artikel 2.

Artikel 7, tweede lid, (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst 2. Het college stelt de aanvrager voor [datum (15 februari)] schriftelijk op de hoogte als gegevens als bedoeld in het eerste of tweede lid ontbreken. De aanvrager heeft tot [datum (15 maart)] (de hersteldatum) de gelegenheid de ontbrekende gegevens aan te vullen. Als dit niet gebeurt, neemt het college de aanvraag niet in behandeling.

Nieuwe tekst 2. Het college stelt de aanvrager voor [datum (15 februari)] schriftelijk op de hoogte als gegevens als bedoeld in het eerste lid ontbreken. De aanvrager heeft tot [datum (15 maart)] (de hersteldatum) de gelegenheid de ontbrekende gegevens aan te vullen. Als dit niet gebeurt, neemt het college de aanvraag niet in behandeling.

Artikel B.1.1 van Bijlage III (artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst B.1.1. School voor basisonderwijs 1. De ruimtebehoefte voor een school voor basisonderwijs wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen en omvat een speellokaal. De ruimtebehoefte wordt berekend voor elke school met een eigen BRIN-nummer en voor elke nevenvestiging met een eigen vestigingsnummer. Een nevenvestiging wordt voor het berekenen van de ruimtebehoefte beschouwd als een afzonderlijke school. De ruimtebehoefte is opgebouwd uit een basisruimtebehoefte en een toeslag in verband met de gewichtensom. 2. De basisruimtebehoefte wordt berekend met de formule:

Nieuwe tekst B.1.1. School voor basisonderwijs 1. De ruimtebehoefte voor een school voor basisonderwijs wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen en omvat een speellokaal. De ruimtebehoefte wordt berekend voor elke school met een eigen BRIN-nummer en voor elke nevenvestiging met een eigen vestigingsnummer. Een nevenvestiging wordt voor het berekenen van de ruimtebehoefte beschouwd als een afzonderlijke school. Aan de ruimtebehoefte wordt een toeslag verbonden, indien voor de school aanvullende bekostiging beschikbaar wordt gesteld. 2. De ruimtebehoefte wordt berekend met de formule:

B = 200 + 5,03 * L, waarbij: B = Basisruimtebehoefte in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter. L = Aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school zijn ingeschreven. 3. De toeslag wordt berekend met de formule: T = 1,40 * G, waarbij: T = Toeslag in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter. G = Gecorrigeerde gewichtensom, welke als volgt wordt bepaald: 1°. bepaal de (ongecorrigeerde) gewichtensom (= het totaal van alle gewichten van alle ingeschreven leerlingen); 2°. verminder de ongecorrigeerde gewichtensom met een getal ter grootte van 6 procent van het aantal ingeschreven leerlingen, waarbij de gewichtensom niet kleiner dan 0 mag worden. De uitkomst wordt afgerond op een geheel getal; 3°. als de dan verkregen gewichtensom meer bedraagt dan 80 procent van het aantal ingeschreven leerlingen wordt de gewichtensom vastgesteld op 80 procent van het aantal ingeschreven leerlingen.

R = 200 + 5,03 * L, waarbij: R = Ruimtebehoefte in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter. L = Aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school zijn ingeschreven. 3. Indien een school een vergoeding ontvangt op grond van de achterstandsscore als bedoeld in artikel 27 van het Besluit bekostiging Wet op het primair onderwijs wordt een toeslag voor de ruimtebehoefte toegekend. De toeslag wordt berekend met de formule: T = 1,40 * G, waarbij: T = Toeslag in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter. G = De achterstandsscore, zoals gepubliceerd door de Dienst Uitvoering Onderwijs van het het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vermenigvuldigd met 7,17%, rekenkundig afgerond op een geheel getal.

Artikel C.3, onder a, van Bijlage III (artikel I, onderdeel H, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst a. voor blijvend of tijdelijk gebruik bestemde voorziening terrein, dan wel uitbreiding van het terrein, wordt bepaald door de minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om het schoolgebouw te realiseren met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde eisen ten aanzien van de terreinoppervlakte en de minimumnormen, bedoeld in deel D.

Nieuwe tekst a. voor blijvend of tijdelijk gebruik bestemde voorziening terrein, dan wel uitbreiding van het terrein, wordt bepaald door de minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om het schoolgebouw te realiseren met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde eisen ten aanzien van de terreinoppervlakte en de minimumnormen, bedoeld in deel D;

Artikel D.1 van Bijlage III (artikel I, onderdeel I, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst D.1. Terreinoppervlakte Voor een school voor basisonderwijs geldt voor het verharde gedeelte (speelplaats) een minimum terreinoppervlakte van 3 vierkante meter per leerling, met een minimum van 300 vierkant meter netto. Vanaf 200 leerlingen kan worden volstaan met 600 vierkante meter netto.

Nieuwe tekst D.1. Terreinoppervlakte 1. Bij [vervangende] nieuwbouw voor een school voor basisonderwijs geldt voor de speelplaats het vloeroppervlak in vierkante meters uit de volgende tabel: Aantal leerlingen van de school Omvang buitenruimte 1-100 leerlingen

300

101-200 leerlingen

300 + 3 * (L - 100)

201-400 leerlingen

600

401-600 leerlingen

600 + 3 * (L - 400)

601-800 leerlingen

1200

801-1000 leerlingen

1200 + 3 * (L - 800)

1001 leerlingen of meer

1800

L = Aantal leerlingen dat op de teldatum voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school zijn ingeschreven. 2. De in het eerste en tweede lid gestelde normen betreffen de exclusieve speel- en beweegruimte voor de leerlingen van de school. De terrein voor voorzieningen dient te worden opgeteld bij de norm. 3. Voor parkeervoorzieningen wordt de voor de locatie van het terrein geldende gemeentelijke parkeernorm gehanteerd. Artikel D.2 van Bijlage III (artikel J, onderdeel J, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst D.2. Speellokaal Een speellokaal heeft een minimum van 90 vierkante meter netto.

Nieuwe tekst D.2. Speellokaal Een speellokaal heeft een minimum van 90 bruto vierkante meter.

Artikel D.3, eerste lid, Bijlage III (artikel I, onderdeel K, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst 1. De netto vloeroppervlakte van een lokaal bewegingsonderwijs is minstens 252 vierkante meter netto en de hoogte minstens 5 meter.

Nieuwe tekst 1. De netto vloeroppervlakte van een lokaal bewegingsonderwijs is minstens 252 vierkante meter en de hoogte minstens 5 meter.

Artikel A.3.2 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel L, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst A.3.2. Bouwkosten school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: € 1.093.866,09 Startbedrag voor de realisatie van de eerste 350 m2 bvo1 Voor elke volgende m2 bvo € 1.871,92

Nieuwe tekst A.3.2. Bouwkosten school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: € 1.275.366 Startbedrag voor de realisatie van de eerste 350 m2 bvo2 € 2.183 Voor elke volgende m2 bvo

Artikel B.3.2 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel Q, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst B.3.2. Bouwkosten school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: € 160.185,69 Startbedrag bij uitbreidingen 2 van 115 m bvo of groter € 106.790,52 Startbedrag bij uitbreidingen 2 van 55 tot 115 m bvo € 2.133,84 Naast het startbedrag voor 2 elke m bvo

Nieuwe tekst B.3.2. Bouwkosten school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: € 186.765 Startbedrag bij uitbreidingen 2 van 115 m bvo of groter € 124.510 Startbedrag bij uitbreidingen 2 van 55 tot 115 m bvo € 2.488 Naast het startbedrag voor 2 elke m bvo

Artikel C.3.2 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel T, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst C.3.2. Vergoeding basisschool De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij nieuwbouw € 62.293,89 van 80 m2 bvo of groter Startbedrag bij nieuwbouw € 41.529,27 van 40 tot 80 m2 bvo Naast het startbedrag voor € 1.530,85 elke m2 bvo

Nieuwe tekst C.3.2. Vergoeding basisschool De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij nieuwbouw van € 72.630 80 m2 bvo of groter Startbedrag bij nieuwbouw van € 48.420 40 tot 80 m2 bvo Naast het startbedrag voor elke € 1.785 m2 bvo

Artikel C.4.2 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel W, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst C.4.2. Vergoeding basisschool C.4.2. Vergoeding basisschool

1 Onder m 2 bvo wordt hier en verder verstaan: vierkante meter bruto vloeroppervlakte. 2 Onder m 2 bvo wordt hier en verder verstaan: vierkante meter bruto vloeroppervlakte.

De vergoeding voor een basisschool] wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreiding van € 35.015,89 80 m2 bvo of groter Startbedrag bij uitbreiding van € 23.343,92 40 tot 80 m2 bvo Naast het startbedrag voor € 1.604,08 elke m2 bvo

De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreiding van € 40.826 80 m2 bvo of groter Startbedrag bij uitbreiding van € 27.217 40 tot 80 m2 bvo Naast het startbedrag voor elke € 1.870 m2 bvo

Artikel D.1.2 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel Y, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst D.1.2. Vergoeding basisschool De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: € 41.155,84 Startbedrag, incl. 200 m 2 bvo 2 € 143,98 Voor elke volgende m bvo

Nieuwe tekst D.1.2. Vergoeding basisschool De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: € 41.802 Startbedrag, incl. 200 m2 bvo 2 € 146 Voor elke volgende m bvo

Artikel E.1 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel AD, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst E.1. Bouwkosten nieuwbouw 1. De vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een lokaal bewegingsonderwijs met een netto speeloppervlakte van 252 vierkante meters bedraagt € 1.149.929,69 als deze op het schoolterrein gerealiseerd kan worden, of € 1.173.187,70 als deze op een afzonderlijk terrein gerealiseerd wordt. In deze vergoeding zijn opgenomen de kosten van fundering op staal en inrichting van het terrein. [2. Scholen met lichamelijk gehandicapte leerlingen, meervoudig gehandicapte leerlingen wordt een toeslag toegekend van 50 vierkante meter. Het normbedrag van deze toeslag is € 115.354,59.] 3. Als paalfundering noodzakelijk is wordt een toeslag gegeven op basis van de volgende bedragen: Paallengte Vergoeding Vergoeding bij ruimten LG en MG € 23.129,57 € 29.163,08 1<15m € 31.885,29 € 40.388,59 15<20m € 44.781,52 € 58.125,97 >20m

Nieuwe tekst E.1. Bouwkosten nieuwbouw 1. De vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een lokaal bewegingsonderwijs met een netto speeloppervlakte van 252 vierkante meter bedraagt € 1.340.732 als deze op het schoolterrein gerealiseerd kan worden, of € 1.367.849 als deze op een afzonderlijk terrein gerealiseerd wordt. In deze vergoeding zijn opgenomen de kosten van fundering op staal en inrichting van het terrein. [2. Scholen met lichamelijk gehandicapte leerlingen, meervoudig gehandicapte leerlingen wordt een toeslag toegekend van 50 vierkante meter. Het normbedrag van deze toeslag is € 134.495.] 3. Als paalfundering noodzakelijk is wordt een toeslag gegeven op basis van de volgende bedragen: Paallengte Vergoeding Vergoeding bij ruimten LG en MG € 26.967 € 34.002 1<15m € 37.176 € 47.090 15<20m € 52.212 € 67.771 >20m

Artikel E.2 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel AE, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst E.2. Uitbreiding Het bepaalde in E.1, eerste lid, is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de hoogte van de vergoeding voor uitbreiding van een lokaal bewegingsonderwijs. Bij lokalen bewegingsonderwijs met een oefenvloer van 140 vierkante meter netto speeloppervlakte of minder, kan de oefenvloer worden uitgebreid tot een oppervlakte van 252 vierkante meter. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Uitbreid Normbe Paallengte ing drag 1 < 15 15 < > 20 meter meter 20 meter 112 t/m € € € € 120 m2 267.171, 10.354 17.934 29.321 63 ,70 ,95 ,65 121 t/m € € € € 2 324.783, 12.947 22.412 36.652 150 m 83 ,58 ,90 ,05

Nieuwe tekst E.2. Uitbreiding Het bepaalde in E.1, eerste lid, is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de hoogte van de vergoeding voor uitbreiding van een lokaal bewegingsonderwijs. Bij lokalen bewegingsonderwijs met een oefenvloer van 140 vierkante meter netto speeloppervlakte of minder, kan de oefenvloer worden uitgebreid tot een oppervlakte van 252 vierkante meter. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Uitbreid Normbe Paallengte ing drag 1< 15 < > 20 mete 15 20 mete mete r r r 112 t/m € € € 2 12.0 20.9 34.1 120 m € 73 11 87 311.502 121 t/m € € € 15.0 26.1 42.7 150 m2 € 378.674 96 32 34

Artikel E.3.2 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel AF, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst E.3.2. OLP/meubilair school voor basisonderwijs De vergoeding voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een basisschool bedraagt € 53.786,01.

Nieuwe tekst E.3.1. OLP/meubilair school voor basisonderwijs De vergoeding voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een basisschool bedraagt € 56.002.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11821604/1