Vragenhalfuur vragen en antwoorden VVD BDOrapport januari 2022
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen
Vragen gesteld door
: VVD
Datum vergadering
: 31 januari 2022
De fractie van de VVD heeft op 24 januari 2022 technische vragen gesteld omtrent het Rapport van BDO accountants ‘Benchmark Nederlandse Gemeenten 2022’. De VVD heeft het volledige rapport bij BDO opgevraagd en leert daaruit dat er getoetst wordt op een vijftal criteria. Te weten: 1. Solvabiliteit Eemnes scoor hier laag maar minder dramatisch dan andere kleine gemeenten in de staart van de ranglijst. Laren scoort lager. Het gemiddelde van alle kleine gemeenten < 25000 inwoners is 36.3 %, Eemnes scoort 19,2%. De kritische ondergrens is 20%. 2.
Netto Schuld quote Zoals reeds gesteld kan dit een vertekend beeld geven gezien de relatief lage bedragen; het echter wel zaak om dan de winsten uit bv grondexploitaties te gebruiken voor aflossing van schulden in plaats van ze in te zetten om de lopende begroting te sluiten.
3.
Grondexploitatie Dit kengetal laat de opbrengsten uit grondverkopen zien ten opzichte van het totale grond bezit. Eemnes scoort hier relatief goed omdat er weinig grond wordt ingezet voor ontwikkeling en er dus weinig opbrengsten worden gegenereerd. Het bezit blijft daarmee wel in stand, maar er worden relatief weinig inkomsten gegenereerd uit grondexploitatie.
4.
Structurele exploitatie ruimte Bij dit criterium is de score op een na de laagste landelijk. Dat betekent dat de begroting structureel niet sluit. Jaarlijks is er een tekort van bijna 8%. Er is dus geen enkele ruimte voor kostentoename, hetgeen problematisch is nu bijvoorbeeld de kosten van gemeenschappelijke regelingen doorstijgen. Dit is het meest zorgelijke aspect bij de beoordeling. De ontwikkeling is sterk negatief; in 2018 +0,3% , 2019 1.6% tor in 2020 maar liefst -7.9%.
5.
Belastingcapaciteit. Dit kengetal geeft aan hoe de gemeentelijke belastingen zich verhouden tot het landelijk gemiddelde. Dit getal was voor Eemnes in 2017 nog 98,3 % net iets lager dan het landelijk gemiddelde dus. In 2018 werd het 109,2, in 2019: 123,8 om in 2020 door te stijgen naar 131% van het landelijk gemiddelde. We zijn dus in 4 jaar fors duurder geworden en zijn desondanks verder weggezakt in de ranking.
Vraag 1 Heeft het College kennis genomen van dit rapport en deelt het College de zorgen die de VVD heeft over de bevindingen genoemd onder 3, 4 en 5? Antwoord De genoemde bevindingen zouden reden tot zorg kunnen geven. Echter, het is slechts een klein deel van de kengetallen waar de toezichthouder (de provincie) op toetst. Daarnaast is het uitlegbaar dat de kengetallen een minder optimistisch beeld laten zien doordat de aankoop van gronden zijn gefinancierd met leningen, dat zorgt voor een toename van ons balanstotaal. Tegenover deze leningen staat een waarde, het zijn geen leningen om uitgaven mee te financieren. Als voorbeeld: bij Zuidpolder staat een bedrag van € 7 mln aan grond op de balans die we in de periode 2022-2025 voor de deelprojecten leveren. De kasstroom die vervolgens ontstaat, zetten we in om de leningen af te lossen. Het terugverdienen van eerder gedane uitgaven is belangrijk. Als er sprake is van winst op de GREX dan is dat primair bedoeld om het eigen vermogen te versterken. Een winst uit een GREX heeft een incidenteel karakter en mag van de toezichthouder niet worden ingezet als een structureel dekkingsmiddel voor het sluitend maken van de begroting. Dit mag alleen op incidentele basis. Wij hebben dit uitgangspunt ook als zodanig verwerkt in de Begroting 2022 en Meerjarenbegroting 2023-2025. BDO heeft een analyse gemaakt op basis van de Jaarrekening 2020.
Het gerealiseerde nadeel van 2020 is met name herleidbaar als gevolg van kosten voor jeugdzorg en Coronagerelateerde kosten. De financiële resultaten van de Jaarrekening zijn niet per definitie direct van invloed op de Begroting, immers in besluitvorming volgt de Kadernota 2022 en Begroting 2022 op de Jaarrekening 2020.
Vraag 2 Het bovenstaande beeld schetst een grote kwetsbaarheid voor tegenvallers. Ook kleine tegenvallers zoals de aangekondigde kostenverhoging in de Kadernota VRU drukken het structureel begrotingstekort verder in de gevarenzone. Is er bij het College al zicht op de ontwikkeling in 2021? Antwoord Als er sprake is van kostenverhogingen van Verbonden Partijen, zoals nu in de Kadernota 2023 van de VRU tot uitdrukking komt, heeft dit geen invloed op de Jaarrekening 2021. Wij zijn op dit moment bezig met de voorbereidingen van de Jaarrekening 2021, zowel financieel als inhoudelijk. Het is nog te vroeg om duiding te geven aan de financiële ontwikkelingen. Deze verwachten wij in maart.
Vraag 3 Heeft het College nog mogelijkheden om, gezien de zorgelijke situatie, om beleid te formuleren waardoor Eemnes uit de gevarenzone komt? Antwoord Uw raad heeft ons college twee opdrachten gegeven die wij binnen de daarvoor gestelde termijn uitvoeren. De eerste opdracht is dat we ons eigen vermogen de komende jaren versterken naar minimaal € 3,5 mln. De komende periode tot 2026 worden projecten gerealiseerd dan wel afgesloten, zoals HinkStapSprong, de Hilt en Zuidpolder. Dit leidt tot een behoorlijke instroom van geld waarmee leningen worden afgelost. Het balanstotaal zal vervolgens dalen en dat heeft een positief gevolg voor de kengetallen die BDO voor haar rangschikking inzet. Voorts zal bij de afsluiting van projecten de Algemene Reserve worden versterkt, gelet op het in de Nota Ombuigen gewenste eindperspectief van ca. € 10 mln. De tweede opdracht is dat we onze woningbouw in een bij Eemnes passend tempo ontwikkelen, dus geleidelijk onze investeringen (minimaal) terug verdienen. Naast het versterken van het eigen vermogen en goed risicobeheer willen wij in de Kaderbrief 2023-2026 het collegeprogramma, de plannen van het nieuwe kabinet en de herijking gemeentefonds opnemen. Hierdoor geven wij uw raad een meerjarig inzicht.