Transcript Commissie Ruimte 03.02.2025
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE RUIMTE VAN EEMNES 3 februari 2025
1.
Opening De voorzitter: Dames en heren, het is 20.00 uur. Ik wil graag beginnen. Ik verzoek u allen te gaan zitten. Dan open ik hierbij de vergadering van de commissie Ruimte van 3 februari. Mooie volle tribune. Aan eenieder welkom. Vanuit de commissie heb ik een bericht van verhindering bij de VVD van de heer Schade. En die wordt vervangen door mevrouw Van der Linde junior. En bij PvdA hebben we een bericht van herinnering gekregen van de heer Lutterman. En die wordt niet vervangen. En daarmee is de commissie compleet. En vanuit het college de heer Reijn en de heer Ten Have, welkom.
3.
Vaststellen besluitenlijst d.d. 13 januari 2025 De voorzitter: Dan kom ik bij het vaststellen van de agenda, maar die sla ik eventjes, met uw permissie, over, want ik wil eerst even de inventarisatie van het spreekrecht doen, alvorens wij de volgorde van de agenda gaan vaststellen. Dan kom ik bij de besluitenlijst. Vaststellen van de besluitenlijst van de vorige vergadering van 13 januari jongstleden. Er zijn geen op- of aanmerkingen ingediend. Ik kijk of dat nog steeds het geval is en blijft? Aan die kant en aan die kant blijft dat zo. Dan is bij dezen de besluitenlijst vastgesteld.
4.
Inventariseren spreekrecht De voorzitter: Dan kom bij inventarisatie van het spreekrecht. Voor het onderwerp Transformatie aan de Eem hebben zich tot nu toe gemeld de heer Dorresteijn. Even kijken. Die is aanwezig. De heer Eskes. Die is ook aanwezig. De heer Koolmees ook aanwezig. Mijnheer Majoor, die zag ik al zitten. En de heer Van IJken zag ik ook zitten. Zijn er dan nog mensen die willen inspreken die ik ben vergeten op het punt van Transformatie aan de Eem? Nee, dat is niet het geval. En dan kom ik bij het volgende punt wat op de agenda staat. En dat is de bal bij de Hasselaarlaan. En daar is van tevoren aangemeld dat de heer Willenborg ... Die zie ik al zitten. En ik denk dat u de enige bent die inspreekt, maar misschien met hulp van uw buurman. Dan hebben we de inventarisatie gehad.
2.
Vaststellen agenda De voorzitter: Dan kom ik bij het vaststellen van de agenda. Met uw permissie wil ik dan voorstellen, gezien de hoeveelheid insprekers en ook de omvang van het onderwerp, als eerste Transformatie van de Eem doen. En daarna, aansluitend een kleine schorsing, zodat eenieder die dan niet wil blijven naar huis toe kan. En dan zullen we vervolgen met het onderwerp, de wal bij de Hasselaarlaan. Ik kijk zo of dat goed is? Aan die kant het geval en aan die kant ook het geval. Dan is de agenda bij dezen vastgesteld.
5.
Te bespreken onderwerpen
5.2 Transformatie aan de Eem De voorzitter: En dan kom ik meteen bij het eerste agendapunt voor vanavond die we gaan bespreken. En dat is dan de Transformatie aan de Eem. Dan wil ik de procedure, omdat we meerdere insprekers hebben, even kort toelichten. Ik roep u zo meteen één voor één naar voren. Dan kunt u inspreken. Als u heeft ingesproken,
dan geef ik de commissie altijd nog de gelegenheid om aan u aanvullende vragen te stellen. En op het moment dat alle insprekers zijn geweest, dan gaat de commissie inhoudelijk over het stuk debatteren, of hoe u het wil noemen. En als dat geweest is, dat kan in een, twee of misschien wel drie rondes zijn, dan is iets nieuws. Wij hebben sinds een jaartje, anderhalf jaar nu dat als een inspreker nog daarna de mogelijkheid wil, hoeft niet, mag, om nog even kort iets te zeggen. Dat is meestal een minuut, anderhalve minuut. Dan heeft u die mogelijkheid nog. En dat geldt alleen voor de mensen die dan ook hebben ingesproken. De heer Dorresteijn, als u wil gaan zitten, dan zit er een microfoon. En ik neem aan dat die al aanstaat. Ik kijk even naar de griffier. Als u dan op een knopje talk drukt. Even de bril erbij. En dan is het verzoek om een beetje dicht bij de microfoon, dan is het allemaal goed verstaanbaar, zowel voor het publiek als voor de mensen die thuis meeluisteren. Aan u het woord, de heer Dorresteijn. Inspreker 1: Prima. Ik heb begrepen dat ik vijf minuten heb. Ik weet niet of dat voldoende is. Ik zal eerst even vertellen wie ik ben. Dorresteijn, dat is duidelijk. Ik ben aangrenzend. Ik grens met mijn boerderij aan het terrein van Sterk. Ik ben lid van de Onderzoeksgroep. En ik ben grondeigenaar voor het tracé voor de zuidvariant.
En ik heb een woning in Eembrug, in de gemeente Baarn. Dat is mijn positie. Ik wil graag mijn frustratie over de gang van zaken kenbaar maken, zoals die aan mij en aan de onderzoekscommissie is gepresenteerd op 4 of 5 januari van dit jaar. Gedaan door mijnheer De Jong en mijnheer Veldhuis. Daarin kwam het getal van 120 woningen tevoorschijn. En ik kan mij niet herinneren dat we van de winter, of vorige winter met de Onderzoeksgroep hierover gesproken hebben. Er is eigenlijk met een beetje persen het getal 90 door de strot gedrukt. Niemand van de commissie was het hiermee eens, van de Onderzoeksgroep. Maar het werd op een goed moment zo vaak genoemd dat het gewoon als een vaststaand feit vastgesteld werd. Er is zeker wel in die Onderzoeksgroep sprake geweest van het feit of dat die 90 woningen wel nodig was? We hebben gesproken over 60 of 70 woningen. Waarop Movares duidelijk gemaakt heeft, jongens, dat gaat de verkeerde kant op, dat is niet haalbaar. Werd het toch 90. Nu word ik begin januari geconfronteerd met 120 plus. Want het houdt niet op met 120. Het wordt nog veel meer als de noordelijke punt erbij gehaald wordt. Bij alle plannen ben ik geweest, presentaties van de gebiedsvisie, alles heb ik gezien. En er is steeds sprake van geweest dat die noordelijke punt mee zou doen. Nu kwam op die vergadering van 5 januari tevoorschijn dat die punt er niet bij zit.
Het wordt erger dan 120 woningen. Laten we dit even vaststellen. Dat is nogal iets. Daar hebben we in de Onderzoeksgroep nooit over gesproken. Het advies van het bureau Movares heeft er nooit over gesproken. Heeft zich daar ook niet over gebogen. Het is nooit aan de orde geweest. Nu worden we hiermee geconfronteerd. Voor mij is dit een overduidelijk verhaal van Rupsje Nooitgenoeg. Welnu, gevraagd in die presentatie van begin januari wat er allemaal aan de hand was? Toen werd er duidelijk gemaakt dat er een paar dingen enorm tegenvielen. Dan gebruik ik de woorden van mijnheer Veldhuis. Hij zei, die weg had hij helemaal niet aan zien komen. En dat ging heel veel geld kosten. En ook de beschoeiing in de Eem. Ik wil dat eventjes bespreken. De ontsluitingsweg, daar kiezen ze in ieder geval al niet de goedkoopste variant. De goedkoopste variant is mijns inziens de west-variant en heeft ook mijn persoonlijke voorkeur. Echter, ik heb mij geschaard met de kring van de zuid-variant, omdat dat eigenlijk voor iedereen de beste oplossing was, behalve voor mijzelf. Maar ik heb gezegd, weet je wat, verstand gebruiken en doorgaan. Wat is het geval? Even kijken wat ik zeg. De kosten voor die weg was veel te veel. Er moesten veel meer woningen komen om dat betaalbaar te houden. Dat begrijp ik. Mijnheer Veldhuis zei dat dat een enorme tegenvaller was.
Wat hij niet zegt, is dat de provincie, na goedkeuring, er een belangrijk gedeelte aan bijbetaalt, aan die weg. De soep wordt niet zo heet gegeten als dat mijnheer Veldhuis hem opdient. Hij had het ook over de rentekosten van dat terrein. Dat de rente nogal opliep. En dat dat allemaal nodig was om die 120 woningen te maken. Die rentekosten worden ruimschoots vergoed door de waardestijging van het terrein. Ze hebben het nu in jaar of vijf, zes. En dat is niet goedkoper geworden. Dan kom ik op de beschoeiing. Dat was ook een hele zware tegenvaller, zei hij, want, en nou komt hij een klein beetje waarheid te kort, het waterschap zou de keur van
de beschoeiing in de Eem enorm verzwaard hebben. Ik denk, daar wist ik niet van. Ik heb de vrijheid genomen om het waterschap te bellen en daar eens naar te informeren. En daar blijkt, volgens de waterschapsfunctionaris, dat dat helemaal niet waar is. De functionaris legt mij uit dat in de gemeente Bunschoten heb je een primaire dijk. En bij de Ocrietfabriek is het een secundaire dijk, want daar is de primaire dijk de Wakkerendijk. Welnu is dat er een lagere eis gesteld wordt aan de zuidkant, aan de Ocriet kant. Het waterschap bemoeit zich niet met de constructie van de oeverbescherming. Helemaal niet. Het waterschap wil dat de oude dijk, die over het hele Ocrietterrein loopt. Want het waterschap is een enorm grote eigenaar van het hele stuk. Zowel van Sterk als van de Ocriet. En die willen daar dijk van die kering, de zomerdijk herstellen. Ze kunnen dat niet anders dan weer op de oever van de ene op de oude fundaties. We moeten woningen bouwen op de Ocriet. Dat betekent dat ze op deltahoogte moeten gaan zitten. In ieder geval het maaiveld moet enorm aangepast worden, anders dan houden ze geen droge voeten, omdat 100 procent droogte niet kan worden gegarandeerd. Er zal een enorme grondopslag op het terrein van Ocriet gebracht moeten worden.
En een leerling van de lagere technische school kan dan begrijpen dat wanneer je die gronddruk opvoert, dat het de weg van de minste weerstand zoekt. En dat betekent dat de Eem daar ter plekke een beetje smaller zal worden. Dat laatste ziet het waterschap niet zitten. Ze zeggen, die dijk mag niet bewegen, die mag niet verschuiven. Wil je woningen bouwen en wil je die grond daar mogelijk ... Dan zul je daar een beschoeiing voor aan moeten passen. Dat is iets wat de projectontwikkelaars van tevoren hadden kunnen bekijken. Ik geloof niet dat mensen van het kaliber, zoals Heilijgers en Wilma Wonen, dat aan zich voorbij hebben laten gaan. Dat ze dat niet onderzocht hebben. Ook de ontsluiting van de weg, die volgens bureau Goudappel, die de heren in eerste instantie ingeschakeld hadden, dat die 5,80 meter breed zou zijn. Iedereen weet nog die foto van dat lintje van 4 meter, dat de werkelijkheid aangaf. Bureau Goudappel was weg. Maar ze verschuilen zich daar nog steeds achter. Ze hebben kunnen zien ... Toen ze die grond kochten, hebben ze echt wel gekeken bij de gemeente, mogen we er woningen bouwen? Wat is de ontsluiting? Waar zitten we? Waar lopen we tegenaan? Wat moet weggesaneerd worden? Waar zitten de nutsvoorzieningen? Dat zijn hele logische dingen die iedere projectontwikkelaar zal doen.
Dan kan ik niet anders concluderen dan dat ze of dat met een jantje-van-leiden van afgemaakt hebben of dat ze dat onderschat hebben. Maar dat laatste weiger ik te geloven. Anders gezegd, die dure waterkering kan niet de oorzaak zijn van die hogere aantallen woningen. Ook die weg kan daar niet direct de oorzaak voor zijn, want ze kunnen ook nog een goedkopere variant pakken. En dan is er nog een vierde punt. Dat is eigenlijk, moet ik dan weer naar pleiten richting de projectontwikkelaars, de gemeente Eemnes meent een contingent woningen te moeten bouwen voor 405.000 euro, of daaromtrent. Ik heb het in De Gooi- en Eemlander gelezen, want ik wist het verder ook niet. Als je dat als gemeente stelt, dan gooi je ook gelijk een drempel op, want dat werkt niet mee aan de betaalbaarheid van het hele plan. Die woningen daar, het is een dure plek, het is een moeilijke plek. Het moet enorm opgehoogd worden. Er moet veel aan gebeuren. Dan moet elke woning die er gebouwd wordt er ook aan meebetalen. En als je dan een contingent woningen als gemeente eruit pikt en daar ga je een prijs van vaststellen waar de jongens het eigenlijk niet voor kunnen doen, daar kunnen ze het zout in de pap niet aan verdienen. Dan ben je verkeerd bezig. En dan ben je als gemeente bezig om de zaak nog extra op te pushen. Dit hele voorafgaande feit heeft mij een beetje boos gemaakt. Een beetje erg boos zelfs.
Ik pik dit ook niet. Als lid van de Onderzoeksgroep. Ik heb geen mandaat. Dat weet ik. Ik zit ook niet in de gemeente. Allemaal niet. Maar ik had wel een beetje meer respect verwacht. Zo de boel belazeren, want ik kan het niet anders zien, daar lusten de honden geen brood van. Ik ben tot op het bot beledigd, alleen over deze gang van zaken. Dat kan niet. Gebeurt toch. Actie geef reactie. Ik heb nog een paar dingetjes. Het gesprek dat ik met het waterschap gehad heb, dat was via mijnheer Peter Boone. En die heeft, zal maar zeggen, dat verhaal over die keur die niet veranderd is, van het waterschap, mij over geïnformeerd. Even kijken hoor. Dan heb ik nog iets. Dat is dat het verhaal ... Vanaf het begin was er sprake van dat er een woonunit zou er gebouwd worden. Drie woonlagen, één woonunit. Daar kan je wat voor vinden in die vlakke polder. Het wordt er niet beter van. Maar
goed. Nu, op 5 januari, heb ik vernomen dat het niet één maar drie woonunits worden. En dat het niet drie woonlagen, maar zes woonlagen worden. Ik zou haast willen zeggen, dat lijkt op het Manhattan aan de Eem. Sorry, dat ik het zo zie, maar ik kan het niet anders zien. Het lijkt mij ook nog geen gelopen koers. Maar ik snap dit gewoon niet. En in het verhaal dat ik in die club gezeten heb, dan zeg ik, dit kan niet. Het kan niet waar wezen. Ik had best wel een beetje een Rupsje Nooitgenoeg verhaal verwacht, maar in deze orde van grootte, nee. Ik heb verder niet veel meer te vertellen. Nog twee dingen. Dat is ten eerste, als ik naar de tekeningen kijk ... Ik heb al eerder gezegd dat ik een mestsilo heb op de rand van mijn terrein. 14 meter uit de scheiding. En daar wordt, als ik naar de tekeningen kijk, nog steeds geen rekening mee gehouden. Dat geeft ook een stukje ergernis en een stukje frustratie. Ik heb begrepen dat mijnheer Reesema in het rond heeft verteld dat die silo niks meer voorstelde en dat die niet meer in gebruik was. Dat is dan voor rekening van mijnheer Reesema. Ik ga hem niet wijzer maken dat hij is. Maar ik waarschuw hem nog een keer, dat moet je niet doen, is stom. Dan heb ik nog een ding. En dat is dan het feit dat ik benaderd ben van de zomer door mijnheer Veldhuis, inzake mijn medewerking over grondverkoop voor de zuid-variant.
En dat heb ik eigenlijk een klein beetje tegen mijn zin toch toegezegd, omdat ik vind dat er een oplossing moet komen en ik van mening ben dat je dan de meest ideale oplossing moet kiezen. En daarbij moet ik mijn eigen belangen een beetje terugzetten. Best. Nu ik hiermee geconfronteerd word, zeg ik, ik weet niet of ik nog grond wil verkopen eigenlijk voor die zuid-variant. Onder deze omstandigheden, met dat gesjoemel en dat bedrieg en de claim van de gemeente om goedkope woningen daar nog te claimen, terwijl de projectontwikkelaars ook al voor de sociale woningbouw in de gemeentekas moeten storten, het is allemaal een beetje overvraagd. En ik heb besloten, in tegenstelling tot mijn eerdere belofte naar mijnheer Veldhuis, dat ik mij voorlopig even terugtrek als grondleverancier voor de zuid-variant. Ik geloof dat dat het een beetje is. De voorzitter: Ik heb u ruim de tijd gegeven. Inspreker 1: Het is niet anders. De voorzitter: Maar ik ga het rondje langs bij de commissie. Indien er vragen zijn. Ik kijk even of er ... De heer Defferding van D66 heeft een vraag. Gaat uw gang. De heer Defferding: Dank u wel. En dank u wel voor uw uitgebreide inspraak. U geeft heel helder weer wat u van het proces heeft gevonden. Wat ik mij afvraag, wat zijn voor u de gevolgen als daar 120 woningen worden gebouwd? Daar heb ik u nog niet over gehoord.
Inspreker 1: Dat betekent gewoon dat de overlast van 120 woningen meer is dan nu het bedrijventerrein is. En mijn voorkeur gaat dan ook uit naar handhaving van het huidige bedrijventerrein en de bestemming niet wisselen. Omdat gewoon als je met 120 woningen ... Als ik er eventjes iets mag noemen? De illegale bewoning in de Jachthaven van Kroeze. Daar wonen een 10, 15,20 mensen. Ik weet het niet precies. Die hebben huisdieren. Ik heb zelf waargenomen dat een hond vanuit de jachthaven rent, de brug over, het eiland op en komt terug met een fazant in zijn bek. Ik bedoel, dat is alleen al iets wat aangeeft, dat kleine beetje illegale mensen die daar wonen, geeft al overlast. Wij zijn gewend in de polder dat er stilte is. Als je een wijk hebt van 120 woningen, dan betekent dat het elk weekend feest is. Een bedrijventerrein is 5 dagen van 8 uur en daar nog een klein beetje buiten. En een woning is 24/7. En de beslissing om nu daar 120 woningen neer te klappen in de polder, met woontorens, ik denk niet dat dat een goed besluit is. Maar je neemt wel een besluit voor 100 jaar of langer. Want een bedrijventerrein wil nog weleens opgeschoond, wil nog weleens veranderen, maar bij een woonwijk wordt dat heel moeilijk. De voorzitter: Dank u wel voor uw antwoord. De heer Van den Brink van de PvdA.
De heer Van den Brink: Mijnheer Dorresteijn, twee vraagjes. De eerste vraag, toen er sprake was van 90 woningen, toen heeft u gezegd, ik wil wel meewerken aan die aanleg van de grond. Is dat nog steeds zo, als het terug zou gaan naar 90 woningen? Inspreker 1: Dan wordt het een ander verhaal. Als Onderzoeksgroep, nooit zijn we akkoord gegaan met 90 woningen. Let wel, ik wil nogmaals zeggen, ik spreek hier op persoonlijke titel. Daar zijn we nooit akkoord mee gegaan, maar het is ons stukje bij beetje door de strot geduwd. En niet anders. Het werd gewoon van, jammer... En Movares heeft ook gezegd, met 70 wordt het heel erg moeilijk. 90, ik heb heel lang getwijfeld, ben ik voor woningbouw of ben ik ertegen? Ik was er niet voor, maar je kan moeilijk tegen de stroom inroeien. Dat hoort niet. Als er woningbouw komt, dan moet het. Dan zit ik daar verder niet mee. Maar op deze schaal, nee. Van twijfelaar en van liever niet woningbouw ben ik een gefundeerde tegenstander geworden, onder deze omstandigheden. De heer Van den Brink: Begrijp ik. Inspreker 1: En ik ga niet eerder over grondtransacties praten voordat we terug zijn naar A. Want Rupsje Nooitgenoeg heeft nooit genoeg gegeten. Daar ga ik niet aan meewerken. De heer Van den Brink: Ik heb nog twee andere vragen. De voorzitter: Een tweede vraag. De heer Van den Brink: U woont op Eemweg 104.
Ligt uw perceel met uw woonhuis, dat is ook de dijk van de Eem eigenlijk, dan hoger dan het Ocrietterrein? Inspreker 1: Mijn woonhuis staat op de dijk. De heer Van den Brink: Maar is de grond, het maaiveld daar hoger dan op het Ocrietterrein? Inspreker 1: Het waterschap heeft verschillende keren de boel onderzocht. En in eerste instantie zou ik een dijk voor mijn huis krijgen, want ik voldeed niet aan de gestelde hoogte. Maar er is iets in de gemeente Soest, ik denk spoorwegen of de rioolzuivering. Dat weet ik niet precies. Ze hebben de norm voor de Eem naar beneden bijgesteld. En toen hoefde er bij mij niks te gebeuren. De heer Van den Brink: Maar op het Ocrietterrein? Inspreker 1: Ja. De heer Van den Brink: Want dat ligt lager? Inspreker 1: Ja. Ze hebben er een damwand in de Eem geslagen. En dat is ongeveer de hoogte wat het maaiveld zou moeten worden voor de nieuwe wijk. De heer Van den Brink: En dan nog een laatste vraag. U had het over die mestsilo. Ligt daar ook een heel hinderwetvergunning op? Inspreker 1: Ja, natuurlijk. Hinderwetvergunning is heel ouderwets. Dat bestaat niet meer. Maar er is wel een vergunning voor gegeven. En ik heb nog steeds 20 hectare land. Ik wens die silo te gebruiken, zolang die aan
de constructie-eisen voldoet. En de gemeente heft daar ook, hoe heet het, ozb over. Ze kunnen er niet omheen. De heer Van den Brink: Dank u wel. De voorzitter: Kijk ik naar de VVD. Mevrouw Van der Linde. Mevrouw Van der Linde: Dank u wel. Als ik u goed beluisterd heb, dan heeft u eigenlijk met name moeite hoe het proces nu gelopen is en dat het elke keer een stapje verder is. Zou u het prettig vinden als er toch nog weer een keer een gesprek met u en de wethouder zou zijn? Zou u daar enigszins, in ieder geval een wat beter gevoel door kunnen krijgen? Inspreker 1: Ik begrijp wat u stelt, maar ik heb al zoveel energie gestoken in die verhalen. We hebben al zoveel, ook vanuit de buurt, met de buren, hebben we er ... Ik heb nog helemaal nul resultaat gezien van al mijn overleg met de gemeente. Sterker nog, het is negatief. Waar we over gesproken hebben van de winter wordt nu nog overruled door nog zwaardere eisen. Begrijpt u mijn probleem? Begrijpt u mijn frustratie? Ik weet niet of ik u antwoord gegeven heb. Mevrouw Van der Linde: Ja, wel. Want als ik u beluister, dan vind ik het gewoon heel jammer om te horen dat u in eerste instantie, al vond u het idee allemaal niet zo prettig, er wel in mee wilde gaan. Want u hebt gezegd, ik ben niet zo voor wonen, maar we kunnen het niet tegenhouden. Die weg is ook niet helemaal mijn favoriet, maar ik werk eraan mee.
En dan vind ik het gewoon nu heel jammer om te horen dat eigenlijk net het laatste stukje ... Dat u eigenlijk 180 graden draait, meer door de manier waarop zaken gegaan zijn. Inspreker 1: Mevrouw, actie geef reactie. Mevrouw Van der Linde: Dat begrijp ik. Inspreker 1: Dat is altijd al zo geweest. Mevrouw Van der Linde: Ik begrijp hoe u tot uw standpunt komt. Inspreker 1: Als je nu praat over een 60, 70 woningen ... Daar gingen we de winter mee in. Het wordt dan vast gehamerd op 90. Anders kan het niet. En nu komt er in ene keer maar zo een derde overheen. En daar blijft het niet bij, want het noordelijke puntje zit nu buiten de plannen. Dat wordt dan alsnog gedaan. Het kan wel 150 woningen worden. Vindt u het dan gek dat ik niet meer praten wil? Ik dacht het. Ik weet niet hoe ik het anders uit moet leggen hoor. Mevrouw Van der Linde: Ik begrijp het. Ik betreur alleen dat we nu in deze situatie zijn gekomen. Inspreker 1: Maar berouw komt altijd na de zonde. De voorzitter: Dat is vaak wel. Mevrouw Van der Linde: Helaas wel. Daar daarom kan ik u alleen nog voorstellen, zou u het prettig vinden als er toch nog weer een keer een gesprek plaatsvindt?
Inspreker 1: Ik wil te allen tijde een gesprek. En dan vindt dat bij mij thuis ... Want ik ga hier geen tijd meer spenderen. Sorry, zo sta ik nou in. Mevrouw Van der Linde: Ik denk dat de ambtenaren of de wethouder er ook wel mobiel kunnen zijn. Inspreker 1: Ik wil best nog eens een keertje praten, maar dan gaan we eerst terug naar af. Eerst het hok in, het hele zooitje. Sorry, zo zie ik het. Ik ben een beetje recht to the point, maar ik kan het niet anders zeggen. Ik heb geduld gehad, ik heb gesproken, ik heb alle medewerking verleend en dan word ik gewoon te kakken gezet. In het pak genaaid. Ik ben er klaar mee. Mevrouw Van der Linde: Dank u wel voor uw uitleg, in ieder geval. Inspreker 1: Graag gedaan. De voorzitter: Kijk ik even. DorpsBelang niet. Het CDA? De heer Van Schaik. De heer Van Schaik: Dank u wel, voorzitter. Heer Dorresteijn, het is net al even gezegd, u heeft een mestsilo. En daar zit een geurcirkel eromheen. Daar heeft u een vergunning voor. Weet u hoe groot die geurcirkel is? Inspreker 1: Ja, 50 meter. De heer Van Schaik: 50 meter. Daar zat ik nog even over te denken. Is het 25, 50 meter? Inspreker: 50. De heer Van Schaik: En dat betekent dat u een end met die geurcirkel in de eerste, misschien wel tot en met de tweede woning in dat nieuwe plan terechtkomt. Die woningen kunnen daar niet gerealiseerd worden, zeg ik dan eigenlijk. Inspreker 1: Dacht ik ook.
Maar mijnheer Reesema denkt er anders over. De heer Van Schaik: Die doet er een muurtje neerzetten. Inspreker 1: Dat vind ik schande van die man. Maar dat maakt niet uit. Moet hij zelf weten. De heer Van Schaik: En u heeft het in uw verhaal gehad over drie woonunits met zes woonlagen. We hebben plannen meegekregen voor vanavond ter voorbereiding, maar ik tel niet drie woonunits met zes woonlagen daarin. Ik ben nieuwsgierig hoe u dat ter ore gekomen is. Inspreker 1: Dat is mij meegedeeld op de vergadering van 4 of 5 januari. De datum ben ik exact kwijt. Dat heb ik gehoord van mijnheer De Jong en mijnheer Veldhuis. De heer Van Schaik: Dank u wel voor deze informatie. Inspreker 1: Alstublieft. De heer Van Schaik: Want er staat een woonunit meer dan wij zien in de tekening. Dank u wel.
De voorzitter: Even voor de duidelijkheid, er staan nu twee woonunits in met vijf bouwlagen. Dat het voor iedereen duidelijk is. Inspreker 1: Ik heb gehoord van zes, van mijnheer Veldhuis. Die ene woonlaag zou iets terugvallen. Maar dat maakt het onvermeld dat het nog zes woonlagen zijn. De voorzitter: Uw punt is duidelijk. Ik meld alleen, onafhankelijk, wat nu in het plan aan de commissie wordt voorgelegd. Dat waren de vragen? Dan dank ik de heer Dorresteijn voor uw inspraak. Inspreker 1: Graag gedaan. De voorzitter: En dan gaan we naar de volgende. En dat is de heer Eskes. Inspreker 2: Ben ik zo te verstaan? Ja. Goedenavond, mijn inspraak is van een heel andere orde. Maar ik wil wel gezegd hebben dat de buurt solidair is met elkaar. En dat ik waardeer wat mijnheer Dorresteijn net gezegd heeft, ook al begrijp ik dat het zijn persoonlijke mening is. Dan volgt nu de mijne. Ik kan kort zijn. Mijn naam is Frank Eskes. Ik woon in de kern van Eembrugge en ben ingezetene van Baarn. En dat ik hier in mag spreken, dat waardeer ik erg. Ik ben voorstander van de woningbouw. Persoonlijke mening. Ik heb net gehoord dat je het ook anders kan invliegen. Ik ben er voorstander van. En ik heb natuurlijk niets te zeggen over het aantal woningen. Dat beslist de gemeenteraad. Maar ik heb me, met de buurtgenoten, in het verleden opgesteld dat we zorgen hebben over de ontsluiting van de nieuwbouw.
Daar is naar geluisterd. En mijnheer Dorresteijn had het al over de Onderzoeksgroep van Movares, samen met belanghebbenden, niet alleen uit het dorp, maar ook in de omgeving, ook een koper van de nieuwe grond, ook de gebruikers van de padvinders, de gebruikers van het Ocrieteiland. In ieder geval, die hebben de verkeersveiligheid en de leefbaarheid onderzocht wanneer er 90 woningen zouden worden gebouwd. In april heeft de wethouder de conclusies van die Onderzoeksgroep omarmd en toegezegd de mogelijkheid van een eigen ontsluitingsweg voor de nieuwbouw te onderzoeken. So far, so good. Er wordt naar ons geluisterd. Er wordt gemeenschappelijk opgetrokken. Ik was daar heel blij en tevreden mee. Maar wat blijkt nu? De ontwikkelaar begint te piepen en te klagen dat hij de weg moet betalen, en dat dat niet kan, van 90 woningen. De provincie is nog niet eens formeel gekend en akkoord met de aanleg van een nieuwe weg. En zou ook niet betalen, wat we niet helder hebben. En de gemeente Eemnes stelt zich ook op dat ze niet kunnen of willen bijdragen. En zie daar mij zorgen. Zorgen over de haalbaarheid van het project. De haalbaarheid niet van nieuwbouw, maar van de nieuw aan te leggen weg. Zorgen over de leefbaarheid in het gebied, vanwege deze grote aantallen bewoners bij 120 woningen.
En dan ook natuurlijk de blijvende zorg, waar die hele Onderzoeksgroep voor ingesteld is, over de verkeersveiligheid. Zowel wanneer er geen ontsluitingsweg zou komen, dan zitten we in de kern van Eembrugge helemaal in de penarie, maar ook door het sluipverkeer wanneer er geen knip komt in de weg bij een nieuwe ontsluitingsweg. Een knip in de Eemweg. En dan ook nog eens zorgen om de verkeersveiligheid bij de afwikkeling bij het stoplicht, ik denk dat u de situatie kent, van de Nieuwe weg, de Eemweg naar de Bisschopsweg toe. Enfin, ik hoop dat de gemeenteraadsleden, en dat is anders dan mijnheer Dorresteijn zegt, de bestemming van het voormalig Ocrietterrein willen veranderen in een woonbestemming. Niet er een nieuwe ontsluitingsweg komt en het sluipverkeer door de kern van Eembrugge wordt voorkomen. En in overleg met de gemeente Baarn hoop ik dan dat er aandacht is voor de verkeersveiligheid, op alle punten die ik net noemde. Dank u dat ik in mocht spreken. De voorzitter: Graag gedaan. Dan ga ik aan die kant beginnen, als er aanvullende vragen zijn? Dan kijk ik even naar het CDA.
De heer Van Schaik: Ik wil mijnheer bedanken voor zijn inspraak en het andere geluid wat hij laat horen, want het is fijn om meerdere klanken te horen. Dat maakt met elkaar een muziekstuk, zeg ik dan maar heel even. U geeft ook wel aan, de ontwikkelaar piept en de provincie stemt nog niet in. U heeft ook wel die klank laten horen in het geheel. Maar uw persoonlijke stemming is, 120 woningen is in principe wel oké. Maar de verkeersveiligheid is uw grootste punt, gebaseerd op 90 woningen in het onderzoek wat gedaan is. De verkeersafwikkeling ... De voorzitter: Ik stel voor dat u naar de vraag komt en niet de hele inbreng gaat herhalen. De heer Van Schaik: Voorziet u in dat verkeersveiligheidsonderzoek problemen als het aantal naar 120 woningen gaat? Inspreker 2: Natuurlijk ben ik geen deskundige, maar de gewone simpele rekensom, een derde erbij, zal toch ook een derde meer verkeersdruk geven. En dat is niet onderzocht. De heer Van Schaik: Dank u wel. Dat is wat u wilde uitspreken met het benoemen van de verkeersveiligheid en het onderzoek? Inspreker 2: Ja, dat klopt. De voorzitter: Kijk ik even naar DorpsBelang. De heer Kouwenhoven. De heer Kouwenhoven: Dank u wel voorzitter. Ook ik wil u mijnheer Eskes bedanken. En ik heb voor de rest geen aanvullende vragen hierover. De voorzitter: VVD niet. PvdA niet. Dan was uw verhaal denk ik helder. Dan dank ik u voor uw inspraak.
En dan gaan wij door naar de volgende. Dat is de heer Koolmees. Gaat uw gang. Inspreker 3: Goedenavond, mijn naam is Kees Koolmees van de Stichting Behoud de Eemvallei. Onze inspraak is, de stichting wil graag uw aandacht voor het volgende. Uw recente concept-raadsbesluit, Ocriet, Sterk, om achter de bestaande woningen van Eembrugge een nieuwe weg, de zuid-variant, paars in het kaartje, aan te leggen, is met de Stichting Behoud de Eemvallei uitvoerig besproken. Al eerder is daarbij door ons naar voren gebracht dat tussen deze nieuwe weg en Eembrugge, via de omgevingsvergunning, de huidige bestemming in natuurbestemming zou moeten worden gewijzigd. De 400 meter lange weg moet namelijk gecompenseerd worden. Sorry. In het door u opgestelde omgevingsplan, met brede reikwijdte, zal zeker het Natuurnetwerk Nederland, NNN, zijn vermeld. Dat NNN ligt direct grenzend oostelijk onder andere aan de Eem aan uw plan voor woningen en een nieuwe weg. De Stichting Behoud de Eemvallei is van mening dat de provincie dat NNNgebied moet beschermen, hetgeen met uw plan niet gebeurt. De provincie moet ervoor zorg dragen dat de omgevingsvergunning van de gemeente Eemnes het NNN niet zal schaden.
Als Stichting Behoud de Eemvallei gaan we met uw huidige plan niet akkoord, aangezien het niet conform onze, aan uw projectleider ruimtelijke ontwikkeling Huub de Jong, gedane, ik zet hier altijd SBdE, Stichting Behoud de Eemvallei, compensatievoorwaarde is namelijk dat het gebied tussen de nieuwe weg en de bebouwing NNN zal worden. Zie het bijgevoegde kaartje. U vermeldt onder punt 2.3 dat de overblijvende gronden tussen de Eemweg en de nieuwe weg grotendeels weiland blijven. U wil deze behouden als weilanden c.q. hobbymatige weilanden, maar dat kan met het Stichting Behoud de Eemvallei NNN plan worden ingehaald. U heeft het aantal te bouwen woningen opgevoerd met 30, naar zo'n 120 woningen. De stikstofemissie zal mogelijk te groot worden. En de druk op het bestaande Natuurnetwerk Nederland, oostelijk aangrenzend aan uw plangebied,
ook. Wij vragen ons af of het voor de hele omgeving niet beter is het betreffende Ocriet, Sterk gebied de bestemming natuur te geven. De inwoners van Eembrugge zullen dat zeker toejuichen. Dat zou de Eemvallei omgeving een zeer grote natuurimpuls geven. Daar kan dan een speciaal gebied voor de met uitsterven bedreigde grutto's worden ingericht. De provincie Utrecht wil de natuur in het landelijk gebied versterken en nieuwe natuur mogelijk maken. Geld daarvoor ligt bij de provincie al te wachten. Tot zover onze inspraak en bedankt voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel, de heer Koolmees. Dan kijk ik bij de VVD, of die iets aanvullende vragen heeft? Niet. PvdA? De heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Ik heb twee vragen. U zegt eigenlijk dat vanwege die aanleg van de weg natuurcompensatie noodzakelijk is. Is dat wettelijk zo? Is dat een regel van het Rijk of van de provincie of zo? Of is dat iets wat uw verenigingen ambieert? Inspreker 3: Ik denk dat het zo geregeld is. Want als je kijkt naar de verbreding van de A1, dat is allemaal weer goedgemaakt in de randen van de Eem. Er zijn toen natuurgebieden in de Eem, bij Bunschoten, aangelegd. En dat kwam, omdat de Rijksweg verbreed werd. En in dit geval heb je te maken met een weg die gewoon in een agrarisch gebied wordt aangelegd, waar ook flora en fauna zitten. Dat moet inderdaad zo worden afgehandeld.
De heer Van den Brink: En de tweede vraag is dan, u heeft het over dat de provincie geld heeft klaarliggen, denkt u dat het een realistische optie is dat de provincie de eigenaren van de gronden uitkoopt en daar een natuurgebied maakt? Inspreker 3: Dat is mogelijk, want het is iets wat hoog op de agenda staat in Nederland, in de EU, overal. Onder andere dan, maar nog meer soorten zie je de aantallen dalen. Maar bij de grutto is het helemaal erg. Die staat op het punt uit te sterven. Dachten wij als stichting, als je daar een heel mooi natuurgebied maakt, specifiek aangelegd, vooral aangelegd voor de grutto, dat zou ideaal zijn. En ik denk dat er genoeg geld voor is. De heer Van den Brink: Dank u wel. De voorzitter: De heer Defferding, D66. De heer Defferding: Dank u wel. Op dit moment zit er een andere bestemming op het gebied. Dat is bedrijventerrein. Wat zou het verschil zijn tussen de uitstoot als daar opnieuw een volledig bedrijventerrein wordt ingericht ten opzichte van de woningen? Of dat er 90 of 120 zijn, wat zou daar het verschil maken, volgens u? Inspreker 3: U bedoelt een andere bestemming dan woningen? De heer Defferding: Nee, de huidige bestemming. Voor bedrijventerrein is dat, die volledig zou worden ingericht. Inspreker 3: Er zou in principe een bedrijf kunnen komen. Bijvoorbeeld een datacentrum. Die moet zijn systeem koelen.
Dat zou kunnen gebeuren met het water uit de Eem. Maar je kan ook nog veel meer doen eigenlijk. Zo'n bedrijf is heel erg belangrijk voor de omgeving. We zitten met ons allen de hele dag op een
mobieltje. Die datacentra zijn belangrijk. Dan zou ik ervoor kiezen om daar een datacentrum te maken, wat ingepast is in de omgeving. Niet zomaar een lomp blok beton. De heer Defferding: En dat zou dan minder uitstoot hebben en minder nadelige gevolgen dan woningbouw? Inspreker 3: Ja. De heer Defferding: Dank u wel. De voorzitter: CDA? Niet. DorpsBelang? De heer Kouwenhoven. De heer Kouwenhoven: Dank u wel, voorzitter. Ik was benieuwd of u ook in de Onderzoeksgroep hebt gezeten? Inspreker 3: Nee, ik niet. We zijn een stichting. Wij pakken deze zaken altijd aan als stichting. En wij mengen ons niet in allerlei groepen. De heer Kouwenhoven: Maar omdat de Onderzoeksgroep ook heeft aangegeven dat ze de percelen tussen Eembrugge en de weg niet bebouwd wilden hebben, om daar de natuur iets dergelijks in stand te houden. Maar dat is voor u niet voldoende, volgens u? Inspreker 3: Als je al die stukken die er straks liggen, tussen die nieuwe weg en bebouwde kom, zijn allemaal hele kleine stukjes. En wij zijn als stichting heel erg bang dat die kleine stukjes op termijn bebouwd gaan worden. De heer Kouwenhoven: Maar goed, de Onderzoeksgroep heeft aangegeven dat ze dat in het bestemmingsplan willen voorkomen. Inspreker 3: Maar vandaar dat wij ook zeggen, maak daar NNN-gebied van, want dat kan je niet zomaar veranderen. De heer Kouwenhoven: Duidelijk. Dank u wel.
De voorzitter: Dan dank ik u voor uw inspraak, de heer Koolmees. En dan ga ik over naar de heer Majoor, namens de AKOE. Brilletje op. Inspreker 4: 50-plus. De voorzitter: Ik weet het. Gaat uw gang. Inspreker 4: Dank u. Geachte commissieleden, bij dezen dank ik u als eerste voor de gelegenheid tot inspreken. Wij als AKOE hebben vanaf het begin deelgenomen aan de Onderzoeksgroep, om tot een goede oplossing te komen voor de ontsluiting van de woonwijk op het Ocrieteiland. Dit naar volle tevredenheid. En wij staan als AKOE dan ook nog steeds achter de ontsluiting van de zuid-variant. Echter, op 8 januari, volgens mij, werden we geconfronteerd met een nieuwe variant, namelijk een ontsluiting voor ongeveer 140 à 150 woningen. Waarom gaan wij uit van 140 à 150? Omdat het de intentie is van de gemeente om ook de laatste hoek te herontwikkelen van woningbouw. En de burgemeester in zijn nieuwjaarstoespraak aangaf dat dit nu een grote kans maakt door de nieuwe ontwikkelingen van het bedrijventerrein in de Zuidpolder. Op de
tekening, getoond na lang aandringen van de Onderzoeksgroep op 8 januari, was te zien, en daar komt hij vandaan, dat er al een appartementencomplex was ingetekend op dit terrein. Vandaar de derde van de heer Dorresteijn. Deze tekening is daarna niet meer getoond. Wij snappen ook wel dat je dit terrein niet kan vrijmaken voor een twee-onder-een-kapwoning. De reden waarom wij dit allemaal opsommen, is dat wij grote zorgen hebben over de verkeersontwikkeling in de polder, in de toename, en van de recreatie. In het aanvullende rapport van Movares wordt, wat ons betreft, onjuist omgegaan met de toename van het verkeer, zowel bestemming als recreatief. En daarnaast vinden wij het vreemd dat de Onderzoeksgroep niet bij de laatste stap van 90 naar 120/150 is benaderd om mee te denken en om input te geven. Maar dat dit aan ons is medegedeeld. Wat ons betreft is daarom het voorgaande traject nagenoeg zinloos geweest. Er wordt in de stukken gewoon gesproken over de ligging ten opzichte van het centrum van Eemnes en de bereikbaarheid met de auto. Er zal ook ongetwijfeld reclame worden gemaakt in de verkoopfolders dat men kan genieten en recreëren in het mooie buitengebied in de polder. Er zal niet in de folder komen te staan dat men de hond moet uitlaten op het aangrenzende industrieterrein en dat men kan genieten van de heerlijke carameldampen van de asfaltcentrale van Dura Vermeer.
Let wel, iedereen mag genieten van de mooie Eempolder. We zijn er erg trots op. Welkom. Wat ons als AKOE stoort, is dat er nu ineens van alles mogelijk is. Hoogbouw, 5 etages, mooi verkapt onder de noemer industriële uitstraling. En een toename van het aantal woningen van 69 naar nu 140 à 150. Een verdubbeling. En dat terwijl wij als agrarische ondernemers bij ieder plan direct te maken krijgen met de noemer, het is niet inpasbaar in de open polder. We lopen aan tegen de nokhoogte bij eventueel nieuw te bouwen gebouwen, die nu maar ongeveer 2 verdiepingen hoog mogen. En alles wat een verkeersaantrekkende werking heeft als nevenactiviteiten gaat direct een streep doorheen. Wij verwachten dan ook dat als de raad instemt met de voorgenomen plannen voor het Ocrietterrein, dat ook het huidige bestemmingsplangebied opnieuw tegen het licht wordt gehouden en dat in de nieuwe Omgevingsvisie rekening wordt gehouden met de nieuwe mogelijkheden voor agrariërs in dit gebied, evenredig aan de ontwikkelingen op het Ocrietterrein. Dit is voor ons als agrarische ondernemer de enige kans om ons bedrijf te ontwikkelen en levensvatbaar te houden, zodat alle inwoners en alle nieuwe inwoners kunnen blijven genieten van de mooie polder. Ik heb nog een kleine toevoeging gedaan zojuist.
Wij zijn faliekant tegen een bestemmingswijziging van de gronden tussen de aan te leggen weg en de huidige bebouwing. Dit zal ons namelijk als bedrijven verder op slot zetten en agrarisch natuurbeheer zal het zeker niet ten goede komen. In Eemland gaat het goed met de weidevogel, dankzij boeren en Collectief Eemland. Wij danken u voor uw aandacht en wensen u een verstandig besluit. De voorzitter: Dank u wel, heer Majoor. Dan kijk ik even voor aanvullende vragen. DorpsBelang? Niet. Het CDA? De heer Van Schaik. De heer Van Schaik: Ik wil de heer Majoor even bedanken voor deze andere kijk op de situatie met betrekking tot wat wij in de polder wel en niet toestaan binnen de huidige normen. En het besluit wat we hier vanavond nemen wellicht tot een stukje nieuwbouw, als het gaat om extra verkeersbewegingen en bebouwingshoogtes en dat soort dingen. Dank u voor deze inkijk. De voorzitter: D66 niet. PvdA niet. Mevrouw Van der Linde wel? Mevrouw Van der Linde: Ik wilde alleen maar even bedanken voor de toelichting, dat we nu begrijpen waar het derde appartementencomplex vandaan komt. En ik merk dat ook bij u met name de frustratie zit in het niet meegenomen zijn in de laatste stap, wat gewoon erg jammer is. Inspreker 4: Klopt.
Mevrouw Van der Linde: En gelijke monniken, gelijke kappen principe. De voorzitter: Uw verhaal was helder, heer Majoor. Dank u wel. Inspreker 4: Geen dank. De voorzitter: En dan kom ik bij de laatste. Dat is de heer Van IJken. Ik hoef u niet uit te leggen hoe de microfoon werkt. Inspreker 5: Ik zou het nog maar een keertje doen. De voorzitter: Vooruit dan maar. ‘...’, maar wel graag een beetje dicht bij het dingetje. Top. Gaat uw gang. Inspreker 5: Geachte leden van de commissie, ik maak bezwaar tegen de voorgenomen invulling van dit gebied. Mijn bezwaren betreft het aantal woningen en de hoogte van een deel van de bebouwing. In het proces hiernaartoe is voortdurend sprake geweest van een woningtal, u hoort het goed, tussen de 20 en de 40. Dit tot de huidige ontwikkelaar op de proppen kwam en daarna ineens er een aantal van 80 genoemd werd. Ten tijde van de verwerving door de huidige ontwikkelaar was niet meer bekend dan dat er ongeveer 40 woningen zouden komen. Daarna werd tussentijds het aantal nog een keer verhoogd van 80 naar 90. En daarna, vorige week, 14 dagen terug, verder verhoogd naar 120. Als je het appartementencomplex op de aansluitende grond aan de noordkant meetelt, kom je zelfs op ongeveer 150 woningen. Het is proppen op het dichtheidsniveau van Nieuwegein.
Wat is er dan wel aanvaardbaar op deze plek? Een goed hulpmiddel is hierbij het Sweco-rapport, wat u allemaal ongetwijfeld binnenkort gaat behandelen. En daar worden richtlijnen in gegeven voor de woningbouw in het buitengebied. Dat geeft aan op bladzij 15, het buitengebied een aantal van 10 tot 15 woningen per hectare passend is. Voor dit gebied zou dit neerkomen op 40 tot 50 woningen. Opvallend zelfs het getal waar steeds bij die voorgenomen transitie rekening mee gehouden is. Bij hogere woningtallen moet er ook meegewogen worden dat het aantal mensen dat de toch wel vaak aanwezige stank van de asfaltmolen en verdere dampen ... Dat het aantal mensen dat dat mag ondergaan nog toeneemt. En totaal afwezig zijn van voorzieningen in Eembrugge, behalve uiteraard een brievenbus. Ook de verkeersafvloeiing naar Eemnes zal grotendeels door de polder gaan. Een ander nog belangrijk punt is de voorgenomen bouwhoogte met 5 lagen in de appartementen. Dit waar eerder nog gesproken en geschreven werd van 3 bouwlagen. Ook deze 3 bouwlagen zijn totaal niet passend in het open landschap van de Eempolder. Laat staan de 5 bouwlagen. Bedenk daarbij dat dit gebied onderdeel is van het Nationaal Landschap Arkemheen-Eemland, waarbij deze grotere hoogte van de bebouwing een enorme aantasting zou betekenen en vermeden moet worden. Je wil het niet gedaan hebben.
Ik hoop dat het hierboven geschrevene u ertoe brengt deze aantastingen te vermijden. Ik verwacht ook niet anders, want de stukjes van de raadsleden in De Rotonde lezend, noemen nagenoeg allen de polder de mooiste plek van Eemnes. Welnu, neem dan geen besluit welke dit landschap aantast. Uw wijsheid toewensend met de besluitvorming. De voorzitter: Dank u wel, heer Van IJken. Ook voor u doe ik even een rondje. Dan kijk ik. D66 niet, PvdA niet. VVD niet. CDA? Ik denk dat uw verhaal helemaal duidelijk was, mijnheer Van IJken. Dank u wel. Inspreker 5: Ik hoop dat het gevolgen heeft. De voorzitter: Dat komt in een later stadium. Als u even op dat knopje ... Dan is die vast uit. Top. Dank u wel. Dan gaan wij als commissie dit nu inhoudelijk behandelen. En dan kijk ik naar D66. Wie van D66 mag ik het woord geven? De heer Defferding.
De heer Defferding: Dank u wel, voorzitter. We hebben behoorlijk wat inspraak gehoord vanavond. Vanuit verschillende invalshoeken is de situatie belicht. Maar wat ons wel enigszins aan het hart gaat, het is aan deze kant ook al een paar keer genoemd, er is fors geïnvesteerd in de participatie. De voorzitter: Als u een seconde heeft, want ik word net onderbroken. Het is mij niet bekend, anders had ik daar uiteraard nu de mogelijkheid voor gegeven. Maar ik zie de architect wel zitten daar. En ik denk dan ... Het spijt me heer Defferding, dan doen we toch even gauw een toelichting van de architect. Inspreker 6: Ik neem u die verwarring niet kwalijk. In die zin zal ik het, ook na de uitvoerige inbreng van de vorige sprekers, kort houden, omdat ik denk dat de meesten van jullie redelijk bekend zijn met de plannen. We kunnen zonder meer slide voor slide de presentatie doorgaan, maar wellicht spreekt de maquette, die hier naast me staat, nog veel beter dan alle beelden die getoond zijn. Mijn naam is Diederik van Egmond. Ik ben door de ontwikkelende partijen in de armen genomen om te kijken wat hier mogelijk zou zijn. En wij hebben eigenlijk vanaf 2020 tot heden aan het plan gewerkt. Eigenlijk vanuit onze eigen expertise als stedenbouwkundigen en architecten, maar ook heel veel met landschappers hebben samengewerkt. En we hebben uiteraard ook heel veel met de diverse buren gesproken.
En het zou makkelijk zijn om nu uit te halen over het feit dat ik word beschimpt voor leugenaar, bedrieger, jantje-van-leiden. Er hebben nog een paar de revue gepasseerd. Ik leg dat naast me neer. Ik vind het niet terecht, want we hebben afgelopen jaren met heel veel liefde en aandacht gekeken wat de mogelijkheden waren. En ergens snap ik het wel. Want toen ik werd gevraagd voor deze opdracht, ben ik ook als eerste op locatie gaan kijken. En dan rijd je door Eembrugge en dan zie je ook, dat is een kwetsbaar wijkje. Het is een smal weggetje dat naar dat gebied leidt. Ik snap wel dat die mensen bezorgd zijn. En ik begrijp ook heel goed dat ze zeggen, hoe gaan onze kinderen straks naar school? Hoe zit het met de verkeersveiligheid? Kan ik zelf nog veilig oversteken? Het brengt echt wel overlast met zich mee. Daar zijn we ons heel erg van bewust. We hebben in het plan gekeken, wat kan dan wel? We hebben daar gekeken naar de korrel, de schaal, de hoogtes. En daarbij heb ik gewoon heel eerlijk gekeken, wat denk ik dat kan? Een Nederlandse boom is 25 meter hoog. Kan een gebouw van 5 lagen, 15 meter dan? Daar heb ik echt wel zorgvuldig afwegingen in gemaakt om te kijken, past dit hier? Wordt het geen Manhattan aan de Eem? Ik snap dat je dat niet wil. We hebben naar die verkeersveiligheid gekeken.
We hebben ook heel erg naar de natuur gekeken, want ik heb ook kinderen, ik vind dat ook belangrijk. Maar ik ken ook heel veel mensen die op zoek zijn naar een woning. En het is nu een bedrijventerrein bestemming. En ik denk dat niemand daar weer bedrijven wil die door Eembrugge rijden. We kunnen daar nu ook iets doen aan de woningnood die er is. Een wijk maken voor jonge gezinnen, maar ook juist met die appartementengebouwen voor senioren, mensen die geen tuin willen, maar een balkonnetje. Ik denk dat het een wijk wordt waar kinderen kunnen opgroeien met hun ouders, maar ook met opa en oma om de hoek. We hebben er echt wel zorgvuldig naar gekeken. En natuurlijk zijn het veel woningen. Dat is ook zo. Ik wil dat ook niet bagatelliseren. Maar we hebben ook gekeken, hoe kunnen we dan een nieuwe weg aanleggen, zodat we niet met zijn allen door Eembrugge hoeven? En natuurlijk de een zegt, ik wil variant A, de ander zegt, ik wil variant B. Maar we hebben dat voorzichtig gedaan. En nu komt er een nieuwe weg, zodat we Eembrugge kunnen ontzien. Dat er een wijk komt waar mensen gewoon met elkaar groot en gelukkig kunnen worden. En ik beloof echt als architect dat ik mijn uiterste best zal doen om het goed in te passen, geen gekke fratsen zal uithalen. En als ik naar die maquette kijk, ik denk dat het een prachtig gebied kan worden, wat een aanvulling is op het geheel.
En ik hoop dat we met zijn allen kunnen kijken hoe we daar een plek kunnen maken voor mens, maar ook, zoals Kees Koolmees zegt, met ruimte voor natuur. En dat we gewoon een verkeersveilig gebied ... Dat de kinderen van mijnheer Eskes ook daar veilig naar school kunnen gaan. En dan denk ik dat we gewoon iets hartstikke moois kunnen regelen, waar we met zijn allen trots op kunnen zijn. En ik snap dat niet iedereen tevreden kan zijn over aantallen, hoogte of verschillen, maar ik denk dat er ook heel veel dingen zijn die ons
wel kunnen binden en waar we met een goed rentmeesterschap gewoon een mooie wijk kunnen neerzetten. Eerlijker dan dat kan ik het niet vertellen. Dank je wel. De voorzitter: Heer Van Egmond, ook dan ga ik voor u, als er nog aanvullende vragen zijn? Kijk ik even. Het CDA? Nee? Wel? Nee. DorpsBelang niet. Die kant? De heer Van den Brink, PvdA. De heer Van den Brink: Misschien kunt u nog even verhelderen waar dat derde appartementengebouw dan vandaan komt en het aantal woningen van 140 tot 150 dat genoemd werd? Inspreker 6: Ik snap die verwarring best wel. Kijk, wij hebben natuurlijk heel erg gekeken naar de Sterklocatie en de Ocrietlocatie. Daarop komen die 120 woningen die we in gedachten hebben. Daar komen, zoals we het nu hebben getekend, 2 appartementengebouwtjes. We hebben weleens gekeken, wat gebeurt er als we nog dat bedrijventerreintje, wat ernaast zit, er ook bij betrekken? Kan daar dan een woning op? Kan daar een appartementengebouw op? De partij die wilde verkopen, vroeg daar serieuze bedragen voor. En dan kon je het niet dicht rekenen. Dan moest je er een blokje op zetten. En wij zagen gelijk al, dat is niet haalbaar. We hebben die dingen wel allemaal onderzocht. Dit is het scenario dat nu voorligt, maar we hebben ook allemaal scenario's onderzocht die we vanavond niet hebben laten zien, die we gewoon met elkaar besproken hebben.
Maar in ons plan zit het maximum van die 120. En dat is een programma met inderdaad appartementen, maar ook met heel veel betaalbare woningen. Want daar kijken we ook naar. Want ook het verhaal, doe minder woningen, maar dan worden het alleen maar villa's. Daar zit volgens mij ook niemand op te wachten. Dure woningen hebben we genoeg in Nederland. We kijken juist, hoe kunnen we een breder programma doen? De aantallen nemen wat toe, maar er komt ook een nieuwe weg. Ik denk dat dat ook heel veel voordelen met zich meebrengt. En alle ruis eromheen, ik wil met liefde iedereen nog een keer meenemen door het plan, maar dit is het jongens. Niet meer dan dat. De voorzitter: Dank u wel. En dan dank ik u nog voor de toelichting. Het spijt me, heer Defferding, ik was niet op de hoogte gebracht. Maar goed. De heer Defferding: Geen probleem hoor. Dat improviseren we gewoon aan elkaar toch? De voorzitter: Precies. De heer Defferding: Zo is het. Even inhakend waar ik dan was gebleven, want het ging over de inspraak en over de wijze waarop dan die participatie heeft plaatsgevonden. En we hebben na ... Die Onderzoeksgroep is geformeerd. En de terugkoppelingen die we daaruit hebben gehad, hebben we daarna in ... Met andere onderwerpen hebben we heel vaak die Onderzoeksgroep geroemd als, dat is de manier waarop wij participatie zien in Eemnes. Dat zouden we in meer projecten kunnen doen.
En dan vind ik het wel heel teleurstellend dat we nu bijna aan het einde van de rit tot de conclusie komen dat op best wel belangrijke aspecten, waar inwoners zich zorgen om maken, dat ze daar dan, volgens hun eigen bewoordingen, gewoon echt heel slecht in meegenomen zijn. En we maken daar onderdeel van uit met elkaar. Ik vind het echt wel spijtig dat het dan zo gegaan is. En terecht dat dan inwoners gefrustreerd zijn over de keuzes die nu dan, op het moment suprême, aan ons voorgelegd worden. Dat gezegd hebbende, we kijken ook naar de ontsluitingsweg, die vaak aangehaald is. En waar ik de portefeuillehouder ook heb horen zeggen, als we het gaan doen, dan doen we het alleen met een ontsluiting aan de zuidkant, met een goed onderbouwd verhaal erbij. En ik denk ook dat die ontsluiting voor de bewoners van Eembrugge, ten opzichte van de huidige situatie, een enorme verlichting zal moeten geven, omdat er dan eigenlijk alleen nog maar bestemmingsverkeer in Eembrugge komt en een fietser en een wandelaar. Maar dat al het verkeer dat er van
buitenaf doorheen zou komen daarmee verleden tijd is. Die ontsluitingsweg is wat ons betreft ook wel een voorwaarde om daar een project te gaan ontwikkelen. En ik denk ook dat dat zal bijdragen aan de verkeersveiligheid, die ook genoemd werd, door Eembrugge heen, want het verkeer zal daar enorm afnemen. Dan is ook het puntje nog een aantal keer genoemd. Gaat dat nu wel of niet ontwikkeld worden? We hebben daar geen concrete plannen voor, maar ik ben wel heel erg nieuwsgierig om van de portefeuillehouder te horen, moeten wij daar rekening mee houden in de nabije toekomst dat dit erbij ontwikkeld gaat worden of is dat gewoon nu uit te sluiten? Dan is dat naar de bewoners ook duidelijk. Als het dan gaat om het aantal woningen. Als D66 hebben wij heel vaak gezegd, wij willen graag meer bouwen in Eemnes. En elke plek die er is, moeten we zo goed mogelijk zien te ontwikkelen om doorstromers, starters, senioren een kans te geven. En wij zijn eigenlijk heel tevreden dat er nu een concreet plan ligt met een fors aantal woningen, waarin we eigenlijk in de volgende raad ook moeten zeggen, gaan wij akkoord met die 120 woningen? Op dit moment is het nog wat vroeg voor ons om daar ja of nee op te zeggen. We wachten ook heel graag even de ronde van vanavond af, voordat we daar concreet iets over zeggen.
Maar onze basishouding is dat als wij ergens woningen kunnen laten bouwen, in welke vorm dan ook, dan zullen wij daar voorstander van zijn. Tot zover. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Aan u het woord, heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Volgorde maakt mij niks uit hoor. Wij hebben ons altijd op het standpunt gesteld dat de Ocrietlocatie eigenlijk, uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening, niet een goede plek is voor een grote woonwijk. Maar we begrijpen dat de grondeigenaren iets willen en dat de huidige situatie natuurlijk ook niet gecontinueerd kan worden. We hebben wel van het begin af aan gezegd, een bescheiden aantal woningen geen probleem. En als het er wat meer worden, dan zal je iets aan de ontsluiting moeten doen. We zijn blij dat de wethouder op een gegeven moment de draai gemaakt heeft dat hij toch inzag dat een nieuwe ontsluitingsweg noodzakelijk is. En we begrijpen ook dat die geld kost en dat die weg wordt aangelegd ten gunste van deze ontwikkeling. En dat ook de ontwikkelaar in principe verantwoordelijk is voor de aanleg van die weg. Een van de insprekers noemde wel de mogelijkheid dat de provincie daaraan bij zou kunnen dragen.
Dat is dan een vraag voor de wethouder, of dat inderdaad klopt dat de provincie voor zoiets als dit ook kan bijdragen? Verder wat betreft de opmerkingen van de heer Koolmees, is ook een vraag voor de wethouder, klopt het dat we in ieder geval voor de aanleg van de weg verantwoordelijk zijn voor een stukje natuurcompensatie? En zo ja, hoe wordt dat dan ingevuld? Wat betreft het aantal woningen, de manier waarop dat gegaan is in de participatie met de Onderzoeksgroep, wat altijd goed en soepel verliep, zijn zij enigszins verrast door dat aantal van 120 woningen. En dat zijn wij ook. En dat verdient zeker niet de schoonheidsprijs, de manier waarop dat gegaan is. De samenstelling van het woningbouwprogramma spreekt ons dan wel weer aan, omdat er ook duidelijk een stukje betaalbaar in zit. En dan zal dat ook betekenen dat het wel iets meer woningen worden. Kijk, het is geen tijd dat we daar ... Het zou natuurlijk wel heel mooi eruitzien als je daar 5 mooie villa’s neerzet, alsof het aan de Vecht is. Maar dat is niet van deze tijd. En uit het oogpunt van volkshuisvesting is het ook belangrijk dat er gebouwd wordt. Maar nogmaals, voor de woningbehoefte in Eemnes is dit zeker niet een ideale plek. En mijnheer Van IJken zei het ook terecht, geen scholen in de buurt, geen winkels in de buurt, niet ideaal. Maar je moet wat.
Even kijken of ik nog een vraag had voor de wethouder? Nee, ik dacht dat dat eigenlijk die twee vragen waren over de rol van de provincie in deze ook. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ga ik over naar de VVD, mevrouw Van der Linde.
Mevrouw Van der Linde: Dank u wel, voorzitter. Ik zal niet gaan herhalen wat sprekers voor mij al hebben gezegd. Maar wat ons betreft is de participatie wel een heel belangrijk punt. En als we ook de insprekers beluisteren, dan zijn de mensen echt niet tegen het voorstel. Ze waren in principe eigenlijk best wel voor, met een aantal zorgpunten erin. Maar nu zijn er eigenlijk wat wringende tegenstrijdige gevoelens ontstaan. De agrariërs zeggen, hoe kan het dat nu ineens alles mogelijk is en als wij iets willen dan kan er niets? En de heer Dorresteijn, die inspreekt, het is ineens gewijzigd. Ik wilde eigenlijk overal aan meewerken, maar nu ben ik er even klaar mee. Eigenlijk is wat ons betreft de participatie nog niet afgerond. En ik zal even het antwoord van de wethouder afwachten en kijken of dat nog weer een ander licht op bepaalde zaken werpt. Maar als de participatie niet is afgerond, dan is dit voorstel eigenlijk nog niet gereed om naar de raad te gaan. En ik vind dan ook dat we niet moeten gaan proberen om iets nu even snel door te drukken wat eigenlijk nog niet helemaal rijp is om besloten te worden. Op zich staan wij positief tegenover het voorstel. Er is een woningnood. Wij moeten iets aan woningen doen. De woningen krijgen een dichtheid, zoals die momenteel ook in de Zuidpolder is. De Zuidpolder is op zich een mooie wijk.
We hadden het liever ook wat ruimer gezien, maar we begrijpen ook de financiële kanten aan het verhaal. Die weg is gewoon noodzakelijk voor de leefbaarheid en veiligheid in Eembrugge. We zullen daar toch echt iets mee moeten doen. Op zich ziet het plan er netjes uit. Jammer dat we niet ook al een architectonische voorstelling hebben hoe de bouwstijl gaat worden. Maar op het moment wordt er alleen nog besloten over het aantal woningen en of er wel of geen weg moet komen. De rest moet allemaal nog komen in het vervolgproces. Wij wachten even het antwoord van de wethouder verder af. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de volgende fractie. Dat is de fractie van DorpsBelang, de heer Kouwenhoven. De heer Kouwenhoven: Dank u wel, voorzitter. Ten eerste wil ik in ieder geval alle insprekers danken voor hun toevoegingen, positief of negatief. Maar dat maakt de zaak wel een stukje duidelijker. Ik denk qua participatie dat er al heel veel gezegd over is. Heel goed verwoord is door mijnheer Defferding, dat als dit gevraagd was voor de bijeenkomst van januari dat iedereen denk ik heel positief was over dit proces. En dat we daar heel veel van kunnen leren, ook voor andere projecten. Maar helaas dat dit toch daarna een zure bijsmaak heeft gekregen door de verrassingen die ons, maar ook de stuurgroep heeft gekregen naar aanleiding van de bouwhoogte en de aantallen.
Zoals mijnheer Van IJken al verwoord heeft, is er inderdaad heel wat jaren terug al begonnen met 20 tot 40 waterwoningen op het Ocrietterrein. Dat is later weer verhoogd naar 80, 90 woningen van de 3 Melmen. Die werd toen al als vrij fors gezien. Later is weer een plan gepresenteerd tussen de 40 en 60 woningen. Wat later alweer snel is op opgekrikt naar 90 woningen. En dan nu het plan met 120 woningen, waarbij de wethouder heeft gezegd, het kunnen er ook 110 of 130 worden. Er zit een beetje marge in. Maar exclusief het bedrijventerrein. Ik moet de insprekers gelijk geven dat op het moment dat dat ook ontwikkeld wordt, dat dit zou kunnen gaan groeien naar misschien wel 150 woningen. En ik denk dat als we dat even vergelijken met de Zuidpolder, en mevrouw Van der Linde deed het al, ben ik niet helemaal van dezelfde mening dat wij hetzelfde hanteren daar. Want in de Zuidpolder wordt gehanteerd dat daar 25 woningen per hectare worden geplaatst op dit moment. Dat is ook al opgekrikt van 18, geloof ik, in het begin wat nu dan 25 is. En als we het nu gaan uitrekenen op het Ocrietterrein, dan komen we uit op 30 tot 35 woningen per hectare. Al ziet het er niet propperig uit, denken wij wel dat dat aan de hoge kant is. En zijn wij toch wel van mening dat de 90 woningen echt een maximum aantal is, waardoor je met 25 woningen per hectare uit zou moeten komen.