CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Commissie BSM 10.02.2025

Commissie BSM 10 februari 2025, gemeente eemnesBij agendapunt: Opening8.749 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE BSM VAN EEMNES 10 februari 2025

1.

Opening De voorzitter: Goedenavond, dames en heren, welkom bij de commissie BSM van de gemeente Eemnes. Het is acht uur, dus ik wilde de vergadering beginnen. De heer Van der Vegt is afwezig en de heer Van den Brink vervangt. De heer Schade is afwezig en wordt vervangen door mevrouw Van der Linde. Mevrouw Van der Linde senior is afwezig en wordt vervangen door de heer Roorda. En omdat er dan twee burgercommissieleden zijn, wil ik even rondkijken of iemand daar bezwaar tegen heeft. Dat is niet het geval. Dank u wel. Dan kunnen we vergaderen.

2.

Vaststellen agenda De voorzitter: Vaststellen van de agenda. Ik denk niet dat het nodig is om een wijziging te doen.

3.

Vaststellen besluitenlijst d.d. 20 januari 2025 De voorzitter: Dan kom ik bij het vaststellen van de besluitenlijst van 20 januari. Ik heb geen voorstellen gehad dat er iets gewijzigd moet worden, dus dan is hij bij dezen vastgesteld.

4.

Inventariseren spreekrecht De voorzitter: Er heeft zich niemand aangemeld voor het spreekrecht voor de drie onderwerpen van vanavond.

5.

Te bespreken onderwerpen De voorzitter: Dan kom ik bij de te bespreken onderwerpen. Zoals u van tevoren gehoord heeft, is de presentatie van het Huis van … [Iemand spreekt onverstaanbaar vanaf de tribune.] Er is spreekrecht aangevraagd, maar niet over deze drie onderwerpen en wij hebben alleen spreekrecht over de onderwerpen die wij vanavond bespreken. Dus vandaar dat er geen toestemming verleend is voor spreekrecht. Ja, het spijt me. Nee, sorry. Nee, sorry. Dat is niet aan de orde vanavond, dus u kunt niks uitdelen. U kunt iets aan de griffier geven en verder gaan we niet. Nee, dat is ook niet mogelijk. Ik ga verder met de vergadering. Ik kom bij agendapunt … Graag ... Ik vraag ... U heeft recht van spreken op het moment dat er een agendapunt is waar dit aan de orde is. Ik verzoek u om stil te zijn. U mag deze vergadering bijwonen. Als dat niet zo is, dan schors ik de vergadering en dan moeten we even de zaal ontruimen. 5.02

Zienswijze Startnotitie Bescherming & Opvang 2026 - 2033

De voorzitter: Dus ik ga verder met de vergadering en dan kom ik bij agendapunt 5.02. Wilt u graag stil zijn? Dank u wel. Zienswijze startnotitie bescherming en opvang 2026-2032. We hebben daarbij ambtelijke ondersteuning van Sonja Hartkamp. U bent ook voor dit onderwerp? Als toehoorder. Prima. [Rumoer] Ik schors de vergadering. [Schorsing]

De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Ik was gebleven bij aankondiging van agendapunt 5.02, zienswijze startnotitie, met de ambtelijke ondersteuning van Sonja Hartkamp. Welkom. Dan ga ik een eerste rondje maken en begin ik bij de VVD. Mevrouw Van der Linde. Mevrouw Van der Linde: Dank u wel voorzitter. Voor ons ligt een mooie evaluatie, waarin vooral positieve en kleine verbeterpunten worden geschetst. Daarnaast hebben we de richting van het nieuwe beleidsplan gelezen. Hierin staan ambities waarvan nog niet helemaal helder is hoe deze precies uitgevoerd gaan geworden, maar wij verwachten hier meer over te lezen bij het conceptbeleidsplan. Graag zien wij dan ook in dit stuk de wettelijke verplichtingen, taken die wij moeten uitvoeren ten opzichte van de door onszelf gekozen extra taken. Wij kunnen ons vinden in de zienswijze en dat het beleidsplan wordt vastgesteld voor acht jaar, zolang wij ondertussen tussentijds kunnen bijsturen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de VVD, of de Partij van de Arbeid, de heer Overbeeke. De heer Overbeeke: Dank u wel, voorzitter. Het gaat over de zienswijze de startnotitie bescherming en opvang en dat gaat om een vrij lange periode, 2026 tot … Nee, dat is de oude. 2000. 2026, sorry, tot 2033, dus acht jaar. We hebben kennisgenomen. Een zeer uitvoerige evaluatie en ook een hele duidelijke evaluatie.

Ook een evaluatie, het mag wel eens een keer gezegd worden, in mensentaal geschreven. We zien dikwijls heel andere stukken, maar dit is gewoon heel duidelijk. Het lijkt me een eerlijke evaluatie en het geeft ook heel duidelijk ook de verbeterpunten aan. Dat geeft duidelijk aan: dat gaat goed, wat gaat niet goed en als het niet goed gaat, hoe kunnen we dat verbeteren? Dat is wel een hele prettige manier om het op die manier te doen. Dit is slechts een startnotitie. Er volgen nog verschillende stappen, onder andere met het Regioplatform. Er wordt nog onderhandeld met alle stakeholders. Dat zijn er een stuk of twintig, denk ik. En de besluiten, er komt nog een conceptplan in oktober en de besluitvorming is eind van het jaar. Dus we gaan daar nog uitvoerig over spreken, dus inhoudelijk hebben we ook niet zo veel aanmerkingen erop op dit moment. Nogmaals, de evaluatie ziet er goed uit. En ik kan ook bevestigen - ik ben bij het Regioplatform geweest - dat eigenlijk de mensen die daar waren, dat zijn gemeenteraadsleden, wethouders, over het algemeen, ook zeer tevreden waren met die evaluatie. En dat zijn toch mensen die daar wat meer kijk op hebben, gewoon omdat ze dichter in de regio zitten. Het is toch iets wat ook hier natuurlijk speelt, het onderwerp waar het over gaat, maar het gaat natuurlijk ook vooral over de grootstedelijke problemen. Daar was men ook heel tevreden over.

Wat op mij indruk heeft gemaakt, dat is het stuk herstelgericht met ervaringsdeskundigen. Vooral de inschakeling van de ervaringsdeskundigen, waar ook een voorbeeld van werd gegeven op het Regioplatform, dat was uitermate indrukwekkend. Er wordt goed gekeken naar beleid op middelengebruik en verslavingszorg. Mijn vraag aan de wethouder is ook een beetje: hoe speelt dat eigenlijk in Eemnes? Misschien kunt u daar wat over zeggen. En als we nog even doorgaan misschien ook het 18-min- / 18-plusbeleid. Ik begrijp dat dat … Het is meer een gevolg van landelijke wetgeving, laat ik het zo maar zeggen, maar het is wel een heel belangrijk punt. We kunnen ons dus vinden in het voorgestelde proces. Wat nog, wat ik net zei, tot het eind van dit jaar doorloopt. Het evaluatieproces is goed beschreven. Mijn vraag is: herkent de wethouder zich daar ook in? Daar kunt misschien wel antwoord op geven. En over die acht jaar. Ik denk dat daar nog wel de nodige discussie over gevoerd gaat worden, maar wat ik wel zie, is dat het een uitermate breed domein is waar we over praten. Een uitermate breed domein. Dat er met heel veel organisaties samengewerkt wordt. Blijf van mijn huisorganisaties, het Leger des Heils, noem maar op. Het is echt … Ik zat even te tellen, het waren er twintig, denk ik. En dan is het ook wel goed als je een wat langere horizon hebt. Ik denk dat dat uitermate goed is.

Dus die acht jaar. En als er maar voldoende mogelijkheden zijn voor bijsturing tussentijds, dan is dat, denk ik, prima. Dan kan er ook werkelijk wat gebouwd worden. Even kijken. Een paar vragen toch nog. Die ervaringsdeskundige, is dat nou iemand die specifiek op een bepaalde gemeente gedicht is, of is dat een

ervaringsdeskundige die meer op caseniveau werkt, net waar de behoefte is? Daar ben ik eigenlijk wel benieuwd naar. En een vraag die een beetje aan de zijlijn staat, dat is: ik zou eigenlijk wel behoefte hebben, en ik kan me voorstellen dat dat voor meerdere mensen hier rond de tafel geldt, aan een goede sociale kaart voor Eemnes. Met andere woorden, wat ik eigenlijk bedoel, is: wie doet nou wat en wat kost het? Nou ja, wat kost het, dat is natuurlijk ook belangrijk, maar: wie doet nu wat en waar? Want we hebben Amersfoort, we hebben BEL, we hebben de HBEL, we hebben Zicht op Werk, we hebben dit traject, en het is mij eerlijk gezegd niet helemaal duidelijk als je nou van 18-min naar 18-plus gaat, bij wie je dan terecht moet, hoe dat dan precies in elkaar zit. Nog los van: we krijgen iedere keer notities en die behandelen we allemaal separaat, maar er zit ergens een integraal stuk en dat noemen we het sociaal domein in. Daar is een beetje moeilijk uit te komen. Tot zover mijn vragen en opmerkingen eigenlijk. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij D66, mevrouw Wierbos. Mevrouw Wierbos: Dank u wel, voorzitter. Ook mijn complimenten voor het stuk, voor de evaluatie. Is mooi geschreven, goed duidelijk. Wij denken wel inderdaad dat het een hele mooie richting is en we denken ook dat er vast nog heel veel uitgeschreven en uitgewerkt wordt.

We hebben wel een aantal vragen. Een van de vragen die ik heb, is: mag het nou wettelijk eigenlijk gezien wel naar acht jaar geschoven worden? En hoe worden we dan als Raad meegenomen in eventuele wijzigingen? Dan staat er ook nog: herstelgericht werk in samenwerking met ervaringsdeskundigen. Daar staat in dat het IZA dat zou moeten ondersteunen om dat te helpen uitbouwen en ook dat voor de thema middelengebruik en verslaving. SPUK IZA is in 2025 nog beschikbaar en we zijn nog bezig op dat concept AZWA om dat verder op te pakken. Daar wordt van alles in gedaan. Maar als het IZA stopt, wat is er dan nog nodig om dat verder uit te rollen? Wat gaat er dan nog verder gebeuren? Want kan het dan nog doorgaan, of hebben wij geld daarvoor? Daar ben ik dan nieuwsgierig naar. En dan komen die twee woonzorgopgaven weer naar voren. Dat is eigenlijk ook wel iets wat constant terugkomt, dat komt al jaren terug. Komt dat straks terug in het stuk wat daar nou in bedacht wordt om dat echt nu deze keer een keer uit te gaan rollen, om dat een keer te gaan laten lukken? Dat waren mijn drie vragen hierin. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, dan kom ik bij het CDA. Mevrouw Bunt. Mevrouw Bunt: Dank u wel, voorzitter. Er is tijdig begonnen en er is een duidelijke tijdlijn om tot de finale versie te komen. Alles kunnen wij ons vinden in het voorgestelde proces, de planning en de werkwijze.

Wij kunnen ons vinden in de uitkomst van de evaluatie en de belangrijkste beleidsmatige zaken voor het nieuwe beleidsplan, inclusief de voorgestelde looptijd van acht jaar. Ook al hoor ik daar net aan de overkant nog wel vragen over, dus daar ben ik wel nieuwsgierig naar. In de zienswijze staat aangegeven dat alle ambities en beleidsmaatregelen gerealiseerd dienen te worden binnen het huidige financieel kader. Hierin kunnen we ons vinden. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij Dorpsbelang, de heer De Zeeuw. De heer De Zeeuw: Dank u wel. Wij zijn ook positief over de evaluatie. Dat hebben de anderen ook al gezegd. En de verbeterpunten, daar wordt van uitgegaan dat we die sowieso met de bestaande structuren en organisatie kunnen oppakken en die zijn duidelijk aangegeven. Dus dat herstelgericht werk is al door een aantal genoemd. Dat middelengebruik en verslavingsdi… Het enige waar ik me echt, nog wel even wil weten, omdat Eemnes uniek is om 18-min en 18-plus niet in dezelfde regio te hebben ondergebracht, hoe dat hierin meespeelt. Dus wordt dat dan vanuit beide regio’s meegenomen, of is dit een verhaal wat meer vanuit de HBEL geschreven is? Dat is een beetje een vraag die ik daarop heb. Voor de rest, het is prima dat in de

zienswijze duidelijk wordt gemaakt dat we die ambities willen realiseren binnen het huidige financieel kader. 2 miljoen is daarvoor genoemd. Maar daarnaast hebben we nog wel de vraag dat we ook wat inzicht willen krijgen in de zienswijzen van de andere gemeenten. Hoe staan die daarin? Hebben die andere onderwerpen? Het is wel aardig om dat te volgen, want er zijn nogal wat gemeentes bij betrokken. Dat was het op dit moment. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de wethouder, mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga: Nu doet hij het. Dank u wel voorzitter en dank ook voor de vele positieve woorden. Complimenten ook meteen denk ik aan de overkant voor een goede duidelijke evaluatie in begrijpelijke taal. Er liggen wel eens stukken waar er wat anders wordt gezegd, dat we iets moeten doen aan taalgebruik, dus ik zie dat dan als compliment. Dank daar ook voor. Ik hoor ook steun voor deze manier van aanpak, dus dat is ook fijn. Ik heb ook een paar vragen gehoord, dus die loop ik langs en als er nog andere vragen zijn, dan komen die zo nog aan de orde. De eerste vraag was over verslavingen. Speelt dat nou ook in Eemnes? Ja, dat speelt ook in Eemnes. Zien wij ook terug bij de jeugdzorg. Verslaving, middelengebruik, met name ook overmatig alcoholgebruik. Dat kennen wij ook hier in de Raad, alleen het is niet altijd gerelateerd aan de vraag rondom een dak boven het hoofd.

Dus dat speelt natuurlijk vaak juist achter de voordeur en zien we er niet zoveel van. Ik denk wel dat het op een andere manier zichtbaar is dan in een grotere stad, maar het speelt hier inderdaad wel degelijk. Dan de vraag 18-min / 18-plus. Die kreeg ik van meerdere kanten. Dat hebben wij inderdaad in twee regio's georganiseerd. 18-min in Amersfoort, 18-plus bij HBEL als het gaat om Wmo en bescherming en opvang in de regio Gooi en Vechtstreek. Wij hebben wel een hele strakke overgang van 17 naar 18 samen, dus dat loopt goed. Als het gaat over de uitstroom, bijvoorbeeld uit de jeugdzorg, trekken we daar ook in met elkaar op. Gelukkig gebeurt het weinig dat kinderen niet thuis kunnen wonen, maar als dat zo is, dan doen we dat samen en als het dan op verlengde jeugdzorg aankomt, is dat een manier. Dus dat doen we zo goed mogelijk samen. Misschien juist omdat we ons heel bewust zijn van die verschillende regio's dat er misschien nog wel beter op wordt gelet dan als het wel bij dezelfde organisatie is. Maar ik zie dat niet als belemmering, in ieder geval, in dit geval.

Herken ik mij in, volgens mij, in de positiviteit over het beschreven proces en ook in de evaluatie? Ik ben ook aanwezig geweest bij een bijeenkomst nog, onder andere ook met ervaringsdeskundigen die daar ook bij waren en ik vind dat juist een heel positief punt dat we dat meenemen en ik heb dat ook als een hele plezierige bijeenkomst ervaren. De lange horizon, daar is ook een technische vragen over: mag dat? Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik die even zo meteen naar de overkant doe. Maar ook wel juist de positiviteit van: dit heb je niet zomaar opgelost. We hebben bijvoorbeeld onze jeugdzorg, hebben we ook van gezegd: dat doen we drie keer drie jaar, een traject van negen jaar, omdat we ook weten: als je zo'n hele hervorming wil uitvoeren, dan heb je dat niet zomaar voor elkaar. Dat geldt ook voor dit soort trajecten. Als je het goed wil doen, dan moet je ook de tijd krijgen. Dus dat is mijn objectieve oordeel. Maar of het wettelijk helemaal verankerd is, ga ik even naar de overkant. Mevrouw Hartkamp: Dat hebben we natuurlijk inderdaad ook eventjes onszelf afgevraagd, maar de wet zegt daar niets over, dus het mag. Mevrouw Havinga: Een duidelijk antwoord. Dank je wel. Een goede sociale kaart. Ik hoor hem eigenlijk tweeledig. Ik hoor hem aan de ene kant juist voor de inwoner, die moet precies weten voor wat die nou waar terecht moet. Daar zijn we ook mee aan het werk.

We hebben inmiddels wel al een hele gewaardeerde sociale kaart, maar die is met name gericht op senioren. En juist ook voor jeugd, maar voor iedereen, jonge gezinnen, moet de informatie goed beschikbaar zijn. Ik kijk daarom ook onder andere naar Karin, want die is even, mevrouw Babbelon van de BEL-combinatie, die is daar ook mee bezig. Het is ook onderdeel van het IZA dat we

die digitale sociale kaart en dat we ook gewoon dat goed op orde hebben met elkaar. Maar ik heb uw vraag volgens mij vorige week of zo ook gehoord van: voor ons als raadsleden is het ook wel weer eens fijn om even goed op een rijtje te hebben wat nou wat. Dus ik wil eigenlijk voorstellen dat ik dat in een korte memo nog eens een keer uiteenzet van wat hebben we nou waar georganiseerd om het ook voor jullie zelf weer even helder te hebben van welke regeling hebben we nou waar ook alweer zitten. Dus bij dezen dan een toezegging die ik graag waarmaak. Dan Woonzorg. Dat was een vraag vanuit D66: komt er nu eindelijk eens echt iets concreets uit? Volgens mij hebben we als het gaat over Woonzorg best wel concrete ideeën daarin staan. Maar als het dan gaat over in welke gemeente komt wat, hebben we als Eemnes nog niet echt grootschalig de handdoek opgepakt, denk ik, om daar ook een voorziening voor in het leven te roepen. Dus als dat is ook een beetje waar u op doelt, van: wat gaan we daar voor Eemnes dan voor afspraken voor maken? Ik zie voorzichtig geknik. Dan is dat denk ik ook onderwerp van de uitvoering van onze woonvisie met zorgcomponent, waar dan ook een doelgroep als het gaat om bescherming en opvang een plekje zou kunnen krijgen.

Ik zou graag hele concrete voorstellen ook aan u voor leggen, maar laten we dat eerst voor de regio nog een keer doen en van daaruit het ook als gemeentes misschien wat meer omarmen. Dus dat is denk ik ook goed om eens als Raad over na te denken: voor welke doelgroep zien wij dat dan voor ons? Het is wel echt een wens om dat zo veel mogelijk over de regio ook te verspreiden en niet alleen te concentreren op bijvoorbeeld Hilversum, die een groot deel voor zijn rekening neemt. Dus het liefst zo concreet mogelijk, als het aan mij ligt. En dan had u een vraag over IZA, die heb ik niet helemaal mee kunnen schrijven, dus misschien wilt u die nog een keer voor mij herhalen. Maar ik ga nog even in op de vraag van - en dan ben ik namelijk klaar. Als u het dan in de tweede ronde nog een keer wil doen, dan probeer ik zo goed mogelijk mee te schrijven. Inzicht in andere zienswijzen. Volgens mij, ik weet niet. Volgens mij is er nog niet zoveel behandeld. Lopen wij een beetje voorop momenteel. Mevrouw Hartkamp: Het loopt … Deze week zijn er meerdere commissies. Vandaag inderdaad Eemnes en woensdag Laren en Hilversum zover ik weet. Gooise Meren heeft de startnotitie al behandeld en vastgesteld en die gaan geen zienswijze indienen. Verder weet ik het nog niet. Mevrouw Havinga: Maar normaal gesproken maken we altijd een overzicht van de zienswijzen.

Die worden ook weer met u als Raad gecommuniceerd. Dus daar komt dat dan wel weer in zijn totaliteit in een overzichtje terug welke zienswijzen er zijn ingediend. Voor zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we even voor een tweede rondje. VVD nog iets? Het hoeft niet hoor. Nee. Partij van de Arbeid, de heer Overbeeke. De heer Overbeeke: Dank u wel voorzitter. Over die sociale kaart bedoelde ik eigenlijk ... Ik zit even in mijn aantekeningen te kijken. Sociale kaart plus heb ik het even genoemd. Dat is echt voor ... De voorzitter: Graag iets dichter bij de microfoon. De heer Overbeeke: Dat is echt voor raadsleden en voor commissieleden dat je ook weet: wat gebeurt er nou eigenlijk precies waar? Want het zal voor jou denk ik allemaal heel duidelijk zijn omdat je er dagelijks in zit, maar als dat niet zo is, dan is het toch vrij complex. Maar goed, dat is duidelijk, daar heb je al antwoord op gegeven en dat zien we dan heel graag tegemoet. Die verslavingszorg, dat speelt ook een Eemnes, maar ik vraag me dan af: wat gebeurt er dan precies op dit moment in Eemnes? Wat zien mensen daarvan of wat merken mensen daarvan? Die 18-min, 18-plus hebben we het over gehad. U zegt, ik vertaal even in mijn eigen woorden: we kijken een beetje, we doen dat zorgvuldig, het is of HBEL of de regio. En dat is best wel een

voordeel. Maar wat is dan het voordeel als dat een beetje ertussenin ligt, zeg maar? Dank je wel. Dat is het, dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij mevrouw Wierbos. Mevrouw Wierbos: Dank u wel voorzitter. Wethouder, ik bedoelde: daar staat in de samenwerking met ervaringsdeskundigen en het thema middelengebruik en verslaving, daar wordt het IZA voor gebruikt. Er zijn allerlei werkgroepen en ik weet dat daar heel veel in gedaan wordt met elkaar. Maar ik weet ook dat dat eigenlijk tot dit jaar nog is en 2026 moeten we dan weer zien. En als we acht jaar bezig gaan met elkaar, ben ik wel benieuwd hoe het dan, hoe daarover gedacht wordt, hoe dat begroot wordt straks. Daar was ik gewoon even nieuws… Gewoon een nieuwsgierige vraag of daarover nagedacht is. Vast wel, vast is daar heel goed over nagedacht. En in die acht jaren die er komen - ik snap dat heel goed, want ik denk ook dat het goed is om een langere periode te bekijken. Ik vraag me ook af: hoe worden we dan meegenomen straks als Raad? Stel je voor dat er veranderingen of wijzigingen zijn, komt er dan over een paar jaar een soort evaluatiemoment? Is dat de gedachte erachter? Dat vroeg ik me af. Dus dat waren de twee aanvullende vragen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Bunt nog? De heer De Zeeuw nog? Nee dan kom ik weer bij de wethouder, mevrouw Havinga.

Mevrouw Havinga: De vraag van de heer Overbeeke: wat zien we ervan? Dat u het vraagt, denk ik dat u er heel weinig van ziet. Wij hebben gewoon een zorg- en veiligheidsoverleg hier in Eemnes. Dat betekent dat op moment dat er inwoners zijn waar we ons zorgen om maken, die nu niet op de juiste manier hun ondersteuning vinden, dan hebben we het daarover en dan proberen we daar maatwerk op te leveren. Verder werken we gewoon samen met bijvoorbeeld de Jellinek als het gaat over verslavingszorg en als het bijvoorbeeld speelt in een gezin waar ons Jeugd en Gezinsteam instapt om een jeugdige te begeleiden en daar blijkt ook verslaving te zijn, dan gaan we ook het gezin daarmee ondersteunen. Daar werken we dan voor samen binnen de regio. Als dat dan vervolgens leidt tot bijvoorbeeld een Wmo-vraag, dan is dat iets wat vanuit de HBEL opgepakt wordt en als het ook jeugdzorg is, dan pakken we dat vanuit jeugdzorg op. Ik hoop dat dat een stukje antwoord is op uw vraag. Maar ik denk dat veel Eemnessers er maar heel weinig van zien en ik hoop altijd wel, en daarom is de sociale kaart en uw vraag was daarna verduidelijkt van: ik heb het nodig en ik hoop dat de memo daar ook straks in tegemoetkomt. Maar vooral dat mensen hun vragen durven te stellen en tijdig bij ons durven aan te kloppen op moment dat we ze daarbij kunnen ondersteunen.

Want volgens mij hebben we ook echt wel wat te bieden als het gaat over verslaving en mensen daarbij ondersteunen. Dan inderdaad de vraag, dus het is vooral een financieel-technische vraag: hoe gaat dat verder? Dat is ook spannend. Maar als het gaat over IZA dan hebben we daar … Ik zit dan zelf in het stukje mentale gezondheid. Daar zijn we die businesscase helemaal aan het uitwerken. Daar proberen we juist zo ver mogelijk ook weg te denken in: hoe gaan we dat dan financieren? Ook vanuit gemeentelijke middelen, die daar nu nog niet toereikend zijn. Daar is natuurlijk juist dit stukje transformatie voor bedoeld, dat je weet te transformeren door het weer binnen je begroting te kunnen dragen. Ik heb daar heel veel zorgen over, want ik denk dat er heel veel naar ons toe komt waar we nog niet eens van weten. Maar ik zie ook nog een aanvulling vanuit mevrouw Hartkamp. Mevrouw Hartkamp: Want in relatie tot de startnotitie Bescherming en opvang wordt er ook met een structurele begroting gewerkt. Dus daar waar de verwijzingen zijn gedaan naar het IZA gaat het vooral over de inhoudelijke beweging, maar wordt er geen gebruik gemaakt van de middelen van IZA of GALA. Bescherming en opvang wordt voor het grootste deel gefinancierd vanuit Rijksmiddelen. Van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang en er is een standaard gemeentelijke bijdrage die daarin zit. Is

gewoon structureel, dus daarin … Alles wat ontwikkeld wordt in het kader van bescherming en opvang wat raakt aan het IZA is structureel. Dus die toevoeging wilde ik doen. Mevrouw Havinga: Misschien ook direct de toevoeging op de evaluatie. Hoe dat gepland is nu. Want de vraag van D66 was ook: hoe kunnen we als Raad hier tussentijds voldoende van op de hoogte worden gebracht? Mevrouw Hartkamp: Op dit moment is het zo dat bij het lopend beleidsplan hebben wij afgesproken de Raad ieder half jaar te informeren met voortgangsrapportages. Dat doen wij ook, dus die worden ieder half jaar gestuurd, waarop nu dan een startnotitie is gekomen in plaats van een aparte voortgangsrapportage. Maar voor de zomer ligt er dan weer de volgende. Dat is het idee om dat volgende keer ook te doen. Daarnaast, omdat het een langdurig traject is, hebben gemeenten ook gemeend om dat zelf ook op te knippen met een uitvoeringsprogramma van twee keer vier jaar, waarop je ook weer op echt meer op praktisch niveau, op maatregelenniveau, meer de concrete zaken meer kunt bijstellen. Het beleidsplan wordt daarmee ook wat meer op hoofdlijnen geschreven.

Daarnaast - maar dat weten jullie beter dan ik, maar dat heb ik bij een andere Raadsbijeenkomst begrepen, bij het Regiopodium onder andere - hebben jullie natuurlijk altijd ook de gelegenheid om in te grijpen als Raad door amendementen in te dienen, als jullie denken: hier gaat het gewoon niet goed. Dus volgens mij zijn dat de antwoorden. De voorzitter: Dank u wel. Dan komen we tot afronding van dit agendapunt en dan stel ik voor dat het naar de Raad kan. Ik kijk even rond of het een hamerstuk of een bespreekstuk wordt. Hamerstuk, hamerstuk. En met de toezegging van de wethouder over de memo sociale kaart. Dank u wel. Nee, niet vóór de Raad. Nee, die memo sociale kaart die komt als hij klaar is. 5.03

Aanbiedingsbrief kadernota VRU 2026 - Gemeenteraden def

De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 5.03. Ja dames, dank u wel. Ja, dank u wel. De aanbiedingsbrief kadernota VRU. Nee, er is geen ondersteuning. Ja, maar ik heb hem wel staan. Geeft niet. Dat is even intern. Dan begin ik bij de Partij van de Arbeid. De heer Van den Brink: Dank u wel. Het gaat om de kadernota en dat is dus nog niet de definitieve begroting. In die kadernota zit al een soort winstwaarschuwing. Ze hebben het over toekomstscenario's, over mooie plannen die mogelijk ook nog een heleboel geld gaan kosten. Ik ben dan ook blij met de zienswijze die de gemeente gaat indienen om te zeggen: ho, ho, jongens, rustig aan, want onze begroting in 2026, het ravijnjaar - dankzij de nieuwe regering is dat ook echt het ravijnjaar want die hebben al gezegd wij gaan niet extra geld aan de gemeentes geven - denk ik dat dit soort gemeenschappelijke regelingen heel erg terughoudend moeten zijn met extra plannen die veel geld kosten. Bovendien blijkt uit het laatste bijgevoegde stuk dat ze ook een behoorlijke reserve hebben. Dus laten we heel duidelijk een signaal afgeven richting deze gemeenschappelijke regeling, de VRU, dat ze zich rustig moeten houden wat de financiën betreft. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij D66. De heer Defferding. De heer Defferding: Dank u wel voorzitter.

Ik ben het helemaal eens met de voorgaande spreker en daar zou ik nog wel een toevoeging op willen doen, want de zienswijze is een forse zienswijze en is ook best wel duidelijk maar ook best wel vriendelijk, vooral op het eind en dat mag wat ons betreft wel iets stelliger door aan te geven dat wij die middelen gewoon niet gaan hebben en ook als ze die gaan vragen, dat we die niet beschikbaar gaan krijgen. Ik kijk even af hoe de rest reageert en wellicht de portefeuillehouder, maar wellicht dat we hier dan een amendement op indienen. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij het CDA, de heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Dank u wel voorzitter. Aan de overkant zijn al de juiste woorden denk ik gezegd. Om gelijk maar op de heer Defferding verder te gaan: volgens mij bereik je meer met stroop dan met azijn. Misschien in dit stadium denk ik dat er een hele duidelijke zienswijze ligt, mijn complimenten ook daarvoor. In het stuk wordt ook nog genoemd over het maatwerk, dat maatwerk van de brandweer. Daar betalen we natuurlijk nu extra voor. Dat er nog een overweging voor komt voor de berekening ervan. Ik kan er niet helemaal de vinger achter leggen waar het nu precies over gaat. Gaat het nu alleen over een stukje onderhoud van die extra wagen en dat soort dingen? Maar er staat verder niks bij benoemd verder. Maar dat kan natuurlijk, voor Eemnes met name, natuurlijk nog wel een substantieel iets zijn in dezen. En daar ik hem ook niet terugzag in de zienswijze, dacht ik: toch even een vraag daarover, van: hoe zit dat dan precies? En wat voor bandbreedte praat je dan eigenlijk over? Want dat kon ik niet helemaal traceren. Dat was eigenlijk mijn enige vraag en voor de rest eens met de zienswijze. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij Dorpsbelang, de heer De Zeeuw. De heer De Zeeuw: Dank u wel voorzitter.

In principe zien we dat, wat we al jaren elke keer zien, dat de kadernota meestal wat technische budgetaanpassing hebben. Die zijn gebaseerd op de financiële consequenties van loon- en prijsontwikkeling. Dus dat zit erin. Er is trouwens dan ook nog sprake van een kleine verlaging voor 2025, maar voor 2026 gaan we toch wel zo'n 5,5 procent omhoog. Dat is die 39.000. Wat wel heel goed is, is dat er een verband wordt gelegd in de zienswijze tussen de methodiek die we nu straks gaan krijgen voor het gemeentefonds. Hoe gaan we daarmee om met budgetten en welke benaderingen daar bijvoorbeeld speelt, om die ook te laten gelden bij dit soort regionale regelingen. Onder andere hebben ze het over dat er een betreffende risicoparagraaf … Die is er nog niet, dus daar moeten we wel goed naar kijken. Dan heeft het PvdA het over het ravijnjaar 2026. Maar ik denk dat een van de dingen die benadrukt worden, is dat het niet om één ravijnjaar gaat, maar dat we het over een ravijnperiode hebben van 2026 tot 2028. En dat er een bezuinigingstaakstelling van 3 procent is afgesproken. Maar dat is allemaal nog redelijk beperkt in het geheel. Dus de belangrijkste boodschap is eigenlijk om zeg maar volledig rekening te houden met de krapte van de budgetten die we de komende jaren hebben rond dat hele, die ravijnperiode zeg maar. En er is op dit moment gewoon onvoldoende ruimte.

Of je dat nu zo scherp doet als door D66 wordt gevraagd of dat dat met iets aardiger woorden is, maar het feit is: het geld is er niet, dus misschien is het aardig om van de wethouder te horen of ze nog een reden ziet om de toon nog wat aan te scherpen. Maar voor de rest moet ik zeggen, vinden wij de zienswijze heel duidelijk, wat het probleem is. We hopen dus nu dat de VRU als eerste, maar we krijgen straks natuurlijk nog andere regionale regelingen, dat we die allemaal goed aan het lijntje houden, dat ze met die budgetten niet erg de hoogte in gaan, maar juist afstemmen op de beperkingen die we hebben vanuit het gemeentefonds. Dat was het op dit moment. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de VVD, de heer Roorda. De heer Roorda: Dank u wel. Het is de kadernota. Dus wat mijnheer Van den Brink al zegt: het is een voorschotje op wat komen gaat. Dus ik denk dat de zienswijze wel gepast is, is ook een voorschotje op wat komen gaat. Dus als zij denken daar niks mee te kunnen doen, dan kunnen ze misschien die scherpere bewoordingen bij de echte begroting tegemoet zien. Dus ik denk dat dit wel een goede opbouw is op deze manier. Loopt het straks uit de hand, dan gaan we een tandje scherper schakelen bij de begroting. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Ten Have, die vervangt de heer Van Benthem.

De heer Ten Have: Voorzitter dank u wel. Waar de heer De Zeeuw het had over een zij, is het een hij. Dus bij dezen. Maar goed, helemaal goed. Dank voor uw inbreng. Ik zie, of ik hoor een aantal goede punten, dat het een goede zienswijze is. Wat de heer Roorda als laatste zegt, dat is ook waar, in mijn beleving, namelijk: dit is een voorschot op wat komen gaat. Dus u ziet hier de zienswijze die we nu in deze periode kunnen toesturen en daar hebben we heel nadrukkelijk gekozen voor het feit dat je elkaar aanspreekt op: we moeten overal de broekriem aanhalen en dat betekent dus ook de VRU een tandje minder. Dus dat staat als zodanig in de zienswijze. Of dat stelliger moet? Ik zou zeggen: in juni komt er een volgend traject, namelijk dan liggen hier de echte toekomstplannen. Dan zou ik u willen aanraden om, als we daar ook weer een zienswijze bij indienen, om hem daar, als u dat nodig vindt, iets scherper en strakker te zetten. Daar is dan alle ruimte voor. Ik hoor in die zin overal steun voor dit punt. Het CDA, dat is wel even goed om te noemen, die heeft het over: er zitten natuurlijk best wel wat risico's in. We hebben een deel waar we inzicht in hebben, maar er zijn ook een aantal punten, ze noemen dat toekomstscenario's, die nog aan het algemeen bestuur moeten worden voorgelegd.

Dat is nog niet het geval en daar doet men een heel aantal voorstellen die natuurlijk best wel uiteindelijk tot wellicht een hogere bijdrage zouden kunnen leveren. Bijvoorbeeld de afschrijvingstermijnen. Daar is van opgenomen in een van de paragrafen om die te herzien van twintig naar vijftien jaar, om maar wat te noemen. Dat betekent dus dat je in de kortere termijn een tankautospuit, een wagen, moet afschrijven. Overigens is vijftien jaar de gangbare praktijk, dus dat is wel even iets om in het achterhoofd te houden. Dat zal wel een van de redenen zijn, omdat als we dat gelijk, of als men dat binnen de VRU wil gelijktrekken, dat men dat dan nu hier zo opstelt. Alleen wij zeggen wel: alles wat je bij elkaar optelt en wat in die toekomstscenario’s staat, dat leidt tot wel een hogere bijdrage en dat is nou net niet wat we - u noemt een aantal keren het ravijnjaar of ravijnperiode - dat is nou net niet wat we willen. Vandaar dat we heel scherp zeggen: luister, de toekomstscenario's, hartstikke goed dat u ze hebt opgesteld. Ik denk dat dat een goede doorkijk geeft voor de toekomst. Alleen als dat daar leidt tot een hogere bijdrage, dat we daar dan toch wel op de rem willen staan en dat we daar toch ook bij aangeven van: dat kan wel een tandje minder. Maar dat laten we eerst maar aan het AB.

Dus mijn voorstel is: in eerste instantie deze zienswijze, dat is een duidelijke insteek en dan komen we in juni met ook de definitieve doorkijk, inclusief de financiën wat dat dan betekent voor de individuele gemeenten. Als we daar dan een punt maken, maar dan weten we ook precies wat dat dan voor Eemnes betekent. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nog even een tweede rondje, indien dat nodig is. De heer Defferding. De heer Defferding: Bedankt voor de beantwoording en daar kan ik me prima in vinden. De voorzitter: Ik kijk aan die kant. Is er nog een reden tot … Een opmerking? De heer Seldenrijk: Nee, ik heb verder geen opmerking. Dank u wel in ieder geval voor het antwoord. De voorzitter: Prima. De heer Seldenrijk: Inderdaad die twintig of vijftien jaar, dat verschil moet je natuurlijk dan extra gaan bijdragen. Daar komt het feitelijk op neer. Dat gaat dus sneller. Als er ook maar dan een nieuwe wagen staat. Dat is natuurlijk ook goed, zo moet je het ook wel zien natuurlijk. Want in het verleden hadden we natuurlijk altijd vrij oude wagens staan als tweede wagen. Misschien is het ook wel richting de VRU natuurlijk: op het moment dat we tekort zitten in de centen, zo'n tweede auto die sporadisch eigenlijk naar buiten komt, dan zal je toch misschien daar een iets andere systematiek voor moeten gaan nemen.

De voorzitter: Dan kom ik aan afhandeling van … Of wou u daar nog iets over zeggen? Nee, toch? Nee. Afhandeling van dit agendapunt en ik kijk eigenlijk het meest naar, of het een hamerstuk kan zijn, naar mijnheer Defferding en dat is het geval. En tweede hamerstuk, dank u wel. 5.04

Ontwerp gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst (toegevoegd 30-1-2025)

De voorzitter: Dan kom ik bij het agendapunt 5.04, ontwerp gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst. Ook daarvoor zal de heer Ten Have de beantwoording doen. Dan weet u alvast dat het een hij is. D66, de heer Defferding. De heer Defferding: Dank u wel. Ook hier natuurlijk weer een klein beetje de zorgen over de financiële haalbaarheid. Daar wordt ook in deze zienswijze aan gerefereerd, dus ik zal niet zo stoer zijn als bij het vorige onderwerp, maar wij kunnen ons vinden in deze zienswijze. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij het CDA. Mevrouw Bunt. Mevrouw Bunt: Dank u wel voorzitter. Het waren behoorlijk wat stukken om te lezen. Wij zien de fusie van de ODRU en de RUD als een positieve ontwikkeling. Het samengaan van organisaties kan echter ook tot heel veel uitdagingen leiden. Het is daarom van belang dat als zaken niet verlopen zoals gepland, we tijdig geïnformeerd gaan worden. En vooral dan op financieel gebied. Hoe wordt dit nu gewaarborgd? In de rudimentaire begroting is het effect van het scenario minus 5 procent op de bijdrage per deelnemer berekend. Hierbij is het volgens mij de scenario geschetst dat als we als gemeente 5 procent minder uren gaan we besteden, wat voor effect dit heeft. Klopt dat? Ook had het van ons wel iets strakker geregisseerd kunnen worden.

In de uitgangspunten als geformuleerd in het raadsvoorstel lezen wij bijvoorbeeld bij punt 1.2: draagt bij aan een gelijker speelveld. 1.4: kan slagvaardiger functioneren. Punt 1.6: stijgende kosten kunnen beter worden beheerst. Het is best wel ... Ja, ‘kan’, ‘kunnen’, ‘matig’. Daarna vroegen we ons ook even af hoe het dan straks gaat met de vergaderingen. Er zitten namelijk 27 mensen dan aan 1 tafel met zijn allen te vergaderen. Hoe gaat dit verlopen en is dat niet een beetje inefficiënt? De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij Dorpsbelang, de heer Raben. De heer Raben: We delen de zorgen, zoals in de zienswijze geschetst. De zorgen om betaalbaarheid. Eerst een akkoord en dan financiën bekend, is volstrekt onwenselijk. Is de samenvoeging voor de toekomst? Ja. Die is noodzakelijk. Vraagstukken worden alleen maar complexer. Robuustheid van een dergelijke organisatie is noodzakelijk, maar wel processen in de juiste volgorde voeren. Eerst de kostenanalyse en daarna verder. Op zich akkoord met de zienswijze. Mag ook in deze, net als bij het vorige onderwerp, wat steviger, met de duidelijkheid dat de uitbreiding van financiën niet acceptabel is en niet gehonoreerd zal worden. We willen de wethouder dan ook dringend verzoeken om ons tussentijd voldoende te blijven informeren. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de VVD, de heer Roorda. De heer Roorda: Dank u wel.

We hebben het over een fusie en ik vind het een prachtig stuk. We hebben een robuuste organisatie straks, met specialismen in huis en allemaal hartstikke mooi. Maar ik mis een hele paragraaf. En dat is de paragraaf van de schaalvoordelen en de efficiëncyvoordelen. Ik heb vroeger geleerd dat als er iets fuseert, dat je dan maar één directie overhoudt en dat de overhead relatief daalt en ik mis dat volkomen in het stuk. Helemaal niks. Zelfs erger: de kosten gaan omhoog. En om de kosten dan voor ons in de klauwen te houden, kunnen we kiezen om 5 procent minder uren af te nemen. Dat is raar. Want het wordt dus

duurder, terwijl we efficiënter gaan werken. De hele lappendeken wordt gewoon de provincie, het wordt hartstikke efficiënt, geweldig, maar het wordt duurder. Dus ergens heb ik het gevoel dat er iets niet klopt, omdat we gewoon ergens belastinggeld aan het verkwisten gaan. Zou niet de manier zijn. Dus ik zit eigenlijk te denken, kunnen we dat niet noemen in de zienswijze: maak nou eens duidelijk waar de schaalvoordelen zitten en leg dan eens even uit waarom het dan toch duurder wordt. De voorzitter: Dank u wel. Partij van de Arbeid, de heer Van den Brink. De heer Van den Brink: De reactie van de heer Roorda is me uit het hart gegrepen. Ik heb net even het adres gegoogled van ODRU en het adres van de RUD. Die zitten in hetzelfde gebouw, allebei in het provinciehuis. Ze doen precies hetzelfde werk, alleen voor een andere set gemeentes. Mevrouw Bunt had het over de problemen die soms bij fusies ontstaan. Ja, als je twee heel verschillende bedrijven hebt. Maar dit lijkt me wel een no-brainer. Dus wat dat betreft, vind ik de zienswijze heel goed. Ook dat er gezegd wordt: jullie kunnen wel wat eerder komen met die financiële gegevens. En ja, mijnheer Roorda heeft helemaal gelijk. Er wordt wel in de zienswijze ook gezegd, het is niet als bezuinigingsoperatie bedoeld, maar dit is toch wel een schoolvoorbeeld van een fusie waar je efficiencyvoordelen zou moeten kunnen behalen.

Dus in plaats van dat het meer moet kosten, zou het minder moeten kosten. Wat dat betreft zou je daar best iets over mogen zeggen in de zienswijze. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de wethouder, de heer Ten Have. De heer Ten Have: Voorzitter, wederom dank u wel. Het is natuurlijk waar: zolang ik hier nu wethouder mag zijn, een kleine drie jaar, weet ik nog van helemaal het begin werd er al gesproken van: waarom hebben wij nou twee omgevingsdiensten in de provincie? Dus dat is iets wat nu zodanig op elkaar is gezet dat we wellicht ook tot die ene organisatie gaan komen, de RUD en de ODRU. Dus dat is volgens mij hartstikke mooi. En in vorige zienswijzen hebben we er ook altijd op geduwd, namelijk: zorg nou dat jullie eens bij elkaar gaan zitten en als je al in één pand zit, dan moet je misschien gewoon ook dezelfde deur gebruiken. Dus dat is al hartstikke mooi. Ik ben het ook met u eens dat je, zeker als je inderdaad het zo op die manier met elkaar inregelt, dat je ook tot schaal- en efficiencyvoordelen moet komen. En inderdaad, waar: ik heb die ook niet nou nog heel scherp en strak aangetroffen. Dus als u zegt: daar wil ik in de zienswijze nog iets over opnemen, of het moet iets scherper, prima. Dan zou ik zeggen, als u daar een voorstel voor heeft - ik weet niet of dat per amendement werkt of hoe gaat zoiets - dan zie ik die graag tegemoet.

U mag ook zelf een voorstel doen, maar dan moeten we even kijken hoe we dat het beste kunnen vormgeven. Dus ik wil dat nog wel iets scherper doen. Ambtelijk kreeg ik ook mee dat zij inderdaad - want je hebt hier natuurlijk ook een ambtelijke werkgroep - dat daar ook vanuit Eemnes is aangegeven dat zij inderdaad wel iets eerder op de hoogte willen worden gesteld. Dus dat ze ook weten in welk proces we zitten. En eigenlijk analoog aan het vorige onderwerp bij de VRU, waar ook werd gezegd: we hebben nu een zienswijze X, maar straks in juni komen we met een zienswijze Y. Namelijk dan weten we ook wat de financiële doorkijk is. Dat geldt ook hier bij de RUD eigenlijk hetzelfde. Inclusief dat we zeggen: bij alle verbonden partijen mag wel een schepje af. Ook dat geldt dus hier. Alleen nu loopt er dus wel iets samen, namelijk dat deze organisatie ook nog bij elkaar gaat zitten en dus met elkaar probeert te fuseren. Dus misschien dat dat het proces ietsje door doorkruist, maar dat het wat minder mag, dat ben ik met u eens. En als je dan zegt: dan neem je maar minder taken af, dat vind ik het omgekeerde, want dat is ook raar. Je hebt gewoon je milieuhandhaving en bodemonderzoek en allemaal dat soort zaken wat van de RUD gewend waren. Daar kun je niet zomaar zeggen van ‘doe maar even iets minder’. Dat vind ik ook niet. Dus ik moet even goed kijken hoe we dat het beste kunnen inregelen.

En als daar een nog scherpere tekst voor komt bij de zienswijze, wat ons betreft, prima. Maar dan kunnen we bij de Raadsbehandeling daar

wellicht een nieuwe tekst voor maken. Of u kan dat voorstellen. Het CDA gaf aan: ik hoor wel heel veel ‘misschienen’. Onzekerheid. Ja, heb ik er ook in gelezen. Dus ‘what if’. Wat is er mogelijk dan? Dat kan ik niet nu voor u zo wegnemen, maar laten we wel erop aansturen dat er in de kadernota of in de nota van juni zoveel als mogelijk ‘misschienen’ zijn weggehaald en dat daar zoveel als mogelijk duidelijkheid wordt geschapen. Hoe gaat het dan als je zoveel straks 27 mensen aan tafel hebt? Ja dat zie je bij de GGD natuurlijk ook. Dus daar is het ook een kwestie van elkaar horen en elkaar iets gunnen. Dus ja, dat is wel een van de risico's. Als je inderdaad een organisatie bij elkaar zet, dan heb je ook meer leden en die zullen allemaal iets willen zeggen. Dus dat maakt het niet heel veel efficiënter. Aan de andere kant zou ik me ook kunnen voorstellen, als je als gemeenten bij elkaar gaat zitten en je zegt: we doen het samen en we leveren met één stem een krachtig antwoord, dan zou je misschien daarin ook je voordeel kunnen halen. Dat is een beetje hoe het werkt, denk ik. Ik kreeg ook nog hier te horen: als je het vanuit de BEL-organisatie bekijkt, we hebben één ambtenaar die nu twee kanten bedient. Zowel aan de Gooi en Vechtstreekkant als aan de RUD-kant. Terwijl het om heel veel dezelfde dingen gaat.

Dus het zou wel heel goed zijn als je daar op deze manier met elkaar kunt leren en dan helpt het wel vanuit één totale organisatie en niet dat ze zich nog naar allerlei andere organisaties moeten uitbuigen. Maar goed, dat kreeg ik even mee als: dat zien wij wel zitten. Maar die synchronisatie, dat zou een voordeel zijn. Tussentijds informeren, Dorpsbelang hoor ik dat hier zeggen. Ja, dat wil ik natuurlijk doen, maar de eerstvolgende is in juni. Dus ook hiervoor geldt dat we daar zo veel als mogelijk duidelijkheid moeten hebben, maar ik zal dat nog sneller proberen te doen als dat mogelijk is. Even kijken. Geen verkwisting. Nou, vanzelfsprekend. Dat is ook hoe het college erin zit. Men heeft een eigen vermogen waarin ze zeggen: we kunnen een aantal van dit soort fusieperikelen daarin op opvangen. Dus daarin hoeft er niets aan de gemeente te worden gevraagd. Dat is heel mooi. Even kijken, wat had ik er nog meer staan? Volgens mij heb ik daarin alle antwoorden nu gegeven, anders hoor ik het in tweede termijn. Dank u wel. De voorzitter: Dan gaan we nog even in tweede termijn. De heer Defferding, D66. De heer Defferding: Dank u wel voorzitter. Inhoudelijk geen verdere opmerkingen, maar het ging net even over het bijschaven van de zienswijze. Dat bleef een beetje in het midden. Gaat u dat aanpassen, of verwacht u een amendement.

Eigenlijk denk ik, u doet het voorstel zelf: als u met een aangescherpte tekst komt, dan kunnen wij dat misschien in de Raad afhameren. De heer Ten Have: Zal ik daar gelijk antwoord op geven? Laten we dan ook gewoon de service zomaar verlenen. Wij doen een voorstel en daar kunt u dan tijdens de Raadsbehandeling het mee eens zijn of daar nog weer een opmerking mee hebben. Maar laten we ervan uitgaan dat wij het bij u aandragen. Tot zover. De heer Van den Brink: Ter verduidelijking: dan wordt het voorstel dus gewijzigd, dus dan kunnen we er geen hamerstuk van maken. Ik was u voor. De voorzitter: Ik ging nog een rondje maken. Ik ga afconcluderen straks. Dat hoeft u niet te doen. De heer Van den Brink: Dan heb ik nog wel een opmerking voor de tweede ronde, is dat … De voorzitter: Als u aan de beurt bent, goed? De heer Van den Brink: De fusie van de ODRU. Ja, maar ik ben nou toch aan het woord, dus laat ik maar gelijk gaan. De fusie van de ODRU en de RUD, dat hoeft geen 75.000 euro te kosten om het logo te veranderen en zo. Dat kan gewoon RODU heten, regio… Nee, RUDO. Maak er dan maar RUDO van.

De voorzitter: Als u graag een keer voorzitter wil zijn, kunt u mij altijd een keer vervangen. CDA, mevrouw Bunt. Mevrouw Bunt: Dank u wel voorzitter. Ik had nog niet benoemd dat wij ons wel konden vinden in de zienswijze, maar we zien graag de aangescherpte versie nog tegemoet. Ik zou zeggen dat als twee organisaties in één pand zitten, dat de fusie niet daardoor opeens heel makkelijk is. Maar dat is even op reactie van mijnheer Van den Brink. De voorzitter: Mijnheer Raben, Dorpsbelang. De heer Raben: Het is fijn dat de wethouder hier het voortouw in neemt. Ik steun dan ook de oproep van de heer Roorda. Ik wilde ook de heer Van den Brink een compliment geven. Maar ja, hij … Net voor zijn beurt. Dus, nou ja, vooruit. Ik sluit me aan. De voorzitter: De heer Roorda, VVD. De heer Roorda: Ik had ook die opmerking over het procesmanagement, wie doet nou wat. En ik hoorde van de wethouder inderdaad dat hij het ermee eens is om het een klein beetje aan te scherpen in die zin dat we die vraag stellen. Dus dat lijkt me heel praktisch als dan ook het college komt met een aangescherpte versie die wij … Of wij niet, maar de echte Raad, kan behandelen over een week of twee weken. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Dan concluderen we dus dat er een nieuwe versie komt, dat we die in de Raad tegemoet zien en dan kunnen we daar voor, tegen of amendement indienen.

Dan hebben we toch nog iets te bespreken in de Raad, in ieder geval vanuit deze commissie. 6.

Mededelingen college De voorzitter: Dan kom ik bij agendapunt 6 en dat is mededelingen van het college. Ik kijk naar rechts, is er geen mededeling? Nee.

7.

Toezeggingenlijst De voorzitter: Dan komen we aan de toezeggingenlijst en daar staan, even kijken, twee dingen op en die blijven staan, dus daar verandert niks.

8.

Rondvraag De voorzitter: Dan kom ik bij agendapunt 8 en dat is de rondvraag en dan was ik gebleven bij het CDA. Geen rondvraag, geen rondvraag, geen rondvraag. D66. De heer Defferding: Ja, dank u wel. We hebben het best wel een tijdje terug gehad over een camper op de parkeerplaats bij de brandweerkazerne. Het lijkt erop dat daar weer een nieuwe camper staat, dus wellicht de moeite waard om dat even te bekijken. De voorzitter: Dank u wel. Dat is genoteerd. Ik had hem ook gezien.

9.

Sluiting De voorzitter: Dan kom ik bij het allerlaatste agendapunt, dat is de sluiting en dan zeg ik 8.58 uur. Ik wens u allen een fijne avond. Dank u wel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15177113/2