Schriftelijke vragen CDA raadsvoorstel JGT reactie doc
Tekst van het document
Technische vragen
Vragen gesteld door
: CDA
Behandeling bij raadsvoorstel
: Raadsvoorstel Organisatie, werkwijze en kansen JGT Eemnes
Datum
: 26 april 2021
Vragen Zoals afgesproken hierbij mijn reactie op het raadsvoorstel JGT. In deze reactie een aantal vragen en overwegingen voor wethouder de Boer. Ik lees in het rapport een knelpunt in de benodigde expertise om casussen zelf uit te voeren. Eemnes is dan eigenlijk te klein en dan zou samenwerking met andere gemeenten een idee kunnen zijn. Maar dan liggen er weer andere uitdagingen op de loer. Ik voel hier wel een soort vacuüm ontstaan. Is het echt handig om op de lange termijn dit voor alleen eemnes te organiseren, zeker als we het willen kunnen blijven betalen? Kan deze flexibele schil niet beter met andere gemeenten opgezet kunnen worden? Zo kan er ook meer expertise in de flexibele schil. Hoe staat het JGT daar zelf in? En dan hebben we onze huidige medewerkers en de misschien niet altijd passende expertise. Zijn zij bereid om te investeren in een studie om zo meer expertise bij dezelfde personen te hebben? zo zou het systeem misschien langer in deze kleine vorm door kunnen gaan. Of zouden onze medewerkers met hun specifieke kennis ook ingezet kunnen worden in een andere kleine gemeente? Er is een rekenvoorbeeld gemaakt van de besparing die de uitbreiding van FTE gaat opleveren. Maar we lezen ook dat het even duurt voordat dit voordeel er is omdat lopende casussen niet zomaar overgedragen kunnen worden.
Het is dan niet realistisch om voor 2021 al een mogelijk besparing mee te nemen. Is de wethouder zelf voldoende overtuigd van deze mogelijke besparing? We snappen de noodzaak van het tempo gezien de wachtlijsten. En misschien moet er in het kader van die wachtlijsten ook op korte termijn een projectbenoeming in het leven geroepen worden.
Maar voor structureel meer formatie extern werven is het nu misschien te snel. Eerst met het huidige team de snel realiseerbaren verbeteringen doorvoeren, goed data verzamelen waar het kan. Onderzoeken of huidige bezetting misschien (tijdelijk) wil uitbreiden. En om een raadsvoorstel goed te beoordelen zou een doorrekening op meerdere aanbevelingen passend zijn. Nu is alleen berekend wat de inzet van extra FTE oplevert. Maar inzet op meer efficiënt werken moet ook door te rekenen zijn. En wat levert het op als we met een andere gemeente waar het JGT goed georganiseerd is samen die flexibele schil vormgeven? Wat ons betreft gaat het raadsvoorstel dus nog terug naar de tekentafel. En volgt er wellicht op korte termijn een vraag voor budget om alleen de wachtlijsten aan te pakken. Dat zou wellicht met tijdelijke uitbreiding van huidige mensen kunnen. En dan in het raadsvoorstel voor de inzet van de flexibele schil en het verkennen van een waardevolle samenwerking beter uitzoeken voordat dat in een raadsvoorstel komt. Nu wordt het te makkelijk afgedaan in het voorstel. Een extra aanvullende vraag waar ik graag nog later op tergukom bij de wethouder, maar die ook samen kan gaan bij de basisformatie van ons JGT: Er komt op korte termijn geld naar de gemeentes in het kader van het Nationale Programma.
Dat budget is bedoeld voor jeugdzorgcasuistiek die te maken heeft met de gevolgen van Corona. Ook is dit budget voor bijvoorbeeld VVE en het inzetten op samenwerking met onderwijs. Zou dit niet mooi samen kunnen vallen met een impuls voor ons JGT en hun capaciteit en werkveld, maar dan direct gerelateerd aan het thema Corona?
Antwoord van het college: Met de voorgestelde formatie en flexibele schil is het mogelijk door te ontwikkelen naar een breed functionerend Jeugd en Gezinsteam. In het team kunnen diverse expertises belegd worden en kan er flexibel ingezet worden bij toename van hulpvragen. Meerdere gemeenten in de regio Amersfoort breiden de taken van het lokale team uit met meer eigen begeleiding. Bij de ontwikkeling en implementatie hiervan heeft de gemeentelijke transformatiemanager een aanjagende en verbindende functie. Hierdoor leren en ontwikkelen we als regiogemeenten met elkaar. Waar mogelijk gaan we de samenwerking met de regiogemeenten aan bij het uitbreiden van de benodigde expertise. De specialistisch ondersteuner JGGZ die werkzaam is in het JGT, is ook werkzaam voor de gemeente Soest. Een dergelijke werkwijze kan bijvoorbeeld ook bij de uitbreiding van eigen begeleiding worden ingezet. Ook behoort het tot de mogelijkheden dat de samenwerking t.a.v. scholing en deskundigheidsbevordering wordt uitgebreid (op dit thema). Huidige situatie is dat we al regionaal optrekken op specifiek aanbod. De uitbreiding van de eigen begeleidingstaak betreft voor een groot deel begeleiding van cliënten met autisme spectrum stoornissen, maar bijvoorbeeld ook begeleiding rondom mensen met een lichte verstandelijke beperking.
Een deel van deze vragen kan door de huidige consulenten van het JGT worden uitgevoerd, daarnaast is op deelgebieden aanvullende expertise nodig. De consulenten van het JGT hebben (minimaal) een relevante HBO opleiding en werkervaring en zijn SKJ geregistreerd. Ze hebben ieder een andere achtergrond en
expertise om daarmee een zo groot mogelijk palet aan hulpvragen goed te kunnen beantwoorden. Met de huidige medewerkers van het JGT is de uitbreiding van taken besproken, waarbij de door AEF genoemde kansen en knelpunten naar voren zijn gebracht. Daarbij wordt ervaren dat uitbreiding van formatie het team meer stabiliteit en slagkracht zal bieden en cliënten dichterbij door het lokale team kunnen worden ondersteund. Er komt meer evenwicht in het werk van de teamleden met de uitbreiding van taken. De consulenten hebben vanaf de start van het JGT en bij hun eerdere werkgevers positieve ervaringen met het zelf begeleiden van cliënten; daarmee kunnen zij doen waar zij goed in zijn. Helaas hebben zij nu vaak onvoldoende tijd voor de uitvoering van begeleiding. Het in beeld brengen van individuele wensen, competenties en ontwikkelbehoeften maakt deel uit van ons HRM-beleid. Met de aanbevelingen uit rapport liggen er duidelijke randvoorwaarden voor het implementeren van eigen begeleiding, om kostenreductie te realiseren. De berekening van AEF sluit aan bij de berekening van de maatregel ‘minder beschikken’ die in de gemeente Amersfoort is uitgevoerd. Hoe eerder we kunnen starten met de uitbreiding voor de eigen begeleiding hoe eerder dit ook financieel voordeel op kan leveren.
Om de genoemde besparing te realiseren zal worden gestuurd op prestaties en worden eenduidige afspraken over registratie gemaakt. Daarnaast wordt met de maatregel ook een kwaliteitsverbetering beoogd. Inwoners kunnen dichterbij en met minder wisseling van hulpverleners of organisaties geholpen worden.